Bijlage 1: FER Menaam
Tekst van het document
Bijlage 1 - Fusie-Effectrapportage (FER)
Fusie-effectrapportage (Speciale school voor) basisonderwijs Institutionele fusie van
OBS de Cingel (18SR) en CBS Eben Haëzer (07MG) Menaam
Meer informatie www.duo.nl ICO/PO (079) 323 23 33
1 Motieven 1.1 Wat zijn de redenen en de noodzaak voor de fusie?
In Menaam staan op dit moment twee basisscholen, IKC Eben Haëzer (07MG), een school van CBO Noardwest Fryslân, en OBS De Cingel (18SR), een school van Elan Onderwijsgroep. Beide scholen hebben te maken met verouderde huisvesting. In het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs (gemeente Waadhoeke) staan de ontwikkelingen en ambities beschreven die invloed hebben op de huisvesting. Voor Menaam is er de ambitie om te komen tot nieuwbouw of verbouw voor een IKC voor 0-13 jaar. Het vormgeven van een samenwerkingsschool moet ervoor zorgen dat kwalitatief goed en duurzaam onderwijs voor alle leerlingen in Menaam behouden blijft.
1.2 Wat zijn de alternatieven voor fusie en zijn deze door het bestuur onderzocht?
In het Integraal Huisvestingsplan Primair Onderwijs van de gemeente Waadhoeke staan de ontwikkelingen en ambities beschreven die invloed hebben op huisvesting. De maatregelen IHP voor Menaam zijn nieuwbouw of verbouw voor een IKC voor 0-13 jaar. Wanneer het besluit tot nieuwe huisvesting wordt gehandhaafd, blijven er – gelet op de wet- en regelgeving – twee reële scenario’s over. Deze twee hoofdscenario’s zijn in het voortraject onderzocht. Scenario A. De scholen fuseren, onder: 1) bestuur van CBO Noardwest Fryslân; 2) bestuur van Elan Onderwijsgroep. Scenario B. De scholen blijven zelfstandig bestaan en worden afzonderlijk van elkaar in één gebouw gehuisvest. Hierbij kan ervoor gekozen worden op regelmatige basis samen te werken. Bij analyse van de scenario’s is gebleken dat scenario A het meest de moeite waard is om verder uit te werken. Dit scenario lijkt voor het dorp Menaam een kansrijke situatie te creëren. Het gaat dan over het perspectief op kwalitatief, duurzaam onderwijs voor ouders die kiezen voor openbaar of christelijk onderwijs. Op basis hiervan hebben CBO Noardwest Fryslân en Elan Onderwijsgroep samen met de kerngroep en de MR’s scenario A als voorkeursscenario gekozen en aan de ouders voorgelegd. Tijdens het vervolgonderzoek is gebleken dat scenario A het meest wenselijk is.
2 Tijdsbestek 2.1 Wat is de beoogde fusiedatum?
01-08-2024
2.2 Welke onderwerpen moeten na de fusiedatum nog geregeld worden?
De samenwerking moet een kansrijke onderwijssituatie voor alle leerlingen creëren. Er moet goed onderwijs worden gegeven. De onderwijsinhoud van beide scholen is met elkaar vergeleken. De scholen hebben de wens uitgesproken om door middel van een krachtig en passend concept de samenwerkingsschool in Menaam op de kaart te zetten. De aanzet voor het concept is gemaakt, de uitwerking zal het komende jaar tot aan de fusiedatum (en daarna) aandacht vragen.
Ruimte om te zijn.
U24247
Pagina 37 van 43
3 Doelen 3.1 Wat wil het bestuur bereiken met de fusie?
Het uiteindelijke doel van de beoogde samenwerking is het beste onderwijs voor alle kinderen in het dorp Menaam te bieden.
3.2 Wat zijn de gekwantificeerde doelen?
De belangrijkste doelstellingen zijn: kwalitatief duurzaam (voor langere tijd) onderwijs voor alle kinderen in Menaam; een efficiencyslag maken en het aangeboden onderwijs betaalbaar en bestuurbaar houden. Door samenvoeging kunnen mensen en middelen efficiënter worden ingezet, zowel op schoolniveau als op bovenschools niveau. De belangrijkste randvoorwaarden daarbij zijn: binnen de mogelijkheden blijven die de huidige bekostiging biedt; de stip op de horizon is het realiseren van nieuwe huisvesting voor de samenwerkingsschool.
4 Effecten op diversiteit 4.1 Benoem de gevolgen van de voorgenomen fusie op de variatie van het onderwijsaanbod in de betrokken regio.
Door de fusie verdwijnt een zelfstandige basisschool in de regio en ontstaat een grotere zelfstandige basisschool. Doordat er een samenwerkingsschool ontstaat, zijn er geen consequenties voor wat betreft de variatie in aanbod qua identiteit.
4.2 Hoe wordt gewaarborgd dat in een bepaalde regio de variatie van het onderwijsaanbod blijft bestaan of groter wordt? Het gaat hier zowel om diversiteit op het niveau van scholen als op het niveau van vestigingen. Bij dat laatste gaat het om de ‘interne keuzevrijheid’. Dit is de mogelijkheid om te kiezen uit een gevarieerd onderwijsaanbod binnen een bestuurlijke eenheid.
Het is de wens van alle betrokken schoolbesturen in de regio om diversiteit in het aanbod te behouden. Het ongecontroleerd verdwijnen van zowel katholiek, christelijk als openbaar onderwijs op bepaalde plekken in de regio wordt als onwenselijk gezien. Bij deze besturen zal nadrukkelijk aandacht zijn voor samenwerkingsscholen met elementen van de beide te fuseren scholen, met verschillende pedagogisch-didactische uitgangspunten en onderwijskundige profielen in de regio. In overleg met de gemeenten, andere schoolbesturen in de regio en overige belanghebbenden wordt nu al actief geacteerd op het aantal scholen van verschillende denominaties en profielen die op de middellange en lange termijn in stand kunnen blijven.
5 Effecten op keuzevrijheid 5.1 Welke keuze hebben leerlingen en hun ouders uit scholen van een bepaalde richting of pedagogisch-didactische aanpak in het voedingsgebied na de beoogde fusie? In welk opzicht verandert de huidige keuze door de beoogde fusie?
Het aanbod in het voedingsgebied blijft hetzelfde. Er zal aanbod voor openbaar onderwijs met bijbehorende pedagogische en onderwijskundige diversiteit blijven bestaan binnen het voedingsgebied van de scholen en de daarvoor wettelijk geldende afstandscriteria. Tijdens het fusieproces wordt zoveel mogelijk geprobeerd om de verworvenheden van de scholen in de samenwerkingsschool terug te laten komen.
5.2 Wat zijn de effecten op de spreiding en omvang van de rechtspersonen en scholen in het voedingsgebied? Benoem daarbij zowel de voor- en nadelige gevolgen van de voorgenomen fusie.
Door deze fusie wordt het aantal scholen van Elan Onderwijsgroep met één verminderd en verdwijnt in Menaam een school. De protestants-christelijke school fuseert met een openbare school tot een informele samenwerkingsschool, waarmee een vorm van zowel protestants-christelijk onderwijs als openbaar onderwijs aanwezig blijft en diversiteit is geborgd.
5.3 Wat zijn de effecten op de onderwijskundige en bestuurlijke diversiteit van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied? Benoem daarbij zowel de voor- en nadelige gevolgen van de voorgenomen fusie.
De school waarvan het BRIN-nummer verdwijnt, is geen formele conceptschool. Er verdwijnt dus geen specifiek onderwijskundig concept. Wel is sprake van verschillen in werkwijze binnen de scholen. Verworvenheden van beide scholen komen binnen de samenwerkingsschool terug. Er zijn geen effecten op de bestuurlijke diversiteit van het onderwijsaanbod in het voedingsgebied.
5.4 Welke maatregelen worden genomen om eventuele nadelen van de voorgenomen fusie tegen te gaan?
Keuzevrijheid houdt in dat leerlingen en hun ouders kunnen kiezen voor het onderwijs dat het beste bij hun levensovertuiging, hun opvattingen over onderwijs, de capaciteiten van de kinderen en hun ambities past. Daarvoor is een pluriform onderwijsaanbod in de regio nodig met een variatie aan identiteit, pedagogisch-didactische concepten, opleidings-aanbod, schoolgrootte en cultuur. De besturen zetten zich in om dit in deze regio te kunnen realiseren.
Ruimte om te zijn.
U24247
Pagina 38 van 43
6 Kosten en baten 6.1 Welke financiële kosten en baten zullen er zijn?
Door de fusie zal uiteindelijk een gedeelte van de bekostiging komen te vervallen. Het gaat hierbij met name om het verlies van vaste voet en de kleine scholentoeslag van de op te heffen school. De verwachting is dat de fusieschool voor toekenning van de samenvoegingscompensatie in aanmerking komt, aangezien men verwacht dat meer dan 25% van het aantal leerlingen naar de fusieschool meegaat.
6.2 Is de continuïteit voldoende gewaarborgd?
Elan Onderwijsgroep zal een zelfstandige school sluiten en daardoor minder kosten hebben in verband met het handhaven van een kleinere locatie. Door de fusie vormt IKC Eben Haëzer straks samen met OBS De Cingel een grote stabiele school waar voorlopig geen risico’s ten aanzien van de continuïteit van het onderwijs te verwachten zijn.
6.3 Wat zijn de risico’s?
Er zijn vooralsnog geen financiële risico’s, anders dan voor alle andere scholen binnen de regio geldend. Een substantiële vermindering van het leerlingenaantal zal op termijn een risico voor de organisatie of het voortbestaan van elke school kunnen vormen. Elan Onderwijsgroep en CBO Noardwest Fryslân willen via deze fusie een duurzame situatie creëren waardoor de school voor langere tijd kan blijven voortbestaan.
6.4 Welke niet-financiële kosten en baten zal de fusie opleveren?
De betrokken besturen realiseren zich dat – door dit fusietraject – ouders ook een andere keuze kunnen maken dan te kiezen voor de samenwerkingsschool. Door een – in dat geval – dalend leerlingenaantal, zal de totale bekostiging op bestuursniveau van CBO Noardwest Fryslân terug kunnen lopen. De verwachting is dat dit niet het geval zal zijn. CBO Noardwest Fryslân is van mening dat de kwaliteit van het onderwijs voor alle kinderen in Menaam leidend is. De verwachting is dat door de samenwerkingsschool behoud van kwalitatief goed basisonderwijs voor alle kinderen in Menaam gegarandeerd kan blijven.
7 Effecten op personeel, leerlingen en ouders 7.1 Wat zijn de gevolgen voor de voorzieningen?
Op de lange termijn zal het aantal scholen in het voedingsgebied verminderen. Deze vermindering zal geen gevolg zijn van een vrij krachtenspel (krimp/concurrentie), maar van een actieve sturing op spreiding en variëteit. Daar komt bij dat deze planmatige reorganisatie ─ in nauw overleg met de gemeente en andere partners ─ meer mogelijkheden voor passende huisvesting en het ontwikkelen van bijvoorbeeld nog meer kindvoorzieningen zal bieden zoals ook in deze fusie.
7.2 Welke effecten verwacht het bestuur op het schoolklimaat, de betrokkenheid van ouders bij de school en de betrokkenheid van het personeel bij de school?
De besturen verwachten geen effecten op het schoolklimaat. Door de samenvoeging van twee zelfstandige scholen ontstaat een samenwerkingsschool in het dorp. Ook verwachten de besturen geen effecten op de betrokkenheid van het team bij de school. De betrokkenheid is groot en zal groot blijven.
7.3 Wat zijn de gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden, het personeelsbeleid en de medezeggenschap?
De gevolgen voor het personeel zijn in de personele paragraaf van deze fusierapportage beschreven. Binnen en na het fusieproces is het streven om voor elk personeelslid (binnen de school of stichting) de juiste plek te vinden in relatie tot de vraag van het teamlid en de school in het kader van de ontwikkeling van het onderwijs. De toekomstige formatieomvang is vanzelfsprekend afhankelijk van de instroom van leerlingen in de fusieschool en de ontwikkeling van de leerlingenstroom in het algemeen. De huidige MR’s zullen na 1 augustus 2024 ─ conform hetgeen de WMS bepaalt ─ een voorlopige MR vormen en eventueel op basis van natuurlijk verloop en mogelijke verkiezingen naar de gewenste samenstelling van de nieuwe MR toewerken. De instroom naar de fusieschool heeft geen invloed op de toekomstige formatie van het MR.
7.4 Wat zijn de gevolgen voor betrokkenheid van leerlingen, hun motivatie en hun mogelijkheden voor medezeggenschap?
Het belangrijkste gevolg en de grootste meerwaarde van de fusie voor leerlingen van beide scholen is dat de samenvoeging een belangrijk positief effect op de sociaal-emotionele ontwikkeling heeft door vergroting van de ‘peergroup’ (groter aantal leeftijdsgenoten, meer keuzemogelijkheden voor vriendschappen, et cetera). Formele medezeggenschap van leerlingen is in het PO niet aan de orde.
7.5 Wat zijn de gevolgen voor de betrokkenheid van ouders?
Het proces rondom de voorgenomen fusie is door ouders kritisch gevolgd en ouders hebben hier in diverse project- en werkgroepen aan meegewerkt. De meeste ouders zijn zeer betrokken bij de scholen. Deze betrokkenheid zal in de samenwerkingsschool naar verwachting niet minder worden.
Ruimte om te zijn.
U24247
Pagina 39 van 43
8 Communicatie en evaluatie 8.1 Op welke manieren en via welke kanalen worden de belanghebbenden betrokken bij het fusieproces?
In 2022 hebben beide besturen Bureau Meesterschap de opdracht gegeven een draagvlakonderzoek uit te voeren voor een samenwerking en eventuele fusie tussen de scholen wanneer nieuwe huisvesting in Menaam gerealiseerd gaat worden. In oktober 2022 is er kwantitatief en kwalitatief onderzoek uitgevoerd met input vanuit het personeel van beide scholen, leerlingen van groep 5 tot en met 8 van beide scholen en ouders van schoolgaande kinderen van beide scholen en van kinderen die nog niet schoolgaand zijn. Op basis van deze gegevens heeft Bureau Meesterschap in het voortraject geconstateerd dat het vormen van een samenwerkingsschool in Menaam een realistisch en haalbaar scenario is. Het draagvlak hiervoor was tijdens de verkenning in alle geledingen voldoende aanwezig. In oktober 2023 zijn beide MR’s afzonderlijk van elkaar geïnformeerd over het voorkeursscenario van de besturen en de directies. In november 2023 hebben er ouderavonden op beide scholen plaatsgevonden. Tijdens deze ouderavonden is het voorkeursscenario uit het vooronderzoek aan de ouders voorgelegd. Daarna hebben de MR’s de intentie uitgesproken om de voorgenomen fusie verder te onderzoeken. Tijdens het proces zijn de MR’s, de teams en de gemeente geïnformeerd. Ouders zijn door middel van nieuwsbrieven, inloopmomenten van de MR’s en ouderavonden geïnformeerd.
Er is een projectgroep met ouders en een teamvertegenwoordiging van de betreffende scholen gevormd. De projectgroep heeft onder andere als taak gehad om het concept voor de samenwerkingsschool samen uit te (laten) werken en voor draagvlak te zorgen. De leden van de projectgroep – evenals de directie – zijn te allen tijde voor betrokkenen met vragen en/of opmerkingen aanspreekbaar geweest. Voor de besluitvorming zijn alle ouders van alle leerlingen gevraagd om – na de presentatie van het concept van de nieuwe situatie – hun eventuele keuze voor de nieuwe fusieschool te bevestigen. De overgrote meerderheid van alle ouders staat achter de fusie.
8.2 Wanneer en hoe wordt geëvalueerd of de doelen van de fusie zijn bereikt?
Gedurende drie jaar na de fusiedatum zal twee keer per jaar worden geëvalueerd. Deze evaluatie wordt door de directie geïnitieerd. Geëvalueerd wordt of de doelen van de fusie, zoals in de fusierapportage benoemd, in voldoende mate zijn gerealiseerd en of hieraan wordt vastgehouden. De MR wordt over de resultaten van de evaluatie ingelicht.
8.3 Wanneer en hoe wordt geëvalueerd wat de effecten (vooral op de punten van spreiding, omvang, variëteit en keuzevrijheid) zijn?
De schoolbesturen werken nauw samen met de andere schoolbesturen in de regio om de krimp het hoofd te bieden. In bijeenkomsten rondom leerlingendaling wordt daarbij gesproken over de spreiding en het aanbod voor alle betrokken ouders en leerlingen in deze regio. Daarnaast wordt dit onderwerp binnen bijeenkomsten van de GMR, de MR, de directie en de raad van toezicht regelmatig op de agenda gezet. De evaluatie van deze specifieke situatie vindt tijdens het jaarlijkse managementgesprek tussen de directeur en bestuurder plaats.
9 Advies burgemeester en wethouders 9.1 Wat is het advies van het college van B en W over de fusie?
Het advies van het college van B en W van de betrokken gemeente(n) is een wettelijk verplichte bijlage bij de fusie-effectrapportage.
Ruimte om te zijn.
U24247
Pagina 40 van 43