Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg
Tekst van het document
NOTA VAN ZIENSWIJZEN EN AMBTSHALVE WIJZIGINGEN BESTEMMINGSPLAN “CREMATORIUM ZORGPARK VOORBURG”
Team
Duurzame leefomgeving
Datum
december 2024 Concept
Status
2
Inleiding In het kader van de procedure als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerpbestemmingsplan “Crematorium Zorgpark Voorburg ” van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024, gedurende zes weken, ter inzage gelegen. Van het ter inzage leggen van het bestemmingsplan is vooraf kennisgeving gedaan door: a. een bekendmaking in het op 21 december 2023 verschenen elektronisch Gemeenteblad; b. kennisgeving langs elektronische weg op www.ruimtelijkeplannen.nl; c. en op de gebruikelijke wijze ter inzage bij de Ontvangst- en informatiebalie van het gemeentekantoor. Daarbij is melding gemaakt van de mogelijkheid voor eenieder tot het kenbaar maken van zienswijzen bij de gemeenteraad omtrent het ontwerpbestemmingsplan binnen de termijn van de terinzagelegging. Zienswijzen Binnen de daarvoor geldende termijn is een viertal zienswijzen ingediend. De Wet bescherming persoonsgegevens laat niet toe dat de persoonsgegevens van reclamanten digitaal openbaar worden gemaakt. Om die reden zijn de zienswijzen geanonimiseerd. Ontvankelijkheid Een zienswijze is ontvankelijk indien deze binnen de wettelijke termijn van zes weken is ontvangen. Alle ingediende zienswijzen zijn tijdig ontvangen en derhalve ontvankelijk. Samenvatting en beoordeling zienswijze De ingediende zienswijzen zijn samengevat weergegeven.
Dit betekent niet dat onderdelen, die niet specifiek zijn gemeld, niet zijn beoordeeld. Bij de uiteindelijke beoordeling is de volledige zienswijze betrokken. De nota is opgedeeld in twee delen. Bij het eerste gedeelte wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen. Het tweede gedeelte gaat in op de ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
3
DEEL I ZIENSWIJZEN
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
4
1.
Zienswijze 1 – Rijkswaterstaat
1.1 Reclamant geeft aan dat de ligging van het bouwvlak is gewijzigd ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan dat in 2021 ter inzage heeft gelegen. Een deel van het bouwvlak is geprojecteerd op 26 meter afstand van de rijksweg A2, waardoor onvoldoende ruimte overblijft voor een mogelijke toekomstige verbreding van de rijksweg naar 4 rijstroken. Reclamant vraagt met het oog hierop het plan met betrekking tot de ligging ten opzichte van de rijksweg te heroverwegen. Reactie gemeente Naar aanleiding van de zienswijze heeft overleg plaatsgevonden met Rijkswaterstaat. De verbeelding van het bestemmingsplan wordt zodanig aangepast dat het bouwvlak op meer dan 35 meter afstand van de rijksweg A2 komt te liggen. Ook de toerit naar de kelder wordt anders vormgegeven, waardoor deze niet binnen de genoemde afstand van de A2 ligt. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel gegrond geacht en het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
5
2.
Zienswijze 2 – Waterschap De Dommel
2.1
Reclamant geeft aan dat de effecten van de waterberging op het watersysteem nog onduidelijk zijn. De beoogde inrichting van het plangebied heeft gevolgen voor de waterhuishouding, maar het ontwerpbestemmingsplan geeft onvoldoende informatie voor reclamant om te kunnen beoordelen of de hiervoor benodigde watervergunning kan worden verleend. In het ontwerpbestemmingsplan wordt namelijk beoogd om de regenwaterberging in het plangebied te combineren met het aanleggen van een vijver, die wordt gerealiseerd door het vergraven van een bestaande B-watergang. De effecten van de aanpassingen aan het watersysteem zijn in het ontwerpbestemmingsplan niet in beeld gebracht. Reclamant verzoekt daarom het bestemmingsplan niet vast te stellen totdat de effecten op het watersysteem duidelijk zijn.
Reactie gemeente De constateringen en opmerkingen van reclamant zijn terecht. Een nadere uitwerking van de waterberging en een onderbouwing van de effecten op het watersysteem zijn in het ontwerpbestemmingsplan niet op juiste wijze opgenomen. In overleg met het waterschap heeft de nadere uitwerking van de waterberging alsnog plaatsgevonden. Deze is nu zo vormgegeven dat de aan te leggen vijver niet direct in verbinding staat met de B-watergang. De B-watergang wordt niet vergraven en er vinden geen aanpassingen aan het watersysteem plaats. Hemelwater wordt op het perceel in de aan te leggen vijver en een wadi vastgehouden en kan daar infiltreren. De vijver en wadi hebben gezamenlijk voldoende bergingscapaciteit, conform het vigerende beleid (van gemeente en waterschap). Bovenstaande wordt in paragraaf 4.9 van de toelichting van het bestemmingsplan nader beschreven en gemotiveerd. De waterberging is daarnaast (ruimtelijk) vastgelegd in het inrichtingsplan, welke als bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan wordt gevoegd. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel gegrond geacht en het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
6
3.
Zienswijze 3
3.1
Algemeen Zienswijze 3 betreft een collectieve zienswijze namens meerdere bewoners van de Boxtelseweg, ingediend door reclamant. In de zienswijze worden echter ook ervaringen van reclamant zelf (indiener van de zienswijze) besproken. In dat kader geeft reclamant aan dat het proces rondom de publicatie van het ontwerpbestemmingsplan naar zijn mening niet is verlopen zoals het hoort en dat afspraken niet zijn nagekomen. Reclamant wijst hierbij op het feit dat hij tussen de periode van bekendmaking op 21 december 2023 en 4 januari 2024 verschillende malen telefonisch contact heeft opgenomen met de gemeente en hij in die periode niet met de behandelend ambtenaar heeft kunnen spreken. Daarnaast stoort reclamant zich aan het moment waarop het ontwerpbestemmingsplan in procedure is gebracht, omdat eerder vanuit de gemeente is gecommuniceerd dat besluiten niet “snel vóór vakantie- of feestdagen” worden genomen en dat betrokkenen ruim vooraf worden geïnformeerd. Volgens reclamant is deze afspraak niet nagekomen. Reactie gemeente Om onbekende reden is het verzoek van reclamant niet bij de behandelend ambtenaar terecht gekomen (deze was in de genoemde periode wel beschikbaar voor vragen). Op 4 januari 2024 is door de behandelend ambtenaar contact opgenomen met reclamant en op 11 januari heeft een gesprek plaatsgevonden waarin verschillende vragen zijn beantwoord.
Daarbij heeft reclamant, gelet op de verstreken tijd tussen 21 december 2023 en 11 januari 2024, ook 3 weken langer de tijd gekregen om een zienswijze in te dienen. Het moment waarop het ontwerpbestemmingsplan in procedure is gebracht hangt samen met de overgang van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) naar de Omgevingswet. Ontwerpbestemmingsplannen in procedure vóór 31 december 2023 vallen onder het overgangsrecht, waardoor de procedure ook na de inwerkingtreding van Omgevingswet onder de Wro kan worden doorlopen. Gelet op de noodzakelijke veranderingen (en onzekerheden rondom de werking van onder andere het digitaal stelsel binnen de Omgevingswet), is gekozen om het ontwerpbestemmingsplan in december 2023 in procedure te brengen. Wat betreft het tijdig informeren van betrokkenen: voorafgaand aan het besluit van het college om het ontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen, is door de initiatiefnemer een omgevingsdialoog (waaronder ook een informatieavond) georganiseerd. Tijdens de dialoog zijn omwonenden geïnformeerd over het plan en is ruimte geboden voor het stellen van vragen en het maken van opmerkingen. Informatie over de procedure is naar aanleiding van het collegebesluit op gebruikelijke wijze bekendgemaakt.
Het ontwerpbestemmingsplan, met bijbehorende stukken, heeft in de periode van 22 december 2023 tot en met 1 februari 2024 voor een ieder zowel digitaal als analoog ter inzage gelegen. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
7 Reclamant heeft daarbij tot 22 februari 2024 de tijd gekregen om een zienswijze in te dienen. 3.2
Reclamant is van mening dat de regels van het ontwerpbestemmingsplan zeer ruim zijn opgezet en noemt de volgende functies en activiteiten die met het plan mogelijk worden gemaakt: detailhandel, dienstverlening, escortbedrijf, horeca, maatschappelijk, prostitutie, seksinrichting, woning. Daarnaast is reclamant van mening dat de bestemmingsomschrijvingen van de bestemmingen ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’ zeer uitgebreid zijn. Reclamant maakt hiertegen bezwaar. Reactie gemeente Een aantal van de door reclamant genoemde functies en activiteiten (escortbedrijf, prostitutie, seksinrichting en woning) worden met het ontwerpbestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. Het betreffen begrippen, overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Voorburg en omgeving’, die niet relevant zijn voor voorliggend bestemmingsplan. In de bestemmingsregels van het ontwerpbestemmingsplan zijn deze functies en activiteiten ook niet genoemd. De niet relevante begrippen worden verwijderd uit artikel 1 van de regels van het bestemmingsplan. De bestemmingsomschrijvingen ‘Groen’ en ‘Maatschappelijk’ in de regels van het ontwerpbestemmingsplan zijn naar onze opvatting op een correcte wijze opgezet. De omschrijvingen sluiten zoveel mogelijk aan bij die van het vigerende bestemmingsplan ‘Voorburg en omgeving’ en maken daarnaast voor het plan relevante activiteiten mogelijk.
Zo is binnen de bestemming ‘Maatschappelijk’ enkel onzelfstandige en ondergeschikte dienstverlening (ten dienste van de hoofdactiviteit) toegestaan. Hetzelfde is van toepassing op detailhandel en horeca. Deze functies kunnen op basis van de regels niet zelfstandig worden ontplooid, enkel ten dienste van de hoofdactiviteit. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel gedeeltelijk gegrond geacht en het bestemmingsplan wordt op dit punt aangepast.
3.3
Reclamant mist in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan een onderbouwing van de noodzaak voor de ontwikkeling van het crematorium op de planlocatie. Reclamant stelt dat door de ontwikkelaar en door de gemeente ten onrechte is gesuggereerd dat het uitvaartcentrum moet wijken op de huidige locatie ten gevolge van de aanpassingen aan het spoor. Volgens reclamant lijkt het erop dat het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Vught medewerking verleent aan de ontwikkeling van het crematorium met het oog op een herontwikkeling van de huidige locatie van het uitvaartcentrum aan de Wolfskamerweg in Vught. Reactie gemeente De realisatie van een uitvaartcentrum met crematorium op Zorgpark Voorburg betreft een doorontwikkeling van het bedrijf van initiatiefnemer. Door de gemeente is dit initiatief integraal beoordeeld op wenselijkheid en haalbaarheid, Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
8 zoals dat ook bij andere initiatieven gebeurt. Naar aanleiding van deze beoordeling heeft het college van burgemeester en wethouders besloten om hieraan in principe medewerking te verlenen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt niet gesteld dat medewerking wordt verleend aan het initiatief vanwege de werkzaamheden aan het spoor. Wel is in het ontwerpbestemmingsplan aangegeven dat hinder ontstaat als gevolg van deze werkzaamheden, waardoor uitvaartdiensten gedurende langere periode niet zouden kunnen plaatsvinden op de huidige locatie. Gelet op de positieve grondhouding van de gemeente ten aanzien van de realisatie van een uitvaartcentrum met crematorium op de locatie Zorgpark Voorburg, is in het ontwerpbestemmingsplan aangegeven dat het wenselijk is om de verplaatsing dan ook voorafgaand aan de start van de werkzaamheden aan het spoor te realiseren. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 3.4
Paragraaf 1.1 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan bevat naar mening van reclamant een onjuiste weergave van (toekomstige) activiteiten op Zorgpark Voorburg. In de toelichting wordt gesteld dat Zorgpark Voorburg aan het veranderen is, omdat veel activiteiten buiten het terrein plaatsvinden en de oppervlakte van gebouwen daarom wordt gereduceerd. Volgens reclamant is er juist sprake van een toename van activiteiten, met meer overlast van mensen en verkeer. Reactie gemeente Van een onjuiste weergave van toekomstige activiteiten is naar onze opvatting geen sprake. In het ontwerpbestemmingsplan is beschreven dat de (zorg)activiteiten van Reinier van Arkel op Zorgpark Voorburg aan het veranderen zijn en dit (in de toekomst) leidt tot een kleinere ruimtevraag voor zorgactiviteiten. Op Zorgpark Voorburg ontstaat zo ruimte voor nieuwe functies en activiteiten. Voorliggend plan is hier een voorbeeld van. Omdat andere toekomstige functies en activiteiten op dit moment nog geen formeel karakter hebben, zijn deze niet genoemd in voorliggend ontwerpbestemmingsplan. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht. Het bestemmingsplan wordt naar aanleiding hiervan niet gewijzigd.
3.5
Paragraaf 2.1.3 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gaat in op de ontsluiting van Zorgpark Voorburg en omliggende gebieden. Reclamant geeft aan dat er 3 toegangen aan de Boxtelseweg zijn gelegen, die niet zijn genoemd. Volgens reclamant wordt het grootste deel van Zorgpark Voorburg juist ontsloten via de Boxtelseweg.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
9 Reactie gemeente De overtuiging van reclamant dat het grootste deel van Zorpark Voorburg wordt ontsloten via de Boxtelseweg wordt door ons niet gedeeld. De hoofdontsluiting van Zorgpark Voorburg wordt namelijk gevormd door de verbinding van de Laagstraat (ter hoogte van de rotonde) met de Parklaan. De aansluitingen op de Boxtelseweg zijn hieraan ondergeschikt. Wel juist is de constatering van reclamant dat de aansluitingen op de Boxtelseweg in paragraaf 2.1.3 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan niet zijn genoemd. Dit betreft een omissie die wordt hersteld. In paragraaf 2.1.3 van het bestemmingsplan wordt opgenomen dat Zorgpark Voorburg enkele ondergeschikte aansluitingen op de Boxtelseweg heeft. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze wordt gedeeltelijk gegrond geacht. Het bestemmingsplan wordt op bovengenoemde wijze aangepast. 3.6
Reclamant geeft aan dat in het rapport “Ladderonderbouwing crematorium Eikenven, Vught” (bijlage 1 bij het ontwerpbestemmingsplan) met betrekking tot verzorgingsgebieden van crematoria de locatie Tiel wel als referentie is meegenomen, maar dat de crematoria in Tilburg en Eindhoven niet als referentie in de berekening worden meegenomen. Reclamant verwacht, wanneer deze locaties wel worden meegenomen in de berekening, dat de behoefte voor een crematorium in Vught niet of veel minder aanwezig zal zijn. Reactie gemeente In het rapport “Ladderonderbouwing crematorium Eikenven” is de locatie Tiel, op 32 km afstand gelegen, niet als referentie opgenomen in de berekening zoals reclamant stelt. Uitgegaan is van een verzorgingsgebied van 15 kilometer rondom de planlocatie. Enkel de crematoria gelegen binnen deze straal, in Nieuwkuijk en Rosmalen, zijn meegenomen in de berekening. De locatie Tiel is genoemd om inzichtelijk te maken dat de crematoria in Nieuwkuijk en Rosmalen een groot “achterland” (verzorgingsgebied) aan de noordzijde hebben. De door reclamant genoemde crematoria in Tilburg en Eindhoven bevinden zich op circa 21 en 27 kilometer afstand van de planlocatie. Uitgaande van een verzorgingsgebied van 15 kilometer, blijft aan de zuidzijde een groot verzorgingsgebied voor het beoogde crematorium in Vught.
Met name vanuit Boxtel, waar initiatiefnemer al actief is (zonder crematorium), en vanuit Schijndel wordt een aantrekkende werking verwacht. Naar onze opvatting blijkt uit het rapport de behoefte aan een crematorium in Vught dan ook voldoende. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
3.7
Reclamant stelt dat het ecologisch onderzoek niet volledig is. Volgens reclamant zijn de herten in het plangebied niet meegenomen. Reactie gemeente In de quickscan flora en fauna van 26 maart 2018, bijgevoegd als bijlage 6 bij de Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
10 toelichting van het ontwerpbestemmingsplan, is beschreven dat er waarnemingen van reeën in het plangebied zijn geweest. Daarbij zijn tijdens het veldbezoek ook slaapplekken van reeën aangetroffen. De ree betreft echter een vrijgestelde soort, omdat deze zich bij verstoring makkelijk verplaatst naar andere gebieden. Ook in het ecologisch onderzoek van 31 mei 2024 is aandacht besteed aan de ree. Conclusie De zienswijze is op dit onderdeel ongegrond en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 3.8
Reclamant vraagt zich af of de milieubelasting van de locatie correct is onderbouwd, omdat enkel de stikstofbelasting rekenkundig in beeld is gebracht. Door reclamant wordt gewezen op verbranding van kleding en daarnaast op mogelijke resten van medicijnen in lichamen, die volgens reclamant ook een belastende uitstoot teweeg kunnen brengen. Reactie gemeente Crematieovens moeten op grond van het Activiteitenbesluit aan bepaalde eisen voldoen om uitstoot van onder andere kwik, dioxinen en furanen te voorkomen (onder andere door filterende maatregelen). In het Activiteitenbesluit zijn hieromtrent duidelijke regels vastgelegd. Ook met betrekking tot toezicht en controle zijn regels opgenomen. Gelet op bovenstaande is enkel de stikstofuitstoot relevant voor een rekenkundige onderbouwing. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
3.9
Reclamant vraagt zich af of de energievoorziening optimaal geregeld en berekend is en vreest voor een grote belasting van het lokale energienetwerk, door zowel onttrekking als teruglevering van grote hoeveelheden stroom. Reactie gemeente Ten behoeve van de energievoorziening heeft de initiatiefnemer een onderzoek laten uitvoeren. Uit dat onderzoek blijkt dat de belasting van het elektriciteitsnet minimaal is door toepassing van batterij-opslag (3 units) op de planlocatie. Hiermee kan het crematorium met een beperkte aansluiting op het lokale elektriciteitsnet jaarrond goed blijven functioneren. Van het onttrekken en terugleveren van grote hoeveelheden stroom is dan ook geen sprake. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
11
3.10 Vraagtekens worden door reclamant gezet bij het verkeersonderzoek. Reclamant wijst hierbij op het feit dat de opdrachtgever van het verkeersonderzoek de initiatiefnemer van voorliggend bestemming betreft. Daarbij zijn ook de verkeersprognoses door initiatiefnemer beschikbaar gesteld volgens reclamant. Reclamant wijst ook op een e-mail van de gemeente Vught, waarin wordt bevestigd dat de verkeerscijfers niet expliciet zijn meegenomen in het verkeersonderzoek. Ten slotte geeft reclamant aan te weinig tijd te hebben gekregen om de stukken te kunnen bestuderen, aan derden voor te kunnen leggen en volledig inhoudelijk te kunnen reageren. Reactie gemeente Het is gebruikelijk dat een initiatiefnemer/ontwikkelaar een verkeersonderzoek ten behoeve van een beoogde ruimtelijke ontwikkeling laat uitvoeren. De gemeente beoordeelt dit onderzoek vervolgens in het kader van de ruimtelijke procedure. De verkeersprognoses waar reclamant aan refereert, betreffen de gegevens met betrekking tot verkeersgeneratie van het plan. Het gaat hierbij niet om prognoses van de totale verkeersintensiteit op de Boxtelseweg, maar om het extra verkeer als gevolg van voorliggend plan. Door BuroDB is in het verkeersonderzoek een aanname gedaan over de verkeersintensiteiten op de Boxtelseweg.
De gemeente heeft in de beoordeling van het verkeersonderzoek echter wel de beschikbare verkeerscijfers voor de Boxtelseweg meegenomen. Daarbij is ook rekening gehouden met verkeer van (nieuwe) functies en activiteiten in de omgeving van het plangebied. Op basis hiervan is geconcludeerd dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (gelet op de capaciteit van de weg) verkeerskundig inpasbaar is. Reclamant heeft op 18 januari 2024 aanvullende gegevens (de verkeerscijfers van de Boxtelseweg) ontvangen van de gemeente. Gelet op de verlengde termijn voor het indienen van een zienswijze heeft reclamant naar onze opvatting voldoende tijd gehad (5 weken) om het verkeersonderzoek te bestuderen en inhoudelijk te reageren. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 3.11 In het verkeersonderzoek is uitgegaan van een verdeling van het plan-gebonden verkeer, met 60% van het verkeer in de richting van Vught en 40% in de richting van Boxtel. Daarbij is aangegeven dat met de ANWB voor de juiste bewegwijzering zal worden gezorgd. Reclamant geeft aan dat niet de ANWB, maar Rijkswaterstaat over bewegwijzering gaat en het hiermee niet duidelijk is of toestemming kan worden verkregen. Dit is naar mening van reclamant voor een goede verkeersafwikkeling wel meer dan wenselijk.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
12 Reactie gemeente Sinds 2015 is de Nationale Bewegwijzeringsdienst (NBd) wettelijk verantwoordelijk voor het uitvoeren van de bewegwijzering in Nederland. De NBd is een alliantie van het Interprovinciaal Overleg (IPO), Rijkswaterstaat (RWS), Unie van Waterschappen (UvW) en Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De bewegwijzering zal daarmee inderdaad niet met de ANWB worden vormgegeven, maar met de NBd. Dat geen toestemming zou kunnen worden verkregen voor een goede bewegwijzering wordt door ons niet ingezien. Daarbij betreft de bewegwijzering geen (ruimtelijk) aspect dat in voorliggend bestemmingsplan wordt geregeld. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel gedeeltelijk gegrond geacht maar geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. 3.12 In het verkeersonderzoek zijn 9 parkeerplaatsen voor personeel vermeld, terwijl in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan wordt gesproken over maximaal 5 personeelsleden. Reactie gemeente In paragraaf 4.11 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan (paragraaf Verkeer en parkeren) is beschreven dat per shift 8 personeelsleden aanwezig zijn. In het plan zijn 9 parkeerplaatsen voor het personeel voorzien. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
3.13 In het verkeersonderzoek is aangegeven dat er op de planlocatie in de bestaande situatie geen sprake is van een verkeersaantrekkende werking. Volgens reclamant is dit onjuist, omdat er in de omgeving verschillende functies aanwezig zijn en activiteiten worden ontplooid. Reactie gemeente Hetgeen in het verkeersonderzoek is opgenomen is correct, omdat er in de huidige situatie geen activiteiten met een verkeersaantrekkende werking op de planlocatie plaatsvinden. De functies en activiteiten in de omgeving van de planlocatie die reclamant noemt, hebben wel een bepaalde verkeersaantrekkende werking en zijn bij de beoordeling van het verkeersonderzoek meegenomen. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
13 3.14 Reclamant is van mening dat het verkeersonderzoek niet tot een juiste conclusie heeft kunnen leiden, omdat de verkeersgegevens van de Boxtelseweg hierin niet zijn meegenomen. Reclamant heeft in het kader van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan aanvullend de beschikbare verkeersgegevens van de gemeente ontvangen en heeft deze bestudeerd. Volgens reclamant zijn de verkeerscijfers (metingen) niet correct en objectief, omdat deze zijn uitgevoerd vóór het moment dat andere activiteiten (met bijbehorende verkeersbelasting) in de omgeving zijn gestart, de locatie van de tellussen niet zijn aangegeven en de metingen in een vakantieperiode hebben plaatsgevonden. Reactie gemeente Door BuroDB is in het verkeersonderzoek een aanname gedaan over de verkeersintensiteiten op de Boxtelseweg. Uitgegaan is van een worst caseaanname van 6.000 motorvoertuigen per etmaal. De gemeente heeft in de beoordeling van het verkeersonderzoek echter wel de beschikbare verkeerscijfers voor de Boxtelseweg meegenomen. Daarbij is ook rekening gehouden met verkeer van (nieuwe) functies en activiteiten in de omgeving van het plangebied. Op basis hiervan is de gemeente tot de conclusie gekomen dat de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (gelet op de capaciteit van de weg) verkeerskundig inpasbaar is.
De metingen (verkeersintensiteiten) hebben plaatsgevonden in de periode van 8 februari 2023 tot en met 6 maart 2023, op de Boxtelseweg, op het wegvak “tussen Parklaan en Boxtelseweg”. In het rapport is dit duidelijk vermeld. Zichtbaar in de metingen is de lagere verkeersintensiteit op de Boxtelseweg tijdens de voorjaarsvakantie (18 februari tot en met 26 februari). In het rapport is ook expliciet aangegeven dat deze periode niet is meegenomen in de berekening van de gemiddelden. Van niet correcte of niet objectieve metingen is daarmee geen sprake. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. 3.15 Reclamant vraagt zich op basis van eigen metingen en indrukken af of de wachttijden bij het kruispunt, zoals vermeld in tabel 7 van het verkeersonderzoek van BuroDB, geen aannames betreffen. Reactie gemeente Zoals eerder aangegeven heeft BuroDB met betrekking tot de verkeersintensiteiten op de Boxtelseweg een aanname gedaan, maar is uitgegaan van een worst case-aanname (6.000 motorvoertuigen per etmaal). Uit de verkeerscijfers (metingen) blijkt een veel lagere verkeersintensiteit (gemiddeld 1154 motorvoertuigen per etmaal).
Het verkeer van nieuwe functies en activiteiten in de omgeving, zoals door reclamant gesteld bij onderdeel 3.14, meegerekend, blijven de intensiteiten nog steeds (zeer) ver onder de intensiteit waarmee is gerekend. Geconcludeerd is dan ook dat de wachttijden bij het kruispunt acceptabel zijn.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
14 Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 3.16 Reclamant stelt zich op het standpunt dat het ontwerpbestemmingsplan niet op juiste wijze kenbaar is gemaakt, en het vervolgtraject (onder andere slechte bereikbaarheid van de gemeente) juridisch niet juist is en zeker niet correct is. Reclamant is daarom van mening dat de gemeente het ontwerpbestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg moet intrekken en het daarbij laten. Een andere optie, welke niet de voorkeur heeft, is om de gehele procedure met bezwaarmogelijkheden opnieuw te starten. Mocht de gemeente zich hierin niet kunnen vinden, dan is reclamant van mening dat het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen onvoldoende gemotiveerd, uitgewerkt en onderbouwd is, dat de belangen van reclamant bij de totstandkoming van het ontwerp onvoldoende zijn meegewogen en, indien uitvoering wordt gegeven aan het plan, de belangen van reclamant in onevenredige mate worden geschaad. Gelet op bovenstaande verzoekt reclamant de gemeente de zienswijze bij de beoordeling van het ontwerpbestemmingplan mee te nemen en tot aanpassing dan wel afwijzing van het ontwerpbestemmingsplan over te gaan.
Reactie gemeente Hoewel wij erkennen dat er sprake is geweest van een slechte bereikbaarheid van medewerkers van de gemeente in de periode van 22 december 2023 tot en met 4 januari 2024, delen wij niet de mening van reclamant dat het ontwerpbestemmingsplan op een onjuiste manier is kenbaar gemaakt. Ook is er naar onze opvatting geen sprake van een juridisch onjuist vervolgtraject, zoals reclamant stelt. Het ontwerpbestemmingsplan heeft na bekendmaking in het digitaal gemeenteblad en in het Klaverblad voor 6 weken zowel digitaal als analoog ter inzage gelegen. Gelet op de verloren tijd tussen het eerste moment dat reclamant contact met de gemeente heeft opgenomen en het daadwerkelijke contact met de behandelend ambtenaar, heeft reclamant 3 weken langer de tijd gehad om een zienswijze in te dienen. De vragen van reclamant over het ontwerpbestemmingsplan zijn tijdens een gesprek met de behandelend ambtenaar op 11 januari 2024 zo goed mogelijk beantwoord. Naar onze opvatting is de gemeente hiermee op zorgvuldige wijze omgegaan met de belangen van reclamant. De zienswijze van reclamant geeft geen aanleiding om het ontwerpbestemmingsplan in te trekken en de ruimtelijke procedure te staken. Ook voor het opnieuw starten van de gehele procedure met bezwaarmogelijkheden zien wij geen aanleiding. De zienswijze van reclamant leidt op onderdelen wel tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
15
4.
Zienswijze 4
4.1
In het rapport “Ladderonderbouwing crematorium Eikenven, Vught” (bijlage 1 bij het ontwerpbestemmingsplan) is uitgegaan van een onderzoeks- en verzorgingsgebied met een straal van 10 en 15 km rondom de planlocatie. Reclamant vraagt zich af of dit verzorgingsgebied, waar Schijndel, Veghel, Oisterwijk en Waalwijk ook toe zijn gerekend, juist is. Reactie gemeente Voor Ladder onderbouwingen voor crematoria wordt voor de afbakening van het onderzoeksgebied een straal van 10 of 15 kilometer rond de planlocatie gebruikt. Beide afbakeningen zijn in het verleden geaccepteerd door de Raad van State. De Raad van State stelt daarbij dat van geval tot geval moet worden bekeken welk regionaal schaalniveau het beste past bij het realiseren van een crematorium. Om een goed beeld te geven van de Ladderruimte in de bredere regio rond ’sHertogenbosch is voor deze Ladderonderbouwing uitgegaan van een onderzoeksgebied (verzorgingsgebied) dat zich bevindt binnen een straal van 15 kilometer rond de planlocatie. Zodoende wordt ook rekening gehouden met de overlap/samenhang met de verzorgingsgebieden van twee DELA-crematoria die op net iets meer dan 10 kilometer van de planlocatie liggen in Nieuwkuijk en Rosmalen. Het verzorgingsgebied, waar onder andere Schijndel, Veghel, Oisterwijk en Waalwijk toe zijn gerekend, is in theorie juist.
In het rapport is echter ook onderbouwd dat vanwege de aanwezigheid van crematoria in Nieuwkuijk en Rosmalen er vooral sprake zal zijn van een aantrekkende werking vanuit de zuidzijde (met name ook vanuit Boxtel en Schijndel). Conclusie De zienswijze geeft op dit onderdeel geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
4.2
Het bij 4.1 genoemde rapport gaat in op de verwachte ontwikkeling van het aandeel crematies ten opzichte van het totaal aantal lijkbezorgingen. Voor reclamant blijkt de noodzaak voor een crematorium in Vught onvoldoende uit dit stuk. Reactie gemeente De noodzaak, of eigenlijk de potentie van een crematorium in Vught, blijkt niet enkel uit dit onderdeel, maar uit het gehele rapport. Daarbij is het verzorgingsgebied van belang, net als de capaciteit van andere crematoria in de regio, maar draagt ook de ontwikkeling van het aandeel crematies ten opzichte van het totaal aantal lijkbezorgingen bij aan de onderbouwing van de vraag naar (capaciteit van) crematoria. Naar onze opvatting blijkt de noodzaak of potentie voldoende uit het rapport. Conclusie De zienswijze geeft op dit onderdeel geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
16
4.3
Het bestemmingsplan lijkt erg toegeschreven op het initiatief, waarbij enkel de positieve aspecten worden benoemd. Dat geeft een incompleet en/of vertekend beeld. Als voorbeeld wordt gegeven de “Onderbouwing duurzame stedelijke ontwikkeling” in paragraaf 3.2.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan. Daarin wordt onder andere beschreven dat het crematorium wordt gebouwd met oog voor duurzame energieopwekking, en het plan vanwege de aanleg van extra groen positief bijdraagt aan het verminderen van hittestress. Dat het plan een toename van autoverkeer op deze locatie veroorzaakt, met negatieve gevolgen voor het milieu, wordt niet benoemd. Reactie gemeente Hoewel de toename van autoverkeer in paragraaf 3.2.2 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan niet wordt genoemd, wordt het aspect “verkeer” in andere onderdelen van het ontwerpbestemmingsplan (waaronder paragraaf 4.11) wel behandeld. Naar onze opvatting geeft het ontwerpbestemmingsplan daarom geen incompleet of vertekend beeld. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht. Het bestemmingsplan wordt niet naar aanleiding hiervan niet gewijzigd.
4.4
Reclamant vraagt zich af of de flora en fauna onderzoeken nog geldig zijn, gelet op de uitvoering in 2018. Reactie gemeente De flora en fauna onderzoeken uit 2018 zijn inderdaad niet meer geldig. In mei 2024 is opnieuw een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze wordt als bijlage 7 bij de toelichting van het bestemmingsplan bijgevoegd. Nader onderzoek wordt, gelet op de verplichting tot onderzoek in verschillende seizoenen, op dit moment nog uitgevoerd. In paragraaf 4.4 van de toelichting van het bestemmingsplan wordt echter wel de haalbaarheid van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling in het kader van natuur (omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit) aangetoond. Daarmee kan de bestemmingsplanprocedure worden vervolgd en doorlopen. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel gegrond geacht en het bestemmingsplan wordt op bovengenoemde wijze aangepast.
4.5
Hetzelfde wordt opgemerkt over de AERIUS-berekening. Reclamant vraagt zich af of de meest recente versie is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Reactie gemeente In het ontwerpbestemmingsplan was een berekening met een oudere versie van de AERIUS-calculator bijgevoegd, omdat de calculator in die periode verschillende malen is vernieuwd / geactualiseerd. Bij de vaststelling van een Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
17 bestemmingsplan moet het milieuaspect stikstof wel met de meest recente versie van de AERIUS-berekening zijn onderbouwd. Ten behoeve hiervan is in bijlage 6 bij de toelichting van het bestemmingsplan is de stikstofrapportage, op basis van de meest recente AERIUS-calculator, bijgevoegd. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel gegrond geacht en leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. 4.6
Paragraaf 4.9 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan gaat in op het milieuaspect luchtkwaliteit. Er lijkt enkel te zijn gekeken naar de effecten als gevolg van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. Waarom wordt er niet ingegaan op de luchtkwaliteit in de huidige situatie? Moeten de ‘resultaten’ niet bij elkaar opgeteld worden? Reactie gemeente Het milieuaspect luchtkwaliteit wordt in voorliggend bestemmingsplan onderbouwd met de NIBM-tool, omdat het een ruimtelijke ontwikkeling betreft die “Niet In Betekenende Mate” bijdraagt aan luchtverontreiniging. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt geen nadere onderzoekplicht, omdat vanuit het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit maatregelen worden uitgevoerd ter verbetering van de luchtkwaliteit die de negatieve effecten van ruimtelijke projecten ruimschoots compenseren. Daarmee leidt een NIBM-ruimtelijke ontwikkeling niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Conclusie De zienswijze wordt op dit onderdeel ongegrond geacht en leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4.7
Uit het verkeersonderzoek (bijlage 11 bij het ontwerpbestemmingsplan) blijkt onvoldoende hoe de verdeling van verkeersstromen in noordelijke en zuidelijke richting is bepaald. Waar is dit op gebaseerd? Reactie gemeente Dit betreft een aanname in het verkeersonderzoek door BuroDB. In de beoordeling van het verkeersonderzoek door de gemeente is echter ook rekening gehouden met een andere verdeling van de verkeersstromen en hier is ook op getoetst. Conclusie Dit onderdeel van de zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
4.8
Reclamant maakt zich zorgen over de verkeersafwikkeling op het kruispunt Boxtelseweg – Haldersebaan. In de huidige situatie vormt dit al een probleem vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid, met name voor langzaam verkeer (fietsers). Reclamant vraagt zich af hoe zich dat gaat ontwikkelen met het oog op de realisatie van het crematorium. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
18
Reactie gemeente Bij de beoordeling van het verkeersonderzoek is ook de verkeersafwikkeling op het kruispunt Boxtelseweg – Haldersebaan betrokken. De gemeente is bekend met de drukte op dit kruispunt. Voorliggend bestemmingsplan draagt bij aan een toename van verkeer, maar niet in zo’n mate dat dit leidt tot onaanvaardbare situaties (qua drukte en verkeersveiligheid) op het kruispunt Boxtelseweg – Haldersebaan. Conclusie De zienswijze geeft op dit onderdeel geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 4.9
Tijdens één van de bijeenkomsten in het kader van de omgevingsdialoog is gesproken over het plaatsen van meer dan 700 zonnepanelen in het plangebied. Reclamant vraagt zich af of zo’n grote hoeveelheid zonnepanelen noodzakelijk is, wat de intentie van de initiatiefnemer/ontwikkelaar is en wat de gevolgen zijn voor het elektriciteitsnet. Reactie gemeente Kortheidshalve wordt verwezen naar de beantwoording van onderdeel 3.9. Conclusie De zienswijze geeft op dit onderdeel geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
4.10 Reclamant maakt zich zorgen over hoe het gebied Zorgpark Voorburg en omgeving zich naar de toekomst toe gaat ontwikkelen. Inzicht in welke ontwikkelingen spelen in het gebied ontbreekt. Past dat allemaal wel, gelet op bijvoorbeeld de toename van verkeer? Is er vanuit de gemeente regie en overzicht op het gebied? Reactie gemeente Vanuit de gemeente is er overzicht, voornamelijk op concrete ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. Bij de beoordeling van ruimtelijke ontwikkelingen wordt telkens opnieuw bekeken of de betreffende ontwikkeling past op de beoogde locatie. Ook het aspect verkeer wordt hierin meegewogen. Conclusie De zienswijze geeft op dit onderdeel geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
19
DEEL II AMBTSHALVE WIJZIGINGEN
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
20
Ambtshalve wijzigingen Verbeelding 1. Bestemmingsvlak Water wordt verwijderd In het ontwerpbestemmingsplan was de waterberging gekoppeld aan de B-watergang die grenst aan het plangebied. Om deze reden was ten behoeve van de waterberging de bestemming Water opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Met de aanpassing van waterberging naar een vijver en wadi die niet in directe verbinding staan met de B-watergang, worden deze binnen de bestemming Groen gebracht. In het ontwerpbestemmingsplan waren binnen de bestemming Groen reeds regels opgenomen die de aanleg van een vijver en wadi mogelijk maakten. 2. Bestemmingsvlak Maatschappelijk wordt qua vorm gewijzigd Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wordt de vorm van het bestemmingsvlak Maatschappelijk gewijzigd. Onder andere de tweede aansluiting op de Boxtelseweg, zoals opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan, wordt verwijderd. 3. De aanduidingen met betrekking tot de maximale bouwhoogte worden van de verbeelding verwijderd Op de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan waren aanduidingen op de verbeelding opgenomen ten behoeve van de maximale bouwhoogte. Deze worden verwijderd. Op een deel van het bouwvlak bedroeg de maximale bouwhoogte 11 meter. De maximale bouwhoogte wordt teruggebracht naar 10 meter (vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan).
Regels 1. Bouwregels voor energievoorziening binnen de bestemming Groen opnemen In artikel 3.2 worden regels opgenomen ten behoeve van kleinschalige bouwwerken ten dienste van de energievoorziening, specifiek voor de batterijopslag. De gezamenlijke oppervlakte bedraagt hierbij niet meer dan 25 m². 2. Bouwregels ten behoeve van een urnenmuur binnen de bestemming Groen opnemen In artikel 3.2.3 onder d wordt een bepaling opgenomen voor een afwijkende oppervlakte (maximaal 25 m²) ten behoeve van een urnenmuur. 3. Maximale bouwhoogte wordt vastgelegd in de planregels, in plaats van op de verbeelding In artikel 4.2.2 onder c wordt de maximale bouwhoogte voor gebouwen vastgelegd (maximaal 10 meter). In het ontwerpbestemmingsplan was dit met aanduidingen op de verbeelding geregeld. 4. Bouwregels voor energievoorziening binnen de bestemming Maatschappelijk opnemen In artikel 4.2.3 wordt geregeld dat kleinschalige bouwwerken ten dienste van de energievoorziening (gezamenlijke oppervlakte bedraagt maximaal 25 m²) binnen de bestemming Maatschappelijk buiten het bouwvlak kunnen worden gerealiseerd.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
21 5. Een voorwaardelijke verplichting voor de landschappelijke inpassing opnemen In artikel 4.2.5 wordt een voorwaardelijke verplichting tot landschappelijke inpassing opgenomen. Ten behoeve van deze voorwaardelijke verplichting is een inrichtingstekening opgenomen in bijlage 1 bij de regels van het bestemmingsplan. 6. Artikel 6 (bestemming Water) wordt uit de regels verwijderd In het ontwerpbestemmingsplan was de waterberging gekoppeld aan de B-watergang die grenst aan het plangebied. Om deze reden was ten behoeve van de waterberging de bestemming Water opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Met de aanpassing van waterberging naar een vijver en wadi die niet in directe verbinding staan met de B-watergang, worden deze binnen de bestemming Groen gebracht. In het ontwerpbestemmingsplan waren binnen de bestemming Groen reeds regels opgenomen die de aanleg van een vijver en wadi mogelijk maakten. Als gevolg van de verwijdering van artikel 6 uit de planregels, worden overige artikelen vernummerd.
Bijlagen bij de regels 1. Tekening landschappelijke inpassing wordt bijgevoegd Ten behoeve van de voorwaardelijke verplichting tot landschappelijke inpassing, wordt in bijlage 1 bij de regels de inrichtingstekening bijgevoegd.
Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘Crematorium Zorgpark Voorburg’
22 Toelichting 1. Paragraaf 4.4 Flora en Fauna wordt geactualiseerd Ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan wordt de paragraaf met betrekking tot flora en fauna geactualiseerd, aan de hand van de quickscan uitgevoerd in 2024. Daarnaast wordt in paragraaf 4.4 een onderbouwing van de haalbaarheid van voorliggende ruimtelijke ontwikkeling toegevoegd, met het oog op de benodigde omgevingsvergunning voor een flora en faunaactiviteit. 2. Paragraaf 5.2 wordt aangepast naar aanleiding van wijzigingen in het ontwerp In paragraaf 5.2 worden de wijzigingen in het ontwerp toegelicht, ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Ook de geactualiseerde schetsontwerpen (tekeningen) worden bijgevoegd in deze paragraaf.
Aldus besloten door de raad van de gemeente Vught in zijn openbare vergadering van 6 februari 2025. de plaatsve a gend griffi r,
e voorzitter,
H.LM. va
R.J van de Mortel
um
Nota van f<ienswiken en ambtshalve wijijgingen bestemmingsplan `Crematorium Zorgpark Voorburg'