CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Minnertsga - Bedrijventerrein Boskdykje fase 4 ONT1 30-09-2020.pdf

Gemeenteraad Waadhoeke 29 april 2021, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Bestemmingsplan Minnertsga - Boskdykje, fase 417.952 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ten aanzien van de programmering van bedrijventerreinen in de provincie is in artikel 4.1 de volgende regeling opgenomen: 1.Een ruimtelijk plan kan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten, indien dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. 2.In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten voor een of enkele bedrijven, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a.er is sprake van een directe, concrete behoefte van bedrijven die naar aard en schaal passen bij aard en schaal van de overige kern, de bedrijfsconcentratiekern, het regionaal of het stedelijk centrum; b. aangetoond is dat de behoefte waarin wordt voorzien niet inpasbaar is op een bestaand bedrijfsterrein of een in ontwikkeling zijnd bedrijfsterrein in de regio;

c. het totale ruimtebeslag van deze bedrijven staat in een redelijke verhouding tot de schaal van de kern; d. gewaarborgd is dat de bedrijven goed worden ingepast wat betreft milieu, ontsluiting en landschap. In dit geval wordt het bestaande bedrijventerrein Boskdykje uitgebreid met enkele bedrijfskavels. Er is vraag naar deze bedrijfskavels vanuit lokale bedrijvigheid in Minnertsga. Overeenkomstig met de rest van het bedrijventerrein worden bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Qua aard en schaal past dit bij een relatief klein bedrijventerrein. Zoals hierboven benoemd biedt het huidige bedrijventerrein geen ruimte voor een dergelijke uitbreiding. Grutsk op 'e Romte 2014 In maart 2014 is de Structuurvisie Grutsk op 'e Romte vastgesteld. In Grutsk op 'e Romte worden landschappelijke en cultuurhistorische structuren van provinciaal belang in samenhang geanalyseerd, gewaardeerd en van een richtinggevend advies voorzien. Het doel hiervan is behoud en verdere ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit door middel van informeren, adviseren en inspireren. Op deze wijze verwacht de provincie de doorwerking van de provinciale belangen in ruimtelijke plannen van gemeenten te borgen. Het plangebied maakt deel uit van het deelgebied Kleigebied Westergo. Het ligt op de grens met deelgebied ‘Middelzeegebied en Marnegebied’.

In het deelgebied Westergo zijn de volgende punten van provinciaal belang: 1. Het stelsel van smalle kwelderwallen met terpen, terpdorpen en terpsteden, die met hun vaak lineaire structuren die kwelder en oeverwallen volgen. De dorpen liggen als groene punten op de wal; 2. Het uitgestrekte, open kleiterpengebied met een hoge dichtheid aan terpen en terpdorpen en veelal verhoogde boerderijerven. Veel geconcentreerde blokvormige, radiale en lineaire dorpen en steden, met lineaire bebouwingsstructuren, die vanaf terpen, dijken, wegen en water volgen; 3. De brede kwelderoeverwallen, die de voormalige Middelzee en de voormalige Marneslenk begrenzen, met hierop verdichtingen in de vorm van onder meer terpen en terpdorpen; 4. De overgangszone van klei naar het veengebied als onderdeel van de strook die diagonaal over Friesland heen loopt;

5. De invloed van de dynamiek aan zee, zichtbaar in de aanwezigheid van terpen, kwelder, oever en omslagwallen, ligging van de dorpen, de waterlopen en de verkavelingsinrichting; 6. Het systeem van zeedijken en voormalige zeedijken, hemdijken en polderdijken, waarbij de hemdijken onder Bolsward en Sneek, de Penjumer Gouden Halsbân en de Slachtedijk specifiek worden benoemd als bijzonderheden in het totale dijkensysteem;

Cultuurhistorische Kaart Fryslân De Cultuurhistorische kaart Fryslân laat zien dat de Moaije Peal (en het verlengde ervan) de grens vormt tussen enerzijds de kwelderwal, een hogergelegen en zandiger deel van het Kleigebied Westergo. En anderzijds de Middelzeepolder Het Bildt, een jonge (na Middeleeuwen ontstaan) zeepolder met zware kleigronden.

7. Aantal ingepolderde meren.

Uitsnede deelkaart Westergo

Advies provincie -

Ten behoeve van de openheid van de kwelderwallen enige verdichting met bomen uitsluitend langs de weg in en bij de toegang tot het dorp. Ruimte tussen de dorpen op de kwelderwal vrijhouden van beplanting om de openheid van het landschap te waarborgen.

Uitsnede Cultuurhistorische kaart

5.2

Gemeentelijk beleid

Bestemmingsplan buitengebied het Bildt 2010 In de toelichting op het Bestemmingsplan (hoofdstuk 2. 2. Landschap en cultuurhistorie) wordt de landschappelijke hoofdstructuur van het gebied beschreven. Het buitengebied van de voormalige gemeente Het Bildt (tegenwoordig onderdeel van gemeente Waadhoeke) kan op hoofdlijnen worden ingedeeld in het terpenlandschap en het bedijkingslandschap. Beide landschappen worden door de Middelzeedijk van elkaar gescheiden. Terpengebied rondom Minnertsga ‘Kronkelende wegen met terpen en boerderijen en enkele beplantingen accentueren de oost-west-gerichte kreekruggen. Het oostelijk deel is kleinschalig vanwege de beplantingen op de perceelsgrenzen. Het westelijk deel is zeer open. In noord-zuidrichting staat een opstelling met windmolens. De bebouwing geeft het gebied een zekere kleinschaligheid. Het weidegebied is open. Ook hier accentueren de beplantingen en de boerderijen de kreekruggen. De oude Middelzeedijk manifesteert zich op drie wijzen aan de rand van het gebied. Het noordelijk deel van de dijk is als talud duidelijk aanwezig, beplanting ontbreekt hier. Het middendeel is aangekleed met landschappelijke beplantingen, zoals Meidoorn en Elzen. Beide delen functioneren als recreatieve fiets- en wandelroute. Het talud van het zuidelijk deel ontbreekt. Hier ligt een weg met fietspad op het tracé van de voormalige Middelzeedijk.

Deze weg is aangekleed met landschappelijke beplanting.

Landschappelijke hoofdstructuur

Het bedijkingslandschap worden gekenmerkt door een weidegebied met een grote mate van openheid. De oude Middelzeedijk en de over de kwelderruggen gelegen wegen met terpen en boerderijen vormen de structuurelementen in het terpengebied. De richting in het gebied is éénduidig door de gerichtheid van de kreekruggen. Het kronkelige verloop van de wegen, de terpen in het gebied, de beplantingen en de oude boerderijen, geven het gebied een historisch karakter. De hoofdfunctie van het gebied als agrarisch gebied is duidelijk zichtbaar. De oude Griene Dyk is landschappelijk zeer waardevol. Het gebied tussen deze dijk en Minnertsga is van grote landschappelijke waarde als gevolg van de aanwezige beplantingen, het wegenverloop en het reliëf. ’

Terpengebied rond Minnertsga

6

KERNKWALITEITEN

De grootste kwaliteit ligt bij de dijk waarop de weg Hearewei ligt; dit is de voormalige grens met de Middelzee, en het later verlandde en ontgonnen zeekleigebied (het Bildt). Ten noorden van het dijkje is het gebied grootschalig en zeer open. Ten zuiden ervan is het landschap halfopen en kleinschaliger. Daarnaast is het tracé van de spoorlijn (met een mooie, lichtgebogen lijn) ook aan te merken als kernkwaliteit. Het vormt nu een laag dijkje met een fietspad erop, en knotwilgen aan weerszijden. De meanderende waterloop aan de zuidzijde van het plangebied vormt een mooie begrenzing. Verder zijn de hoogteverschillen -door de aanwezigheid van de twee dijken (oude Middelzeedijk en dijkje spoorlijn) en daarnaast het aflopen van het terrein zelf in noordoostelijke richting- kenmerkend. Hoewel gelegen op de kwelderrug, vormt het plangebied een vrij laaggelegen onderdeel van deze rug. Het noordoosten van het plangebied is hierbij het laagste punt van het plangebied.

7

UITGANGSPUNTEN

-

bijzondere ligging tegen de Middelzeedijk; ruimte vrijhouden en benadrukken,

-

bijzondere ligging tegen oude tracé spoorlijntje; ruimte vrijhouden en benadrukken

-

versterken onderscheid halfopen en kleinschalig Westergo en grootschalig en open Middelzeegebied

-

opgaande beplanting uitsluitend aan de rand van het dorp (conform advies uit Grutsk op e romte van de provincie Friesland)

-

rekening houden met zicht vanaf de Hearewei, Mooie Paal, provinciale weg, Opfeart, fietspad op het terrein en op de loodsen

-

noordwest-zuidoost verkavelingsstructuur handhaven en zo mogelijk benadrukken

-

het meanderende beekje aan zuidzijde handhaven en ecologische waarde ervan vergroten door aan de noordzijde een flauw talud te maken

-

watercompensatie a 1250 m2 aan rand van plangebied, door verbreding van bestaande waterlopen

-

bedrijfswoningen aan buitenzijde plangebied plaatsen

-

bedrijfsbebouwing op voldoende afstand van de dijken en watergangen

-

bedrijfsbebouwing in lijn met (eventueel loodrecht op) de verkavelingsstructuur

-

De hoogte van de bedrijfsbebouwing laten aansluiten op de bedrijfsbebouwing in de omgeving.

-

de toerit vanaf de Opfeart met keerlus in lijn met de verkavelingsstructuur.

De kenmerkende noordwest-zuidoost verkaveling in lange, smalle kavels komen terug in de stedenbouwkundige opzet van Boskdykje 4. Tot slot is de aanwezigheid van sloten aan drie zijden van het plangebied een kwaliteit.

8

PRINCIPEMODELLEN

Op basis van de uitgangspunten zijn een drietal principemodellen opgesteld. In alle drie de modellen is de begeleiding en versterking van de oude Middelzeedijk een belangrijk uitgangspunt. Ook komt in alle drie de modellen het toepassen van opgaand e beplanting aan de rand van het dorp terug. De watercompensatie (1250 m2) is door middel van het verbreden van de bestaande waterlopen vorm gegeven, waarbij de waterloop lang de Hearewei (op oude Middelzeedijk) een belangrijk aandeel heeft.

In het eerste model wordt het knooppunt tussen de voormalige Middelzeedijk en het spoorwegtracé geaccentueerd door een robuust bosje. Aansluitend daaraan is in dit model een brede waterloop gepland.

Het tweede model wordt gekenmerkt door een brede watergang die de voormalige Middelzeedijk accentueert. De watergang stopt bij het calamiteitenpad. Aansluitend aan de bestaande beplantingsstrook van de Opfeart 26 is een bosje getekend.

In het derde model is sprake van een drietal wat smallere beplantingsstroken langs het waterloop. Deze vormen de afscherming van de loodsen en filteren het zicht op de loodsen vanaf de Hearewei.

Het laatste model is verder uitgewerkt in de Landschappelijke Inpassing.

8

LANDSCHAPPELIJKE INPASSING

De landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein Boskdykje 4 bestaat uit een aantal onderdelen. De bestaande landschapsstructuren van de oorspronkelijke Middelzeedijk en het spoortracé blijven gehandhaafd, en zo mogelijk versterkt. De bestaande bomen langs beide routes blijven behouden, waardoor ze het geheel landschappelijk inpassen. De begeleiding en versterking van de oude Middelzeedijk is een belangrijk uitgangspunt. Dit wordt door middel van een brede watergang die de dijk begeleidt vormgegeven, en tevens door smalle beplantingsstroken (met elzen). Dit laatste sluit aan op de wens van de provincie om aan de rand van dorpen op de kwelderrug opgaande beplanting toe te passen. De watercompensatie (1250 m2) is door middel van het verbreden van de bestaande waterlopen vorm gegeven, waarbij de waterloop lang de Hearewei (op oude Middelzeedijk) een belangrijk aandeel heeft. De drie smal beplantingsstroken langs het waterloop dienen de toekomstige loodsen af te schermen en het zicht op de loodsen vanaf de Hearewei te filteren. De verkavelingsstructuur wordt versterkt door de toegangsweg en bebouwing in lijn te plaatsen met de aanwezige noordwest-zuidoost structuur.

blz 50

Rho Adviseurs B.V. kdykje fase 4

20191955

bestemmingsplan Minnertsga - Bedrijventerrein Bos Status: ontwerp / 22-09-2020

20191955

Bijlage 2

blz 51

Ladderonderbouwing

bestemmingsplan Minnertsga - Bedrijventerrein Boskdykje fase 4 Rho Adviseurs B.V. Status: ontwerp / 22-09-2020

Waadhoeke Bedrijventerrein Bosdykje fase 4 Minnertsga

Ladder voor duurzame verstedelijking

identificatie projectnummer:

datum:

44002050.20191955

09-09-2020

projectleider:

opdrachtgever:

Thomas de Jong

Nobel Projectontwikkeling Drachten BV

auteur(s):

Joost Jansen

Inhoud 1.

2.

Inleiding

3

Beschrijving behoefte lokale bedrijven

7

1.1. 1.2. 1.3. 1.4. 2.1.

2.2.

3.

Initiatief en beoogd programma Waarom toetsing aan de ladder? Relevante regio voor lokale bedrijven Leeswijzer Behoefte bedrijven 2.1.1. Kwantitatieve behoefte 2.1.2. Kwalitatieve behoefte Conclusie behoefte

3 4 5 6

7 7 9 10

Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied

11

Bijlage 1 Inventarisatie bedrijventerreinen met ruimte

15

3.1. 3.2. 3.3.

Fysieke en bestemmingsplanmatige mogelijkheden Beleidsmatige mogelijkheden Conclusie locatiekeuze

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

11 12 14

44002050.20191955

2

Inhoud

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

1. Inleiding

1.1.

3

Initiatief en beoogd programma

In het noordoosten van Minnertsga aan de Opfeart is het bedrijventerrein Boskdykje gevestigd. Dit bedrijventerrein voorziet in ruimte voor lokale bedrijvigheid. Het voornemen is om het bedrijventerrein in noordwestelijke richting uit te breiden met een vierde fase, naar aanleiding van een concrete ruimtevraag van verschillende lokale bedrijven. De belangstellenden voor de kavels zijn: 1. Tecfort. (S.H. Steinfort) Dit bedrijf is al gevestigd op Boskdykje en wil uitbreiden. De naastgelegen kavel met een oppervlakte van 2.718 m2, is daarvoor gereserveerd. 2. P. Elzinga uit Minnertsga wil graag een kleinschalige houthandel realiseren. Hiervoor wordt een kavel van 2.577 m2 gereserveerd. 3. WASP, Wateler special products (A. Wateler uit Minnertsga) houdt zich bezig met mestvergistingstechniek. Hiervoor wordt een kavel van 2.273 m2 gereserveerd. 4. RHM (P. van der Mossel uit Minnertsga), houdt zich bezig met onderhoud van gasturbines (glastuinbouw). Gereserveerde oppervlak: 1.936 m2. 5. Op het uitbreidingsgebied resteert daarna nog 1 kavel met een oppervlakte van 1.628 m2. De totale netto uitbreiding is 1,1 ha (11.132 m2). Bruto gaat het om circa 1,3 hectare.

Figuur 1.1 Inrichtingsschets Bosdykje fase 4.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

4

Inleiding

De twee bestaande bedrijfskavels van het bedrijventerrein worden middels een omgevingsvergunning uitgebreid. Dit gaat om het bestaande perceel van Tecfort en een nog leeg perceel hier tegenover. Deze grenzen aan de gronden waar het bedrijventerrein wordt uitgebreid. Omdat dit haast heeft is ervoor gekozen dit middels een vergunningsprocedure te regelen. In het bestemmingsplan wordt het vervolgens ook meegenomen. De uitbreiding is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regeling uit het bestemmingsplan Minnertsga Bedrijventerrein Boskdykje fase 3.

Figuur 1.2 Uitsnede plankaart (bijlage 19 bij beheersverordening)

1.2.

Waarom toetsing aan de ladder?

Ieder bestemmingsplan dat nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maakt, moet een verantwoording bevatten van de ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro). Voor binnenstedelijke projecten moet de behoefte worden beschreven. Voor projecten buiten bestaand stedelijk gebied moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. Wel of geen stedelijke ontwikkeling? De ladder is van toepassing als een plan wordt aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 500 m2 aan stedelijke functies (waaronder bedrijven) wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. De huidige bestemming is vertrekpunt bij de beoordeling of sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het plangebied heeft voor het grootste deel een agrarische bestemming. De beoogde uitbreiding van bedrijventerrein Bosdykje is circa 1,3 ha bruto. Dit betekent dat de ontwikkeling wordt aangemerkt als ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’.

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Inleiding

5

Bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: “bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur”. De locatie heeft al een stedelijke functie en is volledig omsloten door andere stedelijke functies en infrastructuur. Hieruit wordt geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling deels buiten bestaand stedelijk gebied ligt, mede gelet op de agrarische bestemming. Daarom is de behoefte beschreven en gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet geheel binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd.

1.3.

Relevante regio voor lokale bedrijven

Het ruimtelijk verzorgingsgebied van de stedelijke ontwikkeling bepaalt tot welk gebied de beschrijving van de behoefte zich moet uitstrekken. De begrenzing van de regio is dus afhankelijk van de aard en omvang het programmaonderdeel dat als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. In dit geval gaat het om de uitbreidingsbehoefte van lokale bedrijven in Minnertsga in bedrijfscategorie 3a. De gemeente Waadhoeke is een uitgestrekt gebied met veel kernen, lokaal gewortelde bedrijven en een eigen behoefte aan werkgelegenheid. Ondernemers in de kern willen het liefste een bedrijfskavel bij de kern. Als deze niet beschikbaar is, wordt naar geschikte alternatieven in de buurt gezocht op acceptabele reisafstand. Het merendeel van de bedrijven in Nederland verhuist binnen de eigen gemeente en de gemiddelde verhuisafstand is 7,5 kilometer. In Friesland is deze afstand wat groter (meer dan 9 km) omdat de kernen en bedrijventerreinen ook verder uit elkaar liggen. Ongeveer de helft van de bedrijven verhuist vanwege privé motieven (van woonkern naar woonkern). Daarnaast verhuizen bedrijven van een woongebied naar een bedrijventerrein. Andersom komt ook voor.

Figuur 1.3 Gemiddelde verhuisafstand bedrijven 2011 Gelet op de verhuisbereidheid van bedrijven: liefst in de eigen kern en vervolgens binnen de gemeente op hooguit 10-15 km, is de kern Minnertsga het primaire zoekgebied. Het secundaire zoekgebied zijn

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

6

Inleiding

geschikte bedrijventerreinen binnen de gemeente Waadhoeke op maximaal 10-15 minuten reisafstand. In de praktijk komt dit neer op bedrijventerreinen binnen de gemeente Waadhoeke.

Figuur 1.4 Relevante regio lokale bedrijven Minnertsga (IBIS bedrijventerreinen, juli 2020, bewerking Rho)

1.4.

Leeswijzer

Hoofstuk 2 gaat in op de behoefte aan bedrijfsgrond voor lokale bedrijven in Minnertsga. In hoofdstuk 3 is gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. In hoofdstuk 4 zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Beschrijving behoefte lokale bedrijven

7

2. Beschrijving behoefte lokale bedrijven

2.1.

Behoefte bedrijven

De regionale behoefte aan bedrijventerrein blijkt uit het actuele Convenant bedrijventerreinen Noordwest Fryslân 2019-2030. Met dit convenant leggen de gemeenten Harlingen, Leeuwarden en Waadhoeke op hoofdlijnen nieuwe afspraken vast over bedrijventerreinen voor de periode 2019-2030. Het doel is om te komen tot een efficiënt ruimtegebruik en verbetering van de kwaliteit van de bedrijventerreinen. Waarbij met regelmaat tussentijds geëvalueerd en indien gewenst bijgesteld wordt. In eerste instantie zijn er nu voor de periode 2019-2020 concrete afspraken vastgelegd. Provincie Fryslân heeft (in mei 2020) aangegeven akkoord te gaan met de integrale tekst in het convenant en deze als onderbouwing te accepteren bij toekomstige uitbreidingsvragen en procedures voor bedrijfsterrein. Het convenant onderbouwt (als behoefteraming) in de periode 2019-2030 de noodzaak voor uitbreiding van bedrijventerrein in alle drie de gemeenten. 2.1.1. Kwantitatieve behoefte Regio Noordwest heeft de vraag naar bedrijventerrein in de periode 2019 tot 2030 geraamd op 55,7 ha. In Noordwest blijkt sprake van een kwantitatief tekort aan bedrijfsterrein in alle drie gemeenten. In Waadhoeke gaat het om een behoefte van 14,3 hectare voor lokale bedrijven (gemiddeld 1,3 ha per jaar).

Figuur 2.1 Vraag per gemeente (Convenant bedrijventerreinen) Plancapaciteit In het convenant bedrijventerreinen noordwest is aangegeven dat per 1 januari 2019 nog 32,6 ha bedrijventerreinen in de regio beschikbaar was. In de gemeente Waadhoeke was 12,6 ha terstond uitgeefbaar minus reserveringen, opties en verkopen 2018.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

8

Beschrijving behoefte lokale bedrijven

Figuur 2.2 Aanbod per 1-1-2019 (Convenant bedrijventerreinen) Uitgifte 2019 De actuele plancapaciteit in de gemeente is volgens gegevens van IBIS-Bedrijventerreinen (juli 2020) 8,63 ha. Daarnaast is op bedrijventerrein Dronryp West 4 ha netto in voorbereiding, maar nog niet uitgeefbaar. Terrein

Kern

Terstond uitgeefbaar ha

Nij Toerenburg II

Sint-Annaparochie

0,37

Boskdykje fase 3

Minnertsga

0,33

Kie (fase 1)

Franeker

6,24

De Polle

Berlikum

1,69

Totaal gemeente Waadhoeke

8,63

Niet terstond uitgeefbaar ha

Dronryp West fase 3

44002050.20191955

4

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

4

Beschrijving behoefte lokale bedrijven

9

Figuur 2.3 Actuele uitgeefbare plancapaciteit bedrijventerreinen Waadhoeke (IBIS bedrijventerreinen, juli 2020, bewerking Rho) Inmiddels is ook Bosdykje fase 3 geheel verkocht, waardoor binnen het relevante onderzoeksgebied nog slechts 8,3 hectare bedrijventerrein direct beschikbaar is. Dat betekent dat in anderhalf jaar tijd 4,3 ha bedrijventerrein is uitgegeven (gemiddeld 2,8 ha per jaar). Hieruit kan worden afgeleid dat de vraag hoger is dan gemiddeld 1,3 ha per jaar. Conclusie kwantitatieve behoefte Er is in de gemeente Waadhoeke behoefte aan 14,3 ha bedrijventerrein in de periode 2019-2030 en er is per 1 januari 2019 plancapaciteit voor 12,6 ha. In Waadhoeke is een kwantitatief tekort van 1,7 ha in de periode 2019-2030.

2.1.2. Kwalitatieve behoefte De kwalitatieve behoefte aan bedrijventerrein blijkt uit het Convenant bedrijventerreinen Noordwest Fryslân 2019-2030. Het gaat in de gemeente Waadhoeke vooral om de behoefte aan kleine en middelgrote kavels.

Figuur 2.4 Vraag per segment gemeente (Convenant bedrijventerreinen)

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

10

Beschrijving behoefte lokale bedrijven

In het convenant is aangegeven dat Kie2 in Franeker betrokken wordt bij de nieuwe prognose en afspraken in 2021 of al eerder als vanuit de vraag de noodzaak daartoe is aangetoond om het uiteindelijk verwachte tekort van 1,7 ha op te vangen. Kie 2 is echter bedoeld voor bedrijven in zwaardere milieu categorieën (categorie 4.2) en kan geen invulling geven aan de lokale behoefte aan bedrijven in categorie 3a.

2.2.

Conclusie behoefte

Er is in de gemeente Waadhoeke behoefte aan 1,7 hectare extra bedrijventerrein. Er is vooral behoefte aan kleine kavels voor lokale bedrijven. Dit blijkt ook uit de marktvraag van lokale bedrijven in Minnertsga. De concrete ruimtebehoefte van lokale bedrijven in Minnertsga is in totaal 0,95 hectare (zie paragraaf 1.1).

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied

11

3. Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied

Omdat sprake is van uitbreiding, moet worden gemotiveerd waarom niet binnenstedelijk in de behoefte kan worden voorzien. In paragraaf 1.3 is beschreven dat de lokale ondernemers in Minnertsga zoeken naar bedrijfsgrond in categorie 3a. Bedrijventerreinen in Minnertsga zijn voor ondernemers in Minnertsga het primaire zoekgebied. Als daar geen geschikte ruimte beschikbaar is, wordt naar alternatieven binnen de gemeente gezocht. De beschikbare bedrijfsgrond in Minnertsga en binnen de gemeente is onderzocht. In paragraaf 3.1 zijn de fysieke mogelijkheden geïnventariseerd in combinatie met de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan biedt. In paragraaf 3.2 zijn de beleidsmatige mogelijkheden voor uitbreiding van bedrijventerrein vanuit het provinciale beleid geïnventariseerd.

3.1.

Fysieke en bestemmingsplanmatige mogelijkheden

De ruimtebehoefte van lokale bedrijven in Minnertsga is in totaal 0,95 hectare. Het beoogde uitbreidingsgebied biedt hiervoor voldoende ruimte. Er blijft daarna nog 1 restkavel beschikbaar met een oppervlakte van 0,16 ha. Bedrijven in Minnertsga willen over het algemeen ook in Minnertsga blijven in verband met zo min mogelijk reisafstand en zo min mogelijk reisafstand van personeel. Wanneer de uitbreiding niet mogelijk wordt gemaakt, zoeken ondernemers noodgedwongen naar geschikte bedrijventerreinen in de omgeving (binnen de gemeente en tot maximaal 15 minuten reisafstand). Uit onderstaande inventarisatie (zie ook bijlage 1) blijkt echter dat er geen ruimte is in Minnertsga en dat er binnen de gemeente op dit moment geen geschikte bedrijfsruimte beschikbaar is in categorie 3a.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

12

Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied

Terrein

Kern

Terstond uitgeefbaar ha

Doelgroep

Noodzakelijk oppervlak lokale bedrijven Minnertsga

Minnertsga

0,95 ha noodzakelijk (1 restkavel over van 0,16 ha)

Bedrijven in categorie 3a

Bosdykje fase 3

Minnertsga

0

Bedrijven in categorie Ja, binnen primair Geschikt, maar 1-2 en 3a zoekgebied geen ruimte meer

Nij Toerenburg II

SintAnnaparochie

0,37

Bedrijven in categorie Alternatief binnen Niet mogelijk en 1-2 in combinatie met secundair niet geschikt bedrijfswoning zoekgebied voor categorie 3a

Kie (fase 1)

Franeker

6,24

Bedrijven in categorie Alternatief binnen Niet mogelijk 4.2 secundair voor categorie zoekgebied 3a

De Polle

Berlikum

1,69

Bedrijven in categorie Alternatief binnen Niet mogelijk en 1-2 secundair niet geschikt zoekgebied voor categorie 3a

Dronryp west fase 3

Dronryp

0

Bedrijven in categorie Alternatief binnen Op dit moment 2 en 3 secundair niet zoekgebied beschikbaar, vooral bedoeld voor bedrijven uit voormalige gemeente menameradiel

Figuur 3.1 Locatieafweging

3.2.

Geschikt voor lokale bedrijven Minnertsga

Conclusie

Beleidsmatige mogelijkheden

Voor de vestiging van bedrijven op bedrijventerreinen worden de uitgangspunten over kavelomvang en milieucategorie zoals opgenomen in het Streekplan Fryslân en de Verordening Romte Fryslân 2014 (geconsolideerd 8 augustus 2018) gehanteerd. Artikel 4 lid 1 en 2 zijn relevant voor de beoogde uitbreiding. Artikel 4 Werken 4.1 Programmering bedrijventerreinen en kantorenterreinen 4.1.1 1. Een ruimtelijk plan kan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten, indien dit wat betreft oppervlakte en invulling van bedrijfstypen in overeenstemming is met een bedrijventerreinenplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. 2. In afwijking van het eerste lid kan een ruimtelijk plan een nieuw bedrijfsterrein of uitbreiding van een bestaand bedrijfsterrein bevatten voor een of enkele bedrijven, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. er is sprake van een directe, concrete behoefte van bedrijven die naar aard en schaal passen bij aard en schaal van de overige kern, de bedrijfsconcentratiekern, het regionaal of het stedelijk centrum; b. aangetoond is dat de behoefte waarin wordt voorzien niet inpasbaar is op een bestaand bedrijfsterrein of een in ontwikkeling zijnd bedrijfsterrein in de regio;

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied

13

c.

het totale ruimtebeslag van deze bedrijven staat in een redelijke verhouding tot de schaal van de kern; d. gewaarborgd is dat de bedrijven goed worden ingepast wat betreft milieu, ontsluiting en landschap. 3. In afwijking van het eerste lid kan in een ruimtelijk plan voor een Waddeneiland een bedrijfsterrein worden opgenomen, indien het bedrijfsterrein wat betreft oppervlakte en invulling in overeenstemming is met een structuurvisie waarover met Gedeputeerde Staten schriftelijk overeenstemming is bereikt. 4.1.2 nvt 4.2 Werkfuncties en voorzieningen per type kern 4.2.1 en 4.2.2 nvt 4.2.3 In een ruimtelijk plan voor een overige kern zijn niet toegestaan: a. een kantoor met een grotere vloeroppervlakte dan 600 m²; b. een bedrijf in de milieucategorieën 3.1, 3.2, 4.1, 4.2, 5.1, 5.2, 5.3 of 6; c. een bedrijf met een kavelomvang groter dan 2.500 m²; d. een voorziening met een bovenlokaal, regionaal of bovenregionaal verzorgingsgebied. 4.2.4 Van de artikelen 4.2.1 tot en met 4.2.3 kan ten behoeve van een incidenteel kantoor, bedrijf, of voorziening worden afgeweken, mits in de plantoelichting is onderbouwd dat aard en schaal van de functie aansluiten bij aard en schaal van de overige kern, het regionaal centrum of het stedelijk centrum.

Figuur 3.2 Uitsnede kaart kernenstructuur Toetsing De provincie heeft ingestemd met het Convenant bedrijventerreinen Noordwest Fryslân 2019-2030. Hieruit blijkt een extra ruimtebehoefte van 1,7 hectare in de gemeente Waadhoeke. Binnen de gemeente zijn Franeker en St. Annaparochie aangemerkt als regionaal centrum en Dronrijp als Bedrijfsconcentratiekern. Minnertsga valt onder het regime van de overige kernen, die bedoeld zijn voor lokale bedrijven. Kavels groter dan 2.500m2 zijn in principe niet mogelijk, tenzij in de plantoelichting is onderbouwd dat aard en schaal van de functie aansluiten bij aard en schaal van de overige kern. Het betreft in dit geval een afronding van bedrijventerrein Bosdykje met lokale bedrijven. Twee kavels worden iets groter dan 2.500m2, maar dit is passend binnen de aard en schaal van bedrijventerrein Bosdykje. De inpassing wordt nader gemotiveerd in het bestemmingsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

14

3.3.

Waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied

Conclusie locatiekeuze

Binnen de kern Minnertsga is geen ruimte meer op bestaande bedrijventerreinen. Om invulling te kunnen geven aan de concrete lokale behoefte van diverse bedrijven in Minnertsga, is uitbreiding bij de kern noodzakelijk. Bedrijven zoeken bedrijfsruimte met zo min mogelijk reisafstand. Bij gebrek aan ruimte in de kern, wordt noodgedwongen verder gekeken. Er zijn op dit moment geen geschikte alternatieven voor bedrijven in categorie 3a binnen het verzorgingsgebied (de gemeente Waadhoeke). Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking.

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Bijlage 1 Inventarisatie bedrijventerreinen met ruimte

15

Bijlage 1 Inventarisatie bedrijventerreinen met ruimte

Minnertsga Bosdykje Fase 3

Bedrijven categorie 1-2 en 3a

IBIS bedrijventerreinen

Bestemmingsplan Minnertsga Bedrijventerrein Bosdykje fase 3 (2009)

beoogde uitbreiding, circa 13.000m2 verkocht

verkocht

Luchtfoto Kadaster

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

16

Bijlage 1 Inventarisatie bedrijventerreinen met ruimte

Berlikum, De Polle

Bedrijven categorie 1 en 2

IBIS bedrijventerreinen

Bestemmingsplan Berltsum Wier (2017)

Ca 4.300m2

Ca 8.000m2

Ca 13.700m2

Luchtfoto kadaster

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

Bijlage 1 Inventarisatie bedrijventerreinen met ruimte

17

Sint Annaparochie, Nij Toerenburg ll

Bedrijven categorie 1 en 2, in combinatie met bedrijfswoningen

IBIS bedrijventerreinen

Bestemmingsplan St.-Annaparochie (2016)

Ca 1.000m2 verkocht

Ca 1.600m2

Ca 2.100m2

Luchtfoto kadaster

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

44002050.20191955

18

Bijlage 1 Inventarisatie bedrijventerreinen met ruimte

Franeker, Kie (Fase 1)

Bedrijven categorie 4.2

IBIS bedrijventerreinen

Bestemmingsplan Franeker-Zuid (2018)

Luchtfoto kadaster

44002050.20191955

Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam

blz 72

Rho Adviseurs B.V. kdykje fase 4

20191955

bestemmingsplan Minnertsga - Bedrijventerrein Bos Status: ontwerp / 22-09-2020

20191955

Bijlage 3

blz 73

Stikstofdepositieberekening

bestemmingsplan Minnertsga - Bedrijventerrein Boskdykje fase 4 Rho Adviseurs B.V. Status: ontwerp / 22-09-2020

memo

Postbus 150, 3000 AD Rotterdam Telefoon: 010-2018555 Fax: 010-4121039 E-mail: info@rho.nl

Plan:

De Opfeart, Minnertsga

Onderwerp:

Stikstofberekening

Datum:

29 september 2020

Auteur:

ing. M. Enthoven

Inleiding Op de locatie aan De Opfeart in Minnertsga bestaat het voornemen om het bedrijventerrein uit te breiden en de ontsluitende weg, De Opfeart, te verlengen. Het betreft een braakliggende/bouwrijpe locatie. De realisatie van de uitbreiding en de bijbehorende toename van het aantal verkeersbewegingen leiden mogelijk tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in de omgeving. De beoogde locatie ligt op circa 3,4 kilometer afstand van stikstofgevoelig Natura 2000-gebied ‘Waddenzee’, zoals in figuur 1 weergegeven. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen gezien de afstand worden uitgesloten. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de afstand tot natuurgebieden kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. Vermesting en verzuring als gevolg van stikstofdepositie zijn echter niet op voorhand uit te sluiten. Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningen voor zowel aanleg- als gebruiksfase zijn opgenomen in de bijlage bij deze memo.

Figuur 1: Globale ligging plangebied (rode cirkel) t.o.v. Natura 2000-gebieden. (Bron: AERIUS Calculator)

blz. 1

Uitgangspunten aanlegfase De afzonderlijke emissiebronnen tijdens de aanlegfase zijn uitgewerkt in tabel 2 en 3. De uitkomsten op jaarbasis (laatste kolom) zijn ingevoerd in AERIUS Calculator. De inzet van het materieel is als vlakbron ingevoerd, gezien de machines over het gehele plangebied werkzaam zijn. De verkeersafwikkeling vindt plaats via De Opfeart in zuidelijke richting naar de Provinciale weg Hermanawei (N393). Op de N393 gaat het extra verkeer op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet, dan wel niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Op grond van jurisprudentie worden de gevolgen voor het milieu van het af- en aanrijdend verkeer niet meer aan het in werking zijn van de inrichting toegerekend wanneer dit verkeer kan worden geacht te zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Tabel 2: Materieelinzet aanlegfase.

Soort materieel

Stage klasse

Mobiele kraan

Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H Stage IIIA, 130-560 kW, 2006, Cat. H

Trekker met grondkar Betonmixer Asfaltmachine Trilrol Graafmachine Betonstorter/pomp Heistelling Boorinstallatie

Brandstofverbruik (L/uur)

Draaiuren

Verbruikte brandstof (L/Jaar)

20

32

640

36

720

12

240

8

160

16

320

40

800

12

240

16

320

12

240

20 20 20 20 20 20 20 20

Totaal

3.680

Tabel 3: Verkeersgeneratie aanlegfase.

Aanvoer Aanvoer materiaal Totaal Aanvoer medewerkers Totaal

Aantal voertuigen 25 100

Aantal verkeersbewegingen (mvt/jaar) 50 50 Zwaar 200 200 Licht

Uitgangspunten gebruiksfase De nieuwe panden zullen gasloos zijn, mogelijk door gebruik van een Warmte-Koude opslag (WKO), en kennen derhalve geen gebouwemissies. De verkeersbewegingen als gevolg van de nieuwe gebruikers zullen echter wel leiden tot extra stikstofemissie. In totaliteit is er sprake van een verkeersgeneratie van circa 557 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag, daarbij gaat het om licht verkeer. De uitgangspunten van de verkeersafwikkeling zijn gelijk aan de aanlegfase. Aan de hand van deze gegevens is de berekening met AERIUS Calculator gemaakt.

blz. 2

Resultaten en conclusie Uit de rekenresultaten blijkt dat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase geen sprake is van stikstofdeposities hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. Derhalve is in het kader van de Wet natuurbescherming geen vergunning noodzakelijk. De stikstofdepositie vormt geen probleem voor de aanvraag van een omgevingsvergunning. De AERIUS-berekeningen zijn als PDF bijlage toegevoegd aan deze memo. De uitkomsten van de AERIUS-berekeningen dienen 5 jaar te worden bewaard, zodat bij controle aangetoond kan worden dat dit aspect onderzocht is.

blz. 3

20191955

Bijlage 4

blz 77

Quickscan flora en fauna

bestemmingsplan Minnertsga - Bedrijventerrein Boskdykje fase 4 Rho Adviseurs B.V. Status: ontwerp / 22-09-2020

2020 1

Quickscan Wet Natuurbescherming Uitbreiding bedrijventerrein Boskdykje te Minnertsga

++

COLOFON BUREAU FAUNAX Badweg 40 B 8401 BL Gorredijk 0513-435024 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus

Quickscan Wet Natuurbescherming Uitbreiding bedrijventerrein te Boskdykje te Minnertsga Gorredijk, februari 2020 In opdracht van: Rho Architecten Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. E.P. de Boer Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied

© Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2020). Quickscan Wet Natuurbescherming Rho Architecten/ Ontwikkeling Boskdykje te Minnertsga. Rapport 20001. Bureau FaunaX, Gorredijk.

Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.

INHOUDSOPGAVE 1.

2

INLEIDING ..................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding ..................................................................................................................... 1

1.2

Doel ...............................................................................................................................2

1.3

Onderzoeksopzet ..........................................................................................................2

1.4

Karakteristiek plangebied en planvoornemen ............................................................. 3

RESULTATEN QUICKSCAN ...........................................................................................4 2.1

Flora .............................................................................................................................. 4

2.2

Vogels ........................................................................................................................... 4

2.3

2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten ............................................................... 4

2.2.2

Overige (broed)vogelsoorten .........................................................................5

Zoogdieren ....................................................................................................................5 2.3.1

Vleermuizen ...................................................................................................5

2.3.2

Overige zoogdieren ....................................................................................... 6

2.4

Reptielen en amfibieën .................................................................................................7

2.5

Vissen ............................................................................................................................7

2.6

Ongewervelden .............................................................................................................7

2.7

Gebiedsbescherming .................................................................................................... 8 2.7.1

2.8 3

Houtopstanden ............................................................................................................ 9

SAMENVATTING EN CONCLUSIES ............................................................................. 10 3.1

Overzicht beschermde soorten .................................................................................. 10

3.2

Effectbespreking en aanbevelingen ............................................................................ 10

3.3 4

Stikstofgevoeligheid ...................................................................................... 8

3.2.1

Algemene broedvogels ................................................................................. 10

3.2.2

Zorgplicht ..................................................................................................... 10

3.2.3

Stikstofuitstoot .............................................................................................. 11

3.2.4

Houtopstanden ............................................................................................. 11

Overzicht vervolgstappen ............................................................................................ 11

LITERATUUR EN BRONNEN ....................................................................................... 12

BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten provincie Fryslân .....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 -

Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens het bestaande bedrijventerrein Boskdykje te Minnertsga uit te breiden over een naastgelegen weiland. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op uitvoerbaarheid, onder meer in relatie tot de natuurwetgeving. Voor meer informatie over de Wet natuurbescherming en de handelswijze wordt verwezen naar Bijlage I. Zo dient te worden onderzocht of als gevolg van de uitvoering van het plan sprake is van effecten op wettelijk beschermde soorten flora en fauna en/of natuurgebieden (Natura 2000), alsook in het kader van houtopstanden. Om hierin inzicht te krijgen wordt in eerste instantie een ecologische quickscan uitgevoerd. Bij dit onderzoek wordt een inschatting gemaakt van de (mogelijk) binnen de invloedssfeer van het project aanwezige beschermde natuurwaarden en de effecten van de voorgenomen plannen op deze waarden.

Figuur 1.1. Het plangebied te Minnertsga (Bron: Rho Adviseurs).

1

1.2 Doel Deze ecologische beoordeling geeft, voor zover mogelijk, antwoord op de volgende vragen: 1. 2. 3. 4. 5.

Komen binnen het plangebied (biotopen van) onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten voor? Komen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden beschermde natuurgebieden voor? Wat zijn de mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze beschermde natuurwaarden en -gebieden, zowel tijdens de realisatie als na afloop hiervan? Voor welke soorten en hun leefgebied wordt de wet mogelijk overtreden en in hoeverre kunnen overtredingen vermeden, dan wel verzacht worden? Wat zijn de te ondernemen vervolgstappen met betrekking tot het voorkomen van schade aan beschermde soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden?

Voor het beantwoorden van deze vragen zijn, naast de verzamelde gegevens tijdens het veldonderzoek, ook andere bronnen geraadpleegd. Zie hiervoor de bronnenlijst in hoofdstuk 4.

1.3 Onderzoeksopzet Soorten In opdracht van Rho Adviseurs heeft Bureau FaunaX het planvoornemen door middel van een ecologische quickscan getoetst aan de natuurwetgeving. Deze quickscan heeft bestaan uit een bureaustudie en een veldbezoek gebaseerd op ecologisch inzicht (expert judgement). Een ecologische quickscan of beoordeling is meestal de eerste stap van ecologisch onderzoek en is bedoeld om een inschatting te maken van de mogelijke effecten op eventueel aanwezige beschermde flora en fauna en/of natuurgebieden binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het veldonderzoek voor deze quickscan is uitgevoerd op woensdag 22 januari 2020 en vond plaats onder winterse weersomstandigheden (5C, windkracht 2, geheel bewolkt). Dit onderzoek bestond uit een visuele inspectie van het plangebied, waarbij is gelet op de aanwezigheid van (of sporen van) beschermde soorten en op de eventuele aanwezigheid van geschikt leefgebied van deze soorten. Gebieden - Natura 2000 Behalve dat onderzocht wordt welke soorten binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen voorkomen, wordt ook gecontroleerd of er sprake kan zijn van negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt middels een grove analyse op basis van de geplande werkzaamheden en de relevante afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden.

Houtopstanden Onder de Wet natuurbescherming worden ook houtopstanden beschermd. Er wordt gecontroleerd in welke mate er sprake is van kap en of hier een meld- en/of herplantingsplicht aan de orde kan zijn. Overige gebiedsbescherming Naast de Wet natuurbescherming zijn er nog meer regelgevingen die ingaan op het beschermen van de natuur in Nederland. Dit zijn veelal provinciale stukken, al dan niet als uitvoeringsorgaan vanuit rijksbeleid. Het gaat hierbij om regelgeving omtrent de Ecologische Hoofdstructuur, ganzengedooggebieden en weidevogelgebieden. Deze toetsing stipt kort aan of er sprake kan zijn van een conflict tussen de provinciale regelgevingen en het geplande initiatief.

2

1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied ligt noordelijk binnen de bebouwde kom van Minnertsga en bestaat uit het bedrijventerrein Boskdykje en de westelijk en zuidelijk hiervan gelegen agrarische grond. Rond deze grond bevinden zich sloten. Aan de noordzijde van het bestaande bedrijventerrein is een groenstrook met enkele bomen aanwezig. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Minnertsga, evenals agrarisch gebied doorkruist door sloten. Het planvoornemen bestaat uit het uitbreiden van het bestaande bedrijventerrein over de naastgelegen agrarische gronden, waarbij het niet geheel zeker is of er sloten worden gedempt.

Figuur 1.2. Impressie van het plangebied.

3

2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora In het plangebied zijn soorten aangetroffen als Engels raaigras, straatgras, smalle weegbree, ridderzuring, madeliefje, ooievaarsbekje (spec.), speenkruid, paarse dovenetel en fluitenkruid. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. 

De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen

Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied met v.l.b.n.r.o.: madeliefje, ooievaarsbekje (spec.), smalle weegbree en fluitenkruid.

2.2 Vogels 2.2.1

Jaarrond beschermde vogelnesten

Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten of horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. De groenstrook ten noorden van het bestaande bedrijventerrein is gecontroleerd op de aanwezigheid van boomnesten. Deze zijn echter niet aangetroffen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde boomnesten kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.

4

Het plangebied is tevens gecontroleerd op jaarrond beschermde nesten van vogels die over het algemeen in bebouwing tot broeden komen; de kerkuil, huismus en gierzwaluw. Het is niet duidelijk of de uitbreiding van het bestaande bedrijvenpand aan dit pand vast komt en of de daklaag hierdoor aangetast wordt. Op het bestaande bedrijfspand zijn gegolfde dakplaten aanwezig. Deze liggen echter dusdanig dicht op de daklaag dat er geen sprake is van geschikte openingen welke kunnen dienen als verblijfplaatsen van soorten als de huismus, gierzwaluw of kerkuil. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. 

De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

2.2.2 Overige (broed)vogelsoorten Naast de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Het plangebied biedt mogelijkheden voor diverse soorten broedvogels. Zo kunnen soorten als de houtduif tot broeden komen in de bomen en de noordelijk gelegen groenstrook, en kunnen soorten als de roodborst en de merel tot broeden komen in de struiken in deze groenstrook. 

Binnen en vlak buiten de plangebieden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedseizoen.

2.3 Zoogdieren 2.3.1

Vleermuizen

Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. De bomen in de groenstrook noordelijk binnen het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomholten. Deze zijn echter niet aangetroffen. Hiernaast zijn de buitenmuren van het bestaande bedrijfspand geheel van metaal. Vleermuizen kunnen hierdoor geen grip verkrijgen op deze buitenmuren. De aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen van vleermuizen in bomen, evenals gebouwen binnen het plangebied, kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Naast verblijfplaatsen van vleermuizen, kunnen ook vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen een beschermde status hebben als deze van essentieel belang zijn voor het in stand houden van een verblijfplaats. Als vliegroute worden, afhankelijk van de soort, waterlichamen, bosranden, bomenlanen of gebouwen gebruikt. Binnen het plangebied zijn echter geen overduidelijke lijnstructuren aanwezig welke een connectie vormen tussen potentiële foerageergebieden van vleermuizen. De aanwezigheid van essentiële vliegroutes en/of foerageergebieden kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.  

De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van essentiële vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen kan op voorhand worden uitgesloten.

5

2.3.2 Overige zoogdieren Het voorkomen van verblijfplaatsen van overige beschermde soorten zoogdieren, zoals de otter, Noordse woelmuis en boommarter kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (bron: NDFF) en habitateigenschappen. Door de afwezigheid van geschikte oevervegetatie in de sloten binnen het plangebied (figuur 2.2) en door de afwezigheid van waarnemingen in de omgeving hiervan (bron: NDFF) kan ook de aanwezigheid van soorten als de waterspitsmuis binnen het plangebied op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 2.2. Zeer schaarse tot geen oevervegetatie op de oevers van de sloten binnen het plangebied.

Figuur 2.3. Oeverbegroeiing onder een vlak buiten het plangebied liggende brug (links) en oeverbeschoeiing achter deze brug (rechts).

6

Binnen het plangebied kunnen lichter beschermde (vrijgestelde) zoogdiersoorten voorkomen, zoals de veldmuis. Hoewel deze soorten voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld binnen de provincie Fryslân, dient men zich wel te houden aan de voor deze soorten geldende zorgplicht. 

In het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid enkele lichter beschermde zoogdiersoorten zoals de veldmuis voor. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

2.4 Reptielen en amfibieën Het plangebied is tevens gecontroleerd op waarden voor beschermde reptielen en amfibieën. Op basis van verspreidingsgegevens (bron: NDFF) en habitateigenschappen kan op voorhand worden uitgesloten dat binnen het plangebied beschermde reptielen voorkomen. Ook de aanwezigheid van beschermde amfibieën binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens. Zo noordelijk in de provincie, op kleigrond, komen geen beschermde amfibieën voor. Binnen het plangebied kunnen andere, licht beschermde (vrijgestelde) amfibieën voorkomen, zoals de bruine kikker. Hoewel deze soorten voor ruimtelijke ingrepen zijn vrijgesteld binnen de provincie Fryslân, dient men zich wel te houden aan de voor deze soorten geldende zorgplicht.  

De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde reptielen en amfibieën kan op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied komen naar alle waarschijnlijkheid licht beschermde soorten voor, zoals de bruine kikker. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).

2.5 Vissen Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor de in Nederland voorkomende groep beschermde zoetwatervissen. De enige soort welke redelijkerwijs binnen het plangebied kan voorkomen is de grote modderkruiper. De sloten binnen het plangebied beschikken echter niet over een goed ontwikkelde sliblaag, noch geschikte verlandingsvegetatie (figuur 2.2). Hiernaast valt het plangebied buiten het verspreidingsgebied van de grote modderkruiper en zijn er in de omgeving geen waarnemingen van de soort bekend (bronnen: Melis, J. & M. Koopmans, 2015 & NDFF) 

De aanwezigheid van leefgebied van beschermde zoetwatervissen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.

2.6 Ongewervelden Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde ongewervelden kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (NDFF) en habitateigenschappen. Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater binnen het plangebied, en doordat er geen sprake is van het aantasten van waterlichamen binnen het planvoornemen kunnen negatieve effecten op beschermde libellen(larven) op voorhand worden uitgesloten. Het voorkomen van andere beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten, bijvoorbeeld op basis van de afwezigheid van waardplanten van beschermde vlindersoorten.

7

De aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van beschermde ongewervelden kan op voorhand worden uitgesloten.

2.7 Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied valt niet onder de EHS/NNN of Natura2000 en is niet aangewezen als weidevogelgebied of ganzenfoerageergebied (bronnen: Weidevogelkansgebieden Fryslân en Planologische Ecologische Hoofdstructuur kaart provincie Fryslân). De provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen.

2.7.1

Stikstofgevoeligheid

Het plangebied ligt hemelsbreed op circa 3,5 km van het Natura2000 gebied Waddenzee (figuur 2.4). Tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden (Uitbreiding bedrijventerrein) verwachten wij dat er mogelijk significante stikstofuitstoot zal plaatsvinden als gevolg van het inzetten van mobiele werktuigen en de gebruiksfase van nieuwe bedrijfspanden op (stikstof)gevoelige soorten en habitattypen, zoals slijkgrasvelden en de groenknolorchis, waar dit gebied voor is aangewezen. We adviseren daarom een Aerius berekening uit te voeren. De provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen.

Figuur 2.4. Natura2000 gebieden in de omgeving van het plangebied (bron: Planologische Ecologische Hoofdstructuur kaart provincie Fryslân.

8

Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden en gebruik van de nieuwe situatie is er mogelijk sprake van significante stikstofuitstoot.

2.8 Houtopstanden Als er een houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Het is niet duidelijk of de groenstrook aan de noordzijde binnen het plangebied wordt verwijderd. Wanneer dit het geval is, is er mogelijk sprake van een melden/of herplantingsplicht. Informeer bij de gemeente Waadhoeke voor meer informatie hierover. 

Er is mogelijk sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.

9

3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus, en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna, en andere belanghebbenden in en rond het plangebied. Soortgroep

Soort

Aanwezigheid

Vogels

Algemene broedvogels

Mogelijk

Divers

Divers

Ja

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.10

Vrijgesteld

Advies Werken buiten broedseizoen. AndersBroedvogelcheck

X X

Zorgplicht

Overig belanghebbenden

Aandachtspunt

Aanwezigheid

Advies

Natura2000

(extra)stikstofuitstoot

Mogelijk

Aerius berekening

Houtopstanden

Meld en/of herplantingsplicht

Mogelijk

Informeer bij de gemeente Waadhoeke indien er bomen worden gekapt.

3.2 Effectbespreking en aanbevelingen Het project kan naar ons inzien doorgang vinden binnen de kader van de Wet natuurbescherming, mits men zich houdt aan de hieronder volgende aanbevelingen.

3.2.1

Algemene broedvogels

Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten alleen tijdens de broedtijd beschermd zijn. We adviseren daarom om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Eventueel kan voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck worden uitgevoerd, zodat in delen van het plangebied waar geen verstoring op kan treden reeds tijdens het broedseizoen kan worden gewerkt.

3.2.2 Zorgplicht Er kunnen enkele meer algemene soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in geval van schade aan deze soorten (bv. veldmuis). Op deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing. Deze kan tot uiting worden gebracht door zo te werken dat dieren de kans krijgen om te vluchten naar habitat buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden of dieren (zoals vrijgestelde amfibieën) naar een dergelijke habitat te verplaatsen. Voor de voorwaarden waaraan vrijstellingen moeten voldoen wordt verwezen naar Bijlage I.

10

3.2.3 Stikstofuitstoot De inzet van mobiele voertuigen tijdens de uitvoer van de voorgenomen werkzaamheden, evenals de in gebruikname van nieuwe bedrijfspanden, kunnen extra stikstofuitstoot tot gevolg hebben welke negatieve effecten kunnen uitoefenen op een nabijgelegen natura2000 gebied (Waddenzee, figuur 2.4). We adviseren een Aerius berekening uit te voeren om de eventuele effecten van de uitvoer, evenals de gebruiksfase binnen het plangebied te berekenen en vast te leggen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=fcfdc9ed-b039-4650-9091-47435fa2c534