Transitievisie warmte concept 1.0
Tekst van het document
Binnen dit transitiepad (deels behoud gasnet) is de op-out een wenselijke ontwikkeling om de inzet van duurzaam gas te beperken. Op een aantal locaties in de aangewezen wijken en gebieden (zie onderdeel “gebouwen”) zullen individueel all electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Om zoveel mogelijk gas te besparen is opt-out in deze buurten dan ook wenselijk.
25
Transitiepad Periodiek herijken Transitiepad
Toelichting
Gebouwen
Dit transitiepad is van toepassing op de wijken Schoonveld, Molenstraat (en omgeving), Centrum, Taalstraat (en omgeving), Vijverhof, De Vughtse Hoeven en de Baarzen in de kern Vught. Voor deze wijken is uit de analyse nog onzeker welke warmteoptie kansrijk is. In bijvoorbeeld de wijken Schoonveld, Centrum en Taalstraat e.o. gaat het om overwegend vooroorlogse woningen met mogelijk een laag isolatieniveau, waar (sociale) rijwoningen en appartementen sterk vertegenwoordigd zijn én waar de bebouwingsdichtheid hoger ligt (38 – 51 woningequivalenten per hectare). Normaliter zijn dit ingredienten voor een collectieve warmtevoorziening, maar de lokale beschikbaarheid van duurzame warmtebronnen is bijvoorbeeld nog onzeker. Dit geldt in feite ook voor de wijken Molenstraat e.o. De Baarzen en Vijverhof waar een warmtenet vanuit de vraagzijde ook potentie lijkt te hebben. In de wijk Vughtse Hoeven bieden woningen juist kansen voor een all electric oplossing: grondgebonden woningen uit 1975-2005 met energielabel C, B en A. Echter, het maatschappelijk kostenvoordeel ten opzichte van een warmtenet is vooralsnog niet eenduidig uit de datamodellen. Kortom, een periodieke herijking van de data-analyse is voor een kansrijke warmteoptie nodig op basis van voortschrijdend inzicht.
Voor de wijken in dit transitiepad is de opgave daarom in eerste instantie gericht op energiebesparing en transitiegereed worden. Alle gebouwen gaan op natuurlijke momenten naar transitiegereed: het basisniveau van isolatie, installatie en elektrisch koken.
Warmteoptie
Voor deze wijken is het nog onduidelijk welke warmteoptie de voorkeur krijgt. Daarom volgen deze wijken een no-regret transitiepad gericht op gasbesparing en krijgen zij extra aandacht bij de vijfjaarlijkse herijking van de Transitievisie Warmte. Een hybride warmteoplossing is in deze wijken in principe no-regret. Als de buurt uiteindelijk toch gasvrij wordt, geldt dit als tussenoplossing: de hybride warmteoplossing maakt dan op termijn plaats voor een volledige warmtepomp of een afleverset van een warmtenet.
Tempo
Deze buurten stappen in het tempo van gebouweigenaren naar transitiegereed en eventueel hybride warmteoplossing.
Opt-out
Binnen deze buurten zullen individueel all electric en lokale bronnetten als opt-out voorkomen. Denk bijvoorbeeld aan de bedrijfsgebouwen rondom het spoor en de Industrieweg in de wijken Molenstraat e.o. en De Baarzen.
Transitiepad Maatwerk werklocaties Transitiepad
Toelichting
Gebouwen
Dit transitiepad is van toepassing op de wijken Voorburg e.o. en Vughtse Heide. Dit zijn wijken met hoofdzakelijk utiliteitsgebouwen waarbij ook sprake is van een afgebakend gebied. Bedrijven op dergelijke werklocaties bepalen op basis van natuurlijke momenten wanneer ze de overstap naar aardgasvrij maken. Voor hen geldt dat zij onder de Wet milieubeheer, en onder regie van de Omgevingsdienst, per definitie werk moeten maken van energiebesparing als belangrijke stap naar aardgasvrij. De bedrijvigheid langs het spoor en rondom de Industrieweg valt grotendeels in de woonwijken Molenstraat e.o. en De Baarzen. Ook hier betreft het in feite een afgebakend gebied waarvoor maatwerk nodig is.
Warmteoptie
Bedrijven kunnen samen kleinschalig collectieve warmte-koudenetten ontwikkelen, of individueel tot een oplossing komen. Voor alle werklocaties geldt dat de energie-infrastructuur op het terrein in hoge mate afhankelijk is van de bedrijfsactiviteiten op dat terrein, en de oplossing is dan ook maatwerk.
26
Tempo
Deze buurten volgen het tempo van de gebouweigenaren. Het tempo zal mede bepaald worden door de verplichtingen die bedrijven hebben onder de Wet milieubeheer om energie te besparen, en de handhaving door de Omgevingsdienst hierop.
4.3. Startkansen en samenwerkingsgebieden Naast de transitiepaden voor Vught zijn binnen de gemeente ook de potentiële startkansen in beeld gebracht. Dit zijn gebieden / buurten waar momenteel reeds sprake is van een initiatief op het gebied van verduurzaming dan wel potentie bieden gelet op de gebouwen en doelgroepen. In deze gebieden zal tussen nu en 2025 worden gestart met planvorming of haalbaarheidsonderzoeken naar aardgasvrij of de stappen daartoe. Maar ook een aanpak voor een doelgroep breder dan één buurt kan als startkans worden bestempeld. We maken hierbij onderscheid tussen reële startkansen en samenwerkingsgebieden. Bij de zogenaamde samenwerkingsgebieden is er potentie voor een startkans, maar dan zal er eerst een samenwerking tussen stakeholders in het gebied moeten plaatsvinden voordat kan worden gestart. Het gaat om de volgende vier reële startkansen: •
Helvoirt
•
Loyola e.o.
•
Loonsebaan
•
Klein Brabant
En het gaat om de volgende drie samenwerkingsgebieden: •
Centrumgebied Vught
•
Molenstraat e.o.
•
Industrieweg e.o.
In hoofdstuk 5 wordt in het kader van de uitvoeringsstrategie de eerstvolgende acties en wijze van organiseren voor deze gebieden op hoofdlijnen nader uitgewerkt. Selectiecriteria In de nota van uitgangspunten zijn naast de leidende principes ook de criteria opgenomen die worden gehanteerd om te komen tot een selectie van startkansen en samenwerkingsgebieden (zie bijlage 1). Bij de verkenning van de startkansen, is naast initiatief, ook gekeken naar de overige criteria. In onderstaande tabel is weergegeven welke criteria van toepassing waren bij de startkansen en samenwerkingsgebieden. We lichten vervolgens toe hoe we tot de zes gebieden zijn gekomen.
27
Criteria
Helvoirt
Loyola
Impact maken
X
X
Draagvlak
X
X
Laagste maatschappelijke kosten
X
X
Loonsebaan Klein Brabant
X X X
Centrum-
Molenstraat
Industrie-
gebied
e.o.
weg e.o.
X
X
X
X
X
Werk met werk
X X
Diversiteit
X
X
Kansrijke uitrolstrategie
X
X
X X
X
X
X
X
X
X
X
Tabel 3: overzicht selectiecriteria die van toepassen zijn bij de selectie van de startkansen en samenwerkingsgebieden in Vught
Helvoirt In de kern Helvoirt (figuur 5) is energiecoöperatie HOT reeds actief met een aanpak voor verduurzaming van particuliere woningen: “Verduurzaming eigen woning volgens de Haarense Aanpak”. Deze aanpak is hoofdzakelijk gericht op energiebesparing middels isolatiemaatregelen en het toepassen van (hybride) warmtepompen als eerste stap in de warmtetransitie in Helvoirt. Voor de meeste bestaande woningen is altijd een combinatie van maatregelen nodig. Het is maatwerk, HOT stelt voor om per woning een individuele roadmap (naar aardgasvrij) op te stellen. De realisatie van de roadmap kan in enkele jaren worden afgelegd, maar kan ook meer betaalbaar en verspreid over de komende decennia op natuurlijke verbouwingsmomenten gepland worden. HOT werkt met werkgroepen om eigenaren van bestaande woningen zelf bovengenoemde roadmap per woning te laten opstellen. De roadmaps moeten vervolgens uitgevoerd worden door de woningeigenaren. Via zogenaamde keukentafelgesprekken of energie coachinggesprekken wordt gewerkt aan bewustwording van bewoners op het vlak van energiegebruik in de bestaande woning.
28
Figuur 5: Kern Helvoirt incl. cluster all electric (licht blauw)
Loyola e.o. De wijk Loyola en omgeving ligt in het noorden van Vught (figuur 6) en grenst aan de villawijken. Het is een wijk met huishoudens met over het algemeen hogere inkomens. In deze wijk is er onder bewoners aan de Vughterhage en Kampdijklaan interesse in verduurzaming van de woningen. Energiecoöperatie VET-Vught is hierbij in een eerder stadium betrokken geweest. De woningen rondom de Kampdijklaan komen grotendeels uit de bouwperiode 1950-1975. De woningen rondom Vughterhage komen voornamelijk uit de bouwperiode 19751990. Voor dergelijke woningen is een gestandaardiseerde aanpak voor energiebesparing naar transitiegereed kansrijk met ruimte voor maatwerk. Dit geldt ook voor een groot deel van de woningen in het gebied tussen Vughterhage en Kampdijklaan (Loonsebaan en omgeving). Deze woningen in Loyola worden daarom gezien als startkans voor een doelgroepenaanpak.
29
g
Figuur 6: Indicatie focusgebieden Kampdijklaan en Vughterhage in de wijk Loyola incl. clusters all electric (licht blauw)
Daarnaast vormen de woningen uit de periode 1990 tot na 2005 ook startkansen (zie blauwe woningen in figuur 6), waarbij de focus vooral kan liggen op stap 2: het verkennen van een all electric warmteoptie gelet op het huidige isolatieniveau van deze woningen. Deze gebieden zijn op de transitiekaart reeds aangemerkt als “cluster all electric”. Het gaat om de woningen rondom Johan Frisolaan en Prinsenhage. Het cluster rondom Prinsenhage kan worden uitgebreid met de woningen rondom Amalia van Solmslaan in de aangrezende wijk Vughtse Heide en Lunetten. Dit moet nader worden onderzocht aangezien voor dit gebied het transitiepad “periodiek herijken” van toepassing is. In hoeverre de clusters voor all electric in Loyola reële startkansen zijn, is ook afhankelijk van de afschrijving van de huidige CV-ketels. Ook dit moet nader worden onderzocht. Loonsebaan De wijk Loonsebaan ligt tevens in het noorden van Vught en grenst aan de wijken Loyola en Villawijk. Voor deze wijken is het transitiepad “Vooralsnog hybride warmteoplossing en duurzaam gas” van toepassing. Echter, ook in de wijk Loonsebaan is in de transitiekaart een cluster voor all electric aangemerkt gelet op het huidig isolatieniveau. Het gaat om een cluster van woningen uit de periode na 2005 aan de Koepelweg. Ook hier moet nader onderzocht worden of vervanging van CV-ketels in deze woningen op korte termijn aan de orde is.
30
Figuur 7: cluster all electric in de wijk Loonsebaan
Klein Brabant Deze buurt ligt in de zuidelijke punt van de wijk Baarzen (figuur 8). Het is een buurt met grondgebonden woningen uit de periode 1975-1990. Het zijn woningen in particulier en privaat eigendom met een energielabel C, D en E. In deze buurt zijn verschillende initiatieven onder bewoners gaande op het gebied van duurzaamheid. Daarmee is er energie in de buurt waarmee draagvlak kan worden gecreëerd. De woningen uit eenzelfde bouwperiode biedt de kans voor een gestandaardiseerde aanpak voor energiebesparing met ruimte voor maatwerk. Voor de woningen die al voldoende zijn geisoleerd, kan een hybride warmteoplossing als volgende stap worden overwogen. Dit biedt kansen voor een uitrol in de wijk De Baarzen.
31
Figuur 8: Indicatie focusgebied Klein Brabant in de wijk De Baarzen
Molenstraat e.o. De wijk Molenstraat e.o. is centraal gelegen in Vught en grenst aan de wijken Vijverhof en de Baarzen (figuur 9). In tegenstelling tot Loyola, is Molenstraat e.o. een wijk met huishoudens met vooral lagere inkomens. Dit heeft in de verkenning meegewogen. Het is voor Vught belangrijk te onderzoeken om de warmtetransitie vanuit de betaalbaarheid van lagere inkomensgroep te benaderen. De gebouwen in de wijk zijn grotendeels gerealiseerd in de periode 1950-1975 (figuur 9). Ook voor deze woningen is een gestandaardiseerde aanpak voor energiebesparing, met oog voor maatwerk, naar transitiegereed kansrijk. Echter, deze wijk wordt gezien als een samenwerkingsgebied waarbij een gebiedsgerichte aanpak mogelijk is. Dit wordt in hoofdstuk 5 nader toegelicht. De afbakening van het gebied moet nog nader worden uitgewerkt. Mogelijke benutting van restwarmte in het aangrenzende gebied (zwembad en bakker) wordt hierin meegenomen.
32
Figuur 9: Indicatie focusgebied in de wijk Molenstraat e.o.
Centrumgebied Vught Het zuidelijk deel van het centrumgebied in Vught is aangewezen als samenwerkingsgebied (figuur 10). Ten opzichte van woonwijken is dit een divers gebied met verschillende vastgoedeigenaren en functies (zoals verenigingen van eigenaren, woningcorporaties, retailers, zorgwoningen, kerkgebouw en het gemeentekantoor – zie figuur 5). In dit deel zijn er initiatieven op het gebied van verduurzaming. Particulieren in een appartementencomplex overwegen bijvoorbeeld luchtwarmtepompen als een hybride oplossing. Daarnaast is een vernieuwbouwproject in voorbereiding waarbij een WKO aan de orde is. Voor dit deel van het centrumgebied wordt verkend welke kansen er zijn voor een collectieve oplossing in plaats van individueel. Het centrumgebied wordt gezien als een samenwerkingsgebied waarbij een gebiedsgerichte aanpak wenselijk is. Dit wordt tevens nader toegelicht in hoofdstuk 5.
33
Figuur 10: Indicatie focusgebied zuidelijk deel centrumgebied Vught
Industrieweg e.o. In het gebied rondom het spoor, de Industrieweg en de Ouwerkerk is sprake van bedrijvigheid (figuur 11). Het gaat om een afgebakend gebied nabij een woonomgeving. Het gaat om zowel industrie als untiliteitsgebouwen. In het gebied zijn er verschillende eigenaar-gebruikers, maar ook enkele grotere eigenaren van bedrijfspanden. Met de grotere vastgoedeigenaren kan een grote slag worden gemaakt met de verduurzaming in het gebied. Naast warmtetransitie biedt de verduurzaming van het bedrijventerrein ook kansen op het gebied van met name klimaatadaptatie (in de openbare ruimte) en energieopwek op bedrijfsdaken. Een integrale aanpak voor verduurzaming van deze bedrijfslocatie kan ook worden uitgebreid voor de bedrijvigheid langs het spoor naar het zuiden tot en met de Kemplandstraat. Verder is de ondertunneling van het spoor aanleiding om een gebiedsgerichte aanpak voor deze locatie te overwegen. Ook de mogelijke benutting van restwarmte in het gebied (zwembad en bakker) wordt hierin meegenomen.
34
Figuur 11: Indicatie focusgebied bedrijvigheid Industrieweg e.o.
35
5. Handreiking tot uitvoering van de warmtetransitie In dit hoofdstuk omschrijven we hoe we tot uitvoering van de warmtetransitie komen. Daarin gaan we in op de volgende zes vragen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Hoe gaan we samenwerken? Hoe gaan we de eerste stappen organiseren? Hoe gaan we de startkansen en samenwerkingsgebieden opstarten? Hoe gaan we het proces financieren? Wat is de planning voor de komende 2 jaar? Wat zijn aandachtspunten?
5.1. Hoe gaan we samenwerken? Samenwerken met inwoners en organisaties De transitie naar duurzaam en aardgasvrij verwarmen vraagt om nieuwe vormen van samenwerken met al die partijen én met onze buurgemeenten. Het naast elkaar uitvoeren van projecten of het afstemmen van planningen is niet genoeg. Er ligt ook een stevige uitdaging op het gebied van communicatie, participatie en financiering. En dat alles in de wetenschap dat de warmtetransitie een opgave is waarvan we nog niet exact weten hoe die gaat lopen. Deze aspecten vragen om een actieve en flexibele sturing, gericht op het verbinden van alle betrokkenen en het benutten van alle aanwezige kennis en kunde in Vught. De gemeente is regisseur van de warmtetransitie en zal als vervolg op deze transitievisie met de belangrijkste organisaties structureel afstemmen afspraken maken om de ambities te kunnen realiseren. Samenwerkingsstructuur We kiezen voor een structuur die enerzijds aansluit op bestaande structuren en anderzijds een systematische aanpak moet waarborgen. Vanuit een centraal strategisch transitieteam worden programmalijnen en werk/projectgroepen uitgezet. Deze werkgroepen staan in dienst van het prettig wonen, werken en leven, een integrale (gebieds)benadering waar verschillende thema’s en opgaven samenkomen. Waar mogelijk zoeken zij naar slimme koppelingen wanneer dat wenselijk is.
Het projectteam met stakeholders voor het opstellen van deze TVW 2021 vormt de basis van het centrale strategisch transitieteam. Samenwerking tussen partijen staat hierbij centraal. Het strategisch transitieteam wordt daarom gezien als een samenwerkingsplatform. Met betrekking tot de programmalijnen maken we onderscheid tussen een gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Daarnaast staat communicatie & participatie centraal in elke aanpak. Dit wordt nader toegelicht.
36
Samenwerkingsplatform Transitieteam
Loket Aanspreekpunt
Communicatie & participatie Beleidskaders
Gemeentebrede
Gebiedsgerichte
aanpak Programmalijn
Toekomstbestendig wonen
Werkgroep
Hybride warmteoplossing en all electric
Werkgroep
aanpak Programmalijn
Individuele utiliteitsgebouwen
Werkgroep
Woonwijken
Werklocaties / bedrijventerreinen
Projectgroep
projectgroep
Centrumgebied
Projectgroep
Buitengebied
Projectgroep
Figuur 12: Samenwerkingstructuur en organisatie warmtetransitie / verduurzaming
Samenwerkingsplatform De projectgroep voor de TVW wordt de basis voor een“samenwerkingsplatform”specifiek voor de uitvoering. Dit moet gezien worden als een strategisch transitieteam. De samenwerking tussen betrokken stakeholders is van structurele aard met een specifiek doel: de uitvoering van de warmtetransitie voor gezond, comfortabel en betaalbaar wonen en werken. Binnen deze groep worden de hoofdlijnen voor het vervolg van de TVW op strategisch niveau uitgewerkt en uitgezet in programmalijnen en werkgroepen (of entiteiten). Hierbij wordt de integraliteit en afstemming gewaarborgd. Binnen de groep staat gelijkwaardigheid tussen 'vrijwilligers' en professionals centraal. Partijen hebben immers de wil tot samenwerking, maar ook het besef dat we hetzelfde doel nastreven, namelijk een duurzaam, toekomstbestendig Vught. Het samenwerkingsplatform bestaat uit partijen die reeds betrokken zijn bij de TWV, waarbij de gemeente initiatiefnemer is en daarmee een trekkersrol / voorzittersrol inneemt. Hierbij is het belangrijk te bepalen wie vanuit de gemeente deelneemt aan het platform om ook de verbinding binnen de gemeentelijke organisatie te kunnen waarborgen. In goed overleg kunnen nieuwe partijen aansluiten bij dit samenwerkingsplatform.
Het samenwerkingsplatform zal het tempo van de warmtetransitie ten opzichte van de doelstellingen rondom CO2 reductie monitoren en periodiek evalueren. Op basis daarvan moet er indien nodig bijgesteld worden met aanvullende startkansen, capaciteit en middelen. Loket Voor bewoners en ondernemers die interesse hebben in of vragen hebben over verduurzaming, moet er in Vught een duidelijk aanspreekpunt zijn. We doen dit in de vorm van een loket. In de regio is al sprake van een digitaal loket: Brabant woont Slim is het energieloket voor 15 gemeenten in de regio Noordoost-Brabant. Brabant Woont Slim wijst inwoners van de aangesloten gemeenten, waaronder Vught, de weg naar comfortabeler, voordeliger én groener wonen. Dat doen zij door te adviseren bij het verduurzamen van hun woning. Brabant Woon Slim werkt samen met lokale energiecoöperaties en bedrijven. De website voor Brabant Woont Slim voorziet in informatie en advies voor bijvoorbeeld energiebesparing, koeling, warmtepompen, subsidies en financiering. Voor nadere begeleiding van inwoners wordt doorverwezen naar de lokale energiecoöperaties. Bewoners en ondernemers kunnen ook rechtstreeks contact opnemen met de lokale energiecoöperaties. Zo is er in de kern Vught een fysiek energieloket opgericht door VET-Vught. Bewoners en
37
bedrijven kunnen ook geinformeerd worden over andere thema’s zoals klimaatadaptatie en welzijn. In onderstaande figuur wordt dit nader weergegeven.
Loket Fysiek/digitaal
Brabant Woont Slim
HOT
Website
Helvoirt
VET-Vught Vught & Cromvoirt
KANT Klimaatadaptatie
Welzijn Vught Welzijn
Figuur 13: Samenwerkingsstructuur loketfunctie
Bovenstaande partijen zullen onderling nadere afspraken moeten maken om het proces beter te kunnen stroomlijnen. Participatie en Communicatie De warmtetransitie, en andere maatschappelijke opgaven, hebben directe impact op de leefomgeving van onze inwoners en ondernemers. Daarnaast is het ook aan vastgoedeigenaren om te investeren in duurzaamheid. We betrekken daarom buurtbewoners bij het maken van de uitvoeringsplannen. Er is oog voor zowel bewoners met een sterke intrinsieke drijfveer, maar ook doelgroepen die veel minder betrokken zijn bij deze opgave of wellicht aversie hebben tegen de overheid. Het zoeken naar de juiste verbindingen is daarom belangrijk. Een passende participatie en communicatie strategie is essentieel voor deze transitie en zal ondersteunend zijn aan de twee programmalijnen: gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Kortom, het betreft maatwerk. Vanuit het samenwerkingsplatform zal het initiatief worden genomen voor participatie en communicatie. Hierbij maken we duidelijk onderscheid tussen communicatie en participatie. Bij communicatie gaat het in feite om blijvend in gesprek te zijn met bewoners, bedrijven en organisaties over de (notie van) verduurzaming van de leefomgeving. Op deze manier blijven we de boodschap onder de aandacht brengen. Ook geven we uitleg waarom we een duurzaam Vught willen en kunnen we antwoord geven op vragen van inwoners.
Dit is zowel op gemeente- als op gebiedsniveau. Communicatie op gebiedsniveau is meer maatwerk met betrekking tot de opgaven of initiatieven in een specifieke buurt of wijk. Het vormt dan ook onderdeel van een gebiedsgerichte aanpak. Participatie gaat voornamelijk over het betrekken van inwoners, ondernemers en organisaties om mee te denken of te doen door uitnodigingen tot deelname aan bijvoorbeeld informatieavonden of werksessies. Gemeentebreed moet er een participatiestrategie komen waarin de kaders worden beschreven over wanneer inwoners op welke manier kunnen en mogen meedenken (inwonersparticipatie). Maar ook wanneer de gemeente op welke manier bereid is te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie). De daadwerkelijke uitvoer van deze participatie zal op buurtniveau plaatsvinden. De gemeente heeft inmiddels het Participatiebeleid gereed ter besluitvorming. Voor zowel communicatie als participatie maken we op hoofdlijnen onderscheid in drie doelgroepen: • • •
Alle inwoners en organisaties gemeentebreed Ondernemers en bedrijven gemeentebreed Inwoners van en stakeholders in startwijken: gebiedsgerichte aanpak
De gemeente maakt hiervoor zoveel mogelijk gebruik van bestaande communicatie- en participatiemiddelen.
38
Programmalijn gemeentebrede aanpak Uit de verschillende transitiepaden voor Vught blijkt dat besparing en aardgasvrij ready maken van gebouwen de belangrijkste (eerste) stap is naar aardgasvrij / comfortabele huisvesting. Vervolgens zien we dat in meerdere buurten en dorpen in Vught, een individuele oplossing zoals een hybride of volledige warmtepomp de volgende stap is. Een opgave die daarmee niet alleen op gebiedsniveau, maar ook gemeentebreed te benaderen is. Voor gemeentebrede maatregelen wordt daarom een afzonderlijke programmalijn ingericht. Dit kan worden uitgesplitst in verschillende thema’s of doelgroepen. Hiervoor zal het samenwerkingsplatform het initiatief nemen voor het opstellen van uitvoeringsplannen (plan van aanpak) die verder worden uitgewerkt in werkgroepen. Afhankelijk van de vergelijkbaarheid qua opgave en thema, kan dat eventueel in samenwerking of afstemming met buurgemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel. Programmalijn gebiedsgerichte aanpak Uit de verschillende transitiepaden voor de gemeente Vught blijkt dat voor een groot deel van de gemeente op dit moment niet duidelijk welke warmteoptie leidend is. Vanuit het oogpunt van techniek en maatschappelijke kosten, is de meest haalbare en betaalbare warmteoptie nog niet uitgekristalliseerd. Het gaat hoofdzakelijk om de afweging tussen een warmtenet en all electric in de kern Vught.
Een eventueel warmtenet is een collectieve warmtevoorziening waarvoor een gebiedsgerichte aanpak voor de hand liggend is. Dit geldt ook voor de verduurzaming van bedrijventerreinen / werklocaties in Vught met afgebakende gebieden. Daarom wordt ook een afzonderlijke programmalijn opgericht voor gebieden waarbij een gebiedsgerichte aanpak nodig is. Hiervoor zal het samenwerkingsplatform het initiatief nemen voor het opstellen van gebiedsgerichte uitvoeringsplannen voor. De aanleiding voor een gebiedsgerichte aanpak wordt nader toegelicht. Gemeentelijke rollen Afhankelijk van de opgave en wensen van betrokken stakeholders zal de wijze van betrokkenheid van de gemeente moeten worden bepaald. Dit kan per situatie verschillen. De gemeente kan verschillende rollen innemen. De belangrijkste rollen zijn: passief, faciliterend, activerend, samenwerkend en risicodragend. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat zij voor de gehele warmtetransitie een coördinerende rol inneemt, waarbij initiatieven vanuit de samenleving zoveel mogelijk worden gefaciliteerd. In gevallen dat initiatieven tot vertraging of stilstand komen, zal de gemeente waar mogelijk en nodig een reikende hand kunnen bieden door een actievere rol. Voor de warmtetransitie in Vught is op basis van de relevante transitiepaden de volgende rollen van de gemeente gedefinieerd:
39
•
Gemeentebrede regierol: De gemeente heeft als ‘voorzitter’ van het samenwerkingsplatform de regierol in het bewaken van de voorgang van de warmtetransitie als onderdeel van de verduurzamingsopgave in Vught. Dat kan enerzijds door het tussentijds monitoren van de tussendoelen richting de eindambitie, bijvoorbeeld in termen van CO2 reductie of aantallen woningen aardgasvrij. Anderzijds door het evalueren van de samenwerkingsstructuur, de onderlinge samenwerking, rolverdeling en de aanpak.
•
Initiatieven samenleving: in deze situatie zal de gemeente initiatieven van eigenaren, bewoners of ondernemers faciliteren. De regie, keuze en oplossingen liggen bij de initiatiefnemers. De gemeente zal waar nodig ondersteuning bieden door bijvoorbeeld te informeren, vergaderruimten ter beschikking te stellen, procesgeld ter beschikking stellen of juist partijen te verbinden. Het kan hier gaan om zowel individuele als gebiedsgerichte initiatieven. De gemeente stelt hierover eerst een kader op waarin voor iedereen duidelijk wordt wanneer initiatieven ‘groen licht’ krijgen voor ondersteuning en samenwerking. Onderdeel daarvan zal onder andere een inspanningsverplichting zijn om gezamenlijke verantwoordelijkheid te nemen in de betreffende initiatieven.
•
Stimulering van individuele kansen: de gemeente neemt de regie door het geven van voorkeursoplossingen, het stimuleren van standaardisatie in samenwerking met markt en stakeholders en hierover actief te informeren. Denk bijvoorbeeld aan een gestandaardiseerde aanpak voor
energiebesparing van woningen uit een bepaalde bouwperiode in een wijk. De uiteindelijke keuze blijft in deze situatie altijd bij de bewoners of ondernemers zelf. •
Gebiedsgerichte regie gemeente: in deze situatie gaat het voornamelijk om een gebiedsgerichte aanpak waarbij een centrale rol vanuit de gemeente wenselijk is voor bijvoorbeeld het overzicht, voortgang en risicoverdeling. Denk bijvoorbeeld aan wijken die eventueel in aanmerking komen voor een warmtenet. Keuzes worden hierbij op gebiedsniveau gemaakt. Individuele bijdragen worden daarbij door de gemeente georganiseerd en gecoördineerd voor gebiedsgerichte keuzes. Voor dekking van financiele tekorten zal hoofdzakelijk naar Rijksmiddelen worden gezocht.
5.2. Hoe gaan we de eerste stappen organiseren? Na vaststellen van de TVW is het belangrijk om eerst de samenwerkingsstructuur nader uit te werken zodat er in de komende jaren gericht aan de slag kan worden gegaan. In de volgende paragrafen wordt de basis gelegd voor de inhoudelijke uitwerking van zowel de gemeentebrede als gebiedsgerichte aanpak. Het initiatief voor een verdere uitwerking vindt uiteraard plaats in het samenwerkingsplatform. Gemeentebrede aanpak Energiebesparing, koeling, aardgasvrij ready maatregelen en individuele warmteoplossingen (zoals een hybride of volledige warmtepomp) zijn thema’s die gemeentebreed aan de orde zijn. Deze opgaven vormen dan ook de basis in alle transitiepaden voor Vught. Iedereen die wil en kan investeren in dergelijke maatregelen moet gefaciliteerd worden. Het gaat veelal om individuele maatregelen voor specifieke doelgroepen. Hiervoor is het energieloket het eerste aanspreekpunt. Om de opgave te structureren wordt binnen het samenwerkingsplatform gewerkt vanuit verschillende thema’s en doelgroepen. Hiervoor worden afzonderlijke uitvoeringsplannen opgesteld waarbij enerzijds het aanbod richting de doelgroepen centraal staat en anderzijds wordt voortgeborduurd op bestaande structuren. • • •
Toekomstbestendig wonen (energiebesparing, aardgasvrij ready en koeling) Hybride warmteoplossing en all electric woningen Individuele utiliteitsgebouwen
Toekomstbestendig wonen Energiebesparing en aardgasvrij gereed worden van woningen is een essentiële stap in de transitie, maar moet ook bijdragen aan een comfortabele en gezonde woning. Daarom is aandacht voor koeling voor de warmste dagen in het jaar ook wenselijk. Het gaat om relatief kleine maatregelen zoals groene daken, geveltuinen en zonwering. De doelgroepen betreffen particulieren, verenigingen van eigenaren en verhuurders. Gezien de aard van de verschillende doelgroepen is voor iedere doelgroep een aanpak op maat nodig. Dit geldt ook voor verschillende typen gebouwen en bouwjaren. Het gaat veelal om een individuele aanpak. Door het energieloket, de energiecoöperaties en KANT wordt al enige tijd geïnformeerd en geadviseerd over verschillende maatregelen en mogelijkheden. Voor de komende jaren is het belangrijk dat er enerzijds een duidelijk aanspreekpunt is voor bewoners en anderzijds dat de opgave op enige schaal wordt gerealiseerd. Dit kan bijvoorbeeld door prioriteit (qua ondersteuning en communicatie) te geven aan onder andere woningen uit 1950-1975. Deze woningen zijn namelijk sterk vertegenwoordigd in Vught. Het streven naar een schaalsprong betekent echter ook meer capaciteit en middelen om de opgave te kunnen faciliteren, waarbij ook nader bekeken moet worden in welke woning welke maatregel al genomen is.
Met bijvoorbeeld straatscans kunnen straten met vergelijkbare bouw en type onderzocht worden op isolatie die daar nog nodig is (en dus ook of er al een isolatieslag heeft plaatsgevonden). Kortom, een helder uitvoeringsplan voor verschillende doelgroepen is wenselijk na vaststelling van de TVW. Hybride warmteoplossing en all electric woningen Na isolatie, aardgasvrij ready en koeling is het toewerken naar een duurzame warmteoplossing de volgende stap. Voor een substantieel deel van de woningen in Vught zal een all electric woning het eindbeeld zijn. De
40
aanpassing van een woning op een natuurlijk moment is veelal een individuele, maar ook een gefaseerde aanpak. Een deel van de woningvoorraad in Vught is overigens al voldoende geïsoleerd (nageïsoleerde woningen en bouwjaar na 2005). Bewoners van die woningen binnen het transitiepad ‘hybride warmteoplossing en duurzaam gas’ kunnen, in tegenstelling tot vergelijkbare woningen in het transitiepad ‘Periodiek herijken’, in feite nu al een duurzame warmteoplossing overwegen: een hybride warmteoplossing of all electric. Voor deze doelgroep zal een aanpak op maat moeten worden uitgewerkt. Hiervoor kan de bestaande werkzaamheden van het energieloket en energiecoöperaties als basis worden gehanteerd. Verder is de rol van de netbeheerder ook essentieel voor wat betreft investeringen in netverzwaring indien de huidige capaciteit ontoereikend is. Met de energiecoöperaties en de netbeheerder is er ook een basis voor een werkgroep voor dit thema. Individuele ondernemers en/of utiliteitsgebouwen Naast woningen moeten eigenaren en/of gebruikers van utiliteitsgebouwen (kantoren, bedrijfspand, maatschappelijk vastgoed, industrie etc.) ook worden gefaciliteerd, indien zij aan de slag willen met verduurzaming. Het gaat hier vooral om individuele ondernemers die niet geclusterd zijn in een gebied zoals een bedrijventerrein.
Voor een afgebakend gebied wordt namelijk een gebiedsgerichte aanpak voorzien (zie gebiedsgerichte aanpak). Voor individuele ondernemers zal er ook een centraal aanspreekpunt moeten komen voor informatie en begeleiding in de vorm van een loket met informatie en instrumenten. Er zal een gemeentebrede aanpak worden opgesteld, ook in overleg met de Omgevingsdienst met betrekking tot energiebesparende maatregelen. Gebiedsgerichte aanpak Bij een gebiedsgerichte wijkaanpak worden keuzes op gebiedsniveau gemaakt. Een individuele aanpak op gebouwniveau staat niet centraal. Het gaat om een afgebakend gebied waarin een integrale opgave aan de orde is. Hiervoor zijn gebiedsgerichte uitvoeringsplannen noodzakelijk. Voor Vught zijn de volgende gebiedstypen daarbij denkbaar: • • • •
Woonwijken Werklocaties / bedrijventerrein Centrumgebied Buitengebied
Het opstellen van een gebiedsgericht uitvoeringsplan duurt naar verwachting 1 tot 3 jaar afhankelijk van de complexiteit en omvang van de wijk of gebied. Het Klimaatakkoord geeft aan dat de daadwerkelijke uitvoering vervolgens tenminste 8 jaar in beslag neemt. Dat betekent dat er minimaal 10 jaar tijd is tussen de start van een gebiedsgericht uitvoeringsplan en het afscheid nemen van het aardgas. Zo heeft iedereen de tijd om zich goed voor te bereiden. De gemeenteraad besluit over een gebiedsgericht uitvoeringsplan. In het uitvoeringsplan staat de ambitie voor de wijk of buurt, de keuze voor de alternatieve infrastructuur, de planning (stappenplan) en de rollen en verantwoordelijkheden van betrokken partijen. Het uitvoeringsplan vormt daarmee de basis voor de technische uitwerking en contractvorming in de daaropvolgende fase. Woonwijken Het gaat hierbij om een collectieve warmteoplossing in een buurt of wijk waarbij een gebiedsgerichte aanpak noodzakelijk is. Echter, een collectieve warmteoplossing is in Vught mogelijk pas op de langere termijn aan de orde. Uit de verschillende transitiepaden voor de gemeente Vught blijkt dat voor een groot deel momenteel niet duidelijk is welke warmteoptie leidend zal zijn. Het gaat hoofdzakelijk om de afweging tussen een warmtenet en all electric in de kern Vught.
Bij een collectieve warmteoplossing is een gebiedsgerichte aanpak wenselijk omdat de aanleg van bijvoorbeeld een warmtenet van invloed is op de openbare ruimte en er regie moet zijn op de individuele aansluitingen van pandeigenaren op de collectieve warmtevoorziening. Naast de aanleg van een collectieve warmtevoorziening kan ook sprake zijn van een bredere aanpak als gevolg van andere ruimtelijke opgaven in een buurt of wijk. Dit kan zowel fysiek als sociaal zijn. De warmtetransitie in die gebieden worden dan onderdeel van een bredere opgave. Ook hiervoor is een gebiedsgerichte aanpak wenselijk.
41
Werklocaties Het gaat hier om gebieden met voornamelijk utiliteits- en/of industriegebouwen. Denk bijvoorbeeld aan het bedrijventerrein rondom de industrieweg en het spoor, Vughtse Heide en het Zorgpark Voorburg in Vught. Het gaat om afgebakende gebieden met een specifieke doelgroep. Dit vraagt om een aanpak met maatwerk. Ook hiervoor zullen op termijn gebiedsgerichte uitvoeringsplannen aan de orde komen. In deze plannen zal er ook aandacht zijn voor de rol en taken van de Omgevingsdienst met betrekking tot energiebesparende maatregelen (op basis van de erkende maatregelenlijst) en de organisatiegraad op die locaties om ondernemers beter te kunnen benaderen en te activeren. Hierbij wordt ook waar mogelijk duurzame ondernemers ingezet als ambassadeurs. Centrumgebied Het gaat hier om een gebied met een verscheidenheid aan gebouwtypen, eigenaren, gebruikers en bezoekers. Een dynamisch gebied waar doorgaans meerdere (ruimtelijke) opgaven samenkomen. Het is daarom onvermijdelijk om voor het centrumgebied van Vught op termijn ook een gebiedsgericht uitvoeringsplan op te stellen. Het zuidelijk deel van het centrumgebied is in de TVW reeds aangewezen als een aandachtsgebied in het kader van de warmtetransitie. Dit wordt nader toegelicht.
Buitengebied Het buitengebied van Vught is relatief groot waarin verschillende functies, bewoners, eigenaren en gebruikers aanwezig zijn zoals: woningen, landbouw, recreatie, sport en natuur. Voor wat betreft aardgasvrij zal naar verwachting hoofdzakelijk sprake zijn van een individuele aanpak van bijvoorbeeld agrarische bedrijven. Echter, het is ook denkbaar dat een integrale opgave in het buitengebied aan de orde is. Denk maar aan de ruimtebehoefte voor de RES-opgave. Gezien de verschillende ambities ontstaat er in Nederland een ruimteclaim in het buitengebied vanuit verschillende sectoren. Vanuit die optiek is het denkbaar dat voor het buitengebied een gebiedsgericht uitvoeringsplan wordt overwogen waarin de warmtetransitie een onderdeel van wordt. Hiervoor zal er een duidelijke koppeling moet komen met de RES-opgave en afstemming met onder andere ZLTO. 5.3. Hoe gaan we de startkansen en samenwerkingsgebieden opstarten? We hebben nader onderscheid gemaakt tussen directe startkansen en samenwerkingsgebieden. Bij de zogenaamde samenwerkingsgebieden is er potentie voor de warmtetransitie, maar dan zal er eerst een samenwerking in het gebied moeten plaatsvinden alvorens op termijn tot uitvoering te kunnen komen. In de volgende paragrafen wordt de context voor de uitvoering nader toegelicht.
Na vaststelling van de TVW zal gefaseerd nadere uitwerking worden gegeven aan deze startkansen en samenwerkingsgebieden. Het gaat hierbij om een combinatie van een gemeentebrede en gebiedsgerichte aanpak. Startkansen Loyola, Loonsebaan, Klein Brabant en Helvoirt In Loyola, Klein Brabant en Helvoirt zal de focus liggen op energiebesparing van hoofdzakelijk de naoorlogse woningen uit de periode 1950-1990. Het gaat hier om enigszins vergelijkbare woningen met energielabels C E die ruimtelijk geclusterd zijn in die gebieden. Hiervoor is een gestandaardiseerde aanpak voor isolatie denkbaar met een individuele benadering voor maatwerk. Voor Helvoirt is de scope overigens breder. In Loonsebaan ligt de focus op de aangewezen cluster voor all electric. In de vier gebieden zit energie bij een deel van bewoners en de wil om te verduurzamen. Een goede basis om juist daar te starten met energiebesparing als belangrijke eerste stap in de transitiepaden voor Vught. Uiteraard zal dit nader moeten blijken wanneer in de wijken het gesprek wordt aangegaan met de bewoners. Waar mogelijk zal de toepassing van duurzame (hybride) warmteoplossingen ook worden verkend als twee stap in het transitiepad. Voor deze vier gebieden is een gebiedsgerichte aanpak niet direct aan de orde. Er is vooralsnog geen aanleiding om de warmtetransitie te koppelen aan bijvoorbeeld andere opgaven in de wijk.
42
Voor de individuele benadering zullen de lokale energiecoöperaties VET-Vught en HOT met een eigen aanpak geïnteresseerde bewoners ondersteunen in de verduurzaming van de woning. Voor beide energiecorporaties gaat het om een kleinschalige aanpak op straat- en buurtniveau met maatwerk per woning en bewoner. Voor de begeleiding en advisering van bewoners worden door de energiecorporaties professionals ingezet. Om dit mogelijk te maken is procesgeld nodig. De gemeente speelt hierin een belangrijke rol. Daarmee heeft de gemeente voor deze gebieden een faciliterende rol. Daarnaast kan de gemeente ondersteunen vanuit een gemeentebrede communicatie en participatieplan om de warmtetransitie in die gebieden nader onder de aandacht te brengen. Samenwerkingsgebieden Molenstraat en omgeving Stakeholders in dit gebied moeten eerst tot samenwerking komen voordat tot uitvoering kan worden overgegaan. Het gaat hier om een verkenning voor een samenwerking tussen particuliere woningeigenaren, de woningcorporatie, energiecoöperaties, welzijnsorganisatie en de gemeente. Voor dit gebied moet eerst onderzocht worden of de warmtetransitie onderdeel kan worden van een bredere aanpak. Gelet op het inkomensniveau en de energiearmoede, zal een duurzaamheidsinitiatief waarschijnlijk niet direct vanuit de bewoners komen.
Daarom kan de woningcorporatie op basis van het vastgoedeigendom een belangrijke startmotor zijn voor verduurzaming in dat gebied. Daarnaast is de gemeente actief in de openbare ruimte op het gebied van onder andere verkeersveiligheid in de wijk. Partijen moeten daarom eerst onderzoeken of een gebiedsgerichte aanpak kansrijk is. Voor de verkenning van een dergelijke samenwerking is procesgeld nodig. Daarbij is ook een regisserende rol wenselijk vanuit de gemeente. Voor een groot deel van de particuliere woningeigenaren in dit gebied (bouwperiode 1950-1975 met energielabel E) is een gestandaardiseerde aanpak voor isolatie denkbaar met een individuele benadering voor maatwerk als onderdeel van een bredere aanpak. Gelet op het lagere inkomensniveau moet ook gewerkt worden aan een financieel aanbod richting bewoners. Dit zal ook nader moeten worden verkend. Vanuit het samenwerkingsplatform zal het initiatief worden genomen voor deze verkenning. Hiervoor zal vanuit de programmalijn ‘gebiedsgerichte aanpak’ een projectgroep worden opgericht. Centrumgebied Vught Het centrumgebied heeft de hoogste bebouwingsdichtheid in Vught. Het is een gebied met veel diversiteit qua gebouwtype, bouwperioden en functies. Daarnaast zijn er diverse ontwikkelingen gaande zoals nieuwbouw.
De mogelijkheden voor aardgasvrij van de bestaande bouw is enerzijds collectief aan de hand van een laag temperatuur warmtenet op basis van een WKO en oppervlaktewater uit de Dommel op circa 500 meter. Anderzijds zijn er mogelijkheden op individueel niveau (lucht/water warmtepomp en bodemlus warmtepomp per gebouw voor utiliteit, en duurzaam gas met lucht/lucht warmtepomp voor appartementen). Een collectieve warmteoplossing op termijn heeft echter de voorkeur om nader uit te werken. Het is een kans om collectiviteit te organiseren binnen de warmtetransitie. Hiervoor is eerst een verkenning nodig voor een samenwerking tussen stakeholders in het gebied. Belangrijk onderdeel hiervan is het benutten van de geplande WKOinstallatie voor de nieuwbouw aan de Raadhuisstraat. Immers, gelet op de interferentiecirkel van deze WKOinstallatie van 100 tot 150 meter is toevoeging van nieuwe WKO-systemen naar verwachting niet toegestaan. De betreffende nieuwbouw is al wel in een vergevorderd stadium. Voor deze verkenning is procesgeld nodig. Gezien de schaal en de diversiteit aan stakeholders, is voor deze verkenning ook een regisserende rol wenselijk vanuit de gemeente.
Naast een regisserende rol, procesgeld zal de gemeente ook moeten verkennen welke middelen beschikbaar zijn (gemeentelijk, provinciaal of het Rijk) om te komen tot een sluitende en beheersbare businesscase voor een collectieve warmteoplossing. Immers, een dergelijke warmteoplossing zal niet betaalbaar zijn ten opzicht van aardgas of de eerder genoemde individuele oplossingen. Vanuit het samenwerkingsplatform zal het initiatief worden genomen voor deze verkenning. Hiervoor zal vanuit de programmalijn’gebiedsgerichte aanpak’een projectgroep worden opgericht.
43
Industrieweg e.o. In het gebied rondom het spoor, de Industrieweg en de Ouwekerk is sprake van bedrijvigheid en kansen voor het benutten van restwarmte. Het gaat om een afgebakend gebied nabij een woonomgeving met zowel industrie als utiliteitsgebouwen. In het gebied zijn er verschillende eigenaar-gebruikers, maar enkele grotere eigenaren van bedrijfspanden. Met de grotere vastgoedeigenaren kan een grote slag worden gemaakt met de verduurzaming in het gebied. Naast de warmtetransitie biedt de verduurzaming van het bedrijventerrein ook kansen op het gebied van met name klimaatadaptatie (in de openbare ruimte) en energieopwek op bedrijfsdaken. Een integrale aanpak voor verduurzaming van deze bedrijfslocatie kan ook worden uitgebreid voor de bedrijvigheid langs het spoor naar het zuiden tot aan de Kemplandstraat. Aangezien er op dit moment geen initiatieven zijn vanuit bedrijven voor verduurzaming, zal eerst een samenwerking moeten worden verkend voor een gebiedsgerichte aanpak. Het gaat om een samenwerking tussen de gemeente, de vastgoedeigenaren en gebruikers. Vanuit het samenwerkingsplatform zal het initiatief worden genomen voor deze verkenning. Hiervoor zal vanuit de programmalijn ‘gebiedsgerichte aanpak’een projectgroep worden opgericht. Voor deze verkenning is procesgeld nodig. Daarbij is ook een regisserende rol wenselijk vanuit de gemeente. 5.4.
Hoe gaan we het financieren? Om daadwerkelijk stappen in de uitvoering te kunnen zetten, moet voldoende budget en capaciteit door de gemeente én het Rijk beschikbaar komen. Zij heeft als initiatiefnemer immers de regie in het hele proces. Allerlei initiatieven willen graag meewerken, maar dan moet er ondersteuning vanuit de gemeente zijn. Energiecoöperaties willen graag uitvoering organiseren, maar missen daarvoor de financiële middelen. Zij hebben behoefte aan een plan van aanpak, perspectief en financiële ondersteuning. De benodigde middelen zijn afhankelijk van de ambities, omvang van plangebieden, gekozen werkwijze, doorlooptijd en afspraken met relevante organisaties. Voor de voorgestelde eerste stappen is indicatief 0.5 FTE aan coördinatie benodigd per programmalijn. Voor het opstellen van een uitvoeringsplan (gemeentebreed of gebiedsgericht) zal gemiddeld 0.8 tot 1.1 FTE benodigd zijn per plan per jaar, afhankelijk van de situatie. Bij een gebiedsgericht uitvoeringsplan zijn aanvullend advieskosten te verwachten voor planvorming, technische en financiële onderbouwing, participatie en communicatie. De kosten zijn voor collectieve warmteoplossingen doorgaans hoger dan bij individuele warmteoplossingen.
Voor de daadwerkelijke uitvoering van een uitvoeringsplan moet rekening worden gehouden met gemiddeld 1.7 tot 2.1 FTE per plan per jaar.5 De specifieke inzet en omvang van middelen door de gemeente voor de aangewezen startkansen en samenwerkingsgebieden zal nader uitgewerkt moeten worden binnen het samenwerkingsplatform wanneer de kaders en uitgangspunten voor een werk- of projectgroep verder uitgewerkt zijn. 5.5. Wat is de planning voor de komende 2 jaar? Na vaststelling van de TVW zullen in de komende twee jaar de volgende acties worden uitgevoerd, die de basis vormen voor de uitvoering van de warmtetransitie in Vught: • • •
Uitwerking en verankering van de samenwerkingsstructuur en organisatie incl. loketfunctie Uitwerking en vaststelling gemeentebrede aanpak voor energiebesparing (aansluiten op aanpak energiebesparing vanuit de RES) Uitwerking en vaststelling gemeentebrede aanpak voor participatie en communicatie
5 Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 – 2030, Andersson Elffers Felix in opdracht van Raad voor het Openbaar
Bestuur, d.d. 22 september 2020.
44
• • • •
Het oprichten en starten van projectengroepen voor minimaal 2 startkansen en 1 samenwerkingsgebied (centrum Vught) incl. start uitwerking uitvoeringsplannen 6 Opstellen kaders en aanpak voor gemeentelijke ondersteuning initiatieven samenleving Opstellen planning voor de periode na 2 jaar (incl. voorbereiding actualisatie TVW) Uitwerking en beschikbaar stellen van benodigde capaciteit en middelen.
5.6. Wat zijn aandachtspunten? Planvorming warmtetransitie in bredere context In de Omgevingswet zijn drie instrumenten te onderscheiden voor gemeenten die bijdragen aan de toekomstbestendige leefomgeving en dus ook in de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. De omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s en omgevingsplannen. De impact van de Omgevingswet op de werkwijze van de gemeente zal in de toekomst steeds duidelijker worden. Deze werkwijze verfijnen is ook onderdeel van de professionalisering in de aanpak van isoleren en aardgasvrij wonen in de gemeente Vught. De omgevingsvisie is een overkoepelende visie voor de fysieke leefomgeving in de gemeente, waarin de opgaven en ambities beschreven staan. De ambities, uitgangspunten, doelstelling en transitiestrategie in de Transitievisie Warmte zijn een integraal onderdeel van de omgevingsvisie. De omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld. Omgevingsprogramma's zijn een concrete opgave- of gebiedsgerichte uitwerking van de ambities en doelen uit de omgevingsvisie voor de korte- en middellange termijn. De programma’s hebben dus een kortere tijdshorizon dan de omgevingsvisie. Hierin staat hoe en met wie de gemeente de ambities uit de visie wil bereiken.
Omgevingsprogramma’s zijn alleen bindend voor de gemeente zelf, dit betekent dat inwoners, ondernemers en organisaties gestimuleerd worden om bij te dragen, maar daartoe niet verplicht zijn. Een (wijk)uitvoeringsplan is te kenschetsen als een gebiedsgericht uitvoeringsprogramma. Het omgevingsplan is de opvolger van bestemmingsplannen en is juridisch bindend. In de toekomst is het bijvoorbeeld denkbaar om de volgende onderwerpen via een wijziging van het omgevingsplan te regelen: • • • •
een minimaal isolatieniveau, eventueel als streefwaarde, voor bepaalde buurten, met het oog op een toekomstige aardgasvrij alternatief. het vastleggen van een warmtekavel voor een warmtenet (met opt-out mogelijkheden conform Wet Collectieve Warmte). als op termijn een buurt aardgasvrij wordt en er een aanpassing komt van de huidige infrastructuur, zoals het verwijderen of aanpassen van het gasnet, is een aanpassing op het omgevingsplan nodig. het opnemen van een omgevingswaarde voor bijvoorbeeld de CO2-uitstoot ten behoeve van warmte of geluidsnormen van warmtepompen in het omgevingsplan. Een omgevingswaarde kan vervolgens worden gekoppeld aan een (duurzaamheids)programma om zo de samenhang met andere opgaven in de leefomgeving te borgen. Wanneer overschrijding van een norm en dus van de omgevingswaarde wordt verwacht, is het opstellen van een omgevingsprogramma om te voldoen aan de omgevingswaarde verplicht onder de Omgevingswet.
De Wet Collectieve Warmtevoorziening Gezien de ontwikkelingen in de energietransitie is er een opvolger voor de Warmtewet in ontwikkeling, de Wet Collectieve Warmte (WcW). Dit is nodig om te anticiperen op de doelen uit het klimaatakkoord met collectieve warmtevoorzieningen en de bescherming van eindgebruikers.
6 Selectie van startkansen en samenwerkingsgebieden op initiatief van het Samenwerkingsplatform
45
De WcW schrijft voor dat de gemeente gebieden (wijken, plaatsen) waar collectieve warmtevoorzieningen voorzien zijn als warmtekavel aanwijst. De warmtekavel zal naar verwachting worden opgenomen in het gemeentelijke omgevingsplan. Na toewijzing van de warmtekavel zullen warmtebedrijf en gemeente inventariseren welke eigenaren hun woning of gebouw willen aansluiten. Eigenaren kunnen daarbij kiezen voor een eigen duurzaam alternatief, de zogenoemde ‘opt-out’ mogelijkheid. Het aanwijzen van een warmtekavel is een omvangrijk besluitvormingstraject is. waarin het omgevingsrechtelijke traject (transitievisie, uitvoeringsprogramma, en omgevingsplan) nauw samenhangen met het selectieproces voor een warmtebedrijf (opstellen kavelplan, vaststelling kavel, selectie warmtebedrijf en inventarisatie opt-out). Randvoorwaarden voor de samenwerking Om invulling te geven aan de manier van samenwerken zoals hiervoor is toegelicht, is voldoende capaciteit noodzakelijk. De warmtetransitie is onderdeel van een bredere, integrale verduurzamingsopgave van de leefomgeving. Dat vraagt ook om een manier van werken die gericht is op het gebied en de duurzaamheidsopgave als geheel en niet op afzonderlijke beleidssectoren. Daarbij is het noodzakelijk dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn, aanvullend op de bestaande financieringsopties en gemeentelijke bijdragen.
46
Bijlage 1 Overzicht specificatie warmteopties
47
Bijlage 2 Proces naar transitiepaden en aanpak In deze bijlage lichten we het proces toe van de totstandkoming van de TVW en specifiek het proces naar transitiepaden, startkansen en aanpak richting uitvoering. We hebben met verschillende partijen samengewerkt om tot gedegen en gedragen keuzes te komen. Met elkaar zijn we gekomen tot een visie, inzicht en keuzes in de warmtetransitie. Met de projectgroep hebben we de uitgangspunten van de warmtetransitie opgesteld zoals te vinden in hoofdstuk 2 en de notitie van uitgangspunten. Wie zijn betrokken in het proces? Projectgroep De Transitievisie Warmte is opgesteld met reflectie en input van een brede groep van betrokkenen (stakeholders), verenigd in een ‘projectgroep’. Hierin zaten vertegenwoordigers van de regionale netbeheerder Enexis, woningcorporaties Charlotte van Beuningen, Woonveste, TBV wonen, Brabant water, energiecoöperaties VET-Vught, HOT (Huis & Omgeving in Transitie), burgerinitiatief KANT, ZLTO, Welzijn Vught en waterschappen Aa en Maas en de Dommel. Ook hebben medewerkers van diverse disciplines van de gemeente deelgenomen met kennis van de openbare ruimte en communicatie. Deze stakeholders hebben inhoudelijk kunnen reageren op verschillende versies van de TVW.
Inwoners en ondernemers Inwoners en ondernemers uit de gemeente zijn tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte op een aantal momenten in het proces betrokken. We hebben digitale informatieavonden gehouden waarin inwoners geïnformeerd zijn over hoe de Transitievisie Warmte opgesteld wordt en over de (voorlopige) resultaten. Eind februari 2021 is de eerste digitale bewonersinformatiebijeenkomst gehouden. In maart is een digitale enquête gehouden onder inwoners en ondernemers gericht op hun kijk op de aankomende warmtetransitie. De uitkomsten van de informatieavonden en enquêtes waren input voor Transitievisie Warmte (www.vught.nl/aardgasvrij-vught).
Bestuurstafel Op regionaal niveau hebben de verantwoordelijke wethouders van de gemeenten Vught, Boxtel en SintMichielsgestel periodiek overleg gehad over de voortgang van de afzonderlijke Transitievisies Warmte. Deze gemeenten hebben het proces rondom deze transitievisie gezamenlijk opgepakt om de voordelen van een regionale afstemming waar mogelijk te benutten, zoals de overlapping van stakeholders in de regio, het bepalen van de leidende principes rondom de warmtetransitie en het bepalen van de selectiecriteria voor buurten en wijken.
Gemeenteraad De raadscommissie van Vught is op 25 februari 2021 meegenomen in het proces in de uitgangspunten en heeft op 24 juni inhoudelijk gereageerd op de tussenresultaten van de Transitievisie Warmte (TVW 0.5). De input is vervolgens meegenomen in de laatste versie van de Transitievisie Warmte (TVW 1.0). Met elkaar zijn we gekomen tot transitiepaden naar een toekomst zonder aardgas (H4) en een aanpak op weg naar uitvoering (H5). Het proces zoals beschreven is weergegeven in onderstaande figuur.
Uitgangspunten en selectiecriteria
48
Gekoppelde analyses en data
Vertaalslag naar transitiepaden en startkansen
Voorstel aanpak en fasering op weg naar uitvoering
Uitgangspunten & selectiecriteria Met de projectgroep zijn we gekomen tot een aantal uitgangspunten en selectiecriteria. Deze zijn te vinden in de notitie van uitgangspunten en samengevat in hoofdstuk 2 (uitgangspunten). De uitgangspunten zijn kernwaarden en dienen als leidende principes in de warmtetransitie. De selectiecriteria zijn een vertaalslag van de uitgangspunten en liggen aan de basis van de keuzes voor transitiepaden, startkansen en samenwerkingsgebieden. Koppeling van analyses en data Als basis voor keuzes in deze Transitievisie Warmte hebben we gebruik gemaakt van analyses en data die ons inzicht geven in de gebouwde omgeving, de kansrijke warmteopties en de kosten. Op basis van de gekozen uitgangspunten zijn we gekomen tot het gebruik van de analyses en data zoals weergegeven in onderstaande tabel.
Criteria
Kenmerken
Gekoppelde analyses en data
Impact maken
Homogeniteit, eigenaarschap, omvang, Openbare en opgevraagde data, bronperspectief gevisualiseerd in de atlas
Draagvlak
Initiatieven in de buurt, idealist of duurzame productenkoper
Doelgroepentool
Laagste maatschappelijke kosten
Per buurt inzicht in het aardgasalternatief met de laagste maatschappelijke kosten
Vergelijkende analyse
Werk met werk
Planningen en investeringen in de Beperkte data beschikbaar, kwalitatieve grond, de openbare ruimte en woningen analyse
Diversiteit
Sociale en fysieke diversiteit
Beperkte data beschikbaar, kwalitatieve analyse
Kansrijke uitrolstrategie
Uitbreidbaarheid van de warmteoptie
Kansrijke aantallen WEQ, en verkenning van Syntraal op gebiedsgerichte startkansen
Vergelijkende analyse Vanuit de gemeente Vught zijn twee modeluitkomsten beschikbaar, die inzicht geven in de warmteoplossing met de laagste maatschappelijke kosten per buurt. Omdat de uitkomsten de keuzes in de Transitievisie warmte kunnen versterken, is een vergelijkende analyse gemaakt van de twee modellen: ▪
▪
De Startanalyse: een doorrekening van alle gemeenten met het Vesta MAIS model door Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Een toelichting op de startanalyse is te vinden op de website van het PBL7 Het Warmtetransitie Model (WTM): een doorrekening van de maatschappelijke transitiekosten per buurt voor verschillende warmteopties door Over Morgen. Een toelichting op het model is te vinden in bijlage Warmtetransitiemodel.
Door een verschil in aanpak, de warmteopties die meegenomen worden in de berekening en de gegevens waarmee de modellen rekenen, kunnen de uitkomst van de modellen verschillen van elkaar. Een vergelijkende
7 https://themasites.pbl.nl/leidraad-warmte/2020/.
49
analyse helpt hierbij om te komen tot een goed onderbouwde en breed gedragen uitkomst. In de vergelijkende analyse: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Zijn warmteopties waar nodig vertaald naar consistente en daarmee verglijkbare warmteopties waarbij de infrastructuur leidend is: warmtenet, all electric en gasnet; Zijn de uitkomsten per buurt van de twee modellen over elkaar heen gelegd; Is bekeken waar overeenstemming is en waar verschillen zijn; Is naar een verklaring gekeken waar verschillen zitten om deze te kunnen duiden; Is op basis van ‘ expert judgement’ een keuze gemaakt voor de meest passende warmteoptie voor de buurt als basis voor de transitiepaden.
Lokale analyse De lokale analyse laat zien welke lokale kansen er zijn die mogelijk als vliegwiel (of juist belemmering) kunnen dienen voor de stappen naar aardgasvrij. Het gaat hierbij om: ▪ ▪ ▪ ▪
Lokale data/kennis zoals woningcorporatiebezit, bestaand warmtenet en bodembeschermingsgebied; Planningen en investeringen in de ondergrond, de openbare ruimte en in woningen; Potentiële bronnen die (op termijn) gebruikt zouden kunnen worden voor een warmtenet, hoewel hier altijd nog nader onderzoek naar zal moeten plaatsvinden in de uitvoeringsplannen; Lokale initiatieven in de buurten als mogelijke aanjager van een gezamenlijke aanpak voor duurzame warmte.
Deze analyse is uitgevoerd aan de hand van een aantal werksessies met betrokken stakeholders in de projectgroep. Data-analyses en voorstellen (bijvoorbeeld startkansen en samenwerkingsgebieden en uitvoeringsstrategie) zijn voorgelegd aan de stakeholders en inhoudelijk besproken. Ook werden zij in de gelegenheid gesteld om concept-versies van de VTW te voorzien van feedback aan de hand van een feedbackformulier.
Doelgroepenanalyse Om passende communicatie –en participatieacties te realiseren, is het belangrijk om te weten wie de doelgroep is. Om dit in kaart te brengen, wordt er een slimme combinatie van kwantitatieve data van 4orange op het gebied van sociale demografie, lifestyle, attitude en mediavoorkeuren gemaakt. Op basis van deze data wordt een onderscheid gemaakt tussen twee soorten profielen, duurzaamheidsprofielen en communicatieprofielen. Duurzaamheidsprofielen laten zien hoe inwoners staan tegenover verduurzaming, geaggregeerd naar buurtniveau. De duurzaamheidsprofielen vinden hun oorsprong in een combinatie van kenmerken, zoals het gebruik van groene stroom en het kopen van biologische producten. Daarnaast zijn er communicatieprofielen opgesteld, die per buurt laten zien op welke manier inwoners het beste te benaderen en betrekken zijn in de buurt. Doel van deze profielen is vooral om te ondersteunen bij een passende aanpak voor een buurt richting een uitvoeringsstrategie. De profielen zijn gebaseerd op een datamodel geaggregeerd naar gebiedsniveau en zijn daarmee een simplificatie van de werkelijkheid. Ze zijn daarom nadrukkelijk bedoeld als basis voor het gesprek in de formering van een verdere aanpak. In een verdere uitwerking van de aanpak in de uitvoeringsplannen is maatwerk noodzakelijk.
Vertaalslag naar transitiepaden en startkansen Zoals in hoofdstuk 4 uitvoerig beschreven is, zijn er voor de gemeente een aantal transitiepaden beschreven en voor elke buurt in een kaart weergegeven. De transitiepaden en startkansen zijn gebaseerd op de vergelijkende analyse en waar relevant verrijkt met resultaten uit de andere analyses. Vervolgens is met de experts van Over Morgen gevalideerd of de resultaten daadwerkelijk aansluiten bij de resultaten zoals die door de analyses zijn geproduceerd. Daarna is door de projectgroep lokale kennis ingebracht om de transitiepaden en startkansen te valideren en verrijken. Dat heeft geresulteerd in de kaart zoals die in hoofdstuk 4 is weergegeven.