07-12-2025 Onderzoeksrapport realisatie coalitieakkoord Waadhoeke
Tekst van het document
Een ander voorbeeld betreft de ambitie om armoede te voorkomen, te bestrijden en te verzachten. Deze ambitie wordt vertaald naar het ondersteunen van gedupeerden van de toeslagenaffaire. Ook hier betreft het een vrij specifieke concretisering en ook hier kan gesteld worden dat inhoudelijk het veronderstelde verband tussen de activiteit en de ambitie valide is. De ambities zoals opgenomen in het collegeprogramma zijn zeer open geformuleerd. Dit maakt, dat van iedere ambitie uit de steekproef gesteld kan worden dat zij zijn gerealiseerd, maar tegelijkertijd dat zij nog niet zijn gerealiseerd. “Ondernemers krijgen ruimte en kansen voor duurzame ontwikkeling waar mogelijk met maatwerk”, is hier een goed voorbeeld van. De gemeente zal immers altijd in zekere zin een bijdrage leveren aan deze ambitie, terwijl tegelijkertijd gesteld kan worden dat er altijd meer ruimte en kansen geboden kunnen worden. Als gevolg van deze formuleringssystematiek krijgt de
80
De realisatie van het coalitieakkoord
beoordeling van de mate waarin deze ambitie nu daadwerkelijk is gerealiseerd, een sterk politiek normatief karakter. Als de activiteiten van het collegeprogramma nader worden geanalyseerd, valt in lijn met de vorige constatering op, dat deze veelal dusdanig zijn geformuleerd dat de activiteiten in zeker opzicht altijd worden uitgevoerd en gerealiseerd, terwijl de activiteiten aan de andere kant altijd zullen blijven doorlopen. Het stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht, is bijvoorbeeld een activiteit, waarvan gesteld kan worden dat de gemeente deze altijd tot op zekere hoogte uitvoert, terwijl deze activiteit vermoedelijk altijd wel gecontinueerd zal worden. Deze constatering geldt voor vrijwel alle formuleringen van activiteiten uit de steekproef. Het geven van voorlichting over goede voorbeelden in het kader van een levendig en vitaal sportklimaat wordt altijd in zekere mate uitgevoerd en is tegelijkertijd nooit afgerond.
Dit geldt evenzeer voor het zorgdragen dat taal geen barrière vormt om mee te kunnen doen in Waadhoeke, het versterken van de samenhang tussen jeugd- en veiligheidsbeleid, het ondersteunen van gedupeerden van de toeslagenaffaire, het actief inzetten op de ontwikkelingen in de huidige cultuurnota, het dusdanig inrichten van de openbare ruimte dat deze uitnodigt tot sporten, spelen, bewegen en ontmoeten, meer aandacht besteden aan bewustwording over ondermijning, het ruimte bieden aan jongeren zelf, het rekening houden in het vestigingsbeleid met de impact op de omgeving, etc. Hoewel de toelichtingen uit het collegeprogramma concreter zijn, geldt de vorige constatering evenzeer voor de toelichtingen. Ook hier is de formulering dusdanig gekozen, dat de activiteit vrijwel altijd tot op zekere hoogte is uitgevoerd en aan de andere kant nooit is afgerond. De toelichting op de activiteit ‘stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht’ vermeldt bijvoorbeeld: “We zetten in op bewegen en spelen in de openbare ruimte. Dit doen we door extra op speeltuinen in te zetten”. Ook hiervan kan gesteld worden dat deze activiteit in zekere zin altijd wordt uitgevoerd. Aan de andere kant zullen deze activiteiten nooit zijn afgerond.
De formulering uit het collegeprogramma geeft immers geen eindpunt aan en de gemeente zal vermoedelijk in zekere zin altijd blijven inzetten op speeltuinen. Ook andere toelichtingen hanteren deze systematiek: “We gaan na waar en stimuleren dat sportaccommodaties voor meerdere doeleinden gebruikt kunnen worden”, “We werken samen met o.a. bibliotheken om laaggeletterdheid te voorkomen en terug te dringen”, “We zetten cultuur in bij maatschappelijke en sociale vraagstukken”, “We geven verder uitvoering aan het plan van aanpak ondermijning waarbij ingezet wordt op bewustwording”, etc., zijn formuleringen waarvan gesteld kan worden dat de gemeente deze activiteiten altijd in zekere mate uitvoert en waarvan eveneens gesteld kan worden dat deze activiteiten geen eindpunt hebben. Het betreft feitelijk doorlopende activiteiten. Ook in de ambtelijke reactie wordt deze constatering bevestigd: “Feitelijk zijn de activiteiten rondom het mee kunnen doen van inwoners wat betreft taal, altijd in uitvoering. Beeldbrieven en leesbare brieven moeten up-to-date gehouden worden. En ook het vinden en bereiken van laaggeletterde inwoners blijft altijd een aandachtspunt. Dit is nooit volledig gerealiseerd. Zoals hierboven ook al aangegeven is deze ambitie blijvend in uitvoering. Het blijft een aandachtspunt. Op voorhand is niet
81
De realisatie van het coalitieakkoord
bepaald wat er precies gedaan moest worden om deze ambitie te realiseren” (Ambtelijke reactie op de ambitie dat alle inwoners de kans krijgen om mee te doen). De consequentie van deze systematiek is, dat altijd gesteld kan worden dat deze activiteiten worden uitgevoerd en overigens ook nog in uitvoering zijn. Ernstiger is echter, dat bij deze manier van formuleren het tegendeel niet kan worden aangetoond. Niet eenvoudig kan immers gesteld worden, dat niet (voldoende) wordt ingezet op bewegen en spelen in de openbaren ruimte, of dat de gemeente cultuur niet inzet bij maatschappelijke en sociale vraagstukken. Dit maakt, dat reflectie of controle vanuit de raad op het collegeprogramma vrij lastig is en dit geldt evenzeer voor de mogelijkheden van de raad om bij te sturen op dit collegeprogramma. Toch wordt niet bij iedere geselecteerde activiteit geopteerd voor dergelijke formuleringen. Het creëren van beweegruimten, behorende bij het stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht, is bijvoorbeeld een toelichting, waarvan nagegaan kan worden of dit daadwerkelijk is gedaan. “Het voortzetten van de inzet van de verenigingsondersteuner in de komende 2 jaar” is eveneens een formulering waarvan nagegaan kan worden of dit daadwerkelijk is gedaan.
Het ontwikkelen van beeldbrieven, het informeren van gedupeerden van de toeslagenaffaire, het maken van een businesscase voor het netwerkcentrum “De opstap”, het starten van een bestemmingsplanprocedure en het inzetten van extra formatie om de woningbouw te versnellen, zijn ook formuleringen waarvan kan worden nagegaan of dit daadwerkelijk is gedaan en die tevens na uitvoering zijn afgerond. Hoewel op basis van de formuleringen van activiteiten in het collegeprogramma een analyse van de voortgang van activiteiten dus niet altijd mogelijk is, is dit wel tot op zekere hoogte mogelijk op basis van de ambtelijke reacties. Zo verwijst de toelichting bij het extra inzetten op speelvoorzieningen naar een presentatie, waarin wordt gesteld dat de herinrichting van speeltuinen niet conform het uitvoeringsplan is uitgevoerd omdat het benodigde budget niet is opgenomen in de begroting. Dit kan impliceren, dat de voorgenomen activiteiten niet geheel volgens planning of ambitie worden uitgevoerd. Ook de ambtelijke reactie met betrekking tot het netwerkcentrum “De Opstap” biedt een goed voorbeeld van een reactie, waarin wordt ingegaan op de mate waarin activiteiten daadwerkelijk gerealiseerd worden. Aan de hand van deze reactie en de analyse van de documenten, kan geconstateerd worden dat op 28 november 2023 de beoogde businesscase wordt besproken in het college.
Op 21 mei 2024 besluit het college om het bestuur van NWC de Opstap te adviseren om haar activiteiten voort te zetten. Terecht wordt in het collegevoorstel van 21 mei 2024 gesteld, dat besluitvorming over de voorzetting enkel door NWC De Opstap zelf genomen kan worden. Daarmee is de beoogde gemeentelijke activiteit feitelijk afgerond, hoewel in de ambtelijke reactie wordt gesteld dat deze activiteit nog in uitvoering is, aangezien nog niet besloten is over een toekomstbestendig plan. Een volgend voorbeeld van een ambtelijke reactie die zeer concreet aangeeft in hoeverre de beoogde activiteit nu is uitgevoerd, biedt de reactie die wordt gegeven in het kader van het vestigingsbeleid.
82
De realisatie van het coalitieakkoord
Aangegeven wordt, dat de raad op 7 maart 2024 het bestemmingsplan vaststelt. In het bijbehorende raadsvoorstel wordt tevens aangegeven, dat het ontwerpbestemmingsplan met ingang van 11 april 2023 tot en met 21 mei 2023 ter inzage heeft gelegen en dat daar vier zienswijzen op zijn ingediend. Dit verklaart vermoedelijk het feit, dat de werkzaamheden medio 2023 nog niet konden worden gestart. In deze zelfde raadsvergadering wordt de grondexploitatie voor Kie fase 2 vastgesteld. Een andere voorbeeld, waarbij op grond van de ambtelijke reactie duidelijk wordt hoe de voortgang in activiteiten verloopt, betreft de reactie die in het kader van de samenwerking met de agrarische sector wordt gegeven. De reactie concretiseert deze activiteit naar Greidhoeke plus. Op 30 maart 2023 wordt de nieuwe werkwijze van Greidhoeke Plus door de raad onderschreven. Deze nieuwe werkwijze wordt toegelicht in het document Natuurinclusief Platteland in de Friese Kleiweide. Dit document bevat 12 actielijnen die worden gekoppeld aan vier deelgebieden. Deze actielijnen worden als zodanig echter niet van een planning voorzien. Op 22 oktober 2024 wordt de raad actief geïnformeerd over de voortgang. In deze voorgangsrapportage wordt niet alleen de financiële realisatie toegelicht, maar wordt tevens per actielijn aangegeven welke projecten in gang zijn gezet.
Per project wordt vervolgens de stand van zaken weergegeven. Aan de hand van de reactie en de analyse van de relevante documenten, kan geconstateerd worden, dat de relatief abstract geformuleerde activiteiten uit het collegeprogramma concreet zijn vertaald naar een document met actielijnen en dat hier integraal over wordt gerapporteerd. Het is echter niet altijd mogelijk om op basis van de ambtelijke reactie en toelichting de stand van zaken nader te duiden. In de uitgangspuntennotitie met betrekking tot het accommodatiebeleid, d.d. 15 april 2025, wordt niet aangegeven hoeveel accommodaties moeten worden omgezet naar multifunctionele accommodaties. Daarnaast wordt in deze notitie het multifunctioneel gebruik eerder als noodzakelijke oplossing voor leegstand of ruimtegebrek aangemerkt, dan als positief geformuleerde ambitie. Ook wordt niet duidelijk, in hoeverre de inzet van de verenigingsondersteuner nu geoptimaliseerd is en in hoeverre deze inzet voldoet aan de gestelde ambities op dit terrein. De activiteiten die in de ambtelijke reactie worden aangegeven in het kader van het taalbeleid hebben inderdaad betrekking op het taalbeleid en sluiten goed aan op de toelichting in het collegeprogramma. Deze activiteiten hadden echter vooraf zeer wel bepaald, omschreven en gepland kunnen worden.
Dan zou immers bezien kunnen worden in hoeverre de gemeente deze activiteiten daadwerkelijk uitvoert conform planning. Door de ambitie open te formuleren en niet op voorhand aan te geven welke activiteiten hier precies onder vallen en deze activiteiten niet te voorzien van een planning, kan nadien niet worden aangetoond of de uitgevoerde activiteiten nu geoptimaliseerd zijn of juist in mindere mate worden uitgevoerd. Het plan van aanpak Ketensamenwerking Jeugd wordt in april 2024 geconcipieerd en geeft invulling aan de activiteit om de samenhang tussen het jeugd- en veiligheidsbeleid te versterken. In dit plan van aanpak worden per kwartaal vrij concrete acties geformuleerd en wordt ook een trekker aangewezen voor deze acties (PvA, p. 6 en verder). De acties vallen daarbij onder de thema’s middelengebruik, (mentale) gezondheid, ondermijning en online. Het plan van aanpak biedt voldoende
83
De realisatie van het coalitieakkoord
aanknopingspunten om tijdens de uitvoering aan te geven welke onderdelen van het plan nu conform planning lopen en welke nog aandacht behoeven. Een nadere rapportage met betrekking tot dit plan is echter niet beschikbaar, zodat niet bezien kan worden in hoeverre dit plan conform wordt uitgevoerd. In het plan van aanpak worden onder ieder thema activiteiten opgenomen met een doorlopend karakter (DL), zodat in ieder geval de suggestie wordt gewekt, dat deze activiteiten nooit ten einde komen. Op basis van de ambtelijke reactie met betrekking tot de behandeling van aanvragen van gedupeerden van de toeslagenaffaire, wordt duidelijk, dat als men door de BD als gedupeerde wordt aangemerkt, de gemeente contact zoekt met deze gedupeerden. Vermoedelijk kan na dit contact een aanvraag worden ingediend, getuige de reactie. De reactie maakt echter niet duidelijk met hoeveel gedupeerden maandelijks contact wordt opgenomen (en met hoeveel niet), hoeveel aanvragen per maand het hier betreft, wat er met deze aanvragen gebeurt en met name wat de behandeltijd van aanvragen is. Ook wordt niet duidelijk in hoeverre sprake is van wachttijden. Hoewel het zonder meer klopt, dat niet bekend is hoeveel gedupeerden zich nog kunnen melden, kan uiteraard wel iets worden opgemerkt over het aantal contacten en aanvragen en over de gerealiseerde behandeltijd van de aanvraag.
De voorgenomen activiteiten uit het collegeprogramma met betrekking tot de cultuurnota vallen binnen het uitvoeringsprogramma Cultuur “Yn ferbining”. Op 8 maart 2021 wordt in het kader van actieve informatievoorziening dit uitvoeringsprogramma aangeboden aan de raad. In dit uitvoeringsprogramma worden per thema zeer concrete ambities benoemd en voorzien van indicatoren. Zo wordt bijvoorbeeld gesteld dat met een cultuurplatform gestart gaat worden en dat jaarlijks twee bijeenkomsten van dit cultuurplatform worden georganiseerd. Deze activiteiten worden ook van een termijn voorzien en daarbij valt op, dat de meeste activiteiten doorlopend zijn. Op 7 maart 2024 wordt een tussenevaluatie aangeboden aan de gemeenteraad. Hiermee wordt de raad geïnformeerd over de inzet en de resultaten over de periode 2020-2023 (Raadsmemo, 7 maart 2024). De tussenevaluatie zou in beginsel een goede mogelijkheid kunnen bieden om aan te geven wat de stand van zaken is ten aanzien van het uitvoeringsprogramma. Bij de analyse van deze tussenevaluatie valt echter op, dat niet per activiteit uit het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven in hoeverre deze activiteit daadwerkelijk is uitgevoerd en hoe de opgevoerde indicatoren zich ontwikkeld hebben. Weliswaar worden de drie thema’s aangehouden, maar specifieke aansluiting op het uitvoeringsprogramma per activiteit ontbreekt.
Op 6 april 2021 wordt het plan van aanpak Ondermijning vastgesteld door het college. Dit plan zet in op bewustwording en preventie, versterken informatiepositie, wijzigingen in lokale wet- en regelgeving en aanpak concrete signalen. Dit plan vormt een goede basis voor de beoogde activiteit uit het collegeprogramma om verder uitvoering aan dit plan te geven. Het plan van aanpak bevat een aantal concrete acties, die op jaarbasis worden weergegeven (PvA, p. 10 en 11). Onduidelijk is echter, in hoeverre deze acties nu daadwerkelijk en conform de planning zijn uitgevoerd. Op 25 juni 2024 wordt een onderzoek gepresenteerd aan de raad met betrekking tot ondermijning in Friesland, maar dit onderzoek is niet specifiek gerelateerd aan het plan van aanpak.
84
De realisatie van het coalitieakkoord
In een enkele casus uit de steekproef is de relatie tussen de voorgenomen activiteit en de ambtelijke reactie moeilijker te traceren. Zo wordt bij het bieden van ruimte en verantwoordelijkheid aan de jongeren zelf verwezen naar de uitvoeringsovereenkomst, die de gemeente op 8 april 2025 met de stichting Connexa aangaat. Onder de ambities en indicatoren, zoals opgenomen in deze overeenkomst, wordt niet vermeld, dat jongeren zelf uitgedaagd worden om met initiatieven te komen en zelf de regie te nemen. Wellicht kan bij de indicator “jongeren zijn betrokken bij het opzetten en openhouden van ontmoetingsplekken” deze activiteit worden ingelezen, maar in ieder geval wordt in deze overeenkomst niet expliciet verwezen naar de activiteit, zoals omschreven in het collegeprogramma. Niet duidelijk wordt, waar deze ambitie en voorgenomen activiteit expliciet staat opgenomen in de verstrekte overeenkomst. Ook niet duidelijk wordt, hoe deze activiteit nu precies uitgevoerd gaat worden en hoe getraceerd wordt of deze activiteit naar tevredenheid wordt uitgevoerd. De ambtelijke reactie die betrekking heeft op de voorgenomen activiteit ten aanzien van arbeidsparticipatie, wordt vertaald naar het Werkleerbedrijf Empatec. Op 21 december 2023 bespreekt de raad de tweede wijziging gemeenschappelijke regeling Fryslân-West en het implementatieplan businesscase werkleerbedrijf Empatec.
In dit implementatieplan staan diverse activiteiten beschreven op het gebied van governance, organisatie-inrichting en samenwerkingsafspraken. Deze worden tevens voorzien van een planning. Het plan gaat tevens in de op financiën. Op basis van de reactie wordt echter niet duidelijk in hoeverre de daadwerkelijke implementatie nu volgens dit plan verloopt. Zodoende kan niet getraceerd worden of de implementatie afwijkt van het oorspronkelijke plan en of bijsturing noodzakelijk is. De ambtelijke reactie die in het kader van het versnellen van de woningbouw wordt gegeven, verwijst naar de woningbouwprojecten en het afsluiten van woondeals. De woondeals zijn op 20 april 2023 ondertekend. Nu rijst uiteraard de vraag in hoeverre het woningbouwprogramma eind 2022 daadwerkelijk is geactualiseerd, zoals wordt beoogd in het collegeprogramma. 8 december 2022 richt het college een memo aan de raad, waarin de raad wordt geïnformeerd over de voorgang met betrekking tot het woningbouwprogramma. Daarbij wordt in een bijlage tevens per kern aangegeven wat de status is (onderzoeksfase, voorbereidingsfase of realisatiefase) en om hoeveel woningen het gaat. De titel van deze bijlage is Woningbouwprogramma. Geconstateerd kan dus worden, dat eind 2022 een woningbouwprogramma is opgeleverd. Na deze datum is echter geen geactualiseerd woningbouwprogramma op de site te vinden.
Wel bevat de website van de gemeente een koppeling naar woningbouwplannen, waar inzichtelijk wordt gemaakt hoeveel woningen gerealiseerd gaan worden per kern, of er grond is aangekocht, of er woningbouw voornemens is, etc. Op 12 maart 2024 geeft het college een presentatie over de voortgang van het woningbouwprogramma (Agenda Kernteam, 12 maart 2024). Een overzicht waarin het geactualiseerde woningbouwprogramma wordt afgezet tegen de realisatie, ontbreekt echter. Een nadere analyse leert, dat de formuleringen uit het collegeprogramma bepalend zijn voor de mate waarin nadien kan worden geverifieerd in hoeverre activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Doorgaans bieden concretere formuleringen meer mogelijkheid op om later aan te geven in hoeverre de beoogde activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. Een nadere analyse leert ook, dat in een aantal
85
De realisatie van het coalitieakkoord
ambtelijke reacties verwezen wordt naar specifieke plannen en beleid. Doorgaans worden deze plannen van een concrete planning voorzien, waarin staat aangegeven wat in welk jaar gedaan moet worden. Vervolgens valt op, dat weinig rapportages voorhanden zijn waarin wordt aangegeven in hoeverre de planning nu conform wordt uitgevoerd.
6.4 Overige aandachtspunten De tussenbalans gaat zeer systematisch in op alle activiteiten, zoals omschreven in het collegeprogramma. De enige uitzondering hierop betreft het voortzetten van het huidige beleid voor meertaligheid (onder het subthema Vrije tijd). Deze activiteit wordt opgevoerd in het collegeprogramma, maar niet in de tussenbalans. Gesteld kan worden, dat de tussenbalans het collegeprogramma nagenoeg volledig afdekt. Vervolgens rijst de vraag in hoeverre de informatie voldoende focus aanbrengt en relevant is. Per activiteit wordt aangegeven in hoeverre een activiteit is afgerond, nog in uitvoering is of uit de planning loopt. Met name voor die laatste categorie is het van belang, dat een goede toelichting wordt gegeven. De tussenbalans geeft een toelichting op activiteiten die buiten de planning lopen. Deze toelichtingen zijn echter zeer summier en geven weinig nadere duiding. Zo vermeldt de tussenbalans, dat het vervangen van zwembad Bloemketerp door een duurzame openbare zwemvoorziening uit de planning loopt. Als toelichting wordt dan vermeld: “is afhankelijk van besluitvorming locatiekeuze scholen/zwembad” (Tussenbalans, p. 10).
Hoewel de locatiekeuze zonder meer van invloed is op het vervangen van een zwembad, rijst hier de vraag waarom die besluitvorming dan uit de planning loopt en of mogelijkheden worden onderzocht hoe men deze activiteit weer binnen de planning kan uitvoeren. Bij het onderzoeken of mensen met afstand tot de arbeidsmarkt ingezet kunnen worden voor dienstverlening langs recreatieve routes en plekken, wordt in de toelichting vermeld dat “in de eerste jaren de inzet volop geweest voor de implementatie Businesscase en wijziging van de GR Fryslân Werkt. Vanaf nu kunnen we starten met uitvoeringsprojecten” (Tussenbalans, p. 11). Ook hier rijst de vraag waarom de implementatie van de BC en de wijziging van de GR kennelijk uit de planning is gelopen en wat men precies onderneemt om de beoogde activiteiten weer binnen de planning uit te voeren. Onder het subthema bereikbaarheid staat aangegeven dat de activiteit ‘De mogelijkheden onderzoeken voor extra laadpalen op belangrijke plekken met veel bezoekers en die ook realiseren’ uit de planning loopt. Als toelichting wordt gegeven: “In totaal zijn nu 29 laadpalen operationeel, waarvan 3 zogenaamde ‘strategische’. Nog in procedure zijn strategische palen voor Boksum, Franeker, Achlum en Marsum. De plaatsing van de palen heeft helaas grotere vertraging opgelopen. Het blijkt erg lastig om onderaannemers bereid te vinden”.
Ook deze toelichting roept de vraag op, waarom onderaannemers minder bereid zijn om extra laadpalen te plaatsen en wat men doet om binnen de planning deze activiteit te realiseren.
86
De realisatie van het coalitieakkoord
Binnen het zelfde subthema bereikbaarheid wordt vermeld, dat de activiteit ‘Met het binnenstadmanagement in Franeker bekijken of de bevoorrading slimmer kan worden georganiseerd, zodat de verkeersdrukte afneemt’ uit de planning loopt. Als toelichting wordt gegeven: “Dit onderwerp zal in 2024 in de stuurgroep binnenstadsmanagement worden geagendeerd”. Deze toelichting gaat eveneens niet in op de oorzaak van de aangegeven vertraging. Bovendien rijst de vraag in hoeverre agendering in de stuurgroep voldoende is om deze activiteit weer binnen de planning te krijgen. Sommige toelichtingen lezen daarnaast minder zelfstandig. Zo wordt binnen het subthema wonen gesteld, dat de activiteit ‘De mogelijkheid onderzoeken om nieuw te bouwen op gemeentegrond, waarbij deze grond in erfpacht wordt uitgegeven aan de eigenaren’ uit de planning loopt. Als toelichting wordt het volgende vermeld: “Zoals teruggekoppeld in het kernteam woonvisie wordt er gekeken hoe het middel in te zetten”. Een dergelijke toelichting geeft niet aan waarom deze activiteit buiten de planning loopt en wat precies gedaan gaat worden om de uitvoering conform planning te laten verlopen. Daarnaast heeft deze toelichting geen betekenis als men niet op de hoogte is van een bijeenkomst van het kernteam woonvisie, die kennelijk is georganiseerd.
Een opmerkelijke vermelding in de tussenbalans betreft de activiteit ‘Voor iedere baby die geboren wordt een boom planten’. Deze activiteit loopt buiten de planning en als toelichting wordt gesteld: “Binnen de coalitie is nog onduidelijkheid over hoe hier invulling aan te geven” (Tussenbalans, p. 23). De vraag rijst hier in hoeverre deze voorgenomen activiteit wordt onderschreven door alle coalitiepartners. Het is denkbaar, dat deze activiteit in abstracto wordt onderschreven, maar dat discussie bestaat over de manier waarop deze activiteit concreet moet worden uitgevoerd. Aldus geformuleerd levert deze toelichting meer vragen op dan worden weggenomen. Een voorbeeld van een adequate toelichting betreft de toelichting die wordt gegeven bij de activiteit ‘Natuur- en milieueducatie structureel aanbieden om scholen om bewustwording bij kinderen en ouders te vergroten. Als de pilot succesvol is, zal dit onderdeel worden van het onderwijsbeleid’. Deze activiteit loopt uit de planning en als toelichting wordt het volgende opgevoerd: “De pilot is afgerond, maar heeft nog niet voldoende bouwstenen opgeleverd om hierover structurele samenwerking met het basisonderwijs aan te kunnen gaan. Daarom is er een 2e pilotjaar gepland voor schooljaar 20242025 om te komen tot een passend en structureel aanbod NME, waarbij ook het thema duurzaamheid wordt meegenomen.
Deze verlengde pilot wordt in nauwe samenwerking met het basisonderwijs opgezet en gemonitord” (Tussenbalans, p. 23). Deze toelichting geeft niet alleen aan waarom de activiteit uit de planning loopt, maar tevens aan wat men nu vervolgens gaat doen om deze activiteit alsnog uit te kunnen voeren. De activiteiten die zijn afgerond worden niet toegelicht. Het kan echter een goed inzicht in de hand werken, als wordt aangegeven hoe men tot het oordeel is gekomen dat een bepaalde activiteit is afgerond. De tussenbalans wordt op 26 juni 2024 door het college als actieve informatievoorziening aangeboden aan de raad. Hoewel de tussenbalans en de bijbehorende raadsmemo hier geen melding van maakt, wordt aangenomen, dat in de tussenbalans de laatst bekende informatie is meegenomen.
87
De realisatie van het coalitieakkoord
Het collegeprogramma zet de activiteiten uit in de jaren 2022, 2023 en 2024 en verder. De tussenbalans doet dit niet: de tussenbalans vermeld niet het jaartal waarin de voorgenomen activiteit oorspronkelijk gepland stond. Hierdoor gaat een belangrijk inzicht verloren. In het collegeprogramma worden bepaalde activiteiten bijvoorbeeld gepland voor het jaar 2022, zoals het onderzoeken hoe we goede voorbeelden van extra zorg in het onderwijs kunnen uitrollen. In de tussenbalans wordt deze activiteit op ‘in uitvoering’ gezet. Hier rijst uiteraard de vraag waarom deze activiteit niet in 2022 is afgerond en in hoeverre deze activiteit daadwerkelijk binnen de planning loopt, zoals de tussenbalans stelt. Het collegeprogramma plande deze activiteit immers in 2022, terwijl de tussenbalans dateert van 2024. Als de activiteit dan in 2024 nog in uitvoering is, ontstaat het beeld dat de uitvoering ofwel uit de planning loopt, ofwel dat deze activiteit een continue karakter heeft. Een ander voorbeeld betreft de Koornbeurs. Volgens het collegeprogramma zal de gemeente samenwerking op het gebied van cultuur stimuleren en daarbij krijgt de Koornbeurs een centrale rol. In het collegeprogramma staat deze activiteit gepland voor 2023, maar in de tussenbalans staat deze op ‘in uitvoering’.
Hier ontstaat hetzelfde beeld, dat de uitvoering ofwel uit de planning loopt (maar dan had dat in de tussenbalans moeten zijn aangegeven) ofwel dat het hier een continue activiteit betreft. Het is uiteraard mogelijk, dat enkele voorgenomen activiteiten uit het collegeprogramma een doorlopend karakter kennen, maar dan zou dit in de jaarplanning van het collegeprogramma moeten zijn aangegeven. Ook zou hier in de tussenbalans op ingegaan kunnen worden. Het is voor raadsleden immers van belang om te weten of activiteiten op een goed moment zijn afgerond of juist een doorlopend karakter hebben. Ook budgettair is dit van belang: voor continue activiteiten zal immers een structurele dekking gevonden moeten worden. Omdat van de activiteiten die op uitvoering worden gezet (en dat betreft het merendeel van de activiteiten) niet wordt aangegeven in welk jaar deze activiteiten zijn opgestart, gaat een tweede belangrijk inzicht verloren: zijn de activiteiten opgestart in het jaar zoals staat aangegeven in het collegeprogramma? Omdat de tussenbalans niet meer jaartallen werkt, kan geen antwoord op deze vraag gegeven worden. Gesteld kan worden, dat de tussenbalans een sterk accent legt op volledigheid en tijdigheid. Minder accent wordt gelegd op zelfstandigheid en relevantie. De toelichtingen die op afwijkingen worden gegeven, bevatten doorgaans geen verklaringen of oplossingsrichtingen.
Daarnaast wordt niet toegelicht waarom sommige activiteiten op afgerond worden gezet. Ook worden in de tussenbalans de activiteiten niet uitgezet naar jaartallen, zoals het collegeprogramma dat wel doet. De tussenbalans maakt in de inleiding melding van enkele ontwikkelingen, zoals de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne, hoge energiekosten en de toenemende druk op bestaanszekerheid. Daarnaast wordt in de inleiding gewezen op het accent dat wordt gelegd op Nabij Besturen in Waadhoeke. Het college geeft tevens aan, dat sommige punten ook wat achter blijven, zoals het actualiseren van het Beheerplan Scholen.
88
De realisatie van het coalitieakkoord
Bovenstaande opmerkingen hebben enkel betrekking op de tussenbalans. De analyse van de documenten die behoren bij de geselecteerde activiteiten leert namelijk, dat soms separaat over de activiteiten wordt gerapporteerd. Bij de separate rapportages die over de geselecteerde activiteiten worden aangeboden valt wel op, dat deze rapportages soms abstracter van aard zijn dan de oorspronkelijke planning. Ook zijn soms rapportages niet voorhanden. Het uitvoeringsprogramma Cultuur “Yn ferbining”, bevat per thema zeer concrete ambities en indicatoren. Bij de analyse van de tussenevaluatie valt dan op, dat niet per activiteit uit het uitvoeringsprogramma wordt aangegeven in hoeverre deze activiteit daadwerkelijk is uitgevoerd en hoe de opgevoerde indicatoren zich ontwikkeld hebben. Weliswaar worden de drie thema’s aangehouden, maar specifieke aansluiting op het uitvoeringsprogramma per activiteit ontbreekt. Het woningbouwprogramma dat eind 2022 wordt opgeleverd bevat zeer specifieke acties. Op 12 maart 2024 wordt de voortgang van dit programma toegelicht, maar hier wordt geen overzicht gepresenteerd, waarin de realisatie wordt afgezet tegen het programma. Soms zijn rapportages niet voorhanden. Zo worden in het plan van aanpak Ketensamenwerking per kwartaal vrij concrete acties opgevoerd.
Hier is echter geen nadere rapportage over beschikbaar gesteld (en ook op de site van de gemeenteraad niet gevonden). Ook het plan van aanpak Ondermijning kent geen follow up in de vorm een nadere rapportage: deze is eveneens niet beschikbaar gesteld of gevonden op de site van de gemeenteraad. Eenzelfde constatering betreft het implementatieplan met betrekking tot Empatec. Greidhoeke Plus geeft een voorbeeld van een rapportage die goed aansluit op de planning. Op 30 maart 2023 wordt de nieuwe werkwijze van Greidhoeke Plus door de raad onderschreven. Het bijbehorende document (Natuurinclusief Platteland) bevat vrij concrete actielijnen (hoewel deze niet van een planning worden voorzien). De rapportage over deze actielijnen, d.d. 22 oktober 2024, bevat niet alleen de financiële realisatie, maar in deze rapportage wordt tevens per actielijn en per project de stand van zaken weergegeven.
89
De realisatie van het coalitieakkoord
Hoofdstuk 7 Conclusies en aanbevelingen Naar aanleiding van dit onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken.
7.1 Betrouwbaarheid: traceerbaar en verifieerbaar De informatie uit de tussenbalans is over het algemeen te traceren en te verifiëren. De geselecteerde tien ambities zijn over het algemeen correct op ‘afgerond’ gezet in de tussenbalans. Zo is daadwerkelijk een voorstel voor de pilot Sport en Cultuur uitgewerkt om drempelloos te kunnen sporten en cultuur te kunnen beleven. Het dorpen- en wijkenfonds is daadwerkelijk geëvalueerd en ook is bijvoorbeeld de visie op de binnenstad heroverwogen. Het beheerplan van de gemeentelijke gebouwen is eveneens verifieerbaar geactualiseerd en dit geldt ook voor het beheerplan Openbaar Groen. In de meeste raads- en collegevoorstellen wordt daarbij expliciet verwezen naar het collegeprogramma. Een ander voorbeeld betreffen de startersleningen. Duidelijk en verifieerbaar is, dat de starterslening is ingevoerd. Tevens is traceerbaar en verifieerbaar de duurzaamheidslening en de verzilverlening aangeboden aan de raad. Het is echter niet altijd duidelijk wanneer een activiteit is uitgevoerd. De nieuwe functieomschrijving van de dorpen- en wijkencoördinatoren sluit aan op de ambitie om deze coördinatoren een ruimer takenpakket toe te kennen, maar onduidelijk is, wanneer deze omschrijving is vastgesteld, zodat niet geverifieerd kan worden of deze activiteit ten tijde van de tussenbalans correct op ‘afgerond’ is gezet.
Daarnaast zijn niet alle activiteiten en resultaten geheel traceerbaar. De uitspraak dat er geen witte vlekken in het buitengebied zijn op het gebied van glasvezel, kan bijvoorbeeld niet teruggeleid worden tot een gemeentelijke administratie. Een nadere analyse leert, dat Kabel Noord uitvoering geeft aan de aansluitingen in het buitengebied. De gemeente vervult hier een faciliterende rol en baseert deze uitspraak op een opgave van Kabel Noord zelf. Aangezien de gemeente zelf geen administratie hiervan bijhoudt en de opgave van Kabel Noord niet zichtbaar verifieert, kan deze uitspraak ook door de rekenkamer niet geverifieerd worden. Sommige ambities zijn deels te verifiëren, maar ook deels niet. Geverifieerd kan bijvoorbeeld worden, dat de prestatieafspraken met de corporaties zijn gemaakt, althans, als het persbericht hierover als basis wordt genomen. De realisatie van de ambitie om gemeentelijke standpunten tijdens de voorbereidende gesprekken in te brengen en deze standpunten op onderdelen zichtbaar te laten zijn in de afspraken, is echter niet te verifiëren. Dit hangt samen met de aard van de geformuleerde ambitie.
90
De realisatie van het coalitieakkoord
7.2 Betrouwbaarheid: consistentie De activiteiten uit het collegeprogramma die al gepland stonden in 2022, worden in de jaarstukken 2022 niet letterlijk opgevoerd. Dit hangt vermoedelijk samen met het feit, dat de jaarstukken aan moeten sluiten op de begroting. Het coalitieakkoord en het collegeprogramma zijn in 2022 vormgegeven, terwijl de begroting 2022 al in 2021 is vastgesteld. Het collegeprogramma kan dan dus niet zijn opgenomen in de begroting 2022, met als gevolg dat ook in de jaarstukken 2022 geen aansluiting gevonden kan worden met het collegeprogramma. Vanaf 2023 verandert dit, aangezien de begroting 2023 wel de ambities en de activiteiten uit het coalitieakkoord en het collegeprogramma heeft opgenomen, zodat ook de jaarstukken 2023 hierop in kunnen gaan. Dit heeft tot gevolg, dat aan de hand van de jaarstukken 2022 niet eenvoudig kan worden getraceerd in hoeverre de voorgenomen activiteiten in 2022 daadwerkelijk in uitvoering zijn. Als de ambities en activiteiten inhoudelijk worden bezien, kan echter gesteld worden, dat ook de jaarstukken 2022 activiteiten opvoeren, die over het algemeen goed aansluiten op de opgevoerde ambities uit het collegeprogramma. In het collegeprogramma wordt dan terecht aangegeven, dat deze activiteiten in 2022 al in uitvoering zijn.
In een enkel geval komen de ambities of de bijbehorende activiteiten uit het collegeprogramma in het geheel niet terug in de jaarstukken van 2022, hoewel het collegeprogramma stelt, dat deze activiteiten in 2022 al in uitvoering zijn. Het toegankelijk maken van gezonde voeding voor iedereen, het stimuleren van moestuinprojecten of initiatieven voor pluktuinen, worden bijvoorbeeld niet benoemd in de jaarstukken 2022, hoewel het collegeprogramma stelt, dat deze activiteiten in uitvoering zijn in 2022. Deze ambitie en activiteiten komen overigens wel expliciet terug in de jaarstukken van 2023. Hoewel de meeste ambities uit het collegeprogramma letterlijk terugkomen in de jaarstukken van 2023, is dit niet altijd het geval. Het realiseren van een aantrekkelijk woon- en werkklimaat met een landschap dat uitnodigt om te wandelen, te fietsen en te sporten, komt niet als zodanig terug in de jaarstukken 2023, hoewel deze ambitie ook gepland staat voor 2023. Als de bijbehorende activiteiten uit het collegeprogramma nader worden geanalyseerd, kan echter wel een inhoudelijke relatie met de jaarrekening 2023 worden geconstateerd. Over de geselecteerde cases wordt consistent gerapporteerd. Niet is geconstateerd dat een activiteit in de jaarstukken op afgerond wordt gezet, om deze activiteit nadien op ‘in uitvoering’ te zetten.
91
De realisatie van het coalitieakkoord
7.3 Validiteit: betrekking op ambities en activiteiten De tussenbalans gaat zeer systematisch in op alle activiteiten, zoals omschreven in het collegeprogramma. Daarmee kan geconstateerd worden, dat de verstrekte informatie uit de tussenbalans specifiek betrekking heeft op de ambities en activiteiten uit het coalitieakkoord en het collegeprogramma.
7.4 Validiteit: causale relatie tussen ambitie, activiteit en toelichting Over het algemeen wordt in het collegeprogramma een valide relatie gelegd tussen de ambitie, de activiteiten en de toelichting. Bij de ambitie om bereikbare en toegankelijke sportvoorzieningen te realiseren, wordt bijvoorbeeld als activiteit het stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht opgevoerd. Als toelichting wordt dan opgevoerd dat beweegtuinen gecreëerd worden en dat extra op speeltuinen wordt ingezet. Tussen deze ambitie, de activiteit en de toelichting bestaat inhoudelijk zeker een valide verband. Soms wordt een ambitie sterk geconcretiseerd naar activiteiten, waar andere activiteiten ook denkbaar zouden zijn. Aan de andere kant bestaat inhoudelijk zeker een valide verband tussen de geconcretiseerde activiteit en de ambitie.
7.5 Validiteit: wanneer is een ambitie gerealiseerd of een activiteit uitgevoerd? De ambities zoals opgenomen in het collegeprogramma zijn zeer open geformuleerd. Dit maakt, dat van iedere ambitie uit de steekproef gesteld kan worden dat zij zijn gerealiseerd, maar tegelijkertijd dat zij nog niet zijn gerealiseerd. “Ondernemers krijgen ruimte en kansen voor duurzame ontwikkeling waar mogelijk met maatwerk”, is hier een goed voorbeeld van. De gemeente zal immers altijd in zekere zin een bijdrage leveren aan deze ambitie (dan is de ambitie gerealiseerd), terwijl tegelijkertijd gesteld kan worden dat er altijd meer ruimte en kansen geboden kunnen worden (dan is de ambitie nog niet gerealiseerd). Als gevolg van deze formuleringssystematiek krijgt de beoordeling van de mate waarin deze ambitie nu daadwerkelijk is gerealiseerd, een sterk politiek normatief karakter. Als de activiteiten van het collegeprogramma nader worden geanalyseerd, valt in lijn met de vorige constatering op, dat deze veelal dusdanig zijn geformuleerd dat de activiteiten in zeker opzicht altijd worden uitgevoerd en gerealiseerd, terwijl de activiteiten aan de andere kant altijd zullen blijven doorlopen.
Het stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht, is bijvoorbeeld een activiteit, waarvan gesteld kan worden dat de gemeente deze altijd tot op zekere hoogte uitvoert, terwijl deze activiteit vermoedelijk altijd wel gecontinueerd zal worden. Deze constatering geldt voor vrijwel alle formuleringen van activiteiten uit de steekproef. Hoewel de toelichtingen uit het collegeprogramma concreter zijn, geldt de vorige constatering ook voor de toelichtingen, zij het in mindere mate. Ook hier is de formulering dusdanig gekozen, dat de activiteit vrijwel altijd tot op zekere hoogte is uitgevoerd en aan de andere kant nooit is afgerond. De toelichting op de activiteit ‘stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht’ vermeldt bijvoorbeeld: “We zetten in op bewegen en spelen in de openbare ruimte. Dit doen we door extra op
92
De realisatie van het coalitieakkoord
speeltuinen in te zetten”. Ook hiervan kan gesteld worden dat deze activiteit in zekere zin altijd wordt uitgevoerd. Aan de andere kant zullen deze activiteiten nooit zijn afgerond. Toch wordt niet bij iedere geselecteerde activiteit in de toelichting geopteerd voor dergelijke formuleringen. Bij de bovengenoemde activiteit ‘stimuleren van spelen, bewegen en ontmoeten in de buitenlucht’, wordt bijvoorbeeld naast de bovengenoemde toelichting ook vermeld: “het creëren van beweegtuinen”. Van deze activiteit kan in een later stadium bezien worden of en hoeveel beweegtuinen zijn gecreëerd. De consequentie van deze systematiek van open formuleren is, dat altijd gesteld kan worden dat deze activiteiten worden uitgevoerd en overigens ook nog niet zijn afgerond. Ernstiger is echter, dat bij deze manier van formuleren het tegendeel niet kan worden aangetoond. Niet eenvoudig kan immers gesteld worden, dat niet (voldoende) wordt ingezet op bewegen en spelen in de openbaren ruimte, of dat de gemeente cultuur niet inzet bij maatschappelijke en sociale vraagstukken. Dit maakt, dat reflectie of controle vanuit de raad op het collegeprogramma vrij lastig is en dit geldt evenzeer voor de mogelijkheden van de raad om bij te sturen op dit collegeprogramma.
Als echter de ambtelijke reacties en de raadsvoorstellen worden geanalyseerd, die betrekking hebben op de geselecteerde ambities, ontstaat een positiever beeld. De ambtelijke reacties en de raadsvoorstellen geven doorgaans goed aan welke activiteiten precies uitgevoerd moeten worden. Soms worden deze activiteiten zelfs voorzien van een planning. Op zich zou dit een basis kunnen bieden om in een later stadium te bezien in hoeverre deze activiteiten daadwerkelijk zijn uitgevoerd. De rapportages over deze concrete activiteiten laten echter op sommige onderdelen ruimte voor onduidelijkheid. Soms is de ambtelijke reactie zeer concreet, maar hadden de omschreven activiteiten vooraf bepaald, omschreven en gepland kunnen worden, zodat later bezien kan worden in hoeverre de gemeente deze activiteiten conform planning uitvoert (taalbeleid). Soms wordt vooraf een zeer concreet plan aangeboden, maar wordt later hierover niet traceerbaar gerapporteerd (ketensamenwerking jeugd, ondermijning, werkleerbedrijf). Soms wordt in de ambtelijke reactie een actie vermeld, maar blijft onduidelijk tot hoeveel inwoners deze actie zich richt en wat de follow up is (gedupeerden toeslagenaffaire). Soms is een concreet plan vastgesteld en wordt een tussenevaluatie aangeboden, maar geeft de tussenevaluatie geen inzicht in de voortgang van de voorgenomen activiteiten (cultuur, woningbouwprogramma).
7.6 Overige aandachtspunten De tussenbalans gaat zeer systematisch in op alle activiteiten, zoals omschreven in het collegeprogramma. De tussenbalans geeft een toelichting op activiteiten die buiten de planning lopen. Deze toelichtingen zijn over het algemeen echter zeer summier en geven weinig nadere duiding. De toelichtingen geven over het algemeen namelijk geen daadwerkelijke verklaringen voor de constatering dat activiteiten uit de planning lopen. Eveneens gaan de toelichtingen niet in op de vraag wat men nu moet of gaat doen om de activiteiten alsnog binnen de gestelde planning uit te voeren.
93
De realisatie van het coalitieakkoord
De activiteiten die zijn afgerond worden niet toegelicht. Het kan echter een goed inzicht in de hand werken, als wordt aangegeven hoe men tot het oordeel is gekomen dat een bepaalde activiteit is afgerond. Het collegeprogramma zet de activiteiten uit in de jaren 2022, 2023 en 2024 en verder. De tussenbalans doet dit niet: de tussenbalans vermeldt niet het jaartal waarin de voorgenomen activiteit oorspronkelijk gepland stond. Hierdoor gaat een belangrijk inzicht verloren. In het collegeprogramma worden bepaalde activiteiten bijvoorbeeld gepland voor het jaar 2022, zoals het onderzoeken hoe we goede voorbeelden van extra zorg in het onderwijs kunnen uitrollen. In de tussenbalans wordt deze activiteit op ‘in uitvoering’ gezet. Hier rijst uiteraard de vraag waarom deze activiteit niet in 2022 is afgerond en in hoeverre deze activiteit daadwerkelijk binnen de planning loopt, zoals de tussenbalans stelt. Het collegeprogramma plande deze activiteit immers in 2022, terwijl de tussenbalans dateert van 2024. Als de activiteit dan in 2024 nog in uitvoering is, ontstaat het beeld dat de uitvoering ofwel uit de planning loopt, ofwel dat deze activiteit een continu karakter heeft. Het is uiteraard mogelijk, dat enkele voorgenomen activiteiten uit het collegeprogramma een doorlopend karakter kennen, maar dan zou dit in de jaarplanning van het collegeprogramma moeten zijn aangegeven.
Ook zou hier in de tussenbalans op ingegaan kunnen worden. Het is voor raadsleden immers van belang om te weten of activiteiten op een goed moment zijn afgerond of juist een doorlopend karakter hebben. Ook budgettair is dit van belang: voor continue activiteiten zal immers een structurele dekking gevonden moeten worden. Omdat van de activiteiten die op uitvoering worden gezet (en dat betreft het merendeel van de activiteiten) niet wordt aangegeven in welk jaar deze activiteiten zijn opgestart, gaat een tweede belangrijk inzicht verloren: zijn de activiteiten opgestart in het jaar zoals staat aangegeven in het collegeprogramma? Omdat de tussenbalans niet met jaartallen werkt, kan geen antwoord op deze vraag gegeven worden. Gesteld kan worden, dat de tussenbalans een sterk accent legt op volledigheid en tijdigheid. Minder accent wordt gelegd op zelfstandigheid en relevantie. De toelichtingen die op afwijkingen worden gegeven, bevatten doorgaans geen verklaringen of oplossingsrichtingen. Daarnaast wordt niet toegelicht waarom sommige activiteiten op afgerond worden gezet. Ook worden in de tussenbalans de activiteiten niet uitgezet naar jaartallen, zoals het collegeprogramma dat wel doet.
7.7 Aanbevelingen Bovenstaande conclusies leiden tot de volgende aanbevelingen die primair gericht zijn aan het college:
Formuleer voorgenomen activiteiten in het collegeprogramma op een dusdanige manier, dat kan worden vastgesteld wanneer deze activiteiten zijn uitgevoerd en wanneer niet. Zoals in de conclusies wordt aangegeven, hanteert het collegeprogramma doorgaans een systematiek van formuleren waarbij de activiteit enerzijds altijd wordt uitgevoerd en anderzijds vrijwel nooit is afgerond. Dit maakt reflectie en controle vanuit de raad op het uitvoeren van activiteiten zeer
94
De realisatie van het coalitieakkoord
moeilijk. Bovendien rijst het gevaar dat met dergelijke formuleringen onbewust structurele activiteiten worden opgenomen waar tevens (in een later stadium) structureel budget voor nodig is.
In het collegeprogramma dient idealiter tevens het eindjaar van de activiteit vermeld te staan. Mocht het om een structurele activiteit gaan, dan dient dit vermeld te worden in het collegeprogramma.
Over voorgenomen activiteiten dient gerapporteerd te worden. Als de raad kennis heeft genomen van voorgenomen activiteiten, dan lijkt het logisch dat de raad tevens kennis neemt van de voortgang van deze activiteiten. De rapportages dienen daadwerkelijk in te gaan op de voortgang van de activiteiten en daarbij hetzelfde abstractieniveau als de oorspronkelijke voornemens aan te houden. Deze rapportages kunnen zeer wel specifiek van aard zijn en betrekking hebben op een specifieke ambitie of activiteit uit het collegeprogramma.
Een toekomstige tussenbalans zou verklaringen moeten opnemen voor afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke voornemens. Ook zou de tussenbalans bij afwijkingen dienen aan te geven wat gedaan gaat worden om de activiteiten alsnog binnen de planning uit te voeren.
Bij activiteiten die zijn afgerond dient een toekomstige tussenbalans aan te geven hoe men tot het oordeel is gekomen dat deze activiteiten zijn afgerond.
Voor alle activiteiten dient ook de tussenbalans met jaartallen te werken. De tussenbalans dient duidelijk te maken in welk jaar de activiteiten zijn opgestart, in welk jaar de activiteiten nog worden uitgevoerd en in welk jaar de activiteiten zijn afgerond. Uiteraard dienen deze jaartallen afgezet te worden tegen de jaartallen zoals vermeld in het collegeprogramma. Als activiteiten een doorlopend karakter blijken te hebben, dient dit eveneens vermeld te worden in de tussenbalans.
95
De realisatie van het coalitieakkoord
Bijlage 1 Bestuurlijke reactie rekenkameronderzoek coalitieakkoord Datum
28 oktober 2025
Aan
Rekenkamer
CC Van
College van burgemeester en wethouders Waadhoeke Bestuurlijke reactie in kader van hoor en wederhoor op rapport
Onderwerp
Rekenkamer van september 2025 naar coalitieakkoord gemeente Waadhoeke
Inleiding De rekenkamer heeft onderzoek gedaan naar in hoeverre de raad adequaat wordt geïnformeerd over de voorgang van het huidige coalitieakkoord. Het onderzoeksdoel was inzicht krijgen in de betrouwbaarheid en validiteit van de informatievoorziening richting de raad als het gaat om de realisatie van de ambities uit het coalitieakkoord. Met dit inzicht beoogt het onderzoek een bijdrage te leveren aan de controlerende rol van de raad. De vraagstelling hierbij was: in hoeverre zijn de ambities uit het coalitieakkoord 2022-2026 navolgbaar voor de gemeenteraad gerealiseerd? Het rapport is in handen gesteld van het college in het kader van bestuurlijk hoor en wederhoor. U vraagt het college uiterlijk 28 oktober 2025 een bestuurlijke reactie te geven. De reactie van het college zal worden verwerkt in het rapport en worden voorzien van een nawoord. Vervolgens biedt u het definitieve rapport aan de gemeenteraad aan. Eerder is de ambtelijke organisatie in de gelegenheid gesteld te reageren op het eerste conceptrapport van bevindingen. Bestuurlijke reactie Het college heeft met grote belangstelling kennisgenomen van het rekenkameronderzoek naar de informatievoorziening over de voortgang van het coalitieakkoord 2022–2026.
Wij danken de rekenkamer voor de zorgvuldige en diepgaande analyse, en voor de constructieve aanbevelingen die bijdragen aan de versterking van de kaderstellende en controlerende rol van de raad. Wij herkennen ons in de kern en de hoofdlijnen van het rapport: de informatievoorziening richting de raad is overwegend betrouwbaar en valide, en er is op onderdelen ruimte voor verbetering. Hieronder gaan wij in op de aanbevelingen en geven wij aan hoe wij hier als college mee om zullen gaan. Wij doen graag ons voordeel met uw bevindingen, conclusies en aanbevelingen. Het is echter aan de nieuwe coalitie en het nieuwe college hoe en of zij de
96
De realisatie van het coalitieakkoord
aanbevelingen wil oppakken. Zo zullen we de bevindingen, inclusief de reactie van het college, delen in het informatiepakket aan de formateur voor formatieperiode in 2026. Aanbeveling 1
Formuleer voorgenomen activiteiten in het collegeprogramma op een dusdanige manier, dat kan worden vastgesteld wanneer deze activiteiten zijn uitgevoerd en wanneer niet. Zoals in de conclusies wordt aangegeven, hanteert het collegeprogramma doorgaans een systematiek van formuleren waarbij de activiteit enerzijds altijd wordt uitgevoerd en anderzijds vrijwel nooit is afgerond. Dit maakt reflectie en controle vanuit de raad op het uitvoeren van activiteiten zeer moeilijk. Bovendien rijst het gevaar dat met dergelijke formuleringen onbewust structurele activiteiten worden opgenomen waar tevens (in een later stadium) structureel budget voor nodig is. In het toekomstige collegeprogramma zullen we, waar dat nodig en mogelijk is, activiteiten concreter formuleren en voorzien van meetbare doelen en indicatoren. Daarbij zullen we zo expliciet mogelijk aangeven wanneer we een activiteit als uitgevoerd beschouwen en wanneer niet. Aanbeveling 2
In het collegeprogramma dient idealiter tevens het eindjaar van de activiteit vermeld te staan. Mocht het om een structurele activiteit gaan, dan dient dit vermeld te worden in het collegeprogramma. Deze aanbeveling sluit aan bij de vorige aanbeveling. In lijn met de reactie op de eerste aanbeveling is het advies aan de nieuwe coalitie om waar mogelijk in de volgende programmatische cyclus bij elke activiteit aan te geven of deze een structureel dan wel incidenteel karakter heeft en welk eindjaar we nastreven. Dit draagt bij aan transparantie en begrotingsdiscipline. Aanbeveling 3
Over voorgenomen activiteiten dient gerapporteerd te worden. Als de raad kennis heeft genomen van voorgenomen activiteiten, dan lijkt het logisch dat de raad tevens kennis neemt van de voortgang van deze activiteiten. De rapportages dienen daadwerkelijk in te gaan op de voortgang van de activiteiten en daarbij hetzelfde abstractieniveau als de oorspronkelijke voornemens aan te houden. Deze rapportages kunnen zeer wel specifiek van aard zijn en betrekking hebben op een specifieke ambitie of activiteit uit het collegeprogramma. Het college is het eens met de rekenkamer dat het logisch is dat de gemeenteraad kennis neemt van de voortgang van voorgenomen activiteiten. Ook in de huidige collegeperiode is het voornemen om de raad, veelal via raadsmemo’s, te informeren over de voortgang. Bij toekomstige (voortgangs)rapportages en raadsmemo’s zullen we de aanbeveling meenemen om
97
De realisatie van het coalitieakkoord
de koppeling met het oorspronkelijke collegeprogramma expliciet te blijven maken en aandacht te hebben voor het juiste abstractieniveau. Aanbeveling 4
Een toekomstige tussenbalans zou verklaringen moeten opnemen voor afwijkingen ten opzichte van de oorspronkelijke voornemens. Ook zou de tussenbalans bij afwijkingen dienen aan te geven wat gedaan gaat worden om de activiteiten alsnog binnen de planning uit te voeren. In de meest recente tussenbalans (juni 2024) hebben wij deels invulling gegeven aan hetgeen de rekenkamer lijkt te beogen met deze aanbeveling. Hierin hebben we bij afwijkingen aangegeven op welke manier we hiermee om willen of zullen gaan of we dit gaan aanpakken. Het college erkent dat op onderdelen de toelichting met oorzaken en voorgenomen acties soms concreter mag en kan en neemt deze aanbeveling dan ook mee in een volgende tussenbalans. Aanbeveling 5
Bij activiteiten die zijn afgerond dient een toekomstige tussenbalans aan te geven hoe men tot het oordeel is gekomen dat deze activiteiten zijn afgerond. Het college begrijpt de strekking en bedoeling van deze aanbeveling: het is van belang dat duidelijk wordt op basis waarvan een activiteit als afgerond wordt beschouwd. In veel gevallen is het oordeel ‘afgerond’ gebaseerd op formele besluitvorming zoals het vaststellen van een raadsvoorstel, het opleveren van een beleidsdocument of het afronden van een projectfase. We gaan onderzoeken op welke manier we in de tussenbalans of voortgangsrapportage kunnen verwijzen naar het betreffende besluit of document. Aanbeveling 6
Voor alle activiteiten dient ook de tussenbalans met jaartallen te werken. De tussenbalans dient duidelijk te maken in welk jaar de activiteiten zijn opgestart, in welk jaar de activiteiten nog worden uitgevoerd en in welk jaar de activiteiten zijn afgerond. Uiteraard dienen deze jaartallen afgezet te worden tegen de jaartallen zoals vermeld in het collegeprogramma. Als activiteiten een doorlopend karakter blijken te hebben, dient dit eveneens vermeld te worden in de tussenbalans. Het college begrijpt de strekking van de aanbeveling om jaartallen op te nemen bij activiteiten in de tussenbalans. Dit kan bijdragen aan beter inzicht in voortgang en planning. Waar het collegeprogramma jaartallen bevat en waar besluitvorming dit ondersteunt, zullen wij meegeven dit in de eerstvolgende tussenbalans zoveel mogelijk zichtbaar maken.
98
De realisatie van het coalitieakkoord
Bijlage 2 Nawoord Rekenkamer De rekenkamer dankt het college voor de positieve bestuurlijke reactie op het onderzoek naar de informatievoorziening over de voortgang van het coalitieakkoord 2022-2026. De rekenkamer is verheugd dat het college zich herkent in de kern en de hoofdlijnen van het rapport, maar de rekenkamer is evenzeer gelukkig met de reactie van het college op de aanbevelingen. Daarbij verdient de eerste aanbeveling speciale vermelding. Deze aanbeveling vormt immers de basis voor een versterking van de controlerende rol van de raad. Uit het onderzoek komt naar voren dat de huidige systematiek van formuleren van ambities en activiteiten deze controlerende rol in de weg kan staan. Het voornemen van het college om in een toekomstig collegeprogramma activiteiten concreter te formuleren en te voorzien van meetbare doelen en indicatoren, biedt een goed perspectief om de controlerende rol van de raad te versterken. Dit perspectief wordt versterkt door het voornemen van het college om zo expliciet mogelijk aan te geven wanneer een activiteit is uitgevoerd en wanneer niet. De rekenkamer ziet met belangstelling toekomstige coalitieakkoorden tegemoet en heeft het volste vertrouwen, dat niet alleen het huidige college, maar ook toekomstige colleges een positieve grondhouding aan de dag leggen ten aanzien van de aanbevelingen uit dit rapport.
99