Bijlage 1 - Nieuwe artikelen Apv versie 1.0
Tekst van het document
WIJZIGINGEN APV WAADHOEKE, DECEMBER 2021 Voor de volgende bestaande afdelingen/ artikelen ligt het voorstel tot aanpassing:
Pagina:
Afdeling 6A Artikel 2:14a Artikel 2:22 Artikel 5:5 Artikel 5:12
2 2 2 2 3
Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet Begripsbepaling Verboden drankgebruik Voertuigwrakken Standplaatsvergunning en weigeringsgronden
De volgende nieuwe afdelingen/artikelen met nieuwe artikelen worden voorgesteld als toevoeging
Pagina
Artikel 2:5 Artikel 2.24a Artikel 2:27a Artikel 2:33a Artikel 5:10a Afdeling 9. Artikel 5:23 Artikel 5:24 Artikel 5:25
4 4 4 5 6 7 7 7 7
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Neerzetten van fietsen of bromfietsen Opruimmiddel Openlijk drugsgebruik Overlast van fiets of bromfiets Asverstrooiing Begripsomschrijving Verboden plaatsen Hinder of overlast
1
AANGEPASTE ARTIKELEN
Hieronder is in tabelvorm aangegeven wat de inhoud is van het bestaande artikel in de APV en wat het voorgestelde aan te passen artikel is. Daarnaast is bij iedere aanpassing een reden aangegeven. Bestaand: Voorstel (de onderstreepte tekstdelen zijn toegevoegd): Afdeling 6A Afdeling 6A Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en Horecawet in de Alcoholwet Artikel 2:14a Begripsbepaling Artikel 2:14a Begripsbepaling In deze afdeling wordt verstaan onder: In deze afdeling wordt verstaan onder: - alcoholhoudende drank, - alcoholhoudende drank, - bijeenkomsten van persoonlijke aard, - bijeenkomsten van persoonlijke aard, - horecabedrijf, - horecabedrijf, - horecalocaliteit, - horecalocaliteit, - inrichting, - inrichting, - paracommerciële rechtspersoon, - paracommerciële rechtspersoon, - sterke drank, - sterke drank, - slijtersbedrijf en - slijtersbedrijf en - zwak-alcoholhoudende drank, - zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet Horecawet. Artikel 2:22 Verboden drankgebruik Artikel 2:22 Verboden drankgebruik 1. Het is verboden op een openbare plaats, die deel 1.
Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: 2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor: a. een terras behorend bij een horecabedrijf, als a. een terras behorend bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet; bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als b. de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank en Horecawet. krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Reden: Met ingang van 1 juli 2021 is de Drank- en Horecawet vervangen door de Alcoholwet. Vanwege de nieuwe naam voor deze wet zijn de betreffende artikelen in de APV hierop aangepast.
Bestaand: Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het is verboden een fiets of bromfiets die in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert achter te laten of te laten staan in de voor openbare stalling van fietsen of bromfietsen bedoelde ruimten of op openbare plaatsen. 3. Het verbod geldt niet voor zover daarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Voorstel (de onderstreepte tekstdelen zijn toegevoegd): Artikel 5:5 Voertuigwrakken 1. Het is verboden een voertuig dat rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. 2. Het is verboden een voertuig dat niet is voorzien van een voor het rijden met een zodanig voertuig geldig wettelijk verplicht kenteken, op de openbare weg te parkeren 3. Het is verboden om een voertuig, dat bestemd is voor andere dan verkeersdoeleinden, te parkeren of geparkeerd te hebben op de openbare weg voor een tijdsduur langer dan 3 dagen. 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Reden:
Artikel 5:5 biedt de mogelijkheid om voertuigwrakken te verwijderen. In de huidige situatie zijn in dit artikel ook fietsen en bromfietsen meegenomen, het is wenselijk om hiervoor een apart artikel op te nemen (zie hiervoor artikel 5:10a). Artikel 5:5 is bedoeld voor, zoals de naam al zegt, voertuigen zoals auto’s ,bussen en aanhangwagens. De reden voor dit artikel is dat het voertuig een gevaar is voor spelende kinderen en voor de weggebruikers. Ook is een wrak een ontsierend element in het straatbeeld en houdt deze wellicht een schaarse parkeerplek bezet. Aan dit artikel zijn twee nieuwe leden toegevoegd. Lid 2 is toegevoegd om op te kunnen treden tegen voertuigen zonder kentekenplaat. Naast dat het al een overtreding is om een voertuig te parkeren op de weg zonder kentekenplaten, hebben we hiermee de mogelijkheid om de eigenaar van het voertuig aan te spreken op het verwijderen van het voertuig dan wel dat wij deze kunnen afvoeren. Lid 3 biedt de mogelijkheid om eigenaren van o.a. aanhangwagens aan te spreken op het foutief of te lang plaatsen van voertuig in de openbare ruimte. De bepaling is opgenomen aangezien we hier regelmatig klachten en meldingen over
2
binnen krijgen en met de voorgestelde wijziging goede handvatten hebben om op te treden. Tot slot, het verbod in dit artikel richt zich op degene die het voertuigwrak op de weg plaatst of heeft. Dat is op zich al een ruimere kring van subjecten dan alleen de bestuurder; ook andere belanghebbenden bij het voertuig vallen onder deze bepaling.
Bestaand: Artikel 5:12 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd: a. als de standplaats op zichzelf of wegens de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. als door bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; c. als er sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan. 3. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor zover daarin al wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 4. De weigeringsgrond genoemd in het tweede lid onder a, geldt niet voor bouwwerken.
Voorstel (de onderstreepte tekstdelen zijn toegevoegd): Artikel 5:12 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 1. Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. 2. Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van standplaatsen. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7 kan de vergunning worden geweigerd: a. als de standplaats op zichzelf of wegens de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; b. als door bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in gevaar komt; c. als er sprake is van strijd met een geldend bestemmingsplan. 4. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor zover daarin al wordt voorzien door de Wet Milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal wegenreglement. 5. De weigeringsgrond genoemd in het tweede lid onder a, geldt niet voor bouwwerken.
Reden:
In de gemeente zijn diverse standplaatshouders die hun goederen of diensten verkopen. Voor het innemen van een standplaats is een vergunning benodigd. De gemeente kan niet altijd meewerken aan een verzoek voor het innemen van een plek, bijvoorbeeld in het geval dit kan leiden tot een verkeersgevaarlijke situatie of er overlast ontstaat door een wildgroei aan standplaatsen. Recentelijk heeft de gemeente een aanvraag geweigerd wat geleid heeft tot een bezwaar. De bezwarencommissie heeft hierbij geadviseerd om nadere regels op te stellen voor standplaatsen. Dit zorgt voor duidelijk waar standplaatsen zijn toegestaan en voorkomt een wildgroei aan plaatsen. Met de toevoeging van lid 2 krijgt het college de bevoegdheid om nadere regels op te kunnen stellen. Deze nadere regels worden op dit moment uitgewerkt en zullen besproken worden met de standplaatshouders in de gemeente. In deze nadere regels zal naast de plekken waar standplaatsen zijn toegestaan ook ingegaan worden op de systematiek voor de toewijzing van een standplaats bij een vrijgekomen plaats en de geldigheidsduur van een vergunning.
3
NIEUWE AFDELING/ARTIKELEN
Naast een aantal aanpassingen is ook een aantal nieuwe artikelen toegevoegd en één nieuwe afdeling. Dit is zo goed mogelijk ingepast in de bestaande artikelnummering. Waar mogelijk is bij nieuwe artikelen sprake van een doorlopende artikelnummering. In sommige gevallen kon dit echter niet goed worden ingepast in de reeds bestaande nummering, en is gekozen voor het toevoegen van artikelnummering met toegevoegde sub letter (zoals artikel 2:5a). Bij alle nieuwe artikelen is een reden voor de beoogde toevoeging aangegeven. Artikel 2:5a Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat. Reden: Regelmatig ontvangen wij meldingen van overhangende takken die het uitzicht belemmeren en tot hinder of gevaarlijke situaties leiden. Om hier effectief tegen op te treden is het wenselijk om bovenstaand artikel op te nemen. Met deze bepaling kan een verbod worden opgelegd voor beplanting of een voorwerp welke zorgt dat het wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of op andere wijze hinder of gevaar oplevert. ‘Wegverkeer’ kan daarbij breed worden gelezen. Het is bijvoorbeeld ook mogelijk dat een gevaarlijke situatie ontstaat doordat overstekende voetgangers het zicht wordt belemmerd.
Indien door bomen of planten het uitzicht zodanig wordt belemmerd dat de verkeersveiligheid in het gedrang komt, kan het college op basis van zijn bevoegdheid om bestuursdwang toe te passen ex artikel 125 van de Gemeentewet, een last opleggen om de bomen of beplanting te verwijderen of te snoeien. Aangezien de grondslag op dit moment ontbreekt en we in de huidige praktijk hierop lastig kunnen handhaven is het wenselijk om dit artikel op te nemen. De insteek blijft dat we in gesprek gaan met de bewoners om het probleem op te lossen, in die gevallen dat dit niet lukt kan bovenstaand artikel toegepast worden.
Artikel 2:24a Neerzetten van fietsen of bromfietsen Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur, de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek als dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de gebruiker van dat gebouw of dat portiek of als daardoor die ingang versperd wordt. Reden: Het neerzetten van fietsen en bromfietsen tegen panden, terwijl de eigenaar heeft aangegeven dat dit niet gewenst is of waardoor de toegang tot het gebouw wordt gehinderd, geeft vaak aanleiding tot klachten. Artikel 2:24A geeft de mogelijkheid om hiertegen op te treden.
Artikel 2:27a Opruimmiddel 1. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht om een opruimmiddel mee te nemen tijdens het meevoeren dan wel begeleiden van zijn hond in die gebieden waarvoor op grond van artikel 2.27 van deze verordening een zorgplicht geldt. 2. Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht het in het eerste lid bedoelde opruimmiddel aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond te tonen. Reden: Straatverontreiniging kan grote gevaren opleveren voor de volksgezondheid. Ook wordt via hondenuitwerpselen die op straat, in parken en plantsoenen blijven liggen, het voor honden dodelijke canine parvo virus verspreid. Los daarvan staat het probleem al jaren hoog in de ranglijsten van ergernissen, ook in de gemeente Waadhoeke staat overlast van hondenpoep in de top 5 van ergernissen. Het betrappen op heterdaad blijkt in de praktijk lastig te zijn, met de toevoeging van dit artikel is het mogelijk om een hondenbezitter aan te spreken op het bij zich hebben van een opruimmiddel. Gelet op de praktijk is dit artikel goed uitvoerbaar en controleerbaar. Zoals in artikel 2:27 benoemd geldt er een uitzondering voor de eigenaar of houder van een geleidehond of sociale hulphond.
4
Artikel 2:33a Openlijk drugsgebruik Het is verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben. Reden: Het gebruik van lachgas is in de afgelopen jaren enorm toegenomen. Waar lachgas eerder gezien werd als een relatief onschuldig middel wordt steeds meer duidelijk dat het (overmatig) gebruik van lachgas schade kan toe brengen aan de gezondheid. Dit varieert van duizeligheid en een verdoofd gevoel in ledematen tot zenuwschade (dwarslaesie). Los van de gezondheidsrisico’s is ook de overlast die het gebruik van lachgas met zich meebrengt een steeds groter probleem. Geluidsoverlast, zwerfvuil en verkeersongevallen onder invloed van lachgas komen steeds vaker voor. Dit is ook het geval in de gemeente Waadhoeke. Van de politie ontvangt de burgmeester steeds vaker meldingen van incidenten die gerelateerd zijn aan het openlijk gebruik van lachgas. Dat het gebruik en de daarmee gepaard gaande overlast toeneemt binnen de gemeente Waadhoeke blijkt ook uit de politiecijfers. Deze cijfers in figuur 1 zijn gebaseerd op de periode 2019, 2020 en 2021 (tot juni). Het betreft 75 registraties waarbij het gaat om: -
(vermoeden van) handel in lachgas;
-
aantreffen/bezit lachgasflessen in voertuig, al dan niet gevuld, in sommige gevallen met toebehoren; en
-
melding (overlast jeugd) (mogelijk) gebruik van lachgas.
Landelijke verbod Door een uitspraak van het Europees Hof in 2014 én de Nederlandse Hoge Raad in 2016 valt het gebruik van lachgas onder de Warenwet. Verkoop, handel, bezit en gebruik van lachgas zijn op dit moment niet strafbaar. Er is een wetsvoorstel in de maak om het gebruik van lachgas op lijst II van de Opiumwet te plaatsen en daarmee het recreatief gebruik van lachgas te verbieden. Het wetgevingsproces duurt echter langer dan voorzien. Vanwege de demissionaire status van het kabinet zal het besluit over het tot stand brengen van regelgeving op het gebied van het voorgenomen lachgasverbod worden overgelaten aan een nieuw kabinet. Echter blijft het probleem zich lokaal en landelijke voordoen. Algemene plaatselijke verordening Om de problematiek aan te pakken heeft de politie binnen de driehoek verzocht om de verbodsbepaling zoals bedoeld in artikel 2.74a van het model van de VNG op te nemen in de APV. Dit artikel is bovenstaand opgenomen, gelet op de APV Waadhoeke wordt dit artikel ingevoegd na artikel 2:33. Lachgas valt onder de tekst gesteld “of daarop gelijkende waar”, daarnaast maakt deze bepaling het ook mogelijk om op andere vormen van ‘drugs’ te handhaven die nog niet onder de Opiumwet vallen. Om de politie handhavingsinstrumenten te bieden om op te kunnen treden is het wenselijk om artikel 2.74a van het model van de VNG op te nemen in de APV van Waadhoeke.
Het is overigens goed om te weten dat uit ambtelijk overleg met de gemeente Harlingen is gebleken dat ook daar overlast wordt ervaren en Harlingen ook voornemens is om het verbod op te nemen in de APV. Ook buurgemeenten Súdwest Fryslân, Leeuwarden en Noardeast-Fryslân hebben het artikel in de APV opgenomen.
5
Artikel 5:10a Overlast van fiets of bromfiets 1. Het is in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente en/of ter voorkoming van overlast dan wel hinder of gevaarzetting dan wel ter voorkoming van schade verboden op door het college aangewezen plaatsen, fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden op of aan een openbare plaats, dan wel in of buiten de openbare fietsparkeervoorzieningen, (brom)fietsen of vergelijkbare vervoermiddelen a. langer dan veertien dagen onafgebroken te laten staan; b. die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeren langer dan drie achtereenvolgende dagen te laten staan Reden: In de praktijk wordt regelmatig overlast ondervonden van fietsen en bromfietsen die her en der buiten de daartoe bestemde fietsenstallingen worden geplaatst. Het gaat hierbij doorgaans om plaatsen, waar zich grote concentraties van gestalde (brom)fietsen voordoen, zoals bijvoorbeeld bij een station of in de winkelgebieden. Vooropstaat dat dan wel voldoende stallingsmogelijkheden ter plekke aanwezig zijn.
Ter regulering van overlast van foutief geplaatste (brom)fietsen is in het eerste lid van dit artikel aan het college de bevoegdheid gegeven om plaatsen aan te wijzen waar het verboden is (brom)fietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan. De belangen die het college hierbij onder meer in overweging kan nemen zijn: de bescherming van het uiterlijk aanzien van de gemeente, de voorkoming of opheffing van overlast of de voorkoming van schade aan de openbare gezondheid. Bij het laatste motief kan worden gedacht aan het voorkomen van mogelijke verwondingen aan voetgangers die zich tussen een woud van (brom)fietsen een weg moeten banen. Na aanwijzing van een plaats waar het verbod zal gelden, kan tegen een foutief geplaatste (brom)fiets worden opgetreden. Door middel van borden zal worden aangegeven dat foutief geplaatste (brom)fietsen zullen worden verwijderd. Het feitelijk verwijderen dient dan beschouwd te worden als toepassing van bestuursdwang. Voorafgaand aan een dergelijke actie zal dit publiek bekend worden gemaakt, bijvoorbeeld door mededeling met affiches. Daarbij zal tevens meegedeeld worden waar de verwijderde (brom)fietsen weer kunnen worden opgehaald en hoe hoog de kosten zijn die vergoed moeten worden. Dit artikel wordt alleen gebruikt als het echt nodig is, het artikel vormt hierbij de basis om de (brom)fietsen te verwijderen.
6
Afdeling 9. Asverstrooiing Artikel 5:23 Begripsomschrijving In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein. Artikel 5:24 Verboden plaatsen 1. Incidentele asverstrooiing is verboden op: a. verharde delen van de weg; b. gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen; c. de waddenkwelder gedurende de periode van 15 mei tot en met 15 september d. speel- en ligweiden en sportvelden; e. kinderspeelplaatsen. 2. Het college kan bij besluit voor een bepaalde termijn andere plaatsen aanwijzen dan genoemd in het eerste lid waarop incidentele asverstrooiing verboden is. 3. Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste en tweede lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. Artikel 5:25 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Reden: Afdeling Publiekscentrum heeft in de loop van de tijd een aantal toestemmingsverzoeken gehad voor Incidentele asvestrooiing, onder meer voor verstrooiing op het Sjûkelân. Dergelijke verzoeken worden nu naar bevind van zaken beoordeeld.
Binnen Publiekscentrum is de behoefte uitgesproken aan een afwegingskader, als een richtlijn voor hoe de verzoeken te beoordelen en om willekeur te vermijden. Veel meer gemeenten hebben een ‘Afdeling’ over het verstrooien van as opgenomen in hun APV. De opbouw van deze Afdeling in de APV is, met het oog op deregulering, sober gehouden. Het begint met de gebruikelijke definitie voor asverstrooiing. Daarna worden een aantal plaatsen rechtstreeks verboden, zoals kinderspeelplaatsen; het is vanuit een moreel oogpunt verdedigbaar dat asverstrooiing op plekken waar kinderen spelen ongepast is. Het college kan aanvullend andere plaatsen aanwijzen waarvoor het verbod geldt. Buiten de verboden plaatsen is incidentele asvestrooiing in de openbare ruimte toegestaan. Het college kan, op verzoek van een nabestaande, in (zeer) bijzondere gevallen ontheffing geven voor asverstrooiing op een verboden plaats. Daarmee blijft het bijvoorbeeld mogelijk om as van een overledenen te verstrooiien op het Sjûkelân in het geval de overledene een bijzondere staat van dienst voor de Kaatssport.
7