RV Toelating benoemd raadslid mevrouw J.J.S. Wildschut-Gorissen
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Onderwerp
Toelating benoemd raadslid mevrouw Wildschut-Gorissen
Afdeling
Griffie
Datum behandeling in B&W:
n.v.t.
Datum raadsvergadering
1 juni 2023
Nummer Documentnummer
INT/23 –554003
Zaaknummer
Z23 – 264005
Voorstel De raadscommissie onderzoek geloofsbrieven stelt de raad voor: 1. Te verklaren dat mevrouw J.J.S. Wildschut-Gorissen voldoet aan de vereisten voor het raadslidmaatschap en geen betrekkingen vervult die daarmee onverenigbaar zijn. 2. Te besluiten mevrouw J.J.S. Wildschut-Gorissen toe te laten als lid van de raad.
Inleiding In de raadsvergadering van 1 juni 2023 is de benoeming van de heer J.H.L. den Otter als wethouder geagendeerd. Bij een positief advies van de onderzoekscommissie geloofsbrieven ontstaat er bij Gemeentebelangen een vacature ‘raadslid’. Conform de Kieswet geschiedt opvolging op basis van de
1/3
verkiezingslijst, op volgorde van de lijst. Mevrouw Wildschut-Gorissen is op 1 juni jl. van haar benoeming in kennis gesteld en zij heeft haar benoeming aanvaard.
Werkwijze U heeft een raadscommissie van drie leden ingesteld om de geloofsbrieven van mevrouw J.J.S. Wildschut-Gorissen te onderzoeken. Onze commissie brengt verslag uit van dit onderzoek en doet het voorstel tot toelating van mevrouw Wilschut-Gorissen als lid van de raad.
Argumenten 1. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en adviseert over toelating van het benoemde raadslid De Kieswet bepaalt dat de raad de geloofsbrieven van de te benoemde leden onderzoekt en dat de raad beslist of de benoemde als raadslid worden toegelaten (artikel V4, eerste lid, Kieswet). Er is te toetsen of aan de wettelijk gestelde eisen voldaan is door: -
Te controleren of het kandidaat-raadslid de benoeming aanvaardt;
-
Het aantonen van het ingezetenschap (GW artikel 10) binnen de gemeente met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP);
-
Het kandidaat-raadslid moet kenbaar maken welke andere functies dan het raadslidmaatschap hij vervult (GW artikel 12) en aangetoond moet worden dat hij geen onverenigbare openbare betrekkingen bekleedt (GW artikel 13).
Onze commissie heeft de geloofsbrieven van het benoemde lid onderzocht. Wij concluderen dat de geloofsbrieven van mevrouw Wildschut-Gorissen in orde zijn.
Kanttekeningen De nu onderzochte openbare betrekkingen die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap zijn niet te verwarren met de nevenfuncties (inclusief hun hoofdberoep) van de raadsleden.
2/3
Financiën De hoogte van de vaste maandelijkse vergoeding voor raadsleden is vastgelegd in artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. Een raadslid ontvangt op basis van artikel 3.1.1 van het rechtspositiebesluit een vergoeding voor diens werkzaamheden.
De raadscommissie onderzoek geloofsbrieven,
R.J.E.J. Jans
A.F.J. van der Vossen
A.M.S. Yacoub
3/3