CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Programma Water en Riolering (PWR) en Waterafvoerverordening

Raadsvergadering 19 mei 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Programma Water en Riolering (PWR) en waterafvoerverordening 20224.137 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De raad van de gemeente Vught; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 maart 2022; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, alsmede artikel 10.32a van de Wet milieubeheer;.

besluit: 1. Vast te stellen programma water en riolering. 2. Vast te stellen de volgende verordening:

WATERAFVOERVERORDENING VUGHT 2022 1 Algemeen/Definities 1.1 Definities Artikel 1. Begripsbepalingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. Aansluiting: het particulier riool, het aansluitpunt, de ontstoppingsvoorziening en de perceelaansluitleiding tezamen; b. Aansluitpunt: I.

bij een gescheiden rioolstelsel: het punt, gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten;

II.

bij een drukriool: het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput;

III.

bij een voorziening voor de individuele behandeling van afvalwater (IBA) die in beheer is bij de beheerder: het punt waar het particulier riool op de IBA wordt aangesloten;

1/14

IV.

indien een vetafscheider, olieafscheider of andere voorziening die onderdeel uitmaakt van het particulier riool in openbare grond is gelegen: het punt waar die voorziening wordt aangesloten op de perceelaansluitleiding;

V.

indien het openbaar riool in particuliere grond is gelegen: het punt dat als aansluitpunt is aangeduid in de overeenkomst tot het vestigen van een recht van opstal;

c.

Afkoppelen: Het beëindigen of verminderen van een hemelwaterlozing op openbare riolering;

d. Afvalwater: alle water waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen; e. Bedrijfsafvalwater: afvalwater dat vrijkomt bij door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid, dat geen huishoudelijk afvalwater, afvloeiend hemelwater of grondwater is; f.

Beheerder: de beheerder van de openbare riolering: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vught, of een door deze aangewezen rechtspersoon die met het betreffende beheer is belast;

g. Bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; I.

Bestaand bouwwerk: bouwwerk dat is opgericht voor de inwerkingtreding van deze verordening;

II.

Nieuw bouwwerk: bouwwerk dat wordt opgericht na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief herbouw na sloop van een bestaand bouwwerk;

h. Bronneringswater: opgepompt grondwater; i.

Drukriolering: vuilwaterriolering waarbij het transport plaatsvindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte over- of onderdruk;

j.

Gemengde riolering: de openbare riolering voor de inzameling en transport van een menging van afvalwater met hemel- en/of grondwater;

k.

Gescheiden riolering: van elkaar gescheiden hemelwater- en vuilwaterriolering;

l.

Groen dak: een doelbewust met planten begroeid dak;

m. Grondwater: water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen; n. Hemelwater: afstromend regen-, sneeuw- of smeltwater;

2/14

o. Hemelwaterriolering: de openbare riolering voor de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, grondwater, of een menging van hemel- en grondwater; p. Huishoudelijk afvalwater: afvalwater dat overwegend afkomstig is van menselijke stofwisseling en huishoudelijke werkzaamheden; q. Openbaar perceel: publiek toegankelijk perceel in beheer bij de beheerder; r.

Openbare riolering: (een gedeelte van) de riolering of (samenstel van) voorzieningen, in beheer van de beheerder, voor de inzameling en transport van vuilwater, hemelwater en/of grondwater;

s.

Particuliere riolering: de binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van het aan te sluiten perceel gelegen binnen-, buiten- of terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt;

t.

Perceelaansluitleiding: het riool, en de voorzieningen die deel uit maken van dit riool, tussen de openbare riolering en het aansluitpunt, in beheer bij de beheerder;

u. Projectgebied: een te (her)ontwikkelen gebied, bestaande uit één of meerdere percelen; v.

Verhard oppervlak: oppervlak voorzien van verhardingen (o.a. daken, wegen, verharde terreinen, etc.), zodanig dat hemelwater van dit oppervlak niet in de bodem kan infiltreren; I.

Bestaand verhard oppervlak: verhard oppervlak dat is aangelegd voor inwerkingtreding van deze verordening;

II.

Nieuw verhard oppervlak: verhard oppervlak dat wordt aangelegd na inwerkingtreding van deze verordening, inclusief aanleg na verwijdering van bestaand verhard oppervlak.

w. Vuilwater: huishoudelijk afvalwater of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater of ander afvalwater; x.

Vuilwaterriolering: de openbare riolering voor de afvoer van uitsluitend afvalwater exclusief hemel- en/of grondwater;

1.2 Reikwijdte Artikel 2. Reikwijdte van de verordening 1. Deze verordening is van toepassing op: a. alle percelen binnen de grenzen van de gemeente Vught; b. alle lozingen, direct of indirect, op de openbare riolering.

3/14

2. In afwijking van lid 1 zijn de hemelwaterregels, zoals opgenomen in paragraaf 3.1 van deze verordening, niet van toepassing op bestaand verhard oppervlak op openbare percelen;

2 Aansluiting van voorzieningen 2.1 Aanvraag tot (wijzigen van) aansluiting Artikel 3. Goedkeuring 1. Het is zonder schriftelijke goedkeuring niet toegestaan een aansluiting op het openbaar riool tot stand te brengen of te wijzigen. 2. De beheerder verleent alleen goedkeuring voor het tot stand brengen, in stand houden of wijzigen van de aansluiting, bedoeld in het eerste lid: a. voor de afvoer van gemengd water indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is en niet de mogelijkheid bestaat het hemelwater te lozen op het oppervlaktewater; b. voor de afvoer van vuilwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse vuilwaterriolering aanwezig is; c. voor de afvoer van hemelwater en grondwater naar het daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse hemelwaterriolering aanwezig is. Hierbij dienen ook de bepalingen in hoofdstuk 3 van deze verordening in acht te worden genomen. 3. Indien meer dan één aansluiting op een aansluitleiding tot stand dient te worden gebracht (bijvoorbeeld hemelwater en vuilwater), alsmede wanneer meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is het eerste lid voor iedere aansluiting of wijziging van toepassing. De aanvraag voor goedkeuring voor meer dan één aansluiting op een aansluitleiding dienen in één schriftelijk verzoek gecombineerd te worden ingediend. 4.

De beheerder is bevoegd zo nodig nadere voorwaarden te stellen, bijvoorbeeld met betrekking tot het tot stand brengen van de aansluiting, de renovatie, onderhoud en vervanging van de aansluitleiding, het gebruik van de aansluiting, dan wel de periode waarvoor de goedkeuring wordt verleend indien het een tijdelijke aansluiting betreft. Artikel 4. Het verkrijgen van goedkeuring

4/14

1. De aanvraag om goedkeuring wordt door de rechthebbende schriftelijk, met behulp van een daartoe bestemd aanvraagformulier, bij de beheerder ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten dan wel aangesloten perceel. 2. Bij een aanvraag om goedkeuring dienen tenminste de volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld: a. de naam en het adres van de rechthebbende; b. de ligging van het aan te sluiten dan wel aangesloten perceel aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel; c. de aard en de hoeveelheid van het af te voeren afvalwater, en of er regenwater zal worden afgevoerd. In geval van afvoer van proceswater dient hierbij tevens de samenstelling en temperatuur van het af te voeren water vermeld te worden; d. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool een situatieschets, op een schaal van 1:100 of groter, met daarop ten minste de volgende gegevens: I. de ligging, het verloop en de dimensies van leidingen en (bergings)voorzieningen; II. de hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het aansluitpunt; III. het toe te passen duidelijke verschil in materiaalkleur tussen leidingen voor verschillende soorten waterstromen.

De in de gemeente Vught uniform te hanteren kleuren zijn: - Hemelwater: (midden)grijs; - Vuil- of Zwartwater: (rood)bruin; - Grondwater (drainage of infiltratie): groen; 3. De in het tweede lid bedoelde gegevens behoeven niet te worden verstrekt voor zover de aanvrager die gegevens reeds aan de beheerder heeft verstrekt en deze over die gegevens beschikt. Artikel 5. Het weigeren van goedkeuring 1. Goedkeuring tot (wijzigen van een) aansluiting kan slechts worden geweigerd indien aanleg of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische, milieutechnische of milieu economische redenen bezwaarlijk is. 2. Een weigering van goedkeuring is met redenen omkleed, waarbij de beheerder de nadere eisen aangeeft waaraan moet worden voldaan om voor goedkeuring in aanmerking te komen. 3. Aanleg of wijziging van een aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk indien: a. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding betreft die niet voldoet aan de eisen die daaraan krachtens de geldende bouwregelgeving zijn gesteld;

5/14

b. de gevraagde aansluiting een lozing van afvalwater betreft, die niet voldoet aan de eisen die daaraan krachtens de geldende milieuwetgeving zijn gesteld; c.

het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen afvalwater te kunnen afvoeren;

d. de rechthebbende bij het aanbrengen van de benodigde voorzieningen op particulier terrein geen recht van opstal of andere erfdienstbaarheid wil vestigen ten behoeve van de beheerder. Artikel 6. Beslistermijn 1. Het verlenen danwel weigeren van goedkeuring geschiedt binnen een termijn van 6 weken na ontvangst van de aanvraag hiertoe. 2. Indien de aanvraag of de daarbij behorende bescheiden niet voldoen aan het bepaalde in artikel 3 t/m 4: a. wordt de rechthebbende hiervan op de hoogte gebracht en in de gelegenheid gesteld dit binnen een termijn van 4 weken te herstellen; b. begint de termijn waarbinnen op een aanvraag moet worden beslist op de dag dat dit verzuim is hersteld.

2.2 Aanleg (of wijziging) van een aansluiting Artikel 7. Uitvoering aanleg of wijziging van een aansluiting 1. De aansluiting dient binnen 1 jaar na verkrijging van goedkeuring aangelegd of gewijzigd te zijn. 2. De aanleg of wijziging van de perceelaansluitleiding, inclusief de koppeling daarvan met de openbare riolering, vindt niet plaats anders dan door of namens de beheerder. 3. Na het indienen door de rechthebbende van een verzoek aan de beheerder tot aanleg of wijziging van een aansluiting, komt de beheerder binnen 4 weken een (verwachte) uitvoeringsdatum overeen, met inachtneming van de termijn vermeld in lid 1. 4. De koppeling van het aansluitpunt met de perceelaansluitleiding vindt slechts plaats, als het aan te sluiten particulier riool tot aan het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan de daaraan op grond van de bouwregelgeving gestelde eisen. 5. Aansluitingen van leidingen op gemeentelijke voorzieningen, zoals straatkolken, leidingen en de openbare weg, dienen volgens de eisen van de beheerder en overige wet- en regel uitgevoerd te worden. Artikel 8. Kosten van de aansluiting

6/14

1. De beheerder stelt de kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding vast aan de hand van de door de beheerder jaarlijks krachtens de Legesverordening vast te stellen tarieven 2. De gemeente is niet gehouden tot feitelijke aanleg van de perceelaansluitleiding, voordat de rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de in het eerste lid genoemde kosten. 3. Indien de kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding reeds zijn voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit bij de aanvraag van de aansluitvergunning te vermelden. De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding worden niet in rekening gebracht indien deze reeds op andere wijze op de rechthebbende zijn verhaald. Artikel 9. Niet-nakoming voorschriften 1. De beheerder kan een verleende goedkeuring wijzigen of intrekken als blijkt dat: a. bij aanvraag van de goedkeuring onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de eigenaar of gebruiker van een aangesloten pand of perceel zich niet houdt aan de bepalingen in deze verordening, danwel de aanvullende voorwaarden bij de verleende goedkeuring. 2. Als gevolg van het wijzigen of intrekken van goedkeuring, kan de beheerder de aansluiting verbreken of buiten werking stellen. 3.

Een verbroken of buiten werking gestelde aansluiting wordt niet eerder hersteld dan nadat de eigenaar of gebruiker alsnog aan de gestelde voorschriften heeft voldaan en de eventuele kosten van verbreking en heraansluiting aan de gemeente heeft betaald.

2.3 Onderhoud Artikel 10. Onderhoud, renovatie en vervanging 1. Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de aansluitleiding wordt uitgevoerd door of namens de beheerder en voor rekening van de beheerder, tenzij de betreffende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge van een onjuist gebruik of onvoldoende onderhoud van de particuliere riolering, in welk geval de kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen. 2. Onder onjuist gebruik wordt in ieder geval begrepen:

7/14

a. het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun aard en samenstelling, verstoppingen in de perceelaansluitleiding of de openbare riolering veroorzaken; b. het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun aard of concentratie, de constructie van de perceelaansluitleiding of de openbare riolering aantasten. 3. Het onderhoud, en de kosten daarvan, van de particuliere riolen en voorzieningen komen voor rekening van de rechthebbende. 4. Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de aansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het openbaar riool. Artikel 11. Verstopping en andere storingen 1. Bij een verstopping of andere verstoring in het riool opent de rechthebbende (indien nodig na opgraven er van) een of meerdere ontstoppingsstuk(ken) op het aangesloten perceel en onderzoekt of de verstopping of verstoring zich bevindt in het particulier riool of in de aansluitleiding. Als er een bovenmatige hoeveelheid water in het ontstoppingsstuk blijft staan dan zit de verstopping of verstoring in of na de aansluitleiding. Als dit niet het geval is dan zit de verstopping of verstoring in het particuliere riool. 2. Indien na het in lid 1 bedoelde onderzoek, redelijkerwijs wordt vermoed dat sprake is van een verstopping of verstoring in of na de aansluitleiding dient de rechthebbende of de gebruiker dit te melden bij de gemeente.

De gemeente verricht de noodzakelijke werkzaamheden om de verstopping te verhelpen of vernieuwt zo nodig zo spoedig mogelijk de aansluitleiding. 3. Wanneer sprake is van een situatie als bedoeld in lid 2 en de rechthebbende heeft contact opgenomen met de gemeente, dan komt de rechthebbende in aanmerking voor een vergoeding van de in lid 1 gemaakte onderzoekskosten. De vergoeding bedraagt maximaal €250,- en kan alleen betrekking hebben op verricht graaf- of grondwerk. De vergoeding wordt alleen toegekend indien een gespecificeerde factuur van de gemaakte kosten kan worden overlegd. 4. Wanneer geen sprake is van een situatie als bedoeld in lid 2, moet de rechthebbende zelf voor eigen rekening op onderzoek gaan naar de oorzaak van de verstopping. Bij de noodzakelijk geachte werkzaamheden neemt de rechthebbende de geldende bepalingen in lokaal geldende regels in acht. 5. Het op eigen initiatief van de rechthebbende opgraven, ontstoppen of herstellen van een leiding of voorziening buiten het eigen perceel is niet toegestaan. Kosten die hierbij worden gemaakt komen nooit voor vergoeding in rekening.

8/14

6. Het verbod in lid 5 geldt niet bij percelen waarbij de perceelleiding volledig buiten de erfgrens ligt. In deze gevallen mogen – uitsluitend na overleg en met goedkeuring van de gemeente – in een vak van 1 vierkante meter de noodzakelijke onderzoeksof herstelwerkzaamheden door de rechthebbende worden verricht. 7. Indien bij of na het verrichten van de in lid 2 bedoelde werkzaamheden door de gemeente blijkt dat de kosten van deze werkzaamheden op grond van artikel 10 en 11 van deze verordening voor rekening van de rechthebbende of gebruiker behoren te zijn, kunnen de door de gemeente gemaakte kosten bij de rechthebbende in rekening worden gebracht. Tevens vervalt dan de vergoeding als bedoeld in lid 3.

2.4 Werkzaamheden & Verwijdering Artikel 12. Zorgplicht 1. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op perceel dat op het openbaar riool is aangesloten, moeten door de rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen dat verstopping of verstoring van het openbaar riool en de aansluitleiding wordt voorkomen. 2. Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de in het eerste lid omschreven zorgplicht, heeft de gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de rechthebbende. 3. Indien het gebruik van een aansluiting definitief wordt beëindigd, a. is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in kennis te stellen. b. Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd, wordt de aansluitleiding op kosten van de rechthebbende afgesloten of verwijderd.

3 Lozen van hemel- of grondwater 3.1 Lozen van hemelwater Artikel 13. Verbod op lozen van hemelwater op de riolering 1. Het is verboden vanaf een nieuw bouwwerk of een nieuw verhard oppervlak hemelwater te lozen op de openbare riolering of openbaar terrein; dit moet op het eigen perceel worden verwerkt. 2. De eigenaar van een perceel heeft bij de verwerking van hemelwater op het eigen perceel de vrije keuze tussen de toe te passen voorziening(en), waarbij het volgende geldt:

9/14

a. de te realiseren hemelwatervoorziening moet tenminste 60 liter per m2 verhard oppervlak, recht van boven bemeten, kunnen verwerken; b. indien uit de gevoeligheidsfactor, zoals opgenomen in de actuele Keur van Waterschap De Dommel, een lagere compensatie-eis blijkt voor het betreffende perceel dan wordt de verwerkingseis zoals opgenomen in lid 2a overeenkomstig verlaagd; c.

voor het oppervlak aan groen dak in m2, recht van boven bemeten, wordt geen (aanvullende) hemelwatervoorziening vereist;

d. de benodigde voorzieningen moeten volledig boven de ter plekke optredende gemiddeld hoogste grondwaterstand worden gerealiseerd; e. de benodigde voorziening(en) dienen uiterlijk 10 weken na het gereedkomen van het nieuw bouwwerk of aanleg van het nieuw verhard oppervlak gerealiseerd te zijn en moeten blijvend in stand gehouden worden; f.

bij elke activiteit mag de reeds aanwezige totale hoeveelheid (hemel)waterberging op het perceel niet afnemen.

3. De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, zoals bedoeld in lid 1, indien van de eigenaar van het nieuw bouwwerk of het nieuw verhard oppervlak redelijkerwijs een te grote inspanning wordt geëist in verhouding tot het doel van het verbod. De beheerder kan voorwaarden of voorschriften verbinden aan de verleende ontheffing. Artikel 14. Gebiedsaanwijzing afkoppelen 1. De beheerder kan een gebied aanwijzen waarbinnen het verbod en aanvullende bepalingen uit artikel 3 tevens gelden voor alle bestaande bouwwerken en bestaande verharde oppervlakken op een perceel. Bij het vaststellen van een dergelijke gebiedsaanwijzing geldt het volgende: a. de beheerder houdt rekening met het gemeentelijk rioleringsplan en eventuele geldende voorschriften uit vigerende (bestemmings)plannen; b. de gebiedsaanwijzing treedt in werking met ingang van de 3e dag na de dag waarop zij bekend is gemaakt; c. de gebiedsaanwijzing bevat een termijn waarop aan de aanwijzing moet worden voldaan. Deze termijn bedraagt tenminste 6 weken; d. op de voorbereiding en vaststelling van de gebiedsaanwijzing is afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. 2. in alle gevallen dient te worden voorkomen dat er overlast wordt veroorzaakt bij aangrenzende percelen of de openbare ruimte

10/14

Artikel 15. Vrijstelling bij specifieke inrichtingskenmerken 1. Het verbod, bedoeld in artikel 13 lid 1 van deze verordening, geldt niet voor nieuw aan te leggen verhard oppervlak indien het een of meerdere van de volgende kenmerken heeft: a. er is géén Omgevingsvergunning voor bouwen of het uitvoeren van een werk is vereist; b. het totale verhard oppervlak binnen het projectgebied, waar het perceel onderdeel van uitmaakt, is niet groter is dan 100 m2. 2. In de gevallen uit het eerste lid, mag alle hemelwater als overtollig worden afgevoerd. Artikel 16. Vrijstelling bij extreme neerslag 1. Het verbod, bedoeld in artikel 13 lid 1 van deze verordening, geldt niet voor dat deel van de hoeveelheid te verwerken hemelwater dat uitkomt boven: a. de hoeveelheid zoals bepaald in art 13 lid 2a t/m 2c van deze verordening; of b. de voor het betreffende perceel specifiek geldende hoeveelheid, zoals volgt uit een vastgestelde gebiedsaanwijzing conform artikel 14, of een verleende ontheffing conform artikel 13 lid 3 van deze verordening. Artikel 17. Afvoer overtollige neerslag (noodoverloop) 1. De in artikel 15 en 16 van deze verordening bedoelde overtollige en/of extreme neerslag dient oppervlakkig geloosd te worden; 2.

Afwijken van het bepaalde in lid 1, door dit water te lozen middels een ondergrondse verbinding tussen de hemelwatervoorzieningen op eigen terrein en de openbare riolering of openbare ruimte, is alleen toegestaan na afstemming met, en instemming van, de beheerder. Artikel 18. Melding 1. Degene die een nieuw bouwwerk opricht of nieuw verhard oppervlak aanbrengt meldt dit bij de beheerder. De melding dient onderdeel uit te maken van de omgevingsvergunning zoals benodigd voor de betreffende activiteit; indien geen omgevingsvergunning benodigd is vervalt deze meldplicht. 2. Bij de melding zoals bedoeld in lid 1 dient een ontwerptekening van het hemelwatersysteem en te verharden oppervlak ter goedkeuring aan de beheerder overlegd te worden. Uit deze tekening moet controleerbaar blijken dat wordt voldaan aan het bepaalde in artikelen 13 t/m 17 van deze verordening. 3. Indien van toepassing, dient de gemotiveerde aanvraag van een ontheffing zoals bedoeld in artikel 13 lid 3 van deze verordening, of de gemotiveerde aanspraak op

11/14

een vrijstelling zoals bedoeld in artikel 15, onderdeel te zijn van de melding zoals bedoeld in lid 1.

3.2 Lozen van grondwater Artikel 19 Verbod op lozen van grondwater op het openbaar riool 1. Het is verboden grondwater af te voeren naar de openbare riolering. 2. De beheerder kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, indien: a. het lozen niet tot een onaanvaardbare grondwaterstandsverlaging in de omgevende percelen leidt; en b. van de perceeleigenaar redelijkerwijs geen andere wijze van lozen kan worden gevergd; en c. de ontheffing niet in strijd is met regels en/of besluiten van andere bevoegde waterbeheerders. 3. Voor de lozing van grondwater worden kosten in rekening gebracht, volgens de tarieven uit de Verordening Rioolheffing; 4. Bij de verlening van de ontheffing, zoals bedoeld in lid 2, bepaalt de beheerder de toegestane wijze, omvang en duur van de grondwaterlozing. Hierbij geldt in elk geval: a. Grondwater of bronneringswater lozen op vuilwaterriolering is alleen incidenteel toegestaan, met een afvoer van maximaal 5 m3/uur; b. Grondwater of bronneringswater lozen op hemelwaterriolering: I. met een maximale afvoer van 30 m3/uur en maximale duur van 4 weken, is zonder melding toegestaan; II. met een maximale afvoer van 50 m3/uur en maximale duur van 3 maanden, is alleen toegestaan na het doen van een melding aan de beheerder. Eventueel gestelde maatwerkvoorschriften dienen hierbij te worden opgevolgd; III.

met een maximale afvoer groter dan 50 m3/uur en/of een maximale duur van meer dan 3 maanden, is alleen toegestaan na het doen van een melding aan de beheerder en het verkrijgen van een lozingsspecifieke omgevingsvergunning.

4 Slotbepalingen Artikel 20. Kwaliteit af te voeren hemel- en/of grondwater 1. Het afstromende hemelwater en grondwater, als bedoeld in Hoofdstuk 3 van deze verordening:

12/14

a. mag niet sterker verontreinigd zijn, en geen andere verontreinigingen bevatten, dan het hemelwater dat van openbare wegoppervlakken afstroomt; b. mag niet dusdanig verontreinigd zijn, en geen verontreinigingen bevatten, die overstorten op oppervlaktewater onmogelijk maken. Artikel 21. Overgangsrecht 1. Een goedkeuring die onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening van kracht is, wordt gelijkgesteld met een goedkeuring als bedoeld in artikel 3 van deze verordening; 2. Een aanvraag tot goedkeuring, die voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening is ingediend en waarop op dat tijdstip nog niet is beslist, wordt gelijkgesteld met een aanvraag als bedoeld in artikel 4 van deze verordening; 3. Op aansluitingen die voor het tijdstip van de inwerkingtreding van deze verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van paragraaf 2.3 (Onderhoud) en 2.4 (Verwijdering) van deze verordening rechtstreeks van toepassing. 4. Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten gesloten tussen beheerder en de rechthebbende, vóór inwerkingtreding van deze verordening, prevaleert het bepaalde in deze overeenkomsten. Artikel 22. Toezicht, handhaving en strafbepaling 1.

Met het toezicht op de naleving van de bepalingen bij of krachtens deze verordening gesteld zijn belast de bij besluit van de beheerder aan te wijzen of aangewezen personen of groep van personen als bedoeld in artikel 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht en hoofdstuk 5 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel 23. Hardheidsclausule 1. Indien een strikte toepassing van deze verordening zou leiden tot een beslissing die onmiskenbaar als onredelijk moet worden aangemerkt, kan de beheerder in bijzondere gevallen van het gestelde in deze verordening afwijken. 2. In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist de beheerder. Artikel 24. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na diens bekendmaking. 2. Bij het inwerkingtreden van deze verordening, worden ingetrokken: I. Aansluitverordening riolering 2012, van de gemeente Vught;

13/14

II. Verordening op de afvoer van hemel- en grondwater, van de voormalige gemeente Haaren, voor zover van toepassing op de van die gemeente overgenomen grondgebieden. 3. Deze verordening kan worden aangehaald als: Waterafvoerverordening Vught 2022.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Vught in zijn openbare vergadering van 19 mei 2022. de griffier,

de voorzitter,

Drs. J.A. Deneer

R.J. van de Mortel

14/14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=1bf38ca0-0b20-43f7-95f6-065a0904c6e3