Schriftelijke inspraakbijdrage de heer Van Laarhoven - Visie Wonen in het Buitengebied
Tekst van het document
Gemeente Vught T.a.v. College van Burgemeester en Wethouders Postbus 10100 5260 GA Vught
Cromvoirt, 16 augustus 2022 Betreft: inspraakreactie voorontwerpbestemmingsplan ‘Pepereind 11 en Scheepenstraat ong.’ Uw kenmerk: voorontwerpbestemmingsplan ‘Pepereind 11 en Scheepenstraat ong.’ Bijlage(n): Ruimtelijke Quickscan - Mogelijke oprichting woning(en) Hoeksestraat Cromvoirt
Geacht college, Hierbij dien ik een inspraakreactie in op het voorontwerpbestemmingsplan ‘Pepereind 11 en Scheepenstraat ong.’ (hierna verder te noemen: het bestemmingsplan). Het plan Het plangebied (zie navolgende luchtfoto) is thans in gebruik ten behoeve van een manege en een bedrijfswoning in de vorm van cultuurhistorisch waardevolle kortgevelboerderij. Beoogd wordt de bedrijfsactiviteiten ter plaatse formeel te staken en het plangebied te herontwikkelen naar een woningbouwlocatie. Op het achtererf wordt beoogd drie Ruimte voor Ruimte kavels te ontwikkelen welke worden ontsloten aan de Scheepenstraat. In samenhang zal de kortgevelboerderij planologisch worden gesplitst in twee wooneenheden. Om het plan daadwerkelijk te kunnen realiseren, heeft initiatiefnemer het plan ‘Pepereind 11 en Scheepenstraat ong.’ onderbouwd met een toelichting waaruit zou blijken dat het (bouw)plan geen negatieve ruimtelijk-fysieke, logistieke en milieu-hygiënische gevolgen heeft voor de planlocatie en de directe omgeving ervan. Mijn (bouw)plan Ik heb in 2020 bij de gemeente Vught een verzoek ingediend om ter plaatse van mijn percelen kadastraal bekend onder sectie H, nummers 2051 en 2052 (zie de rood omlijnde percelen op navolgende luchtfoto), plaatselijk bekend als Hoeksestraat ongenummerd te Cromvoirt, één of twee woningen in het kader van de Ruimte-voor-Ruimte regeling op te mogen richten.
Bijgevoegde ruimtelijke quickscan heb ik in 2020, als onderbouwing van mijn plan, laten opstellen en ingediend bij de gemeente. Van de zijde van de gemeente is afwijzend gereageerd op mijn (bouw)plan. Het bevreemdt mij dat nu – op nog geen 100 meter afstand – wel medewerking wordt verleend aan de oprichting van drie woningen.
1
Hetgeen in het bestemmingsplan over beeldkwaliteit, landschappelijke inpassing, ruimtelijke structuur, stedenbouw e.d. is opgemerkt, is in feite 1:1 van toepassing op mijn (bouw)plan, maar desondanks wees de gemeente mijn plan af. Dat getuigt niet van een goede ruimtelijke ordening. In de bijgevoegde Ruimtelijke Quickscan over mijn initiatief is het volgende ‘perspectief’ voorgehouden: ‘Het plangebied ligt in het landelijke / agrarische gebied. Onderhavig plan voorziet in een verandering van de ruimtelijke structuur ter plaatse van het plangebied. Wel is het zo dat de hoofdmassa en hoofdvorm van de bebouwing zorgvuldig worden afgestemd op de bestaande bebouwing in de omgeving en daarbij een eigen architectonische eenheid vormen. Er wordt voor wat betreft de beeldkwaliteit en maatvoering aangesloten bij de stedenbouwkundige uitgangspunten van de gemeente Vught, alsmede de criteria uit de welstandsnota.
2
Bij de stedenbouwkundige en landschappelijke inrichting dient rekening te worden gehouden met de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten en structuren in het gebied zelf en in de naaste omgeving, waaronder mede begrepen de ontwikkeling van een groene geleding ten behoeve van ecologische en landschappelijke verbindingen, door deze in de planontwikkeling te betrekken. Het is initiatiefnemer er alles aan gelegen om met de realisatie van het bouwontwerp een representatieve locatie te realiseren die de ruimtelijke beeldkwaliteit van het gebied niet alleen in stand houdt, maar door de voorgenomen inpassing, vormgeving en bouwstijl van de beoogde bebouwing zelfs verbetert. Op deze wijze heeft het initiatief een toegevoegde waarde voor het ruimtelijke omgevingskader en levert het daarmee tevens een positieve bijdrage aan de waarborging van de stedenbouwkundige en landschappelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse. Het algemene ruimtelijke uitgangspunt van gemeenten is er verder op gericht om te komen tot ‘duurzaam bouwen’. Duurzaam bouwen verhoogt de gebruikswaarde (functioneel), belevingswaarde (vorm) en de toekomst (tijd) voor de bebouwde omgeving. Duurzaam bouwen is in dit geval te onderscheiden in stedenbouwkundig en bouwkundig duurzaam bouwen. Een goed stedenbouwkundig plan draagt bij aan een duurzame toekomst en voorkomt onder andere verloedering en leegstand.
Stedenbouwkundige duurzaamheid komt tot uitdrukking in de ruimtelijke opzet en inpassing van de bebouwing. Ruimtelijke kwaliteit vormt de voorwaarde voor een goed woon- en leefmilieu. Belangrijk hierbij is het om de stedenbouwkundige structuur op een goede manier kenbaar te maken en te behouden. Bouwkundige duurzaamheid laat zich onder andere uitdrukken in: • duurzaam materiaalgebruik; • slimme energetische concepten (welke resulteren in energiebesparende maatregelen); • afvalreductie. Geconcludeerd kan worden dat het plan op een dusdanig manier verder wordt uitgewerkt, dat het een ruimtelijke en visuele koppeling met de bestaande omliggende bebouwing en daarmee een positieve functionele invulling vormt. De voorgestane ontwikkeling steunt de waarborging van de stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische uitgangspunten en daarmee de ruimtelijke karakteristiek en identiteit ter plaatse.’ Bedrijven en milieuzonering Het doel van milieuzonering is om te komen tot een optimale kwaliteit van de leefomgeving. Instrumenten van ruimtelijke ordening en milieu kunnen elkaar daarbij ondersteunen. Om tot een optimale invulling van de ruimte te komen, onderscheidt de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in haar brochure Bedrijven en Milieuzonering (2009) twee omgevingstypen: 1. omgevingstype rustige woonwijk of rustig buitengebied; 2. omgevingstype gemengd gebied.
3
Ad. 1 Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Ad. 2 Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Vervolgens worden in de brochure, op basis van een aantal factoren (geur, stof, geluid en gevaar), richtafstanden genoemd tussen verschillende bedrijfstypen en omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of ‘rustig buitengebied’, waarmee gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening kunnen houden. Indien sprake is van het omgevingstype ‘gemengd gebied’, dan kunnen de richtafstanden – zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat en het functioneren van bedrijven – met één afstandsstap worden verlaagd.
In het bestemmingsplan is in paragraaf 5.5 het volgende vermeld over het aspect ‘bedrijven en milieuzonering’: 5.5.2 Plangebied Het plangebied kan worden getypeerd als gelegen binnen een gemengd gebied. In de omgeving van het plangebied is sprake van een functiemenging van niet-agrarische bedrijven en woningen en enkele agrarische bedrijven. Ten oosten van het plangebied is een camping gelegen. Het betreft een camping met keuken en eveneens een kleine werkplaats ten behoeve van de camping. Volgens de VGN-Brochure valt dergelijke bedrijvigheid te classificeren in milieucategorie 3.1, waarvoor een richtafstand geldt van 50 meter. In een gemengde gebied mag deze afstand met één afstandsstap worden verlaagd waarop richtafstand afstand op 30 meter komt. De nieuwe woningen worden gesitueerd op een minimale afstand van 30 meter tot het bestemmingsvlak. Dit is vastgelegd middels het opnemen van bouwvlakken binnen de woonbestemming. Derhalve kan gesteld worden dat het aspect Bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de oprichting van de Ruimte voor Ruimte woningen. Naar mijn mening is ten onrechte uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ en had derhalve uitgegaan dienen te worden van het omgevingstype ‘rustig buitengebied’.
Het verlagen van de richtafstand met één afstandsstap is derhalve überhaupt niet aan de orde, nog los van het gegeven of ook voor de werkplaats een richtafstand van ‘slechts’ 50 meter geldt. In het bestemmingsplan staat dat de nieuwe woningen worden gesitueerd op een minimale afstand van 30 meter tot het bestemmingsvlak. Naar mijn mening geldt een richtafstand van 50 meter en wordt deze afstand in het geheel niet gehaald, zeker niet omdat niet vanaf de rand van het bouwvlak gerekend moet worden, maar vanaf de rand van het bestemmingsvlak. Ik word derhalve in mijn bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden van mijn bedrijf aangetast.
4