Bijlage 1: het bestemmingsplan St.-Annaparochie - Middelweg West
Tekst van het document
bodeminformatiesysteem provincie Fryslân; het archief van de gemeente de gemeente Waadhoeke; rapportages voorgaande onderzoeken; www.bodemloket.nl; www.topotijdreis.nl; www.bagviewer.nl; perceelloep. Historie en toekomst van de locatie
De onderzoekslocatie is onbebouwd en is in het verleden in gebruik geweest als boomkwekerij. Het woonhuis aan de zuidzijde dateert uit 1927. De voorgenomen activiteiten betreft de bouw van woningen. Op de onderstaande figuur 2.2 is de toekomstige situatie weergegeven.
Figuur 2.2: toekomstige situatie aan de Middelweg-West in Sint-Annaparochie (bron: Studio JK)
pagina 7 van 13
Voor zover bekend zijn op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving geen potentieel verontreinigende (bedrijfs)activiteiten uitgevoerd en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. 2.2.2
Eerder uitgevoerde onderzoeken
Op de locatie zelf zijn tot heden geen bodemonderzoeken verricht. In de omgeving is het onderstaande bodemonderzoek verricht:
Verkennend onderzoek Statenweg (De Vlaswiek), projectnummer 10289-79112-I, d.d. 2510-1995 verricht door Oranjewoud.
Uit dit onderzoek is gebleken dat in de grond geen verontreinigingen zijn vastgesteld. Het grondwater vertoonde destijds licht verhoogde gehaltes chroom, koper en zink. 2.2.3
Regionale bodemkwaliteit
De bodemkwaliteit in deze zone wordt geclassificeerd als grond met klasse achtergrondwaarde. Dit geldt zowel voor de bovengrond als de ondergrond. 2.3
Conclusies vooronderzoek
Daar in het verleden op de onderzoekslocatie bomen zijn gekweekt wordt de grond verdacht beschouwd voor bestrijdingsmiddelen. Om deze reden wordt het standaard analyse grondpakket aangevuld met analyses op OCB’s. Afhankelijk van het resultaat hiervan wordt het grondwater aanvullend hierop geanalyseerd. De onderzoeksstrategie zal ongewijzigd blijven. Uit het vooronderzoek is niet gebleken dat op of nabij de locatie handelingen met asbest zijn uitgevoerd in een mate dat hierdoor een bodemverontreiniging met asbest zou kunnen zijn ontstaan. De locatie wordt derhalve (in eerste instantie) als niet-verdacht beschouwd op de aanwezigheid van asbest in de bodem. Gelet op het kader van het onderhavige bodemonderzoek zal hier dan ook geen onderzoek naar worden gedaan.
pagina 8 van 13
3
Veldonderzoek
3.1
Uitgevoerde veldwerk
Het verkennend bodemonderzoek is verricht conform de strategie, zoals vermeld in tabel 3.1. Verder is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde werkzaamheden. Tabel 3.1: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Omschrijving
Norm
Strategie
Boringen
Middelweg-West 162/162a
NEN 5740
ONV-NL
11 tot 0,5 m-mv:
Boringen met peilbuis
in Sint Annaparochie
1 tot 2,2 m-mv: HB06
HB01, HB02, HB04, HB05, HB07, HB08, HB09, HB11, HB12, HB14, HB15 3 tot 2,0 m-mv: HB03, HB10, HB13
ONV‐NL:
strategie voor een ‘onverdachte niet‐lijnvormige locatie’
De boorlocaties zijn aangegeven op de situatietekening in bijlage 3. De uitvoering van de boringen, het nemen van de grond- en grondwatermonsters en de conservering zijn verricht conform de BRL SIKB 2000 en de protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is uitgevoerd op 24 april 2023. Het grondwater is bemonsterd op 4 mei 2023. Het veldwerk en het uitzetten van de boringen is uitgevoerd door een gekwalificeerde medewerker van ons bureau, de heer T. van Zwieten. De uitgeboorde grond is beschreven volgens de NEN 5104. De kenmerken zijn beschreven conform de NEN 5706. Iedere bodemlaag is per apart laag van maximaal 50 cm bemonsterd. Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal zowel lithologisch als visueel onderzocht. Bij het lithologisch onderzoek worden de grondsoorten geclassificeerd. Bij het visuele onderzoek worden waarneembare afwijkingen ten aanzien van kleur en geur van het bodemmateriaal beschreven. De boorbeschrijvingen zijn weergegeven in bijlage 4. De boringen en peilbuis zijn met een 06-GPS ingemeten. 3.2
Veldwaarnemingen
In de opgeboorde grond zijn geen bijzonderheden waargenomen. Tijdens het veldonderzoek is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn tijdens het veldwerk geen asbestverdachte materialen waargenomen.
pagina 9 van 13
3.3
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen zijn monsters geselecteerd voor analyse. De mengmonsters zijn samengesteld in het laboratorium. De grond- en watermonsters zijn (voor)behandeld middels de AS3000 methode. De grondmonsters en het grondwatermonster zijn in het laboratorium van Al-West B.V. Agrolab Group te Deventer geanalyseerd. Al-West B.V. Agrolab Group is erkend door de Raad van Accreditatie en voldoet aan de accreditatiecriteria voor testlaboratoria zoals vastgelegd in NEN-EN-ISO-IEC 17025. De samenstelling van de mengmonsters en de uitgevoerde analyses zijn weergegeven en toegelicht in tabellen 4.4 en 4.6 (paragraaf 4.3). De analysecertificaten zijn in bijlage 5 en de toetsingsresultaten zijn in bijlage 6 opgenomen.
pagina 10 van 13
4
Onderzoeksresultaten
4.1
Bodemopbouw
De globale bodemopbouw van de locatie is afgeleid uit de uitgevoerde boringen en is weergegeven in de tabel 4.1. Tabel 4.1: Globale bodemopbouw van de locatie Diepte (m-mv.)
Omschrijving
0,0-0,5
Klei, sterk zandig, matig humeus
0,5-2,2
Klei, sterk siltig
In de boorstaten in bijlage 4 wordt per boring de exacte bodemopbouw beschreven. Een legenda van de boorstaten is eveneens opgenomen in bijlage 4. 4.2
Veldmetingen grondwater
Tijdens het bemonsteren van de peilbuis is de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidend vermogen (EC) en de troebelheid (NTU) bepaald. De gegevens van de veldmetingen zijn opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2: Veldmetingen grondwater Peilbuis HB06
Filterstelling
Grondwaterstand
(m- maaiveld)
(m-mv)
1.2 – 2.2
1.45
pH 6.67
Geleidingsvermogen,
Troebelheid
EC (µS/cm)
(NTU)
1080
5.89
De aangetoonde waarden kunnen als normaal voor de omgeving worden beschouwd en geven geen aanleiding tot nader onderzoek. De grondwaterstand is een éénmalige opname en bedoeld als oriënterend gegeven. De grondwaterstand kan fluctueren. 4.3
Resultaten
De resultaten van de analyses, zoals gegeven in bijlage 5, zijn vergeleken met de toetsingswaarden 'Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater' uit de circulaire bodemsanering (Nederlandse Staatscourant, nr. 16675, 27 juni 2013). De toetsing en toetsingswaarden zijn weergegeven in de tabellen in bijlage 6. De toetsingskader voor (water)bodem zijn toegelicht in bijlage 7. 4.3.1
Toetsingsresultaten grond
De volgende terminologie of betekenis van tekens en afkortingen worden in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes. Tabel 4.3: Terminologie toetsing grond. niet verontreinigd/verhoogd
gehalte beneden de achtergrondwaarde of detectiegrens
-
licht verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de achtergrond- en ½ AW+I
*
matig verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de ½ AW+I en interventiewaarde
**
sterk verontreinigd/verhoogd
gehalte hoger dan de interventiewaarde
***
pagina 11 van 13
De uitgevoerde analyses en de analyseresultaten van de grondmonsters zijn samengevat weergegeven in tabel 4.4. Tabel 4.4: Analyseresultaten grondmengmonsters. Monster-
Motivatie
code
Deel-
Analyses
monsters
Toetsing *
**
***
Koper
-
-
Koper
-
-
-
-
(traject in m-mv) MM 1 bg
Vanuit
HB01: 0.00 - 0.30,
NEN 5740
historie
HB02: 0.00 - 0.30,
grondpakket
verdacht
HB03: 0.00 - 0.30,
standaard en
voor
HB04: 0.00 - 0.30,
OCB’s
OCB’s
HB05: 0.00 - 0.30, HB06: 0.00 - 0.40, HB07: 0.00 - 0.30
MM 2 bg
HB08: 0.00 - 0.30,
NEN
HB09: 0.00 - 0.30,
grondpakket
Som 2,4
HB10: 0.00 - 0.50,
standaard en
en 4,4
HB11: 0.00 - 0.50,
OCB’s
DDT
5740
HB12: 0.00 - 0.30,
Som 2,4
HB13: 0.00 - 0.50,
en 4,4
HB14: 0.00 - 0.50,
DDE
HB15: 0.00 - 0.50
Som 2,4 en 4,4 DDD Som 21 OCB
MM 3 og
HB03: 0.30 – 1.50,
NEN 5740
HB06: 0.40 – 1.70,
grondpakket
HB10: 0.50 - 1.70
standaard en
-
OCB’s NEN 5740 grondpakket standaard: zware metalen (9), minerale olie, PAK (10 VROM) en PCB (7, som) OCB’s: organochloorbestrijdingsmiddelen
4.3.2
Toetsingsresultaten grondwater
De volgende terminologie of betekenis van tekens en afkortingen worden in dit rapport gehanteerd met betrekking tot de mate van verontreiniging of verhoging van gehaltes. Tabel 4.5: Terminologie toetsing grondwater. niet verontreinigd/verhoogd
gehalte beneden de achtergrondwaarde of detectiegrens
-
licht verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de achtergrond- en ½ S+I waarde
*
matig verontreinigd/verhoogd
gehalte tussen de 1/2S+I- en interventiewaarde
**
sterk verontreinigd/verhoogd
gehalte hoger dan de interventiewaarde
***
pagina 12 van 13
De uitgevoerde analyses en de analyseresultaten van het grondwatermonster zijn samengevat weergegeven in tabel 4.6. Tabel 4.6: Analyseresultaten grondwatermonster. Peilbuis
Filtertraject
Motivatie
Analyses
(m-mv) HB06
1.2 – 2.2
onverdacht
NEN 5740
Toetsing *
**
***
benzeen
-
-
grondwaterpakket standaard NEN 5740 grondwaterpakket standaard: zware metalen (9), minerale olie, vluchtige aromaten, gechloreerde koolwaterstoffen
De resultaten van de grond en het grondwater zijn toegelicht in hoofdstuk 6.
5
Afwijkingen
Het onderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740. Er is niet afgeweken van de geldende Beoordelingsrichtlijn (BRL), protocol 2001 en 2002.
pagina 13 van 13
6
Conclusies en toetsing hypothese
6.1
Conclusies
Veldwerk Op het maaiveld en in het opgeboorde materiaal zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. In de opgeboorde grond zijn geen bijzonderheden waargenomen . Analyseresultaten grond Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond licht verontreinigd is met koper, plaatselijk is de bovengrond licht verontreinigd met Som 2,4 en 4,4 DDT, Som 2,4 en 4,4 DDE, Som 2,4 en 4,4 DDD en Som 21 OCB.
De genoemde parameters die in een verhoogd gehalte zijn vastgesteld blijven ver beneden de norm voor nader onderzoek. De ondergrond blijkt niet verontreinigd te zijn met de onderzochte parameters. Daar in de ondergrond geen verhoogde gehalte OCB’s zijn vastgesteld en in de bovengrond in slechts licht verhoogde gehaltes bestaat er geen aanleiding het grondwater aanvullend op OCB’s te analyseren. Analyseresultaten grondwater Uit de analyseresultaten blijkt dat het grondwater licht is verontreinigd met benzeen. Op de onderzoekslocatie zijn geen bronnen aanwezig (geweest) dan wel activiteiten verricht die dergelijke verontreinigingen kunnen veroorzaken. Tevens is het gehalte dermate laag dat het geen aanleiding geeft tot nader onderzoek. 6.2
Toetsing hypothese
Op basis van de zintuiglijke waarnemingen bij de verrichte boorlocaties en de analyses van de samengestelde grondmengmonsters en het grondwatermonster kan worden geconcludeerd dat de hypothese, zoals deze is gesteld in hoofdstuk 2, correct is. De lichte verontreinigingen vormen geen verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of milieu. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt hoeven er geen beperkingen aan de gebruiks- c.q. bestemmingsmogelijkheden van het terrein te worden gesteld en vormen ons inziens derhalve geen belemmering voor de afgifte van een omgevingsvergunning voor de voorgenomen bouwactiviteiten. Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Tot slot dient opgemerkt te worden dat de conclusie is gebaseerd op het vooronderzoek en de onderzoeksresultaten van dit onderzoek. Dit bodemonderzoek schetst een algemeen beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afwijkingen.
Bijlage 1
Kadastrale gegevens percelen aan de Middelweg-West 162 en 162A in Sint Annaparochie
Bijlage 2
Foto’s onderzoekslocatie Middelweg-West 162 en 162A in Sint Annaparochie
Bijlage 3
Bijlage 4