CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Voorstel oprichting Kenniscluster Verzilting notitie partners provincie Fryslân

Gemeenteraad Waadhoeke 26 januari 2023, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Deelname Stichting Kenniscluster Verzilting1.896 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel oprichting Kenniscluster Verzilting Samenvatting 1. Het voorstel is om een zelfstandige Stichting onder het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT, Amersfoort) op te richten. 2. Kennismakelaars geen onderdeel van de basisorganisatie laten zijn, maar op projectbasis inhuren en stationeren bij de proefbedrijven. 3. Partners van het Kenniscluster kunnen op verschillende manieren bijdragen aan het Kenniscluster c.q. de gegenereerde projecten. a. Bijdrage in de basisfinanciering van de Stichting (cash/in kind) b. Financiering van de functie van de Kennismakelaars Zoet-Zout Knooppunt (of een vergelijkbare functie) c. Bijdrage in de financiering van geïnitieerde projecten (cash/in kind) Inleiding In het Friese bestuursprogramma 2019-2023 is het opzetten van een Kenniscentrum Zilte Teelt opgenomen. Op basis van een advies van een consortium bestaande uit RUG, Deltares, WUR, LTO Noord, Franeker Academie en The Potato Valley is eerder door het College besloten de scope te richten op de impact van verzilting op de belangrijkste gewassen (pootaardappel in Noord-Nederland) en de maatregelen om de nadelige effecten te beperken. Daarnaast zou het initiatief moeten leiden tot een betere benutting van schaars zoetwater in de kustzone. Het Kenniscluster Verzilting is in tegenstelling tot het aanvankelijke idee geen ‘stenen’ centrum.

Het Kenniscluster is een netwerk dat de intentie heeft om de krachten van alle organisaties (publiek, privaat) in Nederland te bundelen. Een brede groep van potentiële partners is in de voorbereiding bilateraal en collectief geraadpleegd over de steun voor het initiatief. Alom wordt bevestigd dat de huidige kennis te veel is versnipperd en dat afstemming kan leiden tot een betere verankering in de praktijk, in het beleid, in het onderzoek en in het onderwijs. Veel van de activiteiten die via het netwerk van het Kenniscluster worden ondernomen zullen op basis van projecten en projectfinanciering worden gerealiseerd. Een Kennisagenda zal richting geven aan de te genereren projecten. Overhead beperken met ‘lichte’ uitvoeringsorganisatie Voorgesteld wordt om de uitvoeringstructuur zo licht mogelijk te houden, ook om de kosten voor overhead te minimaliseren (minder dan 10%). Het voorstel is om een zelfstandige Stichting onder het Institute for Sustainable Process Technology (ISPT, Amersfoort) op te richten. ISPT heeft ruime ervaring met het opzetten en begeleiden van grotere transitieprogramma’s met onder meer het agrarische bedrijfsleven en met kennisinstellingen. LTO Noord en Rijksuniversiteit Groningen zijn bereid om de voorbereidende fase actief te ondersteunen. Het alternatief is om een geheel zelfstandige Stichting op te richten.

In dat geval zal een kleine Raad van Toezicht worden ingesteld. De Raad van Toezicht zal bestaan uit ervaren bestuurders die bekend zijn met de agrarische keten, het onderzoek en het waterbeheer. Voorgesteld wordt maximaal 5 leden, waarvan er minimaal 2 uit Friesland komen. In het eerste jaar zal de Raad van Toezicht beperkt worden gehouden tot 3 leden.

Er wordt een uitvoerend bestuurder/ programmadirecteur benoemd. Het ISPT beschikt al over een programmabureau. Het programmabureau zal de programmadirecteur op technisch/inhoudelijke zaken ondersteunen. Invulling van het team zal aanvankelijk gebeuren door medewerkers van de ‘Founding Partners’ (w.o. RUG, WUR en Deltares), in de vorm van een in-kind bijdrage. Daarbij gaat het om: - Staflid acquisitie (0,2 fte, voorgestelde invulling door RUG) - Staflid onderzoek water (0,2 fte, voorgestelde invulling door Deltares) - Staflid implementatie landbouw (0,2 fte, voorgestelde invulling door WUR) - Staflid onderwijs (0,2 fte, voorgestelde invulling door Hogeschool Van Hall Larenstein) Het secretariaat (0,4 fte) zal op basis van inhuur worden ingevuld. Met een Programmaraad (afspiegeling van gebruikers/partners) en een Wetenschappelijke Raad wil het Kenniscluster partijen betrekken bij het formuleren van de speerpunten en de toetsing van projecten. Daarnaast zal nauw worden samengewerkt met de Friese Projectenmachine voor het ontsluiten van Europese middelen voor potentiële projecten. Voor juridisch/administratieve zaken worden op ad-hoc basis specialisten ingehuurd. Het streven is om de kosten van de uitvoeringsorganisatie na 2-3 jaar volledig te dekken via diensten ten behoeve van geïnitieerde projecten.

Voortbouwen op de basis van het Zoet-Zout Knooppunt Het Kenniscluster Verzilting bouwt voort op het goede werk van Zoet-Zout Knooppunt. In 2020 is door de regionale overheden in Zeeland, Noord-Holland, Friesland en Groningen afgesproken om via het ZZK onderling een intensieve uitwisseling van kennis rond verzilting te bevorderen, om daarmee de praktijk bewust te maken en handelingsperspectief te geven. De samenwerking is in beginsel voor een periode van 2 jaar aangegaan. Kennismakelaars hebben de verbinding tussen onderzoek, beleid en de praktijk gelegd. Communicatie verliep vooral via online-bijeenkomsten. COVID had een grote impact op het organiseren van fysieke bijeenkomsten. Geconcludeerd kan worden dat de Kennismakelaars zeker in een behoefte voorzagen, ondanks het negatieve sentiment in de agrarische sector door discussies over stikstof, derogatie en toekomstig EU-beleid. Verzilting is een sluipend proces waarvan de impact pas over tientallen jaren te merken kan zijn. Juist vanwege de geleidelijke verslechtering van de landbouwkundige situatie is het van belang om blijvend te werken aan technische voorlichting, onderwijs en praktijkgericht onderzoek. Om die reden wordt aan de partners in het Zoet-Zout Knooppunt voorgesteld om ook de komende jaren budget uit te trekken voor de functie van ‘kennismakelaar’.

Om de praktijkgerichtheid te bevorderen is een aangepast (meer landbouwkundig) profiel van de functie nodig en wordt voorgesteld de kennismakelaars te positioneren op de 3 proefboerderijen langs de kust: De Rusthoeve (Zeeland), Vertify Zwaagdijk (Noord-Holland) en Kollumerwaard (Groningen). Uitvoering en financiering zou als één van de projecten onder de Stichting Kenniscluster Verzilting kunnen worden uitgevoerd. De genoemde proefboerderijen hebben positief op dit voorstel gereageerd.

Partners van het Kenniscluster Het Kenniscluster heeft tot doel om alle bedrijven, overheden, kennisinstellingen en onderwijsorganisaties te betrekken, daar waar deze een relatie hebben met het thema ‘verzilting en landbouw’ en ‘beperkte zoetwaterbeschikbaarheid in de kustzone’. De kracht van het netwerk zit in de bundeling van de kennis en de wens om samen te werken aan kennisontwikkeling en verspreiding: in Nederland en daarbuiten. Om te bereiken dat de instap van de partijen uit het netwerk zo laag mogelijk wordt, wordt voorgesteld af te zien van een vaste jaarlijkse bijdrage van de deelnemers in het Kenniscluster. De bijdrage (het commitment) van partners wordt per partij vastgesteld in een partnerschapsovereenkomst. Het Kenniscluster wordt gezien als Kennisinstelling en kan om die reden in aanmerking komen voor 100 % publieke financiering zolang de activiteiten zich beperken tot algemene voorlichting, verbinden, netwerken, opleiding en onderwijs, kennisontwikkeling en verspreiding. De Stichting heeft geen oogmerk om economische activiteiten te ontplooien. Financiering van het Kenniscluster Partners van het Kenniscluster kunnen op verschillende manieren bijdragen aan het Kenniscluster c.q. de gegenereerde projecten. a. Bijdrage in de basisfinanciering van de Stichting (cash/in kind) b.

Financiering van de functie van de Kennismakelaars Zoet-Zout Knooppunt (of een vergelijkbare functie) c. Bijdrage in de financiering van geïnitieerde projecten (cash/in kind) Het verdienmodel van de Stichting is erop gericht om diensten ten behoeve van geïnitieerde projecten uit te voeren. Het streven is om max. 10 % van de middelen die via projecten worden gegenereerd ten goede te laten komen aan de uitvoeringsorganisatie. Tot 2026 wordt van een aantal partijen een substantiële personele bijdrage in gevraagd, om daarmee de organisatie ‘op stoom’ te brengen. Na 2026 wordt verwacht dat de projecten-portefeuille voldoende dekking genereert voor het dekken van de overhead. Voor de financiering van projecten wordt in eerste instantie gekeken naar Nederlandse financiering (zoals Kennis- en Innovatie Agenda Landbouw, Water en Voedsel, Investeringskader Wadden, Nationaal Programma Groningen, BO Akkerbouw, Fondsen KAVB). Door maximaal synergie te vinden met nieuwe initiatieven zoals de Friese Projectenmachine (EU-middelen) en (zoals eerder al genoemd) het Netherlands Food Partnership/Netherlands Water Partnership wordt daarnaast verwacht toegang te krijgen tot internationale fondsen en projectfinanciering. Projecten geven Kenniscluster betekenis Het Kenniscluster initieert projecten en jaagt deze aan.

Het Programmabureau zal een actieve rol vervullen in de acquisitie van projectfinanciering. Ieder project zal op eigen wijze worden georganiseerd met duidelijk gedefinieerde rollen van de partners, van de financierende organisaties en van het Programmabureau. Provincie Fryslân is in beginsel bereid om een financiële bijdrage te verlenen aan geïnitieerde projecten als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, zoals: - Het project past binnen het beleidskader van de provincie Fryslan (beleid, aanbestedingsregels) - Het project draagt bij aan een robuuste en toekomst bestendige land- en tuinbouw in de provincie

-

Het project is in belangrijke mate praktijkgericht en is kansrijk als het gaat om opschaalbaarheid Het project past binnen de Kennisagenda van het Kenniscluster Verzilting (nog nader uit te werken) Het project is door de Programmaraad en de Wetenschappelijke Raad van het Kenniscluster getoetst en akkoord bevonden Het project wordt voor minimaal 50% gefinancierd door derden

Om het Kenniscluster een vliegende start te geven is met partijen uit Zeeland, NoordHolland, Friesland en Groningen een ‘akkerbouwpilot’ geformuleerd. Dit praktijkgerichte onderzoek zal mede gefinancierd worden uit de middelen die voor het Kenniscluster zijn gereserveerd. De organisaties die zich achter de opzet van een akkerbouwpilot hebben geschaard zouden graag meer inzicht krijgen in de betekenis van het microbioom en bodemleven bij de transitie naar robuuste teelten van de hoofdgewassen in de verziltende kustzone, zoals pootaardappelen, vollegrondsgroenten, uien en eiwitgewassen. De proefboerderijen Kollumerwaard, Vertify, De Rusthoeve steunen, samen met LTO Noord en ZLTO de opzet van een project. Vanuit het bedrijfsleven zullen agrarische ketenpartijen, Bioclear Earth en The Salt Doctors worden betrokken. Daarnaast wordt het groene onderwijs en RUG betrokken. Het project heeft tot doel verdieping te geven aan een serie proeven die de afgelopen jaren rond zuinig watergebruik, verzilting en beter bodembeheer in de kustzone zijn gestart c.q. uitgevoerd. Relatie met het Internationale netwerk via landelijke organisaties Naast de nationale betekenis heeft het Kenniscluster Verzilting ook internationale potentie.

Het Ministerie van LNV heeft het Netherlands Food Partnership opdracht gegeven om met het Netherlands Water Partnership tot een Saline Food Systems Partnership te komen. Het nieuwe Partnership kan de weg openen naar internationale donoren en project partners. Voor de partijen die actief zijn als partners van het Kenniscluster Verzilting is de internationale markt ook interessant. Om die reden is besloten om de samenwerking met NFP/NWP te bekrachtigen met een Letter of Intent. Begroting In onderstaande tabellen wordt inzicht gegeven in ontwikkeling van kosten en baten. Doelstelling is om de Stichting na 2026 kostendekkend te laten werken. In de eerste jaren zullen de ‘Founding Partners’ capaciteit ‘in kind’ beschikbaar stellen voor de invulling van het Programmabureau. Uiteindelijk moet de dienstverlening ten behoeve van de projecten (van partners) leiden tot dekking van de kosten van de uitvoeringsorganisatie. Dit vergt een voortvarende acquisitie van projecten. In het tweede en derde jaar is er sprake van een exploitatietekort. Deze kan eventueel worden opgevangen door te variëren met de inzet van Founding Partners. Tot de vaste kosten worden ook de kosten voor de Kennismakelaars gerekend.

Er wordt vanuit gegaan dat de meeste partijen die momenteel het Zoet-Zout Knooppunt financieel dragen dit ook de komende jaren willen doen, met een budget dat enigszins vergelijkbaar is per regio (Zeeland, Noord-Holland, Friesland/Groningen). Naast de steun voor de oprichting en exploitatie in het eerste jaar kan Fryslân de middelen voor het Kenniscluster ook gebruiken voor het aanjagen van projecten. Die bijdrage wordt in de loop der jaren afgebouwd, in de veronderstelling dat projecten gaandeweg via andere geldstromen/donoren worden gefinancierd. Met de voorgestelde aanpak wordt een

hefboom-effect verwacht. Met de investering van € 900.000 zou over een periode van 4 jaar een projectportfolio van € 7 miljoen gerealiseerd kunnen worden. Begroting 1e jaar

Ontwikkeling vaste kosten 2023-2026

Prognose investeringen door partners en projectfinanciering

Prognose ontwikkeling projecten portfolio

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=71096973-c51b-43b9-a157-2b0f9ecc163b