Reactie college op burgerinitiatief Eigen energie in Vught - Duurzaam Cromvoirt
Tekst van het document
wc E Gemeenteraad Vught Postbus 10100 5260 GA Vught
Uw kenmerk
Datum
Ons kenmerk
Verzonden
Behandeld door
R. van Geloven /073-65480658
Onderwerp
Burgerinitiatief Duurzaam Cromvoirt
8 april 2022
Geachte raadsleden, Op 8 maart 2022 heeft de initiatiefgroep 'Duurzaam Cromvoirt' het Burgerinitiatief 'Energietransitie Gemeente Vught' ingediend bij de gemeenteraad. In deze brief reageren we op dit initiatief en geven we u een advies mee hoe hiermee om te gaan. Waardering Allereerst willen wij onze waardering uitspreken voor de inspanning van de initiatiefgroep. We waarderen elke inwoner die zich actief bezighoudt met het realiseren van de energietransitie en daaraan vanuit eigen kennis en expertise wil bijdragen. Waar mogelijk nemen we suggesties en ideeën van de initiatiefgroep dan ook graag mee in het verdere proces en blijven we met elkaar in gesprek over vervolgstappen om de energietransitie in onze gemeente tot een succes te maken. Hoe lastig en complex dat ook zal zijn. De opgave is breder Het lijkt er echter op dat in het burgerinitiatief te beperkt wordt gekeken naar de opwek van elektriciteit. In de Regionale Energiestrategie (RES 1.0) is een opgave voor onze gemeente vastgesteld voor de grootschalige opwek van energie van 0,05 TWH. Dit is noodzakelijk om minder afhankelijk te worden van fossiele bronnen en meer hernieuwbare energie op te wekken middels zon en/ of wind. Daarnaast hebben we de opgave om energie te besparen én om alternatieve bronnen om gebouwen te verwarmen te zoeken ter vervanging van aardgas.
Die laatste opgave vraagt in veel gevallen ook elektriciteit, die opgewekt zal moeten worden op daken van woningen en bedrijven. In de RES 1.0 is als ondergrens voor grootschalige opwek gekozen voor een installatie met zonnepanelen van 15 Kw. Daarbij wordt ervan uitgegaan dat een dak daarmee overcapaciteit levert en een bijdrage kan leveren aan de grootschalige opwek van elektriciteit naast het eigen verbruik. Bij particuliere woningen is de opwek met zonnepanelen noodzakelijk om het eigen energieverbruik te
P
Postbus IO I 00, 5260 GA Vught
T
14073
A
Seer. van Rooijstraat I
T
+31 (0)73 658 06 80
5261 EPVught
E
gemeente@vught.nl
wc z compenseren (besparing) en om de extra energiebehoefte ter vervanging van aardgas op te vangen. We verwachten echter dat er desondanks toch een aanzienlijke toename van elektriciteitsverbruik zal plaatvinden voor onder meer het verwarmen en koelen van panden (zakelijk en particulier) en ook door de exponentiele groei van elektrisch vervoer. Dit is ook zo opgenomen in de RES 1.0. In het voorstel van Duurzaam Cromvoirt worden deze opgaven door elkaar gehaald. De keuze voor zon en/ of wind In het burgerinitiatief wordt meermaals aangegeven dat het college beweert dat het RES 1.0 bod niet te halen is zonder grootschalige windenergie in de gemeente. Deze conclusie noemt de initiatiefgroep volstrekt onjuist. Het college heeft dit ook niet beweerd. Wel heeft het college eerder in de notitie 'Op weg naar een zon- en windvisie voor de gemeente Vught' aangegeven dat er naast grootschalige zon-op-dak ook zonnevelden en/ of windmolens nodig zijn. En daarbij heeft het college beargumenteerd waarom het de voorkeur van het college heeft om in te zetten op windenergie in plaats van op grote zonnevelden. Om een definitieve keuze te kunnen maken, moeten alle zoekgebieden nog nader onderzocht worden. Het college is voorstander van een gedegen onafhankelijk onderzoek naar alle zoekgebieden voor zon en wind.
Pas op basis van dit onderzoek kunnen definitieve keuzes worden gemaakt over de beste mogelijkheden voor grootschalige opwek van elektriciteit. In dit onderzoek wordt tevens rekening gehouden met criteria met betrekking tot de afstand van woningen, impact op flora en fauna en aantal omwonenden, zoals genoemd op pagina 13 van het burgerinitiatief. Inhoudelijke reactie op het rapport Ondanks alle waardering die het college heeft voor de initiatiefnemers, willen we als college tegelijkertijd objectief kijken naar hetgeen wat in het burgerinitiatief wordt gesteld. Graag stippen we puntsgewijs enkele onderdelen van het rapport aan, waar wij kanttekeningen bij plaatsen. • Het is niet duidelijk in hoeverre in het rapport gebruik wordt gemaakt van wetenschappelijke peer-reviewed bronnen. De objectiviteit van diverse beweringen kan daarom niet altijd goed beoordeeld worden. Het college maakt alleen gebruik van peer-reviewed bronnen. Bijvoorbeeld over effecten op gezondheid. • Op pagina 2 is een tabel 'locaties en manier van opwekking' opgenomen. Dit betreft veelal aannames die nog nader onderzoek vragen (daadwerkelijke capaciteit van bedrijfsdaken in de praktijk) of waarbij de gemeente afhankelijk is van derden voor medewerking (waterschappen, Rijkswaterstaat, ProRail). Daarnaast staan er opbrengsten in die niet meetellen als grootschalige opwek, maar als energiebesparing.
Dat is een andere opgave. • Op pagina 3 wordt gesproken over zonnepanelen van 570 Wp. Allereerst is het belangrijk om te melden dat opwek op particuliere daken onder de 15 Kw niet wordt meegenomen in de RES opgave. Dit is een afspraak en bewuste keuze die we in RES verband hebben gemaakt. Dit is terug te lezen in de RES 1.0. Het vermogen van deze daken is namelijk bedoeld om het eigen gebruik te compenseren als besparing en onderdeel van de warmtetransitie. Het college staat van harte open voor alle innovaties die de komende jaren op het besparingsvlak op ons afkomen. Zoals de genoemde zonnepanelen van 570 Wp. • Op pagina 4 wordt een pleidooi gehouden voor C02 opslag in cultuurbos of olifantengras. Dit is echter geen vervanging voor de opgave om energie op te wekken, zoals afgesproken in de RES 1.0. • Op pagina 5 wordt gesuggereerd dat bij windturbines sprake zou zijn van gehinderden en ernstige aantasting van landbouwgrond of natuur in tegenstelling tot de voorstellen uit het burgerinitiatief. Wij vragen ons af waaruit dat zou blijken. Er zijn hele goede voorbeelden
wc E; •
•
•
•
van natuurontwikkeling en landbouwgronden rondom windturbines. Daarnaast moeten de werkelijke effecten van een specifieke locatie nog eerst blijken uit nader onderzoek. Op pagina 8 wordt gesteld dat "de alternatieven voor zon en kleinschalige wind ( ... ) minder belemmeringen ondervinden om in te voeden op het lokale net dan grootschalige windturbines." Wij kunnen deze bewering niet staven en vragen ons af op welke berekeningen dit gebaseerd is. Overproductie door kleine windturbines levert ook problemen voor het netwerk op. Vervolgens wordt gevraagd wat we hebben "(... ) aan grote, dure windturbines als we de energie ervan niet eens kwijt kunnen?" In alle gevallen geldt dat het energienet de komende jaren versterkt moet worden om gereed te zijn voor opwek en verbruik. Met de opwek van energie dragen we bij aan de opgave die we hebben gekregen én door de raad is vastgesteld. Daarnaast is er met verkoop van energie bij lokaal eigendom veel geld te verdienen, wat ingezet kan worden voor nieuwe projecten om bijvoorbeeld de gebouwde omgeving te verduurzamen. Op pagina 13 staat dat de gemeente beter windmolens op zee kan 'sponsoren' om aan haar opgave te voldoen. Dat sluit niet aan bij de afspraken van de RES 1.0. Het Rijk stimuleert meer wind op zee, onder andere om daarmee de zware industrie te verduurzamen. Daarnaast is er een opgave voor opwek op land.
Wij dienen op ons grondgebied hieraan een bijdrage te leveren. Op pagina 13 staat tevens dat Vught in een gebied met gemiddeld lage windsnelheden ligt. Daarmee wordt gesuggereerd dat windenergie hier niet kostenefficiënt of haalbaar is. Een windpark bij de windsnelheden in onze gemeente is echter wel degelijk haalbaar en zelfs kansrijk. Daar is een prima businesscase van te maken. Op de pagina 13-15 wordt ingegaan op kleinschaligere windenergie. Hoewel dat in sommige gevallen een uitstekend alternatief kan zijn, is het geen alternatief voor grootschalige opwek zoals afgesproken in de RES 1.0. Daarbij moet het volgende in ogenschouw worden genomen: o Om de benodigde hoeveelheid energie op te wekken, is een veelvoud van kleine windturbines noodzakelijk. De ruimtelijke inpassing vraagt in dat geval meer ruime, omdat er interferentie plaatsvindt (onderlinge windvang). Daarnaast heeft het plaatsen van deze kleinere turbines invloed op de landbouwgrond, omdat er meer ruimte nodig is voor kabeltrajecten, opstelplaatsen en toegangswegen voor onderhoud. o Voor vogels en vleermuizen is in veel gevallen een kleinere windturbine schadelijker dan een grote windturbine (de meeste lokale vogels foerageren onder de 80 meter hoogte; ref. windpark Agrowind Reusel-de Mierden).
Volgens adviezen van onder meer de commissie MER (2099-015risicoanalyse.pdf commissiemer.nl, specifiek 2.3) is het juist beter om windmolens te bouwen die zo hoog mogelijk en langzaam draaiend zijn, omdat daarmee de kans kleiner is dat een vogel tegen de windturbine vliegt. Bovendien kan er dan ook geïnvesteerd worden in de juiste beschermende maatregelen zoals vogelradar en aanvaarbeveiliging. o De 25-meter hoge windmolens van het type MWF 8,5 zoals genoemd op pagina 15 (hoofdstuk VIII), vallen onder het provinciaal regime. Deze windmolens zijn alleen toegestaan bij een agrarisch bedrijf als zij voorzien in het eigen gebruik van de bedrijven. o In de praktijk blijken kleine windmolens vaak veel minder efficiënt te zijn dan in theorie wordt aangenomen. Dat geldt zeker voor de wokkels en rotoren die op een dak geplaatst worden. Zie ook het onderzoek van RVO (Rapport Praktische
wc ? toepassing van mini-windturbines). Voor deze kleinere turbines is geen financiering mogelijk vanwege de lage opbrengsten, waardoor er geen businesscase operationeel te maken is die bijdraagt op de schaal van Vught. Advies voor de gemeenteraad Het college heeft in de notitie 'Op weg naar een zon- en windvisie voor de gemeente Vught' haar concept bod én alternatieven voor de grootschalige opwek van elektriciteit beschreven. Het burgerinitiatief vraagt nu om daar een belangrijke bouwsteen uit te schrappen en tot 2030 geen windturbines toe te staan in de gemeente. Het college vindt dit een onwenselijk voorstel. Het niet meenemen van windturbines, voordat onafhankelijk en objectief onderzoek heeft plaatsgevonden, is onverstandig. Wij adviseren u daarom om windenergie onderdeel te laten zijn van de onderzoeken, om daarna tot een gedegen en onderbouwde keuze te komen. Om die reden adviseren we u om niet in te stemmen met het voorliggende raadsbesluit bij het burgerinitiatief. Wel geven we u als alternatief mee, dat we onderdelen van het burgerinitiatief mee kunnen nemen in de Nota Reikwijdte en Detailniveau (NRD) en de PlanMER die we nu moeten gaan doorlopen. Het is van belang om daarbij alternatieven af te wegen. We betrekken op deze wijze het burgerinitiatief bij de verdere ontwikkeling om te komen tot zon- en windbeleid.
Dat stelt u in staat om na de onderzoeken met alle feiten op tafel te komen tot een besluit. Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Vught, De secretaris (wnd),
de burgemeester,
p .9% M . P.M.J.C.C. van Lindt
R.J. van de Mortel