CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Uitvoeringsplan SEAP 3 2026-2028

Gemeenteraad Waadhoeke 29 januari 2026, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Regiodeal projecten - SEAP 316.278 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

WWW.HETGOUDVANNOORDWEST.NL

Het Goud van Noordwest SEAP III 2026 - 2028

Programmateam Het Goud van Noordwest Oktober 2025

Inhoudsopgave Inleiding rapport derde planperiode Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP3)

3

Trends en ontwikkelingen met impact op de regionale economie van Noordwest-Friesland

4

Businesscase 1 : MKB Dienstverlening

5

Businesscase 2 : Innovatietafels

7

Businesscase 3 : Ondernemers- & mentorprogramma

9

Businesscase 4 : AgriFood Hub

11

Businesscase 5 : Maritieme Hub

12

Inleiding voor businesscase 6 en 7

14

Businesscase 6 : Verduurzaming bedrijventerreinen

15

Businesscase 7 : Versterken organiserend vermogen bedrijventerreinen

19

Businesscase 8 : Regiomarketing

22

Businesscase 9 : Toeristische Regiomarketing / Visit Noardwest Fryslan

26

Businesscase 10 : Leren en werken in je eigen regio

28

Businesscase 11 : Regionale arbeidsmarktbehoefte

32

Businesscase 12 : Werkcarrousels per sector

35

Businesscase 13 : Actualisering plan arbeidsmigranten

36

Businesscase 14 : Talenten in de regio behouden

38

Communicatie SEAP III

40

Governance SEAP III

43

Begroting SEAP III

44

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

2

Inleiding rapport derde planperiode Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP III) Met dit rapport wordt de start van de derde uitvoeringsfase van het Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) aangekondigd voor de gemeenten Waadhoeke, Harlingen en Leeuwarden (inclusief Stiens/Mantgum). Het in 2020 gestarte SEAP kent een looptijd van tien jaar en is vanaf 2024 geïntegreerd in de Regio Deal-programma’s, gericht op versnelling van de doelstellingen door aanvullende financiering. Sinds deze integratie participeert tevens het buitengebied van Leeuwarden, waardoor SEAP tot en met 2028 de gehele regio Noordwest-Friesland omvat. Om het SEAP actueel en wendbaar te houden, worden periodiek concrete uitvoeringsprogramma’s opgesteld, geëvalueerd en waar nodig bijgesteld voor periodes van twee à drie jaar. Na de eerste (2022-2023) en tweede fase (2024-2025), volgt met SEAP III de periode 2026-2028, waarbij wordt aangesloten op de looptijd van de Regio Deal tot en met 31 december 2028. Na deze periode zal SEAP 4 zijn opwachting maken. Het is van belang dat vroegtijdig naar financiering wordt gezocht om de continuïteit van de het Sociaaleconomisch Actieprogramma te behouden.

De belangrijkste opgave voor deze derde planperiode betreft het ontwikkelen en bestendigen van businesscases, zodat de beoogde economische groei binnen drie jaar wordt gerealiseerd en de businesscases duurzaam kunnen worden verankerd binnen de reguliere programma’s van de triple helix-partners. Daarnaast zijn er samenwerkingskansen op andere programmalijnen van de regiodeal, met name op het gebied van landbouw en het klimaatlandschap en energiefonds. Bij de uitvoering van SEAP III zal het programmateam actief de verbinding zoeken. Hoewel het SEAP formeel niet eindigt in 2028, is de ambitie maximaal resultaat te behalen richting dat jaar. SEAP III is gebaseerd op de actualisatie en verdere uitwerking van SEAP II, met de voortgangsrapportage van het programmateam als voornaamste bron. Naast de reeds doorgevoerde integratie van de sector Recreatie & Toerisme via “Het Goud van Noordwest”, zijn er geen ingrijpende beleidswijzigingen voorzien, wat bijdraagt aan de continuïteit van het SEAP-beleid. Inzichten uit de eindrapportage van SEAP II kunnen worden toegevoegd aan het SEAP III programma, want het is een organisch proces. Wel ondergaan de businesscases enkele wijzigingen: zo worden twee nieuwe businesscases geïntroduceerd, namelijk MKB-Dienstverlening (BC 1) en Arbeidsmarktbehoefte (BC 9).

MKBDienstverlening neemt de plaats in van de businesscase “Kennismakelaars en aanjagers”, terwijl Arbeidsmarktbehoefte de businesscase “Verbeterde afbouw arbeidsmarkt” vervangt, met een brede focus op alle relevante doelgroepen binnen de regionale arbeidsmarkt. SEAP III treedt in werking per 1 januari 2026; tot die tijd blijft het huidige programma volledig van kracht. In het voorjaar van 2026 volgt de publicatie van de eindrapportage van SEAP II. Jaarlijks stelt het programmateam een voortgangsrapportage op. Tevens worden per 1 januari 2026 wijzigingen van personen van de SEAP-bestuurstafel doorgevoerd. Vertegenwoordiging van de overheid geschied door de wethouders EZ van deelnemende gemeenten, maar onderwijs en ondernemers zijn in beginsel aan zet om de vertegenwoordiging aan de bestuurstafel voor hun vertegenwoordiging te organiseren. Het rapport bevat veertien businesscases, verdeeld over drie programmalijnen: Innovatie en Ondernemerschap, Versterken Woon- en Vestigingsklimaat en Onderwijs en Arbeidsmarkt. Daarnaast is er aandacht voor communicatie, budget, governance en relevante trends en ontwikkelingen. Het programmateam, Jeroen de Boer (Ondernemers) Baukje Postma (Overheid) Harry Hoefakker (Onderwijs) Gea Iedema (Ondersteuning en communicatie)

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

3

Trends en ontwikkelingen met impact op de regionale economie van Noordwest-Friesland Dit hoofdstuk beschrijft enkele relevante ontwikkelingen die naar verwachting de komende jaren invloed zullen hebben op de regionale economie. Daarom wordt hier binnen SEAP III aandacht aan besteed. Hoewel sommige ontwikkelingen buiten de scope van SEAP III vallen, wordt waar mogelijk aangegeven wat de potentiële consequenties zijn voor de regio. Indien passend bij de schaal en werkwijze worden deze thema’s verwerkt in de businesscases. De volgorde van de onderwerpen is willekeurig. Energietransitie Volgens het International Energy Agency zullen hernieuwbare bronnen (wind, zon, bio-energie en kernenergie) in de toekomst een grotere rol spelen in de mondiale energievraag. Er wordt verwacht dat de vraag naar fossiele brandstoffen vóór 2030 een piek bereikt en daarna afneemt. Nederland heeft als doelstelling om in 2050 klimaatneutraal te zijn en in 2035 een vrijwel CO₂-vrij elektriciteitssysteem te realiseren. Regionale initiatieven richten zich op uitbreiding van infrastructuur, ruimtegebruik en internationale samenwerking, waaronder investeringen in energiehubs, warmtenetten en industrieterreinen. Het kabinet streeft ernaar om tegen 2030 ten minste 500 energiehubs te realiseren met behulp van slimme infrastructuren.

Stikstofproblematiek De stikstofproblematiek betreft de negatieve effecten van overmatige uitstoot en neerslag van stikstofverbindingen, zoals ammoniak (NH₃) en stikstofoxiden (NOₓ), in het milieu. Dit vraagstuk speelt in Nederland en andere Europese landen; Nederland heeft naar verhouding de hoogste stikstofbelasting per hectare in de EU, mede door intensieve landbouw en exportgerichte veeteelt. Oorzaken zijn onder meer hoge veedichtheid, bedrijvigheid, en gevoelige natuurgebieden nabij economische activiteiten. Mogelijke maatregelen omvatten kringlooplandbouw, reductie van de veestapel, technologische oplossingen als luchtwassers, uitkoop van bedrijven nabij natuurgebieden, snelheidsbeperkingen en beperkingen op bouwprojecten. Het beleid heeft impact op verschillende betrokken partijen. Wereldwijde handelsspanningen Handelsspanningen kunnen gevolgen hebben voor regionale economieën, met name wanneer deze afhankelijk zijn van externe markten. De impact varieert per situatie, sector en land. Handelsspanningen kunnen handelsstromen verstoren, waardoor export of import bemoeilijkt wordt en toeleveringsketens worden beïnvloed. Sectoren die sterk leunen op export of import zijn extra gevoelig voor veranderingen in tarieven of handelsbelemmeringen. Dit kan leiden tot hogere kosten, verminderde concurrentiepositie en wijzigingen op de arbeidsmarkt.

AI-automatisering: slim werken Kunstmatige intelligentie (AI) wordt ingezet om processen te automatiseren die doorgaans menselijke inspanning vereisen, uiteenlopend van eenvoudige taken tot complexe data-analyse en besluitvorming. Dit heeft als doel efficiëntie en nauwkeurigheid te verbeteren en kosten te reduceren. In bedrijfsprocessen leidt AI tot snellere reacties op marktveranderingen en klantbehoeften. Door automatisering kunnen medewerkers zich richten op strategische werkzaamheden. Voorbeelden zijn chatbots in klantenservice en voorspellend onderhoud in productieomgevingen. Digitale marketing Digitale marketing maakt gebruik van online kanalen en tools om doelgroepen te bereiken, te binden en te converteren. Dit omvat zoekmachineoptimalisatie, e-mailcampagnes, sociale media, advertenties en data-analyse. Digitale marketing kenmerkt zich door datagedreven en gepersonaliseerde benadering, waarbij platformen als Instagram, LinkedIn, Facebook en TikTok frequent gebruikt worden. Marketing automation tools ondersteunen bij het automatiseren van campagnes en klantinteractie.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

4

Technologische innovaties Technologische innovaties zijn nieuwe of verbeterde technologieën die ingrijpende veranderingen veroorzaken in werk, leven en probleemoplossing. Voorbeelden: a. Kunstmatige Intelligentie & Machine Learning (o.a. chatbots, zelfrijdende auto’s, medische toepassingen) b. Biotechnologie & Genetica (gen-editing, bioprinting, gepersonaliseerde medicijnen) c. Duurzame Energie & Klimaattechnologie (zonnepanelen, elektrische voertuigen, waterstof, opslagtechnieken) d. Internet of Things & Slimme Apparaten (slimme thermostaten, 5G, edge computing) Opkomst resultaatgericht werken Resultaatgericht werken houdt in dat prestaties en output centraal staan, in plaats van aanwezigheid of gewerkte uren. De focus ligt op het behalen van doelstellingen en producten, waarbij flexibiliteit en autonomie voor medewerkers worden gestimuleerd. Veranderende arbeidsmarkt De arbeidsmarkt ondergaat structurele veranderingen. Trends zijn onder meer: a. Automatisering en digitalisering zorgen voor verschuivingen in werkgelegenheid, met een afname van routinetaken en groei in functies gericht op data en IT. b. Toenemende flexibilisering uit zich in meer tijdelijke contracten, zzp’ers en hybride werkvormen. c.

Levenslang leren en bijscholing worden belangrijker door technologische ontwikkelingen en veranderende eisen aan vaardigheden, waarbij soft skills naast technische kennis noodzakelijk zijn.

Businesscase 1 : MKB Dienstverlening1 : MKB Dienstverlening Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

5

Businesscase 1

Datum

30-10-2025

MKB Dienstverlening

Versie

04

Programmalijn

Programmaleider

Jeroen de Boer

Innovatie & Ondernemerschap

Achtergrond en probleemstelling o

Het midden- en kleinbedrijf (mkb) vormt het overgrote merendeel van de Nederlandse bedrijven en is verantwoordelijk voor ruim 70% van de werkgelegenheid. Het mkb is de motor van de economie, maar staat voor ingrijpende uitdagingen. Transities op het gebied van digitalisering, verduurzaming, arbeidsmarkt, en circulair ondernemen vragen veel van ondernemers, terwijl een groot deel van het mkb onvoldoende verandervermogen heeft om hierin mee te bewegen.

o

De huidige publieke ondernemersdienstverlening is complex en versnipperd. Ondernemers zien door de bomen het bos niet meer, omdat er veel verschillende regelingen, initiatieven en dienstverleners zijn. Deze fragmentatie belemmert de effectiviteit en het bereik van de ondersteuning.

o

In de regio Noordwest Friesland is het aandeel van het mkb nog groter dan het landelijke gemiddelde. De noodzaak om deze uitdagingen aan te pakken is daarmee nog groter voor het welzijn van deze bedrijven en de algemene staat regionale van de economie.

Doelstelling Samen met de betrokken partijen in het MKB in al zijn diversiteit ondersteunen en stimuleren bij de grote en kleine veranderingen (zie hiervoor Trends & Ontwikkelingen). Het gaat dan om het vergemakkelijken of ondersteunen van bedrijven in hun activiteiten door het bieden van advies, kennis, tools en het creëren van gunstige omstandigheden zoals innovaties, shared services, exportmogelijkheden en subsidies voor het bedrijfsleven. Dit alles om de uitvoeringkracht binnen het mkb te vergroten en samenwerking binnen ondernemerskringen te stimuleren. Resultaat en afbakening Het resultaat is een vraag gestuurd, samenhangend en efficiënte opzet van ondernemersdienstverlening waarin regionale en lokale partijen samenwerken om ondernemers in het mkb te ondersteunen. Ondernemers hebben : o

Laagdrempelige toegang tot relevante informatie en ondersteuning

o

Betere aansluiting bij hun behoeften

o

Meer houvast bij belangrijke transities zoals digitalisering.

Aanpak en planning De komende planperiode 2026-2028 worden de volgende activiteiten uitgevoerd, dan wel doorontwikkeld: 1) In kaart brengen van ondernemersverenigingen en mkb-samenwerkingsverbanden. 2) Afstemming mkb-dienstverlening met regionale ondernemersloketten. 3) Opbouwen datafundament voor structurele dienstverlening. 4) Kennisvergroting en -deling samen met ondernemers. 5) Ontwikkelen model voor ondersteuning aan ondernemersverenigingen.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

6

1) Binnen de regio Noordwest-Friesland zijn op diverse niveaus samenwerkingen van ondernemers te vinden al dan niet in verenigingsverband. Voor een goede connectie met deze groepen is het allereerst noodzakelijk om te bepalen welke groepen dit zijn, op welk niveau er sprake is van samenwerking en de afweging te maken of het zinvol is om deze groep te benaderen. Hier kan worden gelinkt met bij BC 6 over het versterken van het organiserend vermogen van Bedrijventerreinen. 2) Op dit moment zijn er diverse loketten waar ondernemers zich kunnen melden voor dienstverlening. De gemeenten Harlingen, Waadhoeke en Leeuwarden hebben allen een loket voor ondernemers, maar ook op provinciaal niveau kan men terecht voor eerstelijnshulp bij Ynbusiness. Voor een optimale dienstverlening is het noodzakelijk om in kaart te brengen welke partij opgesteld staat voor de juiste dienstverlening. 3) Voor structurele dienstverlening aan ondernemers is het noodzakelijk om te beschikken over de juiste en actuele data van ondernemers. De opbouw van deze datahuishouding zal moeten geschieden uit beschikbare bronnen zoals het KVK. Daarnaast is het belangrijk om een afweging te maken welke data gewenst is met het oog op AVG/GDPR-wetgeving en samenwerking met andere ondernemersloketten.

4) Door de altijd veranderende en dynamische omgeving is het cruciaal om flexibel te zijn, nieuwe vaardigheden te leren, bedrijfsprocessen aan te passen, te innoveren, enz. 5) Voor connectie met ondernemers(verenigingen), nu en in de toekomst, is het noodzakelijk om blijvend met deze partijen te communiceren. Bij het ondersteunen op lange termijn van deze partijen is de connectie daarmee in feite veiliggesteld. Gesprekken met ondernemerscollectieven zullen moeten uitwijzen welke dienstverlening gewenst zijn om de connectie zo goed als mogelijk te houden. Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 48.000 gereserveerd. Organisatie en omgeving Bij de uitvoering, afstemming en planning van deze businesscase zijn de volgende partijen betrokken: Intern: ∙ Periodiek overleg met het programmateam. ∙ Bestuurstafel. Overleg met de bestuurders van de overheid, onderwijs en ondernemers (overleggen: 3x per jaar). ∙ Ambtenaren EZ gemeenten Waadhoeke, Harlingen en Leeuwarden ∙ Ambtenaren t.b.v. ontsluiten data van gemeenten Extern: ∙ Ynbusiness. ∙ Ondernemersvereniging CCNWF (regionaal aansluitend) ∙ Diverse ondernemersverengingen ∙ KVK ∙ Stichting Friese Ondernemers Stem Risico’s Versnippering van data bij verschillende loketten, noodzaak voor afstemming.

Onduidelijkheid over positie van deze businesscase en voortgang van de dienstverlening aan MKB bij beëindiging van het programma.

Businesscase 2 : Innovatietafels Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

7

Businesscase 2

Datum

30-10-2025

Innovatietafels

Versie

04

Programmaleider

Jeroen de Boer

Programmalijn

Innovatie & Ondernemerschap

Achtergrond en probleemstelling In de regio NW-Friesland worden door het bedrijfsleven aantoonbaar minder succesvolle innovaties doorontwikkeld in producten en/of diensten ten opzichte van andere delen van Friesland en/of de rest van Nederland. Ondanks financiële stimulatie voor innovatie door de (provinciale) overheid blijven ondernemers in de regio achter. Er is dus behoefte voor meer Innovatie. Om dit te verbeteren is besloten om bedrijven te faciliteren met de ontwikkeling van innovatietafels, waarbij vooral kleine MKB-bedrijven profiteren. Doelstelling Het organiseren en begeleiden van innovatietafels met als doel het aantal succesvolle innovaties van bedrijven in de regio te vergroten. Naast initiëren en/of begeleiden van innovatietafels wordt ook aandacht besteed aan de katalysatoren van innovatie door faciliterend op te treden bij vragen over en aanvragen van subsidie. Resultaat en afbakening De innovatietafels leiden tot concrete innovatieprojecten binnen sectoren als landbouw, maritiem, techniek en bouw. De focus ligt op MKB-bedrijven in NW-Friesland. Pilots en prototypes worden ontwikkeld binnen de tafels door samenwerking tussen ondernemers, onderwijs en ondersteunende organisaties. Hierin neemt in aanvang het programmateam een leidende rol om de innovatietafel te organiseren.

Het project richt zich niet op grootschalige R&D van multinationals, maar op regionale samenwerking en praktische innovaties in het mkb. Per kalenderjaar van de planperiode zullen over diverse sectoren een minimum van tien innovatietafels worden opgestart en begeleid. Aanpak en planning De input voor innovatietafels komt voort uit gesprekken met ondernemers, waarbij problemen en dromen worden vertaald naar innovatievraagstukken. Het programmateam zal voor de komende periode zelf ook actief op zoek gaan naar nieuwe mogelijkheden voor innovatietafels. In de afgelopen twee jaar zijn de volgende innovatietafels gestart. ∙

Duurzame gewasbescherming

(actief)

∙

Bodem vitaliteit

(actief)

∙

Mestcontainer

(gestopt)

∙

Korte keten landbouw

(actief)

∙

Elektrisch varen

∙

Spuitnevel

∙

Schaduwdraaien

(actief) (actief) (actief)

Voor de komende planperiode van SEAP III is een intensivering van het aantal innovatietafels voorzien. Hieraan zal door het programmateam extra aandacht worden gegeven om het aantal tafels minimaal met tien per jaar uit te breiden. Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 60.000 gereserveerd. Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

8

Organisatie en omgeving Bij de uitvoering, afstemming en planning van deze businesscase zijn de volgende partijen betrokken: Intern: ∙

Overleg aanjagers

∙

Projectleider Jeroen de Boer en XL-programmateam

∙

SEAP-Bestuurstafel

∙

Ambtenaren duurzaamheid/economie/landbouw van gemeenten

Extern: ⋅

Ynbusiness

⋅

WRK.frl

⋅

Pastiel / Empatec / Groeituin

⋅

MBO- en HBO-scholen in Friesland

⋅

Vereniging Circulair Fryslân

⋅

Ondernemers in techniek, economie, groen en maritiem

Risico’s Innovatietafels welke tot nu toe zijn uitgevoerd of nog in uitvoering zijn laten de volgende risico’s zien die voortgang belemmeren:

⋅

Beperkte deelname of betrokkenheid van ondernemers.

⋅

Onvoldoende financiële middelen om innovatietrajecten te ondersteunen.

⋅

Vertraging bij uitvoering door afhankelijkheid van externe partijen.

Businesscase 3 : Ondernemers- & mentorprogramma Businesscase 3

Datum

30-10-2025

Ondernemers- & mentorprogramma

Versie

04

Programmalijn

Programmaleider

Jeroen de Boer

Innovatie & Ondernemerschap

Achtergrond en probleemstelling In de regio Noordwest-Friesland zijn MKB-bedrijven gemiddeld kleiner van omvang dan elders in Friesland en Nederland. Dit geldt zowel voor de financiële bedrijfsomvang als voor het aantal personeelsleden. Hierdoor rust een brede verantwoordelijkheid op de ondernemer of een manager om over voldoende kennis te beschikken op alle facetten van het ondernemerschap. Er is een duidelijke behoefte aan structurele kennisontwikkeling en begeleiding. Ondernemers hebben veel vragen over hoe ze AI structureel kunnen inzetten voor hun bedrijf en hebben moeite om het gebruik van AI van ‘incidenteel’ om te zetten naar een strategie voor AI binnen de onderneming. Sommige ondernemers ervaren problemen in de bedrijfsvoering en kunnen over een langere periode hulp of een klankbord gebruiken van een andere ondernemer.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

9

Doelstelling Ondernemers faciliteren door hen te voorzien van relevante kennis en scholing, zodat zij hun ondernemerschap verder kunnen versterken. Het faciliteren van kennis kan zowel in groepen als via een één-op-één benadering zijn. Resultaat en afbakening Ontwikkeling en uitvoering van kennisprogramma’s gericht op zowel ervaren als startende ondernemers. Voor bestaande ondernemers krijgt het eerder succesvolle trainingsprogramma ‘miniMaster voor toekomstbestendig ondernemen’ een structureel vervolg. Daarnaast zal ook het programma ‘Ondernemersprogramma voor starters’ een vervolg krijgen na een succesvolle eerste editie onder de vleugels van het Sociaal Economisch Actieprogramma. Van beide programma’s worden ieder kalenderjaar minimaal 2 series georganiseerd. De bijeenkomsten ‘AI in JOUW bedrijf’, die in 2025 voor het eerst zijn georganiseerd, krijgen een vervolg. Naast de informerende bijeenkomsten wordt er ook ingezet op speciale AI-Innovatietafels om ondernemers langere tijd te begeleiden om een succesvolle strategie voor AI te ontwikkelen en ze te begeleiden om AI binnen het bedrijf te implementeren. De bijeenkomsten voor ‘AI in JOUW bedrijf’ worden minimaal 4 keer per jaar georganiseerd. Aanpak en planning Ieder jaar zullen er twee edities van zowel het miniMaster programma, als ook het Ondernemersprogramma voor Starters worden georganiseerd.

Hierbij kan worden besloten om het miniMaster-programma voor bestaande ondernemers, indien wenselijk, voor een specifieke branche wordt georganiseerd. Deze bijeenkomsten worden georganiseerd in de trainingsruimte van Het Goud van Noordwest. Het Ondernemersprogramma voor Starters wordt op verschillende locaties georganiseerd. Binnen het programma is er per half jaar in principe onbeperkt ruimte voor geïnteresseerde deelnemers. Ondernemers die recent gestart zijn, of denken aan het starten van een bedrijf, nemen deel aan het trainingsprogramma. Om aan de noodzaak voor sommige ondernemers tegemoet te komen voor één-op-één begeleiding van specifieke ondernemers, is gekozen om aan te sluiten bij het REO-programma van Ynbusiness. REO staat voor Raadgevend Ervaren Ondernemer en is een bestaand programma die ondernemers die hulp zoeken langere tijd bij te staan en te coachen op één of meerdere vlakken van het ondernemerschap. De regie voor dit traject ligt volledig bij de hulp vragende ondernemer en kan dus als eerste lijn hulp worden aangeboden aan ondernemers in de regio. Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 120.000 gereserveerd. Organisatie en omgeving Bij de uitvoering, afstemming en planning van deze businesscase zijn de volgende partijen betrokken: Intern: ⋅ ⋅

Programmateam SEAP-Bestuurstafel

⋅ ⋅ ⋅ ⋅

Ynbusiness Rabobank Vizier Friesland Humain’r AI in Leeuwarden

Extern:

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

10

Risico’s Veel ondernemers zijn geïnteresseerd in training en begrijpen het belang, maar daadwerkelijk gebruik maken van mogelijkheden tot opleiding op ondernemersvraagstukken vraagt flinke inspanningen om ‘de klas te vullen’. Businesscase 4 : AgriFood Hub

Businesscase 4

Datum

30-10-2025

AgriFood Hub

Versie

04

Programmaleider

Jeroen de Boer

Programmalijn

Innovatie & Ondernemerschap

Achtergrond en probleemstelling Voor de regio Noordwest-Friesland is de agrarische sector beeldbepalend en een belangrijke stuwende sector voor de economie. De verwerkende industrie en apparatenbouw voor deze industrie is daarnaast ook van wezenlijk belang. Gelet op het belang van de ‘AgriFood’-sector in NoordwestFriesland is er speciale aandacht voor deze sector in het programma. Doelstelling Oprichten en onderhouden van een platform voor samenwerking binnen het AgriFood cluster. Binnen dit cluster is wordt er aandacht besteed aan nieuwe technieken in stimulatie van gewas, opzet van een groter aandeel van verkoop in korte ketens en een opzet van een Groenlyceum. Resultaat en afbakening Binnen de businesscase AgriFood Hub ligt de focus met name op het uitbreiden en vergroten van een aantal bestaande innovatietafels. Voor het ontwikkelen van de AgriFood Hub is gekozen om in te zetten op een kennisnetwerk. Hiervoor is het noodzakelijk om ondernemers uit de sector met het programma kennis te laten maken en hieraan te binden. Via de uitdagingen die voor de agrarische sector aanwezig zijn voor de toekomst wordt samenwerking opgezocht om juist op deze thema’s te komen tot een kennisnetwerk. Het kennisnetwerk is dan de aanzet als Agrarische Hub voor Noordwest-Friesland. Bewust wordt het kennisnetwerk niet opgezet met elementen uit de reguliere landbouw of veehouderij.

Binnen de agrarische sector is op deze elementen al ontzettend veel kennis aanwezig die ook nog eens via een groot aantal loketten wordt aangeboden. Inzet op deze kennis zou geen waarde toevoegen en daarmee inefficiënt zijn. Aanpak en planning In 2025 zijn diverse lopende initiatieven zoals innovatietafels al uitgebreid. Deze zullen verder worden ontwikkeld met een wetenschappelijke maatstaf hier aan toegevoegd voor betere monitoring van resultaten. Eind 2026 worden hier de eerste resultaten van verwacht. Voor de Korte Keten wordt de start van het collectieve Korte Keten initiatief in 2026 verwacht. Een groep van ongeveer 15 tot 20 agrarisch ondernemers hebben zich enthousiast getoond om gezamenlijk meer omzet uit de korte ketens in Noordwest-Friesland te genereren. Hierbij worden alle mogelijke varianten van verkoop in de korte keten gezamenlijk aangesproken om de financiële resultaten te verbeteren voor de deelnemers. Met Aeres (MBO Leeuwarden) wordt geprobeerd een doorlopende leerlijn voor leerlingen te creëren. Deze opleiding heeft een ‘groen’-profiel en zal leerlingen in de regio houden voor 6 jaar vanaf de eerste klas van het voortgezet onderwijs. Deze opleiding, of het Groenlyceum, zal een samenwerkingsverband zijn tussen Aeres en de AMS. Leerlingen doen bij een doorlopende leerlijn geen examen voor VMBO TL of Havo, maar met een MBO niveau-4 diploma.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

11

Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 96.000 gereserveerd. Organisatie en omgeving Bij de uitvoering, afstemming en planning van deze businesscase zijn de volgende partijen betrokken: Intern: ⋅

Aanjager landbouw / Beleidsadviseur landbouw gemeente Waadhoeke

⋅

Ambtenaren duurzaamheid gemeenten

⋅

Ynbusiness

⋅

Provincie Fryslan

⋅

VO-scholen in de regio

⋅

MBO / Aeres

⋅

(Agrarische) Ondernemers

Extern:

Risico’s Het inzetten op een volledige AgriFood Hub kan een te grote opgave blijken te zijn. Alleen al binnen de ‘Agri’ zijn er tal van elementen waaronder Landbouw, veehouderij en tuinbouw. Binnen deze categorieën lopen biologische teelten of -veehouderij en zijn er reguliere methoden. Dit diverse pallet zorgt voor een enorme verscheidenheid aan uitdagingen welke wellicht moeilijk in één cluster onder te brengen zijn.

Businesscase 5 : Maritieme Hub Businesscase 5

Datum

30-10-2025

Maritieme HUB

Versie

04

Programmalijn

Programmaleider

Jeroen de Boer

Innovatie & Ondernemerschap

Achtergrond en probleemstelling De maritieme sector is van groot belang voor de economie van Noordwest-Friesland. Maritieme maakbedrijven werken in ketens en profiteren van de zeehaven in Harlingen met goede verbindingen naar binnenhavens in en buiten Friesland. Daarom krijgt deze sector speciale aandacht in het programma. Doelstelling Oprichten en onderhouden van een platform voor samenwerking binnen het maritieme cluster. Resultaat en afbakening Tijdens deze planperiode van het SEAP zal het Maritieme Cluster moeten groeien en het belangrijkste Maritieme Cluster moeten worden voor Noord-Nederland. In onze regio zijn alle ingrediënten aanwezig om dit te bewerkstelligen. Naast fysieke factoren zoals een zeehaven zijn ook de banden met het maritieme onderwijs (VMBO-MBO-HBO) sterk aanwezig. Harlingen zal op korte termijn een centrale rol gaan spelen in het maritiem cluster met een bovenregionale scope.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

12

Aanpak en planning In SEAP II is een start gemaakt met de vorming van een maritieme HUB, ofwel een Maritiem cluster. Verschillende entiteiten hebben hierin hun energie gestoken, te weten: Stichting Maritieme Erfgoed Alliantie, Maritieme Academie Harlingen, Stichting Kom aan Boord en de persoon Klaas Kielstra die een circulaire agenda ontwikkeld genaamd Circulair Maritiem Programma. Het Maritiem Cluster wordt samen voor de komende jaren vormgegeven en voorzien van een passende agenda. Deelnemende entiteiten richten zich op een uitwisseling van kennis, doorspelen van opdrachten en vergroten van aantrekkingskracht voor maritieme bedrijven in de regio en dit alles via een centrale coördinatie. Het Maritieme Cluster zal in Harlingen gevestigd worden. Bij de opzet van het cluster wordt gewerkt aan een bovenregionale uitstraling naar bedrijven en instellingen. Binnen de opzet van het maritieme cluster wordt de provincie / IPF aangesproken om aan te sluiten bij de maritieme clustering van kennis, bedrijven en de inzet op circulariteit en duurzaamheid binnen de sector. Vanuit de provincie / IPF wordt ingezet op een sterke maritieme sector voor de hele provincie. De opzet van het maritieme cluster wordt daarom uitgevoerd in samenwerking met andere regio’s in Friesland en zelfs daarbuiten. Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 144.635 gereserveerd.

Organisatie en omgeving Bij de uitvoering, afstemming en planning van deze businesscase zijn de volgende partijen betrokken: Intern: ⋅ ⋅ ⋅ ⋅

Intern overleg aanjagers Periodiek overleg met het programmateam-XL (programmateam en alle aanjagers) SEAP-Bestuurstafel Ambtenaren cluster duurzaamheid/economie gemeenten

⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅ ⋅

Ynbusiness Innovatie Pact Fryslan Ondernemersverenigingen HSBA Provincie VO-scholen in de regio MBO- en HBO-scholen in Friesland Ondernemers in de regio (techniek, economie, maritiem)

Extern:

Risico’s Er zijn meerdere regio’s in Friesland die actief zijn voor het opzetten van een maritiem cluster. Hierdoor is snelheid op dit moment geboden om een centrale rol te pakken in de ontwikkeling, met namen richting het IPF / Provincie.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

13

Inleiding voor businesscase 6 en 7 Programmalijn Versterken woon- en vestigingsklimaat Bedrijventerreinen vormen de motor van de Nederlandse economie. Op slechts 3% van het landoppervlak wordt 40% van het bruto regionaal product verdiend en werkt 30% van de beroepsbevolking. Ze zijn daarmee cruciaal voor zowel het vestigingsklimaat als de samenleving. Tegelijkertijd zijn het plekken waar grote transities samenkomen: de energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, mobiliteit en de strijd om talent. Ondernemers en gemeenten beschikken vaak niet zelfstandig over de middelen en slagkracht om deze uitdagingen aan te pakken. Juist daarom is samenwerking essentieel. De eerste cyclus van het Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP II) heeft laten zien dat bewustwording groeit en dat al eerste concrete maatregelen zijn genomen. Tegelijk blijkt dat versnippering dreigt en dat een meer programmatische aanpak noodzakelijk is om de transities echt te versnellen. Met SEAP III bouwen we voort op deze basis. In lijn met het landelijk Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB) werken we integraal en programmatisch aan toekomstbestendige bedrijventerreinen. Als instrument gebruiken we daarbij het ambitie web waarbij de volgende thema’s aan de orde komen: energietransitie, materiaalgebruik, water en groen, omgevingskwaliteit, gezond en veilig en innovatie en groei.

Met twee samenhangende businesscases wordt daar uitvoering aan gegeven: 1. Businesscase 6: Verduurzaming van bedrijventerreinen (energie, groen, circulair) 2. Businesscase 7: Versterken van het organiserend vermogen bedrijventerreinen (samenwerking, fondsen, parkmanagement) Relevante feiten en aannames huidige situatie ∙ Op zeven bedrijventerreinen zijn er inmiddels gesprekken gevoerd met bijna 150 ondernemers en er zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd: ondernemers tonen bereidheid tot verduurzaming, maar missen vaak duidelijke kaders, gezamenlijke regie en praktische ondersteuning. ∙ Netcongestie vormt een directe rem op investeringen in zonne-energie, elektrificatie en verduurzaming van mobiliteit. Dit vraagt om collectieve oplossingen en afstemming met netbeheerders. ∙ Terreinen zijn vaak versteend, kwetsbaar voor wateroverlast/hittestress en missen biodiversiteit. ∙ Reststromen en materialen worden niet optimaal benut; veel waarde gaat verloren. ∙ Provinciale en landelijke regelgeving creëren zowel druk (strenger beleid, hogere eisen) als kansen (subsidies, stimuleringsregelingen), maar zijn voor het mkb complex en tijdrovend. ∙ De eerste cyclus van het actieprogramma heeft vooral gewerkt aan bewustwording en het initiëren van individuele maatregelen en eerste stappen op terrein-niveau.

Er is nog geen structurele programmatische aanpak die de regio als geheel vooruitbrengt en die de mogelijke synergie tussen terreinen onderzoekt en benut. ∙ De huidige organisatiegraad van ondernemers op bedrijventerreinen verschilt sterk. Op sommige terreinen is er een actieve vereniging, elders ontbreekt deze structuur volledig. Wat gaat er op dit moment niet goed en waarom is voortzetting nodig? Hoewel er energie en bereidheid is bij ondernemers en gemeenten, zijn er meerdere structurele knelpunten waardoor de noodzakelijke versnelling niet op gang komt: ∙

Gebrek aan een gedeelde visie en koers: er is nog geen gezamenlijk toekomstbeeld dat richting geeft aan investeringen en prioriteiten. Zonder dit beeld blijven acties versnipperd en ontstaat er onvoldoende samenhang tussen individuele initiatieven, collectieve trajecten en overheidsbeleid.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

14

∙ ∙

∙

∙

∙

Afhankelijkheid bepalende partijen: Bedrijven willen verduurzamen, maar lopen vast op infrastructuur (Liander), regelgeving en gebrek aan collectieve organisatie. Beperkte uitvoeringskracht: veel mkb-bedrijven hebben te weinig capaciteit, tijd en kennis om transities zelfstandig op te pakken. Ook gemeenten ervaren dat hun capaciteit beperkt is om elk terrein afzonderlijk intensief te ondersteunen. Samenwerking is niet structureel geborgd: hoewel de bereidheid tot samenwerking groeit, zijn er nog geen vaste structuren die partijen bij elkaar houden en gezamenlijke besluiten mogelijk maken. Toenemende urgentie en druk: Europese en nationale regelgeving scherpt de eisen voor CO₂reductie, circulariteit en klimaatadaptatie aan. Dit vergroot de druk op bedrijven en gemeenten. Tegelijkertijd worden middelen en fysieke ruimte schaarser, waardoor keuzes gemaakt moeten worden. Risico van verlies van momentum: de eerste cyclus heeft energie en vertrouwen opgeleverd. Als er nu geen vervolg en duidelijke structuur komt, bestaat het risico dat deze opgebouwde basis verwatert en partijen afhaken.

Daarom is nu een volgende projectfase nodig waarin de inzichten uit de eerste cyclus worden vertaald naar een heldere koers, gezamenlijke visie en concrete strategische doelen. Deze vormen het fundament voor een programmatische aanpak die niet alleen losse maatregelen mogelijk maakt, maar de regio in staat stelt om de noodzakelijke transities actief te managen en versnellen. In businesscase 6 ligt de nadruk op de thema’s energie, groen en circulair, een vervolg van de activiteiten van SEAP II. Businesscase 7 richt zich op de organisatiegraad die eigenlijk voorwaardelijk is voor het succes van businesscase 6. We streven naar één aanpak in samenwerking met het aanjaagteam van Samen Verduurzamen, Ynbusiness die het landelijke Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen Nederland uitvoert, de drie gemeenten van onze regio en overige stakeholders.

Businesscase 6 : Verduurzaming bedrijventerreinen Businesscase 6

Datum

30-10-2025

Verduurzaming bedrijventerreinen

Versie

04

Programmaleider

Baukje Postma

Programmalijn

Versterken woon- en vestigingsklimaat

Achtergrond en probleemstelling De bedrijventerreinen in Noordwest-Friesland staan voor ingrijpende transities die hun functioneren, inrichting en samenwerking sterk beïnvloeden: ∙

Energietransitie: de omschakeling naar een CO₂-neutraal en betrouwbaar energiesysteem, onder druk van netcongestie en stijgende energiebehoefte. ∙ Klimaatadaptatie en vergroening: noodzaak tot fysieke aanpassingen om wateroverlast, hittestress en verlies van biodiversiteit te voorkomen. ∙ Circulaire economie: het sluiten van grondstofketens en het creëren van ruimte voor circulaire bedrijvigheid. Bedrijventerreinen zijn gemiddeld goed voor 40% van het totale energieverbruik, bieden kansen voor zonnepanelen, betere isolatie, elektrificatie van wagenparken en afvalhergebruik. Het Goud van Noordwest wil ondernemers helpen hun bedrijven toekomstbestendig te maken. Samenwerking tussen bedrijven op terreinen kunnen dit verbeteren en deze verduurzamingskansen vergroten. Doelstelling De doelstellingen voor de komende drie jaar zijn als volgt geformuleerd.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

15

Hoofdoel: - Bedrijven op bedrijventerreinen toekomstbestendiger maken door te verduurzamen. Subdoelen: - Investeringen van bedrijven aanjagen in duurzame maatregelen. - Samenwerking op de bedrijventerrein vergroten op o.a. het gebied van energie, (netcongestie), groen en circulair. - Organisatiegraad verhogen waarbij het in de toekomst is makkelijker wordt overige thema’s te agenderen (zie BC 7). - Rollen en taken tussen Het Goud van Noordwest, gemeenten en provincie vastleggen in een uitvoeringsplan (zie BC 7). Doelen verduurzamen Voor het verduurzamen geldt dat ondernemers zelf besluiten nemen over de verduurzamingsmaatregelen, terwijl de overheid de kaders bepaalt: zij bepalen welke ruimte ondernemers krijgen, welke thema’s prioriteit hebben en welke middelen beschikbaar worden gesteld. Het is de taak van het aanjaagteam Samen Verduurzamen om ervoor te zorgen dat op de drie centrale thema’s daadwerkelijk voortgang wordt geboekt. Deze voortgang wordt zichtbaar gemaakt door de resultaten van de inventarisatieronde van 2024 te vergelijken met die van 2028. Energie -

-

Stimuleren van energiebesparing: reductie in energieverbruik op het bedrijventerrein de komende 3 jaar. De potentie in kaart brengen voor samenwerking tegen netcongestie. Stimuleren van opwekking en verbruik duurzame energie: meer zonnepanelen op de geschikte bedrijfsdaken en meer inzet door bijv. inzet accu’s. Stimuleren van collectieve energievoorziening: ontwikkelen van een lokaal energienet of energiehub waarmee een aantal bedrijven samenwerking in het gebruik van duurzame energie. Stimuleren van elektrificatie mobiliteit: adviseren over laadpunten en gemeenten bijstaan met advies.

Groen en klimaatadaptatie -

Hittestress tegengaan: aanleg van extra groen (bomen, gevelgroen, groenzones) op het terrein. Waterberging: waar nodig realisatie van wateropvang en infiltratievoorzieningen zodat extreme regenval kan worden opgevangen zonder schade of overlast. Biodiversiteit: aanleg van ecologische zones of natuurinclusieve inrichting waardoor meer soorten flora/fauna kan worden ondersteund. Groene inrichting openbare ruimte: herinrichting van parkeerplaatsen en bermen met klimaatadaptief groen.

Circulariteit -

Afvalreductie: vermindering van restafval op het bedrijventerrein door gezamenlijke inzameling en hergebruik. Circulaire samenwerking: opzetten van een circulaire hub of grondstoffenbank waar bedrijven materialen en reststromen uitwisselen. Duurzaam bouwen en renoveren: bij herontwikkeling van panden hergebruik van materialen stimuleren.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

16

Resultaat en afbakening Voor de komende drie jaar zijn we actief op de volgende bedrijventerreinen: 1. Sint Michaelsberch Winsum 2. Kie/West Franeker 3. Industrieterrein Oost Franeker 4. De Wissel Sint Annaparochie 5. Middelsee Stiens 6. Harlingen Haven 7. Harlingen Oostpoort 8. Dronrijp West 9. Berlikum 10. Franeker Zuid 11. Harlingen Hermes 12. Harlingen Koningsbuurt Er wordt voor elk bedrijventerrein een uitvoeringsplan gemaakt met daarin vastgesteld met de ondernemers, gemeente en overige stakeholders een toekomstbeeld en daarvoor benodigde acties. Primair ligt de nadruk op de thema’s energie, groen en circulair. Aanpak en planning Voor dit project zijn drie aanjagers actief op de bedrijventerreinen. Zij vormen het aanspreekpunt voor ondernemers met vragen over verduurzaming en vervullen de volgende taken: Informatie en advies: beantwoorden van vragen over duurzaamheidswetgeving, subsidies en onafhankelijke second opinions. Bijeenkomsten en netwerkondersteuning: organiseren van start- en vervolgbijeenkomsten met ondernemersverenigingen, gericht op kennisdeling en samenwerking. Individuele begeleiding en collectieve trajecten: voeren van intake- en vervolggesprekken, ondersteunen bij collectieve inkooptrajecten (bijv. zonnepanelen, warmtepompen), en begeleiden van gezamenlijke oplossingen zoals aanpak van netproblematiek.

Op bedrijventerreinen 1 t/m 7 heeft de inventarisatieronde al plaatsgevonden en zijn de eerste acties uitgezet. Energie: - Adviseren individuele bedrijven waar nog kansen en mogelijkheden liggen t.a.v. verduurzaming van pand, proces en vervoer. - Samenbrengen bedrijven waarbij collectieve oplossingen kansrijk zijn (zie doelen). - Dataverzameling en in kaart brengen individuelen en collectieve energieprofielen bij netcongestie. Groen en klimaatadaptatie: - Wensbeeld maken per terrein. - Overleggen met gemeenten en andere stakeholders over wat de mogelijkheden zijn en uitvoeren. Circulariteit - Adviseren individuele bedrijven waar nog kansen liggen. - Samenbrengen bedrijven waarbij collectieve oplossingen kansrijk zijn (zie doelen). Voor alle drie thema’s geldt: - Regie, rollen en taken afstemmen met gemeenten, Liander, Port of Harlingen en eventuele overige partijen. Dit is een onderdeel van het uitvoeringsplan. Voor bedrijventerreinen 8 t/m 12 - Startbijeenkomsten organiseren. - Inventarisatieronde, gesprekken ondernemers. Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028 17

In het uitvoeringsplan wordt ook een communicatieplan meegenomen en de activiteiten, zoals bijv.: is - Communiceren van een tijdlijn, met korte termijn perspectief en die van de lange termijn. Welke ontwikkelingen zijn er. - Diverse ontmoetingen met bedrijven; relatiebeheer. - Regelmatig bijeenkomsten organiseren; best practise laten zien bij een bedrijf in de regio of op bezoek met de bus buiten de regio of workshops met deskundigen etc. - Inzet diverse mediakanalen om aansluiting ondernemers te houden. Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 435.000 gereserveerd. Dit is inclusief het eenmalige bedrag van € 50.000 van Ynbusiness, afkomstig uit de SPUK-regeling Verduurzamen bedrijventerreinen. Organisatie en omgeving De doorontwikkeling van toekomstbestendige bedrijventerreinen in Noordwest-Friesland vraagt om een breed gedragen aanpak. De uitdagingen rond energie, klimaat, circulariteit en samenwerking zijn te complex voor één partij alleen. Succes is alleen mogelijk via intensieve samenwerking tussen publieke en private stakeholders. Sleutelspelers: Gemeenten en provincie bepalen beleidskaders, vergunningen en cofinanciering. Ondernemers en ondernemersverenigingen zijn de directe doelgroep en cruciaal voor uitvoering. Faciliterende en verbindende partijen: Netbeheerders, ondernemersverenigingen en regionale samenwerkingsverbanden (o.a.

PVB, RES Fryslân, FEA, FMF, VCF) spelen een belangrijke rol bij collectieve oplossingen en projectcoördinatie. Financiële instellingen kunnen investeringen versnellen met advies en passende constructies. Uitvoerende partijen: Marktpartijen zoals installateurs en adviseurs leveren praktische kennis en oplossingen. Brede schil: NGO’s, onderwijsinstellingen, omgevingsdiensten en media zorgen voor expertise, draagvlak, innovatie en communicatie. Om dit diverse speelveld effectief te benutten, is een gerichte strategie per stakeholdergroep nodig: structureel overleg en co-creatie met sleutelspelers, partnerschappen voor uitvoering, en proactieve communicatie met bredere stakeholders en media. Risico’s Algemeen / procesmatig: -Versnipperde betrokkenheid: ondernemers hebben uiteenlopende prioriteiten → kans dat collectieve aanpak onvoldoende van de grond komt. -Gebrek aan uitvoeringskracht: ondernemers (zeker mkb) en gemeenten hebben beperkte capaciteit om projecten uit te voeren. -Financieringsrisico: onvoldoende middelen of te complexe subsidieregelingen kunnen deelname beperken. -Afhankelijkheid stakeholders: projectresultaten hangen af van netbeheerders, financiers en overheden → vertraging mogelijk. Verlies van momentum: enthousiasme uit SEAP II neemt af als resultaten niet snel zichtbaar worden.

Energie -Netcongestie: beperkingen op het elektriciteitsnet vertragen investeringen in zonnepanelen, laadpalen en elektrificatie. -Onvoldoende schaal: te weinig bedrijven sluiten aan bij collectieve energievoorzieningen → businesscase energiehub komt niet rond. -Technische storingen / complexiteit: nieuwe technologieën (accu’s, lokale netten) brengen onzekerheden in betrouwbaarheid en beheer. -Onrendabele businesscases: hogere rente en stijgende kosten maken investeringen minder aantrekkelijk. Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

18

Groen en klimaatadaptatie -Ruimtegebrek: beperkte fysieke ruimte op bedrijventerreinen kan de aanleg van groen en waterberging hinderen. -Beperkte bereidheid ondernemers: groen en klimaatadaptieve maatregelen worden soms gezien als kostenpost zonder directe opbrengst. -Onderhoudsrisico: onvoldoende afspraken over beheer van groen en water → effectiviteit neemt af. -Vergunningen en regelgeving: procedures voor herinrichting en wateropvang kunnen tijdrovend zijn. Circulariteit -Gebrekkige samenwerking: uitwisseling van reststromen vraagt vertrouwen en coördinatie → risico dat bedrijven niet meedoen. -Logistieke en organisatorische uitdagingen: inzameling en verwerking circulaire stromen kan complex en duur zijn. -Kwaliteit en veiligheid: reststromen zijn niet altijd direct geschikt voor hergebruik → risico’s rond productkwaliteit of regelgeving. -Marktrisico: onvoldoende vraag naar secundaire grondstoffen → circulaire hub niet rendabel.

Businesscase 7 : Versterken organiserend vermogen bedrijventerreinen Businesscase 7

Datum

30-10-2025

Versterken organiserend vermogen bedrijventerreinen

Versie

04

Programmaleider

Baukje Postma

Programmalijn

Versterken Woon- en Vestigingsklimaat

Achtergrond en probleemstelling Zoals al eerder vermeld staan bedrijventerreinen voor grote maatschappelijke transities. Om deze opgaven succesvol aan te pakken, is samenwerking cruciaal. Toch ontbreekt op veel terreinen in Noordwest-Friesland een structurele vorm van organisatie en collectieve slagkracht. In de eerste cyclus van SEAP zijn ca. 150 bedrijven bezocht en de eerste maatregelen genomen. Dit heeft bewustwording en vertrouwen opgeleverd, maar ondernemers ervaren de transities als complex en versnipperd. Zonder gezamenlijke visie en programmatische aanpak blijven initiatieven kleinschalig en wordt de noodzakelijke versnelling richting 2030 en 2050 niet gehaald. Huidige situatie ∙ Op veel bedrijventerreinen is geen actieve ondernemersvereniging aanwezig. ∙ Er is nergens sprake van parkmanagement, waardoor structurele belangenbehartiging en uitvoering van collectieve projecten moeilijk van de grond komen. ∙ Alleen in Harlingen is recent een ondernemersfonds opgericht. Dit geeft Harlingen een duidelijke voorsprong: er is al een gezamenlijke financiële basis waarmee projecten mogelijk gemaakt kunnen worden. Harlingen kan daardoor als voorbeeld en leerlokaal dienen voor de overige terreinen in de regio. ∙ In Stiens is er een goede actieve ondernemersvereniging. ∙ In Sint Annaparochie is een ondernemersfonds, maar wordt vooral aangewend voor activiteiten in het centrum.

∙ In de gemeenten Waadhoeke kan de discussie onderzocht worden of een ondernemersfonds haalbaar is en kans van slagen heeft. Dit onderzoek richt zich met name op het draagvlak onder ondernemers en de mogelijke meerwaarde van zo’n fonds. Gevolgen van gebrek aan organiserend vermogen ∙ Initiatieven blijven versnipperd en missen schaalvoordelen. ∙ Collectieve projecten, bijvoorbeeld rond energievoorziening of vergroening, krijgen onvoldoende slagkracht. Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

19

∙ ∙ ∙

Geen duidelijke rolverdeling tussen ondernemers, gemeenten en andere partijen. Ondernemers lopen vast op complexe regelgeving, beperkte middelen en gebrek aan afstemming met gemeenten en netbeheerders. Gemeenten en provincie ervaren dat zij elk initiatief of vraag apart moeten ondersteunen, wat veel capaciteit vraagt.

Zonder versterking van het organiserend vermogen is het risico groot dat de noodzakelijke verduurzamingsopgaven (zie Businesscase 6) onvoldoende voortgang boeken. Het versterken van de samenwerking is daarmee een randvoorwaarde voor toekomstbestendige bedrijventerreinen. Doelstelling Hoofddoel: Structurele samenwerking en organisatiekracht is toegenomen op 12 bedrijventerreinen in NoordwestFriesland. Bedrijven en overheden werken op het terrein samen aan thema’s die relevant zijn voor beide partijen. Subdoelen: - Versnippering van activiteiten van Het Goud van Noordwest en de gemeenten tegengaan. - Werken aan verwachtingsmanagement: ondernemers weten wie wat doet, welke programma’s er zijn en hebben een helder beeld van wat ze kunnen verwachten. - Op alle 12 terreinen de randvoorwaarden voor een ondernemerscollectief gereed hebben in 2027 (vereniging, coöperatie, BIZ of id.) - Onderzoeken welke en of een ondernemersfonds voor de bedrijventerreinen in Waadhoeke ook een optie is met als voorwaarde voldoende draagvlak. - Eerste stappen naar parkmanagement op terreinen in de regio, met inzet kwartiermakers of parkmanagers. - Heldere rolverdeling vastgelegd in convenanten tussen ondernemers, Het Goud van Noordwest, gemeenten, provincie en strategische partners.

Resultaat en afbakening Op te leveren resultaten: - Opstellen van een uitvoeringsplan per bedrijventerrein met daarin de visie een uitvoeringsagenda voor de komende drie jaar en waarbij de rollen en taken tussen gemeenten (beleidsadviseurs, accountmanagers) en Het Goud van Noordwest (projectleider en aanjaagteam) zijn omschreven. - Ondernemers hebben duidelijk inzicht in wie waarvoor verantwoordelijk is (gemeente, Het Goud van Noordwest, provincie, andere partners). Versnippering en dubbel werk wordt voorkomen. - Op alle 12 terreinen zijn de randvoorwaarden aanwezig om een ondernemerscollectief te starten (vereniging, coöperatie, BIZ of vergelijkbaar) in 2027. - Resultaat opgeleverd van het onderzoeken of voor Waadhoeke en eventueel Stiens een ondernemersfonds wenselijk is. - Eerste kwartiermakers of parkmanagers benoemd die fungeren als aanspreekpunt voor gezamenlijke projecten. - Convenanten afgesloten waarin de samenwerking en rolverdeling structureel zijn vastgelegd. Kwaliteitscriteria: - Breed gedragen door ondernemers en overheid. - Duidelijke en werkbare rolverdeling, gecommuniceerd naar ondernemers. - Democratisch gelegitimeerde ondernemerscollectieven. - Financieel duurzaam en met toekomstperspectief. Niet inbegrepen in deze fase: - Volledige professionalisering van parkmanagement op alle terreinen (voorzien na 2028).

- Een regio breed ondernemersfonds (alleen onderzoek naar haalbaarheid Waadhoeke en Stiens).

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

20

Aanpak en planning In SEAP II zijn we met de businesscase verduurzamen bedrijventerrein al aan de slag geweest met 7 bedrijventerreinen. Hier komen 5 bedrijventerreinen bij en gaan we aan de slag met 12 bedrijventerreinen te weten: 1. Sint Michaelsberch Winsum 2. Kie/West Franeker 3. Industrieterrein Oost Franeker 4. De Wissel Sint Annaparochie 5. Middelsee Stiens 6. Harlingen Haven 7. Harlingen Oostpoort 8. Dronrijp West 9. Berlikum 10. Franeker Zuid 11. Harlingen Hermes 12. Harlingen Koningsbuurt Fase 1 – Voorbereiding en inventarisatie (2026) - Per bedrijventerrein opstellen van een uitvoeringsplan (inclusief 3-jaaragenda). - In kaart brengen van rollen, taken en bestaande activiteiten om versnippering tegen te gaan. - Onderzoek doen naar de haalbaarheid van een ondernemersfonds in Waadhoeke en Stiens (inclusief draagvlakmeting). - Startbijeenkomsten per terrein om ondernemers te informeren en draagvlak te creëren. Fase 2 – Oprichting structuren (2027) - Opstellen randvoorwaarden voor ondernemerscollectieven op alle 12 terreinen. - Begeleiden van oprichting ondernemerscollectieven (vereniging, coöperatie, BIZ of alternatief). - Presentatie onderzoeksresultaten Waadhoeke en Stiens, besluitvorming over eventuele vervolgstappen. Fase 3 – Eerste stappen parkmanagement (2027) - Benoemen van kwartiermakers of parkmanagers op enkele terreinen.

- Uitvoeren van gezamenlijke projecten vanuit het uitvoeringsplan. - Continu overleg tussen gemeenten en Het Goud van Noordwest om taken en verantwoordelijkheden te bewaken. Fase 4 – Borging en convenanten (2028) - Opstellen en ondertekenen van convenanten waarin de rolverdeling en samenwerking structureel is vastgelegd. - Evaluatie van de effectiviteit van de uitvoeringsplannen en collectieven. - Voorbereiden van de volgende fase: verdere professionalisering van parkmanagement en opschaling. De aanpak en planning zal per bedrijventerrein verschillend zijn. Dit wordt meegenomen in het uitvoeringsplan. Begroting Voor deze businesscase is voor de komende drie jaar € 30.000 gereserveerd. Organisatie en omgeving Kernpartners: Het Goud van Noordwest Gemeenten Harlingen, Waadhoeke en Leeuwarden IPF / Ynbusiness Provincie Fryslân Port of Harlingen en overige strategisch partners Ondernemers Programma Verduurzaming Bedrijventerreinen (PVB) als landelijke kennisbron en netwerk. Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

21

Rol- en taakverdeling Een belangrijk aandachtspunt is het helder vastleggen van wie welke rol pakt. Deze verantwoordelijkheid kan per thema verschillen: Gemeenten zijn leidend bij thema’s zoals bijv. schoon, veilig, heel en de uitbreiding van bedrijventerreinen etc. Het Goud van Noordwest kan de regie nemen op thema’s als duurzaamheid, samenwerking en innovatie, mits dit gebeurt in nauwe afstemming met gemeenten en ondernemers. Het maken van duidelijke afspraken is cruciaal om dubbel werk of misverstanden te voorkomen. Deze afspraken worden vastgelegd in convenanten per terrein. Belangen: Ondernemers zoeken gemak en meerwaarde, overheden willen duurzaamheid en structuur. Communicatie: Directe communicatie met ondernemers via bijeenkomsten en diverse communicatiekanalen.

Risico’s Kans/Impact

Beheersmaatregel

Weerstand ondernemers: onvoldoende draagvlak voor collectieve financiering

Hoog

Nadruk op voordelen, quick wins zichtbaar maken

Politieke risico’s: verschillen in prioriteit tussen gemeenten

Hoog

Vaste bestuurlijke overleggen en afspraken

Gebrek aan capaciteit: ondernemers en gemeenten hebben beperkte tijd

Middel

Inzet van aanjagers om ondernemers te ontzorgen en capaciteit te vergroten

Verlies van momentum als de opvolging te lang uitblijft

Middel

Actieve communicatie en relatiebeheer: ondernemers regelmatig informeren, succesverhalen delen en betrokken houden

Businesscase 8 : Regiomarketing Businesscase 8

Datum

30-10-2025

Regiomarketing

Versie

04

Programmaleider

Baukje Postma

Programmalijn

Versterken Woon- en Vestigingsklimaat

Achtergrond en probleemstelling Regiomarketing is een strategisch instrument dat ingezet wordt om een gebied te positioneren als een aantrekkelijke plek om te wonen, werken, ondernemen en recreëren. In een tijd van toenemende concurrentie tussen regio’s en een groeiende mobiliteit van mensen en bedrijven, speelt regiomarketing een cruciale rol in het aantrekken en behouden van inwoners, talenten en bedrijven. Vooral met de toenemende vergrijzing en personeelstekorten in bepaalde sectoren wordt het belangrijk om niet alleen nieuwe bewoners en werknemers aan te trekken, maar ook bestaande inwoners te binden.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

22

Ook onze regio staat voor de uitdaging om zich te positioneren in een sterk concurrerende markt. We willen onze unieke kwaliteiten op het gebied van wonen en werken op een effectieve wijze communiceren die recht doet aan onze identiteit maar tegelijkertijd inspeelt op de behoeften van verschillende doelgroepen, zoals jonge professionals, gezinnen en bedrijven. In SEAP II is er gewerkt aan de merkstrategie en identiteit. Deze wordt getoetst met bestuurders en met communicatiemedewerkers van onze top 50 bedrijven uit de regio, communicatiebureaus, communicatiemedewerkers van onderwijsinstellingen en culturele organisaties. Twee businesscases uit het SEAP II worden in deze businesscase geïntegreerd: 1. Businesscase 7B : Behoefteonderzoek. Deze businesscase had als doel: inzicht krijgen in de factoren die mensen en bedrijven aantrekken naar de regio Noordwest-Friesland en in de redenen waarom zij vertrekken. Dit zal in SEAP III gemonitord blijven en als input dienen voor eventuele bijsturing in de regiomarketing. 2. Businesscase 6A: Opstellen Acquisitiestrategie. Deze businesscase had als doel: De stuwende sectoren in Noordwest Friesland adequaat profileren en de aantrekkingskracht voor start-ups stimuleren. Bij de fase van de campagneontwikkeling wordt een strategie opgesteld voor diverse doelgroepen maar ook voor onze stuwende sectoren.

We blijven in nauwe samenwerking met Merk Fryslân/IPF die hetzelfde traject doorloopt voor de merkpositionering en marketing provincie breed. Doelstelling Hoofddoel: Onze regio positioneren als aantrekkelijk woon-, werk- en vestigingsgebied voor bestaande en nieuwe bewoners en bedrijven. Opschaling naar een meer integrale marketing voor wonen, werken, ondernemen naast toerisme. Subdoelen: -

Huidige bewoners en bedrijven binden en tot ambassadeurs maken. Nieuwe bewoners, bedrijven en (toekomstige) talenten aantrekken. Onze stuwende sectoren promoten om hiermee nieuw talent en innovatieve bedrijven aan te trekken (in lijn met de voormalige businesscase opstellen acquisitiestrategie). Structurele samenwerking organiseren (Het Goud van Noordwest, gemeenten, ondernemers, onderwijs).

Doelgroepen: Bewoners: versterken van trots en eigen ambassadeurschap. Bezoekers: uitnodigen tot ontdekking en beleving. Bedrijven: aantrekkelijk vestigingsklimaat uitdragen. Primair gericht op bedrijven uit de stuwende sectoren. Bollebozen: afgestudeerden en terugkeerders betrekken. Bestuurders: overtuigen van economische kracht én maatschappelijke waarde. Resultaat en afbakening Opgeleverd: ∙ ∙ ∙ ∙ ∙ ∙

Merkidentiteit met toolkit en merkboek. Campagnes gericht op vijf doelgroepen en stuwende sectoren. Actief ambassadeursnetwerk. Communicatiestructuur (website, socials, contentkalender). Monitoringdashboard en afspraken voor borging. Onderzoeken strategieën elders (bijv. voor het aantrekken van expats) en of het mogelijk is dat ondernemers investeren in woningen.

Sociaal Economisch Actieprogramma (SEAP) 3e planperiode 2026-2028

23

Kwaliteitscriteria: ∙ ∙ ∙

Breed draagvlak bij gemeenten, ondernemers en inwoners. Consistente, herkenbare merkcommunicatie. Meetbare resultaten (KPIs: bereik, betrokkenheid, vestigingscijfers).

Niet opgeleverd: ∙ ∙ ∙

Geen oplossing voor krimp of arbeidsmarktkrapte. Geen individuele acquisitie bedrijven. Geen structurele organisatie van evenementen (wel promotieondersteuning)

Aanpak en planning Projectonderdeel

Doelstelling

Doelgroep

Actie

A.Merkstrategie & Identiteit

Duidelijke regionale positionering neerzetten

Alle

Concept-ontwikkeling, merkwaarden vastleggen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=e63008a3-bed9-4810-9e92-80761c101350