Agendabundel
Tekst van het document
1.4
Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • De resultaten van het vooronderzoek (hoofdstuk 2); • De uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); • Het toetsingskader (hoofdstuk 4); • De analyseresultaten en de toetsing (hoofdstuk 5); • Een samenvatting van het onderzoek, conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 6). De bijbehorende tekeningen, boorprofielen en analysecertificaten zijn als bijlage opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220148/JvdM 2
VOORONDERZOEK
2.1
Algemeen
Blad : 2 van 7
Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de aangrenzende percelen. 2.2
Algemene locatiegegevens In bijlage 1 is een kadastrale kaart opgenomen, waarop de onderzoekslocatie en de directe omgeving zijn weergegeven. In onderstaande tabel zijn de locatiegegevens samengevat. Tabel 2.1: Overzicht locatiegegevens Adres locatie Kadastrale gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie Huidig gebruik
2.3
Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl Gemeente Lieve Vrouwe Parochie, sectie B, diverse nummers Circa 1.700 m2 Braakliggend terrein
Geraadpleegde bronnen Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • Opdrachtgever • Locatie-inspectie (gecombineerd met veldwerk) • Dinoloket • Bodeminformatiesysteem Nazca-i • Google Earth/Maps/Streetview • Het Kadaster (www.kadaster.nl)
2.4
Actuele situatie en historische situatie De onderzoekslocatie aan de Ds. Marinus Mooijstraat bevindt zich in de woonkern van Oudebildtzijl. In het verleden is ter plaatse bebouwing gesitueerd geweest. Het terrein ligt grotendeels braak. Op de oostzijde van de onderzoekslocatie, aan de Van Albadaweg 25 en 27, zijn twee bijgebouwen gesitueerd. PFAS In opdracht van de Fumo is onderzoek verricht naar het voorkomen van PFAS is de provincie Fryslân. Het onderzoek is uitgevoerd door Antea Group (23 januari 2020, projectnummer 0457469.100). Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat de gemiddelde gehalten aan PFAS in Fryslân lager of gelijk zijn aan de door het ministerie vastgestelde tijdelijke achtergrondwaarden. Hiermee is grondverzet op basis van de bodemkwaliteitskaart weer mogelijk. Voor de locatie aan de Ds. Marinus Mooijstraat zijn er geen aanwijzingen voor een verontreiniging met PFAS. PFAS is onder andere water-, vet- en vuilafstotend. Ze zitten in verschillende producten. Bijvoorbeeld in smeermiddelen, voedselverpakkingsmaterialen, blusschuim, anti-aanbaklagen van pannen, kleding, textiel en cosmetica. Ook worden ze gebruikt in verschillende industriële toepassingen en processen. Toekomstige situatie Het ligt in de bedoeling om woningen op de locatie te realiseren. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 1.700 m2 .
Omliggende percelen Aan de noord- en oostzijde van het terrein bevinden zich woningen met tuin. Aan de zuid- en westzijde lopen de Ds. Marinus Mooijstraat en A.C. Bakkerstraat. Van de directe omgeving zijn geen gegevens bekend omtrent milieuverdachte activiteiten en calamiteiten. In bijlage 2 is een situatietekening van de onderzoekslocatie opgenomen.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220148/JvdM 2.5
Blad : 3 van 7
Bodemopbouw en geohydrologie onderzoekslocatie De regionale bodemopbouw in de omgeving van de onderzoekslocatie is afgeleid uit ondergrondgegevens van het Dinoloket (boring B05F001). De resultaten tot 10,0 m -mv zijn in tabel 2.2 weergegeven. Tabel 2.2: Bodemopbouw omgeving onderzoekslocatie Diepte (m -mv)
Lithologie (textuur)
Lithostratigrafie
0,0 - 2,0 2,0 - 7,0 7,0 - 9,0 9,0 - 10,0
Niet benoemd Klei Zand Klei
Holocene afzettingen Holocene afzettingen Holocene afzettingen Holocene afzettingen
Uit het grondwaterbeschermingsplan van de provincie Fryslân blijkt dat de locatie niet in een grondwaterbeschermingsgebied ligt. De grondwaterstroming van het freatisch grondwater is niet bekend. De grondwaterstroming wordt in de regel met name bepaald door lokale watergangen en voorkeursstromingen (als gevolg van o.a. vijvers en sloten). 2.6
Voorgaande bodemonderzoeken Ter plaatste van een deel van de onderzoekslocatie is in 2003 een verkennend bodemonderzoek (Grontmij, rapportnr. 150869, 7 juni 2003) uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen verhoogde gehalten zijn gemeten.
2.7
Conclusie vooronderzoek Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn er geen aanwijzingen voor een vermoeden van bodemverontreiniging ter plaatse van de onderzoekslocatie.
2.8
Opstelling onderzoekshypothese Conform de NEN 5740 is voor de onderzoekslocatie een onderzoekshypothese met een onderzoeksstrategie opgesteld welke in tabel 2.3 worden weergegeven. Tabel 2.3: Onderzoekslocatie met onderzoeksstrategie (Deel-)locatie Oppervlakte (in m2) Onderzoekslocatie Circa 1.700 ONV-NL Onverdachte niet-lijnvormige locatie
Verdacht/onverdacht Onverdacht
Aard verwachte stoffen -
Onderzoeksstrategie ONV-NL
Het doel van het verkennend bodemonderzoek in deze situatie is aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehalten boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden. Opgemerkt wordt dat de gehanteerde onderzoeksstrategie (NEN 5740) niet geschikt is om de eventuele aanwezigheid van asbest in de bodem aan te tonen. Onderzoek naar asbest dient plaats te vinden conform de NEN 5707. Vooralsnog is er geen aanleiding voor het uitvoeren van een onderzoek naar asbest in de bodem conform NEN 5707. Bij de uitvoering van het veldwerk dient aandacht te worden besteed aan het eventueel zintuiglijk voorkomen van asbest op en in de bodem.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220148/JvdM 3 3.1
Blad : 4 van 7
VELD- EN LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de erkende monsternemer J.R. Duinstra volgens de SIKB-protocollen 2001 en 2002. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 24 februari 2022. De boringen zijn uitgevoerd met een edelmanboor. De grond van de boringen is per bodemlaag bemonsterd met een maximaal bemonsteringstraject van 0,5 meter. De peilbuis is, na voldoende doorpompen, bemonsterd op 4 maart 2022 met behulp van een slangenpomp. In tabel 3.1 is een overzicht weergegeven van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. Tabel 3.1: Uitgevoerde veldwerkzaamheden (Deel-)locatie (oppervlakte)
Veldwerkzaamheden Uitvoering boring met peilbuis boring tot 2,0 m -mv boring tot 0,5 m -mv
Onderzoekslocatie (circa 1.700 m2)
Aantal 1 2 8
Codering boring nr. 1 nrs. 2 en 3 nrs. 4 t/m 11
De situering van de onderzoekslocatie en de boringen is weergegeven op de situatietekening in bijlage 2. Zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. De bodemkundige beoordeling van de boringen is weergegeven op de boorprofielen in bijlage 3. Veldmetingen grondwater In tabel 3.2 zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3.2: Resultaten veldmetingen grondwater Peilbuis
Filterstelling (cm -mv)
Grondwaterstand (cm -mv)
pH (-)
Ec (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
1
190-290
140
7,2
120
<10
De gemeten waarden voor de zuurgraad en geleiding zijn normaal voor de omgeving waarin de onderzoekslocatie zich bevindt. De troebelheid van het grondwatermonster voldoet niet aan de verwachte natuurlijke waarde (0-10 NTU). Het meten van een verhoogde troebelheid is overigens niet bezwaarlijk maar kan gebruikt worden bij de interpretatie van de analyseresultaten. 3.2 Laboratoriumonderzoek De chemische analyses van de grond en het grondwater zijn uitgevoerd in het geaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico. De samenstelling van de te analyseren monsters heeft plaatsgevonden op basis van de resultaten van het veldonderzoek. De monsters zijn dusdanig geselecteerd dat, na uitvoering van de analyses, een zo representatief mogelijk beeld verkregen wordt van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Tabel 3.3: Samenstelling (meng)monsters en analyses Deellocatie
Codering
Deelmonster: boring met monstertraject
Analysepakket
(meng)monster (cm -mv) Onderzoekslocatie MMbg1 2, 4, 5, 6, 7 (0-50) NEN 5740 basispakket grond* MMbg2 1, 3, 8, 9, 10, 11 (0-50) NEN 5740 basispakket grond MMog 1, 3 (30-180), 2 (50-200) NEN 5740 basispakket grond Peilbuis 1 Peilbuis 1 (filter: 190-290) NEN 5740 basispakket grondwater** * droge stof, zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, PAK-10, PCB, organisch stofgehalte en lutum ** zware metalen (Ba, Cd, Co, Cu, Hg, Pb, Mo, Ni en Zn), minerale olie, aromatische en chloorhoudende verbindingen, zuurgraad en geleiding
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220148/JvdM 4
Blad : 5 van 7
TOETSINGSKADER De gemeten gehalten aan verontreinigende stoffen in de grond worden beoordeeld op basis van “AW 2000” (TNOrapport 2006-U-R0044/A; maart 2006) en de “Circulaire Bodemsanering 2013” (Staatscourant, nummer 16675, 27 juni 2013). In deze regelgeving zijn normen aangegeven voor het vaststellen van bodemvervuiling aan de hand van achtergrond-, tussen- en interventiewaarden. Voor het grondwater wordt in plaats van de achtergrondwaarde, de streefwaarde gebruikt als toetsingscriterium. Barium De norm voor barium in grond is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. Het beoordelingsniveau van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden, waaraan verontreinigende stoffen worden getoetst, is in onderstaande tabel weergegeven: Tabel 4.1: Interpretatie van de achtergrond-, tussen- en interventiewaarden (Wbb) Beoordelingsniveau verontreinigende stof
Waardering
Toelichting
≤ Achtergrond-/streefwaarde (of detectiegrens)
niet verontreinigd
> Achtergrond-/streefwaarde ≤ Tussenwaarde
licht verhoogd
> Tussenwaarde ≤ Interventiewaarde
matig verhoogd
> Interventiewaarde
sterk verhoogd
De achtergrond-/streefwaarde geeft het uiteindelijk te bereiken kwaliteitsniveau van de bodem aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier en plant heeft volledig hersteld zijn. Naast de streef-/achtergrond- en interventiewaarden worden de gemeten waarden getoetst aan het criterium (A/S+I)/2, de zogenaamde tussenwaarde. Bij overschrijding van de tussenwaarde bestaat er een vermoeden van een ernstige bodemverontreiniging en wordt nader onderzoek noodzakelijk geacht. De interventiewaarde geeft het niveau aan waarbij verontreinigingen in de bodem zodanig zijn dat er een ernstige of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier en plant. Bij gehalten boven de interventiewaarde en een bepaalde hoeveelheid verontreinigde grond/sediment (≥25 m3) of grondwater (≥100 m3), is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.
Bodemtypecorrectie Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de gemeten gehalten middels een bodemtypecorrectie omgerekend naar standaardbodem. De wijze van omrekening is beschreven in bijlage G, onderdeel III van de Regeling Bodemkwaliteit. Besluit Bodemkwaliteit De regels voor de afvoer van grond zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit. De analyseresultaten zijn indicatief getoetst aan de achtergrondwaarden en maximale waarden voor grond en baggerspecie zoals deze zijn opgenomen in de “Regeling bodemkwaliteit” (bijlage B, tabel 1). Opgemerkt dient te worden dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de AP-04 richtlijnen zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220148/JvdM 5 5.1
Blad : 6 van 7
ANALYSERESULTATEN EN TOETSING Grond De analyseresultaten en interpretatie van de grond is weergegeven in tabel 5.1. Tabel 5.1: Interpretatie analyseresultaten grond Monster Boringnrs. met monstertraject (cm -mv) > AW -
Mate van verontreiniging Wbb >T -
>I -
Bodemkwaliteitsklasse Bbk*
MMbg 1
2, 4, 5, 6, 7 (0-50)
MMbg2
1, 3, 8, 9, 10, 11 (0-50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMog
1, 3 (30-180), 2 (50-200)
-
-
-
Altijd toepasbaar
> AW >T >I *
Altijd toepasbaar
: geen overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde : indicatieve toetsing bij toepassing op landbodem
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5. 5.2
Grondwater De analyseresultaten en interpretatie van het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 is weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2: Interpretatie analyseresultaten grondwater Peilbuis Filtertraject (cm -mv) 1 >S >T >I
190-290
>S
Mate van verontreiniging Wbb >T
>I
Molybdeen
-
-
: geen overschrijding : overschrijding van de streefwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
Rapportnummer : 220148/JvdM 6 6.1
Blad : 7 van 7
SAMENVATTING EN CONCLUSIE Samenvatting In opdracht van Rho Adviseurs is door WMR Rinsumageest bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd aan de Ds. Marinus Mooijstraat in Oudebildtzijl. Aanleiding van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van woningen. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de NEN 5740 en NEN 5725 volgens de onderzoeksstrategie voor een onverdachte nietlijnvormige locatie (ONV-NL). Ter plaatse van de onderzoekslocatie (oppervlakte circa 1.700 m2) zijn één boring (nr. 1) tot 2,9 m -mv, één boring (nr. 2) tot 2,0 m -mv en acht boringen (nrs. 3 t/m 11) tot 0,5 m -mv verricht. Boring 1 is afgewerkt met een peilbuis. Het maaiveld en de opgeboorde grond van iedere boring is zintuiglijk beoordeeld op het voorkomen van bodemvreemde en/of asbestverdachte materialen. Hierbij zijn geen bijzonderheden waargenomen. Van zowel de boven- als ondergrond is een mengmonster samengesteld. Van het grondwater is separaat een monster genomen.
De monsters zijn geanalyseerd op de parameters uit het basispakket van de NEN 5740 De analyseresultaten van het verkennend bodemonderzoek zijn als volgt: - in beide mengmonsters van de bovengrond (MMbg1 en MMbg2) zijn geen verhoogde gehalten gemeten; - in het mengmonster van de ondergrond (MMog) zijn eveneens geen verhoogde gehalten gemeten; - in het grondwater (peilbuis 1) is voor molybdeen een licht verhoogde concentratie gemeten.
6.2
Evaluatie Hieronder volgt een beknopte bespreking van de geconstateerde verontreinigingen. Verhoogde concentraties in het grondwater Van zware metalen is het bekend dat deze in (sterk) verhoogde concentraties in het grondwater voor kunnen komen zonder dat voor deze metalen verhoogde gehalten in de grond worden gemeten of er een andere directe verontreinigingsbron aanwezig is (verspreiding vanuit de omgeving). De gemeten concentratie aan molybdeen heeft vermoedelijk dan ook een natuurlijke oorzaak. De gemeten concentratie is daarnaast dusdanig (alleen overschrijding van de streefwaarde) dat een aanvullend onderzoek naar deze parameter niet noodzakelijk is.
6.3
Conclusie Op basis van de verhoogde gehalten in het grondwater is de gestelde onderzoekshypothese, een onverdachte locatie, formeel gezien niet juist. De gehalten zijn echter dusdanig dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk is. Vanuit milieuhygiënisch oogpunt zijn er geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouwplannen.
6.4
Aanbevelingen Afvoer van grond Bij afvoer van grond vanaf het perceel dient rekening te worden gehouden met de regels van het Besluit Bodemkwaliteit. De mengmonsters zijn indicatief getoetst aan de normen van het Besluit Bodemkwaliteit. Alle mengmonsters van de grond worden beoordeeld als klasse Achtergrondwaarde (altijd toepasbaar). Opgemerkt moet worden dat dit een indicatieve toetsing betreft en dat de veldwerkzaamheden en chemische analyses niet conform de eisen van het besluit Bodemkwaliteit zijn uitgevoerd. Aan de resultaten van dit onderzoeksrapport kunnen daarom niet dezelfde rechten worden ontleend als aan een partijkeuring die conform Besluit Bodemkwaliteit is uitgevoerd. Opmerking betrouwbaarheid onderzoek Benadrukt moet worden dat het onderzoek een verkennend karakter heeft en de mogelijkheid bestaat dat lokale afwijkingen in bodemsamenstelling en/of bodemkwaliteit binnen de onderzoekslocatie aanwezig kunnen zijn. Tijdens de uitvoering van grondwerkzaamheden dient men hier alert op te zijn.
Verkennend bodemonderzoek Ds. Marinus Mooijstraat, Oudebildtzijl
WMR Rinsumageest bv
BIJLAGE 1 (VAN 5) - Kadastrale kaart
Kadastrale kaart
Uw referentie: WMR
Deze kaart is noordgericht
12345 25
Schaal 1: 500
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Lieve Vrouwe Parochie B 1524
Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 11 maart 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
BIJLAGE 2 (VAN 5) - Situatietekening
BIJLAGE 3 (VAN 5) - Boorprofielen
Boorstatenlegenda
SMART Classificaties volgens de (Lutum+Silt)-Zand-Grind-driehoek Grind
Classificaties volgens de Lutum-Silt-Zand-driehoek Klei
Grind, siltig
Klei, zwak siltig
Grind, zwak zandig
Klei, matig siltig
Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
Grind als toevoeging
Klei, matig zandig
zwak grindig matig grindig
Klei, sterk zandig
Zand
sterk grindig
Zand, kleiig Zand, zwak siltig
Classificaties volgens de OS-Lutum-(Silt+Zand)-driehoek
Zand, matig siltig
Veen Mineraalarm veen
Zand, sterk siltig
Veen, zwak kleiig
Zand, uiterst siltig
Veen, sterk kleiig
Leem Leem, zwak zandig
Veen, zwak zandig Leem, sterk zandig Veen, sterk zandig
Bijzondere lagen
Veen als toevoeging zwak humeus
Grind
matig humeus
Asfalt
sterk humeus
Granulaat Slakken
Laagaanduidingen
Tegel
Laag zonder dikte (folie, geodoek)
Bestrating
Proefsleuf (PS) Boorgat afgesloten ww: 15 l
~ ~
Hoeveelheid werkwater
Water Slib
Peilbuizen
Anders
mv.+10cm Hoogte boven het maaiveld Peilbuis Bentoniet Casing
Monsters Geroerd grondmonster
Bentoniet Filter
Steekbus
Filtergrind Grondwaterstand
Detectie Olie/water-reactie 1 = zwak 2 = matig 3 = sterk 4 = uiterst
PID waarden < 0,2 ppm 0,2 - 1,0 ppm 1,0 - 2,0 ppm 2,0 - 10 ppm > 10 ppm
getekend volgens NEN 5104
boorstaten
220148 Ds. Marinus Mooijstraat Oudebildtzijl
Boring B1 (290cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz3h1
Klei, sterk zandig, zwak humeus. Beige-donkergrijs.
--
Kz2
Klei, matig zandig. Bruin-donkergrijs.
--
Kz3
Klei, sterk zandig. Donkergrijs. IJzer/Oer/Gley matig.
--
Kz3
Klei, sterk zandig. Donkergrijs. IJzer/Oer/Gley matig.
--
200cm
Zs2
Zand, matig siltig. Grijs-donkerblauw. Schelpen zwak.
--
250cm
Zs2
Zand, matig siltig. Grijs-donkerblauw. Schelpen zwak.
--
2 50cm
3 100cm
4 150cm
5
Zs2 300cm
Zand, matig siltig. Grijs-donkerblauw. Schelpen zwak.
--
Boormeester: J.R. Duinstra
Boring B2 (200cm) (1:50)
50cm
100cm
150cm
datum: 24-02-2022
1
Kz3h1
Klei, sterk zandig, zwak humeus. Bruin-donkergrijs.
--
Kz2
Klei, matig zandig. Blauw-donkergrijs. IJzer/Oer/Gley zwak.
--
Kz2
Klei, matig zandig. Blauw-donkergrijs. IJzer/Oer/Gley zwak.
--
Kz3
Klei, sterk zandig. Blauw-donkergrijs.
--
2
3
4
200cm
Boormeester: J.R. Duinstra
projectnummer
220148
blad
1/4
locatieadres
Ds. Marinus Mooijstraat
locatie
VO Oudebildtzijl opdrachtgever
Rho Adviseurs bureau
WMR Rinsumageest
postcode / plaats
Oudebildtzijl land
Nederland getekend volgens NEN 5104
boorstaten
220148 Ds. Marinus Mooijstraat Oudebildtzijl
Boring B3 (230cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz3
Klei, sterk zandig. Bruin-donkerbeige.
--
Kz2
Klei, matig zandig. Donkergrijs. IJzer/Oer/Gley zwak.
--
Kz3
Klei, sterk zandig. Blauw-donkergrijs. IJzer/Oer/Gley zwak.
--
Kz3
Klei, sterk zandig. Beige-donkergrijs. IJzer/Oer/Gley zwak.
--
Zs2
Zand, matig siltig. Blauw-donkergrijs.
--
2 50cm
3 100cm
4 150cm
5 200cm
250cm
Boormeester: J.R. Duinstra
Boring B4 (50cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz1h1
Klei, zwak zandig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.
--
50cm
Boormeester: J.R. Duinstra
Boring B5 (50cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz1h1
Klei, zwak zandig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.
--
50cm
Boormeester: J.R. Duinstra
projectnummer
220148
blad
2/4
locatieadres
Ds. Marinus Mooijstraat
locatie
VO Oudebildtzijl opdrachtgever
Rho Adviseurs bureau
WMR Rinsumageest
postcode / plaats
Oudebildtzijl land
Nederland getekend volgens NEN 5104
boorstaten
220148 Ds. Marinus Mooijstraat Oudebildtzijl
Boring B6 (50cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz1h1
Klei, zwak zandig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.
--
50cm
Boormeester: J.R. Duinstra
Boring B7 (50cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz1h1
Klei, zwak zandig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.
--
50cm
Boormeester: J.R. Duinstra
Boring B8 (50cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz1h1
Klei, zwak zandig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.
--
50cm
Boormeester: J.R. Duinstra
Boring B9 (50cm) (1:50)
datum: 24-02-2022
1
Kz1h1
Klei, zwak zandig, zwak humeus. Grijs-donkerbruin.
--
50cm
Boormeester: J.R. Duinstra
projectnummer
220148
blad
3/4
locatieadres
Ds. Marinus Mooijstraat
locatie
VO Oudebildtzijl opdrachtgever
Rho Adviseurs bureau
WMR Rinsumageest
postcode / plaats
Oudebildtzijl land
Nederland getekend volgens NEN 5104