CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

D.3. Cultuurhistoriche verkenning willibrodus en lidwinaschool

Gezamenlijke commissie t/m 31-03-2022 3 februari 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Raadsinformatiebrief De Wieken planaanpassing9.019 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

VUGHT: VOORMALIGE WILLIBRORDUS- EN LIDWINASCHOOL c u l t u u r h i s t o r i s c h e

v e r k e n n i n g

Moleneindplein gezien vanuit de Willibrordusstraat met links de voormalige Willibrordusschool en rechts het woon- annex winkelcomplex op de plek van de gesloopte parochiekerk. Voorkant: zicht over de Willibrordusstraat met de Willibrordusschool op de voorgrond en de Lidwinaschool op de achtergrond.

VUGHT: VOORMALIGE WILLIBRORDUS- EN LIDWINASCHOOL c u l t u u r h i s t o r i s c h e

v e r k e n n i n g

Nijmegen, 15 juni 2020 vastgestelde versie

Leon van Meijel van Meijel – adviseurs in cultuurhistorie, Nijmegen

in opdracht van gemeente Vught contactpersoon Jesse Hijink

4 | W ILLIBR ORDUS - E N LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

Lidwinastraat met links de voormalige Lidwinaschool, rechts de sporthal op de plek van het gesloopte parochiehuis en op de achtergrond tussen de bomen het voormalige klooster.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HOO L : C ULTUUR HIS TOR IS C HE VER KENNING | 5

i n h o u d s o p g av e inleiding aanleiding en doel 7 uitgangspunten 7 methodiek, verantwoording en leeswijzer 7 1. historische en ruimtelijke context

parochiebuurt 8 Willibrordusschool 10 Lidwinaschool 14

DEEL A: VOORMALIGE WILLIBRORDUSSCHOOL

DEEL B: VOORMALIGE LIDWINASCHOOL

A2. analytische typering

B2. analytische typering

basisgegevens 20 situering 20 exterieur 22 interieur 24 A3. cultuurhistorische waardering

inleiding 26 kernkwaliteiten 26 graduele waardering 26 A4. transformatiekader

algemene filosofie 28 specifiek kader 30

basisgegevens 34 situering 34 exterieur 36 interieur 38 B3. cultuurhistorische waardering

inleiding 40 kernkwaliteiten 40 graduele waardering 40 B4. transformatiekader

algemene filosofie 42 specifiek kader 44

bijlage: geraadpleegde bronnen 46 colofon 47

6 | W ILLIBR ORDUS - E N LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

Zicht over de Willibrordusstraat met links de voormalige Willibrordusschool en in de verte het winkelcentrum rond het Moleneindplein.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HOO L : C ULTUUR HIS TOR IS C HE VER KENNING | 7

inleiding aanleiding en doel In Vught-Zuid is sprake van een aantal ruimtelijke en programmatische ontwikkelingen. De ingebruikname van de nieuwe fusieschool ‘De Avonturier’ (Lidwinastraat 12a) riep de vraag op wat de toekomst is van de voormalige ‘Willibrordusschool’ (Moleneindplein 9) en de voormalige ‘Lidwinaschool’ (Lidwinastraat 53). Om die vraag goed te kunnen beantwoorden is eerst een onderzoek nodig naar de cultuurhistorische waarde van deze twee scholen. De gemeente Vught heeft dat onderzoek in het voorjaar van 2020 uitgezet bij bureau van Meijel - adviseurs in cultuurhistorie in Nijmegen. Daarmee wordt een erfgoedkader beoogd, op basis waarvan de gemeente Vught zorgvuldige afwegingen kan maken inzake eventuele (gedeeltelijke) sloop, behoud, herbestemming en/of fysieke ingrepen bij deze twee schoolgebouwen. uitgangspunten Voor dit cultuurhistorische onderzoek zijn de gemeente Vught en van Meijel - adviseurs in cultuurhistorie de volgende uitgangspunten overeengekomen. • Het cultuurhistorische onderzoek heeft de reikwijdte en diepgang van een verkenning en omvat de volgende componenten: een beschrijving, een analyse, een waardering en een transformatiekader met advies; allemaal samengebracht in één rapport.

• Het beschouwingsniveau heeft primair betrekking op de gebouwen zelf, maar daarnaast wordt ook gekeken naar de positie van de scholen in de ruimtelijke context van de wijk. • Niet aan de orde bij deze verkenning zijn: inmetingen, destructief onderzoek, reconstructietekeningen en/of specialistisch (technisch) onderzoek naar bouwkundige staat, constructie, kleur, materiaal of interieurafwerking. • Omwille van de onafhankelijkheid en objectiviteit wordt het onderzoek uitsluitend gebaseerd op cultuurhistorische overwegingen.

methodiek, verantwoording en leeswijzer De werkwijze voor dit onderzoek bestaat uit vier stappen, achtereenvolgens: inventariseren, analyseren, waarderen en adviseren. Daarbij volgt elke stap logisch uit de vorige. De aanpak en resultaten van deze stappen zijn als volgt. 1. De inventarisatie bestond uit veldwerk ter plaatse en gericht bronnenonderzoek (zie bijlage 1 met geraadpleegde bronnen). Deze stap resulteerde in een geïllustreerd verhaal over de historische en ruimtelijke context: zie hoofdstuk 1. 2. Op basis van de inventarisatie en het bestuderen van bouwtekeningen werd van beide schoolgebouwen een duidende analyse gemaakt. Deze stap resulteerde in een analytische typering met aandacht voor de architectonische essentie (bouwmassa, gevelbeeld) en de ruimtelijke logica (structuur, interieurelementen): zie hoofdstuk 2. 3. De inventarisatie en de analyse vormden vervolgens de gefundeerde basis voor een interne waardestelling. Dat wil zeggen, een graduele waardering in drie kleuren op actuele plattegronden én een set uitgeschreven kernkwaliteiten: zie hoofdstuk 3. 4. Op basis van de inventarisatie, analyse en waardering werd tot slot bepaald wat essentieel is om te behouden, waar kansen liggen ter versterking én waar ruimte zit voor verandering. Dat transformatiekader bestaat uit een algemene filosofie én een aantal concrete uitgangs- en aandachtspunten: zie hoofdstuk 4.

Het eerste hoofdstuk betreft een inleiding op beide schoolgebouwen. De daaropvolgende hoofdstukken 2 tot en met 4 zijn aangehouden in beide delen van het rapport. Deel A. gaat over de voormalige Willibrordusschool, en deel B. over de voormalige Lidwinaschool. Het rapport wordt afgesloten met een bijlage geraadpleegde bronnen en het colofon.

8 | W ILLIBR ORDUS - E N LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

1. h i s t o r i s c h e e n r u i m t e l i j k e c o n t e x t parochiebuurt (zie kaartenreeks volgende pagina) De vooroorlogse situatie was op hoofdlijnen als volgt. De buurtschappen Moleneind en Bergenshuizen lagen in een ‘taartpunt’ tussen de spoorlijnen van Vught naar Tilburg en Eindhoven. Dat driehoekige gebied werd min of meer in dezelfde richting doorsneden door de hoofdweg naar Helvoirt (begeleid door buitenplaatsen) en de hoofdweg naar Esch (geflankeerd door verspreide lintbebouwing met boerderijen en kleine bedrijvigheid). Aan weerszijden van de Esscheweg was sprake van een kleinschalig agrarisch landschap. Gedurende het interbellum kwam in de noordelijke punt van het gebied een nieuwe woonbuurt tot ontwikkeling rond het parochiecentrum van de H. Hart van Jezuskerk (1924) aan het Loeffplein. De kerk en de scholen van deze parochie raakten eind jaren dertig overvol, waarna werd ingezet op de stichting van een nieuw parochiecentrum verder zuidwaarts aan de Esscheweg. Daartoe kocht het bestuur van de H. Hartparochie in 1938 enkele percelen grond ten zuiden van de Molenstraat voor de bouw van een kerk, pastorie, begraafplaats, zusterklooster en twee scholen. Omdat het ruimtegebrek in de H. Hartparochie vooral bij het onderwijs knelde, werd in de nieuwe parochie in wording begonnen met de bouw van een jongens- en een meisjesschool in 1939. De H.

Hartparochie leverde de paters voor de jongensschool. Naast de meisjesschool werd gelijktijdig een klooster gebouwd voor de zusters Franciscanessen van Oudenbosch. Deze scholen bedienden het agrarische buitengebied, stonden bekend als ‘boerenschool’ en vielen tot 1970 onder het bestuur van de H. Hartparochie waarna tevens de scheiding tussen jongens en meisjes werd opgeheven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog viel de ontwikkeling van een nieuwe parochie stil. De pas opgeleverde schoolgebouwen boden tijdelijk onderdak aan de bezetter en tot juni 1945 aan de bevrijders. Na de bevrijding kreeg de stichting van een nieuwe parochie een impuls met de benoeming in november 1948 van P.A.C.Th. Maessen tot bouwpastoor.

Een jaar later stond er een houten noodkerk aan de Esscheweg (in 1966 gesloopt), in 1950 werd de opgehoogde begraafplaats gewijd en in 1954 stond er een definitieve parochiekerk achter het Moleneindplein (in 1991 gesloopt); beide gebouwen naar ontwerp van de lokale architect E. Nijsten. De parochie werd toegewijd aan de heiligen Paulus en Antonius. Intussen waren beide scholen overgedragen aan het kerkbestuur van de nieuwe parochie. De zusters bouwden bovendien in 1952 een bewaarschool tussen het klooster en de meisjesschool. De woningbouw kwam gedurende de jaren vijftig en zestig op stoom: eerst ten noorden en later ten zuiden van de Molenstraat. Het aantal parochianen steeg door de komst van veelal jonge, kinderrijke gezinnen. Pas in 1962 opende het buurtwinkelcentrum rond het Moleneindplein, destijds nog een grasveld maar vanaf 1967 een bestraat plein. Toen was de parochie voltooid. De belangrijkste wijzigingen in de buurt sindsdien hebben betrekking op de gebouwen van het parochiecentrum. Het zusterklooster werd in 1987 herbestemd tot medische praktijk. In 1991 werd de parochiekerk aan het Moleneindplein gesloopt, en nieuwbouw gerealiseerd aan de Lidwinastraat 51. Het parochiehuis aan de Lidwinastraat werd gesloopt en in 1994 vervangen door een sporthal.

Sinds de ingebruikname van de nieuwe fusieschool ‘De Avonturier’ in 2018 zijn de voormalige jongens- en meisjesschool in gebruik bij leegstandbeheer.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HOO L : C ULTUUR HIS TOR IS C HE VER KENNING | 9

Reeks topografische kaarten uit respectievelijk 1956, 1967 en 1988 met linksonder het parochiecentrum met de twee schoolgebouwen (bron: topotijdreis.nl). Rechts een luchtfoto uit ca. 1973 met onder de Lidwinaschool, in het midden de Willibrordusschool en boven het midden de parochiekerk aan het Moleneindplein (bron: BHIC / KLM Aerocarto | zie de disclaimer in het colofon).

1 0 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

Willibrordusschool bouw Nadat in 1938 grond was gekocht in de zuidoostelijke hoek van de haaks kruisende Molenstraat en Esscheweg, gaf het kerkbestuur van de H. Hartparochie op 16 januari 1939 opdracht aan architect C.M. Evers uit Vught om het ontwerp te verzorgen voor een 5-klassige jongensschool, vernoemd naar de vaderlandse heilige Willibrordus. Op verzoek van burgemeester Loeff kreeg architect Evers assistentie van ir. De Boer, die in esthetisch opzicht moest zorgdragen voor een gelijk aanzicht van de jongens- en meisjesschool en het klooster (waarvoor verschillende architecten en aannemers werden aangezocht). De aanbesteding vond plaats op 9 juni 1939 en het werk werd gegund aan de firma J. van Heck uit Alphen aan de Maas voor bijna vijfendertigduizend gulden. De inzegening van de jongensschool was op 12 december 1939. De broeders van O.L. Vrouw van Lourdes gaven hier les.

De Willibrordusschool zoals die in 1939 is gebouwd gezien vanuit zuidwestelijke richting (bron: Toebes 1974 | zie de disclaimer in het colofon).

uitbreiding, verbouw, tijdelijk gebruik In de jaren vijftig werd de Willibrordusschool twee keer uitgebreid naar ontwerp in bijpassende stijl van architect E. Nijsten uit Vught. • In 1953-1954 kreeg de vleugel aan het Moleneindplein een verdieping met 3 lokalen én werd de zolder van de vleugel aan de Willibrordusstraat ingericht als handenarbeidlokaal. • In 1957-1958 werd de vleugel aan de Willibrordusstraat verlengd én voorzien van een nieuwe hoofdentree (de oorspronkelijke hoofdentree aan het Moleneindplein werd gewijzigd). Bovendien werd de vleugel aan het Moleneindplein verlengd met een portiek annex toiletgroep, met daaraan gekoppeld een overdekte doorgang met langgerekte fietsenstalling. Sindsdien is de speelplaats aan drie zijden omsloten. Daarna is er alleen op kleine schaal inpandig verbouwd. De trap in de gang van de vleugel aan het Moleneindplein dateert uit 1973 (architect N.J. de Bonth). In 1983 heeft de Technische Dienst van de gemeente Vught enkele dubbele deuren en diverse binnenwanden aangebracht in de vleugel aan de Willibrordusstraat. Sinds de ingebruikname van de nieuwe fusieschool ‘De Avonturier’ in 2018 is de voormalige jongensschool in gebruik als tijdelijke woon- en werkruimte bij leegstandbeheerder Interveste.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 11

Links de gevel van de Willibrordusschool aan het Moleneindplein op de bouwtekeningen uit 1939 (boven) en 1953 (onder). Rechts idem voor de gevel aan de Willibrordusstraat (bron: gemeente Vught / BHIC).

1 2 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

1939 1953-1954 1957-1958 1973 1983

De bouwfasering van de Willibrordusschool ingekleurd op de plattegronden van de begane grond en de verdieping.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 13

1939 1953-1954 1957-1958

De bouwfasering van de Willibrordusschool ingekleurd op de geveltekeningen van de straatzijden (boven) en de achterzijde (onder).

1 4 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

Lidwinaschool bouw Nadat in 1938 grond was gekocht in de zuidoostelijke hoek van de haaks kruisende Molenstraat en Esscheweg, gaf het kerkbestuur van de H. Hartparochie op 16 januari 1939 opdracht aan architect S.L.A. Orie uit Vught om het ontwerp te verzorgen voor een 4-klassige meisjesschool, vernoemd naar de vaderlandse heilige Lidwina. Op verzoek van burgemeester Loeff kreeg architect Orie assistentie van ir. De Boer, die in esthetisch opzicht moest zorgdragen voor een gelijk aanzicht van de jongens- en meisjesschool en het klooster (waarvoor verschillende architecten en aannemers werden aangezocht). De aanbesteding vond plaats op 1 juni 1939 en het werk werd gegund aan de firma J. Vollenberg uit Oss voor ruim dertigduizend gulden. De inzegening van de meisjesschool was op 6 november 1939. De zuster Franciscanessen van Oudenbosch gaven hier les. Zij betrokken een klooster dat voor eigen rekening werd gebouw op een beschikbaar gesteld perceel naast de meisjesschool.

Overzicht van het parochiecentrum in 1972 met links de Lidwinaschool en rechts de Willibrordusschool en parochiekerk (bron: BHIC | zie de disclaimer in het colofon).

uitbreiding, verbouw, tijdelijk gebruik In de jaren vijftig werd de Lidwinaschool één keer uitgebreid en één keer verbouwd naar ontwerp in bijpassende stijl van architect E. Nijsten uit Vught. • In 1951-1952 werd aan de achterzijde een vleugel met drie lokalen toegevoegd. Bovendien kwam daar de nieuwe hoofdentree met hal en trap naar boven waar de zolder werd ingericht als naailokaal met grote dakkapellen. • In 1957-1958 werd zolder van de vleugel aan de Lidwinastraat in gebruik genomen als lokalen en voorzien van een reeks grote dakkapellen. Ter ontsluiting van die lokalen werd in 1962 nog een extra trap toegevoegd alsmede enkele dakkapellen. Aan de achterzijde verrees in 1968 naar ontwerp van architect J.P. Bergman een extra entreeportiek annex toiletgroep en langgerekte fietsenstalling evenwijdig aan het toegangspad naar de begraafplaats. Sindsdien is de speelplaats aan drie zijden omsloten. In de jaren tachtig heeft de Technische Dienst van de gemeente Vught enkele bestaande binnenwanden weggehaald en enkele nieuwe toegevoegd, alsmede een uitgebouwde toiletgroep aan de straatzijde. Tot slot zijn omstreeks 1996 de ramen vernieuwd en qua indeling gewijzigd. Sinds de ingebruikname van de nieuwe fusieschool ‘De Avonturier’ in 2018 is de voormalige meisjesschool in gebruik als tijdelijke woon- en werkruimte bij leegstandbeheerder Interveste.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 15

Links de gevel van de Lidwinaschool aan de Lidwinastraat op de bouwtekeningen uit 1939 (boven) en 1951 (onder). Rechts idem voor de gevel aan het zijpad (bron: gemeente Vught / BHIC).

1 6 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

1939 1951-1952 1957-1958 1962 1968 jaren ‘80

De bouwfasering van de Lidwinaschool ingekleurd op de plattegronden van de begane grond en de verdieping.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 17

1939 1951-1952 1957-1958 1962 1968 De bouwfasering van de Lidwinaschool ingekleurd op de geveltekeningen van de vleugel aan de straatzijde (boven), de achtervleugel (midden) en de toegevoegde toiletgroep (onder).

jaren ‘80

1 8 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

DEEL A VOORMALIGE WILLIBRORDUSSCHOOL

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 19

De voormalige Willibrordusschool met hoekaccent gesitueerd op de zuidwestelijke hoek van het Moleneindplein en de Willibrordusstraat.

2 0 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

A2 . a n a ly t i s c h e t y p e r i n g basisgegevens plaats Vught buurt Zuid adres Moleneindplein 9 architect bouwjaar uitbreiding verbouw

C.M. Evers (Vught) 1939 1953-1954 en 1957-1958 1973 en 1983

oorspr. functie opdrachtgever huidige functie huidige eigenaar

Jongensschool voor lager onderwijs Kerkbestuur van de H. Hart van Jezusparochie Leegstandbeheer Gemeente Vught

typologie status

gangschool formeel geen, wel als beeldbepalend aangemerkt door de monumentencommissie

situering (zie kaartje volgende pagina) De voormalige Willibrordusschool is in 1939 gerealiseerd tussen de landerijen ten oosten van de Esscheweg. De toenmalige landwegen staan niet haaks op elkaar maar verspringen iets. In dat knikkende stelsel staat de Willibrordusschool op de zuidwestelijke hoek van twee oude landwegen, thans genoemd het Moleneindplein en de Willibrordusstraat. Het schoolgebouw maakt front naar het Moleneindplein en staat evenwijdig aan deze straat. Omdat de kruising met de Willibrordusstraat niet haaks is, schiet er terzijde van de school ruimte over voor een wigvormige groenstrook. Ten noorden van de school is dat ruimtelijke motief nog een keer aanwezig achter de huidige supermarkt (de locatie van de gesloopte parochiekerk). Die wigvormige groenstrook biedt een zichtlijn recht naar de hoger opgetrokken hoek van het schoolgebouw én de hoofdentree. Deze groen afgezoomde hoek van de Willibrordusschool is daardoor een markante blikvanger in de buurt. Eveneens markant is het rijtje kastanjebomen op het voormalige speelterrein aan de achterzijde van de school. Het parochiecentrum is sinds 1939 gefaseerd tot stand gekomen, en daar was een groot aantal architecten bij betrokken. Niettemin vormt het parochiecentrum een ruimtelijk en architectonisch samenhangend geheel (rode gebouwen op de kaart).

De vooroorlogse vleugels van de Willibrordusschool aan het Moleneindplein, de Lidwinaschool aan de Lidwinastraat en het zusterklooster aan de Lidwinastraat zijn weliswaar door verschillende architecten ontworpen, maar dankzij de supervisie van een vierde architect allemaal architectonisch familie van elkaar. Ook de vroeg-naoorlogse uitbreidingen aan de achterzijde van beide scholen voegen zich in dat beeld omdat ze ‘in stijl’ zijn ontworpen door een vijfde architect. Dat principe is in de jaren negentig verlaten toen de parochiekerk werd gesloopt en vervangen door een nieuw winkelwooncomplex aan het Moleneindplein en een nieuwe kleinere kerk aan de Lidwinastraat. Storend in dat verband is de sporthal uit 1994: een architectonisch buitenbeentje tussen de scholen en het klooster die een architectonisch ensemble in traditionalistische bouwtrant vormen.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 21

Molen

locatie voormalige parochiekerk

Essch

eweg

Willibrordusschool

Willibrordus

straat

Moleneindplein

straat

sporthal

Lid

a win

str

aat

huidige parochiekerk

klooster bewaarschool

Lidwinaschool

Situatieschets met in zwart het knikkende stelsel van voormalige landwegen, in groen de wigvormige ‘restruimtes’, in rood de gebouwen van het samenhangende parochiecentrum, in blauw de oorspronkelijke en huidige locatie van de kerk, en in geel de recente sporthal.

2 2 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

exterieur (zie foto’s deze en volgende pagina) Beeldbepalend voor het exterieur is de traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur. Kenmerkend zijn de bakstenen gevels, de grote variatie in formaten en typen roedenvensters, alsmede de zadeldaken met gesmoorde Hollandse pannen en overstek. Opvallend is de zorgvuldige vormgeving en detaillering van o.a. de entree-omlijsting, de (getoogde) strekken met aanzetstenen, de smeedijzeren sierankers, het robuuste metselwerk van handvormsteen in Engels kettingverband en de tuitgevels met schouders. Een opmerkelijke toevoeging aan dat ontwerpidioom zijn de oversized dakkapellen uit de jaren vijftig. Een deel van de houten ramen is vervangen door kunststof exemplaren. Aan de gevelcompositie is de achterliggende indeling en functie afleesbaar.

Willibrordusschool: gevelbeelden overzicht.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 23

Willibrordusschool: details karakteristiek metselwerk.

Willibrordusschool: details karakteristieke entrees en ramen.

Willibrordusschool: karakteristieke details van het dak.

2 4 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

interieur (zie foto’s en tekening volgende pagina) Structuurbepalend voor het interieur is de langgerekte gang die het L-vormige grondplan van het gebouw volgt én langs een reeks klaslokalen voert. Die ruimtelijke hoofdopzet was in de eerste helft van de twintigste eeuw heel gangbaar, en stond typologisch bekend als ‘gangschool’. • Op de plek waar de gangen in een haakse hoek bij elkaar komen, bevindt zich de (oorspronkelijke) hoofdentree, de hal en het trappenhuis: allemaal extra fraai uitgevoerd met bijzondere details en kunstuitingen. De gangen zelf zijn ook met zorg afgewerkt: lichtgele tegelvloer (Solnhofener kalksteen), schoonmetselwerk ‘lambrisering’ van verglaasde baksteen in klezoorverband, wanden en plafonds van stuukwerk, gemetselde segmentbogen op natuurstenen consoles, paneeldeuren met kleine ruitjes , ramen met roedenverdeling, smeedijzeren kapstokken. In de jaren vijftig uitbreiding is de afwerking iets minder ‘rijk’ maar de ruimtelijkheid juist royaler en lichter, vooral in de hal met bordestrap, luchtbrug en vide. • De klaslokalen vormen een repeterende reeks, worden ontsloten door een gang en hebben een vergelijkbaar formaat. Elk lokaal heeft een deur en ‘spiekraam’ aan de gangzijde, een beeldennisje en/of kastenwand tegen de binnenmuren, en een reeks grote ramen in de buitengevel.

Bij een gangschool liggen de lokalen doorgaans van de weg afgekeerd aan de zonnige zuidzijde. Dat is bij de Willibrordusschool ook het geval bij de vooroorlogse vleugel, maar niet bij de vleugel aan de Willibrordusstraat. Willibrordusschool: hal, gang en lokaal in het oude gedeelte.

Willibrordusschool: hal, gang en wasruimte in de uitbreiding.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 25

Willibrordusschool: analysetekening. Voor de toelichting zie de vorige pagina.

2 6 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

A3 . c u lt u u r h i s t o r i s c h e wa a r d e r i n g inleiding Deze waardestelling is omwille van de onafhankelijkheid en objectiviteit uitsluitend gebaseerd op cultuurhistorische overwegingen. Bouwtechnische staat, gebruikersbelangen, ontwerpoverwegingen en/of financiële aspecten zijn buiten beschouwing gelaten. kernkwaliteiten In deze paragraaf worden de cultuurhistorische kernkwaliteiten van de Willibrordusschool bondig op een rij gezet. Deze kernkwaliteiten vormen een samenvattende interpretatie van de informatie uit de voorgaande hoofdstukken. In willekeurige volgorde: • Het schoolgebouw is structureel verbonden met een vooroorlogs stelsel van knikkende landwegen. Dat stelsel is thans nog herkenbaar in het wegenpatroon van de buurt. • Het schoolgebouw staat in ruimtelijk opzicht op een bijzondere plek in dat stelsel: de geaccentueerde hoek van de school vormt een blikvanger op het uiteinde van een wigvormige groenstrook. • Het schoolgebouw vormt een essentieel onderdeel van een functioneel en architectonisch samenhangend ensemble: de scholen en het klooster zijn de oudste gebouwen in de buurt en vormen de laatste restanten van een parochiecentrum uit het midden van de twintigste eeuw. • Het schoolgebouw is een karakteristiek voorbeeld van traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur, die consequent is doorgevoerd met aandacht voor het ambachtelijke detail.

• Het schoolgebouw is een goed voorbeeld van het type gangschool. De gangen en de daarmee samenhangende hal en trappenhuis zijn zorgvuldig afgewerkt en voorzien van enkele kunstwerken. graduele waardering (zie tekening volgende pagina) Tegen de achtergrond van de historische en ruimtelijke context (hoofdstuk 1), de analytische typering (hoofdstuk 2) en de set kernkwaliteiten zijn de cultuurhistorische waarden – voor zover mogelijk - tevens aangegeven op een plattegrond. Met drie kleuren is gradueel onderscheid gemaakt in hoge, positieve en indifferente waarden. De definities van deze drie

waarden dienen als algemene onderbouwing bij de waardetoekenning van de verschillende onderdelen. Deze onderdelen zijn bovendien puntsgewijs op een rij gezet en - waar nodig - voorzien van een specifieke onderbouwing. NB. De graduele waardering moet altijd worden beschouwd in onderlinge samenhang met de set kernkwaliteiten. hoge waarde (blauw) Hoog gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als essentieel voor de verschijningsvorm, structuur en/of betekenis van het gebouw cq. het architectonische concept. Het is nadrukkelijk niet zo dat alle oorspronkelijke onderdelen automatisch deze hoogste score krijgen. Deze hoge waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • Het gevelbeeld rondom van het oudste gedeelte uit 1939 en de daaraan toegevoegde verdieping uit 1953-1954, en dan vooral de vleugel aan het Moleneindplein: de zijde waaraan het gebouw van oorsprong front maakte en de hoofdentree had. • De gangen met hal en trappenhuis inclusief de afwerking en kunstwerken in het oudste gedeelte uit 1939 en de daaraan toegevoegde verdieping uit 1953-1954: hét structurerende element van het gebouw. • De wanden van de klaslokalen waarin het repeterende karakter van de reeks tot uitdrukking komt. • Het rijtje kastanjebomen op het speelterrein (niet ingetekend).

positieve waarde (groen) Positief gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als karakteristiek voor de verschijningsvorm, structuur en/of betekenis van het gebouw cq. het architectonische concept. Deze positieve waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • De iets soberder uitgevoerde verlengde vleugel uit 1957-1958 aan de Willibrordusstraat: het gevelbeeld, de structurerende gang, de hal met bordestrap en luchtbrug. • De uitbouw met langgerekte fietsenstalling: het gevelbeeld.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 27

indifferente waarde (geel) Indifferent gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als niet bepalend of zelfs verstorend voor de verschijningsvorm, structuur en/of betekenis van het gebouw cq. het architectonische concept. Aan deze onderdelen wordt vanuit een erfgoedperspectief geen belang gehecht. Deze indifferente waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • Alle irrelevante, verbouwde en/of toegevoegde elementen, zoals een toiletgroep, een extra trap, een keukenblok, nieuwe deuren, ramen en binnenwanden. hoge waarde positieve waarde indifferente waarde

Willibrordusschool: waarderingsplattegronden. Voor de toelichting zie deze en vorige pagina. Blauw is hoog, groen is positief en geel is indifferent gewaardeerd.

2 8 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

A4 . t r a n s f o r m at i e k a d e r algemene filosofie: uitgangs- en aandachtspunten transformatie als opgave Het schoolgebouw en het kavel hebben anno 2020 een tijdelijke bestemming en worden binnenkort getransformeerd. Eén van de uitdagingen daarbij is om de aanstaande ontwerpopgave en de cultuurhistorische waarden zó met elkaar te verknopen, dat zoveel mogelijk kernwaarden worden benut en knelpunten worden opgelost. Op die manier blijft de ziel van het schoolgebouw en het daarmee samenhangende ensemble op een vanzelfsprekende manier begrijpelijk en beleefbaar, én ontstaat er tevens ruimte voor nieuwe functies, ingrepen en toevoegingen. behoud door ontwikkeling en exploitatie Het voortbestaan en de conditie van het schoolgebouw zijn gebaat bij de huidige tijdelijke bestemming, maar kunnen nóg beter af zijn met een permanente nieuwe functie omdat de herbestemming aangegrepen kan worden voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van dit karakteristieke gebouw. Van belang daarbij is dat de onvermijdelijke ingrepen zich op een respectvolle en logische manier voegen in het gebouw, op het kavel en binnen de directe omgeving. Het schoolgebouw is weliswaar geen museaal object met een stolp erover, maar ook geen onbeduidend gebouw waaraan je alles zonder meer kunt veranderen.

Daarom worden ingrepen gemotiveerd door een zorgvuldige afweging van het erfgoedbelang, verhouden ze zich goed tot de cultuurhistorische waarden / kernkwaliteiten, en genereren ze waar mogelijk nieuwe kwaliteiten voor het erfgoed en/of de omgeving.

kernkwaliteiten en erfgoedwaarden als randvoorwaarden De goede bereikbaarheid, de rustige en groene locatie, de architectonische uitstraling van het exterieur en de belevingswaarde van de verkeersruimtes in het interieur zijn belangrijke troeven bij de transformatie. Het welslagen daarvan valt of staat met inzicht in de cultuurhistorische waarden én de gradaties daarin. De set kernkwaliteiten en de ingekleurde erfgoedwaarden vormen daarom belangrijke randvoorwaarden onder het volgende regiem. • Bij de kernkwaliteiten en de hoog gewaardeerde onderdelen (blauw op de plattegrond p.27) staat behoud ervan in beginsel voorop. Voor eventuele wijzigingen geldt daarom het uitgangspunt ‘nee, tenzij …’. Noodzakelijke aanpassingen zijn mogelijk zolang ze de bestaande erfgoedwaarden niet onevenredig aantasten, ze die waarden ondersteunen en van hoge ontwerpkwaliteit zijn. Een belangrijke nuancering daarbij is dat de achtergevels makkelijker ingrepen verdragen dan de beeldbepalende zichtbare gevels aan de straatzijden. • Bij de positief gewaardeerde onderdelen (groen op de plattegrond p.27) is streven naar behoud wenselijk, maar ook sloop is onder voorwaarden denkbaar. Voor aanpassingen en sloop geldt het behoedzame uitgangspunt ‘ja, mits …’.

Ingrepen zijn mogelijk zolang ze het karakter van het schoolgebouw, de verkaveling en het ensemble als uitgangspunt nemen (respect), de bestaande erfgoedwaarden niet onevenredig verstoren (zorgvuldigheid) en/of nieuwe kwaliteit toevoegen. • Bij de indifferent gewaardeerde onderdelen (geel op de plattegrond p.27) is behoud geen voorwaarde. Wijziging of sloop zijn zonder meer mogelijk zolang ze de erfgoedwaarde in de directe omgeving niet verstoren (zorgvuldigheid).

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 29

Willibrordusschool: transformatiekader. Voor de toelichting zie de volgende twee pagina’s.

3 0 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

specifiek kader: uitgangs- en aandachtspunten inleiding De ingekleurde plattegrond op p.29 is een indicatieve verbeelding van kansen en mogelijkheden. Het is nadrukkelijk geen ontwerp, maar een illustratie van principes die vanuit een cultuurhistorisch perspectief kansrijk zijn. Die principes moet je niet te letterlijk nemen maar als denkrichting zien. ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van een gang met flankerende ruimtes is goed bruikbaar voor een kantoor- of bedrijfsverzamelgebouw, maar deze functie zal waarschijnlijk niet aan de orde zijn. Een woonfunctie is meer waarschijnlijk en goed inpasbaar (zie de lichtblauwe vlakken en gele pijlen op de plattegrond). • Denk bijvoorbeeld aan het compartimenteren per klaslokaal in de tweelaags vleugel aan het Moleneindplein: een reeks van drie rijtjeswoningen met twee bouwlagen en kap. Een variant met beneneden- en bovenwoningen is hier ook goed denkbaar. • Denk als variant tevens aan het compartimenteren van twee geschakelde klaslokalen in de éénlaags vleugel aan de Willibrordusstraat: brede woningen van één bouwlaag en/of kap. Een variant met vier éénlaags rijtjeswoningen is hier ook goed denkbaar. • Voor alle varianten geldt dat er ontwikkelruimte bestaat bij de (her) indeling van de ruimtes zolang de ruimtelijke hoofdopzet van gang en lokaal maar herkenbaar blijft.

• De ingesloten hoek van het gebouw (grijs op de plattegrond) beschikt over minder buitenruimte en is daardoor wellicht beter geschikt voor (openbare) buurtfuncties, praktijk en/of werkruimtes. Dergelijke functies passen bij de hoek als blikvanger in de buurt én gaan goed samen met (behoud van) de royale hal, de kunstwerken en het trappenhuis.

benadering Bij het schoolgebouw is sprake van een duidelijk onderscheid tussen een formele voorkant aan de straatzijden en een informele achterkant rond het schoolplein. Aan de straatzijden ligt het voornaamste front aan het Moleneindplein. Laat dat principe doorklinken in de ontsluiting met voordeuren (rode pijl) en achterdeuren (rode streep). • De gevel aan het Moleneindplein is vanouds het front van het gebouw. Benadruk dat gegeven door entrees aan deze zijde te situeren. Gebruik zoveel mogelijk de bestaande deuren of breek daartoe bestaande ramen door naar beneden. • De achtervleugel is ondergeschikt en dat gegeven zou je kunnen benadrukken door de hal te transformeren tot een (open) onderdoorgang met zijwaartse ontsluiting van de flankerende woningen. Iets soortgelijks is ook mogelijk aan de zijde van de fietsenstalling (oranje vlakken op de plattegrond). Ook hier geldt: gebruik zoveel mogelijk de bestaande deuren of breek daartoe bestaande ramen door naar beneden.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 31

buitenruimte Het schoolgebouw is aan de straatzijden groen afgezoomd en voorzien van een lage erfscheiding, en aan de achterzijde ingericht als een grote verharde speelplaats. • De groene zoom voorlangs leent zich uitstekend voor voortuintjes. Omwille van de eenheid van het grote geheel heeft een uniforme lage erfscheiding de voorkeur. • De speelplaats aan de achterzijde kan geheel of gedeeltelijk worden opgedeeld in private tuintjes, terrassen, vlonders en/of in combinatie met een gedeelde collectieve tuin. Neem in ieder geval het rijtje kastanjebomen op in het inrichtingsplan. • Het resterende deel van het kavel kan in aanmerking komen voor aanvullende nieuwbouw. De eventuele nieuwbouw blijft qua positie, oriëntatie, verschijningsvorm en omvang ondergeschikt aan het behouden gedeelte van de school dat het hoofdelement is en blijft.

onderhoud en voorzieningen • Gevelreiniging brengt een blijvend schaderisico met zich mee en wordt daarom afgeraden of alleen toegestaan met stoom onder zeer lage druk dan wel door voorzichtig te borstelen. • Eventueel nieuw voegwerk dient overeen te komen met het oorspronkelijke voegwerk qua samenstelling, hardheid, kleur en voegtype. • Omwille van de architectonische ensemblewaarde met de andere school en het klooster is het schilderen van de gevels niet toegestaan. • Kleurhistorisch onderzoek biedt mogelijk verrassende inspiratie voor het buitenschilderwerk. Momenteel is al het schilderwerk in wit uitgevoerd, maar dat is oorspronkelijk vermoedelijk kleurrijker geweest. Met kleurhistorisch onderzoek is dat vrij eenvoudig te achterhalen. • Grijp de transformatie aan om kunststof ramen en deuren te vervangen door houten exemplaren. Kunststof is een detonerend materiaal in het ambachtelijke idioom van de traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur. • Eventueel toe te voegen voorzieningen zoals na-isolatie van gevels en daken, zonwering, ventilatie en/of energieopwekkende maatregelen dienen van meet af aan onderdeel te zijn van de ontwerpopgave.

3 2 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

DEEL B VOORMALIGE LIDWINASCHOOL

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 33

De voormalige Lidwinaschool met hoekaccent gesitueerd op de zuidwestelijke hoek van de Lidwinastraat en het pad langs de begraafplaats richting de Wolfskamerweg.

3 4 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

B2 . a n a ly t i s c h e t y p e r i n g basisgegevens plaats Vught buurt Zuid adres Lidwinastraat 53 architect bouwjaar uitbreiding verbouw

S.L.A. Orie (Vught) 1939 1951-1952 en 1968 1957-1958, 1962, jaren’80 en 1996

oorspr. functie opdrachtgever huidige functie huidige eigenaar

Meisjesschool voor lager onderwijs Kerkbestuur van de H. Hart van Jezusparochie Leegstandbeheer Gemeente Vught

typologie status

gangschool formeel geen, wel als beeldbepalend aangemerkt door de monumentencommissie

situering (zie kaartje volgende pagina) De voormalige Lidwinaschool is in 1939 gerealiseerd tussen de landerijen ten oosten van de Esscheweg. De toenmalige landwegen staan niet haaks op elkaar maar verspringen iets. In dat knikkende stelsel staat de Lidwinaschool op de zuidwestelijke hoek van twee oude landwegen, thans genoemd de Lidwinastraat en het naamloze pad langs de begraafplaats. Het schoolgebouw maakt front naar de Lidwinastraat en staat evenwijdig hieraan. Omdat de kruising van de Lidwinastraat en de Willibrordusstraat niet haaks is, schiet er terzijde van de Willibrordusschool ruimte over voor een wigvormige groenstrook. Die taps toelopende strook biedt een zichtlijn recht naar de hoger opgetrokken hoek van het schoolgebouw én de (voormalige) hoofdentree. Deze groen afgezoomde hoek van de Lidwinaschool is daardoor een markante blikvanger in de buurt. Eveneens markant is het rijtje kastanjebomen op het voormalige speelterrein aan de achterzijde van de school. Het parochiecentrum is sinds 1939 gefaseerd tot stand gekomen, en daar was een groot aantal architecten bij betrokken. Niettemin vormt het parochiecentrum een ruimtelijk en architectonisch samenhangend geheel (rode gebouwen op de kaart).

De vooroorlogse vleugels van de Willibrordusschool aan het Moleneindplein, de Lidwinaschool aan de Lidwinastraat en het zusterklooster aan de Lidwinastraat zijn weliswaar door verschillende architecten ontworpen, maar dankzij de supervisie van een vierde architect allemaal architectonisch familie van elkaar. Ook de vroeg-naoorlogse uitbreidingen aan de achterzijde van beide scholen voegen zich in dat beeld omdat ze ‘in stijl’ zijn ontworpen door een vijfde architect. Dat principe is in de jaren negentig verlaten toen de parochiekerk werd gesloopt en vervangen door een nieuw winkelwooncomplex aan het Moleneindplein en een nieuwe kleinere kerk aan de Lidwinastraat. Storend in dat verband is de sporthal uit 1994: een architectonisch buitenbeentje tussen de scholen en het klooster die een architectonisch ensemble in traditionalistische bouwtrant vormen.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 35

Molen

locatie voormalige parochiekerk

Essch

eweg

Willibrordusschool

Willibrordus

straat

Moleneindplein

straat

sporthal

Lid

a win

str

aat

huidige parochiekerk

klooster bewaarschool

Lidwinaschool

Situatieschets met in zwart het knikkende stelsel van voormalige landwegen, in groen de wigvormige ‘restruimtes’, in rood de gebouwen van het samenhangende parochiecentrum, in blauw de oorspronkelijke en huidige locatie van de kerk, en in geel de recente sporthal.

3 6 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

exterieur (zie foto’s deze en volgende pagina) Beeldbepalend voor het exterieur is de traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur. Kenmerkend zijn de bakstenen gevels, de grote variatie in formaten en typen vensters, alsmede de zadeldaken met gesmoorde Hollandse pannen en overstek op doorgestoken gordingen. Opvallend is de zorgvuldige vormgeving en detaillering van o.a. de omlijstingen van de entrees, de strekken en segmentbogen, de smeedijzeren sierankers, het robuuste metselwerk van handvormsteen in Engels kettingverband en de tuitgevels met schouders. Een opmerkelijke toevoeging aan dat ontwerpidioom zijn de oversized dakkapellen uit de jaren vijftig. Een deel van de houten ramen is vervangen door kunststof exemplaren. Aan de gevelcompositie is de achterliggende indeling en functie afleesbaar.

Lidwinaschool: gevelbeelden overzicht.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 37

Lidwinaschool: details karakteristiek metselwerk.

Lidwinaschool: details karakteristieke entree en ramen.

Lidwinaschool: karakteristieke details van het dak.

3 8 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

interieur (zie foto’s en tekening volgende pagina) Structuurbepalend voor het interieur is de langgerekte gang die het L-vormige grondplan van het gebouw middels een bajonetverbinding volgt én langs een reeks klaslokalen voert. Die ruimtelijke hoofdopzet was in de eerste helft van de twintigste eeuw heel gangbaar, en stond typologisch bekend als ‘gangschool’. • De gangen zijn met zorg afgewerkt: granitovloeren met zwarte bies, ‘lambrisering’ van gele tegels met zwarte bies, wanden en plafonds van stuukwerk, paneeldeuren met kleine ruitjes, ramen met roedenverdeling, smeedijzeren kapstokken. In de jaren vijftig uitbreiding is de afwerking iets minder ‘rijk’ maar de ruimtelijkheid juist royaler en lichter, vooral in de toegevoegde ruime hal met open trap (de oorspronkelijke hoofdentree en trap zijn verwijderd). • De klaslokalen vormen een repeterende reeks, worden ontsloten door een gang en hebben een vergelijkbaar formaat. Elk lokaal heeft een deur en ‘spiekraam’ aan de gangzijde, een kastenwand tegen de binnenmuur en een reeks grote ramen in de buitengevel. Bij een gangschool liggen de lokalen doorgaans van de weg afgekeerd aan de zonnige zuidzijde. Dat is bij de Lidwinaschool ook het geval in beide vleugels.

Lidwinaschool: gang, afwerking en lokaal in oude gedeelte.

Lidwinaschool: gang, afwerking en lokaal uit de jaren vijftig.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 39

Lidwinaschool: analysetekening. Voor de toelichting zie de vorige pagina.

4 0 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

B3 . c u lt u u r h i s t o r i s c h e wa a r d e r i n g inleiding Deze waardestelling is omwille van de onafhankelijkheid en objectiviteit uitsluitend gebaseerd op cultuurhistorische overwegingen. Bouwtechnische staat, gebruikersbelangen, ontwerpoverwegingen en/of financiële aspecten zijn buiten beschouwing gelaten. kernkwaliteiten In deze paragraaf worden de cultuurhistorische kernkwaliteiten van de Lidwinaschool bondig op een rij gezet. Deze kernkwaliteiten vormen een samenvattende interpretatie van de informatie uit de voorgaande hoofdstukken. In willekeurige volgorde: • Het schoolgebouw is structureel verbonden met een vooroorlogs stelsel van knikkende landwegen. Dat stelsel is thans nog herkenbaar in het wegen- en padenpatroon van de buurt. • Het schoolgebouw staat in ruimtelijk opzicht op een bijzondere plek in dat stelsel: de geaccentueerde hoek van de school vormt een blikvanger op het uiteinde van een wigvormige groenstrook. • Het schoolgebouw vormt een essentieel onderdeel van een functioneel en architectonisch samenhangend ensemble: de scholen en het klooster zijn de oudste gebouwen in de buurt en vormen de laatste restanten van een parochiecentrum uit het midden van de 20e eeuw. Bovendien flankeren de school en het klooster het pad naar de begraafplaats.

• Het schoolgebouw is een karakteristiek voorbeeld van traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur, die consequent is doorgevoerd met aandacht voor het ambachtelijke detail. • Het schoolgebouw is in typologisch opzicht een goed voorbeeld van een gangschool met zorgvuldig afgewerkte gangen. graduele waardering (zie tekening volgende pagina) Tegen de achtergrond van de historische en ruimtelijke context (hoofdstuk 1), de analytische typering (hoofdstuk 2) en de set kernkwaliteiten zijn de cultuurhistorische waarden – voor zover mogelijk - tevens aangegeven

op een plattegrond. Met drie kleuren is gradueel onderscheid gemaakt in hoge, positieve en indifferente waarden. De definities van deze drie waarden dienen als algemene onderbouwing bij de waardetoekenning van de verschillende onderdelen. Deze onderdelen zijn bovendien puntsgewijs op een rij gezet en - waar nodig - voorzien van een specifieke onderbouwing. NB. De graduele waardering moet altijd worden beschouwd in onderlinge samenhang met de set kernkwaliteiten. hoge waarde (blauw) Hoog gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als essentieel voor de verschijningsvorm, structuur en/of betekenis van het gebouw cq. het architectonische concept. Het is nadrukkelijk niet zo dat alle oorspronkelijke onderdelen automatisch deze hoogste score krijgen. Deze hoge waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • Het gevelbeeld rondom van het oudste gedeelte uit 1939 aan de Lidwinastraat: de zijde waaraan het gebouw van oorsprong front maakte én de hoofdentree had. • De gang inclusief de afwerking in het oudste gedeelte uit 1939: hét structurerende element van het gebouw. • De wanden van de klaslokalen waarin het repeterende karakter van de reeks tot uitdrukking komt. • Het rijtje kastanjebomen op het speelterrein (niet ingetekend).

positieve waarde (groen) Positief gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als karakteristiek voor de verschijningsvorm, structuur en/of betekenis van het gebouw cq. het architectonische concept. Deze positieve waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • De iets soberder uitgevoerde achtervleugel uit 1951-1952: het gevelbeeld, de structurerende gang, de hal met trap, de wanden van de klaslokalen en de dakkapellen.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 41

indifferente waarde (geel) Indifferent gewaardeerde onderdelen komen uit het onderzoek naar voren als niet bepalend of zelfs verstorend voor de verschijningsvorm, structuur en/of betekenis van het gebouw cq. het architectonische concept. Aan deze onderdelen wordt vanuit een erfgoedperspectief geen belang gehecht. Deze indifferente waardering heeft in hoofdzaak betrekking op: • Alle irrelevante, verbouwde en/of toegevoegde elementen, zoals de uitgebouwde toiletgroepen, de extra trap, het podium en keukentje, nieuwe deuren, ramen en binnenwanden.

hoge waarde positieve waarde indifferente waarde

Lidwinaschool: waarderingsplattegronden. Voor de toelichting zie deze en vorige pagina. Blauw is hoog, groen is positief en geel is indifferent gewaardeerd.

4 2 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

B4 . t r a n s f o r m at i e k a d e r algemene filosofie: uitgangs- en aandachtspunten transformatie als opgave Het schoolgebouw en het kavel hebben anno 2020 een tijdelijke bestemming en worden binnenkort getransformeerd. Eén van de uitdagingen daarbij is om de aanstaande ontwerpopgave en de cultuurhistorische waarden zó met elkaar te verknopen, dat zoveel mogelijk kernwaarden worden benut en knelpunten worden opgelost. Op die manier blijft de ziel van het schoolgebouw en het daarmee samenhangende ensemble op een vanzelfsprekende manier begrijpelijk en beleefbaar, én ontstaat er tevens ruimte voor nieuwe functies, ingrepen en toevoegingen. behoud door ontwikkeling en exploitatie Het voortbestaan en de conditie van het schoolgebouw zijn gebaat bij de huidige tijdelijke bestemming, maar kunnen nóg beter af zijn met een permanente nieuwe functie omdat de herbestemming aangegrepen kan worden voor het verduurzamen en toekomstbestendig maken van dit karakteristieke gebouw. Van belang daarbij is dat de onvermijdelijke ingrepen zich op een respectvolle en logische manier voegen in het gebouw, op het kavel en binnen de directe omgeving. Het schoolgebouw is weliswaar geen museaal object met een stolp erover, maar ook geen onbeduidend gebouw waaraan je alles zonder meer kunt veranderen.

Daarom worden ingrepen gemotiveerd door een zorgvuldige afweging van het erfgoedbelang, verhouden ze zich goed tot de cultuurhistorische waarden / kernkwaliteiten, en genereren ze waar mogelijk nieuwe kwaliteiten voor het erfgoed en/of de omgeving.

kernkwaliteiten en erfgoedwaarden als randvoorwaarden De goede bereikbaarheid, de rustige en groene locatie, de architectonische uitstraling van het exterieur en de belevingswaarde van de verkeersruimtes in het interieur zijn belangrijke troeven bij de transformatie. Het welslagen daarvan valt of staat met inzicht in de cultuurhistorische waarden én de gradaties daarin. De set kernkwaliteiten en de ingekleurde erfgoedwaarden vormen daarom belangrijke randvoorwaarden onder het volgende regiem. • Bij de kernkwaliteiten en de hoog gewaardeerde onderdelen (blauw op de plattegrond p.41) staat behoud ervan in beginsel voorop. Voor eventuele wijzigingen geldt daarom het uitgangspunt ‘nee, tenzij …’. Noodzakelijke aanpassingen zijn mogelijk zolang ze de bestaande erfgoedwaarden niet onevenredig aantasten, ze die waarden ondersteunen en van hoge ontwerpkwaliteit zijn. Een belangrijke nuancering daarbij is dat de achtergevels makkelijker ingrepen verdragen dan de beeldbepalende zichtbare gevel aan de straatzijde. • Bij de positief gewaardeerde onderdelen (groen op de plattegrond p.41) is streven naar behoud wenselijk, maar ook sloop is onder voorwaarden denkbaar. Voor aanpassingen en sloop geldt het behoedzame uitgangspunt ‘ja, mits …’.

Ingrepen zijn mogelijk zolang ze het karakter van het schoolgebouw, de verkaveling en het ensemble als uitgangspunt nemen (respect), de bestaande erfgoedwaarden niet onevenredig verstoren (zorgvuldigheid) en/of nieuwe kwaliteit toevoegen. • Bij de indifferent gewaardeerde onderdelen (geel op de plattegrond p.41) is behoud geen voorwaarde. Wijziging of sloop zijn zonder meer mogelijk zolang ze de erfgoedwaarde in de directe omgeving niet verstoren (zorgvuldigheid).

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 43

Lidwinaschool: transformatiekader. Voor de toelichting zie de volgende pagina’s.

4 4 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

specifiek kader: uitgangs- en aandachtspunten inleiding De ingekleurde plattegrond op p.43 is een indicatieve verbeelding van kansen en mogelijkheden. Het is nadrukkelijk geen ontwerp, maar een illustratie van principes die vanuit een cultuurhistorisch perspectief kansrijk zijn. Die principes moet je niet te letterlijk nemen maar als denkrichting zien. ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur van een gang met flankerende ruimtes is goed bruikbaar voor een kantoor- of bedrijfsverzamelgebouw, maar deze functie zal waarschijnlijk niet aan de orde zijn. Een woonfunctie is meer waarschijnlijk en goed inpasbaar (zie de lichtblauwe vlakken en gele pijlen op de plattegrond). • Denk bijvoorbeeld aan het compartimenteren per klaslokaal in beide vleugels: een reeks rijtjeswoningen één bouwlaag met kap. • Voor deze indeling én voor elke andere variant geldt dat er ontwikkelruimte bestaat bij de (her)indeling van de ruimtes zolang de ruimtelijke hoofdopzet van gang en lokaal maar herkenbaar blijft. • De ingesloten hoek van het gebouw (grijs op de plattegrond) beschikt over minder buitenruimte en is daardoor wellicht beter geschikt voor (openbare) buurtfuncties, praktijk en/of werkruimtes. Dergelijke functies passen bij de hoek als blikvanger in de buurt én bieden de mogelijkheid om de oorspronkelijke hoofdentree aan de Lidwinastraat in ere te herstellen.

benadering Bij het schoolgebouw is sprake van een duidelijk onderscheid tussen een formele voorkant met breed front en hoekaccent aan de straatzijde, en een informele achterkant rond het schoolplein. Laat dat principe doorklinken in de ontsluiting met voordeuren (rode pijl) en achterdeuren (rode streep). • De gevel aan de Lidwinastraat is vanouds het front van het gebouw. Benadruk dat gegeven door entrees aan deze zijde te situeren. Gebruik zoveel mogelijk de bestaande deuren of breek daartoe bestaande ramen door naar beneden. • De achtervleugel is ondergeschikt en dat gegeven zou je kunnen benadrukken door de hal te transformeren tot een (open) onderdoorgang met zijwaartse ontsluiting van de flankerende woning(en). Ook hier geldt: gebruik zoveel mogelijk de bestaande deuren of breek daartoe bestaande ramen door naar beneden.

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 45

buitenruimte Het schoolgebouw is aan de straatzijde groen afgezoomd en voorzien van een lage erfscheiding, en aan de achterzijde ingericht als een grote verharde speelplaats. • De groene zoom voorlangs leent zich uitstekend voor voortuintjes. Omwille van de eenheid van het grote geheel heeft een uniforme lage erfscheiding de voorkeur. • De speelplaats aan de achterzijde kan geheel of gedeeltelijk worden opgedeeld in private tuintjes, terrassen, vlonders en/of in combinatie met een gedeelde collectieve tuin. Neem in ieder geval het rijtje kastanjebomen op in het inrichtingsplan. • Het resterende deel van het kavel kan in aanmerking komen voor aanvullende nieuwbouw. De eventuele nieuwbouw blijft qua positie, oriëntatie, verschijningsvorm en omvang ondergeschikt aan het behouden gedeelte van de school dat het hoofdelement is en blijft.

onderhoud en voorzieningen • Gevelreiniging brengt een blijvend schaderisico met zich mee en wordt daarom afgeraden of alleen toegestaan met stoom onder zeer lage druk dan wel door voorzichtig te borstelen. • Eventueel nieuw voegwerk dient overeen te komen met het oorspronkelijke voegwerk qua samenstelling, hardheid, kleur en voegtype. • Omwille van de architectonische ensemblewaarde met de andere school en het klooster is het schilderen van de gevels niet toegestaan. • Kleurhistorisch onderzoek biedt mogelijk verrassende inspiratie voor het buitenschilderwerk. Momenteel is al het schilderwerk in wit uitgevoerd, maar dat is oorspronkelijk vermoedelijk kleurrijker geweest. Met kleurhistorisch onderzoek is dat vrij eenvoudig te achterhalen. • Grijp de transformatie aan om kunststof ramen en deuren te vervangen door houten exemplaren. Kunststof is een detonerend materiaal in het ambachtelijke idioom van de traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur. • Eventueel toe te voegen voorzieningen zoals na-isolatie van gevels en daken, zonwering, ventilatie en/of energieopwekkende maatregelen dienen van meet af aan onderdeel te zijn van de ontwerpopgave.

4 6 | WIL LIBR ORDUS - EN LIDW INA S C HO O L: C U LT U U R H I S TO R I S C H E V E R K E N N I N G

bijlage: geraadpleegde bronnen archieven • Gemeente Vught: bouwdossiers • Brabants Historisch Informatie Centrum: bouwdossiers literatuur • Toebes J. e.a. (1974). 25 jaar parochie St. Paulus | St. Antonius Vught (19491974), Vught 1974, uitgave van het kerkbestuur websites • bhic.nl (beeldbank) • bonas.nl (architecteninformatie) • delpher.nl (historische tijdschriften) • hetnieuweinstituut.nl (architecteninformatie) • topotijdreis.nl (topografische kaarten) Gebrandschilderd glas in het bovenlicht van de oorspronkelijke hoofdentree van de Willibrordusschool (zijde Moleneindplein).

W I L L I B R OR D US - EN L ID WINA S C HO OL : C ULTUUR HIS TO R IS C HE VER KENNING | 47

co lo f o n titel Vught: voormalige Willibrordus- en Lidwinaschool cultuurhistorische verkenning datum Nijmegen, 15 juni 2020 (vastgestelde versie) tekst, fotografie en tekenwerk © Leon van Meijel opdrachtgever gemeente Vught, contactpersoon Jesse Hijink disclaimer afbeeldingen Alle afbeeldingen zijn van Leon van Meijel, tenzij anders vermeld in het bijschrift. De beeldrechten voor de topografische kaarten en historische foto’s op de pagina’s 9, 10 en 14 zijn niet geregeld. De opdrachtgever draagt hiervoor de verantwoordelijkheid. contact Gemeente Vught Postbus 10.100 5260 GA VUGHT www.vught.nl van Meijel – adviseurs in cultuurhistorie Alphons Sieberspad 16 6532 AG NIJMEGEN www.adviseursincultuurhistorie.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=1dd79cd1-131e-4ede-8bac-53cbb6d31a35