RV Toelating benoemd raadslid de heer R.A.M. Duijghuisen
Tekst van het document
Ra a d s vo o r s t e l Onderwerp Afdeling Datum behandeling in B&W: Datum raadsvergadering Nummer Documentnummer Zaaknummer
Toelating benoemd raadslid de heer Duijghuisen Griffie n.v.t. 21 december 2023 INT/23 –591693 Z23 – 271485
Vo o r s t e l De raadscommissie onderzoek geloofsbrieven stelt de raad voor: 1. Te verklaren dat de heer R.A.M. Duijghuisen voldoet aan de vereisten voor het raadslidmaatschap en geen betrekkingen vervult die daarmee onverenigbaar zijn. 2. Te besluiten de heer R.A.M. Duijghuisen toe te laten als lid van de raad.
In le id in g In de raadsvergadering van 21 december 2023 is de benoeming van de heer N.C. de Lange als wethouder geagendeerd. Bij een positief advies van de onderzoekscommissie geloofsbrieven ontstaat er bij PvdA-GroenLinks een vacature ‘raadslid’. Conform de Kieswet geschiedt opvolging op basis van de verkiezingslijst, op volgorde van de lijst. De heer Duijghuisen is op 13 december jl. van zijn benoeming in kennis gesteld en hij heeft zijn benoeming aanvaard.
W e r k w ijz e U heeft een raadscommissie van drie leden ingesteld om de geloofsbrieven van de heer R.A.M. Duijghuisen te onderzoeken. Onze commissie brengt verslag uit van dit onderzoek en doet het voorstel tot toelating van de heer Duijghuisen als lid van de raad.
Ar gu m e n t e n 1. De commissie onderzoekt de geloofsbrieven en adviseert over toelating van het benoemde raadslid De Kieswet bepaalt dat de raad de geloofsbrieven van de te benoemde leden onderzoekt en dat de raad beslist of de benoemde als raadslid worden toegelaten (artikel V4, eerste lid, Kieswet). Er is te toetsen of aan de wettelijk gestelde eisen voldaan is door: - Te controleren of het kandidaat-raadslid de benoeming aanvaardt; - Het aantonen van het ingezetenschap (GW artikel 10) binnen de gemeente met een uittreksel uit de Basisregistratie Personen (BRP);
1/2
-
Het kandidaat-raadslid moet kenbaar maken welke andere functies dan het raadslidmaatschap hij vervult (GW artikel 12) en aangetoond moet worden dat hij geen onverenigbare openbare betrekkingen bekleedt (GW artikel 13).
Onze commissie heeft de geloofsbrieven van het benoemde lid onderzocht. Wij concluderen dat de geloofsbrieven van de heer Duijghuisen in orde zijn.
Ka n t t e k e n in g e n De nu onderzochte openbare betrekkingen die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap zijn niet te verwarren met de nevenfuncties (inclusief hun hoofdberoep) van de raadsleden.
F in a n c ië n De hoogte van de vaste maandelijkse vergoeding voor raadsleden is vastgelegd in artikel 3.1.1 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers en is afhankelijk van het aantal inwoners van de gemeente. Een raadslid ontvangt op basis van artikel 3.1.1 van het rechtspositiebesluit een vergoeding voor diens werkzaamheden. De raadscommissie onderzoek geloofsbrieven,
M. Freund
W.J. de Graaff
J.C.S.M. Vrensen
2/2