CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1: Bestemmingsplan Franeker - Nij Fristho (NL.IMRO.1949.BPFravmNijFristho-VAS2)

Gemeenteraad Waadhoeke 3 juli 2025, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Herstelbesluiten bestemmingsplannen Franeker-Nij Fristho en Berltsum-Bildtdijk en De Opslach22.044 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Franeker - Nij Fristho Waadhoeke

DATUM IMRO IDN

17-10-2024 / 03-07-2025 NL.IMRO.1949.BPFravmNijFristho-VAS2

PROJECT PROJECTLEIDER

Bestemmingsplan Franeker - Nij Fristho T. de Jong

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Akkerman Investgroup 20210401

AUTEUR STATUS

T. de Jong vastgesteld

Inhoudsopgave

Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Planologische regeling

7

1.4

Crisis- en herstelwet

8

1.5

Leeswijzer

9

Planbeschrijving

10

2.1

De bestaande situatie

10

2.2

Voorgenomen situatie

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

18

3.3

Gemeentelijk beleid

19

Milieu- en omgevingsaspecten

22

4.1

Geluid

22

4.2

Bedrijven en milieuzonering

24

4.3

Ecologie

25

4.4

Bodem

26

4.5

Water

28

4.6

Luchtkwaliteit

30

4.7

Archeologie

31

4.8

Cultuurhistorie

32

4.9

Externe veiligheid

33

4.10

Kabels en leidingen

36

4.11

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

36

Hoofdstuk 5

Juridische toelichting

38

5.1

Het juridisch systeem

38

5.2

Toelichting op de bestemmingen

38

Uitvoerbaarheid

40

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6

3/438

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

40

6.2

Economische uitvoerbaarheid

40

Bijlagen toelichting

43

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

45

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

51

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

137

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

157

Bijlage 5

Bodemonderzoek

177

Bijlage 6

Watertoets

273

Bijlage 7

Archeologisch onderzoek

281

Bijlage 8

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

323

Bijlage 9

Verslag informatiebijeenkomst

339

Bijlage 10

Reactienota overleg

343

Bijlage 11

Reactienota zienswijzen

383

Regels Hoofdstuk 1

406 Inleidende regels

407

Artikel 1

Begrippen

407

Artikel 2

Wijze van meten

413

Bestemmingsregels

414

Artikel 3

Groen

414

Artikel 4

Verkeer - Verblijfsgebied

416

Artikel 5

Water

417

Artikel 6

Wonen - 2

418

Artikel 7

Wonen - Woongebouw

420

Artikel 8

Leiding - Gas

422

Hoofdstuk 3

Algemene regels

424

Artikel 9

Anti-dubbeltelregel

424

Artikel 10

Algemene bouwregels

425

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

426

Artikel 12

Algemene gebruiksregels

427

Hoofdstuk 2

4/438

Artikel 13

Algemene afwijkingsregels

428

Artikel 14

Overige regels

429

Overgangs- en slotregels

430

Artikel 15

Overgangsrecht

430

Artikel 16

Slotregel

431

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding

5/438

433 Lijst met kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten

435 437

Toelichting

6/438

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het terrein van een voormalig schoonmaakbedrijf aan de Harlingerweg te Franeker is verouderd en zal grotendeels worden gesloopt. De initiatiefnemer heeft het voornemen om hier grondgebonden woningen en woongebouwen te realiseren met bijbehorend openbaar gebied. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van de geldende planologische regeling uit het bestemmingsplan Franeker Zuid. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk te maken, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hier in.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in het zuidwesten van de bebouwde kom van Franeker. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1

1.3

Ligging van het plangebied

Planologische regeling

Het plangebied is momenteel geregeld in het bestemmingsplan Franeker Zuid, vastgesteld op 17 mei 2018 de gemeente Waadhoeke. Een uitsnede van het bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is weergegeven in figuur 1.2.

7/438

Figuur 1.2

Uitsnede geldend bestemmingsplan Franeker Zuid

In het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied grotendeels de bestemming 'Bedrijventerrein' omdat deze nu nog deel uitmaken van bedrijventerrein West. De gronden zijn hierin bestemd voor bedrijven uit ten hoogste milieucategorie 2 met daarbij behorende ondergeschikte functies. Daarnaast is er (afgestemd op de oude functie van het plangebied) ook een schoonmaakbedrijf mogelijk. Ter plaatse van het bouwvlak zijn gebouwen tot ten hoogste 7 meter hoogte mogelijk met een maximaal bebouwingspercentage van 60 %. Omdat bedrijventerrein West een gezoneerd industrieterrein is, zijn de gronden ook als zodanig aangeduid. Voor een klein deel hebben de gronden in het geldende bestemmingsplan de bestemming 'Wonen - 1'. Dit betreft een onbebouwd deel van de gronden naast de ten oosten van het plangebied aanwezige gronden. Deze woning betrof de voormalige bedrijfswoning van het schoonmaakbedrijf en op dit stuk grond bevindt zich een entree naar het bedrijfsperceel. De ontwikkeling van de nieuwe woningen is niet passend binnen de bestemmingen ter plaatse. Om de ontwikkeling hiervan toch mogelijk te maken, is een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.

1.4

Crisis- en herstelwet

Dit bestemmingsplan valt onder het bereik van de Crisis- en herstelwet. Deze wet beoogt een versnelde ontwikkeling en realisering van ruimtelijke en infrastructurele projecten als bijdrage aan de bestrijding van de economische crisis. Het gaat er hierbij met name om dat de procedure van een plan sneller kan worden afgerond, waarmee in dit geval ook vlotter met de realisatie van de woningen kan worden gestart. Hiertoe bevat de Crisis- en herstelwet twee hoofdstukken met bijzondere wettelijke voorzieningen van

8/438

tijdelijke aard en een hoofdstuk met wijzigingen van een groot aantal wetten, waaronder de Wet ruimtelijke ordening. Deze wijzigingen hebben een blijvend karakter. Het toepassen van deze wet heeft als grootste voordeel een snelle afhandeling bij beroep. Bij beroep moet de Raad van State de zaak binnen zes maanden na indiening van het beroepschrift afhandelen. Er is ook geen mogelijkheid voor belanghebbenden om een pro-forma beroep in te dienen en om beroepsgronden aan te voeren na het einde van de beroepstermijn. Een ander voordeel is dat een nieuw besluit na vernietiging (of na een tussenuitspraak) gebaseerd kan worden op de feiten waarop het oude besluit berustte, behalve wanneer die feiten reden waren voor de vernietiging. Bij de Crisis- en herstelwet geldt onder andere de verplichting dat bij het besluit en de bekendmaking of mededeling van het besluit wordt vermeld dat de procedurele versnellingen van de Crisis- en herstelwet van toepassing zijn. De gemeente Waadhoeke zal dit bij de vaststelling van het bestemmingsplan expliciet vermelden.

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding, wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de huidige situatie en het voorgenomen plan. Dit wordt in de hoofdstukken 3 en 4 getoetst aan het beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk 5 geeft een uitleg aan de juridische regeling van het bestemmingsplan, hoofdstuk 6 gaat tenslotte in op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

9/438

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling (het initiatief) is het belangrijkste uitgangspunt voor dit bestemmingsplan en wordt in dit hoofdstuk beschreven. De ontwikkeling wordt met dit plan op een goede manier ingepast in de huidige situatie. Een beschrijving van de huidige situatie is om die reden ook in dit hoofdstuk opgenomen. Vervolgens wordt de inpassing in de huidige situatie beschreven.

2.1

De bestaande situatie

Het plangebied bevindt zich aan de Harlingerweg aan de entree van het bedrijventerrein West. De aan de westzijde gelegen Burgemeester J. Dijkstraweg vormt de toegangsweg naar het bedrijventerrein. Deze weg is een belangrijke ontsluitingsweg voor Franeker. Via de Harlingerweg is het centrum van Franeker te bereiken. Ter hoogte van het plangebied hebben deze wegen een maximumsnelheid van 50 km/uur, meer naar het noorden heeft de Burgemeester J. Dijkstraweg een maximumsnelheid van 70 km/uur. In figuur 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied en de omgeving weergegeven.

Figuur 2.1

Luchtfoto van de huidige situatie

De omgeving van het plangebied bestaat uit de volgende functies: de woonbebouwing aan de Harlingerweg, De Gideon en de Frisia aan de oostzijde; het gemeentehuis en een groenstrook aan de noord(oost)zijde; een fabriek voor metalen meubelen aan de zuidzijde met een bedrijfswoning; licht bedrijvigheid op bedrijventerrein West aan de westzijde, met aan de Harlingerweg een lint met woningen en aan de overzijde van de Burgemeester J. Dijkstraweg een gasreductiestation.

10/438

De bebouwing in het plangebied was in het verleden in gebruik door een schoonmaakbedrijf en tot voor kort door een bandenbedrijf. Momenteel is het niet meer in gebruik. De bebouwing bestaat grotendeels uit één laag met een flauwe kap, alleen het voormalige kantoor bij het schoonmaakbedrijf bestaat uit een gebouw uit twee bouwlagen met een plat dak. Op het perceel is ook een oude schoorsteen aanwezig die herinnert aan de oude meubelfabriek Nij Frishto die in een verder verleden in het plangebied aanwezig was en waar de naam van dit bestemmingsplan naar refereert. De aanwezige bebouwing in het plangebied is in figuur 2.2 weergegeven.

Figuur 2.2

Vogelvluchtperspectief van de huidige situatie

Een deel van de gebouwen in het plangebied zijn deels gesloopt. De noord- en zuidzijde van het plangebied zijn onbebouwd zoals op figuur 2.2 is te zien.

2.2

Voorgenomen situatie

In de voorgenomen situatie worden in het plangebied de bestaande gebouwen gesloopt en vervangen door grondgebonden woningen en woongebouwen. In figuur 2.3 is de voorgenomen indeling van het plangebied weergegeven.

11/438

Figuur 2.3

Voorgenomen indeling van de ontwikkeling

Het project bestaat uit: de realisatie van 20 grondgebonden woningen in één bouwlaag of twee bouwlagen met een kap aan de oosten de zuidzijde. Hiervan worden 12 als twee-onder-één-kap starterswoningen uitgevoerd in de oostzijde van het plangebied en 8 als rijenwoning voor de woningbouwcorporatie aan de zuidzijde van het plangebied; de realisatie van 3 woongebouwen met in totaal maximaal 52 woningen. Hiervan wordt het noordelijkste gebouw naar de Harlingerweg gericht en uitgevoerd in vijf bouwlagen met een flauwe kap (maximaal 18,5 meter hoog) en de andere twee worden naar de Burgemeester J. Dijkstraweg gericht en uitgevoerd in vier bouwlagen met een flauwe kap (maximaal 15,5 meter hoog). Onder en tussen de woongebouwen worden (half verdiept) parkeerplaatsen gerealiseerd. Ook de bergingen ten behoeve van de woongebouwen worden hieronder gesitueerd. Het centrale deel van het plangebied wordt ingevuld met parkeerplaatsen in een groene setting. Deze parkeerplaatsen en de woningen in het plangebied kunnen worden bereikt via de bestaande aansluiting aan de noord- en westzijde van het perceel. De woongebouwen worden langs de Burgemeester J. Dijkstraweg gerealiseerd in een groenstrook die in het verlengde ligt van de groenstroken meer naar het noorden en zuiden van deze weg. De bestaande waterpartijen aan de zuid- en oostzijde blijven behouden en kunnen zo nodig uitgebreid worden.

De aanwezige schoorsteenpijp in het plangebied blijft in de plannen mogelijk behouden. Hiervoor is een beschermende regeling in het bestemmingsplan opgenomen.

12/438

In figuur 2.4 zijn impressies opgenomen van de nieuwe situatie. Hierin is goed te zien hoe de karakteristieke schoorsteen zich presenteert in het ontwerp. Ook is hierin te zien dat in het ontwerp rekening is gehouden met een eventuele toekomstige doortrekking in zuidelijke richting.

13/438

Figuur 2.4

Impressies nieuwe situatie

Ruimtelijke inpassing en beeldkwaliteit Het project verhoogt de ruimtelijke kwaliteit in het plangebied ten opzichte van de huidige situatie aanzienlijk en creëert een meer representatieve hoeksituatie in de oksel van de Harlingerweg en de Burgemeester J. Dijkstraweg. De voorgenomen woningen sluiten functioneel aan op de woonfunctie die in de directe omgeving aan de Harlingerweg en de woonwijk die aan de oostzijde aanwezig is. Ook de maatvoering en vormgeving van de grondgebonden woningen sluiten aan op de bestaande woningen in de omgeving. De woongebouwen sluiten aan bij het bebouwingsbeeld langs de Burgemeester J. Dijkstraweg waar een groter bouwvolume gepast is. De Burgemeester J. Dijkstraweg vormt hierbij ook een duidelijke fysieke scheiding tussen het bedrijventerrein aan de westzijde en de woonbebouwing aan de oostzijde hiervan. Ten opzichte van de huidige functionele mogelijkheden (bedrijventerrein) vormt de inrichting van het plangebied als woongebied een verbetering voor de woonomgeving. Langs de Harlingerweg zijn ten oosten en westen van het plangebied ook woningen aanwezig en het nieuwe woongebied sluit ook goed aan bij de woonomgeving aan De Gideon en de Frisia.

Gezien de afstand tussen de beoogde woongebouwen en de omliggende bestaande woningen (meer dan 30 meter) zijn er ten aanzien van de bezonning en het uitzicht geen onoverkomelijke belemmeringen te verwachten. Dit blijkt ook uit bijlage 11. Zoals eerder genoemd, krijgt de schoorsteen een prominente plek binnen het ontwerp waarmee deze zich goed presenteert. Voor het plangebied heeft de gemeente Waadhoeke vanuit de welstandsnota geen regels die toegepast kunnen worden op dit gebied. Om deze reden is een specifiek beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de ontwikkeling. In dit beeldkwaliteitsplan zijn de criteria opgenomen waar het project aan moet voldoen. In de uitwerking van de plannen wordt hier rekening mee gehouden. Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 1 en is door de gemeenteraad tegelijkertijd met het bestemmingsplan vastgesteld.

14/438

Verkeer en parkeren De nieuwe woningen worden ontsloten via de bestaande aansluitingen op de Harlingerweg en de Burgemeester J. Dijkstraweg. Dit zijn een gebiedsontsluitingswegen waar het centrum van Franeker en uiteindelijk de Rijksweg A31 snel en veilig kunnen worden bereikt. Daarmee is het plangebied op een goede wijze ontsloten. De verkeersgeneratie zal als gevolg van de transformatie van bedrijventerrein naar een woonlocatie niet significant toenemen. Gezien de ligging nabij de ontsluitingswegen van de stad leiden deze verkeersbewegingen als gevolg van de woningen niet tot belemmeringen in de verkeerssituatie. Op basis van de Nota parkeernormen van de gemeente Waadhoeke gelden voor de woningen in het plangebied de volgende parkeerkencijfers: 12 grondgebonden (koop)woningen: parkeernorm per woning van 1,9 = 22,8 in totaal; 8 grondgebonden (huur)woningen: parkeernorm per woning van 1,4 = 11,2 in totaal; (maximaal) 52 gestapelde woningen: parkeernorm per woning van 1,6 = 83,2 in totaal. Op basis van de Nota parkeernormen zijn 118 parkeerplaatsen benodigd. De twee-onder-een-kap en hoekwoningen voorzien grotendeels in de eigen parkeerbehoefte op eigen terrein waar circa 28 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Onder en tussen de woongebouwen is plaats voor 40 parkeerplaatsen. zoals in figuur 2.5 is te zien.

Figuur 2.5

Situering parkeerplaatsen bij woongebouwen

Centraal in het plangebied en langs de westelijke toegangsweg wordt ten behoeve van de parkeerbehoefte voorzien in de resterende parkeerplekken. Het exacte aantal is afhankelijk van het aantal gestapelde woningen dat wordt gerealiseerd. In totaal kunnen er op basis van de plannen het berekende aantal in het plangebied parkeren zodat voldaan wordt aan het gemeentelijke beleid. Conclusie

15/438

De ontsluiting van het plangebied is goed. De nieuwe ontwikkeling zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling en parkeren.

16/438

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.

Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2. De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda zijn onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen te vinden. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. De ontwikkeling in het plangebied raakt, gezien de relatief kleine omvang, geen opgaven die zijn opgenomen in de NOVI en draagt bij aan de opgave om steden en regio's sterker en leefbaarder te maken. Ladder voor Duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' als procesvereiste opgenomen. In de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand

17/438

stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Toepassing ladder voor duurzame verstedelijking De ontwikkeling vindt plaats in bestaand stedelijk gebied waarbij een niet-representatief deel van een bedrijventerrein wordt getransformeerd naar een representatieve woningbouwlocatie. Voor dit gebied heeft de gemeente afspraken gemaakt met de provincie, waarin is bepaald dat binnenstedelijk plafondloos mag worden gebouwd. Gezien de huidige tijdsgeest is er veel behoeft aan de nieuwe woningen. Om deze redenen wordt voldaan aan het beleid van de ladder.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciale beleid is uiteengezet in de Omgevingsvisie Fryslân 2020: 'De romte diele'. De belangrijkste uitgangspunten uit het provinciale beleid zijn vastgelegd in de Verordening Romte Fryslân. Hierin zijn voor de provinciale belangen regels opgenomen, waar in bestemmingsplannen rekening mee gehouden moet worden. De Verordening Romte Fryslân is bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervangen door de Omgevingsverordening Fryslân 2022. Omdat het bestemmingsplan voor deze datum als ontwerp ter visie heeft gelegen, zijn de regels vanuit de Verordening Romte Fryslân nog van toepassing. Omgevingsvisie Fryslân 2020: De romte diele Het ruimtelijk beleid van de provincie vormt een belangrijk kader voor het gemeentelijk (bestemmingsplan)beleid. Dit is neergelegd in de Omgevingsvisie Provincie Fryslân. Deze is op 23 september 2020 vastgesteld. In de omgevingsvisie gaat de provincie voor een vitale economie door te investeren in omgevingskwaliteiten. Dit zorgt er onder andere voor leefbaarheid en dat leegstand en verpaupering van bebouwing wordt teruggedrongen. Daarnaast gaat de provincie voor een veerkrachtig beleid, waarin ingrijpende ontwikkelingen opgevangen kunnen worden, het behoud van de karakteristiek van de provincie wordt nagestreefd door het beschermen van de eigen identiteit en voor een gezonde leefomgeving.

Dit plan voorziet in de herontwikkeling van een voormalige bedrijfslocatie binnen bestaand stedelijk gebied. Het woningbouwproject sluit aan bij deze uitgangspunten van de provincie. Het plan doet recht aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving en is daarmee in overeenstemming met het provinciale beleid. Verordening Romte Provincie Fryslân De Verordening Romte vertaalt de Omgevingsvisie Fryslân 2020 naar regels. Het plangebied ligt binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen dienen primair binnen dit gebied ontwikkeld te worden. Daar is in dit geval met de ontwikkeling van deze woningen sprake van. In de Verordening Romte is met betrekking tot woningbouwontwikkelingen in artikel 3.1.1. opgenomen dat een ruimtelijk plan mogelijkheden voor woningbouw kan bevatten indien de aantallen en de kwaliteit van de woningbouw in overeenstemming zijn met een woonplan, dat de schriftelijke instemming van Gedeputeerde Staten heeft. Het voorliggende plan is in overeenstemming met de vastgestelde Woonvisie Waadhoeke 2020 2030 Samen Sterk en het gemeentelijk woonplan Waadhoeke. Op 25 maart 2025 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân schriftelijk bevestigd dat het gemeentelijk woonplan Waadhoeke, gelezen in

18/438

samenhang met de gemeentelijke Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk, een woonplan is zoals bedoeld in de Verordening Romte Provincie Fryslân. In dezelfde brief heeft het college van Gedeputeerde Staten ingestemd met het woonplan. Daarmee wordt voldaan aan het beleid van de provincie. Het project past ook binnen de uitgangspunten van de regionale woondeal zoals in paragraaf 3.3 is aangegeven.

3.3

Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Stad Franeker 2015-2025 De "Structuurvisie Stad Franeker 2015-2025" (vastgesteld op 28 mei 2015) vormt het belangrijkste beleidskader voor het plangebied. De structuurvisie geeft richting aan de gewenste ruimtelijke inrichting van de stad Franeker en maakt in algemene zin duidelijk of bepaalde initiatieven daarbinnen passen. De structuurvisie is daarmee een belangrijk kader voor de afweging van concrete ruimtelijke beslissingen. Het is een richtinggevend document waarin voor overheden, maatschappelijke organisaties, private partijen en burgers duidelijk wordt welk ruimtelijk beleid de gemeente nastreeft. Ten aanzien van het thema 'wonen' is aangegeven dat Franeker een grote diversiteit aan woonmilieus te bieden heeft zoals wonen aan het water, wonen in parkachtige en groene omgeving en wonen in de historische binnenstad. Hierbij is het uitgangspunt voor nieuw ontwikkelingen dat herstructurering voorop staat, en inbreiding voor uitbreiding gaat. Een aantal bedrijventerreinen in Franeker komt in aanmerking voor een (geleidelijke) transformatie naar wonen, waarbij herstructurering naar wonen een optie is. De herontwikkeling van het plangebied naar woningbouw voldoet aan dit beleid. In de stad komt het steeds vaker voor dat mensen hun beroep of bedrijf in en/of vanuit hun eigen huis willen uitoefenen.

Deze ontwikkeling is zeker niet ongewenst, maar wordt vaak als reden gezien dat er in het kernwinkelgebied meer leegstand ontstaat. Dergelijke initiatieven kunnen daarom wel worden toegestaan, op het moment dat het gaat om een duidelijke ondergeschiktheid in oppervlakte ten opzichte van de woonfunctie. Op deze manier blijft de kleinschaligheid gewaarborgd. In de woonbestemmingen is hier rekening mee gehouden door ondergeschikt aan-huis-verbonden beroep of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit mogelijk te maken. Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk In de Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk is het gemeentelijke beleid ten aanzien van wonen en woningbouw geformuleerd. De hoofdlijnen van de woonvisie gelden voor een periode van 10 jaar. Deze is bedoeld om projecten in gang te zetten die bijdragen aan het lange termijn doel. Jaarlijks actualiseert de gemeente de uitvoeringsagenda en wordt overwogen of de woonvisie aangepast dient te worden. De woonvisie is gebaseerd op een regionaal woningmarktonderzoek waarin cijfers en kennis over het wonen van organisaties als makelaars, corporaties, huurdersorganisaties en zorgpartijen bijeen zijn gebracht. Tot 2025 is er nog groei van het aantal huishoudens te verwachten van enkele tientallen wonen.

Lokaal verschilt dit: in kernen waar de bereikbaarheid en het voorzieningenniveau bovengemiddeld is, is vaak genoeg instroom van elders om nog groei te mogen verwachten. Elders zullen minder courante woningen steeds vaker overtollig raken. Eerst vooral in de sociale huurvoorraad, daarna ook in de koopvoorraad. Per kern is in de woonvisie de

19/438

woningbehoefte bekeken. In Franeker is volgens het marktonderzoek dat ten grondslag aan de woonvisie ligt, ruimte voor een extra toevoeging van 55 tot 75 woningen tot 2030. Er is ruimte voor meer binnenstedelijke plannen, gemengd grondgebonden en gestapeld, huur en koop, herinvulling van panden, plekken of vervanging van woningen. Het project voldoet in kwalitatieve en kwantitatieve zin aan het beleid van de woonvisie en het gemeentelijk woonplan Waadhoeke. In kwantitatieve zin voldoet het ook aan de beleidskaders zoals in de voorgaande paragrafen is aangegeven. Gemeentelijk woonplan Waadhoeke Op 13 maart 2025 heeft de gemeenteraad van Waadhoeke het gemeentelijk woonplan Waadhoeke vastgesteld. Dit woonplan moet worden gelezen in samenhang met de reeds door de gemeenteraad vastgestelde 'Woonvisie Waadhoeke 2020-2030 Samen Sterk'. De gemeentelijke woningbouwprogrammering keert terug in dit woonplan, inclusief de voorgenomen ontwikkeling. Op 25 maart 2025 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Fryslân schriftelijk ingestemd met dit woonplan. Regionale woondeal 2022-2030 Op 20 april 2023 is de Woondeal Noordwest Fryslân getekend. In de regionale woondeal is vastgelegd dat er tot en met 2030 circa 1.100 nieuwe woningen gebouwd worden in deze regio waarvan 800 betaalbare huur- en koopwoningen. Gemeente Waadhoeke zet zich in voor in totaal de bouw van 520 woningen.

Er is afgesproken dat 2/3 van de opgave in de regio gerealiseerd in het betaalbare segment. In deze afspraken vallen vooralsnog de volgende definities onder betaalbaar: sociale huurwoningen met een huurprijs tot de liberalisatiegrens; huurwoningen vanaf de liberalisatiegrens tot een huur behorende bij maximaal 187 WWS punten (€ 1.000 prijspeil 2022); koopwoningen tot €355.000 (NHG grens 2022); In het voorliggende plan is sprake van een maatwerkbenadering, die past binnen de regionale woondeal. Nota Parkeernormen Op 8 december 2020 is door Burgemeester en Wethouders de Nota Parkeernormen vastgesteld. Hierin is vastgelegd welke parkeernorm de gemeente hanteert voor verschillende gebieden en functies. Daarnaast is aangegeven op welke manier de parkeervraag aan de hand van de normen moet worden berekend en welke eisen worden gesteld aan de invulling van de parkeervraag. In beginsel wordt de parkeervraag op eigen terrein opgelost maar onder bepaalde omstandigheden kan hiervan af worden geweken. Benutting van de bestaande openbare parkeercapaciteit is dan een optie. Deze nota geeft aan welke mogelijkheden er zijn en onder welke voorwaarden. Uit de toetsing in paragraaf 2.2 blijkt dat aan de Nota Parkeernormen wordt voldaan. In het bestemmingsplan is hier een regeling voor opgenomen om dit te borgen.

Welstandsnota en beeldkwaliteit De gemeente heeft haar welstandsbeleid vastgelegd in de Welstandsnota die op 1 juli 2021 is vastgesteld. De

20/438

welstandsregels hierbij zijn afgestemd op de aanwezigheid van het bedrijventerrein en niet toereikend voor het plangebied. Voor de woningen aan de Harlingerweg en de woonwijk ten oosten van het plangebied zijn echter de welstandsregels voor naoorlogse uitbreidingen (regulier) van toepassing. Deze kunnen ook worden toegepast op het plangebied zodat er een eenduidig welstandskader ontstaat. Als alternatief is het mogelijk om een specifiek beeldkwaliteitsplan op te stellen voor het plangebied. Voor dit project is daarom een beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat is opgenomen in bijlage 1. Dit beeldkwaliteitsplan is tegelijkertijd met het bestemmingsplan vastgesteld.

21/438

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

In de volgende paragrafen is het bestemmingsplan getoetst aan de milieu- en omgevingsaspecten. Per 1 januari 2024 zijn veel genoemde wetten vervangen door de Omgevingswet. Omdat het bestemmingsplan voor deze datum als ontwerp ter visie heeft gelegen, is als overgangsrecht de oude wetgeving nog van toepassing.

4.1

Geluid

Toetsingskader Op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die 'in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken', een geluidzone. Bij de ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones moet in principe akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en bij een geluidzone voor industrielawaai is dit 50 db(A). Toetsing (Spoor)wegverkeergeluid Het plangebied ligt niet binnen een geluidzone van een spoorweg maar wel binnen de geluidzone van de Burgemeester J. Dijkstraweg en de Harlingerweg waar een maximumsnelheid van respectievelijk 70 km/uur en 50 km/uur van toepassing is. Om deze reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd, dat is opgenomen in bijlage 2. Uit het onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting vanwege de Burg. J. Dijkstraweg en de Harlingerweg ten hoogste 56 dB bedraagt. Daarmee wordt niet voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB, maar de maximale grenswaarde van 63 dB wordt niet overschreden.

De overschrijding van de voorkeurgrenswaarde vindt plaats ter hoogte van de woongebouwen en enkele woningen in het zuidwesten van het plangebied. Voor deze woningen dient een hogere waarde procedure te worden doorlopen. In het akoestisch onderzoek is afgewogen dat maatregelen aan de bron (wegdek) en de realisatie van geluidschermen niet kosteneffectief en/of stedenbouwkundig wenselijk worden geacht. Vanuit stedenbouwkundig oogpunt is het ook niet wenselijk om de ligging van de woningen op te schuiven om aan de voorkeurgrenswaarde te voldoen. Om deze redenen wordt voor het hele plangebied een generieke hogere waarde van 56 dB vanwege wegverkeerslawaai vastgesteld. Samenvattend kan worden gesteld dat de woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wgh met een hogere waarde procedure en hogere waarden. Deze procedure is tegelijkertijd met de procedure van het ontwerpbestemmingsplan opgestart en de hogere waarden zijn tegelijkertijd met de vaststelling van het bestemmingsplan verleend. Industriegeluid Het plangebied maakt in de huidige situatie deel uit van een gezoneerd industrieterrein waar omheen een geluidzone ex artikel 41 van de Wgh is. Gezoneerde industrieterreinen hebben een vaste geluidzone die wordt vastgelegd door middel van een bestemmingsplan. Dit is in het geldende bestemmingsplan dan ook geregeld.

Buiten de geluidzone mag de voorkeurgrenswaarde van 50 dB(A) niet worden overschreden. De maximale ontheffingswaarde voor nieuwe woningen binnen de geluidzone bedraagt 55 dB(A) etmaalwaarde. In

22/438

tegenstelling tot weg- en railverkeer wordt voor industrielawaai niet getoetst aan de Lden waarde maar aan de etmaalwaarde. Omdat in het plangebied woningbouw mogelijk wordt gemaakt, kan het plangebied niet meer als gezoneerd industrieterrein worden aangemerkt en kan de mogelijkheid voor geluidzoneringsplichtige inrichtingen komen te vervallen. In plaats daarvan wordt een geluidzone voor industrielawaai aan het plangebied toegekend. Voor de nieuwe woningen, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd dat tevens is opgenomen in bijlage 2 om de geluidbelasting uit te rekenen en zo nodig hogere waarden vast te stellen. Hieruit blijkt dat op basis van het zonemodel de geluidbelasting op de nieuwe woningen onder de maximale grenswaarde van 55 dB(A) etmaalwaarde blijft. Omdat de hoogste berekende waarde op de zonegrens nog steeds 50 dB(A) etmaalwaarde bedraagt, betekent dat het vaststellen van een generieke hogere waarde van 55 dB(A) voor de nieuwe woningen en het handhaven van de bestaande zonegrens er geen knelpunten zijn op basis van de Wgh. De maatgevende beperking ligt op de zonegrens en niet ter plaatse van de nieuwe woningen. Hierbij is gebleken is dat de geluidemissie vanwege het gasontvangststation aan de overzijde van het plangebied in het zonemodel niet in overeenstemming is met de geldende geluidvoorschriften uit het Activiteitenbesluit.

Het is aan te bevelen om de geluidemissie-situatie op het industrieterrein nader te actualiseren, ook in het kader van de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet (geluidproductieplafonds). Naderhand is (zoals in bijlage 11 is aangegeven) gebleken dat in het akoestisch onderzoek geen rekening is gehouden met de maatwerkvoorschriften die gelden vanuit het gasontvangststation. Wanneer hier zoals in bijlage 11 is gedaan wel rekening mee wordt gehouden, dan zijn worden de maximale ontheffingswaarden voor de twee zuidelijkste appartementengebouwen overschreden en zijn deze alleen te ontwikkelen wanneer dove gevels worden toegepast. Gezien het ontwerp en gebruik van de woningen wordt dit niet als wenselijk gezien. De maatwerkvoorschriften zijn gebaseerd op oude bestaande rechten waar hoge geluidniveaus uit voortkomen. Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan te tonen, is in bijlage 11 een representatieve berekening uitgevoerd. Op basis van deze representatieve uitgangspunten blijkt dat wordt voldaan aan de grenswaarde van de Wet geluidhinder. Het bestemmingsplan is op deze wijze uitvoerbaar. Specifiek akoestisch onderzoek zal moeten aantonen of dit inderdaad het geval is. Dit onderzoek kan alleen in de winterperiode worden uitgevoerd op het moment dat de gasvraag hoog en representatief is.

Om deze reden worden in overleg met de Gasunie na de vaststelling van het bestemmingsplan geluidemissiemetingen uitgevoerd en indien nodig worden maatwerkvoorschriften aangepast dan wel aanvullende maatregelen genomen. Ter waarborging hiervan is een voorwaardelijke verplichting in de bestemming 'Wonen - Woongebouw' opgenomen. Een andere hogere waarde dan de vastgestelde hogere waarde dan 55 dB(A) voor industrielawaai is in ieder geval niet nodig. Conclusie Uit het voorgaande kan geconcludeerd worden dat wordt voldaan aan de vereisten vanuit de Wgh en dat er vanuit geluid ook een goede balans tussen het woon- en leefklimaat en het ondernemersklimaat en ontstaat. Op basis van de resultaten van het akoestisch onderzoek wordt er een hogere waarde toegekend aan de woonpercelen. Ter waarborging van een goed woon- en leefklimaat ten gevolge van de geluidemissie vanuit het gasontvangstation is een voorwaardelijke verplichting in de bestemmingsplanregeling opgenomen (zie hiervoor ook paragraaf 5.2). De hogere waardenprocedure is tegelijkertijd met de procedure van het ontwerpbestemmingsplan opgestart en de hogere waarden zijn tegelijkertijd met de vaststelling van het bestemmingsplan verleend.

23/438

4.2

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' (2009). De richtafstanden tussen bedrijven en woningen zijn gebaseerd op hinder (of risico) door geluid, geur, stof en gevaar. De grootste afstand is bepalend. In veel gevallen is dat geluid. Het aspect 'geluid' is behandeld in de vorige paragraaf en is voor het gezoneerd industrieterrein geregeld door middel van de Wet geluidhinder. Voor de overige aspecten (geur, stof en gevaar) vindt er in de motivatie in deze paragraaf een toetsing plaats. Hierbij dient de kanttekening gemaakt te worden dat de VNG-systematiek en de richtafstanden alleen toepasbaar zijn op de afstemming tussen bedrijven en gevoelige functies in een rustige woonomgeving of in een gemengd gebied, maar dat deze niet gaat over (bedrijfs)woningen op bedrijventerreinen zoals de bedrijfswoningen op bedrijventerrein West. Desondanks is er vanuit een 'goede ruimtelijke ordening' ervoor gekozen om de systematiek gelijk te trekken. Ook is de VNG-publicatie bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties.

In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Toetsing Voor de onderbouwing in dit plan wordt ervan uitgegaan dat het plangebied is gelegen in een gemengd gebied omdat er in de directe omgeving een gezoneerd bedrijventerrein aanwezig is en enkele niet-woonfuncties. Hiervoor gelden de volgende richtafstanden en de afstand tot de nieuwe woningen (gemeten vanaf de perceelsgrens van de functies tot aan de gevel van de woningen): Functie Oostwoud International B.V. (Harlingerweg 49b) Overige (lichte bedrijven) (Voltastraat 1-2 en James Wattstraat 2-4) Gemeentehuis (Harlingerweg 18) GGZ-locatie (Burgemeester J. Dijkstraweg)

VNG-richtafstand 50 meter (categorie 3.2) 10 meter (categorie 2) 10 meter (categorie 2) 10 meter (categorie 2)

Afstand tot woningen in plangebied circa 15 meter circa 60 meter circa 90 meter circa 100 meter

Uit de bovenstaande toetsing blijkt dat er behalve voor het bedrijf Oostwoud International B.V. aan de VNG-richtafstand wordt voldaan. Dit is een bedrijf dat metalen (medisch) meubilair en garderobepostkastsystemen produceert (SBI-1993 code 287 / SBI-2008 code 259, 331). Voor dit bedrijf is de bepalende factor in de milieuzonering gebaseerd op het aspect 'geluid'. Dit wordt geregeld in de Wgh en zoals uit de vorige paragraaf blijkt zijn er op dit punt geen belemmeringen te verwachten. Ook is het zo dat de verkeer- en vervoersbewegingen van en naar het bedrijf grotendeels via de route naar de zuidelijk entree verlopen en niet via de entree aan de achterzijde van het plangebied. Op dit punt is ook weinig hinder te verwachten.

24/438

Vanuit de milieuzonering is er sprake van een goede balans tussen het woon- en leefklimaat in het plangebied en het ondernemersklimaat buiten het plangebied en gelden er geen belemmeringen voor het bestemmingsplan.

4.3

Ecologie

Toetsingskader Bij elk ruimtelijk plan moet, met het oog op de natuurbescherming, rekening worden gehouden met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Toetsing Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten beschermde natuurgebieden zoals Natura 2000-gebieden en gebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied ligt namelijk op meer dan 7 kilometer van het Natura 2000-gebied Waddenzee (tevens een NNN-gebied). De Waddenzee is aldaar niet stikstofgevoelig. Andere (al dan niet stikstofgevoelige) natuurgebieden liggen op een grotere afstand van het plangebied. Gezien het relatief kleinschalige karakter van de voorgenomen ontwikkeling is het niet te verwachten dat de ontwikkelingen in het plangebied negatieve effecten hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Met dit project wordt een verouderd deel van een bedrijventerrein vervangen door nieuwe gasloze woningen. Directe effecten zoals areaalverlies en versnippering kunnen hierdoor worden uitgesloten. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de locatie van het plangebied (stedelijke omgeving) kunnen ook verstoring en verandering van de waterhuishouding worden uitgesloten. De geplande ontwikkeling zou echter kunnen leiden tot een toename in stikstofdepositie.

Met behulp van de AERIUS calculator is voor dit project de depositie berekend voor de gebruiksfase, sloopfase en de aanlegfase, zie hiervoor bijlage 4. Hieruit blijkt dat er geen belemmeringen zijn. Soortenbescherming In de Wnb wordt onderscheid gemaakt tussen soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en daarnaast de overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Ten behoeve van dit project is een ecologisch onderzoek uitgevoerd dat is opgenomen in bijlage 3. Hieruit blijkt dat de aanwezige bebouwing en de omgeving daarvan mogelijk geschikt is als nestgelegenheid voor algemene broedvogels. Mocht er in het broedseizoen gewerkt worden, dan kan het plangebied voor aanvang van het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden als nestlocatie voor algemene broedvogels. Daarnaast zal er wanneer er tijdens het broedseizoen gewerkt wordt, gecontroleerd moeten worden op de aanwezigheid van actieve nesten en het terrein vrijgegeven worden wanneer er geen nesten aanwezig zijn. Het betreft watervogels die in de oever kunnen gaan broeden, enkele zangvogels die in bomen en struiken kunnen broeden, grondbroeders die op het naastgelegen grasveld kunnen broeden en dakbroeders die op het aanwezige grind van het kantoordeel kunnen broeden.

Bij de werkzaamheden in het plangebied wordt hier rekening mee gehouden. Ook geldt er te allen tijde de

25/438

zorgplicht. Ten aanzien van de soortenbescherming zijn er geen belemmeringen te verwachten van dit bestemmingsplan.

4.4

Bodem

Toetsingskader Met het oog op een goede ruimtelijke ordening, moet in geval van ruimtelijke ontwikkelingen worden aangetoond dat de bodem geschikt is voor het beoogde functiegebruik. Ter plaatse van locaties die verdacht worden van bodemverontreiniging, moet ten minste verkennend bodemonderzoek worden uitgevoerd. In geval van verontreinigingen is de Wet bodembescherming van toepassing. In de wet is geregeld dat als ter plaatse van een plangebied ernstige verontreinigingen worden aangetroffen, er sprake is van een saneringsgeval. Toetsing Voor het project is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage 5). Uit het onderzoek blijkt dat er in het plangebied geen sprake is van ernstige bodemverontreiniging, maar dat centraal in het plangebied wel een verontreinigde oppervlakte aanwezig is. Het betreft het rood gearceerde deel zoals aangegeven in figuur 4.1. Op dit deel van het plangebied zijn geen woonpercelen geprojecteerd. Dit deel van het plangebied betreft de centrale groenzone.

26/438

Figuur 4.1

Ligging verontreinigd oppervlak

De oppervlakte van deze (sterke) grondwaterverontreiniging wordt geschat op 70 m3. De aangetroffen bodemverontreiniging is voldoende afgeperkt, aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Wel wordt geadviseerd om deze vastgestelde grondwaterverontreiniging op het terrein te saneren. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient daarvoor een plan van aanpak of een (deel)saneringsplan ingediend te worden bij het bevoegd gezag Wet bodembescherming. Deze aanbeveling wordt opgevolgd en het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar.

27/438

4.5

Water

Toetsingskader Van groot belang voor de ruimtelijke ordeningspraktijk is de wettelijk verplichte 'watertoets'. De watertoets kan worden gezien als een procesinstrument dat moet waarborgen dat gevolgen van ruimtelijke ontwikkelingen voor de waterhuishouding meer expliciet worden afgewogen. Belangrijk onderdeel van de watertoets is het vroegtijdig afstemmen van ontwikkelingen met de betrokken waterbeheerder. Het onderhavige plangebied ligt in het beheersgebied van Wetterskip Fryslân. Toetsing Het plan is via de digitale watertoets kenbaar gemaakt bij het Wetterskip Fryslân (aanvraagnummer 00018201). De uitkomst van deze toets is (zoals te lezen is in bijlage 6) dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dit houdt in dat de aanwezige wateraspecten van invloed zijn op het plan. Het resultaat van de watertoets is opgenomen als bijlage 6 en het plan is ook voorgelegd aan Wetterskip Fryslân. Naar aanleiding van de afspraken die hierover zijn gemaakt, is het plan aangepast. Fryslân klimaatbestendig 2050+ Wetterskip en Provincie Fryslân hebben gezamenlijk een toekomstvisie voor Fryslân voor 2050 ontwikkeld waarbij water en bodem sturend zijn: Fryslân Klimaatbestendig 2050+. De visie is een oproep om noodzakelijke veranderingen in het water- en bodemsysteem samen teweeg te brengen.

Het principe ‘water en bodem sturend’ houdt in dat de ruimtelijke ordening weer de logica van het landschap gaat volgen, in plaats van technische maatregelen te gebruiken om alles mogelijk te maken. Het plangebied is opgenomen onder de 'Greidhoeke' van de kleigronden. Hiervoor is in de visie onder andere opgenomen dat er geen peilverlagingen zijn toestaan en dat met betrekking tot de waterberging watergangen verbreed moeten worden om zo piekbuien op te vangen. Voor het bebouwd gebied is aangegeven dat bij de realisatie van nieuwe woningbouwgebieden het principe van waterrobuust (voldoende hoog) bouwen met verbinding met boezemwater wordt vastgehouden. Nieuwe bebouwing mag niet ten koste gaan van het waterbergend vermogen van een gebied en levert een bijdrage aan het vergroten van het waterbergende vermogen en infiltratie van regenwater met het oog op klimaatadaptatie. Ook is er versterkte aandacht nodig voor het verminderen van verhard oppervlak, zodat regenwater kan infiltreren in de bodem en schoon water niet de rioolwaterzuiveringsinstallatie belast, en voor de rol van water en groen bij het voorkomen van hittestress en in stand houden van een aantrekkelijke leefomgeving. In het navolgende deel van deze paragraaf en in paragraaf 2.2 is aangegeven hoe met dit plan met deze beleidsdoelstellingen wordt omgegaan.

Waterkwantiteit In de huidige situatie is een bouwvlak van 12.206 m2 aanwezig. Dit bouwvlak mag tot ten hoogste 80 % worden bebouwd (9.765 m2), waarvan er in de huidige situatie 3.069 m2 aan gebouwen aanwezig zijn. Ook is er in de huidige situatie 2.613 m2 aan beton- en asfaltverharding aanwezig. In totaal is er in de huidige situatie 5.682 m2 aan gebouwen en gesloten verharding aanwezig.

28/438

In de nieuwe situatie wordt de totale oppervlakte van de bouwvlakken waar de woningen en de woongebouwen gerealiseerd kunnen worden 4.982 m2. Binnen deze bouwvlakken worden circa 4.000 m2 aan woningen en appartementengebouwen gebouwd. Per saldo nemen de planologische bebouwingsmogelijkheden en de feitelijke hoeveelheid oppervlakte aan gebouwen en verharding af. Daarom is watercompensatie niet noodzakelijk. Wel wordt de oostelijke waterpartij verbreed en in verbinding gebracht met de zuidelijke waterpartij, deze zijn voorzien van de bestemming 'Water'. Ook behoort water tot de mogelijkheden in de andere bestemmingen en kan de parkeergelegenheid centraal in het plangebied watervriendelijk worden uitgevoerd, bijvoorbeeld met waterdoorlatende verharding. Waterpeil Het plangebied ligt vrij voor de boezem en wordt niet beschermd door een regionale kering. Wetterskip Fryslân adviseert daarom om rekening te houden met hoogwaterveiligheid en voldoende drooglegging voor de toekomstige bebouwing. Gelet op hoogwaterveiligheid en de droogleggingsnorm wordt geadviseerd om een minimale vloerpeilhoogte van +0,15 meter NAP aan te houden. In het plangebied wordt bij de verdere uitwerking van het project rekening gehouden met de vloerpeilhoogte die Wetterskip Fryslân voorstelt.

Voor de appartementengebouwen in het bijzonder geldt daarnaast nog dat deze verhoogd worden aangelegd zodat het woongedeelte op 1,5 meter boven het maaiveld komt te liggen. Het parkeerdeel hieronder wordt half-verdiept op 1,5 meter onder het maaiveld aangelegd. Afvalwaterketen en riolering Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: hemelwater vasthouden voor benutting; (in-) filtratie van afstromend hemelwater; afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater; afstromend hemelwater afvoeren naar RWZI; In dit geval wordt aangesloten op de bestaande riolering. Het hemelwater wordt zoveel mogelijk geïnfiltreerd. Overtollig water wordt eventueel afgevoerd naar naastgelegen oppervlaktewater. De vuilwaterafvoer van de woningen wordt aangesloten op het gemeentelijke riool. Voor de afvoer van hemelwater wordt gebruik gemaakt van de bestaande waterstructuur. De paragraaf over de ruimtelijke adaptatie gaat hier nader op in.

Watersysteemkwaliteit en ecologie Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van water en bodem is het van belang om duurzame, niet-uitloogbare materialen te gebruiken, zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase. Hier wordt in de uitvoeringsfase rekening mee gehouden. Veiligheid en waterkeringen De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterveiligheid in de omgeving.

29/438

Ruimtelijke adaptatie Om ook in de toekomst prettig te kunnen wonen, werken en recreëren moeten steden en dorpen ingericht worden met het oog op de toekomst. Het is belangrijk kansen te benutten om het gebied klimaat robuust in te richten. Zo is het mogelijk om het bebouwd gebied beter bestand te maken tegen hevige regenbuien, periodes van droogte en hitte en de gevolgen van een mogelijke overstroming. Voor veel maatregelen geldt bovendien dat ze kosteneffectief zijn, als ze maar in een vroeg stadium in het planvormingsproces worden meegenomen. Bij de inrichting van het plangebied en de verdere uitwerking hiervan is rekening gehouden met ruimtelijke adaptatie door gebruik te maken dan wel het uitbreiden van de bestaande waterpartijen en niet meer verstening dan nodig is. Ten opzichte van de huidige situatie neemt het verhard oppervlak in het plangebied af. Indien nodig, kunnen ook de waterpartijen aan de zuid- en oostzijde van het plangebied worden vergroot. In tijden van droogte/hitte wordt geprobeerd om zoveel mogelijk doorstroming te creëren. Waterbeheer Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het waterschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater.

In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het waterschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. Het plangebied valt niet onder een beschermingszone. Ten behoeve van beheer en onderhoud zijn in overleg met Wetterskip Fryslân afspraken gemaakt. Dit heeft er onder andere toe geleid dat de watergangen aan de oost- en zuidzijde van het gebied tot 5 meter worden verbreed en met elkaar worden verbonden. Bij de uitvoering hiervan worden de watergangen gebaggerd en obstakelvrij gemaakt. Door de watergangen in deze breedte uit te voeren, zijn ze tevens geschikt voor de toepassing van maai- en baggerboten voor beheer en onderhoud.

4.6

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. Projecten die slechts in zeer beperkte mate bijdragen aan de luchtverontreiniging zijn op grond van de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Tevens moet worden bekeken of de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de voorgenomen functie. Toetsing Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland is er in de directe omgeving van het plangebied sprake van een goede luchtkwaliteit. Dit vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit plan.

30/438

Woningbouwprojecten met minder dan 1.500 woningen vallen onder de NIBM regeling. In het plangebied worden maximaal 72 woningen gerealiseerd. Dit aantal is dusdanig klein, dat op voorhand gesteld kan worden dat dit niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het project valt ook onder de NIBM-regeling.

4.7

Archeologie

Toetsingskader Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving is per 1 januari 2024 overgegaan naar de Omgevingswet, Omdat het bestemmingsplan voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet als ontwerp ter visie is gelegen geldt nog het Overgangsrecht in de Erfgoedwet. De kern van de wet is dat wanneer de bodem wordt verstoord, archeologische resten intact moeten blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. FAMKE Voor een globaal inzicht in mogelijke waarden heeft de provincie de Friese Archeologische Monumentenkaart Extra (FAMKE) gepubliceerd. De FAMKE bestaat uit twee advieskaarten, één voor de periode steentijd-bronstijd (300.000 - 800 v Chr.), en één voor de periode ijzertijd - middeleeuwen (800 v Chr. - 1500 n Chr.).

Figuur 4.2

31/438

Ligging plangebied met Famke-advieskaart steentijd-bronstijd

Figuur 4.3

Ligging plangebied met Famke-advieskaart ijzertijd - middeleeuwen

Toetsing Op basis van de kaart voor de periode steentijd-bronstijd is er geen onderzoek in het plangebied noodzakelijk. Uit de kaart voor de ijzertijd - middeleeuwen blijkt dat er een karterend onderzoek 1 wordt aanbevolen bij gebiedsontwikkelingen groter dan 500 m2. Omdat hier in het plangebied sprake van is, is een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Dit onderzoek is uitgevoerd en in bijlage 7 opgenomen. Op basis van de resultaten hiervan wordt er aanbevolen om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor de toekomstige ontwikkelingen. Mochten tijdens de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, dan dient dit op grond van de Erfgoedwet onmiddellijk te worden gemeld aan de gemeente als bevoegd gezag. Eventuele vondsten dienen gedurende 6 maanden, te rekenen vanaf de datum van de melding, ter beschikking te worden gesteld voor wetenschappelijk onderzoek.

4.8

Cultuurhistorie

Toetsingskader Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van ruimtelijke plannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Toetsing Om te onderzoeken of sprake is van cultuurhistorische waarden is gebruik gemaakt van de Cultuurhistorische Kaart Fryslân. Hieruit komt naar voren dat de schoorsteen in het plangebied is opgenomen als 'karakteristiek

32/438

bouwwerk'. Voor deze schoorsteen is een regeling in het bestemmingsplan opgenomen en zoals in paragraaf 2.2 is aangegeven, is hier in de plannen rekening mee gehouden.

4.9

Externe veiligheid

Toetsingskader Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen, zoals vuurwerk, LPG en munitie. Sinds een aantal jaren is er wetgeving over 'externe veiligheid' om de burger niet onnodig aan te hoge risico's bloot te stellen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (BEVT) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het externe veiligheidsbeleid heeft vorm gekregen in de risicobenadering. Er wordt getoetst aan twee verschillende normen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Ten aanzien van het plaatsgebonden risico geldt een kans van 10-6 als grenswaarde. Dit betekent dat binnen de zogenaamde PR 10-6-contour geen nieuwe kwetsbare objecten mogen worden toegestaan. Voor ontwikkeling van nieuwe beperkt kwetsbare objecten, geldt deze norm als streefwaarde. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het onderscheid tussen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen.

Toetsing In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart geraadpleegd en de informatie uit het geldende bestemmingsplan. Hieruit blijkt dat er nabij het plangebied twee risicovolle inrichtingen aanwezig zijn: Regts, gelegen aan de Voltastraat 1a; Gasontvangststation N359, gelegen aan de Burgemeester J. Dijkstraweg 10a. De ligging hiervan is in het volgende figuur weergegeven.

33/438

Figuur 4.4

Ligging risicovolle inrichtingen

Beide inrichtingen vallen niet onder het Bevi. Dit houdt in dat geen grens- of richtwaarden van toepassing zijn. Wel gelden veiligheidsafstanden in het kader van het Activiteitenbesluit of de Publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS). De nieuwe woningen dienen op ten minste 15 meter afstand van deze inrichtingen gesitueerd te worden. Omdat het plangebied op 25 meter van het gasontvangststation is gesitueerd, wordt hier aan voldaan. Ten westen en zuiden van het plangebied loopt een hogedruk aardgastransportleiding van de Gasunie. Omdat een klein deel van de beschermingszone bij de gasleiding in het plangebied ligt, is hiervoor een regeling getroffen overeenkomstig het geldende bestemmingsplan. Paragraaf 5.2 gaat hier nader op in. Deze leiding (N-502-44) heeft een diameter van 114 millimeter en een druk van 40 bar. Dit is qua druk en diameter een relatief kleine gasleiding en één van de kleinsten die een planologische regeling behoeft zoals in het geldende bestemmingsplan het geval is. Alhoewel het risico op een calamiteit zeer klein is, gelden er aan weerszijden van deze leiding een 1% en 100% letaliteitszone. Binnen de 100% letaliteitszone kunnen aanwezige personen binnen- of buitenshuis komen te overlijden in geval van een incident.

De 1% letaliteitszone is dat deel van het invloedsgebied waarin de letaliteit afneemt van 100% (de rand van de 100% letaliteitszone) tot 1% (de rand van het invloedsgebied). In dit gebied wordt aangenomen dat personen binnenshuis voldoende bescherming hebben van het gebouw waarin zij zich bevinden. De (eventuele) slachtoffers vallen daarom met name buitenshuis. In het kader van het wettelijk vooroverleg is aanvullend advies gevraagd aan de FUMO en de Brandweer Fryslân om dit aspect nader te motiveren. In bijlage 10 zijn deze adviezen opgenomen. De richtafstanden voor de 1% en 100% letaliteitszones bedragen respectievelijk 45 en 30 meter gemeten vanuit het hart van de leiding. De ligging van de leiding en deze zones zijn in het volgende figuur weergegeven.

34/438

Figuur 4.5

Ligging hogedruk aardgastransportleiding N-502-44

In de huidige situatie zijn zowel binnen de 1% en 100% letaliteitszones woningen aanwezig aan de Harlingerweg, de Frisia en Het Hoochhout. De zuidelijk in het plangebied gelegen woningen liggen in de 100 % letaliteitszones, de twee zuidelijkste woongebouwen en twee halfvrijstaande woningen liggen in de 1% letaliteitszone. De rest van de toekomstige woningen komt buiten deze zones te liggen. Uit de adviezen van de FUMO en de Brandweer Fryslân blijkt dat dit plan geen toename van het groepsrisico laat zien. Dat er geen toename van groepsrisico is berekend, is het gevolg van de ruimtelijke situatie, waarbij vrijwel geen populatie binnen de 100% letaliteitszone van de hogedruk aardgastransportleiding aanwezig is. De personendichtheid is dus relatief laag. Ook heeft dit te maken met de karakteristieken van de gasleiding zelf. In verband hiermee kan dan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Naast de hiervoor genoemde onderwerpen, dienen hierbij ook de volgende onderwerpen verantwoord te worden: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp of zwaar ongeval in de inrichting waarop het besluit betrekking heeft; de mogelijkheden van personen die zich in het invloedsgebied van de buisleiding(en) bevinden om zich in veiligheid te brengen indien zich een ramp of zwaar ongeval voordoet.

In het advies van Brandweer Fryslân zijn hierin aanbevelingen opgenomen die zo mogelijk bij de verdere uitwerking van het projecten worden opgevolgd. Op basis van de voorgaande motivatie wordt de externe veiligheidssituatie aanvaardbaar geacht afgewogen tegen het belang van de woningbouwbehoefte op deze herstructureringssituatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=0802d169-2f04-4d39-9733-20b4268e355b