CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Coalitieakkoord Vught 2021-2026 'Een nieuwe start'

Raadsvergadering 21 januari 2021, gemeente VughtBij agendapunt: Bestuursakkoord 2021-20268.730 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Een nieuwe start D66

VVD

PvdA-GroenLinks

CDA

Coalitieakkoord Vught 2021- 2026

Inhoud Een nieuwe start

3

Verkeer en vervoer

16

Bestuurscultuur en burgerparticipatie

4

Rijksinfrastructuur Overige uitgangspunten verkeer en vervoer

16 17

Bestuurlijke vernieuwing Burgerparticipatie Werkwijze van het college Communicatie Bestuurscultuur

4 4 5 5 6

Economie, recreatie en toerisme

18

Economie Recreatie en toerisme

18 19

Sociaal domein

7

Cultuur, sport en verenigingen

20

Wmo- en jeugdbeleid Werk en inkomen

7 8

Algemeen beleid voor cultuur, sport en verenigingen 20 Cultuur 21 Sport 22

Onderwijs

10

Openbare orde en veiligheid

23

Ruimtelijke ordening en wonen

11

Financiën

24

Buitengebied Overige ruimtelijke ordening Wonen

11 12 12

Financieel beleid OZB en lokale lasten Financiële ontwikkelingen sociaal domein

24 25 25

Energie en klimaat

14

Samen met de gemeenschap Planmatige aanpak Ambities

14 14 15

1

Een nieuwe start D66

VVD

PvdA-GroenLinks

CDA

Fons Potters Dianne Schellekens

Mark du Maine Nathalie Pullens-Robeerst

Toine van de Ven Ton van der Vossen

Rutger Jans Yvonne Vos

Nieuwe gemeente Voor u ligt het nieuwe coalitieakkoord van de nieuwe gemeente Vught. Onze gemeente maakt een nieuwe start in een bijzondere tijd. Midden in een nieuwe lockdown vanwege de uitbraak van Covid-19 zijn Vught, Helvoirt en Cromvoirt één gemeente gaan vormen. Vught en Cromvoirt heten Helvoirt van harte welkom. Een warm welkom met een soepele overgang, waarin we het beste van twee gemeenten willen samenvoegen, want ook goede plannen uit de voormalige gemeente Haaren willen we overnemen. Nieuwe coalitie De nieuwe gemeente krijgt ook een nieuwe coalitie. D66, VVD, PvdA-GroenLinks en CDA willen een nieuwe koers varen. Door de vervroegde, tussentijdse verkiezingen op 18 november 2020 is het een lange periode van 5,5 jaar. Zo’n lange termijn vraagt om een breed gedragen, stabiel bestuur. Met deze nieuwe brede coalitie laten we zien dat tegenstellingen uit het verleden kunnen worden overbrugd en de belangen van de inwoners van de gemeente Vught voorop staan. En als die belangen buiten de gemeentegrenzen te behartigen zijn, zet de coalitie ook haar partijlijnen richting ’s-Hertogenbosch, Den Haag of zelfs Brussel in. Nieuwe bestuursstijl Van het nieuwe college wordt gevraagd een flinke slag te maken in het verbeteren en vernieuwen van de bestuursstijl en bestuurscultuur met meer aandacht voor burgerparticipatie.

Geen woorden, maar daden: meer transparantie, toegankelijker en beter aanspreekbaar bestuur en inwoners meer en eerder betrekken bij beleid. Dit leidt tot meer ideeën, draagvlak, betrokkenheid en tevredenheid. Juist in deze dynamische tijden, waarin veel gebeurt binnen onze gemeente, is daar meer behoefte aan dan ooit.

2

Nieuwe kennismaking De nieuwe bestuursstijl begint al op dag één. Voor een nieuwe kennismaking met Vught, Helvoirt en Cromvoirt zal het college -uiteraard met inachtneming van de coronamaatregelen- de eerste 100 dagen, zo mogelijk voltallig, in gesprek gaan met inwoners, (belangen)verenigingen en bedrijven. Het bestuursakkoord is daarom ook niet dichtgetimmerd, zodat er veel ruimte is om hun ideeën en wensen mee te nemen in de gezamenlijke ambities.

Het college wordt gevraagd om voor de zomer een uitvoeringsprogramma aan te bieden aan de gemeenteraad, waarin deze suggesties ook verwerkt zijn. Nieuwe ambities D66, VVD, PvdA-GroenLinks en CDA zetten op verschillende vlakken in op een nieuwe koers. Dit coalitieakkoord is ambitieus, maar ook realistisch. De belangrijkste ambities in dit bestuursakkoord zijn: - Het accent op de woningmarkt komt te liggen op betaalbare en middeldure woningen, vooral voor jongeren, starters en ouderen. - Een ambitieus klimaat- en energiebeleid. - Leefbaarheid en veiligheid in de drie dorpen zijn speerpunt van verkeersbeleid. - Binnen het sociaal domein integraal inzetten op gezondheid, preventie, inclusie, vroegtijdige interventies en maatwerk. - We blijven werken aan gezonde financiën en het beperken van lastenstijgingen. Nieuwe besluitvorming De nieuwe coalitie vraagt het beoogde college om de rol van de gemeenteraad groter te maken. Niet alleen inwoners en organisaties, maar ook de gemeenteraad moet meer de mogelijkheid krijgen om vroeg mee te praten en richting aan te geven. Gelegenheidscoalities zijn niet langer een deuk in een coalitie, maar het resultaat van een dualistisch, democratisch proces. Nieuwe tussenstop Deze nieuwe bestuursperiode is met 5,5 jaar extra lang. Hierdoor zijn er nog meer onzekerheden dan in een normale periode van vier jaar.

Om scherp te blijven en goed in te kunnen spelen op de actualiteit wordt het college gevraagd om halverwege de bestuursperiode verantwoording af te leggen over de stand van zaken. De gemeenteraad kan de ambities en resultaten tussentijds beoordelen en kan waar nodig de voortgang op dossiers bijstellen. Deze nieuwe start was niet mogelijk geweest zonder de formateurs Wilbert Seuren en Robert Gebel alsmede de ondersteuning door Irma Woestenberg. Heel veel dank voor jullie werk. Wij kunnen nu aan de slag.

3

Bestuurscultuur en burgerparticipatie Bestuurlijke vernieuwing

Burgerparticipatie

Een andere manier van besturen Wij willen komen tot een hervorming van de manier waarop de gemeente bestuurd wordt. Niet voor niets zetten wij dit vooraan in ons coalitieakkoord. Het is een nieuwe, stevige ambitie en het is de randvoorwaarde voor alle beleidsterreinen die hierna worden beschreven.

Inwoners meer en eerder betrekken Wij vinden dat de inwoners door het college eerder en beter moeten worden betrokken bij het gemeentelijke beleid en de uitvoering. Daarbij moet vooraf duidelijk zijn wanneer en waarover inbreng mogelijk is en het college moet achteraf verantwoorden hoe het de inbreng van de inwoners heeft afgewogen. We willen dat het college laat blijken dat ze deze burgerbetrokkenheid belangrijk vindt. Dus niet alleen goede processen, maar ook een uitnodigende houding, echt luisteren, tonen dat Vught zijn inwoners serieus neemt.

Elementen van de bestuurlijke vernieuwing die wij voorstaan zijn: - Meer en betere burgerparticipatie. - Een andere werkwijze van het college. - Vernieuwing van de communicatie. - Verbetering van de bestuurscultuur. Wij vinden bestuurlijke vernieuwing nadrukkelijk een aangelegenheid voor de gehele raad en zouden het toejuichen als uit de raad een werkgroep wordt gevormd die binnen een half jaar een breed programma voor bestuurlijke vernieuwing opstelt. Wij nodigen ook het presidium uit om actief mee te denken over vormen van bestuurlijke vernieuwing.

4

We hoeven niet met alles te wachten; het college kan met tal van zaken al aan de slag. Ook geven we in dit coalitieakkoord bouwstenen voor het toekomstige programma.

De burgerparticipatie moet worden aangepast aan het type beleidsvoorbereiding. Bij een strategisch beleidsplan is bijvoorbeeld een andere betrokkenheid nodig dan bij een inpassingsplan. We streven het maximum na wat bij het onderwerp passend is. De vormgeving van het participatieproces moet vooraf bekend zijn. Centrale elementen zijn: - We willen de juiste verwachtingen wekken. De gemeente bepaalt voorafgaand aan het participatieproces wat er aan opgaven en aan kaders wordt meegegeven. Soms is er veel ruimte voor burgerbetrokkenheid, soms heel weinig.

- Vroeg in het proces wordt inwoners om inbreng gevraagd. - Daarna vindt besluitvorming plaats, in de gemeenteraad (kaderstelling) of door het college (uitvoeringsbesluit). Het college verantwoordt in het beslisstuk wat er met de inbreng van de inwoners is gedaan. - Na de besluitvorming vindt de uitwerking of uitvoering plaats. Daarbij worden inwoners opnieuw betrokken als het onderwerp zich daarvoor leent. Andere vormen van burgerparticipatie We willen ook andere vormen van burgerparticipatie en nodigen het college uit om onze suggesties aan te vullen en uit te werken. Wij denken aan zaken als: - Een right to challenge: het uitvoeren van gemeentelijke taken door inwoners als dat door hen beter en goedkoper kan worden gedaan. - Tijdelijke of permanente burgerplatforms rondom een thema. - Een positieve grondhouding ten opzichte van initiatieven die vanuit de inwoners ontstaan. - Gesprekken met georganiseerde inwoners en verenigingen over leefbaarheidsvraagstukken in de dorpen en wijken, geflankeerd door een collegebudget om in overleg met deze groepen kleine vraagstukken te kunnen oplossen. - Eén ingang bij de gemeente om kleine leefbaarheidsvraagstukken te melden, die van daaruit snel kunnen worden opgepakt.

Werkwijze van het college We willen dat het college de rol van de gemeenteraad centraal stelt in de manier van besturen. De raad is het hoogste orgaan in de gemeente en moet beter in positie worden gebracht. Elementen van deze nieuwe werkwijze moeten zijn: - Het college moet open en transparant zijn. Dat begint in de relatie tussen college en raad en met een goede informatievoorziening naar de raad. - Het starten van processen rondom belangrijke vraagstukken met een startnotitie die door de raad wordt vastgesteld.

- Het ontwerpen van zorgvuldige besluitvormingsprocessen. Daarin kunnen opiniërende discussies met de raad passen en stop-of-verder discussies gedurende een gevoelig traject. - De gemeenteraad eerder en proactief informeren over zaken die er aan komen. Dat geldt vooral als er zaken zijn waarover de raad uiteindelijk moet besluiten. De raad moet voldoende tijd krijgen voor beeldvorming, opinievorming en besluitvorming over opgaven en voorstellen. - De raad in staat stellen om bij voorstellen tot het overlaten van bevoegdheden aan het college een kritische afweging te maken tussen besluitvaardigheid en het belang van betrokkenheid van de volksvertegenwoordiging. Het lijkt ons nuttig als het college een besturingsfilosofie ontwikkelt en daarin neerlegt op welke wijze het invulling wil geven aan collegiaal bestuur, integrale besluitvorming en relatie met het ambtelijke apparaat. We vinden dat bij een open en transparant college past dat collegebesluiten en achterliggende stukken in principe actief openbaar worden gemaakt. Het werken vanuit het raadhuis werkt in de contacten tussen het college en de ambtenaren drempelverhogend. We geven de suggestie mee dat collegeleden vaker vanuit het gemeentekantoor gaan werken.

Communicatie Burgerbetrokkenheid begint bij goede communicatie. We vragen aan het college om een plan te maken om de communicatie met inwoners te verbeteren, te vernieuwen en te verbreden. Wij hebben hiervoor de volgende suggesties: - De basis moet op orde zijn. Zaken als een dienstbare instelling, goede dienstverlening, snel en duidelijk reageren op vragen en verzoeken moeten goed georganiseerd zijn. - Het college moet zichtbaar en benaderbaar zijn voor de inwoners. Dat uit zich in aanwezigheid van de collegeleden in de wijken en dorpen, spreekuren op locatie, wijkbezoeken met het voltallige college et cetera.

5

Sociaal domein - De gemeente moet op meer manieren communiceren. In traditionele vormen, zoals Het Klaverblad, maar ook in hedendaagse vormen zoals via projectwebsites en op social media. - Bij langlopende trajecten moet tussentijds informatie worden gegeven aan de inwoners - We willen dat de website van de gemeente wordt verbeterd. Hierbij moet de informatiebehoefte van inwoners de leidraad zijn.

Bestuurscultuur

6

De bestuurscultuur in de gemeente -waaronder we verstaan de manier waarop de leden van het college en de raad onderling en met elkaar omgaan- heeft aandacht nodig. Wij herkennen de noodzaak van goede afspraken over rolverdeling, informatievoorziening en burgerparticipatie. Ten dele anticiperen we hierop in dit coalitieakkoord, maar het gaat over meer en dat vergt een raadsbrede aanpak. Ook de noodzaak tot het bespreken van gewenst gedrag en het zorgen dat afspraken hierover worden nageleefd, herkennen wij. Dit is eveneens een aangelegenheid voor de gehele raad; wij willen hier graag aan meewerken. Wij vinden het gewenst dat het college en de raad hierover in overleg gaan.

Wmo- en jeugdbeleid Uitgangspunten In de Wmo en het jeugdbeleid continueren en verdiepen we wat in de afgelopen jaren door de gemeente, de instellingen en de vele vrijwilligersorganisaties is opgebouwd. Voor ons zijn belangrijke uitgangspunten: - Wij zijn een zorgzame gemeente voor de inwoners die dat nodig hebben. Bewoners zorgen primair voor zichzelf, maar kunnen op ons rekenen als ze zich niet meer helemaal zelf of met behulp van hun omgeving kunnen redden. - Wij willen een inclusieve Vughtse samenleving. Iedereen hoort erbij, iedereen moet kunnen meedoen. We gaan verder met het inclusiebeleid als het huidige beleid over een jaar afloopt. - Bewoners staan centraal. Zij houden, zo veel als mogelijk, zelf regie op hun ondersteuningsvraag. Wij leveren zorg die daadwerkelijk bij die vraag past. We zorgen dat we het beleid en de voorzieningen ook in Helvoirt gaan uitrollen. Waar nodig zorgen we voor een zachte overgang. Meer aandacht voor preventie We willen bevorderen dat inwoners zo min mogelijk zorg nodig hebben en de zorg moet ook in de toekomst betaalbaar blijven. Daarom zetten we meer in op preventie

want als preventie slaagt, ontstaat er minder behoefte aan zorg. We doen dat door: - Gezondheid als focus te kiezen in het preventiebeleid. We bezien hoe wij de methodiek van Positieve Gezondheid kunnen vertalen naar de Vughtse situatie. - In te blijven zetten op laagdrempelige voorzieningen waar mensen terecht kunnen voor activiteiten, ontmoeting en advies. Deze voorzieningen hebben als doel dat mensen op eigen kracht actief blijven en niet terecht komen in situaties die tot zorgvraag leiden, zoals eenzaamheid. - Samen te werken met huisartsen, paramedische hulpverleners en GGD. We bevorderen gezond leven langs de weg van verstand, verleiding en ondersteuning; we gaan onze inwoners niet betuttelen of dwingen tot gezond leven. We bezien op welke wijze we het aspect gezondheid goed kunnen betrekken bij het maken van ruimtelijke plannen. Wij doen in regionaal verband mee met de discussies over hoe de GGD zijn expertise hiervoor kan inzetten. Vroege interventies bij problemen Als er problemen bij inwoners ontstaan, willen we dit vroegtijdig opmerken, zodat nog kan worden volstaan met lichte zorg zoals vrijwilligersinzet bij eenzaamheid,

7

thuiszorg bij de Wmo en ambulante begeleiding in de jeugdzorg. In dat verband vinden we het volgende van belang: - Het vrijwilligerswerk en de eerstelijnsvoorzieningen, zoals het maatschappelijk werk, moeten goed ontwikkeld zijn en waar nodig versterkt worden. Hoe meer zaken in de eerste lijn met relatief eenvoudige interventies kunnen worden afgedaan, hoe beter voor de inwoners én voor de gemeente. - We bevorderen dat mensen met dementie zo lang mogelijk in hun eigen omgeving kunnen blijven en kunnen meedoen aan de samenleving. We kijken naar de specifieke situatie en leveren waar mogelijk maatwerk. We proberen overbelasting van hun mantelzorgers te voorkomen. - We kijken naar de vraag achter de vraag. Als er problemen met kinderen zijn, kijken we bijvoorbeeld ook of de ouders overbelast zijn (sandwichgeneratie) of dat er schuldenproblematiek is. - Een snelle start van de benodigde zorg is belangrijk om te voorkomen dat mensen dieper in de problemen komen. Als we daar invloed op kunnen uitoefenen -lokaal of in regionaal verband- zullen we dat doen. - Als lichte hulp niet de juiste oplossing is, moeten we niet te lang blijven proberen of het toch helpt, maar in overleg met de betrokkenen snel de stap naar zwaardere zorg zetten. Vroegtijdig signaleren van problemen bij jongeren kan voorkomen dat ze later in intensievere zorg terechtkomen.

We onderzoeken -mogelijk in regionaal verbandof jeugdhulpverleners regelmatig op scholen kunnen werken of spreekuren op scholen kunnen houden voor leerlingen, ouders en leerkrachten.

8

Sturing op de uitvoering Er zijn in Vught tal van professionele- en vrijwilligersorganisaties bezig met de uitvoering van zorg. We geven hen ruimte en vertrouwen. Maar waar nodig sturen we om te zorgen dat we met het ingezette gemeenschapsgeld optimale resultaten halen. - Het geld moet terechtkomen bij de zorg. We willen niet dat er geld weglekt naar slecht georganiseerde instellingen of naar al te commercieel winstbejag van

ondernemers. We letten dus -vaak in regionaal verband- op de organisaties. En we letten er op dat niet alleen wordt voldaan aan harde of kwantitatieve eisen, maar ook aan zachtere criteria zoals kwaliteit, comfort en menselijkheid. - We zetten, ook in de zorg, in op beperking van onnodige bureaucratie. Zoals het elke keer weer moeten aanleveren van dezelfde gegevens of het moeten ondergaan van onnodige herkeuringen. - We bezien waar meervoudige beoordelingen van een zorgbehoefte kunnen worden vervangen door het vertrouwen op de beoordeling die een andere bekwame instelling al heeft gedaan. - We stimuleren het werken naar de bedoeling van regels in plaats van een rigide toepassing van regels. - We stimuleren dat de spelers in het jeugdwerk op meer terreinen komen tot een gezamenlijke aanpak waardoor meer synergie tussen de voorzieningen ontstaat, zodat er meer en/of andere jongeren kunnen worden bereikt. - We gaan met de huisartsen in overleg over de criteria die zij hanteren als zij indicaties geven voor de toegang tot jeugdzorg. We streven ernaar dat ook langs dit huisartscircuit de zorg niet zwaarder wordt dan nodig is.

Werk en inkomen Uitgangspunten Ook bij werk en inkomen gaan we voort op de ingeslagen weg. Onze uitgangspunten zijn: - Ieder die dat kan, zorgt zelf voor zijn inkomen. Er is een inkomensvangnet voor degenen die zelf niet in hun inkomen kunnen voorzien. - Participatie is belangrijk. Het beleid rondom de bijstand is gericht op -al dan niet met begeleiding of ondersteuning- weer gaan werken voor degenen die dat kunnen. Voor degenen die niet meer kunnen werken is meedoen in de samenleving van belang; bijvoorbeeld als vrijwilliger. We streven naar een zo integraal mogelijke aanpak op cliëntniveau van werk en inkomen en andere problematiek zoals slechte gezondheid, armoede en schuldenproblematiek.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Het is voor het slagen van het beleid rond werk en inkomen van groot belang dat bedrijven mensen opnemen die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Gelukkig zijn er veel bedrijven in onze dorpen die dat doen. Die willen we graag in het zonnetje zetten en hen de kans geven hun verhaal te vertellen, zodat andere bedrijven dit gaan navolgen. Belemmeringen voor meedoen opheffen De gemeente gaat door met het armoedebeleid. Voor ons is een belangrijk accent dat kinderen geen belemmeringen mogen ervaren doordat hun ouders in armoede leven. Laaggeletterdheid levert grote beperkingen op voor deelname aan werk of andere vormen van participatie in de samenleving. We zetten daarom het actieve beleid met betrekking tot het Taalhuis door. De nieuwe taak die we als gemeente krijgen op het gebied van inburgering -vooral taalonderwijs- richten we op het doel dat inburgeraars zo snel mogelijk kunnen meedoen in de samenleving.

9

Ruimtelijke ordening en wonen

Onderwijs Integrale kindcentra en kinderopvang Wij vinden het belangrijk dat zo veel mogelijk basisscholen uitgroeien tot integrale kindcentra (IKC). Ook moeten er voldoende kinderopvangplaatsen in onze gemeente zijn. Hoewel kinderopvang een zakelijke onderneming is en blijft, zullen we als gemeente een actievere rol nemen om meer kinderopvangplaatsen te realiseren. Dit doen we via het Integraal Huisvestingsprogramma Onderwijs en door actief met kinderopvangondernemers te zoeken naar plekken en gebouwen waar kinderopvang mogelijk is. We willen de verhuur- en beheertaak zo veel mogelijk bij de scholen en marktorganisaties laten. Stimulerende leeromgeving We benutten nieuwbouw, verbouw en renovatie van scholen om steeds weer een leeromgeving te vormen die past bij de toekomst voor de kinderen. De huisvesting moet uitnodigen tot mediawijsheid en digitale vorming van de leerlingen.

10

Verstandig ruimtegebruik bij scholen Bij de bouw van scholen streven we naar maximale buitenruimte. We overleggen met de scholen over de manier waarop we bij de bouw van scholen tot zuinig ruimtegebruik kunnen komen. We stimuleren scholen tot medegebruik van lokalen, bijvoorbeeld voor avondlessen en voor weekendscholen die in het kader van onderwijsachterstand zouden kunnen worden georganiseerd. Bij het leegkomen van schoolgebouwen of ander gemeentelijk vastgoed bezien we of hergebruik door onderwijs of kinderopvang mogelijk is.

Buitengebied Bestemmingsplan buitengebied We willen komen tot één bestemmingsplan of omgevingsplan voor het buitengebied van Vught, Helvoirt en Cromvoirt, zodat al onze inwoners en bedrijven in het buitengebied te maken krijgen met dezelfde uitgangspunten en algemene regels. Dit betekent dat we het door de gemeente Haaren vastgestelde bestemmingsplan buitengebied voor Helvoirt op onderdelen opnieuw willen bezien. De concrete bestemmingen die de gemeente Haaren in het plan heeft opgenomen stellen we niet meer ter discussie. Wel kijken we naar de aangegeven toekomstmogelijkheden die algemeen gelden, zoals vrijstellingsmogelijkheden voor niet-agrarische functies, toegestane hoeveelheid bebouwing en maatvoering van bouwwerken. Daarvan bekijken we welke regels we voor heel Vught willen. We gaan na of we de bepalingen in het plan die we willen wijzigen nog vóór de behandeling van het bestemmingsplan door de Raad van State kunnen aanpassen. Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-beleid) Er zal de komende jaren waarschijnlijk een aantal agrariërs stoppen met hun bedrijf. Voor deze boeren vormen de toekomstmogelijkheden voor hun agrarische percelen en daarop bevindende bebouwing een groot financieel

en economisch belang. Gelijktijdig is er een algemeen belang om in het buitengebied geen ongewenste ontwikkelingen te laten plaatsvinden. Wij willen ruimte geven aan initiatieven en hebben behoefte aan een kader dat de begrenzingen aangeeft. De toekomstige gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden voor de agrarische percelen en zich daarop bevindende bebouwing is dan ook een thema dat we met urgentie willen aanpakken. Ook hier geldt dat we voor het gehele buitengebied van de gemeente één regeling willen. De gemeente Vught heeft op dit punt nog geen beleid ontwikkeld; de bestaande oude regels zijn zeer strikt. De gemeente Haaren heeft juist een royaal VAB beleid geformuleerd en dit ruimtelijk vertaald in het bestemmingsplan buitengebied. Wij willen voor de gemeente als geheel bij een ruimere regeling uitkomen dan nu voor Vught en Cromvoirt geldt, maar zullen daarin mogelijk wat minder ver gaan dan de gemeente Haaren wenselijk achtte. Ruimte voor duurzame ontwikkeling De transformatie van de landbouw en het beëindigen van agrarische bedrijven zal ook leiden tot mogelijkheden voor herontwikkeling in het buitengebied. Waar mogelijk willen we in die herontwikkeling kansen geven aan biologische-, duurzame- en kringlooplandbouw. Ook willen we kansen benutten voor versterking van natuur en land-

11

schap en ruimte geven aan de opgaven op het gebied van water en energie. Waar mogelijk zoeken we combinaties. We hebben in het buitengebied als gemeente veel grond in eigendom. We ontwikkelen een pachtbeleid dat past bij onze ambities voor een duurzaam en ecologisch verantwoord gebruik van de grond.

Overige ruimtelijke ordening In het ruimtelijke ordeningsbeleid blijft kwaliteit het uitgangspunt: duurzaam, gezond, verbindend, ruimtelijk en groen. Anticiperen op de Omgevingswet We werken zo veel mogelijk in de geest van de Omgevingswet. We geven veel ruimte aan inwoners en bedrijven die initiatieven willen nemen. Initiatiefnemers moeten actief overleg voeren met de omgeving en hierbij streven naar een ontwikkeling die draagvlak heeft. Het heeft de voorkeur dat er overeenstemming is tussen initiatiefnemers en omwonenden. Minimaal toetsen we of er betekenisvol overleg heeft plaatsgevonden. Als gemeente stellen wij kaders waarbinnen de initiatieven kunnen plaatsvinden. Die kaders zijn in de omgevingswet vooral kwalitatieve beschrijvingen, die gelden als uitnodiging en begrenzing voor een gebied. Dat is een andere manier van regelen dan de gedetailleerde toelatingsplanologie die we in de bestaande bestemmingsplannen zien. Het ontwikkelen van kaders nieuwe stijl is dan ook belangrijk en willen we snel ter hand gaan nemen. We willen het ontwikkelproces hiervoor in nauw overleg met de gemeenteraad doorlopen. Dit temeer omdat de nieuwe vorm van planologie veel uitwerkingsruimte voor het college zal toestaan; de raad moet hierover welbewust keuzes kunnen maken.

12

Plan Hart voor de Baarzen Over het plan Hart voor de Baarzen heeft nog geen besluitvorming in de gemeenteraad plaatsgevonden. Dit plan is qua burgerparticipatie niet verlopen zoals we dat voortaan willen doen. Wij willen daarom, voordat kaders door de raad worden vastgesteld, in gesprek met omwo-

nenden over het plan. Tegelijkertijd willen we de stedenbouwkundige indeling in drie vlekken nogmaals bezien om mogelijk tot een betere indeling voor supermarkt, onderwijscluster en woningen te komen. Indien blijkt dat er geen belangrijke bezwaren zijn tegen de huidige plannen voor het onderdeel onderwijscluster, zullen we dat plan gaan realiseren terwijl we verder gaan met het overleg en de uitwerking voor de andere twee clusters. Hotel Van der Valk Hotel Van der Valk kan, mits het hotel daarvoor voldoende draagvlak vindt bij de omwonenden, ruimte aanvragen voor een gematigde uitbreiding. Schaal en maat van de accommodatie moeten aansluiten bij de entree van Vught en het hotel moet passen in de omgeving, waarbij de kwaliteiten van groen en water worden gehandhaafd.

Wonen Woningbouwprogramma We willen in het bijzonder aandacht geven aan de huisvesting van jongeren, starters en senioren. Uit de woningmarktonderzoeken die er liggen en die wij als basis gebruiken, blijkt dat bij deze groepen de behoefte aan meer of andere woningen in de categorieën goedkoop en middelduur het grootst is. In een breed woningbouwprogramma leggen wij daarom dit bijzondere accent. In beperkte mate zullen we ook woningen in de categorie duur toevoegen. In het woningbouwprogramma zal meer aandacht zijn voor kleine, levensloopbestendige woningen op kleine kavels, al dan niet in de vorm van gestapelde bouw. Klein bouwen sluit niet alleen aan op de behoefte van de beoogde doelgroepen, maar zorgt er ook voor dat de woningen beter betaalbaar zijn. We bevorderen met deze aanpak tevens de doorstroming omdat er dan grote woningen vrijkomen. We maken een masterplan voor bouwlocaties in de gemeente. We inventariseren waar inwoners bedrijven of instellingen initiatieven zouden willen nemen, waar de

corporaties mogelijkheden zien voor (her)ontwikkeling en waar we als gemeente grond hebben of kunnen verwerven. We geven prioriteit aan inbreiding om zuinig gebruik te kunnen maken van schaarse ruimte, maar sluiten locaties buiten de bebouwde kommen niet uit. Om aan de behoefte op korte termijn tegemoet te komen, willen we tijdelijke woningen. We hopen er in 2021/2022 enkele tientallen te kunnen realiseren. Dit kunnen tiny houses zijn, maar het doel kan ook worden gerealiseerd door tijdelijk gebruik van leegstaande bedrijfs- of kantoorgebouwen. Bij de circa 30 bestaande recreatiewoningen in het Spechtbos wordt al lange tijd permanente bewoning gedoogd. Onder strikte voorwaarden en afhankelijk van de gebiedsvisie die wordt opgesteld, willen we er eenmalig aan meewerken dat deze bestaande woningen van de ‘bosbewoners Distelberg’ worden omgezet in woningen met behoud van de natuurlijke waarden. Woningen betaalbaar houden We vinden het van belang dat niet alleen eerste kopers een betaalbare woning kunnen kopen. We zetten daarom beleid in om te voorkomen dat een nieuwbouwwoning als speculatieobject wordt gebruikt of binnen een paar jaar tegen een veel hogere waarde kan worden verkocht. We onderzoeken de bruikbaarheid van verschillende instrumenten die we hiervoor kunnen inzetten.

Bijvoorbeeld een verplichting tot zelfbewoning gedurende een bepaalde tijd, een anti-speculatiebeding, een mogelijkheid om extreme prijsstijgingen af te remmen, een regeling om te zorgen dat de waardeverandering van de grond/woning tussen de gemeente en de verkoper wordt gedeeld. We willen als gemeente meer grip krijgen op de te vragen koop- en huurprijzen in het betaalbare- en middensegment. Daar wordt nu vrijwel altijd tegen de toegestane maximumprijs gebouwd, terwijl er juist ook woningen nodig zijn die qua prijs bij de minimumgrens ligt. Een van de mogelijkheden die we kunnen benutten, is het voorschrijven van prijsdifferentiatie voor het programma op de woningbouwlocaties.

We willen in overleg met de woningcorporaties bezien hoe we scheefwonen kunnen tegengaan, met als doel om goedkope huurwoningen terecht te laten komen bij de inwoners voor wie die woningen bedoeld zijn. We geven de corporaties daarnaast meer ruimte om woningen te verkopen, extra woningen te bouwen en locaties te herontwikkelen. De verruiming van de mogelijkheden voor de corporaties moet aansluiten bij de gemeentelijke ambities. We maken met de corporaties die deze ambitie hebben dan ook vooraf afspraken over de uitgangspunten, het te realiseren programma en de criteria voor toewijzing. Grondprijs Met ons grondprijsbeleid beogen we een evenwicht tussen opbrengstmaximalisatie -nodig om onze gemeentelijke financiële huishouding op orde te houden- en het bevorderen van een woningbouwprogramma dat een hoge maatschappelijke meerwaarde genereert. We ontwikkelen hiervoor een beleid waarin we het prijsinstrument aanpassen aan het programma dat op een locatie komt. Bijvoorbeeld: op een locatie waar we goedkope duurzame koopwoningen willen hebben, geven we vooraf aan welke (marktconforme) opbrengst we voor de grond willen hebben en geven we de grond uit aan het plan dat de meeste kwaliteit of de hoogste maatschappelijke meerwaarde genereert. Op een locatie met dure vrijesectorbouw laten we op de kavels inschrijven, waarbij de hoogste financiële inschrijving wint.

Uiteraard moet dit prijsbeleid -zoals ons hele woningbouwbeleid- transparant en volgbaar zijn.

13

Energie en klimaat Samen met de gemeenschap

Planmatige aanpak

Ambities

We willen de komende jaren een grote slag maken op het gebied van energie, klimaat, duurzaamheid en groen. Dit willen we samen met de gemeenschap doen. Duurzaamheid kan niet alleen van de overheid komen, ook inwoners en bedrijven zullen hun aandeel moeten nemen. In onze aanpak zullen we voorrang geven aan activiteiten die we samen met inwoners en bedrijven kunnen ondernemen en aan projecten waarbij het gemeentelijke beleid een showcase of een hefboom kan zijn voor particuliere initiatieven.

Onze ambities zijn hoog. We gebruiken hiervoor de rijksbijdrage en gaan actief op zoek naar andere externe middelen. Maar het budget zal, ook al zouden we er in slagen hiernaast eigen middelen vrij te spelen, per definitie niet toereikend zijn. We maken een plan waarin we concrete doelen vastleggen, faseren, prioriteiten stellen en middelen verdelen.

We geven een aantal richtinggevende uitspraken mee voor het plan dat we gaan maken.

We werken nauw samen met HOT, KANT, VET en NMV. In overleg met hen pakken we activiteiten rondom bewustwording aan. Ook met organisaties die kunnen bijdragen tot een aanpak van grotere aantallen woningen (bijvoorbeeld woningcorporaties en Vve’s) werken we graag samen. We willen rondom ons beleid op het gebied van energie, klimaat, groen en duurzaamheid een platform instellen waarin we het overleg met de samenwerkingsorganisaties bundelen.

14

We hebben een helder afwegingskader nodig om tot fasering, prioritering en middelentoewijzing te komen. Elementen die hierin van belang zijn betreffen: - Effectiviteit van maatregelen in termen van energie- of duurzaamheidswinst. - Effectiviteit van maatregelen in termen van economisch rendement. - Animo bij de inwoners. - Hefboomkracht van gemeentelijke inzet. - Regionale en provinciale agenda. - Betaalbaarheid. - Realiseerbaarheid. We zoeken actief naar externe financiële middelen voor ons beleid. De opbrengst van windmolens en velden met zonnepanelen gebruiken we voor investeringen op het gebied van duurzaamheid.

Energie - We dragen bij aan de regionale opgave voor energieproductie; we zullen ons aandeel leveren in de plaatsing van windmolens en/of de opwekking van zonne-energie. We geven prioriteit aan zonnepanelen op gebouwen. - We versnellen de energietransitie. We initiëren en stimuleren initiatieven om in wijken en woningen over te gaan op duurzamere energie. - We schrijven voor dat nieuwbouwwoningen klimaatneutraal moeten zijn. - We zorgen voor minder energieverbruik in onze eigen gebouwen en stimuleren actief dat inwoners hun woningen isoleren. - We willen meer en slimme laadvoorzieningen voor elektrische vervoermiddelen. - Nieuwe gemeentelijke gebouwen en aan te schaffen gemeentelijke voertuigen moeten zo klimaatvriendelijk mogelijk zijn. - Bestaande gemeentelijke gebouwen en het gemeentelijke wagenpark moeten worden verduurzaamd. - We willen bij de energietransitie geen gebruik maken van biomassa als brandstof.

Elke gemeente moet in 2021 een warmtetransitievisie opgesteld hebben, om de komende decennia wijken van het aardgas af te halen en de CO2-uitstoot te verminderen. Er zal per gebied (wijk of straat) een samenhangende aanpak voor de energietransitie moeten worden ontwikkeld. We streven naar een zodanige informatievoorziening dat inwoners snel kunnen zien wat de mogelijke maatregelen voor energietransitie zijn voor hun wijk, voor hun straat en uiteindelijk voor hun huis. Klimaatadaptatie - De openbare ruimte wordt geschikt gemaakt voor klimaatadaptatie, onder andere door te zorgen voor meer groen en waterberging. - We stimuleren burgers om bij te dragen aan klimaat adaptatie, bijvoorbeeld door afkoppeling van regenwater en door het vervangen van verharding door groen. Groen, natuur en biodiversiteit - We willen meer bomen in de gemeente. We bieden onder meer actieve medewerking aan het provinciale bomenplan. - Bij bouw- en ontwikkelplannen zullen we groen en bomen zo veel mogelijk beschermen. - We geven in beleid en beheer van de openbare ruimte meer aandacht aan biodiversiteit. - Het pachtbeleid voor gemeentelijke grond wordt gericht op duurzaam gebruik van de grond.

15

Verkeer en vervoer Rijksinfrastructuur

16

N65: nu verdere verbetering van de leefbaarheid Het hoofddoel van het plan N65 is en blijft voor ons de leefbaarheid. Het plan N65 lost een deel van de leefbaarheidsproblemen in de gemeente op. Wij richten onze energie op het verder verbeteren van de leefbaarheid in onze dorpen. Daartoe onderzoeken we -in overleg met inwoners bedrijven en belangengroepen- welke aanvullende maatregelen we op het onderliggend wegennet kunnen en willen nemen om de leefbaarheid verder te verbeteren. We gaan deze discussies open in, met de optimalisering van de leefbaarheid als ijkpunt. Er staan geen meningen over oplossingen op voorhand vast. De resultaten van het onderzoek leggen we vast in een mobiliteitsvisie en een uitvoeringsplan. We willen deze vervolgstap ook op de regionale, provinciale en landelijke agenda plaatsen. De verkeersafwikkeling van de N65 heeft consequenties voor de verkeersstromen in de regio. We haken voorts aan op de provinciale beleidsagenda voor verkeersveiligheid en luchtkwaliteit en het rijksbeleid op het gebied van geluid en trillingen, dat in ontwikkeling is. Waar nodig overleggen we ook met Rijkswaterstaat. We geven de opdracht aan het college om deze overleggen zo spoedig mogelijk te starten. We bouwen bij deze vervolgstap voort op de vastgestelde bestemmingsplannen voor de N65.

Betrokkenheid Vught in de volgende fases van N65 en PHS We willen als gemeente een actieve rol innemen bij de uitwerking en uitvoering van het plan N65 door de provincie en het plan Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) door ProRail. Zodat we kansen kunnen benutten voor eventuele verbeteringen die binnen de bestemmingsplannen en binnen de vastgestelde projectkaders voor de plannen mogelijk zijn. We vinden het van groot belang dat in de uitvoering ook de inwoners betrokken kunnen blijven en dat gezocht wordt naar maatwerkoplossingen. We willen daarom voor beide projecten omgevingsmanagers in onze eigen gemeente hebben, die nauw samenwerken met de verantwoordelijke projectleiders en omgevingsmanagers van de provincie en ProRail. Wij zijn blij met de uitwerking van het PHS project op ons grondgebied; dit zal aanzienlijk bijdragen aan de leefbaarheid in onze gemeente. We willen dat onze inwoners na uitvoering van het plan zo min mogelijk last hebben van geluid en trillingen op het spoor. Wij zetten richting ProRail in op het maximale reductiepakket. Ook wegverkeer veroorzaakt ongewenste trillingen. Het Rijk is bezig met de beleidsontwikkeling op dit punt. Beïnvloeding van dit beleid maakt deel uit van onze lobbyactiviteiten.

Uitvoering van N65 en PHS Het duurt nog enige tijd voor de N65 en PHS worden uitgevoerd. Maar we gaan nu al aan het werk om deze projecten mooi in te bedden in de omgeving. We willen door proactief te werken de kansen voor een goede ruimtelijke kwaliteit maximaal benutten. Bijvoorbeeld door in overleg met inwoners te gaan werken aan plannen voor een inrichting waarmee we erfgoed en groen kunnen versterken. De vastgestelde beeldkwaliteitsplannen zijn uitgangspunt, maar in overleg met de inwoners kunnen we mogelijk ook door andere invullingen de beoogde meerwaarde voor de ruimtelijke kwaliteit bereiken. Bij beide projecten zijn tijdelijke maatregelen aan de orde. Er is bijzondere aandacht nodig voor de externe veiligheid: wat is de impact van een eventueel incident op een (tijdelijke) route op de omgeving; hoe communiceren we over de mogelijke risico’s met de omgeving en hoe bereiden we ons voor op calamiteiten. Wij zien dit als een verantwoordelijkheid voor de projectorganisatie, die daarover zal moeten overleggen met hulpdiensten. Maar ook de gemeentelijke organisatie zal goed moeten zijn voorbereid op zijn rol in risicocommunicatie en crisisaanpak.

Overige uitgangspunten verkeer en vervoer Verkeers- en vervoersplan We vinden het belangrijk om daar waar mogelijk te stimuleren dat onze inwoners voor korte afstanden, zoals verkeer binnen de bebouwde kom, de auto laten staan. Zonder daarmee autoverkeer onmogelijk of nodeloos ingewikkeld te maken; wij streven naar een evenwicht tussen de verschillende aspecten en belangen. We hanteren als uitgangspunt dat de doorstroming voor het verkeer goed moet zijn op de hoofdroutes en de ringstructuur. In de overige straten willen we door snelheidsbeperking tot maximaal 30 km/u en door een passende inrichting de inwoners uitnodigen om vooral te gaan wandelen en fietsen. Verder willen we de fiets- en voetgangersverbindingen in de dorpen verbeteren en

onderzoeken we een betere bereikbaarheid voor langzaam verkeer van de uitbreidingswijk Den Hoek in Helvoirt. We spannen ons in voor een treinstation in Helvoirt. We zullen hiervoor een lobby voeren bij Rijk en provincie, waarbij we zullen aanhaken bij plannen die op dit moment in ontwikkeling zijn. Naleving van regels die er zijn voor de verkeersveiligheid is van groot belang. Deels bereiken we dit door verkeersmaatregelen en inrichting. En we brengen dit in als een belangrijk punt voor het gemeentelijke Integrale Veiligheidsplan, dat een bouwsteen zal zijn voor de gezamenlijke prioritering van gemeente, politie en Openbaar Ministerie op het gebied van openbare orde en veiligheid. Minder verkeersoverlast Cromvoirt en Helvoirt De verkeersveiligheid van de Lambertusstraat in Cromvoirt en de Torenstraat in Helvoirt is een groot knelpunt en moet in beide dorpen worden verbeterd. Dit betekent dat er maatregelen genomen worden om het sluip- en vrachtverkeer te ontmoedigen. Dit heeft als consequentie dat de doorstroming van het vrachtverkeer van en naar de bedrijven in Cromvoirt en Helvoirt moeilijker wordt. Als deze bedrijven uit willen gaan kijken naar andere locaties in de regio, willen we hen ondersteunen in de zoektocht naar geschikte locaties en bij overleg hierover met andere gemeenten.

Bij verplaatsing willen wij herontwikkeling mogelijk maken zodat bedrijven die verplaatsing kunnen financieren en de verplaatsing niet leidt tot nieuwe knelpunten. Het moet voor de gemeente financieel neutraal zijn.

17

Economie, recreatie en toerisme Economie Warme relatie Wij helpen de ondernemers het beste door hen veel ruimte voor ondernemen te bieden, duidelijke kaders te stellen en geen onnodige last te bezorgen. We willen actieve, warme contacten onderhouden met onze ondernemers. Dat vergt een proactieve en uitnodigende aanpak. We willen dat bedrijfscontactfunctionarissen de bedrijven opzoeken en kijken of er ondersteuning kan worden geboden en of er synergie met andere ontwikkelingen -zoals het arbeidsmarktbeleid- kan worden bereikt. Ondernemers die bezig zijn met nieuwe ontwikkelingen moeten via één ingang alle zaken kunnen doen met de gemeente. We willen toe naar een beleid waarin de nadruk ligt op lokaal en duurzaam aanbesteden en inkopen.

18

Minder regeldruk We gaan de regeldruk voor het bedrijfsleven tegen het licht houden. We onderzoeken opnieuw of regels afgeschaft of minder zwaar kunnen worden. We kijken of vergunningaanvragen en vergunningverlening simpeler, efficiënter en met kortere doorlooptijden kan. We zetten ook in op digitalisering en hergebruik van informatie, zodat de administratieve last vermindert. We betrekken het bedrijfsleven bij de manier waarop we beperking van regeldruk aanpakken.

Kansen op terreinen die worden herontwikkeld Als er terreinen zijn die een nieuwe bestemming moeten krijgen, gaan we al vóór de aanvraag tot bestemmingsplanwijziging met de eigenaar in overleg zodat die onze ideeën in zijn initiatief kan betrekken. Zo willen we met Reinier van Arkel bezien of er kleine bedrijven en start ups op het terrein en tijdelijk in de leegstaande gebouwen kunnen komen. Onze bedrijfscontactfunctionarissen gaan dit soort kansrijke ontwikkelingen actief opzoeken. Regionale samenwerking Noordoost Brabant Wij gaan actiever meedoen in de samenwerking Noord Oost Brabant en AgriFood Capital. We laten zien dat we bij de regio horen en willen daar ook ambtelijke capaciteit voor inzetten. We zijn er van overtuigd dat we met een actievere rol meer uit de samenwerking kunnen halen. We kiezen de onderwerpen waar wij de meeste meerwaarde zien. We denken hierbij vooral aan economie, landbouw, energie, klimaat en woningbouw. Nu we met de komst van Helvoirt veel meer buitengebied en landbouw in de gemeente krijgen, ligt het in de rede zeker actief te worden op deze thema’s. We blijven scherp op de opbrengst van regionale samenwerking -al is die soms moeilijk te meten- en vragen om inzichtelijkheid, ook voor de raad.

Recreatie en toerisme Dagrecreatie Wij streven naar een profiel van kwaliteit en kleinschaligheid voor recreatie in onze groene ruimte. Wij concentreren daarom onze inzet op voorzieningen voor extensieve lokale en regionale recreatie zoals fietspaden, ommetjes en wandelpaden. We zoeken daarbij de samenwerking. Zo zullen we met eigenaren van landgoederen overleggen hoe mensen meer kunnen genieten van de pracht van de landgoederen. Initiatieven die veel autoverkeer genereren en weinig bestedingen opleveren, zullen we niet actief ondersteunen. Zo hebben we er geen behoefte aan dat het natuur/ recreatiegebied De IJzeren Man uitgroeit tot een soort pretpark. Als de druk van massarecreatie te groot wordt, zullen we regulerend optreden. Toeristische trekkers Het Nationaal Monument Kamp Vught, het Van Gogh Nationaal Park en de Linie 1629 zijn interessante toeristische bestemmingen van landelijke betekenis. We zoeken de samenwerking met ‘s-Hertogenbosch om te stimuleren dat mensen tijdens meerdaags bezoek aan de stad een bezoek aan deze trekkers brengen. We bezien, met name in overleg met actieve inwoners uit Helvoirt, welke kansen de ontwikkeling van Van Gogh Nationaal park

ons kan bieden en gaan voor de Linie na hoe we kunnen participeren in het herdenkingsjaar 2029. Recreatieparken We geven medewerking aan ondernemers die kwalitatief hoogwaardige parken willen realiseren. Samen met de ondernemers waken we voor verloedering. We gaan na of we in het programma voor infrastructuur ruimte kunnen vinden voor meer of betere fiets- en wandelvoorzieningen. Permanente bewoning op recreatieparken staan we niet toe. Evenementen Wij willen evenementen op aangewezen locaties, onder meer in het centrum van Vught, ruimer toestaan en zorgen dat de bestemmingsplannen daarvoor geschikt worden gemaakt.

19

Cultuur, sport en verenigingen

20

Algemeen beleid voor cultuur, sport en verenigingen

vooral samenwerking op inhoud, zodat er nieuw aanbod ontstaat dat synergie geeft tussen verschillende disciplines.

Subsidies Verenigingen geven mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding en zijn een sociaal bindmiddel. We ondersteunen het verenigingsleven in onze gemeente met subsidies. We zorgen dat de verenigingen in Helvoirt vanaf 2021 aanspraak kunnen maken op de Vughtse subsidieregelingen. Als de verenigingen beter af zijn met de huidige subsidie, behouden zij gedurende twee jaar de subsidies die ze in Haaren gewend waren. De verenigingen uit Vught en Cromvoirt ondervinden gedurende twee jaar geen herverdeelnadeel dat zou kunnen ontstaan door de komst van Helvoirtse verenigingen.

In het accommodatiebeleid voor cultuur, sport en verenigingen vinden we doelmatig gebruik van de accommodaties belangrijk. Ons streven is dat de accommodaties er zijn voor iedereen. We stimuleren de instellingen en verenigingen om ruimtes indien mogelijk ook beschikbaar te stellen aan andere gebruikers.

De integratie is een goed moment om de transparantie van onze subsidieregelingen kritisch onder de loep te nemen.

Exploitatie accommodaties We zijn als gemeente in vele gevallen eigenaar van de gebouwen, maar de exploitatie laten we over aan het particulier initiatief. We verwachten van exploitanten een zodanig ondernemerschap dat minimaal de afgesproken resultaten worden behaald en dat de accommodaties optimaal gebruikt worden. Exploitanten krijgen de kans om een realistische business case te ontwikkelen en die vervolgens waar te maken. Maar als dit niet lukt en de resultaten blijven achter bij wat we van een accommodatie-exploitatie mogen verwachten, sturen we bij.

Accommodatiebeleid We willen toe naar een nieuw accommodatiebeleid. Accommodaties moeten onze inwoners uitnodigen om elkaar te ontmoeten en tot (meer) deelname aan cultuur, sport en het verenigingsleven. De accommodaties moeten voorts de aanbieders stimuleren tot samenwerking. Samenwerken door het delen van faciliteiten, maar

In het nieuwe accommodatiebeleid zullen we komen tot harmonisatie en transparantie van uitgangspunten die we als subsidiegever en als eigenaar van gebouwen hanteren. De verenigingen kunnen hierdoor ook beter rekenen op gelijke behandeling.

Cultuur Actualisering cultuurnota Cultuur is onmisbaar in de samenleving. Cultuur heeft een eigen waarde en betekenis, draagt bij aan de intellectuele en kunstzinnige ontwikkeling van inwoners kan worden ingezet in het sociale domein, heeft economische waarde en is goed voor het woon- en leefklimaat van onze dorpen. We hebben er behoefte aan de cultuurnota te updaten, zodat we in de uitvoeringsprogramma’s evenwichtig aandacht kunnen besteden aan alle aspecten van cultuur. We willen een goed kader neerzetten voor de activiteitenplanning op het gebied van kunst en cultuur. Ook willen we een betere koppeling van binnen- en buitenschoolse cultuur en willen we bezien hoe we op het gebied van cultuur kunnen samenwerken met andere gemeenten. We pakken de actualisering van de cultuurnota op met de culturele partners. Lokale agenda voor culturele activiteiten De samenwerking tussen de culturele instellingen moet beter. We willen dat de instellingen concreet gaan werken aan één lokale uit-agenda voor alle activiteiten in de gemeente. Die agenda moet ook op verschillende manieren toegankelijk worden gemaakt of verspreid,

zodat al onze inwoners gemakkelijk kunnen vinden wat er in de dorpen te doen is. De lokale agenda kan een opmaat zijn naar bredere samenwerking op het gebied van communicatie en promotie. Culturele evenementen We stimuleren dat er culturele en andere evenementen in onze dorpen kunnen plaatsvinden. We willen dit als gemeente faciliteren door locaties aan te wijzen waar evenementen ruim baan kunnen krijgen. Het centrum van Vught is een van deze locaties. Ook in Helvoirt en Cromvoirt wijzen we locaties aan. In het buitengebied zal een locatie worden aangewezen voor grootschalige evenementen, bijvoorbeeld festivals. We nodigen uit om naast lokaal gebonden evenementen ook evenementen op te zetten die interessant zijn voor de hele gemeente en kunnen bijdragen aan de binding tussen de dorpen. Erfgoed We houden ons culturele erfgoed in ere; het draagt bij aan de aantrekkelijkheid van onze gemeente en aan de identiteit van de dorpen. Monumenten laten het ontstaan en de ontwikkeling van de dorpen zien en dragen bij aan de kwaliteit van de beleving; immaterieel erfgoed zoals sinterklaasintocht en carnaval zijn historisch verankerd en leveren binding aan de gemeenschap op; bij Nationaal

21

Monument Kamp Vught zien we de bijzondere hoofdstukken van onze lokale geschiedenis. Wij stimuleren de samenwerking tussen organisaties die met erfgoed bezig zijn, zodat er meer samenhang en gemeenschappelijke prioritering voor erfgoed kan ontstaan. Lokale omroep In de komende periode zal het Commissariaat voor de Media de zendmachtiging voor publieke lokale omroep opnieuw uitgeven. De toekomstige zendgemachtigde omroep kan rekenen op de middelen die vanuit het Rijk voor publieke lokale omroep beschikbaar zijn. De Speeldoos In de vorige periode zijn besluiten genomen over de ontwikkeling van De Speeldoos. De Speeldoos en de gemeente zijn in de komende periode samen aan zet om de afspraken uit de samenwerkingsovereenkomst uit te voeren en een business case te ontwikkelen. De gemeenteraad neemt op basis van de business case een besluit over de toekomst van De Speeldoos. In de business case zal stellig het vraagstuk over professionele programmering aan de orde komen. We beoordelen voornemens hierover in het kader van het totaal van het business plan. Subsidiering van professionele programmering aan De Speeldoos sluiten we uit en ook voor het overige willen we een scheiding tussen het exploiteren van de accommodatie en de programmering

Sport Accenten in het sportbeleid We hebben in onze gemeente een uitgebreid sportaanbod en dat willen we graag zo houden. Sport is belangrijk. Sporten is gezond, is een manier om andere mensen te ontmoeten en draagt bij aan de gemeenschapsvorming.

22

We stimuleren de relatie tussen sport en het sociaal domein. Ook willen wij een sterke verbinding maken tussen het sportbeleid en het thema Positieve Gezondheid. We bevorderen samenwerking tussen sportverenigingen.

We hebben een actief sportverenigingsleven. Dat willen we als gemeente graag ondersteunen. Onze rol zien wij -naast de accommodaties en de sportsubsidiëring- in generieke activiteiten, zoals gezamenlijke opleidingen op het gebied van EHBO en veiligheid, deskundigheidsbevordering op het gebied van verenigingsmanagement en facilitering van vrijwilligerswerk. Bewegen in de openbare ruimte Naast sportaccommodaties en sportverenigingen moet er ook ruimte zijn om in niet-georganiseerd verband sportief bezig te zijn. We zorgen voor voldoende speeltuinen, voor beweegroutes en voor plekken met beweegelementen voor volwassenen. We streven naar multifunctionele sport-spel zones in de dorpen, waar jong en oud gebruik van kan maken. Het masterplan Bewegen in de openbare ruimte wordt uitgebreid naar Cromvoirt en Helvoirt.

Openbare orde en veiligheid Prioriteiten veiligheid We vinden dat de wijkagenten zichtbaar en benaderbaar moeten zijn. Daar kan bij horen dat zij regelmatig op vaste locaties in de gemeente te vinden zijn. We willen in overleg met inwoners en wijkagenten komen tot wijkagenda’s voor veiligheid. We zullen scherper sturen op de inzet van BOA’s. BOA’s moeten daar en dan aanwezig zijn waar overlast en hufterig gedrag wordt verwacht. Vanwege de grote uitbreiding van ons buitengebied en de problemen die zich daar kunnen voordoen (onder meer ondermijning) is er meer BOA-inzet nodig in het buitengebied. De capaciteit op het gebied van veiligheid moet in overeenstemming zijn met de taken van de gemeente en de ambities die we op dit vlak hebben. Er komt een onderzoek naar de voor veiligheid benodigde interne capaciteit. We betrekken daarbij ook een eventuele uitruil met BOA-capaciteit. Omgeving penitentiaire inrichting (PI) Het komt de veiligheid van onze inwoners zeer ten goede als er minder vervoersbewegingen van de gedetineerden uit de EBI plaatsvinden. Ook verkleint dit de kans op ontsnappingen, die grote risico’s voor de omgeving opleveren. Wij onderschrijven en benadrukken daarom

de wenselijkheid van een rechtsfaciliteit op of nabij het terrein van de PI. Voor de veiligheid van de PI en de omgeving zijn een tweede ontsluitingspoort en een tweede weg naar de PI gewenst. Wij verlenen hier medewerking aan. Wel is een zeer zorgvuldige keuze van het tracé van de tweede toegangsweg noodzakelijk. We onderzoeken of de tweede weg ook kan worden gebruikt als bijdrage aan een oplossing voor de verkeersproblematiek in Cromvoirt. Zorgpark De instellingen op het Zorgpark hebben regelmatig te maken met bewoners die grensoverschrijdend gedrag vertonen of die een ander beveiligingsvraagstuk oproepen. Vaak wordt dan de politie gebeld, hetgeen een onevenredig beslag legt op de capaciteit van het politiebasisteam waartoe Vught behoort. Wij verwachten van de instellingen dat zij in principe zelf de opvang van dergelijke calamiteiten regelen; het interveniëren bij crisisomstandigheden van hun cliënten moet een onderdeel van het reguliere werk van de instellingen zijn. Bij de nieuwe inrichting van het park moet veiligheid (van cliënten én omgeving) een hoge prioriteit krijgen.

23

Financiën Financieel beleid Gezonde financiële positie VVught wil een gezonde financiële positie hebben. We hebben daarvoor twee belangrijke ijkpunten - De begroting moet meerjarig sluitend zijn - We streven (zo nodig op langere termijn) naar een schuldquote onder de grens van 130% en een solvabiliteit van minimaal 30%. We werken daar op een verantwoorde manier naartoe, onder meer door meevallers naar de reserves te laten vloeien. We zijn open en transparant over onze financiën. We zullen de informatieve waarde van de begroting en rekening voor de gemeenteraad verbeteren. Daarbij maken we ook het verloop van bijzondere fondsen (groenfonds, ruimte-voor-ruimte gelden, fonds bovenwijkse voorzieningen) inzichtelijk.

24

Effectiviteit en doelmatigheid Het college wil dat het gemeenschapsgeld zo goed mogelijk wordt besteed. We zijn daarom kritisch, ook op onszelf. Dit betekent dat we goed in de gaten houden of het beleid effectief is, of de uitvoering doelmatig is en of de efficiency op een redelijk peil is. We bevorderen dat onze medewerkers en de gesubsidieerde instellingen eveneens zelfkritisch zijn en openstaan voor verbetering.

We zetten ook monitoring- en andere onderzoeksinstrumenten in. We sturen in Vught nooit op cijfers alleen, maar cijfers kunnen wel een reden zijn om goed naar een beleidsterrein te kijken. We stellen weer een rekenkamer in, die ons kritisch kan volgen en aan de raad een extra controle-instrument geeft. Bij voorkeur doen we dat met een aantal gemeenten samen. De rekenkamer moet onafhankelijk kunnen functioneren en dient over voldoende budget te kunnen beschikken. Landelijke en Europese subsidies We willen laten onderzoeken welke van onze beleidsvoornemens kunnen passen in landelijke of Europese subsidieprogramma’s en we gaan na of we subsidiekansen in voldoende mate benutten. We onderzoeken dat bij voorkeur samen met andere gemeenten. Dit onderzoek kan ook aanknopingspunten geven voor onze lobby agenda. Mogelijk kan blijken dat we actiever moeten aansluiten bij lobby’s vanuit de regio NO Brabant of de provincie.

OZB en lokale lasten

Financiële ontwikkelingen sociaal domein

We laten de OZB de komende twee jaar alleen met de inflatiecorrectie groeien. Ook in de periode daarna willen we de OZB in principe alleen verhogen met de inflatiecorrectie. Om dit te bereiken hebben we de volgende uitgangspunten: - Intensivering van beleid doen we door te herprioriteren of door nieuw-voor-oud beleidskeuzes. - Als we autonoom aanmerkelijk minder inkomsten of veel hogere kosten krijgen (bijvoorbeeld in het sociale domein), zullen we primair kijken of we de uitgaven door scherper te kiezen in balans kunnen brengen met de inkomsten. - Maar er kunnen situaties zijn waarin deze andere instrumenten niet werken en het onwenselijk is als de dienstverlening aan de inwoners beneden een bepaald minimumniveau zou zakken. In dat geval kan ook worden gedacht aan verhoging van de OZB.

Vught komt op dit moment rond met de financiële middelen voor Wmo, jeugdzorg en werk en inkomen. Wij willen graag dat dit zo blijft. We hanteren de volgende uitgangspunten: - We houden de autonome stijging van de vraag naar zorg goed in de gaten en proberen bij nieuwe vraag steeds weer om “naar voren te organiseren”, zodat de kosten van de zorg niet uit de hand lopen. - Er komt een herverdeling van de landelijke geldstromen voor sociaal domein aan. Dit houden we scherp in de gaten en we zetten een lobby in om te voorkomen dat het een richting uit gaat die niet goed aansluit bij de specifieke situatie die we in Vught hebben (met onder meer veel visueel gehandicapte inwoners en aanwezigheid van voorzieningen voor GGZ en verslavingszorg) en die hier een bovengemiddeld grote zorgvraag genereert.

Voor de gesloten systemen (riolering, afvalstoffenheffing en leges) is het uitgangspunt kostendekkendheid. Uiteraard blijven we wel kritisch op de doelmatigheid, zodat de tarieven niet hoger zijn dan nodig is.

De balans tussen kosten en inkomsten sociaal domein is een ernstig landelijk knelpunt. We steunen lobbyacties die tot doel hebben dat er evenwicht is tussen de kosten die gemeenten moeten maken en de middelen die het Rijk daarvoor beschikbaar stelt.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=6453e477-51d8-4071-a4b7-2f71a7ddfd92