CConstaterende datwaadhoeke
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen raadslid Hoekstra

Gemeenteraad Waadhoeke 19 februari 2026, gemeente waadhoekeBij agendapunt: Krediet Sportaccommodaties2.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte heer Hoekstra Op 16 februari jl. heeft u vragen gesteld over het Raadsvoorstel Krediet Buitensportaccommodaties 2026–2029. De gestelde vragen zijn thematisch geordend om een duidelijke en efficiënte beantwoording te bieden. Dit antwoord geeft een feitelijke, zakelijke onderbouwing van de budgettaire keuzes, beleidsuitgangspunten en beheerafwegingen zoals opgenomen in het raadsvoorstel en het bijbehorende beheerplan. Voorafgaand merken wij op dat dit raadsvoorstel nadrukkelijk niet over de uitbreiding van het aantal sportvelden of de aanleg van nieuwe accommodaties gaat. Het voorstel betreft uitsluitend de middelen die noodzakelijk zijn voor het beheer, onderhoud en de instandhouding van het bestaande areaal buitensportaccommodaties. Daarbij gaat het om het op peil houden van de huidige kwaliteit, het uitvoeren van noodzakelijke renovaties binnen het bestaande beleidskader en het voldoen aan wettelijke verplichtingen en keuringseisen. Er worden geen nieuwe velden, geen capaciteitsuitbreidingen en geen extra voorzieningen gerealiseerd als gevolg van dit krediet. Alle opgenomen maatregelen zijn gericht op het duurzaam beheren van de reeds aanwezige infrastructuur, conform het vastgestelde accommodatiebeleid en de onderhoudsplannen. U treft de antwoorden hieronder aan.

1) Budgettair kader en dekking (structureel & incidenteel) 1.1 Structureel beheerbudget (€ 408.414) ✓ Het gevraagde structurele budget bedraagt € 408.414 per jaar. Dit is integraal onderbouwd in het RV (samenvatting financiën en tabeloverzicht) en gedekt uit de stelpost Loon- en Prijsontwikkelingen (LPO). ✓ De post “klein en regulier onderhoud incl.btw” bedraagt € 537.940/jaar (jaarlijks gelijkblijvend geraamd in de planperiode; opbouw in Tabel 1), met daarbovenop een dotatie voorziening groot onderhoud van € 404.800 (€ 252.800 bestaand + € 152.000 ophoging). Over 4 fte en eigen werk verenigingen: In het beheerplan is expliciet opgenomen dat 4 fte eigen personeel + zelfwerkzaamheid clubs niet in de raming zijn meegenomen. Dat verklaart waarom de raming uitsluitend de inkoop/uitvoerings- en materiële componenten bevat. Dit is dus bewust niet opgenomen in het raadsvoorstel, want dit zijn bestaande middelen die toereikend zijn om het beheer en onderhoud aan de aanwezige velden uit te voeren. Gevolg voor “werkelijke kosten”: ja, de “integrale” kosten voor de gemeenteorganisatie liggen hoger als je de 4 fte zou toerekenen. Het RV vraagt de raad echter alleen om kas- en exploitatiemiddelen die buiten de reeds begrote loonsom vallen.

De hoogte “hoeveel hoger” kan pas worden aangegeven als we een kostprijsdoorrekening doen (uurloon + overhead) voor 4 fte en een eventuele vergoeding voor eigen werk van clubs; die berekening maakt géén onderdeel uit van het RV of beheerplan. Een dergelijke berekening heeft ook alleen waarde op het moment dat er een besluit gevraagd wordt over nieuwe of aangepaste velden. Het nu voorliggende RV gaat alleen om behoud van het huidige areaal. 1.2 Incidentele investeringen en maatregelen (€ 551.145) + bestemmingsreserve

Het voorstel omvat een bestemmingsreserve incidentele maatregelen met een storting van € 551.145 (incl. btw, uitgaande van SPUK vergoeding). Het gaat om: a) b) c) d) e)

Essentaksterfte: kap/herplant € 155.250 Aanschaf vertidrain € 46.575 Aanschaf speedseeder € 16.045 Vervanging/uitbreiding sportveldverlichting € 46.575 Aanleg automatische beregening € 286.700

Totaal: € 551.145 Het RV motiveert waarom dit via een reserve loopt (fasering over jaren; uitvoeringsonzekerheid). De reserve is bedoeld om jaarlijks benodigde delen te onttrekken, zodat overhevelingen worden vermeden en uitvoering kan meebewegen met keuringen en praktische omstandigheden. 1.3 Gerapporteerde kunstgrasvervanging Berltsum & Minnertsga Het raadsvoorstel noemt dat eerder beschikbaar gestelde kredieten voor Berltsum en Minnertsga (samen € 1,2 mln) niet aan de voorziening worden toegevoegd maar separaat beschikbaar blijven resp. toegevoegd worden aan de nieuwe reserve buitensportaccommodaties t.b.v. uitvoering in 2027. Overigens geldt dit ook voor het budget ad. € 302.000 voor de werkzaamheden in Froubuurt. Dit sluit aan bij de renovatieplanning (Tabel 2 in RV / Deel 4 van beheerplan). De door u genoemde € 1.061.000 voor vervanging twee kunstgrasvelden sluit qua orde van grootte aan bij de indicatieve ramingen per veld in het beheerplan (circa € 530.500 per kunstgrasveld), en bij de totaaltelling van Tabel 2 in het RV voor de planperiode. Exacte besteken aanbestedingsprijzen volgen bij projectstart; de huidige bedragen zijn ramingen en dus altijd indicatief. 2) Kostenopbouw & prijsstijgingen (hybride / natuurgras / kunstgras) 2.1 Welke prijsstijgingen zijn verwerkt? In het RV is onderbouwd dat loonkosten (RISICOREGELING GWW 1995) en materiaalkosten (o.a.

bemesting +30%, graszaad +15%) de belangrijkste drijvers zijn. Dit betreft de totale beheerketen, niet alleen hybride. Het beheerplan herhaalt die prijsstijgingen en laat in Tabel 1 de jaarlijkse posten zien (o.a. Bemesting € 43.000; Graszaad € 32.000; Stelpost beregenen/ drainage/fieldtopmaker € 125.000; Hybridevelden € 10.000; Kunstgras onderhoud € 48.000). Deze bedragen zijn voor de totale portefeuille (natuurgras incl. hybride en kunstgras) en niet exclusief aan hybride toe te rekenen. 2.2 Loonstijging 37,3% — waarop van toepassing? De 37,3% betreft de algemene loonindex volgens RISICOREGELING GWW 1995 vanaf 01-012023 en is gebruikt voor de ingekochte werkzaamheden (veel onderhoud is mensenwerk, ook bij natuurgras en keuringen). Dit is dus niet exclusief aan hybridevelden gekoppeld en niet de 4 fte eigen formatie (die immers niet is doorgerekend in het kredietverzoek). 2.3 Toerekening “hybride vs. kunstgras vs. natuurgras” In het beheerplan vallen hybridevelden onder ‘natuurgras’. Dat is expliciet gemaakt (Deel 1 behelst natuurgras inclusief hybride). Een separate kostenregel voor hybride is daarom beperkt (Tabel 1 heeft een post “Hybridevelden € 10.000”), terwijl overige onderhoudsposten

(bemesting, graszaad, beregenen/drainage/fieldtopmaker) portefeuillebreed zijn geraamd. Het beheerplan maakt daarmee geen volledige veldtype-specifieke kostenkaart op jaarbasis. Conclusie: de totale stijging € 256.414 (van € 281.526 naar € 537.940) is het resultaat van meerdere drijvers (loonsom ingekocht werk, materiaalprijzen, uitbreiding taken/keuringen, autonome ontwikkelingen, beleid), en niet enkel van hybridevelden. Een exacte uitsplitsing “welk deel is hybride” is niet beschikbaar in de stukken. Deze stijging wordt vertaald in hogere aannemersprijzen voor alle velden. 3) Autonome ontwikkelingen en nieuw beleid 3.1 Autonome ontwikkelingen Het RV noemt richtinggevend: markt- en prijsontwikkelingen, nieuwe/gewijzigde regelgeving (o.a. Omgevingswet, keuringen, verbod microplastics, zorgplicht kunstgras), en uitbreiding keurings- en MIP-trajecten (lichtmasten, inrichtingsmaterialen). Deze vergroten de benodigde middelen buiten de generieke indexering. 3.2 Nieuw beleid (3 juli 2025) De Nota Accommodatiebeleid gemeente Waadhoeke 2025 is op 3 juli 2025 vastgesteld en is verwerkt in dit beheerplan (o.a. uitgangspunten “matje eraf matje erop” bij kunstgras). Dat verklaart extra posten zoals voorbereiding renovaties/projecten (€ 20.000) en het MIP-spoor voor inrichtingsmaterialen.

4) Hybridevelden: onderhoud, inhuur en “werkelijke kosten” 4.1 Inhuur onderhoud hybridevelden De stukken geven géén afzonderlijk inhuurbedrag per jaar specifiek voor “de drie hybridevelden”. In Tabel 1 is slechts een generieke post “Hybridevelden € 10.000/jaar” opgenomen; overige onderhoudscomponenten lopen via de bredere posten (bemesting/graszaad/stellpost beregenen e.d.). Een exact jaarlijks bedrag aan externe inhuur voor hybride is niet uitgesplitst in RV/Beheerplan. Een dergelijke berekening heeft alleen waarde op het moment dat er een besluit gevraagd wordt over nieuwe of aangepaste velden. Dit besluit gaat over het beheer en onderhoud van alle huidige velden. 4.2 Loonstijging vs. hybride (alleen van toepassing op hybride?) De aangehaalde loonstijging (GWW-index) ziet op ingekochte arbeid in het totaalpakket beheer (natuurgras, keuringen, MIP, kunstgras). Niet uitsluitend op hybride. 4.3 Sluiting hybridevelden 8–10 weken voor groot onderhoud Het beheerplan schrijft niet die specifieke termijn als norm uit; het onderstreept wel dat bij natuurgras (incl. hybride) de zomerstop cruciaal is om groot onderhoud tijdig te kunnen uitvoeren, met planning afgestemd op de competitie-agenda.

5) Materieel & investeringen: vertidrain, speedseeder, beregening, verlichting 5.1 Vertidrain & speedseeder – alleen hybride? Vertidrain (diepbeluchting) en speedseeder (doorzaaien) worden in het beheerplan genoemd als algemene cultuurtechnische maatregelen voor natuurgrasvelden (waaronder hybride). Ze zijn dus niet exclusief voor hybride. Een percentage-toerekening aan hybride is in de stukken

niet apart begroot. Het gebruik van deze machines is toepasbaar op alle natuurgrasvelden dit geeft een nog bredere inzet van het eigen personeel. Daarnaast besparen we op inhuur wanneer we deze bewerkingen zelf uitvoeren. 5.2 Vervanging/uitbreiding sportveldverlichting (€ 46.575) Het beheerplan en RV ramen een totaalbedrag en nemen het op als incidentele maatregel. Een detaillijst “welke velden” of “alleen hybride?” ontbreekt; verlichting is veldtype-onafhankelijk en volgt het MIP/keuringen en beleidsuitgangspunten (o.a. Activiteitenbesluit). Projectmatige uitwerking bepaalt locatiekeuzes. Het gaat niet om de uitbreiding van verlichting maar om de vervanging van verlichting bij afkeur. 5.3 Automatische beregening Het beheerplan geeft een geaggregeerde raming voor de komende jaren en plaatst beregening als incidentele investering plus een jaarlijkse stelpost voor gebruik/onderhoud. Er staat niet per veld een lijst in de stukken. Het betreft natuurgrasportfolio (incl. hybride); kunstgras wordt niet beregend. De raming in de samenvatting betreft geen jaarlijks bedrag maar de totaaltelling voor de planperiode in de categorie incidenteel. Stelpost beregenen is op basis van weersomstandigheden en niet alleen toe te berekenen naar hybridevelden. Stelpost is hoger door wijzigende klimaat. Automatische beregening na toekennen van het budget door de raad: 1. 2. 3. 4.

Hoofdvelden Schatzenburg uitbreiding op bestaand systeem. Hoofdveld Tzummarum. Hoofdveld en oefenhoek Sint Jacobiparochie. C veld Sint-Annaparochie

6) Jaarlijkse posten in Tabel 1 (beheerplan p. 28 / RV p. 5) 6.1 Post “Hybridevelden € 10.000” Dit is een generieke aanvullende post binnen het totaal van de natuurgrasportefeuille; de hogere kosten voor hybride-componenten (bijv. extra doorzaaien, specifieke bewerkingen) zijn niet volledig separaat uitgesplitst in Tabel 1 en zitten deels in andere generieke posten (bemesting/graszaad/stellpost beregenen). 6.2 Post “Kunstgras onderhoud € 48.000” (≈ € 8.000/veld/jaar bij 6 velden) Dit is het jaarlijks totaal voor de gemeentelijke 6 kunstgrasvelden (beheer/keuring/klein onderhoud binnen het regime). Tarief per veld is dus inderdaad circa € 8.000, maar variatie per locatie/jaar is mogelijk. 6.3 Post “Natuurgras (incl. hybride) € 150.000” Dit is de basispost voor alle 63 natuurgrasvelden gras/Wetra/hybride/trainingsvelden/kaatsvelden/atletiek) gezamenlijk. Een sub toerekening “welke fractie voor hybride” is in de stukken niet beschikbaar. 6.4 Bemesting (€ 43.000), Graszaad (€ 32.000), Onkruid handmatig (€ 12.000) Betreffen de 63 natuurgrasportefeuille als geheel (incl. hybride). Kunstgras kent deze posten niet. Een exacte hybride-deelverdeling is in de stukken niet beschikbaar.

6.5 Jaarlijkse stelpost “beregenen, drainage, fieldtopmaker” (€ 125.000) De stelpost is grotendeels portefeuillebreed voor natuurgras (incl. hybride). Kunstgras valt hier buiten. Een exacte hybride-toerekening is niet opgenomen in de stukken. De stelpost bevat meerder onderdelen: Beregenen, drainage en fieldtopmaker. Het aantal keren beregenen is afhankelijk van het seizoen, beregenen met tractorpomp is een kostbare niet duurzame bewerking. Fieldtopmaker werkzaamheden wordt op alle natuurgrasvelden toegepast. Drainageonderhoud is voor alle velden ook kunstvelden. 6.6 “Ontbreken indexatie” — waarom elk jaar hetzelfde bedrag? Tabel 1 toont jaarlijks gelijkblijvende bedragen in prijzen peil 2026; de dekking van algemene LPO-index is geregeld via de stelpost LPO in de begroting (waar dit raadsvoorstel ook op claimt). Vandaar dat in de beheerplannen vaak bedragen per jaar constant worden gepresenteerd, terwijl op begrotingsniveau de index centraal wordt verwerkt/gedekt. Indexatie wordt in de begroting niet toegepast. 7) Rol verenigingen (zelfwerkzaamheid) en afstemming In de Inleiding en Bijlage 6 (Basispakket onderhoudstaken) staat dat de regie bij afdeling Samenleving ligt voor het keuzemenu zelfwerkzaamheid en dat er per vereniging overleg en schouw plaatsvindt; de lijst is input voor die gesprekken.

De mate waarin dit al concreet met clubs is besproken, valt buiten de tekst van het beheerplan en is een uitvoeringsvraag. 8) Renovaties & “matje eraf – matje erop” (kunstgras) 8.1 Uitgangspunten bij renovatie kunstgras Het beheerplan borgt het vastgestelde beleid: kritisch op kunstgras, en als kunstgras noodzakelijk blijft: “matje eraf, matje erop” waar mogelijk (alleen toplaag vernieuwen). Ook: geen gebruik meer van rubber/kunststof infill i.v.m. Europese verboden. Exacte invulling blijft project specifiek (staat van onderbouw, verlichting, MIP bevindingen). Geheel in lijn met het raadsbesluit van juli 2025. 8.2 Indicatieve kostenopbouw kunstgras (tabel p. 30) De € 705.500 (excl. btw) is een volle referentieopbouw met componenten die projectafhankelijk al dan niet nodig zijn (onderbouw, sporttechnische laag, verlichting, tegelverharding, sanering etc.). In de raming voor Franeker veld D zijn componenten met sterretje niet meegenomen, waardoor de indicatie € 530.500 is. Dit illustreert het project specifieke karakter; voor Berltsum/Minnertsga volgt bij uitwerking welke posten wel/niet benodigd zijn. Prijsvraag “andere gemeenten goedkoper”: de stukken voorzien bewust in indicatieve bedragen. Werkelijke marktprijzen hangen af van bestek, bodemgesteldheid, wel/geen sanering, hergebruik (foam, sporttechnische lagen), aanbestedingsmoment en leverancierskeuze.

De definitieve kosten volgen via aanbesteding. Eventuele aanpassingen van bedragen op basis van deze aanbestedingen zullen dan kunnen worden meegenomen bij de kadernota’s. 9) Regelgeving microplastics, zorgplicht en positionering hybride Beheerplan Deel 2 werkt de zorgplicht voor kunstgras en de EU verboden op rubbergranulaat (vanaf 2031) en microplastics (vanaf 17-10-2023) uit; bij renovatie/aanleg wordt geen rubber/kunststof infill meer toegepast. Hybridevelden vallen in het plan onder natuurgras (geen instrooimateriaal), maar kennen wel kunstvezels in de toplaag en vragen daarom zorgvuldige

beheer- en eind levensfase afwegingen. De stukken nemen geen beleidsstandpunt in om hybride te vermijden; wel wordt aangegeven dat ontwikkelingen en regelgeving worden gevolgd en per renovatie een afweging wordt gemaakt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=waadhoeke&id=a3d99d15-cac3-4bf3-95c8-2a0416fd08e6