bijlage 1: bestemmingsplan Vrouwenparochie - Waling Dijkstrastraat 53.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan
Vrouwenparochie - Waling Dijkstrastraat 53 Waadhoeke
DATUM IMRO IDN
13-07-2021 NL.IMRO.1949.20210788-CON1
PROJECT PROJECTLEIDER
Jan-Jacob Posthumus
OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER
20210788
AUTEUR STATUS
voorontwerp
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
1.1
Aanleiding
6
1.2
Ligging plangebied
6
1.3
Planologische regeling
6
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
Hoofdstuk 3
Beleidskader
12
3.1
Rijksbeleid
12
3.2
Provinciaal beleid
13
3.3
Gemeentelijk beleid
13
Milieu- en omgevingsaspecten
15
4.1
Algemeen
15
4.2
Bedrijven en milieuzonering
15
4.3
Ecologie
16
4.4
Bodem
17
4.5
Geluid
17
4.6
Water
17
4.7
Luchtkwaliteit
19
4.8
Archeologie
19
4.9
Cultuurhistorie
20
4.10
Externe veiligheid
20
4.11
Kabels en leidingen
21
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
22
5.1
Het juridisch systeem
22
5.2
Toelichting op de bestemmingen
22
Uitvoerbaarheid
23
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
23
6.2
Economische uitvoerbaarheid
23
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 6
Bijlagen toelichting
3/161
25
Bijlage 1
Stikstofonderzoek
27
Bijlage 2
Asbestonderzoek
45
Bijlage 3
Geluidsonderzoek
107
Bijlage 4
Watertoets
127
Bijlage 5
Vooroverlegreactie Brandweer Fryslân
131
Bijlage 6
Vooroverlegreactie Provincie Fryslân
135
Regels Hoofdstuk 1
138 Inleidende regels
139
Artikel 1
Begrippen
139
Artikel 2
Wijze van meten
144
Bestemmingsregels
145
Artikel 3
Tuin
145
Artikel 4
Wonen
146
Hoofdstuk 3
Algemene regels
148
Artikel 5
Anti-dubbeltelregel
148
Artikel 6
Algemene bouwregels
149
Artikel 7
Algemene gebruiksregels
150
Artikel 8
Algemene afwijkingsregels
151
Artikel 9
Overige regels
152
Overgangs- en slotregels
153
Artikel 10
Overgangsrecht
153
Artikel 11
Slotregel
154
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding
4/161
155 Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten
157 159
Toelichting
5/161
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Tot 2018 stond op het perceel direct ten noorden van de Waling Dijkstrastraat 51 te Vrouwenparochie een boerderij. De bebouwing is in 2018 afgebrand. Het voornemen is om hier een nieuwe woning te bouwen. De voorgenomen ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om het plan juridisch-planologisch mogelijk te maken is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
1.2
Ligging plangebied
De locatie is gelegen op de onbebouwde gronden direct ten noorden van de Waling Dijkstrastraat 51 te Vrouwenparochie. Het plangebied staat kadastraal bekend als Lieve Vrouwe Parochie, sectie F, nummer 1645. In figuur 1.1 is een luchtfoto met daarin het betreffende plangebied weergegeven.
Figuur 1.1
1.3
Ligging van het plangebied
Planologische regeling
Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied, dat is vastgesteld op 12 mei 2010 door de voormalige gemeente Het Bildt (tegenwoordig gemeente Waadhoeke). In het geldende bestemmingsplan is het plangebied bestemd als 'Wonen' en 'Agrarisch'. Binnen de bestemming
6/161
'Wonen' zijn de gronden bestemd voor woonhuizen, al dan niet in combinatie met een ruimte voor aan-huis-verbonden beroep of bedrijf, waarbij er sprake dient te zijn van een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit. Als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd en deze moeten binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. De woning wordt gebouwd binnen de bestemming 'Agrarisch' en is daarom in strijd met het geldende bestemmingsplan. Hier is namelijk geen woning toegestaan. Verder is de gebiedsaanduiding 'geluidzone - weg' van toepassing. Hierin is geregeld dat woningen pas gebouwd mogen worden als de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van de gevels van deze geluidsgevoelige gebouwen niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. In figuur 1.2 is een luchtfoto met daarin het betreffende plangebied en het geldende bestemmingsplan weergegeven.
Figuur 1.2
7/161
Ligging van het plangebied met geldend bestemmingsplan
1.4
Leeswijzer
Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
8/161
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
Huidige situatie Aan de oostzijde van het dorp, direct achter de bebouwing aan de Waling Dijkstrastraat 51 ligt een oud boerenerf. Het erf is nu leeg. In 2018 zijn de schuur en het voorhuis van de boerderij afgebrand. De gedeeltelijke boomsingel rondom het erf is behouden. Het oorspronkelijke boerenerf ligt aan de trekvaart tussen Vrouwenparochie en Vrouwbuurtstermolen. Tussen de trekvaart en doorgaande weg heeft het dorp zich als lintbebouwing uitgebreid. In de bebouwing is een doorsteek voor een toegangsweg naar de boerderij. Deze weg liep eerder door, voor de boerderij langs naar bebouwing westelijk van het boerenerf. Deze bebouwing wordt inmiddels vanaf een andere kant ontsloten. De toegangsweg is nu uitsluitend voor het boerderijperceel. De afgebrande boerderij was een karakteristieke Bildtse boerderij, een zogenaamde winkelhaakboerderij of hoekplaats. Typerend voor dit Bildtse boerderijtype is dat het voorhuis dwars en naast de schuur staat, een boerderijtype dat uitsluitend en in grote getale in het Bildt zou voorkomen. In figuur 2.1 is een luchtfoto van het plangebied weergegeven. In deze luchtfoto zijn ook de gebouw contouren van de voormalige situatie weergeven.
Figuur 2.1
9/161
Voormalige inrichting
Nieuwe situatie en ruimtelijke inpassing Het nieuwe huis, met een bouwhoogte van 3,5 meter, heeft een groot grondvlak en volume en is daarmee in verhouding passend op deze historische boerderijplaats. Het volume ligt in dezelfde richting als de eerdere boerderijbebouwing. Dit is nagenoeg de noord-zuidrichting. Deze richting komt overeen met de richting van andere vrijstaande bebouwing rondom het bebouwingslint van de Waling Dijkstrastraat: de boerderijen (Waling Dijkstrastraat 48 en 101) en het clubgebouw van de voetbalvereniging. Het grote erf blijft een geheel, maar wordt wel ruimtelijk onderverdeeld. Het langgerekte volume van het woonhuis definieert gebieden rondom het huis. Het deel aan de westzijde heeft de meeste bestaande bomen en grenst aan bebouwde buurpercelen. Door de boomsingels hier verder te verdichten wordt voldoende privacy gecreëerd en ontstaat een meer besloten ruimte op het eigen erf. De inrichting van het groen kan in deze 'kamer' los en extensief zijn. De oostzijde van het erf heeft geen boomsingel, maar is juist open naar het naastliggende land en de verderop gelegen de boerderij. Beide boerderijplaatsen en de tussengelegen akker zijn een herkenbare eenheid ten opzichte van het aangrenzende lager gelegen land. Het weidse uitzicht vanaf de noordoosthoek van het erf op de omgeving blijft behouden.
De groeninrichting voor dit gedeelte blijft open en laag waardoor het uitzicht ook vanuit de net iets hoger gelegen woning te beleven is. De structuur van het groen bestaat uit nieuwe los aangeplante solitaire bomen. De woning is een bungalow. Alle ruimtes bevinden zich op één niveau. De woning is daarmee levensloopbestendig en voldoet daarmee in een dringende woningbehoefte op het platteland. In de terreininrichting wordt de oorspronkelijke kavelindeling gerespecteerd door het parkeren op te lossen op de plek van de voormalige boerderij, achter de oude leilindes. De licht diagonale lijn met populieren is de nieuwe achtergrond voor de positie van de nieuwe villa op de noordoostzijde van de kavel. De zichtlijn vanaf de straat wordt open gehouden en gerespecteerd en benadrukt de diepte van de kavel. De villa wordt zo gesitueerd dat ze qua richting en plattegrond als het ware naadloos past in de orthogonale structuur van het Bildt, met een uitzicht op het open landschap richting Ouwe Syl en Alde Leie.
10/161
Figuur 2.2
Voorgenomen inricthing
Verkeer en parkeren Verkeersstructuur Het plangebied wordt via een oprit ontsloten op de provinciale weg (N393) Waling Dijkstrastraat. Deze weg is onderdeel van de doorgaande wegenstructuur van Vrouwenparochie en deze heeft ter plaatse van het plangebied een maximum snelheid van 30 km/uur. Op deze wijze is het plangebied op goede wijze ontsloten. Met het toevoegen van één woning wordt geen afbreuk gedaan aan de capaciteit van deze weg en ontstaan dan ook geen belemmeringen. De parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen wordt geheel voorzien op eigen erf. Daarmee is geen sprake van afwikkeling op de omgeving en wordt op goede wijze voorzien in de parkeerbehoefte.
11/161
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. De gemeente ligt niet binnen één van deze gebieden. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1.
ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda. Voor Noord is een omgevingsagenda opgesteld, waar Súdwest-Fryslân onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Denk aan een Regio Deal en een verstedelijkingsstrategie. Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI kan de conclusie worden getrokken dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI.
12/161
Ladder voor Duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In 2017 is de Ladder herzien. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking De ontwikkeling van slechts één woning betreft geen stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarom is het niet noodzakelijk om het voornemen te toetsen aan de ladder.
3.2
Provinciaal beleid
Provinciale Verordening Romte Fryslân In de Verordening Romte Fryslân 2014 (vastgesteld op 25 juni 2014) stelt de provincie regels aan de provinciale belangen. Deze regels moeten in gemeentelijke plannen worden vertaald. In artikel 1 van de verordening worden regels gegeven gericht op het bundelen van stedelijke functies in stedelijk gebied. Het plangebied ligt in het Bestaand Stedelijk Gebied. Hier wordt ruimte geboden voor het ontwikkelen van stedelijke functies. In artikel 3 is bepaald dat een woningbouwproject binnen bestaand bebouwd gebied in overeenstemming moet zijn met een goedgekeurd gemeentelijk woonplan. Hiervan kan afgeweken worden indien het bouwplan voorziet in minder dan 11 woningen. In dit geval gaat het om de bouw één woning ter vervanging van een woning die reeds in het plangebied heeft gestaan. Hiervoor geeft de verordening geen regels. Wel is de ontwikkeling zoals in paragraaf 3.3 is aangegeven in overeenstemming met het gemeentelijke woningbouwbeleid. De voorgestelde ontwikkeling past binnen de kaders van de verordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk In 2020 heeft de gemeente Waadhoeke haar eerste Woonvisie vastgesteld. De woonvisie vormt een beginpunt in het behalen van de gemeentelijke doelen op het gebied van wonen, om van daaruit met de dorpen verder te werken aan hun toekomst. De woonvisie is gebaseerd op onder meer een woningmarktonderzoek, prestatieafspraken met corporaties en huurdersorganisaties, uitkomsten van vragen aan bewoners, de schouw van bestaande buurten die de gemeente elke vier jaar doet. In de woonvisie wordt gesteld dat op korte termijn vraag is naar zowel levensloopbestendige woningen als
13/161
gezinswoningen. Verder wordt verwacht dat het aantal inwoners in de regio Noordwest-Fryslân de komende 10 jaar daalt. Er is echter nog wel sprake van een groei in het aantal huishoudens, omdat de huishoudensgrootte afneemt. In de woonvisie zijn bandbreedtes per kern opgenomen: een verdeling van de totale behoefte aan woningen tot 2024. De voorgenomen woning die met dit plan wordt mogelijk gemaakt past binnen de woonvisie, zowel qua aantal als qua locatie. Met dit bestemmingsplan worden namelijk planologisch gezien geen extra woningen mogelijk gemaakt. Er is slechts sprake van het mogelijk maken van een woning op een andere plek dan nu is toegestaan. Op basis van het geldende bestemmingsplan is hier al een woning toegestaan. Daarmee is het voornemen in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.
14/161
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de juridisch planologische regeling van één nieuwe woning. In dit hoofdstuk worden de omgevingsaspecten besproken welke relevant zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven voor activiteiten, plannen en besluiten plan-m.e.r.-plichtig, project-m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Indien een activiteit onder de drempelwaarden blijft, dient alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden. Aangezien voorliggende ontwikkeling onder de drempelwaarden blijft zou hiervan sprake kunnen zijn. Dan moet het wel gaan om een stedelijk ontwikkelingsproject. In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van één woning.
De beoogde ontwikkeling valt daarmee onder een perceelsgebonden ontwikkeling waarbij geen sprake is van een stedelijk ontwikkeling zoals in het Besluit Milieueffectrapportage is beschreven. Een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' wordt daardoor niet noodzakelijk geacht. In de opvolgende paragrafen worden de mogelijke milieugevolgen nader toegelicht. Hieruit blijkt dat er geen significante effecten ontstaan als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Bedrijven en milieuzonering
Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs kan worden uitgesloten. In geval van een gemengd gebied kan worden gewerkt met een verkleinde richtafstand. Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige functie. Aan de zuidkant van het plangebied is een bedrijf uit ten hoogste milieucategorie 2 gevestigd. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter. De afstand van de grens van de inrichting tot de gevel van de woning bedraagt meer dan 30 meter. Omdat bedrijvigheid op voldoende afstand ligt, zal sprake zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.
15/161
4.3
Ecologie
Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden zijn door de Minister van Economische Zaken aangewezen gebieden die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden. Daarnaast bestaat het Natuur Netwerk Nederland (NNN) uit gebieden die worden aangewezen in de provinciale verordening. Binnen de NNN-gebieden mogen in beginsel geen ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden. Toetsing Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden als Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Waddenzee op circa 4,6 kilometer afstand tot het plangebied. Binnen het plangebied wordt slechts één woning gerealiseerd. Omdat het slechts om één woning gaat is de verkeersgeneratie als gevolg hiervan zeer beperkt. Daarom kan redelijkerwijs gesteld worden dat de ontwikkeling in het plangebied geen significante gevolgen heeft voor omringende beschermde natuurgebieden.
Natura 2000-gebieden: stikstofdepositie Significante negatieve effecten ten gevolge van stikstofemissies op beschermde gebieden kunnen niet worden uitgesloten. Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Het stikstofonderzoek is als bijlage 1 toegevoegd. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. Voor dit plan is er geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb). Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Toetsing In het plangebied wordt een leegstaande kavel ontwikkeld tot woonperceel. Op dit moment is er slechts sprake van bouwrijp grasland, dat goed onderhouden wordt. Het gebied biedt geen bijzondere kenmerken voor beschermde soorten om zich hier op te houden.
Er kunnen enkele meer algemene soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in geval van schade aan deze soorten. Op deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing. Deze kan tot uiting worden
16/161
gebracht door zo te werken dat dieren de kans krijgen om te vluchten naar habitat buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden of dieren naar een dergelijke habitat te verplaatsen.
4.4
Bodem
Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing Het plangebied is in het geldende planologisch regime reeds bestemd ten behoeve van wonen. Op basis hiervan kan worden aangenomen dat de gronden geschikt zijn voor het voorgenomen gebruik. Bovendien hebben zich tussen de vaststelling van het geldende bestemmingsplan en nu geen bodemverontreinigende activiteiten voorgedaan op het te bebouwen perceel. Daarnaast is naar aanleiding van de brand van de voorgaande bebouwing een asbestonderzoek uitgevoerd. Hieruit is naar voren gekomen dat er geen sprake is van asbest op het perceel. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2. Nader onderzoek is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk.
4.5
Geluid
Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Toetsing Het plangebied ligt binnen de geluidszone van de Waling Dijkstrastraat en de N393. Voor de ontwikkeling is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 3 toegevoegd. Als gevolg van het wegverkeer wordt de wettelijke voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB niet overschreden. Het aspect geluid vormt geen belemmeringen. De woning wordt gerealiseerd in een goed akoestisch woon- en leefklimaat.
4.6
Water
Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt
17/161
in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (kenmerk: 20210608-2-26739). De uitkomst van deze toets is dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Hiermee wordt rekening gehouden tijdens de uitvoering van de plannen. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage 4. Hoofdwateren Hoofdwateren hebben een belangrijke aan-, af- en doorvoerfunctie. Aan weerszijden van een hoofdwatergang ligt een beschermingszone van 5 meter. De beschermingszone is nodig voor de bereikbaarheid voor beheer en onderhoud aan de hoofdwatergang. Het is niet toegestaan om in de beschermingszone bebouwingen en dergelijke te realiseren of opgaande beplanting aan te brengen. Met dit plan is geen sprake van ingrepen binnen de beschermingszone van 5 meter. Waterkwantiteit Door ruimtelijke ontwikkelingen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe met als gevolg een versnelde afvoer van hemelwater. Het is nodig om deze versnelde afvoer te compenseren om de waterberging in een gebied in stand te houden. De meest voorkomende manier van compenseren is het graven van extra oppervlaktewater. Uiteraard is het toepassen van alternatieve maatregelen in het plan ook mogelijk.
Voor de compensatie van toename verhard oppervlak is onderstaande tabel van toepassing. Gebied Boezem Polder Vrij afstromend
Stedelijk (>200 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk
Landelijk (>1.500 m²) 5% 10% Maatwerk mogelijk
Met het project is sprake van een toename van de verharding van minder dan 200 m2 in stedelijk gebied. Het is niet nodig om de versnelde afvoer van het verhard oppervlak te compenseren om de waterberging in het gebied in stand te houden. Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Bij de uiteindelijke uitwerking van het bouwplan zal rekening worden gehouden met een klimaat robuuste inrichting. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt.
18/161
Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting, (in-) filtratie van afstromend hemelwater, afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater, afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI. In dit geval wordt aangesloten op de bestaande riolering aan de Rypsterdyk. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd. Overtollig water wordt eventueel afgevoerd naar naastgelegen oppervlaktewater. Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.
4.7
Luchtkwaliteit
Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2015) is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan. In het plangebied wordt één woning gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.
4.8
Archeologie
Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen,
19/161
vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.). Toetsing Voor beide advieskaarten is geen onderzoek noodzakelijk, ongeacht de grootte van de ontwikkeling. Daarmee vormt het aspect archeologie geen belemmering voor deze ontwikkeling.
4.9
Cultuurhistorie
Toetsingskader Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat het plangebied deel uit maakt van een voormalige boerderijplaats. De boerderij die hier voorheen stond is in 2018 afgebroken. De gedeeltelijke boomsingel rondom het erf is behouden. Zoals in hoofdstuk 2 beschreven is er in de toekomstige situatie sprake van een inpassing die passend is binnen de voormalige, karakteristieke situatie.
4.10 Externe veiligheid Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep
20/161
mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd. In de nabijheid is geen sprake van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes. Daarmee vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor de ontwikkeling in het plangebied.
4.11 Kabels en leidingen Toetsingskader In (de omgeving van) het plangebied kunnen kabels en leidingen aanwezig zijn die beperkingen opleggen voor de bouwmogelijkheden in het plangebied. Hierbij valt te denken aan hoogspanningsverbindingen, waterleidingen en straalpaden. Bij leidingen, zoals gas-, water- en rioolpersleidingen, volgen deze belemmeringen uit het zakelijk recht. Bij hoogspanningsverbindingen gaat het om veiligheid en gezondheid. De beperkingen bij straalpaden zijn van belang voor het goed functioneren van de straalpaden. Toetsing Binnen het plangebied is geen sprake van kabels en leidingen waar rekening mee gehouden dient te worden. Het aspect kabels en leidingen vormt daarom geen belemmering voor dit plan.
21/161
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische toelichting
Het juridisch systeem
Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.
5.2
Toelichting op de bestemmingen
In het voorliggende bestemmingsplan wordt de beoogde situatie vastgelegd. Het plangebied in dit plan heeft één bestemming en een dubbelbestemming gekregen. Deze zijn opgezet volgens het geldende bestemmingsplan en de recente standaarden van de gemeente Waadhoeke. Wonen Het plangebied is in dit bestemmingsplan voorzien van de bestemming 'Wonen' en 'Tuin'. De woning dient binnen het aangegeven bouwvlak gebouwd te worden. De maximale bouwhoogte bedraagt 3,5 meter. De gronden aan de westkant zijn voorzien van de bestemming 'Tuin'. Hier is geen bebouwing toegestaan.
22/161
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde procedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Tijdens het vooroverleg heeft Brandweer Fryslân in reactie (bijlage 5) laten weten geen opmerkingen te hebben. Daarnaast heeft ook de Provincie Fryslân gereageerd op het voorontwerpbestemmingplan (bijlage 6). De provincie adviseert in haar reactie op het inpassingsplan te borgen in de planregels en om nader af te wegen of een quickscan flora en fauna noodzakelijk is. Hierop is ten aanzien van het inpassingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. Verder is ook na een nadere afweging de conclusie dat een quickscan flora en fauna niet noodzakelijk is. Het ontwerpbestemmingsplan volgt de uniforme openbare voorbereidingsprocedure die is beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het ontwerpplan wordt daarom gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt daarbij in de gelegenheid gesteld schriftelijk en/of mondeling zienswijzen op het plan naar voren te brengen. Het bestemmingsplan wordt vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage.
Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fasering. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
23/161
Tussen de gemeente en initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten waarmee de kosten voldoende zijn verzekerd. Daarnaast wordt een planschadeovereenkomst gesloten.
24/161
Bijlagen toelichting
25/161
26/161
Bijlage 1
27/161
Stikstofonderzoek
- MEMO DATUM KENMERK VAN AAN CC
14 juni 2021 20210788 M.A. Bulthuis ---
Vrouwenparochie – Waling Dijkstrastraat 53 PROJECT OPDRACHTGEVER Kamminga makelaars AANWEZIG AFWEZIG BIJLAGE(N)
STIKSTOFEMISSIE EN DEPOSITIE 1. INLEIDING In opdracht van Kamminga makelaars is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd voor de aanleg- en exploitatiefase van een woning aan Waling Dijkstrastraat 53 in Vrouwenparochie. In deze berekening is rekening gehouden met verkeersbewegingen en de inzet van diesel aangedreven materieel. Naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 met betrekking tot het Programma Aanpak Stikstof wordt bij vrijwel ieder plan stilgestaan bij de mogelijke stikstofemissie en het effect daarvan op Natura 2000-gebieden. Aan de Waling Dijkstrastraat 53 wordt het bestaande perceel geherstructureerd. Het perceel heeft momenteel onbebouwd na een brand in het plangebied. Het voornemen is om een het perceel in gebruik te nemen als woonperceel. De wens is om een bungalowwoning met een groot grondoppervlak te realiseren. De bungalowwoning is in verhouding passend bij de historische boerderijplaats die zich op het perceel bevond. De bungalowwoning voldoet aan alle eisen wat betreft levensloopbestendig wonen. De rest van het perceel wordt ingericht als een open tuin met hier en daar boombeplanting.
2.
AERIUS-CALCULATOR EN UITGANGSPUNTEN
2.1
AERIUS, release 15 oktober 2020
Met behulp van de nieuwe release van het rekenprogramma AERIUS-calculator (release 15 oktober 2020) is gekeken naar de depositie op de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden (automatische berekening). Vanuit de AERIUS-calculator is vervolgens een PDF-bestand met resultaten gegenereerd. In figuur 1 is het plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden weergegeven. Het plangebied ligt grotendeels op meer dan 5 kilometer afstand van Natura 2000-gebied de Waddenzee. 2.2
Exploitatiefase
Voor het project wordt uitgegaan van een gasloze woning. Er is derhalve geen emissie vanwege het verstoken van aardgas binnen de woning. Op basis van één grondgebonden eengezinswoningen bedraagt het aantal verkeersbewegingen ten hoogste 9 per etmaal (lichte motorvoertuigen). Dit is berekend op basis van CROW-kentallen (publicatie 381), zie tabel 1. Voor wat betreft de
lengte van de rijroute is uitgegaan van een route vanaf het plangebied naar de aansluiting met de Waling Dijkstrastraat (N393). De emissie vanwege het wegverkeer is eerst middels AERIUS bepaald op in totaal 0,1 kg NOx per jaar en 0,0 kg NH3 per jaar. Omdat wegverkeer niet verder wordt berekend dan 5 kilometer van het plangebied en het meest nabijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebied de Waddenzee op grotere afstand ligt, is het brontype daarna aangepast naar “Anders” waarbij deze emissies handmatig zijn ingevoerd. Op die manier wordt de verkeersbijdrage ook op afstanden verder dan 5 kilometer berekend. Tabel 1: Verkeersgeneratie exploitatiefase Woningtype Aantal wooneenheden Koop, vrijstaand 1
2.3
Kencijfer CROW per
Verkeersgeneratie per etmaal
8,2
8,2
Aanlegfase
Om te verkennen welke effecten kunnen optreden tijdens de aanlegfase is een berekening uitgevoerd. Voor het dieselgebruik is uitgegaan van ervaringsgegevens elders. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase bedraagt nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase, maar is wel afzonderlijk opgenomen in de berekening. De volgende uitgangspunten voor de aanlegfase zijn gehanteerd: 1. Voor de aanlegfase wordt uitgegaan van 30 verkeersbewegingen (zware motorvoertuigen) per jaar voor de aan- en afvoer van materiaal en machines. Voor het vervoer van personeel zijn er 4 verkeersbewegingen per etmaal. Aangezien het wegverkeer niet verder wordt berekend dan 5 kilometer van het plangebied is de emissie van het wegverkeer in de aanlegfase op dezelfde manier berekend als voor het wegverkeer in de exploitatiefase, zie hiervoor paragraaf 2.2. De emissie van het wegverkeer in de aanlegfase bedraagt 0,0 kg NOx en 0,0 kg NH3. 2. Uit metingen van TNO blijkt dat werktuigen een substantieel deel van de tijd stationair draaien: het aandeel stationair draaien varieerde bij de metingen aan vier werktuigen tussen de 18% en 57% van de totale draaitijd (TNO, R10465). Voor de Klimaat- en Energieverkenning 2019 is door TNO uitgegaan van gemiddeld 30% van de tijd stationair draaien (TNO, P12134).
Voor deze berekening is ook uitgegaan dat 70% van de draaiuren de motor belast is en 30% van de draaiuren onbelast is (stationair draait). Het aantal stationaire draaiuren is gespecificeerd in tabel 2. Tabel 2: uitgangspunten dieselverbruik materieel aanlegfase woning Materieel Type VerDagen Uren Statiomogen in naire kW draaiuren Heimachine STAGE klasse 225 1 8 2 IV bouwjaar 2014, 130300 kW Rupskraan STAGE klasse 129 2 16 5 14 ton IV bouwjaar
2/3
Dieselverbruik per uur in Liters 10
Dieselverbruik totaal in Liters 80
14
224
Betonpomp
Kraan
2015, 75-130 kW STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 130300 kW STAGE klasse IV bouwjaar 2014, 130300 kW
265
1
8
-
17,5
140
105
5
40
12
12
480
Totaal
924
Omdat het materieel verspreid over het bouwterrein wordt ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron in het plangebied.
3.
RESULTATEN EN CONCLUSIE
In het bijgevoegde PDF-bestand is de ligging van de bronnen en het resultaat weergegeven. Uit de berekeningen blijkt dat de stikstofdepositie nergens hoger is dan afgerond 0,00 mol/ha/jaar en er derhalve geen relevant effect is. Negatieve effecten in de vorm van vermesting en verzuring zijn derhalve niet aan de orde. De aanleg- en exploitatiefase zijn in dezelfde berekening meegenomen. De aanleg- en exploitatiefase zullen elk nog in hetzelfde jaar plaatsvinden. Voor dit plan geldt geen vergunningplicht op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Figuur 1 Plangebied met de daaromheen liggende Natura 2000-gebieden
3/3
BIJLAGE 1 AERIUS-BEREKENING AANLEG- EN EXPLOITATIEFASE, WEGVERKEER ALS “WEGVERKEER”
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. S4KXhawYZJL8 (15 juni 2021) pagina 1/6
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Waling Dijkstrastraat 53, 9077 SP Vrouwenparochie
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Vrouwenparochie - Waling Dijkstrastraat 53
S4KXhawYZJL8
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
15 juni 2021, 09:03
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
4,59 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanleg- en exploitatiefase, wegverkeer "wegverkeer"
Situatie 1
S4KXhawYZJL8 (15 juni 2021) pagina 2/6
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Resultaten
Bron Sector
Situatie 1
Emissie NH3
Emissie NOx
Bron 1 Aanlegfase Materieel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
< 1 kg/j
4,49 kg/j
Bron 2 Aanlegfase Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
Bron 3 Exploitatiefase Verkeer Wegverkeer | Binnen bebouwde kom
< 1 kg/j
< 1 kg/j
S4KXhawYZJL8 (15 juni 2021) pagina 3/6
Resultaten
Emissie (per bron)
Bron 1 Aanlegfase Materieel 176368, 588301 4,49 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 130 <= Heimachine kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
80
2
10,8 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
224
5
5,1 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Betonpomp kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
140
0
10,8 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Kraan kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
480
12
10,8 NOx NH3
2,67 kg/j < 1 kg/j
Rupskraan 14 ton
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Standaard
Zwaar vrachtverkeer
Situatie 1
Bron 2 Aanlegfase Verkeer 176376, 588239 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
4,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
30,0 / jaar NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
S4KXhawYZJL8 (15 juni 2021) pagina 4/6
Resultaten
Naam Locatie (X,Y) NOx NH3
Resultaten
Soort
Voertuig
Standaard
Licht verkeer
Situatie 1
Bron 3 Exploitatiefase Verkeer 176376, 588239 < 1 kg/j < 1 kg/j
Aantal voertuigen Stof
Emissie
9,0 / etmaal NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
S4KXhawYZJL8 (15 juni 2021) pagina 5/6
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
S4KXhawYZJL8 (15 juni 2021) pagina 6/6
BIJLAGE 1 AERIUS-BEREKENING AANLEG- EN EXPLOITATIEFASE, WEGVERKEER ALS “ANDERS”
Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.
Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens
Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RwTAxKw8kBq6 (15 juni 2021) pagina 1/5
Resultaten
Contact
Activiteit
Rechtspersoon
Inrichtingslocatie
Rho Adviseurs
Waling Dijkstrastraat 53, 9077 SP Vrouwenparochie
Omschrijving
AERIUS kenmerk
Vrouwenparochie - Waling Dijkstrastraat 53
RwTAxKw8kBq6
Datum berekening
Rekenjaar
Rekenconfiguratie
15 juni 2021, 09:00
2021
Berekend voor natuurgebieden
Totale emissie
Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)
Toelichting
Resultaten
Situatie 1
NOx
4,59 kg/j
NH3
< 1 kg/j
Natuurgebied
Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.
Aanleg- en exploitatiefase, wegverkeer "anders"
Situatie 1
RwTAxKw8kBq6 (15 juni 2021) pagina 2/5
Resultaten
Locatie Situatie 1
Emissie Situatie 1
Bron Sector
Emissie NH3
Emissie NOx
< 1 kg/j
4,49 kg/j
Bron 2 Aanlegfase Verkeer Anders... | Anders...
-
-
Bron 3 Exploitatiefase Verkeer Anders... | Anders...
-
< 1 kg/j
Bron 1 Aanlegfase Materieel Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie
Resultaten
Situatie 1
RwTAxKw8kBq6 (15 juni 2021) pagina 3/5
Resultaten
Emissie (per bron)
Bron 1 Aanlegfase Materieel 176368, 588301 4,49 kg/j < 1 kg/j
Naam Locatie (X,Y)
Situatie 1
NOx NH3
Voertuig
Omschrijving
Brandstof verbruik (l/j)
Stationair bedrijf (uren/j)
Cilinder Stof inhoud (l)
Emissie
STAGE IV, 130 <= Heimachine kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
80
2
10,8 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 75 <= kW < 130, bouwjaar 2015 (Diesel)
224
5
5,1 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Betonpomp kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
140
0
10,8 NOx NH3
< 1 kg/j < 1 kg/j
STAGE IV, 130 <= Kraan kW < 300, bouwjaar 2014 (Diesel)
480
12
10,8 NOx NH3
2,67 kg/j < 1 kg/j
Rupskraan 14 ton
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie
Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Warmteinhoud Temporele variatie NOx
Resultaten
Situatie 1
Bron 2 Aanlegfase Verkeer 176376, 588239 0,3 m 0,000 MW Continue emissie
Bron 3 Exploitatiefase Verkeer 176376, 588239 0,3 m 0,000 MW Continue emissie < 1 kg/j
RwTAxKw8kBq6 (15 juni 2021) pagina 4/5
Resultaten
Disclaimer
Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.
Rekenbasis
Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210525_2040287d5b Database versie 2020_20210525_2040287d5b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020
Resultaten
Situatie 1
RwTAxKw8kBq6 (15 juni 2021) pagina 5/5
44/161
Bijlage 2
45/161
Asbestonderzoek
Rapportage Asbestinventarisatie
De brandschade en de omgeving van de brandschade Waling Dykstrastraat 53, Vrouwenparochie Projectnummer
: 18-0115
Opdrachtgever
t.a.v
: Dhr. P. Numans Waling Dykstrastraat 49 9077 SP Vrouwenparochie : Dhr. P. Numans
Datum uitvoering Datum rapportage
: 2 maart 2018 : 20 april 2018
SCA-code
: 07-D070131.01
Paraaf technisch manager:
RAPPORTNUMMER: R18-0115_Asbest_V3
I.
TITELBLAD
Opdrachtgever Naam Contactpersoon
: :
Dhr. P. Numans Dhr. P. Numans
Locatie Adres Postcode en adres
: :
Waling Dykstrastraat 53 9077SP Vrouwenparochie
Uitvoerend inventarisatiebureau Naam SCA registratiecode
: :
As Bêste Inventarisatie & Advies 07-D070131.01
Projectnummer versienummer
: :
18-0115 3
Intern geautoriseerd op Geldig tot
: :
20 april 2018 20 april 2021
Datum onderzoek
:
2 maart 2018
Uitvoerende DIA SCA code DIA
: :
Dhr. J.M. van Gunst 04E-090715-140291
Technisch verantwoordelijke SCA
: :
Dhr. J.M. van Gunst 04E-090715-140291
Omschrijving van de reikwijdte van de inventarisatie - de brandschade en de omgeving van de brandschade Doel van het onderzoek - uit te voeren sanerings en sloopwerkzaamheden na brand Reikwijdte van de inventarisatie Gehele bouwwerk of gehele object Gedeelte van bouwwerk of gedeelte van object Bouwwerk of object en het gebied rondom het bouwwerk of object Uitsluitend het gebied rondom het bouwwerk of het object
Geschiktheid rapportage Geschikt voor uitsluitend de verwijdering van het in dit rapport genoemde asbesthoudende materiaal Geschikt voor renovatie zonder de bouwkundige integriteit aan te tasten Geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop Niet geschikt voor asbestverwijdering, risicobeoordeling noodzakelijk
Projectnummer: (18-0115)
Pagina
2
RAPPORTNUMMER: R18-0115_Asbest_V3
INHOUDSOPGAVE 1
Samenvatting, aanbevelingen en conclusies ................................................................................................ 4
2
Omschrijving van de opdracht .................................................................................................................... 7 2.1
Aanleiding onderzoek ...................................................................................................................... 7 2.1.2
2.2 3
4
Beperkingen en ontoegankelijke ruimtes specifiek geldend voor dit project .............................. 8
Uitvoering, autorisatie en eerder opgestelde revisies ......................................................................... 8
Resultaten ................................................................................................................................................ 9 3.1
Deskresearch .................................................................................................................................. 9
3.2
Bevindingen visuele inspectie ......................................................................................................... 10
3.3
Indeling in risicoklassen ................................................................................................................. 30
Bijlagen ................................................................................................................................................... 31 4.1
Beknopt verslag deskresearch ........................................................................................................ 32
4.2
Foto's .......................................................................................................................................... 33
4.3
Integrale opname analysecertificaten ............................................................................................. 47
4.4
De oorspronkelijke brongerelateerde output van de SMA-rt risicoklassebepaling ................................ 53
4.5
Bouwtekeningen, plattegronden en/of schetsen .............................................................................. 58
Projectnummer: (18-0115)
Pagina
3
RAPPORTNUMMER: R18-0115_Asbest_V3
1
Samenvatting, aanbevelingen en conclusies
In opdracht van Dhr. P. Numans van Dhr. P. Numans is door de medewerkers van As Bêste Inventarisatie & Advies een asbestinventarisatie uitgevoerd in de brandschade en de omgeving van de brandschade aan de Waling Dykstrastraat 53 te Vrouwenparochie. Het onderzoek is uitgevoerd op 2 maart 2018 conform de eisen van het het procescertificaat asbestinventarisatie (bijlage XIIIAa arbeidsomstandighedenregeling) versie maart 2017. Het betreft een Asbestinventarisatie waarbij alle direct waarneembare asbesthoudende toepassingen en asbestverdachte toepassingen in het onderzochte object in kaart worden gebracht. De reikwijdte van het onderzoek betreft: De brandschade aan boerderij en schuurtje met het verspreidingsgebied van de asbesthoudende restanten naar de omgeving van de brandhaard. Op basis van de het uitgevoerde onderzoek is de rapportage geschikt voor: Deze rapportage is geschikt voor de sanering en sloop van de brandhaard, alsmede voor de sanering van de restanten in de omgeving van de brandhaard. Met inachtneming van de beperkingen genoemd in deze rapportage. In verband met winterse weersomstandigheden, en de aanwezigheid van grote hoeveelheden bevroren bluswater was er in de omgeving van de brandhaard beperkt inspectie mogelijk. Er wordt geadviseerd een aanvullende inspectie uit te voeren zodra de winterse omstandigheden voorbij zijn.
Tijdens deze aanvullende inspectie kan het exacte verontreinigde gebied worden ingekaderd. Update 8-3-2018 Op 6 maart heeft er een her inspectie van het gebied plaatsgevonden. De aangepaste tekening van het verontreinigde gebied is toegevoegd. Ten tijde van de her inspectie is tevens een groter gebied onderzocht, het betreft perceel nummer 43A, de volkstuintjes en sportveld. Op deze locaties is brandafval / as aangetroffen, er zijn echter geen asbesthoudende restanten aangetroffen. Tevens is tijdens de aanvullende inspectie een aanvullend onderzoek uitgevoerd binnen in de woningen nummer 43A en 45, dit omdat deze woningen roetschade hebben opgelopen aan de binnenzijde. In woning nummer 43 A zijn een 6 tal kleefmonsters genomen, hierop is geen asbest aangetroffen. In woning en garage nummer 45 zijn 30 kleefmonsters genomen, hierop is geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. Geconcludeerd kan worden dat er binnen in de woningen geen verontreiniging aanwezig is. De analysecertificaten van de kleefmonsters, alsmede de plattegronden van de monsternamelocaties zijn opgenomen in deze rapportage.
Projectnummer: (18-0115)
Pagina
4
RAPPORTNUMMER: R18-0115_Asbest_V3
Tijdens de inventarisatie zijn de volgende direct waarneembare asbesthoudende en asbestverdachte bronnen waargenomen: Tabel 1: samenvatting asbesthoudende bronnen
Bron
Omschrijving
Ruimte
Risico-klasse
Afmeting
Aanbeveling
1
Restanten golfplaat / vlakke plaat en dakgoot
Brandhaard boerderij
2 buitensanering
360 m2
Zie bronblad
2
Restanten golfplaat en dakgoot
Brandhaard schuurtje
2 buitensanering
30 m2
Zie bronblad
3
Golfplaat
Dak aanbouw schuur
2 buitensanering
32 m2
Zie bronblad
4
Vlakke plaat
aangebouwde schuur
2 buitensanering
32 m2
Zie bronblad
5
Restanten golfplaat
Perceel Waling Dijkstrastraat 53
2 buitensanering
220 m2
Zie bronblad
6
Restanten golfplaat
Perceel Waling Dijkstrastraat 49
2 buitensanering
180 m2
Zie bronblad
7
Restanten golfplaat
Perceel Waling Dijkstrastraat 45
2 buitensanering
600 m2
Zie bronblad
8
Restanten golfplaat
Perceel Waling Dijkstrastraat 45 (boten)
2 buitensanering
200 m2
Zie bronblad
9
Golfplaat
Dak achterste schuur
2 buitensanering
200 m2
Zie bronblad
10
Dakgoot
Dak achterste schuur
2 buitensanering
40 m1
Zie bronblad
11
HWA / Riolering
in grond onder vloeren voormalige brandhaard
2 buitensanering
40 m1
Zie bronblad
Tabel 2: overzicht aangetroffen asbestvrije materialen
Bron
Omschrijving
Ruimte
Risico-klasse
Afmeting
Aanbeveling
Er zijn geen asbestverdachte bronnen geconstateerd welke na analyse asbestvrij blijken te zijn.
Er bestaat geen aanleiding om een aanvullende NEN2991 uit te voeren. De locaties van deze materialen zijn aangegeven op de plattegrond(en) in de bijlage(n). De certificaten van de monsteranalyses zijn opgenomen in de bijlage(n). De adviezen voor de methodes om deze asbesthoudende materialen te verwijderen zijn opgenomen in hoofdstuk 4 en bijlage G. As Bêste Inventarisatie & Advies heeft, conform het processcertificaat asbestinventarisatie, tijdens het onderzoek naar een zo volledig mogelijke detectie en registratie van de asbesthoudende materialen gestreefd. Per bron is in paragraaf 3.2 door As Bêste Inventarisatie & Advies middels een aanbeveling aangegeven wat de risico’s zijn van de aangetroffen asbestbron, deze aanbeveling is vermeld op ieder bronblad van
Projectnummer: (18-0115)
Pagina
5
RAPPORTNUMMER: R18-0115_Asbest_V3
een asbesthoudende bron. De aanbeveling bestaat uit een omschrijving van de risico’s op het moment van inventarisatie, en de maatregelen die genomen kunnen worden. risicovolle situatie). Deze aanbeveling is een momentopname ten tijde van de uitgevoerde inspectie en geeft geen indicatie voor de toekomstige conditie van de aangetroffen materialen. Voor iedere asbestbron wordt ten behoeve van de sanering de risicoklasse bepaald zoals aangegeven in het Arbeidsomstandighedenbesluit. De risicoklasse indeling wordt bepaald met behulp van het programma SMA-rt. In hoofdstuk 2.1.2 zijn de beperking voor het onderzoek opgenomen. Er wordt geadviseerd om voorafgaand aan de desbetreffende werkzaamheden een aanvullend onderzoek uit te voeren om de aanwezige beperkingen op te heffen. Op de plattegronden in de bijlage zijn de aangetroffen asbesthoudedenden materialen, de omvang van het onderzoek en de afmetingen van de onderzochte ruimte aangegeven.