bijlage 1: BP Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a en 8b_VA02 25-01-2022.pdf
Tekst van het document
In totaal zijn er en blijven er planologisch maximaal 2 woningen toegestaan.
Rho Adviseurs B.V. Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
20190026
3.
blz 3
BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN
Zienswijze Pietersma & Spoelstra namens reclamant Omgevingsadviseurs Pietersma & Spoelstra hebben namens een reclamant een zienswijze ingediend tegen het ontwerpbestemmingsplan. Hier volgt een samenvatting van de zienswijze en, per deelonderwerp, een gemeentelijke reactie. Voor de herkenbaarheid van de zienswijze is in de samenvatting gebruik gemaakt van dezelfde kopjes als in de oorspronkelijke zienswijze. Algemeen Reclamant stelt dat dat in de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan de suggestie wordt gewekt dat het geldende bestemmingsplan destijds niet op correcte wijze is vastgesteld en dat de planologische mogelijkheden zoals bepaald in het bestemmingsplan Buitengebied 2001 daarom in ere hersteld moeten worden. Reactie gemeente: Het is niet het doel van dit ontwerpbestemmingsplan om de planologische mogelijkheden uit het bestemmingsplan Buitengebied 2001 te herstellen. Ten opzichte van het bestemmingsplan uit 2001 zijn door het verdwijnen van het agrarische bouwperceel voor het intensief veehouderijbedrijf aan de Kleasterwei 8 bouwmogelijkheden verloren gegaan die consequenties hebben voor de huidige percelen Kleasterwei 8a en 8b.
Met het voorliggende bestemmingsplan worden uitsluitend de bouwmogelijkheden ter plaatse van het bestaande bedrijfsperceel aan de Kleasterwei 8b verruimd, van maximaal 500 m² naar de mogelijkheid om 2.400 m² te bouwen (50% van het bestemmingsvlak). Dit is in overeenstemming met het provinciaal beleid. De bouwmogelijkheden die het voorliggende bestemmingsplan biedt, zijn daarmee absoluut niet vergelijkbaar met de bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan Buitengebied 2001 waarin ter plaatse was voorzien in een bouwperceel voor een intensief veehouderijbedrijf. Verder stelt reclamant dat ter plaatse van Kleasterwei 8a en 8b geen sprake is van reële bedrijvigheid. Dat blijkt uit het feit dat dat door de gemeente zowel bij de totstandkoming van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 als het huidige ontwerpbestemmingsplan niet is getoetst of er sprake is van werkelijke bedrijfsactiviteiten, de volwaardigheid daarvan en of een dergelijk groot ruimtelijk beslag gewenst is in het buitengebied, of dat dit beter in bestaand stedelijk gebied gevestigd kan worden. Reactie gemeente: De bestemming ‘Bedrijf’ staat niet ter discussie, het betreft hier een bestemming die onherroepelijk is op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2013.
Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
Rho Adviseurs B.V.
blz 4
20190026
De reclamant stelt dat in de directe nabijheid van het woonperceel van de initiatiefnemer, geen mogelijkheden voor bedrijfsmatige activiteiten mogelijk moeten worden gemaakt omdat dit ten koste gaat van het woongenot ter plaatse. Reactie gemeente: In paragraaf 4.1 is gemotiveerd dat de woning aan de Kleasterwei 8 buiten de richtafstand van het bedrijfsperceel Kleasterwei 8a valt. Daarmee kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de woning op perceel Kleasterwi 8 geen hinder wordt ondervonden van de bedrijfsvoering van het bedrijf op perceel Kleasterwei 8a. Het woongenot wordt daarom niet aangetast. Landschap De reclamant acht een goede landschappelijke inpassing voor de percelen Kleasterwei 8, 8a en 8b noodzakelijk. Een dichte afscheiding langs de oostzijde van deze percelen wordt door de reclamant geëist. Als dit vanwege het open landschap ter plaatse niet noodzakelijk wordt geacht zou de inpassingseis ten aanzien van de reclamant ook moeten worden ingetrokken. Reactie gemeente: In dit geval worden geen uitbreidingen van en/of nieuwe bedrijfspercelen en woonpercelen mogelijk gemaakt. De percelen bestaan al in de huidige situatie en voor deze percelen gelden reeds regels met betrekking tot landschappelijke inpassing.
Wel is, door het bieden van meer bouwmogelijkheden op het perceel Kleasterwei 8b, een eis opgenomen voor realisatie (en instandhouding) van landschappelijke inpassing bij het benutten van deze mogelijkheden. Omdat de overige percelen ten opzichte van de bestaande planologische mogelijkheden niet worden uitgebreid, is het niet noodzakelijk eisen met betrekking tot landschappelijke inpassing te stellen in het nieuwe bestemmingsplan voor deze percelen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De reclamant stelt dat in het plan wordt geconcludeerd dat geen sprake is van aantasting van kernkwaliteiten uit het Barro die betrekking hebben op het Waddengebied, maar dat over stikstofdepositie niks is opgenomen en vraagt zich af hoe dit dan geconcludeerd kan worden. Reactie gemeente: Er is in dit bestemmingsplan uitsluitend sprake van een beperkte uitbreiding van bouwmogelijkheden op een bestaand bouwperceel. Ten aanzien van stikstof kan worden gesteld dat de Waddenzee geen stikstofgevoelige habitats heeft. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gebied ligt op ruim 18 kilometer afstand van het bestemmingsplangebied (duingebied eilanden) Op basis van deze afstand in combinatie met het feit dat er geen fysieke uitbreiding van bouw- en gebruiksmogelijkheden geboden worden, kan worden geconcludeerd dat er geen effecten zijn op de stikstofgevoelige gebieden.
Rho Adviseurs B.V. Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
20190026
blz 5
Ladder duurzame verstedelijking De reclamant stelt dat ten aanzien van de beoogde locatie in het buitengebied voor een stedelijke ontwikkeling moet worden gemotiveerd waarom die ontwikkeling niet plaats kan vinden binnen stedelijk gebied. Reclamant is van mening dat het in het ontwerpbestemmingsplan gaat om bestemmingen die in principe niet thuishoren in het buitengebied en dat de noodzaak om de ontwikkelingen in het buitengebied in te passen niet goed zijn gemotiveerd. Reactie gemeente: Zoals in de vorige reactie al is aangegeven, is alleen sprake van de uitbreiding van de bouwmogelijkheden op een bestaand bouwperceel. Het gaat niet om nieuwvestiging van een bedrijf dan wel perceelsuitbreiding van een bestaand bedrijf, omdat ter plaatse al sprake is van een bedrijfsbestemming. De bouwmogelijkheden op een bestaand bouwperceel worden slechts geïntensiveerd. Dit is geen ontwikkeling die in het kader van ladder voor duurzame verstedelijking hoeft te worden onderzocht. Provinciaal beleid De reclamant stelt dat bij de onderbouwing wederom wordt uitgegaan van bestaande bedrijvigheid, terwijl er geen toets is geweest naar de werkelijkheid en de omvang van de huidige en gewenste bedrijvigheid. De reclamant stelt dat het maar de vraag is of gesproken kan worden van bestaande echte bedrijvigheid en of deze bedrijvigheid als passend moet worden gezien in de omgeving.
Reclamant acht de kans groot dat uitsluitend een nieuwe bedrijfswoning wordt gebouwd zonder bedrijfsgebouwen. Reactie gemeente: Zoals in een eerdere reactie al is aangegeven, staat de bestemming ‘Bedrijf’ niet ter discussie. Het betreft hier een bestemming die onherroepelijk is op basis van het bestemmingsplan Buitengebied 2013. Hetgeen in de toekomst wordt ontwikkeld, dient te voldoen aan de regeling in het bestemmingsplan. Daarnaast is in een overleg met de gemeente en de initiatiefnemers door laatstgenoemden aangetoond dat sprake is van een volledig bedrijf. Dit is aannemelijk gemaakt door overlegging van de BTW kwartaal-opgaven. Bedrijven en milieuzonering De reclamant stelt dat in het ontwerpbestemmingsplan de voorziene woonbestemming van perceel Kleasterwei 8 binnen de richtafstand van het bedrijfsperceel Kleasterwei 8a ligt. Reclamant stelt dat ter plaatse van het woonperceel sprake zal zijn van hinder en betwijfeld of de voorziene bedrijvigheid kan voldoen aan de te stellen milieuvoorschriften. Reactie gemeente: Zoals in paragraaf 4.1 van de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen, bedraagt de afstand tussen het bedrijfsperceel Kleasterwei 8a en de gevel van de woning op perceel Kleasterwei 8 25 meter. Ter plaatse
Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
Rho Adviseurs B.V.
blz 6
20190026
van Kleasterwei 8a is maximaal een bedrijf uit milieucategorie 2 toegestaan, waarvoor een richtafstand van 10 meter geldt, omdat de locaties kunnen worden getypeerd worden als ‘gemengd gebied’. Er is daardoor sprake van een verantwoord woon- en leefklimaat voor de betreffende woning. Ecologie De reclamant stelt dat in het plan niet is getoetst aan de normstelling ten aanzien van de stikstofdepositie. Dit ontbreekt volgens reclamant in de onderbouwing van het milieuaspect ‘Ecologie’. Reactie gemeente: In een eerdere reactie is al aangegeven dat het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige gebied op een zodanig grote afstand ligt, dat hetgeen in het bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt geen invloed heeft op die stikstofgevoelige habitats. Bodem De reclamant acht een bodemonderzoek noodzakelijk voor vaststelling van het bestemmingsplan. Reactie gemeente: De gemeente acht een bodemonderzoek in het kader van het bestemmingsplan niet noodzakelijk. In paragraaf 4.3 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is voldoende onderbouwd dat voor de percelen Kleasterwei 8a en 8b de situatie onveranderd blijft. Voor het perceel Kleasterwei 8 geldt dat wel een functiewijziging plaatsvindt. Echter is dit perceel uitsluitend in gebruik geweest als woonperceel.
De reden dat het perceel in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 als ‘Bedrijf’ is bestemd, is om de destijds al bestaande woning als bedrijfswoning bij het perceel Kleasterwei 8b aan te kunnen duiden, zodat niet ook ter plaatse van Kleasterwei 8b nog een woning mogelijk is. Gezien het gebruik is geen bodemonderzoek noodzakelijk. Indien er in de toekomst ontwikkelingen in het plangebied aan de orde zijn dan kan in het kader van de omgevingsvergunning een bodemonderzoek als indieningsvereiste gelden. Geluid De reclamant stelt dat voor de woning aan Kleasterwei 8, die van een bedrijfswoning naar een reguliere woning wordt getransformeerd, niet is getoetst of de geluidemissie van mogelijke bedrijfsactiviteiten kan voldoen aan de normstelling op de zeer nabij gelegen gevoelige bestemming. Reactie gemeente: In de beantwoording van een eerdere reactie is reeds gemotiveerd dat wordt voldaan aan de richtafstand en dat er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Er is geen aanleiding om hiervoor een akoestisch onderzoek op te stellen.
Rho Adviseurs B.V. Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
20190026
blz 7
Luchtkwaliteit De reclamant stelt dat wordt aangenomen dat wordt voldaan aan het toetsingskader voor luchtkwaliteit zonder hiernaar onderzoek te hebben gedaan. Daarop stelt de reclamant dat niet zonder dit onderzoek kan worden gesteld dat nader onderzoek niet noodzakelijk is. Reactie gemeente: Het bestemmingsplan voorziet in een beperkte uitbreidingsmogelijkheden voor het bouwen op perceel Kleasterwei 8b. Zoals in paragraaf 4.6 van de toelichting is opgenomen, valt dit binnen het besluit NIBM. Daarom wordt geen onderzoek noodzakelijk geacht. Archeologie De reclamant stelt dat in het plangebied een nieuwe bestemming wordt gelegd waarvan de minimale oppervlakte de 2.500 m² overschrijdt en dat daarom archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Reactie gemeente: In dit bestemmingsplan kunnen geen bouwmogelijkheden plaatsvinden die kunnen leiden tot een overschrijding van de ondergrens waarvoor een archeologisch onderzoek nodig is. Een archeologisch onderzoek voorafgaande aan de vaststelling van het bestemmingsplan is derhalve niet nodig. Cultuurhistorie Reclamant stelt dat het plangebied is voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Reliëf kwelderwal’ en dan niet kan worden gesteld dat met onderhavige bestemmingsplan geen ingrepen aan deze waarden worden voorgesteld.
Reactie gemeente: De dubbelbestemming ‘Waarde – Reliëf kwelderwal is juist opgenomen ter bescherming van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de reliëfrijke gronden van de kwelderwal, terpen en kruinige percelen. De dubbelbestemming biedt een regeling waarin bij een te verlenen omgevingsvergunning moet worden aangetoond dat geen afbreuk wordt gedaan aan deze waarden. Een ingreep wordt hierop beoordeeld in het kader van deze vergunningsaanvraag. Toelichting op de bestemmingen De reclamant stelt dat in de toelichting wordt gesteld dat ter plaatse van perceel 8b bedrijfsgebouwen mogen worden opgericht tot een maximale oppervlakte van 2.400 m². In paragraaf 5.2 wordt vervolgens gemeld dat een oppervlakte van 3.000 m² aan bedrijfsgebouwen ter plaatse van Kleasterwei 8b is toegestaan. Dit is verder niet terug te vinden in de regels en op de verbeelding.
Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
Rho Adviseurs B.V.
blz 8
20190026
Reactie gemeente: De reclamant stelt terecht dat er enige onduidelijk is over de bouwmogelijkheden. Het is niet het voornemen om 3.000 m² aan bedrijfsgebouwen mogelijk te maken ter plaatse van perceel Kleasterwei 8b, maar maximaal 2.400 m². De toelichting is hierop verduidelijkt. Ook blijkt dat de verwijzing in de regels naar de maximum oppervlakte op het perceel Kleasterwei 8b abusievelijk niet te zijn opgenomen. Deze oppervlakte is via de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m2)’ met de waarde 2.400 alsnog op de verbeelding toegevoegd.
Rho Adviseurs B.V. Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
20190026
4.
blz 9
CONCLUSIE
De zienswijze is ongegrond, behoudens het onderdeel met betrekking tot de onduidelijkheid over de oppervlakteregeling voor het perceel Kleasterwei 8b. Ter plaatse van dat perceel wordt op de verbeelding de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m2)’ opgenomen met de waarde 2.400. Ook wordt de toelichting in paragraaf 5.2 hierop aangepast.
===
Reactienota zienswijzen Bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a, 8b Status: Definitief / 14-01-2020
Rho Adviseurs B.V.
Bijlage 5
59/136
Vaststellingsbesluit 06-02-2020
6200
AAN DE RAAD Agenda: 6-2-2020 Franeker, 21-1-2020
Onderwerp Bestemmingsplan Kleasterwei 8, 8a en 8b, Tzummarum Portefeuillehouder Wethouder J. Dijkstra Auteur Naam, telnr., mailadres Samenvatting Bij de actualisering van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 van voormalig Franekeradeel is de juridische regeling voor de percelen Kleasterwei 8, 8a en 8b in Tzummarum in overeenstemming gebracht met het feitelijk gebruik. Er lag voor 2013 een agrarische bedrijfsbestemming met veel bouwmogelijkheden, terwijl het feitelijk gebruik reeds sinds jaren andere bedrijfsactiviteiten betreft die niet agrarisch zijn. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn sinds het begin van deze eeuw beeindigd. De agrarische bestemming is daarom gelet op het hiervoor genoemde komen te vervallen en de huidige bedrijfsactiviteiten zijn in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 opgenomen. De eigenaren van de percelen hebben geconstateerd dat het feitelijk gebruik van de percelen sterk afwijkt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die de agrarische bedrijfsbestemming van het voorheen geldende bestemmingsplan bood. Ondanks het feit dat de feitelijke niet-agrarische bedrijfsactiviteiten nu planologisch zijn toegestaan met het bestemmingsplan uit 2013, is gebleken dat er sprake is van zogenoemde directe planschade. Uit het advies naar aanleiding van een verzoek om tegemoetkoming in planschade is gebleken dat het om een fors bedrag aan directe planschade gaat.
Het bestemmingsplan kan in dit geval ook voorzien in zogenaamde compensatie in natura wat betreft de geconstateerde directe planschade. Het voornemen is om de planologische mogelijkheden enigermate te herstellen en mee te werken aan een nieuw bestemmingsplan, dat voorziet in een goede ruimtelijke onderbouwing. Het voorliggende plan voorziet daar in. Er is één zienswijze ingediend, waarop wordt ingegaan in de “Reactienota zienswijzen”. Deze zienswijze geeft aanleiding voor een technische aanpassing. Voorstel 1. 1a. In te stemmen met de "Reactienota zienswijzen"; 2. 1b. Voor wat betreft de beantwoording van de zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan deze zienswijze ongegrond te verklaren, behoudens het onderdeel met betrekking tot de onduidelijkheid over de oppervlakteregeling voor het *20.200407* 20.200407
1/6
6200
perceel Kleasterwei 8b. Ter plaatse van dat perceel wordt op de verbeelding de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m2)’ opgenomen met de waarde 2.400 ; 3. 2. Het bestemmingsplan "Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a en 8b" met planidentificatienummer NL.IMRO.1949.BPTZummKleasterw8-VAS1 gewijzigd vast te stellen als gevolg van de gegrondverklaring van de zienswijze als hiervoor vermeld onder 1b. 4. 3. Voor dit plan geen exploitatieplan vast te stellen.
Inleiding Bij de actualisering van het bestemmingsplan Buitengebied 2013 van voormalig Franekeradeel is de juridische regeling voor de percelen Kleasterwei 8, 8a en 8b in Tzummarum in overeenstemming gebracht met het feitelijk gebruik. Er lag voor 2013 een agrarische bedrijfsbestemming met veel bouwmogelijkheden, terwijl het feitelijk gebruik reeds sinds jaren andere bedrijfsactiviteiten betreft die niet agrarisch zijn. De agrarische bedrijfsactiviteiten zijn sinds het begin van deze eeuw beeindigd. De agrarische bestemming is daarom gelet op het hiervoor genoemde komen te vervallen en de huidige bedrijfsactiviteiten zijn in het bestemmingsplan Buitengebied 2013 opgenomen. De eigenaren van de percelen hebben geconstateerd dat het feitelijk gebruik van de percelen sterk afwijkt van de bouw- en gebruiksmogelijkheden die de agrarische bedrijfsbestemming van het voorheen geldende bestemmingsplan bood. Ondanks het feit dat de feitelijke niet-agrarische bedrijfsactiviteiten nu planologisch zijn toegestaan met het bestemmingsplan uit 2013, is gebleken dat er sprake is van zogenoemde directe planschade. Uit het advies naar aanleiding van een verzoek om tegemoetkoming in
2/6
6200
planschade is gebleken dat het om een fors bedrag aan directe planschade gaat. Het bestemmingsplan kan in dit geval ook voorzien in zogenaamde compensatie in natura wat betreft de geconstateerde directe planschade. Het voornemen is om de planologische mogelijkheden enigermate te herstellen en mee te werken aan een nieuw bestemmingsplan, dat voorziet in een goede ruimtelijke onderbouwing. Het voorliggende plan voorziet daar in. Er is één zienswijze ingediend, waarop wordt ingegaan in de “Reactienota zienswijzen”. Deze zienswijze geeft aanleiding voor een technische aanpassing. Beoogd (meetbaar) effect Het bestemmingsplan creëert een correcte planologische situatie, waardoor de gemeente een lager bedrag aan planschade hoeft uit te keren. Motivering 1.1 De ingediende zienswijze is op één onderdeel na ongegrond. Naar aanleiding van de zienswijze is het op één onderdeel nodig om het plan gewijzigd vast te laten stellen uit oogpunt van duidelijkheid over de oppervlakteregeling voor het perceel Kleasterwei 8b op de verbeelding (plankaart). Het gaat om een technische en niet om een inhoudelijke wijziging. De toelichting is daarop aangepast. Het plan behelst ten dele herstel van oude bouwmogelijkheden. Met het plan wordt op verzoek een deel van de oude bouw- en gebruiksmogelijkheden hersteld. De aanleiding vormt een verzoek om tegemoetkoming planschade.
De Stichting Adviesbureau Onroerende zaken (SAOZ) constateert in haar advies dat er sprake is van zogenaamde directe planschade. De bouwmogelijkheden binnen de voorheen geldende bestemming ‘intensief veehouderij bedrijf’ waren namelijk fors ruimer. Het bestemmingsplan voorziet in een woonbestemming van de Kleasterwei 8. De mogelijkheid voor een bedrijfswoning gaat van Kleasterwei 8A naar Kleasterwei 8B. Kleasterwei 8B verkrijgt de mogelijkheid tot uitbreiding (is grotendeels herstel) van de voorheen geldende bouwmogelijkheden tot een oppervlakte van 2.400 m². Op het perceel Kleasterwei 8A wordt geen bedrijfswoning meer mogelijk gemaakt. 2.1 Het plan voldoet aan de relevante beleidskaders Met de provincie is overleg gevoerd over de voorgenomen oplossingsrichtingen. Aanvankelijk bestond het verzoek uit het toepassen van de zogenaamde ruimte voor ruimte regeling, zoals verwoord in de provinciale ‘Verordening Romte Fryslân 2014’. Dat hield in dat er een bepaalde oppervlakte aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt dient te worden, waarna ter compensatie een (bedrijfs)woning mag worden terug gebouwd. Na overleg is gebleken dat er een gunstiger mogelijkheid voorhanden is, waarbij de optie van sloop van bedrijfsbebouwing niet behoeft te worden ingezet.
Belanghebbenden zijn gekend in deze opzet en hebben hier mee ingestemd, waarbij afstand is gedaan van een bedrijfswoning op het perceel Kleasterwei 8A. 2.2 Het plan voorziet in compensatie in natura wat betreft directe planschade. Op grond van de actualisering van het bestemmingsplan buitengebied is een titel voor planschade ontstaan. Via voorliggend bestemmingsplan wordt dit deels teruggedraaid. Over de afwikkeling van het planschadedossier ontvangt u advies nadat bestuurlijke besluitvorming over het bestemmingsplan plaats heeft gehad. Met het voorliggende plan kan deels compensatie in natura worden geboden in de vorm van het ten dele herstellen 3/6
6200
van oude bouw- en gebruiksmogelijkheden, nu voor een bedrijfsbestemming 2.3 De gemeenteraad is het bevoegd bestuursorgaan om bestemmingsplannen vast te stellen. Dit is bepaald in de Wet ruimtelijke ordening en spreekt voor zich. 3.1 Voor dit bestemmingsplan is het niet nodig een exploitatieplan vast te stellen. De gemeenteraad kan op grond van de Wet ruimtelijke ordening (6.12) besluiten geen exploitatieplan vast te stellen. In dit geval kan dat omdat het een particuliere grondexploitatie betreft geheel op eigen terrein en er geen openbare voorzieningen nodig zijn voor die realisatie. Kanttekeningen Er is een bestuurlijk en juridisch risico dat bestaat uit de weerstand tegen het plan. Het besluit van de raad is aan beroep onderworpen. Analyse n.v.t. Alternatieven n.v.t. Vervolg Indien uw raad besluit het bestemmingsplan vast te stellen, dan vindt in geval van ongewijzigde vaststelling daarna binnen twee weken elektronische publicatie plaats. In dit geval is de wettelijke termijn zes weken als gevolg van de gewijzigde vaststelling. Na publicatie volgt een beroepstermijn van zes weken. Indien er geen beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt ingesteld, treedt het bestemmingsplan de dag na afloop van de beroepstermijn in werking en is dan meteen ook onherroepelijk.
Wordt er wel beroep ingesteld, dan is het bestemmingsplan pas onherroepelijk nadat de Raad van State uitspraak heeft gedaan. Inwonersparticipatie Hieraan is uitvoering gegeven met de wettelijke procedure die de Algemene wet bestuursrecht voorschrijft (afdeling 3:4 Awb). Belanghebbenden kunnen dit volgen via Overheid.nl, onder ‘berichten over uw buurt’. Ook informeel is men op de hoogte gesteld van dit initiatief. Relatie met het programma Dienstverlening n.v.t. Relatie met het programma Ontwikkelperspectief n.v.t. Communicatie Officiele publicaties worden volgens de bestaande gedragslijn alleen geplaatst in de Staatscourant en digitaal in het elektronisch gemeenteblad. Gedurende de periode van tervisielegging zijn geen zienswijzen ingediend. Financiën Gemeente is initiatiefnemer voor het ten dele herstellen van voorheen geldende 4/6
6200
bouwmogelijkheden tegen de achtergrond van compensatie in natura. De kosten van dit bestemmingsplan worden betaald uit de beschikbare post ruimtelijke plannen. Juridisch kader Wet ruimtelijke ordening, Besluit ruimtelijke ordening, Algemene wet bestuursrecht. Bijlagen Bijlage 1: Reactienota zienswijzen (Corsanummer 20.200235) Bijlage 2: bestemmingsplan Tzummarum – Kleasterwei 8, 8a en 8b. (Corsanr. 20.100818) Bijlage 3: zienswijze (Corsanummer 19.130507)
Burgemeester en wethouders van Waadhoeke
, burgemeester
, secretaris
5/6
6200
NR.: 20.200407 De raad van de gemeente Waadhoeke
Gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke van 221-2020;
BESLUIT
1. 1a. In te stemmen met de "Reactienota zienswijzen"; 2. 1b. Voor wat betreft de beantwoording van de zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan deze zienswijze ongegrond te verklaren, behoudens het onderdeel met betrekking tot de onduidelijkheid over de oppervlakteregeling voor het perceel Kleasterwei 8b. Ter plaatse van dat perceel wordt op de verbeelding de aanduiding ‘maximum oppervlakte (m2)’ opgenomen met de waarde 2.400 ; 3. 2. Het bestemmingsplan "Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a en 8b" met planidentificatienummer NL.IMRO.1949.BPTZummKleasterw8-VAS1 gewijzigd vast te stellen als gevolg van de gegrondverklaring van de zienswijze als hiervoor vermeld onder 1b. 4. 3. Voor dit plan geen exploitatieplan vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 6-2-2020,
{{Signer2}}
{{Signer1}} Dit document is digitaal ondertekend.
6/6
, voorzitter
, griffier
66/136
Bijlage 6
67/136
Tussenuitspraak 04-08-2021
Vaststellingsbesluit (PM)
89/136
Regels
91/136
Hoofdstuk 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 het plan: het bestemmingsplan Tzummarum - Kleasterwei 8, 8a en 8b van de gemeente Waadhoeke; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1949.BPTZummKleasterw8-VAS1 met de bijbehorende regels en bijlage; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.6 bebouwingspercentage: een in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd; 1.7 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.8 bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimte die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep c.q. een bedrijf, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke; 1.9 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.10 bestaand: a. bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel zoals die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning; b. het gebruik van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;
92/136
1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.15 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.16 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.17 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.18 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.19 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.20 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.21 dak: iedere bovenbeëindiging
van een gebouw; 1.22 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.23 eerste bouwlaag: de bouwlaag op de begane grond;
93/136
1.24 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woonhuis of een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.25 erfbeplanting: opgaande beplanting, zijnde bomen en struiken, die een scherm vormt op of binnen de grens van een bouwperceel waarop bebouwing voorkomt of die verspreid over een dergelijk bouwperceel voorkomt, en welke beplanting mede bepalend is voor de inpassing van de betreffende bebouwing in het landschap; 1.26 erfinrichtingsplan: een plan waarin inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze een ontwikkeling wordt ingepast op het betreffende perceel en in relatie tot de omgeving; 1.27 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.28
gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden:
de mogelijkheden om gronden en daarop toegelaten bouwwerken overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming te gebruiken; 1.29 geluidbelasting vanwege het wegverkeer: de etmaalwaarde van het equivalente geluidniveau in dB(A) op een bepaalde plaats, veroorzaakt door het gezamenlijke wegverkeer op een bepaald weggedeelte of een combinatie van weggedeelten, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder; 1.30 geluidszoneringsplichtige inrichting: een inrichting bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.31 hogere grenswaarde: een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.32 hoofdgebouw: een gebouw dat, gelet op de bestemming, zowel in ruimtelijk als in functioneel opzicht als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.33 huishouden: een zelfstandig(e) dan wel samenwonend persoon of groep van personen met een zekere mate van onderlinge verbondenheid die binnen een complex van ruimte gebruik maken van dezelfde voorzieningen zoals een keuken, sanitaire voorzieningen en de entree;
94/136
1.34 inwoning: het wonen, niet zijnde logeren, bij anderen; 1.35 kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto, een caravan of een stacaravan, dan wel enig ander daarmee vergelijkbaar voertuig of onderkomen, dat geheel of ten dele is bestemd of opgericht dan wel wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.36 kap: een dak met een zekere helling; 1.37 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: de in bijlage 1 genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend door de bewoner en de aan de bedrijvigheid bij woningen gebonden medewerkers; 1.38 kleinschalige duurzame energieopwekking: winning van energie uit kleinschalige perceelsgebonden bronnen, waarbij weinig tot geen schadelijke milieueffecten optreden bij winning en omzetting en waarvan de bronnen in onuitputtelijke hoeveelheden beschikbaar zijn, zoals zon, wind, water, biomassa, aard- en omgevingswarmte; 1.39 kleinschalig kampeerterrein: een terrein of plaats in een kleinschalige opzet met een beperkt aantal standplaatsen voor kampeermiddelen; 1.40 kunstwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor civieltechnische en/of infrastructurele doeleinden, zoals een brug, een dam, een duiker, een tunnel, een via- of aquaduct of een sluis, dan
wel een daarmee gelijk te stellen voorziening; 1.41 kwetsbaar object: een object waarvoor ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde voor het risico c.q. een risicoafstand tot een risicovolle inrichting is bepaald, die in acht genomen moet worden; 1.42 landschappelijke waarden: de aan een gebied toegekende waarden, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.43 lichtplan: ontwerp, bestaande uit een lijst van diverse lichtstanden, om de lichtuitstraling vanuit bedrijfsgebouwen en kassen op de omgeving tot een minimum te beperken; 1.44 logies met ontbijt: het bieden van de, ten opzichte van het wonen ondergeschikte, mogelijkheid tot recreatief nachtverblijf en ontbijt aan personen die hun hoofdverblijf elders hebben;
95/136
1.45 manege-activiteiten: bedrijfsactiviteiten met een publieksgericht karakter, die zijn gericht op het bieden van gelegenheid tot het berijden en verzorgen van paarden en pony's (waaronder het lesgeven, de verhuur of het organiseren van wedstrijden en/of andere hippische evenementen); 1.46 mantelzorg: het bieden van zorg aan een ieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychische en/of sociale vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband in de vorm van inwoning en/of afhankelijke woonruimte. Als afhankelijke woonruimte wordt aangemerkt een aan- of uitbouw of bijgebouw dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met de woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg is gehuisvest; 1.47 milieusituatie: de waarde van een gebied in milieuhygiënische zin die wordt bepaald door de mate van scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies, daarbij in het bijzonder gelet op het voorkomen dan wel beperken van hinder door geur, stof, geluid, gevaar, licht en/of trilling; 1.48 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden dan wel met ten hoogste één wand; 1.49 peil: a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. voor het bouwen van bouwwerken in, op of over het water: het NAP -0,52 (het Fries Zomerpeil); 1.50 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.51 reclamemast: bouwwerk, geen gebouw zijnde, hoofdzakelijk ten behoeve van reclame-uitingen; 1.52 recreatieappartement: het geheel van bijbehorende vertrekken als afzonderlijk gemeubileerde woongelegenheid, bedoeld voor verblijfsrecreatie, als onderdeel van een (andere) hoofdfunctie; 1.53 risicovolle inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge het Besluit externe veiligheid inrichtingen een grenswaarde, een richtwaarde voor het risico c.q. een risico-afstand moet worden aangehouden bij het in het bestemmingsplan toelaten van kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten;
96/136
1.54 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.55 straat- en bebouwingsbeeld: de waarde van een gebied in stedenbouwkundige zin die wordt bepaald door de mate van samenhang in aanwezige bebouwing, daarbij in het bijzonder gelet op de verhouding tussen bouwmassa en open ruimte, een bouwhoogte- en breedteverhouding tussen de bebouwing onderling en de samenhang in bouwvorm en ligging tussen bebouwing die ruimtelijke op elkaar georiënteerd is; 1.56 trekkershut: een gebouw met een eenvoudige constructie en beperkte omvang ten behoeve van een kortstondig recreatief nachtverblijf voor passanten; 1.57 verkeersveiligheid: de waarde van een gebied voor de veiligheid van het verkeer die wordt bepaald door de mate van overzichtelijkheid en vrij uitzicht (met name bij kruisingen van wegen en uitritten) en de (mogelijke) effecten van bebouwing en overige inrichtingselementen op de gedragingen van verkeersdeelnemers; 1.58 vuurwerkbedrijf: een bedrijf dat in hoofdzaak
is gericht op de vervaardiging of assemblage of de handel in vuurwerk, niet bedoeld periodieke verkoop in consumentenvuurwerk, c.q. de opslag van vuurwerk en/of de daarvoor benodigde stoffen; 1.59 woning: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.60 woonhuis: een gebouw, dat één woning omvat, dan wel twee of meer naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; 1.61 woonsituatie: een situatie waarbij, mede door de situering van om de woonfunctie liggende functies en bebouwing, in ieder geval sprake is van een redelijke daglichttoetreding, een redelijke mate van uitzicht en voldoende privacy, alsmede van afwezigheid van hinder. 1.62 zorgfunctie: een zorgfunctie als tweede tak bij een agrarisch bedrijf waarbij een directe relatie bestaat tussen de sociaal-medische opvang van personen en de agrarische bedrijfsactiviteiten, in die zin dat de personen behulpzaam zijn bij de agrarische bedrijfsactiviteiten.
97/136
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.2 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
98/136
Hoofdstuk 2
Artikel 3
BESTEMMINGSREGELS
Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebouwen en overkappingen ten behoeve van: 1. bedrijven, welke zijn genoemd in bijlage 1 onder de categorieën 1 en 2; 2. een bedrijfswoning al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b. bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning; met daaraan ondergeschikt: c. kleinschalige duurzame energieopwekking; d. nutsvoorzieningen; e. wegen en paden; f. water; met de daarbijbehorende: g. tuinen, erven en terreinen; h. bouwwerken, geen gebouwen zijnde;
3.2
Bouwregels
3.2.1 Voorwaardelijke verplichting Binnen twee jaar na de bouw van nieuwe bedrijfsgebouwen aan de Kleasterwei 8B dient er sprake te zijn van realisatie en instandhouding van de landschappelijke inpassing, zoals in de uitgangspunten genoemd van paragraaf 2.4 van de toelichting. 3.2.2 Lid 3.1. sub a genoemde gebouwen Voor het bouwen van de in lid 3.1. sub a genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. per bestemmingsvlak mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van het ter plaatse gevestigde bedrijf worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen en overkappingen zal per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak; c. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per bestemmingsvlak bedragen, tenzij het gronden betreft ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten', in welk geval geen bedrijfswoning is toegestaan; d. de bedrijfsgebouwen en overkappingen zullen tenminste 3,00 m achter de voorgevel van de bedrijfswoning dan wel het verlengde daarvan worden gebouwd, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welke geval de afstand ten minste de in het verleden toegelaten bestaande afstand bedraagt; e. de afstand van een bedrijfswoning ten opzichte van de weg zal ten minste de bestaande afstand bedragen; f.
de maatvoering van een gebouw of een overkapping zal voorts voldoen aan de eisen die in het volgende
99/136