CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: het bestemmingsplan Sexbierum - Kade en Fliet

Gemeenteraad Waadhoeke 28 maart 2024, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Sexbierum - Kade en Fliet14.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan

Sexbierum - Kade en Fliet Waadhoeke

DATUM IMRO IDN

26-06-2023 NL.IMRO.1949.BPSbrKadeVliet-CON1

PROJECT PROJECTLEIDER

bestemmingsplan Sexbierum - Kade en Fliet T. de Jong

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Akkerman Investgroup 20221095

AUTEUR STATUS

Y. Meerstra concept

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Planologische regeling

8

1.4

Leeswijzer

9

Planbeschrijving

10

2.1

De bestaande situatie

10

2.2

Voorgenomen situatie

12

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

17

Milieu- en omgevingsaspecten

20

4.1

Bedrijven en milieuzonering

20

4.2

Geluid

20

4.3

Ecologie

21

4.4

Bodem

21

4.5

Water

22

4.6

Luchtkwaliteit

25

4.7

Archeologie

25

4.8

Cultuurhistorie

27

4.9

Externe veiligheid

27

4.10

Kabels en leidingen

28

4.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

28

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

30

5.1

Het juridisch systeem

30

5.2

Toelichting op de bestemmingen

30

Uitvoerbaarheid

32

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

32

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6 6.1

3/72

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Bijlagen toelichting Bijlage 1

33 Watertoets

Regels Hoofdstuk 1

35 41

Inleidende regels

42

Artikel 1

Begrippen

42

Artikel 2

Wijze van meten

47

Bestemmingsregels

48

Artikel 3

Groen

48

Artikel 4

Tuin

49

Artikel 5

Verkeer - Verblijf

50

Artikel 6

Wonen - 2

51

Artikel 7

Wonen - Woongebouw

53

Artikel 8

Waarde - Archeologie 2

55

Artikel 9

Waarde - Archeologie 3

57

Algemene regels

59

Artikel 10

Anti-dubbeltelregel

59

Artikel 11

Algemene bouwregels

60

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

61

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

62

Artikel 14

Overige regels

63

Overgangs- en slotregels

64

Artikel 15

Overgangsrecht

64

Artikel 16

Slotregel

65

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding

4/72

32

67 Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

69 71

5/72

Toelichting

6/72

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op de hoek van Nije Buorren en Fliet te Sexbierum is autobedrijf De Boer aanwezig. De initiatiefnemer wil de bebouwing van dit autobedrijf met tankstation slopen en in plaats hiervan vier twee-onder-één-kapwoningen, vier rug-aan-rug woningen, 21 etagewoningen en drie maisonnette-woningen te realiseren. Ook wordt een ontsluitingsweg in het gebied voorzien en de benodigde bergings- en parkeervoorzieningen. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan Sexbierum/Pietersbierum. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hier in.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het midden van de bebouwde kom van Sexbierum. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

7/72

Ligging van het plangebied

1.3

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Sexbierum/Pietersbierum, vastgesteld op 2 juli 2008 door de toenmalige gemeente Franekeradeel. Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan Sexbierum/Pietersbierum

In het westelijke deel van het plangebied geldt de bestemming 'Wonen - 2'. De voor 'Wonen -2' aangewezen gronden zijn bestemd voor woonhuizen met daarbij behorende ondergeschikte functies. Gebouwen binnen deze bestemming dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden en mogen respectievelijk een goot- en bouwhoogte van maximaal 7 meter en 11 meter hebben. In het oostelijke deel van het plangebied geldt de bestemming 'Bedrijf'. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2, bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' en een verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg, ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg', met de daarbij behorende ondergeschikte functies. Gebouwen binnen deze bestemming dienen binnen het bouwvlak gebouwd te worden en de goot- en bouwhoogte zullen ten hoogste de in het bouwvlak aangegeven hoogte bedragen, namelijk respectievelijk 4 meter en 9 meter. Tevens geldt in een groot deel van beide bestemmingsvlakken een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'. De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud, het herstel en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

Het is verbonden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders te ontgronden, afgraven (waaronder het graven van watergangen en waterpartijen), egaliseren en ophogen van gronden en/of het anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur en het uitvoeren van

8/72

grondbewerkingen dieper dan 0,30 meter, tenzij deze in het kader van onderzoek naar mogelijk historische vindplaatsen worden uitgevoerd. De ontwikkeling van de nieuwe woningen is grotendeels niet passend binnen de bestemmingen. Om de ontwikkeling hiervan toch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

9/72

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling wordt met dit plan op een goede manier ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. Vervolgens wordt de inpassing in de huidige situatie beschreven.

2.1

De bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich op de hoek van de Kade en het Fliet. De oostelijk gelegen Kade betreft de doorlopende hoofdstraat van Sexbierum. Via deze weg is de rest van Sexbierum te bereiken. Ter hoogte van het plangebied hebben de wegen de Kade en het Fliet een maximum snelheid van 30 km/uur. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie en de omgeving weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto van de huidige situatie

De omgeving van het plangebied bestaat uit de volgende functies: de westzijde van het plangebied betreft woonbebouwing aan het Fliet; zuidelijk en westelijk gelegen van het plangebied is overwegend woonbebouwing aanwezig; noordelijk gelegen van het plangebied ligt overwegend bebouwing ten behoeve van de bestemming 'Gemengd' hoofdzakelijk bestaande uit woningen maar met mogelijkheden voor winkels en lichte bedrijvigheid; oostelijk gelegen van het plangebied staat een café/bar. De bebouwing in het plangebied is in de huidige situatie aan de westzijde in gebruik als voor woondoeleinden.

10/72

Helemaal in het noordwesten van het plangebied zijn de woningen recentelijk gesloopt. De oostzijde van het plangebied is in gebruik als een garagebedrijf met tankstation met een bijbehorende bedrijfswoning. Het garagebedrijf betreft bebouwing die bestaat uit één bouwlaag met een flauwe zadelkap. De bestaande en reeds gesloopte (bedrijfs)woning betreffen/betroffen bouwwerken bestaande uit twee bouwlagen met een zadelkap. In figuur 2.2 is de huidige situatie van het garagebedrijf met tankstation weergegeven. In figuur 2.3 de huidige situatie van de nabijgelegen nog aanwezige woningbouw.

Figuur 2.2

Aanzicht huidige situatie garagebedrijf

Figuur 2.3

Aanzicht huidige situatie woningbouw

11/72

2.2

Voorgenomen situatie

In de voorgenomen situatie worden in het plangebied de bestaande gebouwen gesloopt en vervangen door grondgebonden woningen en woongebouwen. In figuur 2.4 is de voorgenomen indeling van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.4

Voorgenomen indeling van de ontwikkeling

Het project bestaat uit: de realisatie van vier twee-onder-één-kapwoningen aan het Fliet; de realisatie van vier rug-aan-rugwoningen aan het Fliet; de realisatie van drie maisonnette woningen ter hoogte van het huidige garagebedrijf; de realisatie van twee woongebouwen met in totaal 21 etagewoningen ter hoogte van het huidige garagebedrijf. De rest van het plangebied wordt groen ingedeeld. Verder worden in het zuidelijke deel van het plangebied parkeerplaatsen en bergingen ten behoeve van de nieuw te realiseren woningen gerealiseerd. Deze parkeerplaatsen en de woningen in het plangebied kunnen worden bereikt via de nieuw te realiseren aansluiting aan de noord- en oostzijde van het plangebied. Daar worden de woningen ontsloten aan de Kade en het Fliet. De oostelijke ontsluiting kan hierbij alleen worden gebruikt voor langzaam en calamiteitenverkeer. De grondgebonden woningen worden in maximaal 2 bouwlagen met een kap uitgevoerd zoals passend is in de omgeving. De woongebouwen worden in maximaal 3 bouwlagen met een kap uitgevoerd met een maximale bouwhoogte van 14 meter. De vormgeving hiervan is afgestemd op de hoogte van het hotel aan de overzijde van

12/72

de weg. Ruimtelijk-functioneel past de nieuwe woonsituatie beter in de omgeving dan de huidige bedrijfssituatie. Verkeer en parkeren De nieuwe woningen worden ontsloten via bestaande aansluitingen op de Kade en het Fliet. Via deze wegen is de rest van Sexbierum en de noordelijk gelegen N393 snel en veilig te bereiken. Daarmee is het plangebied op een goede wijze ontsloten. In de huidige situatie is in het plangebied een vrijstaande bedrijfswoning, twee twee-onder-een-kapwoningen, circa 650 m2 aan garagebedrijf en een tankstation zonder verkoop van lpg. Op basis van cijfers van het CBS kan worden uitgegaan dat het gemiddelde tankstation zonder verkoop van lpg circa 3529 liter benzine en 4573 liter diesel verkoopt. Gezien de ligging van het tankstation wordt uitgegaan van een kleinschalig tankstation, waarbij wordt aangesloten bij een worst-case verkoop van de helft van de benzine en diesel, namelijk 1.629,5 liter benzine en 2.268,5 liter diesel. Uitgaande van een gemiddelde van 35 liter per auto leidt dit tot een gemiddelde verkeersgeneratie van 111,4 lichte motorvoertuigen.

Op basis van kentallen van het CROW (publicatie 381) bedraagt de verkeersgeneratie van de huidige situatie als volgt: 1 vrijstaande woning (koop): kencijfer CROW van 7,8 = 7,8 in totaal; 2 twee-onder-een-kapwoningen (koop): kencijfer CROW van 7,4 = 14,8 in totaal; 650 m2 aan bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief: kencijfer CROW van 0,091 = 59,2 in totaal. Op basis van het CBS en het CROW (publicatie 381) bedraagt de verkeersgeneratie van de huidige situatie 193 in totaal. Op basis van kentallen van het CROW (publicatie 381) bedraagt de verkeersgeneratie ten gevolge van de voorgenomen ontwikkeling als volgt: 4 twee-onder-een-kapwoningen (koop): kencijfer CROW van 7,4 = 29,6 in totaal; 7 rug-aan-rugwoningen (koop): kencijfer CROW van 7 = 49 in totaal; 21 appartementen (koop): kencijfer van CROW van 5,6 =117,6. Op basis van het CROW (publicatie 381) bedraagt de verkeersgeneratie 197 in totaal. Ten opzichte van de huidige situatie neemt de verkeersgeneratie met 4 lichte motorvoertuigbewegingen toe. Dit aantal zal niet voor knelpunten zorgen in het verkeersnetwerk.

Op basis van de Nota parkeernormen van de gemeente Waadhoeke gelden voor de woningen in het plangebied de volgende parkeerkencijfers: 7 grondgebonden woningen (gezin): parkeernorm per woning 2,1 = 14,7 in totaal; 4 eenpersoonswoningen (rug-aan-rug-woningen): parkeernorm per woning 0,7 = 2,8 in totaal; 21 woningen (appartement, etage): parkeernorm per woning 1,8 = 37,8.

13/72

Op basis van de Nota parkeernormen zijn 56 parkeerplaatsen benodigd in totaal. De twee-onder-een-kapwoningen voorzien grotendeel in de eigen parkeerbehoefte op eigen terrein waar 8 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Ten zuiden van het plangebied worden 50 parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaal kunnen er op basis van de plannen het berekende aantal in het plangebied de benodigde parkeerplaatsen gerealiseerd worden zodat voldaan wordt aan het gemeentelijk beleid. Conclusie De ontsluiting van het plangebied is goed. De nieuwe ontwikkeling zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling en parkeren.

14/72

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt, gezien de relatief kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI en draagt bij aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand

15/72

stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied waarbij een niet-representatieve bedrijfslocatie wordt getransformeerd naar een representatieve woningbouwlocatie. Dit betreft een inbreiding, waarbij niet een nieuw beslag wordt gedaan op de ruimte. Daarom betreft de ontwikkeling niet een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Om deze reden wordt voldaan aan het beleid van de ladder. Voor dit gebied heeft de gemeente afspraken gemaakt met de provincie, waarin is bepaald dat binnenstedelijk plafondloos mag worden gebouwd. Gezien de huidige tijdsgeest is er veel behoefte aan de nieuwe woningen.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Fryslân 2020: 'De romte diele'. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn nu nog vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in bestemmingsplannen rekening mee gehouden moet worden. De Verordening Romte Fryslân binnenkort vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân. Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie wordt nagestreefd door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving. Dit plan voorziet in de herontwikkeling van bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwproject sluit aan bij deze uitgangspunten van de provincie.

Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid. Verordening Romte Provincie Fryslân De Provincie Fryslân wil de ruimtelijke kwaliteit bevorderen. Dit wordt gedaan door middel van het opstellen van een provinciale structuurvisie waarin het ruimtelijk beleid wordt geschetst. De Verordening Romte vertaalt deze visie naar regels. Het plangebied ligt binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen primair binnen dit gebied ontwikkeld te worden. Daar is in dit geval met de ontwikkeling van deze woningen sprake van. In de Verordening Romte is met betrekking tot woningbouwontwikkelingen in artikel 3.1.1. opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Het voorliggende plan is in overeenstemming met de vastgestelde Woonvisie Waadhoeke 2020 -

16/72

2030 Samen Sterk, dat ruimte biedt aan inbreidingslocaties. De gemeente is met Gedeputeerde Staten overeengekomen dat plafondloos gebouwd kan worden binnen bestaand stedelijk gebied. Daarmee wordt voldaan aan het beleid van de provincie. Desalniettemin zal er met de provincie afstemming worden gezocht over dit project.

3.3

Gemeentelijk beleid

Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 'Samen Sterk' In 2020 heeft de gemeente Waadhoeke haar eerste Woonvisie vastgesteld. De woonvisie vormt een beginpunt in het behalen van de gemeentelijke doelen op het gebied van wonen, om van daaruit met de dorpen verder te werken aan hun toekomst. De woonvisie is gebaseerd op onder meer een woningmarktonderzoek, prestatieafspraken met corporaties en huurdersorganisaties, uitkomsten van vragen aan bewoners, de schouw van bestaande buurten die de gemeente elke vier jaar doet. De hoofdlijn van de visie. In de woonvisie wordt gesteld dat op korte termijn vraag is naar zowel levensloopbestendige woningen als gezinswoningen. Verder wordt verwacht dat het aantal inwoners in de regio Noordwest-Fryslân de komende 10 jaar daalt. Er is echter nog wel sprake van een groei in het aantal huishoudens, omdat de huishoudensgrootte afneemt. In de woonvisie zijn bandbreedtes per kern opgenomen: een verdeling van de totale behoefte aan woningen tot 2024. Voor Sexbierum geldt een bandbreedte van 0 tot 5 woningen tot 2024. De bandbreedtes zijn een netto woonvraag. Ook in een kern met een beperkt groeiperspectief, of zelfs een verwachting van huishoudenskrimp, is nieuwbouw mogelijk en vaak ook wenselijk.

De bandbreedtes worden als leidraad voor toekomstige ontwikkelingen gebruikt: ze gaan over het totaal aantal woningen dat er ten opzichte van 2020 nodig zijn als resultaat van nieuwbouw en sloop. Dat kan ook zijn nu toevoegen, later iets anders slopen. De gemeente streeft voornamelijk naar een voorraad die bestaat uit (levensloopgeschikte) eengezinswoningen. Voor de voorgenomen ontwikkeling geldt dat de planruimte groter is dan waar behoefte aan is. De gemeente biedt ruimte voor nieuwbouw en hanteert hiervoor criteria om te beoordelen wanneer een plan meerwaarde heeft. De gemeente werkt eerder mee aan initiatieven wanneer aan de volgende uitgangspunten wordt voldaan: het initiatief of plan is vraagvolgend en de initiatiefnemer kan dit aantonen. Daarbij moet er oog zijn voor eventuele concurrentie met andere plannen; er is draagvlak in het dorp/wijk; het initiatief of plan maakt de plek en omgeving ruimtelijk beter. Behoud van kwaliteitsgroen is belangrijk; wanneer er in een dorp/wijk meer ruimte is dan vraag naar woningen is een lage woningdichtheid gewenst. Daarnaast kiest de gemeente er heel bewust voor om de vraag naar toevoeging en nieuwbouw van vandaag niet direct te verbinden aan vermoedelijke overschotten van straks. De gemeente biedt ruimte maar zal ook een plan maken hoe om te gaan met overschotten op termijn.

De beoogde ontwikkeling maakt de plek en omgeving ruimtelijk beter. Ten opzichte van de huidige situatie (een

17/72

braakliggend terrein en een garagebedrijf met tankstation) vormt de inrichting van het plangebied als woongebied een ruimtelijke en functionele verbetering voor de woonomgeving. Tevens kan plafondloos gebouwd worden binnen de bebouwde kom. Om deze reden wordt aangesloten op de woonvisie van de gemeente Waadhoeke. Welstandsnota De gemeente heeft op 3 maart 2022 de welstandsnota vastgesteld als wijziging van de op 12 december 2019 vastgestelde versie. Waar in het bestemmingsplan onder meer de functie en het ruimtebeslag van bouwwerken wordt geregeld, wordt de architectonische vormgeving door de welstandsnota geregeld. Dit is gedaan op basis van gebiedsgerichte welstandscriteria. Voor het plangebied zijn de welstandsregels van het gebied 'naoorlogse uitbreidingen (regulier)' van toepassing, zoals in het figuur hierna is aangegeven.

Figuur 3.1

Welstandsbeleidskaart Sexbierum

Voor deze gebieden is een regulier ambitieniveau van kracht. De nadruk ligt hierbij op het respecteren van de bestaande basiskwaliteit. Bij de bouwaanvraag dient voldaan te worden aan de welstandscriteria die van toepassing zijn voor dit gebied. Nota Parkeernormen Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden.

18/72

Uit de toetsing in paragraaf 2.2 blijkt dat aan de Nota Parkeernormen wordt voldaan. In het bestemmingsplan is hier een regeling voor opgenomen om dit te borgen.

19/72

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). De richtafstanden tussen bedrijven en woningen zijn gebaseerd op hinder (of risico) door geluid, geur, stof en gevaar. De grootste afstand is bepalend. Toetsing Voor de onderbouwing in dit plan wordt ervan uitgegaan dat het plangebied is gelegen in een gemengd gebied omdat er in de directe omgeving verschillende functies aanwezig zijn, waaronder een hotel en een gebied waar een gemengde bestemming van toepassing is. Hiervoor gelden de volgende richtafstanden en de afstand tot de nieuwe woningen (gemeten vanaf de perceelsgrens van de functies tot aan de gevel van de woningen): Functie

VNG-richtafstand

Hotel De Harmonie (Kade 1)

10 meter (categorie 1) 10 meter (categorie 1) 50 meter (categorie 3.1)

Slagerij Hiemstra (Kade 13) B.B.H. Afbouw (Burgemeester Dukerstraat 2)

VNG-richtafstand in gemengd gebied 0 meter (categorie 1)

Afstand tot plangebied circa 15 meter

0 meter (categorie 1)

circa 30 meter

30 meter (categorie 3.1)

circa 40 meter

Vanuit de milieuzonering is er sprake van een goede balans tussen het woon- en leefklimaat in het plangebied en het ondernemersklimaat buiten het plangebied en gelden er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan. Ten opzichte van de huidige situatie ontstaat er een verbetering.

4.2

Geluid

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en bij een geluidzone voor industrielawaai is dit 50 db(A). Toetsing

20/72

Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone van een spoorweg of een industriegebied. Het plangebied ligt aan de Kade en het Fliet, die beide 30 km/uur-wegen betreffen. Om deze reden hoeft de voorgenomen ontwikkeling niet getoetst te worden aan de Wet geluidhinder en wordt aangenomen dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Akoestisch onderzoek is niet noodzakelijk. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling ligt niet binnen een geluidzone. Het milieu- en omgevingsaspect geluid vormt daarom geen belemmering tegen de voorgenomen ontwikkeling.

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt namelijk op meer dan 7 kilometer van het Natura 2000-gebied Waddenzee (tevens een NNN-gebied). De Waddenzee is aldaar niet stikstofgevoelig. Andere (al dan niet stikstofgevoelige) natuurgebieden liggen op een grotere afstand van het plangebied. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Met dit project wordt een verouderd deel van een bedrijventerrein vervangen door nieuwe gasloze woningen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De geplande ontwikkeling zou echter kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie.

Met behulp van de AERIUS calculator zal voor dit project de depositie worden berekend voor de aanleg- en gebruiksfase. Deze zal te zijner tijd worden toegevoegd. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Ten behoeve van dit plan zal een ecologische quickscan worden uitgevoerd. Deze zal bij een volgende versie van dit bestemmingsplan worden toegevoegd.

4.4

Bodem

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden

21/72

aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing Voor het project zal een verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. Deze zal te zijner tijd worden toegevoegd aan dit bestemmingsplan.

4.5

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (zie bijlage 1). De uitkomst van deze toets zal zijn dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Waterkwantiteit In de huidige situatie is verharding aanwezig met een oppervlakte 4.377 m2. In de toekomstige situatie zal dit verharde oppervlakte toenemen tot een oppervlakte van circa 4.431 m2. Voor het aanbrengen van een toename van verharding geldt dat als deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (stedelijk gebied) of 1.500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) bedraagt er een vergunningsplicht geldt en er compenserende maatregelen dienen aangebracht te worden. In de voorgenomen ontwikkeling bedraagt de toename in verharding circa 54 m2. Om deze reden zijn compenserende maatregelen niet noodzakelijk.

22/72

Figuur 4.1

Oppervlakteverharding bestaande situatie binnen het plangebied

Figuur 4.2

Oppervlakteverharding nieuwe situatie binnen het plangebied

Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.

23/72

Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI; In dit geval wordt aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd. Overtollig water wordt eventueel afgevoerd naar naastgelegen oppervlaktewater. De vuilwaterafvoer van de woningen wordt aangesloten op het gemeentelijke riool. Voor de afvoer van hemelwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande waterstructuur. De paragraaf over de ruimtelijke adaptatie gaat hier nader op in. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten.

Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Bij de inrichting van het plangebied en de verdere uitwerking hiervan is rekening gehouden met ruimtelijke adaptatie door de gebruik te maken van de bestaande waterpartijen en niet meer verstening toe te passen dan nodig is. De parkeerplaatsen kunnen halfverhard worden aangelegd. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het verhard oppervlak in het plangebied nauwelijks toe. In tijden van droogte/hitte wordt geprobeerd om zoveel mogelijk doorstroming te creëren. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Het plangebied valt niet onder een beschermingszone.

24/72

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vallen onder de NIBM regeling. In het plangebied worden slechts 32 woningen gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.

4.7

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, ruimtelijke plannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

25/72

Figuur 4.3

Het plangebied met de FAMKE-advieskaart steentijd-bronstijd

Figuur 4.4

Het plangebied met de FAMKE-advieskaart ijzertijd-middeleeuwen

Toetsing Volgens de FAMKE ligt het plangebied binnen drie archeologische gebieden voor de periode

26/72

'ijzertijd-middeleeuwen'. Ten eerste geldt hier 'streven naar behoud', waarbij geldt dat de door de gemeente vastgestelde dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' wordt aangehouden. Tevens geldt hier 'waarderend onderzoek (terpen)', waarbij bij ontwikkelingen groter dan 50 m2 een waarderend booronderzoek nodig is. Als laatste geldt hier 'karterend onderzoek 1 (middeleeuwen)', waarvoor geldt dat bij ontwikkeling groter dan 500 m2 een karterend onderzoek nodig is. Voor de periode steentijd-bronstijd geldt dat onderzoek niet noodzakelijk is. Een archeologische onderzoek wordt uitgezet en in volgende versie van het bestemmingsplan toegevoegd. Overeenkomstig het archeologiebeleid is het plangebied voorzien van een beschermende regeling. Dit is in paragraaf 5.2 toegelicht.

4.8

Cultuurhistorie

Toetsingskader Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat er geen sprake is van bijzondere waarden binnen het plangebied. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van een perceel bestemd voor bedrijven naar een perceel bestemd voor wonen. Hierbij wordt een tankstation weggehaald van het perceel. De omgeving van het

27/72

plangebied zal hierdoor minder risico's ervaren bij het in gebruik nemen van het perceel als woningen dan in de huidige situatie. In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd en de informatie uit het geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er nabij het plangebied geen risicovolle inrichtingen zijn. Het milieu- en omgevingsaspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.10 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden dient te worden. Het aspect kabels en leidingen vormt daarmee geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.11 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het omgevingsvergunning plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden, waarbij onderzocht dient te worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten. Per 16 mei 2017 is de regelgeving voor de MER en m.e.r.-beoordeling gewijzigd met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor de ontwerp-bestemmingsplanfase moet een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen.

Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde komt, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie opstellen, waarbij ook mitigerende maatregelen mogen worden meegenomen. Het bevoegd gezag dient binnen zes weken na indienen een m.e.r.-beoordelingsbesluit af te geven. Een vormvrije m.e.r.-beoordelingsbeslissing hoeft echter niet gepubliceerd te worden.

28/72

Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van 32 wooneenheden. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Dit betekent wel dat een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' noodzakelijk is. Hiervoor wordt een aanmeldingsnotitie opgesteld, die in het ontwerpbestemmingsplan wordt opgenomen in een bijlage bij deze toelichting.

29/72

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische toelichting

Het juridisch systeem

Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2

Toelichting op de bestemmingen

In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft vijf bestemmingen, twee dubbelbestemming gekregen en één gebiedsaanduiding gekregen. Deze regelingen zijn afgestemd op het geldende bestemmingsplan en vergelijkbare situaties in de gemeente. Groen en Verkeer - Verblijf De openbare ruimte in het plangebied is geregeld in de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer - Verblijf'. Deze bestemmingen hebben een onderlinge uitwisselbaarheid van functies met elkaar. De beoogde ontsluitingswegen, parkeerplaatsen en groen kunnen binnen deze bestemmingen gerealiseerd worden. De twee bestemmingen hebben gemeen dat de realisatie van gebouwen niet mogelijk is, behalve de beoogde locatie voor de bergingen die binnen de bestemming 'Groen' ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogelijk zijn. Tuin De tuinen die behoren bij de rug-aan-rugwoningen in het plangebied worden gerealiseerd binnen de bestemming 'Tuin'. Deze bestemming is gericht op tuinen behorende bij aangrenzend gelegen woningen. Er zijn in deze bestemming geen mogelijkheden voor (bij)gebouwen). Wonen - 2 De beoogde halfvrijstaande, rug-aan-rugwoningen en maisonnettewoningen in het plangebied kunnen worden gerealiseerd binnen de bestemming 'Wonen - 2'.

Deze bestemming is gericht op woningen in maximaal twee bouwlagen met een kap met een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 7 en 11 meter. In de bestemming is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen (woonhuizen) en bijbehorende bouwwerken. De hoofdgebouwen moeten in de bouwvlakken gebouwd worden. Bij de woonhuizen zijn buiten de bouwvlakken bijbehorende

30/72

bouwwerken mogelijk tot ten hoogste 100 m2 en tot een maximaal oppervlak van 100% van het hoofdgebouw en 50% per erf. Hiermee wordt voorkomen dat erven te vol worden gebouwd. Er zijn ook mogelijkheden voor aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Wonen - Woongebouw De etagewoningen zijn geregeld in de bestemming 'Wonen - Woongebouw'. De gebouwen kunnen worden gerealiseerd in het aangegeven bouwvlak met een maximale bouwhoogte van 14 meter. Op deze manier is er een gebouw uit drie bouwlagen met een kap mogelijk, maar is een vierde bouwlaag niet te realiseren. Ook binnen deze bestemming gelden mogelijkheden voor aan-huis-verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Archeologie 3 De dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' worden overgenomen uit de FAMKE. Hiermee wordt geregeld dat ter plaatse van de 'Waarde - Archeologie 2' bij ingrepen dieper dan 0,3 m en groter dan 50 m2 onderzoek nodig is en ter plaatse van de 'Waarde - Archeologie 3' bij ingrepen dieper dan 0,3 m en groter dan 500 m2 onderzoek nodig is.

31/72

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. In paragraaf 6.1 volgt een nadere toelichting. Daarnaast is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. Hier wordt in paragraaf 6.2 ingegaan.

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Dit plan wordt voorgelegd aan de betrokken diensten als bedoeld in het Overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Tevens wordt het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd. De binnengekomen reacties worden door de gemeente beantwoord en in het bestemmingsplan verwerkt. Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan ter visie gelegd waarbij de mogelijkheid wordt gegeven om zienswijzen in te dienen. Op basis hiervan wordt het bestemmingplan vastgesteld.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor deels een ontwikkeling van de gemeente en deels een particuliere ontwikkeling. Het project richt zich op een marktsegment waar momenteel vraag naar is. De initiatiefnemer heeft aangetoond dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd. Voor dit plan wordt een anterieure overeenkomst opgesteld. Daarmee is het kostenverhaal voldoende vastgelegd. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over het verhalen van planschade.

32/72

Bijlagen toelichting

33/72

34/72

Bijlage 1

35/72

Watertoets

Aanvraagformulier

Normale procedure met advies in Wetterskip Fryslan Algemene informatie Aanvraag gestart Aanvraag ingediend Aanvraagnummer Bevoegd gezag E-mailadres Naam aanvraag

22-05-2023 11:48 22-05-2023 12:01 00013324 Wetterskip Fryslan youri.meerstra@rho.nl Normale procedure met advies

Op basis van onderstaande locatie

22-05-2023 12:01

1

Aanvraagformulier

Vragen en antwoorden uit de aanvraag Wat is uw naam?

Youri Meerstra

Wat is uw emailadres?

youri.meerstra@rho.nl

Wat is uw telefoonnummer?

0582564073

Doet u een aanvraag namens uzelf?

Nee

Namens wie vraagt u een watertoets aan?

Akkerman Investgroup B.V.

Wat is het emailadres van de initiatiefnemer?

info@aigroup.nl

Wat is het telefoonnummer van de initiatiefnemer?

0517390400

In welke gemeente ligt het plan?

Waadhoeke

Is er contact geweest met de gemeente?

Ja

Geef hier de naam van de contactpersoon van de gemeente.

Henk Mulder

Wat is het emailadres van de contactpersoon?

h.mulder@waadhoeke.nl

Neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe? Ja Met hoeveel m2 neemt het verhard oppervlak in het stedelijk gebied toe?

54

Neemt het verhard oppervlak in landelijk gebied toe?

Nee

Wat voor compenserende maatregelen worden er in het Niet van toepassing plan genomen bij een toename verharding en/of demping oppervlaktewater? Geef aan wat er wordt uitgevoerd in het oppervlaktewater

keuzes: Dempen

Wordt er tijdelijk of permanent grondwater onttrokken? Nee Voeg een overzichtstekening toe van het plan

bestandsnaam: Overzicht situatie Sexbierum.jpg

Omschrijving van het plan

Aanleg woningbouw

Straat en nummer van het plan

Kade en Fliet

Postcode en plaats van het plan

8855 HZ

Kadastraal adres

SBR00-C-3173; SRB00-C-3174; SRB00-C-3176; SRB00-C-3177; SRB00-C-2434; SRB00-C-3232; SRB00-C-3233

Oppervlak van het plangebied in m2

6481

Tekening met de nieuwe situatie en/of compenserende maatregelen toename verharding/demping oppervlaktewater. Maximale bestandsgrootte te uploaden is 20 MB.

bestandsnaam: Overzicht situatie Sexbierum.jpg

Heeft u aanvullende opmerkingen?

Ja

Opmerkingen

Bij de optie waar kon worden aangegeven of er werd gegraven of gedempt is dempen aangevinkt, echter vinden geen van beide plaats. Hierbij moest ik een optie kiezen terwijl geen plaatsvinden.

22-05-2023 12:01

2

Aanvraagformulier

Op basis van de check is onderstaande nodig 1. Normale procedure Wat moet ik doen? Wij vragen je om het plan bij ons in te dienen. Dit kun je doen via de knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht, in te loggen en hiermee de procedure af te ronden.

Uit de door jou ingevulde gegevens blijkt dat je plan grote invloed heeft op het water of de wateraspecten (zoals dijken, gemalen, stuwen of persleidingen) in de omgeving.

Onder ‘details’ van de samenvatting aanvraag staat aangegeven waar je per onderdeel rekening mee moet houden. Dit moet je verwerken in je ruimtelijk plan of besluit. We nemen contact met je op wanneer er nog een aanvulling nodig is op dit wateradvies.

Daarnaast moet je in je plan een onderdeel opnemen over de ‘toename verharding’. Kijk bij ‘Achtergrondinformatie’ wat wij van je verwachten.

Waar moet ik op letten? Voor sommige werkzaamheden heb je een watervergunning nodig. Bijvoorbeeld als je een sloot wilt dempen, afvalwater wilt lozen op oppervlaktewater of grondwater wilt onttrekken. Soms is het doen van een melding voldoende. Via Omgevingsloket online www.omgevingsloket.nl kun je nagaan of je een watervergunning nodig hebt of een melding moet doen (vergunningcheck). Je kunt hier ook meteen de vergunning aanvragen of de melding doen.

Achtergrondinformatie

22-05-2023 12:01

3

Aanvraagformulier Watertoets De watertoets zorgt ervoor dat in alle ruimtelijke plannen aandacht wordt besteed aan veiligheid, kwaliteit én kwantiteit van water. Als richtlijn bij het beoordelen van ruimtelijke plannen werken we met de Leidraad Watertoets. Hierin staat voor alle wateraspecten uitgangspunten omschreven waar je rekening mee moet houden. Ook is er informatie te vinden over de te nemen maatregelen. Je kunt de leidraad vinden via deze link: www.wetterskipfryslan.nl/vergunningen-wetten-en-regels/online-watertoets-voor-nieuwe-plannen

Toename verharding Wij willen je verzoeken om in de waterparagraaf de volgende passage op te nemen over het onderdeel toename verharding. Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Het is niet toegestaan zonder watervergunning neerslag versneld tot afvoer te laten komen indien daarbij meer dan 200 m2 onverharde grond in stedelijk gebied en 1500 m2 in landelijk gebied wordt bebouwd of verhard. Er geldt een vrijstelling van de vergunningsplicht wanneer wordt voldaan aan de compensatieregels genoemd in dit wateradvies. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Bij het graven van extra oppervlaktewater hanteren wij de volgende compensatienorm: • • •

Boezem 5%, dit heeft alleen betrekking op de Friese boezem; Polder 10%, Vrij afstromend, alternatieve maatregelen.

Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk. Afhankelijk van de maatregel kunnen andere normen gelden dan hier vermeld. Zie de ‘Leidraad watertoets’ voor meer informatie over compenserende maatregelen of neem contact op met ons. Indien er niet wordt gecompenseerd door extra oppervlaktewater te graven waarbij bovenstaande percentages worden gehanteerd of indien er geen overeenstemming plaatsvindt in de watertoetsprocedure over alternatieve maatregelen dan dient een watervergunning bij het waterschap te worden gevraagd.

Bekijk ook de ‘Leidraad Watertoets’ voor meer informatie over maatregelen die je kunt treffen om te compenseren. Als je niet compenseert dan moet je een watervergunning aanvragen voor het snel afvoeren van regenwater.

Klimaat Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Meer informatie hierover kun je vinden op de Friese klimaatatlas

Privacyverklaring Nadere informatie over de verwerking van je gegevens en je rechten vind je op https://www.wetterskipfryslan.nl/ over-de-site/privacyverklaring

22-05-2023 12:01

4

Aanvraagformulier 2. Advies aanbrengen toename verharding Wat moet ik doen? We verzoeken je om het plan bij ons aan te vragen, via de blauwe knop ‘Direct aanvragen’ in het overzicht op de vorige pagina

Waar moet ik op letten? Neemt het aantal vierkante meters toe ten opzichte van de bestaande bebouwing en bedraagt deze toename meer dan 200 m2 in de bebouwde kom (stedelijk gebied) of 1500 m2 buiten de bebouwde kom (landelijk gebied) dan geldt de vergunningsplicht. Dit geldt ook voor toevoegen van oppervlakteverharding die wel past binnen het bestemmingsplan, maar waarvan de grond al meer dan vijf jaar braak ligt en waar in het verleden niet voor gecompenseerd is.

Achtergrondinformatie Meer informatie hierover kun je vinden in de Leidraad Watertoets (onder andere paragraaf 4.3.6) https:// www.wetterskipfryslan.nl/documenten/vergunningen-wetten-en-regels/leidraad-watertoets_2013.pdf

22-05-2023 12:01

5

Regels

41/72

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder:

1.1 het plan: het bestemmingsplan Sexbierum - Kade en Fliet met identificatienummer NL.IMRO.1949.BPSbrKadeVliet-CON1 van de gemeente Waadhoeke; 1.2 het bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en bijlagen; 1.3 aan-huis-verbonden beroep: de in Bijlage 1 Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten genoemde beroepen, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal in een (bedrijfs)woning en/of de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken wordt uitgeoefend, waarbij de (bedrijfs)woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijk uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie; 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7 bebouwingsbeeld: de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin, die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op een goede verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een goede hoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling

en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijk op elkaar is georiënteerd; 1.8 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein, bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd;

42/72

1.9 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte binnen gebouwen of behorende bij een functie (deels) buiten gebouwen die wordt gebruikt voor een bedrijf, een aan-huis-verbonden beroep of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.10 bestaand: a. bestaand gebruik: het gebruik van de gronden en bouwwerken dat aanwezig is dan wel krachtens een omgevingsvergunning kan worden uitgevoerd, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; b. bestaande bouwwerken: bouwwerken die: 1. op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanwezig zijn, daaronder vallen niet de bouwwerken, die reeds in strijd waren met het daarvoor geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan; 2. gebouwd worden of kunnen worden krachtens een voor het van kracht worden van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning (al dan niet in afwijking van het voorgaande bestemmingsplan); c. bestaande afmetingen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van het van kracht worden van het bestemmingsplan tot stand zijn gekomen; 1.11

bestemmingsgrens:

de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.17 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;

43/72

1.18 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zijn toegelaten; 1.19 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.20 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.21 dienstverlening: werkzaamheden die bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden, alsook ondergeschikte productiegebonden detailhandel dan wel productiegerelateerde detailhandel ten dienste van deze voorzieningen; 1.22 erotisch getinte vermaaksfunctie: een vermaaksfunctie die is gericht op het doen plaats vinden van voorstellingen en/of vertoningen van porno-erotische aard, waaronder begrepen een seksbioscoop, een seksclub en een seksautomatenhal; 1.23 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.24 gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden: de mogelijkheden om gronden en

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=d46fd889-8739-4a28-b213-d4e893970084