Bijlage 1 Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
omgevingsvergunning
Berltsum - Anskereed 1 Waadhoeke
DATUM IMRO IDN
28-7-2022 NL.IMRO.1949.20211346-0001
PROJECT PROJECTLEIDER
Ruimtelijke onderbouwing Berltsum - Anskereed 1 T. de Jong
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
Bouwbedrijf Jelle Bruinsma 20211346
AUTEUR STATUS
M. Dijkstra ontwerp
Inhoudsopgave
Ruimtelijke onderbouwing
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1.
Aanleiding
1.2.
Projectgebied
1.3.
Planologische regeling
1.4.
Leeswijzer
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
2.1.
Huidige situatie
2.2.
Voorgenomen initiatief
2.3.
Functionele en ruimtelijke inpassing
2.4.
Verkeer en parkeren
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1.
Rijksbeleid
3.2.
Provinciaal beleid
3.3.
Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4
Toetsing omgevingsaspecten
4.1.
Bedrijven en milieuzonering
4.2.
Bodemkwaliteit
4.3.
Ecologie
4.4.
Wegverkeerslawaai
4.5.
Water
4.6.
Luchtkwaliteit
4.7.
Archeologie
4.8.
Cultuurhistorie
4.9.
Externe veiligheid
4.10.
Kabels en leidingen
Hoofdstuk 5
3/56
Afweging en conclusies
5.1.
Aanleiding
5.2.
Afweging
5.3.
Conclusie
11
15
21
27
Watertoets
29
Ecologisch onderzoek
36
4/56
Ruimtelijke onderbouwing
5/56
6/56
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1. Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens op haar perceel te Berltsum - Anskereed 1 een loods met kelder te bouwen. Over het voornemen is overleg geweest met de gemeente Waadhoeke en met de welstandscommissie. De gemeente heeft daarbij aangegeven in principe positief tegenover dit voornemen te staan. De bouw van de loods voldoet niet aan de regels van de vigerende beheersverordening. Om het bouwen van de loods toch mogelijk te maken wordt een omgevingvergunning aangevraagd. Hiervoor wordt de uitgebreide voorbereidingsprocedure (omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo) doorlopen. Deze ruimtelijke onderbouwing is een onderdeel van de aanvraag waaruit blijkt dat er met het voornemen sprake is en blijft van een goede ruimtelijke ordening.
1.2. Projectgebied Het projectgebied is gelegen aan het postadres Berltsum - Anskereed 1 in de gemeente Waadhoeke. Hierna in figuur 1.1 is een luchtafbeelding opgenomen waarin het projectgebied is gemarkeerd.
Figuur 1.1 Ligging projectgebied
7/56
1.3. Planologische regeling Beheersverordening Buitengebied Menameradiel De vigerende juridisch-planologische regeling op het projectgebied is de beheersverordening 'Beheersverordening Buitengebied Menameradiel'. De beheersverordening is door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Meneradiel vastgesteld op 28 september 2017. Op de illustratie is het projectgebied voorzien van de bestemmingen 'Invliegtunnel / obstakelbeheergebied' en 'ILS verstoringsgebied'. Deze bestemmingen zijn respectievelijk voorzien van een aanduiding 'maximum bouwhoogte - invliegtunnel (m)' en 'toetsingshoogte - ILS verstoringsgebied (m)'. Waarbij voor het projectgebied hoogtes zijn gegeven van respectievelijk 130 m en 130 m. In de beheersverordening zijn de regelingen van het daarvoor geldende 'bestemmingsplan Buitengebied opgenomen' (zie hiervoor de paragraaf hierna), waarui blijkt dat de hoogteregeling binnen de luchtvaartzones past. Bestemmingsplan Buitengebied Het bestemmingsplan dat door de beheersverordening van toepassing wordt verklaard is het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied' als vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Menaldumadeel op 1 februari 2007.
Het projectgebied is op de verbeelding behorend bij de bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'landelijk gebied' en de aanduiding 'Wonen' Hieronder in figuur 1.2 is een uitsnede opgenomen van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan, waarin het projectgebied is omkaderd.
Figuur 1.2 uitsnede bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Buitengebied' De regels van het bestemmingsplan geven invulling aan de op de verbeelding vermeldde bestemming en aanduiding. Artikel 4 van het bestemmingsplan gaat over de bestemming Landelijk gebied waarin voorschriften zijn opgenomen ten dienste van wonen. Voor het projectgebied is geregeld dat er 1 woning is toegestaan in 1 bouwlaag met kap en dat aan- en bijgebouwen dienen wat betreft situering en afmetingen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw waarbij de gezamenlijke oppervlakte van de woning en de aan- en bijgebouwen ten
8/56
hoogste 200 m² mag bedragen. Een toetsing van het voornemen aan de relevante regels van de beheersverordening en het bestemmingsplan vindt plaats in hoofdstuk 2.
1.4. Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige situatie en de gewenste ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt het voor het plan relevante beleid beschreven. In hoofdstuk 4 wordt de ontwikkeling getoetst aan de omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 behandelt de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het project. Tot slot bevat hoofdstuk 6 de conclusie.
9/56
10/56
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
2.1. Huidige situatie Het projectgebied Het projectgebied is in de huidige situatie in gebruik als woning met 3 bijbehorende schuren waarvan er één voorzien is van een overkapping. Het gaat schuren met een oppervlakte van 57, 89 en 25.2 m2. Daarnaast heeft de overkapping nog een oppervlakte van 7 m2. Het totaal betreft 177 m2. Hieronder is in figuur 2.1 een luchtfoto opgenomen van de huidige situatie en daaronder in figuur 2.2 een wegaanzicht, gezien vanaf de Gernierswei. Hieruit is op te maken dat het perceel is ingepast met een bomenrij.
Figuur 2.1 luchtfoto huidige situatie projectgebied (bron: Google Maps)
Figuur 2.2 wegaanzicht huidige situatie projectgebied, gezien vanaf de Gernierswei (bron: Google Maps)
11/56
De omgeving Het projectgebied ligt ten zuiden van het dorp Berltsum op de hoek van de wegen Gernierswei en Anskereed. Ten zuidwesten, aan de Anskereed ligt een agrarisch bedrijf, voor het overige is het projectgebied omsloten door agrarische percelen. In de wijdere omgeving ligt ten noorden het bedrijventerrein van Berltsum en ten oosten een glastuinbouwgebied.
2.2. Voorgenomen initiatief In de gewenste situatie worden de huidige bijgebouwen gesloopt en vervangen door een nieuwe loods met kelder. De loods zal worden opgetrokken uit houtgelijkende materialen, dakpannen of profielplaten met dakpanstructuur, houten deuren, poorten en kozijnen en met een zadeldak, voorzien van een dakhelling van circa 45 graden. Hieronder in figuur 2.3 is een overzichtstekening van het terrein opgenomen met daarop gearceerd welke bebouwing gesloopt zal worden. Daaronder in figuur 2.4 een afbeelding van het projectgebied met daarop (de situering van) de nieuwe te bouwen loods. In figuur 2.5 is een 3d afbeelding van de te bouwen loods opgenomen.
Figuur 2.3 Overzichtstekening projectgebied, te slopen gebouwen
12/56
Figuur 2.4 Overzichtstekening projectgebied gewenste situatie
Figuur 2.5 3d aanzicht (rechterzijde en vooraanzicht) te bouwen loods
2.3. Functionele en ruimtelijke inpassing De te bouwen loods zal worden voorzien van en een kelder en zolder welke dienst gaan doen als opslag en ruimte voor hobbymatige nevenactiviteiten behorend bij de woning. De loods zal bestaande, verouderde bebouwing gaan vervangen. De loods wordt daarnaast opgetrokken uit materialen, en zal worden voorzien van een dakhelling, die goed passen bij het karakter van de bestaande woning en het omringende gebied en bebouwing. De loods is daarnaast door het toepassen van driezijdige beplantingssingels en het positioneren van de loods op het achtererf landschappelijk ingepast. Daarmee past het voornemen goed in de directe omgeving. Ten opzicht van de huidige situatie, is er duidelijk sprake van een kwaliteitsverbetering. De loods zal geen onaanvaardabre hinder veroorzaken voor enig omliggen perceel. In hoofdstuk 4 wordt op de milieutechnische inpasbaarheid van het voornemen ingegaan.
13/56
2.4. Verkeer en parkeren De bouw en het gebruik van de loods als voorgenomen leidt niet tot knelpunten of tot onveilige situaties in de verkeersafwikkeling. De afwikkeling van alle verkeer vanuit het projectgebied gebeurt vanaf de Anskereed. De Anskereed is een doodlopende weg die, naast de bewoners en gebruikers van het projectgebied, alleen in gebruik is door het westelijk gelegen agrarische bedrijf. De Anskereed komt uit op de Gernierswei. Dit is de hoofdverbinding tussen Menaam en Berltsum en kan het verkeer vanuit het projectgebied gemakkelijk verwerken. Verkeersgeneratie Nu in de voorgenomen enkel sprake is van vervangende nieuwbouw is er geen sprake van een wijziging, positief of negatief, van de verkeersgeneratie Parkeernormen Ook wat het parkeren betreft treedt er in de gewenste situatie geen wijziging op ten opzichte van de huidige situatie.
14/56
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1. Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden.. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. IN de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het projectgebied raakt, gezien de relatief zeer kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI en is in overeenstemming met de opgave om regio's sterker en leefbaarder te maken. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in werking getreden. Voor het wijzigingsplan zijn geen nationale belangen van belang. Wel zijn de beleidsregels met betrekking tot de Waddenzee relevant. Bij nieuwe plannen die betrekking hebben
15/56
op de Waddenzee en het Waddengebied moet een beoordeling plaatsvinden van de mogelijke gevolgen voor de landschappelijke en cultuurhistorische waarden in het gebied. Nieuwe bebouwing of verandering van het gebruik is niet toegestaan als dit leidt tot significante aantasting van de waarden in het gebied. Het projectgebied ligt in het buitengebied van Berltsum. Er is geen sprake van nieuwe bebouwing, allleen vervangende nieuwbouw en het gebruik zal niet veranderen. Daarmee leidt het initiatief niet tot aantasting van de kernkwaliteiten van het Barro die betrekking hebben op het Waddengebied. Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Hierin is opgenomen dat de toelichting van een plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toetsing De ontwikkeling vindt plaats in landelijk gebied. Er is echter geen sprake van een stedelijke ontwikkeling nu alleen vervangend zal worden gebouwd.
Daarom is een toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. De behoefte hiervan komt voort uit de wens van de eigenaar van het perceel.
3.2. Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Fryslân 2019 - De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de visie is aangegeven wat de provincie doet om de huidige basiskwaliteiten van de Friese leefomgeving op orde te houden. De provincie gaat voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt onder andere voor leefbaarheid, een gezonde leefomgeving en het terugdringen van leegstand en verpaupering van bebouwing. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden. Het behoud van het karakteristiek van de provincie wordt nagestreefd door het beschermen van de eigen identiteit. De hoofdambitie van de provincie voor de Friese leefomgeving is brede welvaart in een vitaal, veerkrachtig, karakteristiek en gezond Fryslân. In de Omgevingsvisie werkt de provincie de provinciale ambities, opgaven, doelen en werkwijze voor de komende jaren uit. De werkwijze is gestoeld op negen principes: Inhoudelijke principes: zuinig ruimtegebruik; omgevingskwaliteit als ontwerpbasis; koppelen van ambities; gezondheid en veilig;
16/56
Samenwerkingsprincipes: rolbewust; decentraal wat kan; ja, mits; aansluiting zoeken; sturen op proces, ruimer op inhoud. Dit is vertaald naar vier urgente opgaven die de provincie wil aanpakken: 1. Fryslân vitaal, leefbaar en bereikbaar houden; 2. Energietransitie met kracht voortzetten; 3. Frsylân klimaatadaptief inrichten; 4. Versterken van de biodiversiteit. Hieronder wordt ook benoemd dat het aanbod aan woningen en voorzieningen moet worden afgestemd op de verandering van de bevolking. Met het opknappen van steden en dorpen kunnen meerdere opgaven worden gecombineerd. Het verbeteren van bestaand bebouwd gebied moet gecombineerd worden met optimale benutting ervan voor nieuwe woningen en bedrijvigheid. Het ontwikkelen van uitleglocaties is weliswaar vaak eenvoudiger, maar heeft tot gevolg dat herstructurering en transformatie moeilijker van de grond komen en het leidt tot een verspilling van ruimte. Vervangende nieuwbouw, waarbij oude bebouwing door goed bij de omgeving en bestaande bebouwing passende bebouwing wordt vervangen doet het aanzicht van het landelijk gebied in de provincie veel goeds. Ook vergroot het de leefbaarheid van het betreffende perceel in grote mate. Nieuwe bijbehorende bouwwerken zijn daarnaast in veel gevallen geschikter voor bijvoorbeeld zonnepanelen waarmee de duurzaamheidsdoelstelling van de provincie dichterbij wordt gebracht.
Het initiatief is daarmee in overeenstemming met dit beleid. 3.2.2 Verordening Romte Op 25 juni 2014 hebben Provinciale Staten de Verordening Romte Fryslân 2014 vastgesteld. In de loop der jaren is de verordening verder aangepast en/of aangevuld door herzieningen en/of wijzigingen. In de verordening zijn regels gesteld die ervoor moeten zorgen dat de provinciale ruimtelijke belangen doorwerken in de gemeentelijke ruimtelijke plannen. In de verordening is onder meer de grens tussen het buitengebied en het bebouwd / stedelijk gebied vastgelegd. In bebouwd / stedelijk gebied bestaat een grotere mate van beleidsvrijheid wat betreft de ruimtelijke ordening dan in het buitengebied. Het projectgebied is gelegen in het buitengebied en gericht op kwaliteitsverbetering van een bestaand woonperceel. Het voorgenomen initiatief raakt daarmee geen belangen uit de Verordening Romte en is hiermee in overeenstemming.
17/56
3.2.3 Grutsk op 'e Romte In het Streekplan worden de kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap beschreven. Onder kernkwaliteiten wordt verstaan: 'die ruimtelijke eigenschappen die zo typisch zijn voor het Friese landschap, dat zij tezamen de ruimtelijk identiteit van Fryslân vormen'. Het Streekplan bevat een beschrijving van de kernkwaliteiten die er zijn en kondigt een nadere uitwerking en waardering aan van deze kernkwaliteiten. De thematische structuurvisie Grutsk op 'e Romte, zoals vastgesteld op 26 maart 2014, vormt deze uitwerking en geeft de provinciale belangen en ontwikkelingsrichting ten aanzien van de kernkwaliteiten. De voorgenomen ontwikkeling betreft een kwaliteitsverbetering van een bestaand woonperceel waarbij de bestaande inpassing behouden blijft. De kernkwaliteiten van het cultuurhistorisch erfgoed en het landschap worden hiermee niet geraakt.
3.3. Gemeentelijk beleid 3.3.1 Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 In de Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 is het gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen en woningbouw geformuleerd. De hoofdlijnen van de woonvisie gelden voor een periode van 10 jaar. Deze is bedoeld om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. Jaarlijks actualiseert de gemeente de uitvoeringsagenda en wordt overwogen of de woonvisie aangepast dient te worden. De woonvisie is gebaseerd op een regionaal woningmarktonderzoek waarin cijfers en kennis over het wonen van organisaties als makelaars, corporaties, huurdersorganisaties en zorgpartijen bijeen zijn gebracht. Tot 2025 is er nog groei van het aantal huishoudens te verwachten van enkele tientallen. Lokaal verschilt dit: in kernen waar de bereikbaarheid en het voorzieningenniveau bovengemiddeld is, is vaak genoeg instroom van elders om nog groei te mogen verwachten. Elders zullen minder courante woningen steeds vaker overtollig raken. Eerst vooral in de sociale huurvoorraad, daarna ook in de koopvoorraad. Per kern is in de woonvisie de woningbehoefte bekeken. De realisatie van een modern bijbehorend bouwwerk zal er voor zorgen dat de woning op het perceel niet overtollig zal raken. Hiermee wordt er efficiënt omgegaan met de bestaande bebouwing en is minder nieuwbouw nodig. Dit draagt bij aan de doelstellingen van de gemeente.
3.3.2 Nota Parkeernormen Op 9 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. In deze beleidsregel is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hang van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag . In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan worden afgeweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. Dee parkeerdruk zal, zoals hierboven al benoemd niet wijzigen met het voornemen. Aan het gemeentelijk
18/56
beleid wordt voldaan. Op eigen terrein is voldoende parkeergelegenheid aanwezig.
19/56
20/56
Hoofdstuk 4
Toetsing omgevingsaspecten
Voor de beoogde ontwikkeling is het van belang dat tijdens de uitvoering en in de nieuwe situatie sprake is van een goede omgevingssituatie. Deze omgevingstoets gaat in op de relevante milieuaspecten (bodem, milieuzonering en externe veiligheid) en om andere sectorale regelgeving.
4.1. Bedrijven en milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Een gemengd gebied is een gebied met een sterke tot matige functiemenging. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend (agrarische) bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Het projectgebied is niet te classificeren als gemengd gebied. Dit is echter al voorzien van de woonfunctie en een woning. Daaraan wijzigt met dit voornemen niets aan de milieuzonering.
4.2. Bodemkwaliteit Bodem is een belangrijk toetsingskader op het moment dat nieuwe ontwikkelingen spelen. Vooral bij nieuwe woningbouwontwikkelingen moet aangetoond worden dat woningen op bodem van voldoende kwaliteit worden gebouwd. Het projectgebied is op dit moment geschikt voor de woonfunctie. In de te bouwen loods zal niet gewoond worden. Geconcludeerd kan worden dat de bodemkwaliteit afdoende is voor het bijbehorende bouwwerk.
4.3. Ecologie Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de natuurwaarden van de omgeving en met beschermde plant- en diersoorten. Deze zijn geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. 4.3.1 Gebiedsbescherming Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied is de Waddenzee op een afstand van zo'n 7,8 kilometer. Dichterbij ligt, in een strook ten westen van het glastuingebied van Berltsum, een gebied dat door de provincie is aangeduid als 'Natuur buiten de EHS'. Het voornemen heeft echter geen gevolgen voor deze gebieden omdat het alleen vervangende nieuwbouw betreft. Om deze redenen veroorzaakt het initiatief geen conflict met de Wet natuurbescherming.
21/56
Stikstof Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering in werking getreden. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden. De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). Wat valt onder de vrijstelling: 1. het bouwen en slopen van een bouwwerk; 2. het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk (bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, het verplaatsen van grond in het kader van bouwrijp maken van een terrein, spoorwegen, waterstaatswerken, waterwegen, waterkeringen, energie-infrastructuur, telecommunicatieinfrastructuur, openbare hemelwater- en ontwateringsstelsels en vuilwaterriolen; 3. De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) Wat betreft de gebruiksfase is er geen extra stikstofemissie, omdat het hier vernvangende nieuwbouw betreft. Alleen de extra te verwachten motorvoertuigbewegingen bij sloop en bouw zullen een toename betreffen.
Deze vallen echter onder de vrijstelling van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering. Daarmee is er geen sprake van een toename van stikstofdepositie op enig beschermd Natura 2000 gebied. 4.3.2 Soortenbescherming De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten.
Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Het voornemen stelt de sloop van drie bestaande bijbehorende bouwwerken voor. Gezien het huidige gebruik van het perceel en deze bouwwerken is het niet te verwachten dat deze geschikt zijn voor beschermde soorten. Zekerheidshalve heeft een ecologische beoordeling plaatsgevonden. Het onderzoek is als bijlage Ecologisch
22/56
onderzoek toegevoegd. Op grond van het onderzoek worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten; de bouwwerkzaamhden is niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming. De zorgplicht blijft onverkort van kracht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild levende dieren, inclusief hun leefomgeving en voor alle planten en hun groeiplaats. Dit artikel is derhalve ook gericht op het voorkomen van doden en verwonden van algemene soorten. Voor en gedurende de uitvoering dient hierbij rekening gehouden te worden.
4.4. Wegverkeerslawaai Wet geluidhinder Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De wegen nabij het plangebied zijn wegen waar een geluidzone op van toepassing is. Omdat de beoogde loods geen geluidgevoelig object is, hoeft hier geen akoestisch onderzoek voor te worden uitgevoerd en wordt voldaan aan de Wgh.
4.5. Water In het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening is het verplicht plannen en projecten te toetsen op wateraspecten. Voor de meeste projecten wordt dit gedaan via de watertoets. Het doel van de watertoets is het hele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen, projecten en besluiten. Uit de watertoets volgt veelal een te volgen procedure en komen enkele wateraspecten die het project raakt naar voren. Zo kan er sprake zijn van demping van oppervlaktewater, een toename van de verharding en veelal van een (hemel)waterafvoersysteem. Voor ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is. Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1.500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard.
Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen. Het initiatief is aangemeld bij het Wetterskip Frsylân door middel van de watertoets. Hier kwam naar voren dat
23/56
de normale procedure zal moeten worden gevolgd. De uitkomsten van de watertoets zijn als bijlage aan deze onderbouwing toegevoegd. Zoals bleek uit de overzichtstekening in de paragraaf 2.2 zal er sprake zijn van een afname aan verharding van 6 m2. Nabij het projectgebied echter ligt een hoofdwater. Geen van de werkzaamheden zal dit hoofdwater raken.
4.6. Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging, aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn veelal het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' (NIBM) vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Op grond van de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn (onder andere) woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vrijgesteld van toetsing. Door het initiatief neemt het aantal motorvoertuigbewegingen neemt niet toe en daarmee verslechtert de luchtkwaliteit niet (in betekenende mate). Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is dan ook niet noodzakelijk.
4.7. Archeologie Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet wanneer deze naar verwachting in 2022 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. Het projectgebied is niet voorzien van een dubbelbestemming of waarde met als doel het beschermen van mogelijke archeologische vondsten. Op de archeologische kaart FAMKE is het projectgebied voorzien van de aanduidingen: 'karterend onderzoek 2 (middeleeuwen)' en 'geen onderzoek noodzakelijk' (steentijd).
Uit de toelichting op het kartend twee: "De provincie beveelt daarom aan om bij ingrepen van meer dan 2500m² een karterend (boor)onderzoek uit te laten voeren, waarbij minimaal zes boringen per hectare worden gezet, met een minimum van zes boringen voor gebieden kleiner dan een hectare." Van een dergelijk grote bodemingreep is geen sprake. Daarmee is geen archeologisch onderzoek noodzakelijk.
24/56
4.8. Cultuurhistorie Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening moet voor het aantonen van een goede ruimtelijke ordening worden beschreven op welke manier rekening wordt gehouden met de cultuurhistorische waarden in het projectgebied. De Cultuurhistorische kaart Fryslân is geraadpleegd. Hieruit blijkt dat sprake is van het hoofdlandschap Kwelderwal en het sublandschap Kwelderwal langs Berlikum-Dongjum. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden. Het beoogde project brengt hier geen wijzigingen in te weeg. Hiermee staat het omgevingsaspect cultuurhistorie niet in de weg aan het voornemen.
4.9. Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over “externe veiligheid” om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.
In de omgeving van het projectgebied zijn geen risicovolle inrichtingen op transportroutes of transportleidingen voor gevaarlijke stoffen aanwezig. Het aspect externe veiligheid vormt voor dit project, vanwege het karakter van enkel vervangende nieuwbouw, geen beperkingen en aanvullend onderzoek kan achterwege blijven.
4.10. Kabels en leidingen In (de omgeving van) het projectgebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de gebruiksmogelijkheden in het projectgebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Binnen of direct rondom het projectgebied liggen geen kabels en leidingen.
25/56
26/56
Hoofdstuk 5
Afweging en conclusies
5.1. Aanleiding Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning ex artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee de sloop van drie bestaande bijbehorende bouwwerken en de bouw van een vervangende loods mogelijk wordt gemaakt.
5.2. Afweging Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel rijks als provinciaal en gemeentelijk niveau, past binnen het gemeentelijk beleid en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. In de beoogde situatie is ook sprake van een verantwoorde milieusituatie.
5.3. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening.
27/56
28/56
Watertoets
29/56
Digitale Watertoets Res ultaat van de check gedaan op 20-01-2022
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toets en of u de belangen van het Waters chap raakt. Indien dit het geval is krijgt u teks t en uitleg over het vervolg proces .
VOOR DE ACTIVITEIT DIGITALE WATERTOETS IS OP BASIS VAN DE GEGEVEN ANTWOORDEN NODIG: 1.
Normale procedure
2.
Advies hoofdwater
OP BASIS VAN ONDERSTAANDE LOCATIE
20-01-2022, 07:44
P agina 1 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets VRAGEN EN ANTWOORDEN UIT DE CHECK 1.
Gaat het plan uits luitend over de functiewijziging van bes taande bebouwing zonder fys ieke aanpas s ing van bebouwing en ruimte? nee
2.
Verwacht je een toename van verharding in het plan? nee
3.
Is er s prake van een toename van lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater? nee
4.
Wordt het oppervlaktewaterpeil in het plangebied ook gewijzigd? nee
5.
Wordt er oppervlaktewater gegraven en/of gedempt? nee
6.
Ga je tijdelijk of permanent op de ingetekende locatie grondwater onttrekken? nee
7.
Raak je de laag primaire waterkeringen? nee
8.
Raak je de laag regionale en/of lokale waterkeringen? nee
9.
Raak je de laag hoofdwateren? ja
10.
Raak je de laag rioolwaterpers leidingen? nee
11.
Raak je de laag Grondwaterbes chermings gebied? nee
20-01-2022, 07:44
P agina 2 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 12.
Raak je de laag Kaderichtlijn water? nee
13.
Raak je de laag vrij voor de boezem? nee
14.
Raak je de laag waterzuiverings object? nee
20-01-2022, 07:44
P agina 3 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 1.
Normale procedure Voor je plan moet je de normale procedure met advies volgen. We verzoeken je het plan kenbaar te maken bij Wetters kip Frys lân via de knop ‘Direct aanvragen’.
Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden. Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateras pecten (zoals dijken, gemalen, s tuwen of pers leidingen) in de omgeving. Onder ‘details ’ van de s amenvatting aanvraag s taat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of bes luit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies . Daarnaas t moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.
Waar moet ik op letten? Voor s ommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een s loot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevings loket online www.omgevings loket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.
Achtergrondinformatie Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt bes teed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets . Hierin s taat voor alle wateras pecten uitgangs punten oms chreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wetten-enregels /online-watertoets -voor-nieuwe-plannen
Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende pas s age op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een vers nelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze vers nelde afvoer te compens eren om de waterberging in een gebied in s tand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van 20-01-2022, 07:44
P agina 4 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets oppervlakteverharding die wel pas t binnen het bes temmings plan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompens eerd is . Het is niet toeges taan zonder watervergunning neers lag vers neld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in s tedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijs telling van de vergunnings plicht wanneer wordt voldaan aan de compens atieregels genoemd in dit wateradvies . De mees t voorkomende manier van compens eren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compens atienorm: Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Fries e boezem; Polder 10%, Vrij afs tromend, alternatieve maatregelen. Uiteraard is het toepas s en van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Z ie de ‘Leidraad watertoets ’ voor meer informatie over compens erende maatregelen of neem contact op met ons .
Indien er niet wordt gecompens eerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovens taande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeens temming plaats vindt in de watertoets procedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waters chap te worden gevraagd. Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets ’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compens eren. Als je niet compens eert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het s nel afvoeren van regenwater.
Klimaat Om ook in de toekoms t prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten s teden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekoms t. Z o is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bes tand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overs troming. Meer informatie hierover kun je vinden op ‘De Fries e klimaatatlas ’: www.fries eklimaatatlas .nl
Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https ://www.wetters kipfrys lan.nl/over-de-s ite/privacyverklaring
20-01-2022, 07:44
P agina 5 van 6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets DETAILS 2.
Advies hoofdwater Je raakt een hoofdwater.
Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina
Waar moet ik op letten? Onze hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie en we verzoeken je hier rekening mee te houden zie: https ://www.wetters kipfrys lan.nl/kaarten/leggerkaart. Aan weers zijden van een hoofdwatergang ligt een bes chermings zone 5 meter. De bes chermings zone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Werkzaamheden binnen de bes chermings zone van hoofdwatergangen betreffen een vergunnings plichtige activiteit https ://www.wetters kipfrys lan.nl/vergunningen-wettenen-regels /vergunning-check-meteen-of-maak-een-afs praak.
Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.1) https ://www.wetters kipfrys lan.nl/documenten/vergunningen-wettenen-regels /leidraad-watertoets _2013.pdf
20-01-2022, 07:44
P agina 6 van 6
https://dewatertoets.nl
Ecologisch onderzoek
36/56
ECOLOGISCHE QUICKSCAN 14/07/2022 | PROJECTNUMMER: 22-311 Ten behoeve van de sloop van diverse opstallen op het perceel gelegen aan de Anskereed 1 Berlikum Opdrachtgever: Bouwbedrijf Jelle Bruinsma Contactpersoon: Dhr. M. Cornel Adres: Industrieweg 1c, 8861 VH Harlingen Uitgevoerd door: Vonk Ecologie Contactpersoon: Dhr. D. Vonk
De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem De Hout 42A 1607 HD Hem
Tel
: 06 228 418 78
info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl
Inhoudsopgave 1 Inleiding
4
1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden
4
1.2 Projectlocatie
4
1.3 Het plan
5
2 Werkwijze
6
2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek
6
2.2 Locatiebezoek
6
2.3 Uitwerking
6
3 Wettelijk kader
7
3.1 Wet Natuurbescherming
7
3.2 Bescherming van gebieden
7
3.3 Bescherming van soorten
7
3.4 Bescherming van houtopstanden
8
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving
9
4.1 Locatie omschrijving
9
4.2 Flora
11
4.3 Fauna 4.3.1 Vogels 4.3.2 Amfibieën, vissen en reptielen 4.3.3 Zoogdieren 4.3.3.1 Vleermuizen 4.3.3.2 Grondgebonden zoogdieren
11 11 14 14 14 14
4.4 Natura2000
14
4.5 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden)
15
5 Toetsing soortbescherming
16
5.1 Vaatplanten
16
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten 5.2.2 Alle broedende vogels met nesten
16 16 16
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen
16
5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen 5.4.2 Grondgebonden zoogdieren 6 Toetsing gebiedsbescherming
16 16 16 17
6.1 Natura2000
17
6.2 Natuur Netwerk Nederland en Natuurbeheerplan 2022
17
7 Conclusie/Advies
18
7.1 Conclusie/Advies/Tips
18
7.2 Tips 7.2.1 Huismus / Gierzwaluw 7.2.2 Vleermuizen 7.2.3 Algemeen
18 18 19 19
7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase
19
1 Inleiding 1.1 Doel van de quickscan en uit te voeren werkzaamheden De eigenaar van het perceel gelegen aan de Anskereed 1 in Berlikum is voornemens om enkele bouwwerken op het perceel te slopen om plaats te maken voor een nieuwe loods. De woning op het perceel blijft behouden. Een onderdeel van het vergunningtraject is een Quickscan Flora en Fauna. Het doel van de quickscan is om te bepalen of deprojectlocatie of de directe omgeving eromheen geschikt danwel ongeschikt is voor beschermde soorten en/of soortgroepen en of de beoogde plannen een negatieve invloed hebben op beschermde gebieden in de omgeving.
1.2 Projectlocatie
Afb 1: Projectlocatie, ligging in de omgeving
Afb 2: Het perceel gelegen aan de Anskereed 1 in Berlikum
1.3 Het plan Het plan is om de woning te behouden. Overige opstallen worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuwe loods. Zie onderstaande afbeeldingen voor een indruk van de plannen.
Afb 3: Situatie bestaand en nieuw
Afb 4: Impressie van de nieuwe loods
2 Werkwijze 2.1 Bureauonderzoek/literatuuronderzoek Door middel van een literatuuronderzoek is gekeken welke beschermde flora en fauna in (de omgeving van) het plangebied voorkomen. Daarvoor is gebruik gemaakt van verspreidingsatlassen, natuurdatabanken (NDFF) en is er gezocht naar bestaande onderzoeksrapporten. In hoofdstuk 4 van deze rapportage zijn als dit nodig is geacht de soorten uit de databank opgenomen alsmede een beschrijving over eventueel aanwezige leefgebieden voor bepaalde beschermde soorten.
2.2 Locatiebezoek De heer D. Vonk van Vonk Ecologie is 12 juli 2022 op de locatie geweest om een indruk te krijgen over welke leefgebieden (ecotopen) voor flora en fauna op de projectlocatie aanwezig zijn en om eventuele beschermde planten en dieren (of sporen van) waar te nemen.
2.3 Uitwerking Aan de hand van de gegevens uit het bureauonderzoek en het veldonderzoek kan een inschatting gemaakt worden welke invloed de beoogde plannen hebben op nabij gelegen en de op de locatie eventueel voorkomende beschermde soorten. Aanvullend wordt advies gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld, een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing.
3 Wettelijk kader 3.1 Wet Natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen: bescherming van gebieden, bescherming van soorten en bescherming van houtopstanden. In deze quickscan is alleen bescherming van soorten van toepassing.
3.2 Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000-gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf ) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Gezien de projectlocatie in het centrum van Leeuwarden is gelegen en daardoor op ruime afstand van beschermde natuurgebieden, is dit onderdeel niet van toepassing.
3.3 Bescherming van soorten De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime, “andere soorten”, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (ook wel “nationaal beschermde soorten” genoemd). Hiernaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht van kracht is. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb
Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Niet van toepassing
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen,
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen,
af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wet Natuurbeheer
3.4 Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.
4 Flora en Fauna op de locatie en omgeving 4.1 Locatie omschrijving De te slopen schuur heeft gevels van houten planken met diverse raam en deurpartijen. Het dak betreft een zadeldak met dakkapel, belegd met riet. De schuur heeft aan de achterzijde een aanbouw met een platdak. De kleinere opstal betreft een tuinhuis volledig opgebouwd uit houten planken, met een hellend dak belegd met bitumineuze singles. Onderstaand een impressie:
Afb 4: Te slopen schuur, voor- en zijgevel
Afb 5: Achter- en zijgevel + aanbouw met pladak
Afb 6: Tuinhuis
4.2 Flora Op het perceel is alleen aangelegde begroeiing of verjonging daarvan aanwezig.
4.3 Fauna 4.3.1 Vogels De rieten kap is ongeschikt voor vogels om onder te nestelen. Alle aansluitingen zijn strak en zonder openingen om in- en uit te kunnen vliegen. Overige aansluitingen van de topgevels, dakranden en boeidelen sluiten ook strak aan. Ook hier zijn geen mogelijkheden voor vogels om in- en uit te kunnen vliegen. De aansluitingen van de houten planken van het tuinhuis sluiten ook goed op elkaar aan, waardoor ook hier geen mogelijkheden zijn voor vogels. De bomen en bosschages op het perceel kunnen gebruikt worden door vogels om te nestelen.
Afb 7: In rieten kap geen mogelijkheden voor vogels om in- en uit te vliegen
Afb 8: Ook de nokvorsten sluiten strak aan op het riet
Afb 9: Ook hier geen openingen
Afb 10: Overige aansluitingen zijn ook dicht
Afb 11: Idem
Afb 12: In tuinhuis geen mogelijkheden voor vogels om in- en uit te vliegen
Afb 13: Ook hier niet
4.3.2 Amfibieën, vissen en reptielen Direct rondom de te slopen gebouwen zijn geen watergangen of overige waterpartijen aanwezig, waardoor deze soortgroepen niet van toepassing zijn.
4.3.3 Zoogdieren 4.3.3.1
Vleermuizen
De rieten kap is door het ontbreken van openingen ongeschikt voor vleermuizen. Ook overige aansluitingen zijn net als bij de vogels te dicht om te gebruiken als in- en uitvliegopening. Dit geldt voor zowel de schuur als het tuinhuis Zie foto’s paragraaf 4.3.1
4.3.3.2
Grondgebonden zoogdieren
In de schuur/tuinhuis en op de rest van het perceel kunnen algemeen voorkomende grondgebonden soorten voorkomen. Denk hierbij aan mol, egel, diverse muizensoorten, rat, konijn, haas etc.
4.4 Natura2000 De projectlocatie ligt op ruime afstand van het Natura2000-gebied Waddenzee (op circa 9km). Zie onderstaande kaart voor de ligging ten opzichte van Natura2000-gebieden.
Afb 14: Ligging ten opzichte van Natura2000-gebieden.
4.5 Natuur Netwerk Nederland (NNN-gebieden) Onderstaande kaart toont de ligging van de projectlocatie ten opzichte van NNN-gebieden. Deze gebieden hebben grotendeels een overlap met de Natura2000-gebieden.
Afb 15: Ligging perceel ten opzichte van Natuur Netwerk Nederland (NNN). Het betreft de donkergrijze gebieden.
5 Toetsing soortbescherming 5.1 Vaatplanten Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen beschermde planten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.5 en 3.10 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2 Vogels 5.2.1 Jaarrond beschermde vogels met nesten Bijvoorbeeld het nest van de Huismus, Gierzwaluw, roofvogels en uilen is jaarrond beschermd. Deze bescherming is er omdat deze soorten het nest niet alleen tijdens de broedperiode gebruikt, maar mogelijk het hele jaar door als rustplaats of omdat bepaalde vogelsoorten nogal honkvast zijn en dus graag wederkeren naar het nest van het vorige jaar (Gierzwaluw). Het dak van beide gebouwen is ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermd nest om te nestelen. Het is uitgesloten dat soorten nestelen.
Door de beoogde werkzaamheden worden geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.2.2 Alle broedende vogels met nesten Het dak van beide gebouwen is ongeschikt voor algemene broedvogels om te nestelen. Het is uitgesloten dat soorten nestelen. Het is niet uitgesloten dat er genesteld wordt/kan worden in de bosschage en bomen op het perceel door algemene broedvogels. Voorafgaand aan werkzaamheden hieraan zal een check uitgevoerd moeten worden. Bij een aangetroffen broedgeval dient gewacht te worden totdat het nest verlaten is.
Door de beoogde werkzaamheden worden, rekening houdend met bovenstaande, geen (bezette) nesten verwijderd, vernield of beschadigd, zoals bedoeld in artikel 3.1, lid 2 uit de Wet Natuurbescherming.
5.3 Amfibieën, vissen en reptielen Deze soortgroepen zijn niet van toepassing.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden, rekening houdend met bovenstaande, worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4 Zoogdieren 5.4.1 Vleermuizen Door het ontbreken van in- en uitvliegopeningen is het uitgesloten dat er verblijfplaatsen van vleermuizen zijn in de bouwwerken.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
5.4.2 Grondgebonden zoogdieren Gezien de terreinomstandigheden op de locatie, zijn beschermde soorten niet te verwachten.
Door het uitvoeren van de werkzaamheden worden geen dieren gedood of verstoord en worden vaste voortplantings- of rustplaatsen niet vernield of beschadigd zoals bedoeld in artikel 3.5, lid 1, 2 en 4 en artikel 3.10 lid 1 uit de Wet Natuurbescherming.
6 Toetsing gebiedsbescherming
In algemene zin kan er door een plan sprake zijn van negatieve gevolgen (significante aantasting) vanuit natuurwetgeving voor beschermde gebieden. Voorbeelden van significante aantasting: Wegnemen van een deel van het gebied Verstoring door licht, geluid Extra bemesting Verdroging van het gebied Waterpeil daling of stijging (door de werkzaamheden In dit hoofdstuk wordt beschreven voor welke gebieden er mogelijk sprake is van negatieve effecten als gevolg van de voorgenomen ingrepen op de onderzoekslocatie. Verder wordt beschreven of een vervolgtraject noodzakelijk is en wat de eventuele consequenties zijn ten aanzien van vergunningen.
6.1 Natura2000 Het dichtstbijzijnde Natura2000 gebied ligt op circa 9 km afstand. Gezien de aard van de werkzaamheden en afstand tot het gebied zijn negatieve effecten (onder andere bovengenoemde verstoringspunten) niet te verwachten. Met betrekking tot stikstofdepositie kan ter verificatie een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd worden.
6.2 Natuur Netwerk Nederland en Natuurbeheerplan 2022 De beoogde werkzaamheden zijn kleinschalig en liggen op ruime afstand van de gebieden vallend onder het Natuur Netwerk Nederland of aangewezen gebieden uit het Natuurbeheerplan 2022. Hierdoor zijn door de werkzaamheden geen negatieve effecten te verwachten op de natuurgebieden.
7 Conclusie/Advies 7.1 Conclusie/Advies/Tips Met betrekking tot de ecologie is er geen bezwaar om de beoogde plannen uit te voeren. Gezien de aard en omvang van de beoogde plannen zijn er geen negatieve effecten op beschermde soorten en/of gebieden in de omgeving te verwachten. Ten alle tijden dient rekening gehouden te worden met de Algemene Zorgplicht.
7.2 Tips Om je steentje bij te dragen aan de natuur en biodiversiteit kunnen bij de nieuwbouw diverse maatregelen getroffen worden ten gunste van bepaalde soorten. Ook wel Natuurinclusief bouwen genoemd.
7.2.1 Huismus / Gierzwaluw Maatregelen ten gunste van de Huismus / Gierzwaluw: Bij gebruik van een pannendak: laat een eventueel vogelschroot achterwege of monteer deze op de 2e panlat zodat Huismussen vanuit de goot onder de pannen kunnen komen. Bij gebruik pannendak: gebruik nestpannen. Geen hellende daken?: metsel mussenkasten of gierzwaluwkasten in de gevel. Zorg voor een gevarieerde beplanting in de tuin (kruiden, struiken en bomen). Met voldoende schuilmogelijkheden voor de Huismus. Weinig ruimte? Gebruik bijvoorbeeld kant en klare schuttingdelen met klimop
Afb 16: Vogelschroot op tweede panlat
Afb 17: Schuttingdelen met klimop
Afb 18 + 19: Gierzwaluwkasten ingemetseld (worden ook gebruikt door Huismussen)
7.2.2 Vleermuizen Voor de vleermuizen is het mogelijk om op nader te bepalen locaties vleermuiskasten op te hangen of uitgebreide vleermuisverblijfplaatsen in te metselen in de gevel.
Afb 20: Vleermuiskast
7.2.3 Algemeen Zorg bij de inrichting van het terrein voor een gevarieerde aanleg door onder andere te variëren met kruiden, struiken en boompjes. Probeer zoveel mogelijk gebiedseigen soorten te gebruiken. Om de aantrekkingskracht op insecten en daardoor ook vogels te vergroten.
7.3 Advies voor/tijdens de realisatiefase Bovenstaande maatregelen zijn indicatief. Graag adviseert Vonk Ecologie meer in detail als men verder wil met Natuurinclusief bouwen. Tevens toezicht tijdens de bouw voor een correcte uitvoering van de maatregelen behoort tot de mogelijkheden.
De Hout 42A 1607 HD Hem 1607 HD Hem
Tel
: 06 228 418 78
info@vonkecologie.nl www.vonkecologie.nl info@vonkecologie.nl