Bijlage 1. Bestemmingsplan ‘St.-Jacobiparochie - Rondom de Geert Veenhuizenstraat’
Tekst van het document
2
1.4 Karakteristiek plangebied en planvoornemen Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom van Sint Jacobiparochie en bestaat uit 14 woningen op de percelen Geert Veenhuizenstraat 10 t/m 36 (even). Alle woningen betreffen twee-onder-één kap constructies. In de achtertuinen van de woningen staan enkele bomen. Aan de noord-, west- en zuidzijde lopen hagen langs de woningen. Aan de oostzijde wordt de grens van het plangebied gevormd door een groepje bomen. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door een grasgazon ten zuiden van het plangebied, de bebouwde kom van Sint Jacobiparochie en agrarische percelen doorkruist door sloten buiten de bebouwde kom. Het planvoornemen bestaat uit het slopen van de 14 bestaande woningen om hiervoor in de plaats tien nieuwbouwwoningen te realiseren. Het is ten tijde van dit schrijven niet bekend of er binnen het planvoornemen bomen worden verwijderd. Binnen het planvoornemen worden geen waterlichamen aangetast.
Figuur 1.2. Een impressie van het plangebied te Sint Jacobiparochie.
3
2 RESULTATEN QUICKSCAN 2.1 Flora Binnen het plangebied zijn soorten als getroffen als Engels raaigras, paardenbloem, kleine veldkers, madeliefje, hondsdraf, speenkruid, fluitenkruid, smalle weegbree, vingerhelmbloem en ridderzuring. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen, noch is het geschikte biotoop hiervoor aanwezig. De onder de Wnb beschermde plantensoorten stellen veelal kritische eisen aan hun standplaatsen. Aan deze eisen wordt binnen het plangebied niet voldaan. De omstandigheden zijn te voedselrijk.
Figuur 2.1. Impressie van de flora in het plangebied met v.l.b.n.r.o.: smalle weegbree, madeliefje, speenkruid en vingerhelmbloem.
De aanwezigheid van beschermde plantensoorten kan uitgesloten worden op basis van habitateigenschappen.
2.2 Vogels Jaarrond beschermde vogelnesten Roofvogels en uilen Nesten van vogelsoorten die jaarrond beschermd zijn bevinden zich over het algemeen in volgroeide bomen en/of bossen, zoals ooievaarsnesten en horsten van roofvogels. Vaak worden oude kraaien- of eksternesten gebruikt door roofvogels en uilen. De bomen binnen en vlak buiten het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomnesten.
4
Hierbij zijn geen boomnesten aangetroffen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde boomnesten binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Naast boomnesten en boomholtes is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van soorten die over het algemeen in gebouwen tot broeden komen, zoals de huismus, gierzwaluw en kerkuil. Huismus Alle 14 woningen binnen het plangebied beschikken over een pannendak met gegolfde dakpannen. Onder de onderste rij dakpannen, evenals onder de nokpannen van alle woningen zijn ruimten aangetroffen die geschikt zijn bevonden als doorgangen voor huismussen (figuur 2.2). Het veldbezoek heeft plaatsgevonden in de periode waarin de hoeveelheid broedactiviteit van huismussen een piek bereikt (1 april – 15 mei). Hoewel er buiten het plangebied wel nest indicerende huismussen werden waargenomen, zoals territoriaal roepende huismussen, werden binnen het plangebied geen huismussen aangetroffen. Dit kan echter (gedeeltelijk) worden verklaard door de weersomstandigheden ten tijde van het veldbezoek. Zo was er sprake van harde windstoten, waardoor huismussen vaker onder dakpannen blijven zitten, of dekking in de buurt opzoeken. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen binnen het plangebied kan op basis van één bezoek niet op voorhand worden uitgesloten.
Figuur 2.2. Onder de gegolfde dak- en nokpannen van de 14 woningen zijn voor huismus geschikt bevonden openingen aangetroffen.
5
Gierzwaluw De gierzwaluw is van nature een soort die op grote hoogte op kliffen broedt. Als cultuurvolger maakt deze soort dan ook vooral gebruik van hogere gebouwen. Daarbij heeft de soort als koloniebroeder een voorkeur voor habitat waarin veel gebouwen met nestgelegenheid erin dicht bij elkaar staan (dorpen en steden). De te slopen woningen betreffen alle lage woningen, bestaande uit een begane grond met een kleine zolderruimte. Doordat de gegolfde dakpannen zich op een relatief kleine hoogte bevinden, zijn openingen hieronder ongeschikt bevonden als doorgang voor gierzwaluwen. Echter, de nokpannen van de woningen voldoen wel aan de hoogte eis van de gierzwaluw. Aan de onderzijde van de nokpannen zijn openingen aangetroffen die geschikt zijn bevonden als invliegopeningen voor gierzwaluwen (figuur 2.3). De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw kan niet op voorhand worden uitgesloten.
Figuur 2.3. Aan de onderzijde van de nokpannen van de woningen zijn geschikte invliegopeningen voor gierzwaluwen aangetroffen.
Kerkuil Het plangebied is gecontroleerd op de aanwezigheid van geschikte in- en uitvliegopeningen voor kerkuilen. Hierbij zijn geen geschikte openingen aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van kerkuilen binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.
6
De aanwezigheid van jaarrond beschermde boomnesten kan op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van kerkuilen binnen het plangebied kan wel op voorhand worden uitgesloten.
Overige (broed)vogelsoorten Naast de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten is het plangebied ook beoordeeld op waarden voor broedvogels waarvan de nesten niet jaarrond beschermd zijn. De nesten van deze soorten zijn uitsluitend beschermd tijdens het broedproces. Het plangebied en de omgeving hiervan bieden mogelijkheden voor verschillende soorten broedvogels. Zo kunnen naast de huismus ook soorten als de spreeuw tot broeden komen onder de gegolfde dakpannen en kunnen soorten als de houtduif tot broeden komen in de bomen binnen en vlak buiten het plangebied.
Binnen en vlak buiten het plangebied, maar binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kunnen (algemene) vogels tot broeden komen waarvan de nesten geen jaarronde bescherming genieten, maar wel beschermd zijn tijdens het broedproces (grofweg 15 maart - 15 juli).
2.3 Zoogdieren Vleermuizen Verblijfplaatsen Vleermuizen verblijven in Nederland over het algemeen in bomen, in gebouwen of in andere kunstmatige bouwwerken. In bomen verblijven vleermuizen vaak in oude spechtengaten of gaten die binnenin een boom zijn doorgerot als het gevolg van bijvoorbeeld het afbreken van takken. De bomen binnen en vlak buiten het plangebied zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomholtes. Hierbij zijn geen voor vleermuizen geschikte boomholtes aangetroffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in boomholtes binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Echter, de aangetroffen openingen onder de gegolfde dak- en nokpannen van de 14 woningen, zoals besproken in hoofdstuk 2.2. zijn ook geschikt bevonden als doorgang tot verblijfplaatsen van vleermuissoorten die over het algemeen in gebouwen verblijven, zoals de gewone dwergvleermuis. Hiernaast werden er aan de noordzijde van iedere woning twee gaten aangetroffen die waarschijnlijk een rol als stootvoegen vervullen (figuur 2.4). Door deze gaten waren de spouwmuren van de woningen zichtbaar, en derhalve toegankelijk voor vleermuizen. Gebufferde spouwmuren zijn doorgaans zeer geschikt als verblijfplaatsen van vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan niet op voorhand worden uitgesloten.
7
Figuur 2.4. Aan de voorzijde van iedere woningen zijn twee openingen aangetroffen, waardoor de spouwmuur toegankelijk is voor vleermuizen.
Foerageergebieden en vliegroutes Het plangebied vormt als huizenrij waarschijnlijk een onderdeel van vliegroutes van verschillende soorten vleermuizen tussen verschillende gebieden in de omgeving van Sint Jacobiparochie. De omgeving van het plangebied biedt echter alternatieve vliegroutes, zoals andere huizenrijen. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden is derhalve geen sprake van een essentiële vliegroute. Negatieve effecten op essentiële vliegroutes van vleermuizen kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich een grasgazon. Rond dit gazon staan verschillende groepjes bomen, waaronder aan de oostzijde van het plangebied. Dit gazon vormt waarschijnlijk een foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen uit de bebouwde kom van Sint Jacobiparochie. De voorgenomen werkzaamheden kunnen gepaard gaan met negatieve effecten op dit foerageerbied, bijvoorbeeld als gevolg van uitstraling van kunstlicht. Binnen de bebouwde kom van Sint Jacobiparochie zijn echter alternatieven te vinden, in de vorm van vergelijkbare gazons, parkjes, boomrijke percelen en boomwallen. Negatieve effecten op een essentieel foerageergebied kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten.
De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten op een essentieel foerageergebied, dan wel een essentiële vliegroute als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden kunnen wel op voorhand worden uitgesloten.
Overige zoogdieren Het plangebied is tevens gecontroleerd op de aanwezigheid van (geschikt habitat van) overige beschermde soorten zoogdieren. Otter De otter is een soort die voorkomt in rustige, waterrijke omgevingen (open landschap) met voldoende en geschikte dekking, zoals ontwikkelde oevervegetatie, bijvoorbeeld in de vorm van rietkragen of wilgenstruwelen. Uit het gebied ten oosten van Sint Jacobiparochie zijn waarnemingen van deze soort bekend (figuur 2.5). Binnen en vlak buiten het plangebied is echter geen sprake van geschikt habitat voor de otter. De aanwezigheid van deze soort binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.
8
Figuur 2.5. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van otters (groene stippen) bekend (bron: NDFF).
De aanwezigheid van andere beschermde zoogdiersoorten binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens en habitateigenschappen. Zo zijn binnen het plangebied geen geschikte boomholtes voor boommarters, nesten van eekhoorns, of geschikt habitat van de grote bosmuis aanwezig. Hiernaast zijn soorten als steenmarter, egel en de drie kleine marterachtigen bunzing, wezel en hermelijn in de Provincie Fryslân vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I).
De aanwezigheid van de otter binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van overige beschermde zoogdiersoorten binnen het plangebied kan tevens op voorhand worden uitgesloten. In het plangebied kunnen wel andere licht beschermde soorten voorkomen. Voor deze soorten geldt een provinciale vrijstelling in het geval van ruimtelijke ontwikkelingen, maar geldt wel de zorgplicht (zie Bijlage I).
2.4 Reptielen Het plangebied is tevens gecontroleerd op waarden voor beschermde reptielen. De aanwezigheid van alle in Nederland voorkomende beschermde reptielen binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden kan echter op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (NDFF). De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.
De aanwezigheid van beschermde reptielen, zoals de ringslang binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.
9
2.5 Amfibieën Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor beschermde amfibieën. Uit een bureaustudie is gebleken dat het plangebied zich buiten het verspreidingsgebied van de in Nederland beschermde amfibieënsoorten als heikikker, poelkikker en knoflookpad bevindt (bron: NDFF). De aanwezigheid van deze soorten binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Binnen het plangebied kunnen andere, lichter beschermde amfibieën voorkomen, zoals gewone pad en bruine kikker. Hoewel deze soorten zijn vrijgesteld voor ruimtelijke ingrepen, dient men zich wel te houden aan de zorgplicht (zie bijlage I).
De aanwezigheid van beschermde amfibieën binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten. Voor andere, licht beschermde, vrijgestelde soorten, zoals gewone pad en bruine kikker geldt de zorgplicht (zie Bijlage I).
2.6 Vissen Het plangebied is gecontroleerd op waarden voor de in Nederland voorkomende groep beschermde zoetwatervissen. Binnen het plangebied zijn geen waterlichamen aanwezig. De aanwezigheid van leefgebied van beschermde zoetwatervissen, zoals de grote modderkruiper kan derhalve op voorhand worden uitgesloten.
De aanwezigheid van leefgebied van beschermde zoetwatervissen binnen het plangebied kan op voorhand worden uitgesloten.
2.7 Ongewervelden Het voorkomen van vaste rust- en verblijfplaatsen van de meeste beschermde ongewervelden kan op voorhand worden uitgesloten op basis van verspreidingsgegevens (NDFF). Uitzondering hierop worden gevormd door de aan water gebonden soorten gevlekte witsnuitlibel en sierlijke witsnuitlibel. Van deze soorten zijn waarnemingen bekend uit het gebied ten westen van Sint Jacobiparochie en uit de omgeving van Franeker (figuur 2.6 en 2.7). Deze soorten zijn gebonden aan waterlichamen met specifieke eigenschappen. Binnen het plangebied zijn geen waterlichamen aanwezig. Negatieve effecten op de gevlekte witsnuitlibel en de sierlijke witsnuitlibel kunnen derhalve op voorhand worden uitgesloten.
10
Figuur 2.6. Uit de omgeving van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van de gevlekte witsnuitlibel (groene stippen) bekend (bron: NDFF).
Figuur 2.7. Uit de bebouwde kom van Franeker, ten zuiden van het plangebied (rood omlijnd) zijn waarnemingen van de sierlijke witsnuitlibel (groene stippen) bekend (bron: NDFF).
11
Het voorkomen van andere beschermde ongewervelden kan worden uitgesloten, bijvoorbeeld op basis van de afwezigheid van waardplanten van beschermde vlindersoorten.
Negatieve effecten op de gevlekte witsnuitlibel en de sierlijke witsnuitlibel kunnen op voorhand worden uitgesloten. De aanwezigheid van overige beschermde ongewervelden kan ook op voorhand worden uitgesloten.
2.8 Gebiedsbescherming Tijdens de bureaustudie zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied. Het plangebied is niet aangewezen als weidevogelkansgebied of als ganzenfoerageergebied, en valt niet onder het NatuurNetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS) of Natura2000. Negatieve effecten op deze gebieden als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden (met uitzondering van effecten als gevolg van stikstofuitstoot) kunnen op voorhand worden uitgesloten. De Provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen.
Er zijn geen vormen van gebiedsbescherming naar voren gekomen die betrekking hebben op het plangebied.
Stikstofgevoeligheid Binnen een straal van 15 km ligt het plangebied hemelsbreed op circa 3 km afstand van het Natura2000-gebied Waddenzee (figuur 2.8). Tijdens de uitvoering van de voorgenomen werkzaamheden (slopen 14 bestaande woningen en nieuwbouw 10 woningen) komt er naar alle waarschijnlijkheid extra stikstof vrij door bijvoorbeeld het inzetten van mobiele werktuigen, zoals graafmachines. In het Natura2000-gebied Waddenzee komen verschillende stikstofgevoelige habitattypen voor, zoals H1310 Zilte pionierbegroeiingen H1330 Schorren en zilte graslanden. Gezien de relatief korte afstand tot het Natura2000-gebied Waddenzee en de aard van de voorgenomen werkzaamheden, kunnen negatieve effecten op dit gebied als gevolg van extra stikstofuitstoot naar ons inzien niet op voorhand worden uitgesloten. De Provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen en bepaalt of het uitvoeren van een AERIUS berekening benodigd is voor de voortgang van dit project.
12
Figuur 2.8. Natura2000-gebieden (paarse vlakken) in de omgeving van het plangebied (rood) (bron: Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân).
Negatieve effecten op Natura2000-gebieden als gevolg van extra stikstofuitstoot kunnen naar ons inzien niet op voorhand worden uitgesloten.
2.9 Houtopstanden Als er een (deel van een) houtareaal wordt gekapt van meer dan 10 are (1000 m2) of een (deel van een) bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom kan er sprake zijn van een meld- en/of herplantingsplicht. Het is ten tijde van dit schrijven niet duidelijk of er binnen het planvoornemen bomen gekapt zullen worden. Echter, indien dit wel het geval is, is hier geen sprake zijn van de bovenstaande omstandigheden. Er is derhalve geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht.
Er is geen sprake van een meld- en/of herplantingsplicht
13
3 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 3.1 Overzicht beschermde soorten In onderstaand overzicht worden de aangetroffen en potentieel aanwezige beschermde soorten en hun beschermingsstatus binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden samengevat. In de Wet natuurbescherming zijn vooral vaste verblijfsplaatsen (voortplantingslocaties zoals nesten, holen, kraamkolonies etc.) van belang, maar ook de functionele leefomgeving die vaste verblijfplaatsen in stand houdt. In dit overzicht zijn alleen die soorten opgenomen, waarvoor het plangebied onderdeel vormt van hun leefgebied en/of levenscyclus, en waarop eventueel in de toekomst geplande werkzaamheden van negatieve invloed kunnen zijn. Tabel 3.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in en rond het plangebied. Soortgroep
Soort
Aanwezigheid
Art. 3.1
Art. 3.5
Art. 3.10
Vrijgesteld
Vogels
Algemene broedvogels
Mogelijk
X
Werken buiten broedseizoen of onder begeleiding van een ecoloog.
Vogels
Huismus & gierzwaluw
Mogelijk
X
Nader onderzoek
Zoogdieren
Vleermuizen
Mogelijk
Divers
Divers
Ja
Gebiedsbescherming
(extra)stikstofuitstoot
Mogelijk
X
Advies
Nader onderzoek X
Zorgplicht. AERIUS Berekening
3.2 Effectbespreking en aanbevelingen Algemene broedvogels Binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden kunnen vogels tot broeden komen waarvan de nesten alleen tijdens de broedtijd beschermd zijn. We adviseren om de voorgenomen werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Voor het broedseizoen wordt over het algemeen de periode van 15 maart-15 juli aangehouden. Afhankelijk van de soort en klimatologische omstandigheden kunnen soorten echter eerder of later in het jaar tot broeden komen. Wat voor deze soorten van belang is, is of er sprake is van een broedgeval. Zo ja, dan is deze altijd beschermd. Eventueel kan tijdens de broedtijd worden gewerkt. Dit dient dan te gebeuren onder begeleiding van een ecoloog.
Jaarrond beschermde nesten (huismus) De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de huismus onder de gegolfde dakpannen van de te slopen woningen kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van twee ochtendbezoeken in de periode 1 april – 15 mei. Het veldbezoek voor deze Quickscan kan hierbij worden gezien als eerste bezoek. Indien er jaarrond beschermde nesten van huismussen worden aangetroffen, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw) De aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van de gierzwaluw onder nokpannen van de te slopen woningen kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van drie avondbezoeken in de periode 1 juni – 15 juli.
14
Eén van deze bezoeken kan worden gecombineerd met nader onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen. Indien er jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen worden aangetroffen, dient er voor deze soort een ontheffing te worden aangevraagd. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
Vleermuizen De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen woningen kan niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren nader onderzoek uit te voeren om de aanwezigheid hiervan vast te stellen, dan wel uit te sluiten. Dit dient uitgevoerd te worden aan de hand van vier bezoeken, verspreid over de kraamperiode (15 mei – 15 juli) en de paarperiode (15 augustus – 1 oktober). Indien er verblijfplaatsen van vleermuizen worden aangetroffen, dient er voor de betreffende soort(en) een ontheffing te worden aangevraagd. Deze wordt in de regel afgegeven onder de voorwaarde dat er mitigerende en compenserende maatregelen worden uitgevoerd.
Zorgplicht Er kunnen enkele soorten voorkomen in het plangebied waarvoor een vrijstelling geldt in het geval van schade aan deze soorten (bijvoorbeeld bruine kikker, egel, enz.). De zorgplicht van de Wnb (art. 1.11) schrijft echter voor dat men verplicht is om alles wat redelijkerwijze mogelijk is, te doen of juist te laten om schade aan wilde planten en dieren zo veel mogelijk te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld tot uiting worden gebracht door altijd zo te werken, dat dieren kunnen ontsnappen en/of deze te verplaatsen naar een geschikt biotoop in de directe omgeving (bijvoorbeeld door bij het dempen van de sloten in één richting te werken). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland. Mits eventueel aangetroffen dieren de kans krijgen om te vluchten of eventueel aangetroffen dieren worden verplaatst naar een plek in de omgeving die niet onder invloed staat van werkzaamheden, wordt naar ons inzien voldaan aan de zorgplicht. Voor de voorwaarden waaraan de vrijstellingen moeten voldoen in het kader van de soorten waarvoor een vrijstelling geldt, wordt verwezen naar Bijlage I.
(extra)Stikstofuitstoot Negatieve effecten op het nabijgelegen Natura2000-gebied Waddenzee als gevolg van stikstofuitstoot vanuit de voorgenomen werkzaamheden kunnen naar ons inzien niet op voorhand worden uitgesloten. We adviseren een AERIUS berekening uit te voeren om de stikstofuitstoot als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden in kaart te brengen. De Provincie Fryslân is echter bevoegd gezag in dezen, en bepaalt of het uitvoeren van een AERIUS berekening benodigd is voor de voortgang van het planvoornemen.
15
3.3 Overzicht vervolgstappen Het planvoornemen kan zonder bezwaren doorgang vinden binnen de kaders van de vigerende natuurwetgeving, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
16
Broedvogels: Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli), of werken onder begeleiding van een ecoloog. Jaarrond beschermde nesten (huismus): Nader onderzoek. Jaarrond beschermde nesten (gierzwaluw): Nader onderzoek. Vleermuizen (verblijfplaatsen): Nader onderzoek. Licht beschermde en vrijgestelde soorten: Naleven van de zorgplicht. (extra)Stikstofuitstoot: AERIUS Berekening.
4 LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (red), 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Natuur van Nederland 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odanata). Nederlandse Fauna4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis. KKNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden. Bronnen internet Google maps www.google.com/maps Kaartenkijkdoos Provincie Fryslân https://www.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html?id=14fdb7eae5844c479140f89c88abdd d3 Natura2000-gebieden Nederland https://www.natura2000.nl NationaleDatabank Flora en Fauna (NDFF) https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Verspreidingsatlas planten FLORON http://www.verspreidingsatlas.nl/planten Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl
17
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.
Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art.3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.
Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).
Vrijgestelde soorten Provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de Provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.
-1-
Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming Provincie Fryslân.
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Rosse woelmuis Steenmarter Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de Provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.
Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.
-2-
Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.
Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.
Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De, voor gemeenten, belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
-3-
NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.
-4-
62/196
Bijlage 2
63/196
Nader onderzoek Ecologie
2021 Nader Onderzoek Wet natuurbescherming Ontwikkeling Geert Veenhuizenstraat te Sint Jacobiparochie
++
COLOFON BUREAU FAUNAX Tijnjedyk 89 8936AC Leeuwarden 0683772548 info@faunax.nl www.faunax.nl Lid van Netwerk Groene Bureaus
Nader Onderzoek Wet natuurbescherming Ontwikkeling Geert Veenhuizenstraat te Sint Jacobiparochie Leeuwarden, oktober 2021 In opdracht van: Rho Adviseurs Contactpersoon: Dhr. T. de Jong Uitvoering: Bureau FaunaX Veldwerk en rapportage: Dhr. R. Fokker Autorisatie: Dhr. E. P. de Boer Foto’s voorpagina: Impressie van het plangebied © Bureau FaunaX. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding: Bureau FaunaX (2021). Nader Onderzoek Wet natuurbescherming- Ontwikkeling Geert Veenhuizenstraat te Sint Jacobiparochie. Rapport 21132. Bureau FaunaX, Leeuwarden. Disclaimer: In deze rapportage worden de resultaten van een onafhankelijk onderzoek behandeld. Bureau FaunaX heeft een adviserende rol en spreekt zich niet uit over de wenselijkheid van het plan waarop dit onderzoek betrekking heeft. Dit onderzoek is zo zorgvuldig en nauwkeurig mogelijk uitgevoerd. Het voorkomen van beschermde soorten is echter onvoorspelbaar. Aan dit rapport kunnen geen rechten worden ontleend. Wanneer deze rapportage, op wat voor manier dan ook, wordt aangepast en/of aangevuld door een partij anders dan Bureau FaunaX, verliest deze rapportage zijn validiteit en geldigheid. Op dit onderzoek zijn onze algemene voorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Leeuwarden.
INHOUDSOPGAVE 1.
2.
3.
INLEIDING ..................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding .....................................................................................................................5
1.2
Methodieken & Werkwijze ...........................................................................................5 1.2.1
Jaarrond beschermde nesten (Huismus).......................................................5
1.2.2
Jaarrond beschermde nesten (Gierzwaluw) ................................................. 6
1.2.3
Vleermuizen (verblijfplaatsen) ..................................................................... 6
RESULTATEN NADER ONDERZOEK ............................................................................8 1.2.4
Jaarrond beschermde nesten (Huismus)...................................................... 8
1.2.5
Jaarrond beschermde nesten (Gierzwaluw) ................................................. 8
1.2.6
Vleermuizen (verblijfplaatsen) ..................................................................... 8
CONCLUSIES NADER ONDERZOEK .............................................................................9 2.1
Jaarrond beschermde nesten (Huismus) .................................................................... 9
2.2
Jaarrond beschermde nesten (Gierzwaluw) ................................................................ 9
2.3
Vleermuizen (Verblijfplaatsen) ................................................................................... 9
4.
SAMENVATTING VERVOLGSTAPPEN ........................................................................ 10
5.
LITERATUUR EN BRONNEN ........................................................................................ 11
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING ................................................................................. - 1 Wnb Soortbescherming ......................................................................................................- 1 Vogels en verstoring .................................................................................................- 1 Vrijgestelde soorten provincie Fryslân .....................................................................- 1 Voorwaarden vrijstellingen ..................................................................................... - 2 Zorgplicht art 1.11 Wnb............................................................................................. - 3 Wnb Gebiedsbescherming ................................................................................................ - 3 Natura 2000-gebieden ............................................................................................. - 3 Wnb Houtopstanden ......................................................................................................... - 3 NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur ............................................. - 4 -
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding Men is voornemens 14 bestaande woningen aan de Geert Veenhuizenstraat te Sint Jacobiparochie te slopen, om in de plaats hiervan tien nieuwbouwwoningen te realiseren. Op donderdag 8 april 2021 is hiervoor een ecologische Quickscan uitgevoerd (Bureau FaunaX, 2021). In tabel 1.1 wordt een overzicht gegeven van de resultaten uit deze Quickscan. Tabel 1.1 Overzicht van aangetroffen en potentieel voorkomende beschermde flora en fauna in het plangebied. Art. Art. Art. Soortgroep Soort Aanwezigheid Vrijgesteld Advies 3.1 3.5 3.10 Werken buiten broedseizoen of Algemene Vogels Mogelijk X onder begeleiding van een broedvogels ecoloog. Huismus & Vogels Mogelijk X Nader onderzoek gierzwaluw Zoogdieren Vleermuizen Mogelijk X Nader onderzoek Divers Divers Ja X Zorgplicht. (extra)stikstofGebieds-bescherming Mogelijk AERIUS Berekening uitstoot
Op basis van de resultaten van de uitgevoerde Quickscan is nader onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen en huismussen, en de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen. In onderhavige rapportage worden uitsluitend de resultaten van dit nader onderzoek behandeld. Binnen dit nader onderzoek is geen AERIUS berekening uitgevoerd. Voor aanvullende informatie betreffende deze toetsing Wnb verwijzen wij naar de Quickscan (Bureau FaunaX, 2021).
1.2 Methodieken & Werkwijze Bij de planning van het veldwerk is rekening gehouden met de optimale periode waarin verschillende soortgroepen geïnventariseerd kunnen worden. Deze optimale periode hangt bijvoorbeeld samen met vliegtijd, broedtijd en balts. Voor het in kaart brengen van verblijfplaatsen van vleermuizen is bijvoorbeeld een protocol opgesteld waarin is vastgelegd welke onderzoeksinspanning benodigd is per soort en per periode van het jaar (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging, 2021). Bureau FaunaX is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en werkt zoveel mogelijk volgens de opgestelde protocollen om de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek te waarborgen. Bureau FaunaX is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus (NGB) en werkt zoveel mogelijk conform protocollen om de kwaliteit van het uitgevoerde onderzoek te waarborgen.
1.2.1
Jaarrond beschermde nesten (Huismus)
Het onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen is uitgevoerd aan de hand van twee gerichte veldbezoeken in de periode 1 april – 15 mei. De bezoeken zijn op dagen met gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen zonnig weer, geen regen en geen harde wind uitgevoerd met een tussenliggende periode van ten minste 10 dagen, zoals staat beschreven in het Kennisdocument Huismus. Het eerste bezoek is tegelijkertijd met de Quickscan uitgevoerd op 8 april 2021. In tabel 1.2 wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, evenals de weersomstandigheden ten tijde van de bezoeken. Tabel 1.2 Overzicht van de veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van huismussen binnen het plangebied.
Bezoek nummer 1 2
Datum 8 april 2021 13 mei 2021
Temp. (˚C) 8 14
Windsnelheid ZW4 NO3
Bewolkingsgraad Licht bewolkt Half bewolkt
5
Tijdens de bezoeken is vooral aandacht besteedt aan nest-indicerend gedrag, zoals huismussen die onder gegolfde dakpannen plaatsnemen, het vervoeren van voedselpakketjes, bedelende jongen en territoriale zang.
1.2.2
Jaarrond beschermde nesten (Gierzwaluw)
Het onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen is uitgevoerd aan de hand van drie gerichte avondbezoeken per deelgebied tussen 21:00 en 22:30 in de periode 1 juni – 15 juli. Het plangebied is voor dit specifieke onderzoek opgedeeld in twee deelgebieden, om deze voldoende overzichtelijk te houden voor het onderzoek. De bezoeken zijn uitgevoerd op dagen met gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen geen kou, regen of harde wind en met een tussenliggende periode van ten minste 10 dagen, zoals beschreven in het Kennisdocument Gierzwaluw. Het eerste bezoek is hierbij gecombineerd met een bezoek voor het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen. In tabel 1.3 wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, evenals de weersomstandigheden ten tijde van deze bezoeken. Tabel 1.3 Overzicht van de veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen binnen het plangebied.
Bezoek nummer 1 2 3 4 5 6
Deelgebied 1 2 1 2 1 2
Datum 1 juni 2021 1 juni 2021 17 juni 2021 17 juni 2021 5 juli 2021 5 juli 2021
Temp. (˚C) 14 14 21 21 19 19
Windsnelheid W3 W3 W3 W3 ZW3 ZW3
Bewolkingsgraad Vrijwel geheel Vrijwel geheel Half bewolkt Half bewolkt Licht bewolkt Licht bewolkt
Tijdens dit onderzoek is vooral aandacht besteedt aan ‘gierende’ en invliegende dieren.
1.2.3
Vleermuizen (verblijfplaatsen)
Het nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen is uitgevoerd aan de hand van vier gerichte veldbezoeken per deelgebied, verdeeld over twee perioden in het jaar (de kraamperiode en de paarperiode). Het plangebied is voor dit specifiek onderzoek opgedeeld in drie deelgebieden om het plangebied zo overzichtelijk te houden. De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder gunstige weersomstandigheden, dat wil zeggen geen regen, geen harde wind en niet te koud, zoals aangegeven in het Vleermuisprotocol 2021. In onderstaande tabel 1.4 wordt een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldbezoeken, evenals de weersomstandigheden per bezoek. Tijdens dit onderzoek is vooral aandacht besteedt aan in- en uitvliegende dieren, zwermgedrag en sociale ‘pulsen’. Voor de determinatie van vleermuizen is gebruikt gemaakt van een batdetector van het type D240X Petterson, gecombineerd met opnameapparatuur, gespecialiseerde determinatiesoftware en een lichtsterke zaklamp.
6
Tabel 1.4 Overzicht van de veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied.
Bezoek Deelgebied 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
1 1 1 1 2 2 2 2 3 3 3 3
zonsopkomst/Tijd ondergang 25 mei 2021 21:42 ondergang 21:39 – 23:42 9 juni 2021 5:21 opkomst 3:20 – 5:22 17 augustus 2021 6:20 opkomst 4:20 – 6:20 13 september 2021 20:00 ondergang 20:00 – 22:00 1 juni 2021 21:51 ondergang 21:47 – 23:51 15 juni 2021 5:19 opkomst 3:18 – 5:19 17 augustus 2021 6:20 opkomst 4:20 – 6:20 14 september 2021 19:56 ondergang 20:00 – 22:00 4 juni 2021 21:54 ondergang 21:53 – 23:55 26 juni 2021 5:22 opkomst 3:20 – 5:24 16 augustus 2021 6:18 opkomst 4:15 – 6:15 15 september 2021 19:54 ondergang 19:55 – 21:55 Datum
Temp. (˚C) 10 11 15 16 14 12 15 19 14 16 16 17
Windsnelheid
Bewolkingsgraad
W3 W2 W2 NO1 O3 N2 NW4 O2 N2 NO2 ZW3 NW3
Licht bewolkt Zwaar bewolkt Half bewolkt Helder Vrijwel geheel bewolkt Zwaar bewolkt Half bewolkt Vrijwel geheel bewolkt Half bewolkt Licht bewolkt Vrijwel geheel bewolkt Vrijwel geheel bewolkt
7
2. RESULTATEN NADER ONDERZOEK 1.2.4 Jaarrond beschermde nesten (Huismus) Ten tijde van de twee gerichte veldbezoeken is geen nest-indicerend gedrag van huismussen waargenomen. Zo werden er geen in- of uitvliegende dieren waargenomen en werd geen territoriale zang vanuit het plangebied gehoord. Het plangebied werd ten tijde van de bezoeken wel door enkele individuen als foerageergebied gebruikt. Er foerageerden huismussen in de hagen aan de voorzijde van de woningen en op de bestrating eromheen. De nesten van deze huismussen bevinden zich buiten het plangebied. Doordat er in de omgeving van het plangebied diverse alternatieve foerageergebieden aanwezig zijn, is het plangebied niet essentieel voor de lokale huismuspopulatie. Wat dit betekent voor de voortgang van het project wordt besproken in hoofdstuk 3.
1.2.5
Jaarrond beschermde nesten (Gierzwaluw)
Tijdens de zes gerichte veldbezoeken werden geen invliegende gierzwaluwen waargenomen. Boven het plangebied werd op enkele momenten wel gier-activiteiten waargenomen. De betreffende individuen vlogen echter alleen boven het plangebied, en vlogen vervolgens naar andere delen van Sint Jacobiparochie. Er was derhalve geen sprake met binding met het plangebied. Wat dit betekent voor de voortgang van het project wordt besproken in hoofdstuk 3
1.2.6 Vleermuizen (verblijfplaatsen) Ten tijde van de 12 veldbezoeken voor het nader onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in de te slopen woningen binnen het plangebied zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Er werden geen in- of uitvliegende dieren waargenomen. Ten tijde van de veldbezoeken werden vrijwel alleen overvliegende dieren (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) waargenomen. Op enkele momenten werden sociale pulsen van gewone dwergvleermuis waargenomen. Er leek echter geen sprake te zijn van binding met het plangebied. Paarverblijven van de waargenomen roepende dieren bevinden zich buiten het plangebied. De aanwezigheid van zomer-, kraam- en paarverblijven van vleermuizen binnen het plangebied kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Ook de aanwezigheid van winterverblijven binnen het plangebied kan naar ons inzicht op voorhand worden uitgesloten. Zo is er tijdens de bezoeken in de paarperiode geen verhoogde activiteit waargenomen aan het einde van de bezoeken, wat op de aanwezigheid van winterverblijven kan duiden. Hiernaast wordt het zeer onwaarschijnlijk geacht dat er binnen het plangebied sprake kan zijn van winterverblijven, doordat de te slopen woningen niet over geschikte bufferende capaciteit beschikken. Wat deze resultaten betekenen voor de voortgang van het project wordt besproken in hoofdstuk 3.
8
3. CONCLUSIES NADER ONDERZOEK Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van beschermde soorten. Wanneer dat niet of onvoldoende gebeurt, kunnen wetsovertredingen aan de orde zijn. Deze kunnen leiden tot vertragingen in het project. Door op de juiste manier rekening te houden met de aanwezige soorten, kunnen deze problemen vaak op eenvoudige wijze worden voorkomen.
2.1 Jaarrond beschermde nesten (Huismus) Ten tijde van het nader onderzoek zijn binnen het plangebied geen jaarrond beschermde nesten van huismussen vastgesteld. De aanwezigheid hiervan kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Wel werden binnen het plangebied foeragerende individuen waargenomen. Echter, doordat er in de omgeving van het plangebied voldoende alternatieve foerageerplekken aanwezig zijn, zoals vergelijkbare hagen, is het plangebied naar ons inzicht geen onderdeel van essentieel leefgebied voor de lokale populatie huismussen. Voor wat betreft huismussen kan het project doorgang vinden zonder vervolgstappen.
Er zijn geen vervolgstappen benodigd op het gebied van huismussen.
2.2 Jaarrond beschermde nesten (Gierzwaluw) Ten tijde van het nader onderzoek zijn binnen het plangebied geen jaarrond beschermde nesten van gierzwaluwen vastgesteld. De aanwezigheid hiervan kan derhalve op voorhand worden uitgesloten. Hoewel er wel gier-activiteit werd waargenomen, was er geen binding met het plangebied. Verblijfplaatsen van deze individuen bevinden zich elders, buiten het plangebied.
Er zijn geen vervolgstappen benodigd op het gebied van gierzwaluwen.
2.3 Vleermuizen (Verblijfplaatsen) Ten tijde van het nader onderzoek zijn binnen het plangebied geen zomer-, kraam- of paarverblijven van vleermuizen aangetroffen. Ook de aanwezigheid van winterverblijven kan op voorhand worden uitgesloten. Voor wat betreft verblijfplaatsen van vleermuizen kan het project doorgang vinden zonder vervolgstappen.
Er zijn geen vervolgstappen benodigd op het gebied van vleermuizen.
9
4. SAMENVATTING VERVOLGSTAPPEN Op het gebied van jaarrond beschermde nesten van huismussen en gierzwaluwen, en verblijfplaatsen van vleermuizen zijn geen vervolgstappen benodigd voor de voortgang van de voorgenomen werkzaamheden. Overige vervolgstappen Werken buiten het broedseizoen (grofweg 15 maart-15 juli). Houd rekening met de zorgplicht.
10
5. LITERATUUR EN BRONNEN Literatuur Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging, 2021. Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. Bureau FaunaX (2021). Quickscan Wet natuurbescherming/Ontwikkeling Geert Veenhuizenstraat te Sint Jacobiparochie. Rapport 21112. Bureau FaunaX, Leeuwarden. Bronnen internet Kennisdocument Gierzwaluw https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf Kennisdocument Huismus https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) https://ndff-ecogrid.nl/uitvoerportaal Ravon http://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie Sovon https://www.sovon.nl/nl Zoogdiervereniging www.zoogdiervereniging.nl
11
BIJLAGE I WET- EN REGELGEVING De wettelijke bescherming van natuurwaarden valt in grote lijnen uiteen in drie delen: soortbescherming, gebiedsbescherming en houtopstanden.
Wnb Soortbescherming De Wet natuurbescherming draagt onder andere zorg voor de bescherming van in het wild voorkomende dier- en plantensoorten. De wet bevat een aantal verbodsbepalingen die ervoor moeten zorgen dat de gunstige staat van instandhouding van alle in het wild levende dier- en plantensoorten zal blijven gewaarborgd. De Wet natuurbescherming verdeelt beschermde soorten in twee groepen, de Europees beschermde soorten en de nationaal beschermde soorten. De eerste groep bestaat uit strikt beschermde soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn (art. 3.1 en 3.5). De Vogel- en Habitatrichtlijn zijn richtlijnen van de Europese Unie waarin wordt aangegeven welke diersoorten en welke typen natuurgebieden door de lidstaten dienen te worden beschermd. In de tweede categorie staan de overige (nationaal) beschermde soorten (art. 3.10). Binnen de Wet natuurbescherming vullen Europese en nationale wetgeving elkaar aan. De Habitatrichtlijnsoorten (art. 3.5) genieten een iets zwaardere bescherming dan de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). Zo geldt voor de nationale soorten geen verbod op het verstoren, iets wat wel het geval is bij de Habitatrichtlijnsoorten. Ook zijn de belangen waaronder ontheffing aangevraagd mag worden, voor de nationaal beschermde soorten uitgebreider dan voor de habitatrichtlijnsoorten.
Vogels en verstoring Voor alle inheemse vogelsoorten geldt dat het verboden is om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Ook is het verboden om vogels opzettelijk te storen. Dit is echter niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Dit kan dus ook tijdens het broedseizoen het geval zijn, als kan worden aangetoond of beargumenteerd dat de verstoring geen negatieve effecten heeft op (de kansen van) het broedsucces. Of dit van toepassing is hangt af van meerdere factoren, zoals de biologie van een soort, de fase van de broedtijd waarin het broedpaar zich op dat moment bevindt (zoals balts, nestbouw, eieren of jongen) en de mate van verstoring. Een ter zake kundige ecoloog kan in voorkomende gevallen bepalen wat wel of niet geldt als wezenlijke verstoring. In aanvulling op bovenstaande wordt er door de provincies een lijst met vogelsoorten gehanteerd, waarvan de nesten jaarrond bescherming genieten. Binnen deze categorie wordt onderscheid gemaakt in soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1 tot en met 4) en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5).
Vrijgestelde soorten provincie Fryslân Hoewel de Wet natuurbescherming een nationale wet is, kunnen de provincies (als de bevoegde gezagen) soorten aanwijzen die vrijgesteld kunnen worden van de beschermde status, als het gaat om ruimtelijke ontwikkelingen. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de via de Verordening Wet natuurbescherming door de provincie Fryslân vrijgestelde soorten (zoogdieren en amfibieën). De verordening van de Provinciale Staten van Fryslân is te vinden op https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-6515.html.
Tabel 1. Vrijgestelde soorten Verordening Wet natuurbescherming provincie Fryslân.
-1-
Zoogdieren Aardmuis Bosmuis Bunzing Dwergmuis Dwergspitsmuis Egel Gewone bosspitsmuis Steenmarter Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Ree Molmuis Ondergrondse woelmuis Rosse woelmuis Tweekleurige bosspitsmuis Veldmuis Vos Wezel Woelrat
Amfibieën Bastaardkikker Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker
Voorwaarden vrijstellingen Zoals gezegd zijn de vrijstellingen onder het bevoegd gezag van de provincie Fryslân, en zijn hiermee geen onderdeel van de Wet natuurbescherming zelf. De provincie heeft de soorten zoals die genoemd zijn in bovenstaande tabel niet zonder meer vrijgesteld, hier zijn voorwaarden aan verbonden. Ten eerste is het van belang dat er geen andere bevredigende oplossing voorhanden is. Ten tweede gelden de vrijstellingen, niet in alle situaties. Deze zijn alleen van toepassing als de geplande werkzaamheden onder één van de volgende noemers vallen: a. in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; c. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; d. in het kader van bestendig beheer en onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied. Ten derde is een aantal specifieke voorwaarden opgesteld (Bijlage I van de Verordening). Hierbij geldt dat indien sprake is van vangen of doden, alleen gebruik mag worden gemaakt van de in de verordening genoemde middelen en methoden.
Dit is vooral van toepassing bij de vrijgestelde zoogdieren. Indien deze in winterslaap zijn en ze worden gevangen, dan moet alles er aan gedaan worden om ervoor te zorgen dat de overlevingskansen niet worden verminderd als gevolg van het vangen en verplaatsen. Voor amfibieën is het belangrijk te vernemen dat indien deze in winterslaap zijn, het niet is toegestaan ze te vangen (en verplaatsen). Indien bovengenoemde soorten voorkomen binnen een plangebied, is een ontheffing voor deze soort dus niet nodig.
-2-
Zorgplicht art 1.11 Wnb Echter, dit is niet nodig omdat nog steeds een inspanning wordt geleverd om deze soorten zo min mogelijk schade te doen, zoals is omschreven in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming, meer algemeen bekend als de zorgplicht. Hoewel overtredingen niet strafbaar zijn gesteld, kan het uitvoeren van de zorgplicht wel worden gehandhaafd door toepassing van een bestuursdwang. Dat betekent dat de uitvoerende gedwongen kan worden herstelacties uit te voeren.
Wnb Gebiedsbescherming Gebiedsbescherming houdt in dat gebieden met belangrijke natuurwaarden wettelijk zijn beschermd. Het gaat hierbij om het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) en Natura 2000-gebieden.
Natura 2000-gebieden Projecten of activiteiten die niet noodzakelijk zijn voor, of verband houden met, het beheer van de natuurwaarden van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) en mogelijk negatieve effecten hebben op deze waarden, dienen vanuit de Wet natuurbescherming getoetst te worden. Deze toetsing vindt enkel plaats in het geval de uitvoering van een project plaatsvindt binnen de invloedssfeer van een N2000-gebied en verwacht wordt dat deze uitvoering (mogelijk) negatieve effecten heeft op soorten of habitattypen waarvoor het N2000-gebied is aangewezen.
Wnb Houtopstanden De Boswet is in 2015 gewijzigd en per 1 januari 2017 opgenomen in de nieuwe Wet Natuurbescherming. Die wet zal op den duur weer (beleidsneutraal) in de Omgevingswet opgenomen worden. De voor gemeenten belangrijkste wijziging van de wet is de beperking in het stellen van regels ten aanzien van houtopstanden buiten de begrenzing zoals aangegeven op de kaart Begrenzing Bebouwde kom Boswet. Dit heeft effect op o.a. gemeentelijk kapbeleid. De provincie heeft, als bevoegd gezag, een provinciale verordening opgesteld voor de uitvoering van de Wet Natuurbescherming. Dat is in overleg met de Friese gemeenten gedaan. De APV, afd. 3 Het bewaren van houtopstanden, oftewel de kapverordening, vormt de basis voor het nader uitgewerkte kapbeleid. Tevens zijn in de APV regels opgenomen ten aanzien van de Bomenlijst. De bescherming van arealen bos en houtopstanden valt dus onder de Wnb, mochten deze groter zijn dan 10 are (1000 m2) of bestaan uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom. De gemeente hanteert soms voor ‘buiten de bebouwde kom’ een andere begrenzing dan voor de Weg- en verkeerswet. Bij twijfel kan hierover bij de gemeente informatie worden aangevraagd.
Als de houtopstand groter dan 10 are is of bestaat uit een bomenrij van minimaal 20 bomen buiten de bebouwde kom, dan is er een meld- en herplantingsplicht van hetzelfde areaal bos binnen drie jaar na het kappen hiervan. Niet alle boomsoorten vallen onder deze wetgeving. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd, indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd.
-3-
NatuurNetwerk Nederland / Ecologische HoofdStructuur Strikt genomen valt de EHS/NNN niet onder de Wet natuurbescherming aangezien dit bepaald wordt door de provincies en niet door het Rijk. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur of EHS) maakt onderdeel uit van het rijksbeleid voor het creëren en vormgeven van een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De provincies krijgen echter zelf de gelegenheid om dit naar eigen inzicht zo goed mogelijk aan te wijzen, inrichten en beheren. Indien een ruimtelijke ingreep binnen de begrenzing van het NNN plaatsvindt moet een 'nee, tenzij' procedure worden doorlopen en zal bij doorgang van de ingreep in de regel compensatie en mitigatie noodzakelijk zijn.