Bijlage - Was wordt lijst verordening WMO
Tekst van het document
Was-wordt-lijst Verordening Maatschappelijke ondersteuning 2022 – 2024 Redactionele wijzigingen Redactionele wijzigingen zijn niet expliciet opgenomen in deze was-wordt lijst, zoals het correct gebruik van hoofdletters, leestekens, lidwoorden en actualisatie van data.
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Soort wijziging
Toelichting
Art. 1.1.1.a. Algemeen gebruikelijke voorziening: Een voorziening kan als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt als die niet speciaal bedoeld is voor personen met een beperking én daadwerkelijk beschikbaar zijn én een passende bijdrage aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie leveren én financieel kunnen worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Algemeen gebruikelijke voorziening: Een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor personen met een beperking, daadwerkelijk beschikbaar is, een passende bijdrage aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie levert én financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.
Redactioneel (vereenvoudiging tekst)
Art. 1.1.1.b. Bijdrage: Bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet.
Bijdrage: Bijdrage in de kosten als bedoeld in artikel 2.1.4 en 2.1.4a van de wet.
Inhoudelijk
verwijst naar een extra artikel in de wet
Art. 1.1.1.d. Eenheden: Eenheden zijn uren, dagdelen, dagen of etmalen, met andere woorden: het volume. Het persoonsgebonden budget wordt
Eenheden: Eenheden zijn uren, dagdelen, dagen of etmalen, met andere woorden: het volume.
Redactioneel: de toelichting ging verder dan alleen over het begrip eenheden.
De wijze van berekenen is opgenomen in de nadere regels.
Hoofdstuk 1, algemene bepalingen
bepaald door het tarief te vermenigvuldigen met de a. betreffende eenheden per week, maand, kalenderjaar of indicatieperiode. Het college werkt dit verder uit in de nadere regels.
Het college kan dit verder uitwerken in de nadere regels. Inhoudelijk
Dit lid kan wel uitgewerkt worden in nadere regels maar dat is momenteel niet het geval.
Art. 1.1.1.h.
Kleinschalig wooninitiatief: Een woonsituatie op basis van een particulier initiatief waarbij minimaal drie en maximaal zesentwintig bewoners een persoonsgebonden budget als bedoeld in de wet ontvangen voor ondersteuning en hiervoor door bundeling van persoonsgebonden budgetten gezamenlijk de ondersteuning inkopen, én waarbij de bewoners verblijven op één woonadres als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet basisregistratie personen, of op verschillende woonadressen binnen een straal van honderd meter, waarin ten minste één gemeenschappelijke verblijfsruimte aanwezig is die geschikt is voor het ontplooien van gezamenlijke activiteiten.
Inhoudelijk: Tekst toegevoegd.
Is verplaatst van de beleidsregels naar de verordening omdat dit meer in lijn is met de overige begripsomschrijvingen.
Art. 1.1.1. i.
Kortdurend verblijf: Logeren in een voorziening ter aanvulling op wonen in de thuissituatie.
Inhoudelijk: Tekst toegevoegd.
In lijn met de overige begripsomschrijvingen toegevoegd aan de lijst.
Art. 1.1.1.m. Motivatieplan: een overzicht van de door de cliënt voorgenomen besteding van het te
Motivatieplan: Een onderbouwing van de zorg die de inwoner wenst in te kopen met het te verlenen persoonsgebonden budget
Inhoudelijk
Een motivatieplan moet naast een overzicht van de zorg ook een onderbouwing van de keuzes bevatten.
verlenen persoonsgebonden budget Art. 1.1.1 r. Voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de cliënt toereikend en passend te zijn. Art. 1.1.1.t
Voorliggende voorziening: Een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling, die gezien haar aard en doel geacht wordt voor de inwoner toereikend en passend te zijn.
Redactioneel
In de gehele verordening, nadere regels en beleidsregels is in plaats van cliënt of belanghebbende inwoner geschreven.
ZIN tarief: Zorg in Natura tarief, het tarief dat door het RIOZ gehanteerd wordt voor aanbieders.
Inhoudelijk
In de verordening was niet opgenomen waarop het tarief was gebaseerd.
Hoofdstuk 2, Procedure melding, onderzoek en aanvraag Geen wijzigingen
Hoofdstuk 3, Te bereiken resultaten Art. 3.1.7/8. Om een huishouden te voeren, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel, neemt het college bij de toekenning van een maatwerkvoorziening over hulp bij het huishouden in ieder geval een besluit over de noodzaak van het verrichten, dan wel het bieden van ondersteuning bij de onderstaande taken alsmede de hierbij horende frequentie en tijd, te weten: a. De broodmaaltijd bereiden b. Het verrichten van
Tekst is vervallen.
Redactioneel, was dubbel opgenomen
licht huishoudelijk werk c. Het verrichten van zwaar huishoudelijk werk d. Het verzorgen van de was e. Het doen van boodschappen f. De dagelijkse organisatie van het huishouden g. Het geven van advies, instructie, voorlichting, gericht op het huishouden. Het college houdt hierbij in ieder geval ook rekening met de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeur van de cliënt
Inhoudelijk, vervallen.
Hoofdstuk 4, beoordeling van de aanspraak Art. 4.2.2.f. voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van
als een aangevraagde voorziening eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale
Redactioneel, vereenvoudiging van de tekst
Is al in de wet opgenomen dus hoeft niet meer in de verordening opgenomen te worden.
enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen, of tenzij de inwoner geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten;
afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen;
Art. 4.2.2.g. voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de inwoner voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en als goedkoopst passend aan te merken valt;
voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de inwoner voorafgaand aan het moment van aanvragen heeft gemaakt;
Redactioneel en inhoudelijk. Vereenvoudiging van de tekst, vervallen: of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de maatwerkvoorziening noodzakelijk is en als goedkoopst passend aan te merken valt.
De WMO geeft aan dat er geen vergoeding wordt verstrekt voor aanvragen voor kosten die gemaakt zijn voorafgaand aan een aanvraag.
Art. 4.2.2. h. indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de inwoner of zijn huisgenoten en/of vertegenwoordigers niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 2.3.8 en lid 3 van d wet of artikel 2.4;
indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de inwoner of zijn huisgenoten en/of vertegenwoordigers niet of onvoldoende voldoen aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 2.3.8 lid 3 van de wet;
Inhoudelijk. Art. 2.4 laten vervallen.
Het artikel gaat niet over terugvordering maar over het overleggen van voldoende informatie. Hiervoor is een verwijzing naar artikel 2.3.8 lid 3 voldoende.
Art. 4.2.2.i. indien de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid en participatie, geen aanleiding bestond
indien de noodzaak tot het treffen van de voorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe geen aanleiding bestond op grond van beperkingen en er geen andere belangrijke reden aanwezig was voor deze
Redactioneel, vereenvoudiging tekst.
en er geen andere belangrijke reden aanwezig was voor deze verhuizing. Art. 4.4.3
verhuizing. De inwoner kan in aanmerking komen voor vervoer als maatwerkvoorziening voor de dagen dat de inwoner naar de groepsbegeleiding of een kortdurende verblijfslocatie gaat. Er zijn twee vormen: vervoer regulier en rolstoelgebonden vervoer.
Inhoudelijk, tekst toegevoegd.
Toegevoegd, verplaatst uit de nadere regels, in lijn met de bepaling in de wet dat de criteria in de verordening moeten staan.
Art. 4.5.2.
Criteria voor beschermd wonen 1. De inwoner heeft het nodig dat een veilige leefomgeving wordt geboden met daarbij behorend toezicht en begeleiding. 2. Er is een 24-uurs bereikbaarheid en continue dan wel snelle beschikbaarheid van ondersteuning noodzakelijk. 3. Het toezicht is gericht op de veiligheid van de inwoner die het risico loopt op (zelf) verwaarlozing of een gevaar voor zichzelf of anderen vormt. 4. De aanbieder biedt een snelle interventie bij incidenten en calamiteiten. De inwoner kan 24 uur per dag terugvallen op deskundige en bekwame medewerkers.
Inhoudelijk
Toegevoegd, verplaatst uit de nadere regels, in lijn met de bepaling in de wet dat de criteria in de verordening moeten staan.
Art. 4.5.3.b. de inwoner geen medisch
de inwoner geen recente medisch
Inhoudelijk, toegevoegd: ‘recente’.
Een verouderde diagnose kan niet
toetsbare psychiatrische diagnose kan overleggen op grond waarvan de noodzaak tot beschermd wonen blijkt, of
toetsbare psychiatrische diagnose kan overleggen op grond waarvan de noodzaak tot beschermd wonen blijkt, of
Art. 4.5.3.a en b. Bovengenoemde voorwaarden hebben betrekking op de hierop volgende vormen van beschermd wonen.
Geen
a. Kenmerkend voor de zorgvorm Beschermd Wonen is de 24-uurs zorg/hulp. Het betreft wonen in een accommodatie (zelfstandig, geclusterd of binnen een instelling) waarmee een veilige leefomgeving wordt geboden met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en sociaal functioneren, het voorkomen van verwaarlozen of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen. Bestemd voor personen met psychiatrische problematiek met beperkt psychisch /psychosociaal functioneren en eventueel gecombineerd met beperkt intellectueel functioneren en/of
leidend zijn voor het toekennen van een voorziening.
Redactioneel: tekst vervallen omdat deze opgenomen is in de beleidsregels.
De indeling is hiermee in lijn met andere voorzieningen van de WMO.
gedragsproblemen die (tijdelijk) niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Art. 4.5.6
1.
2.
Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald, kan een inwoner alleen in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang indien de regio Meierij en Bommelerwaard de regio is waarbinnen de opvang van de inwoner het meest kansrijk is. Onverminderd de wet en het elders in deze verordening is bepaald, kan een inwoner alleen in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als hij
Dagbesteding beschermd wonen is bestemd voor: a. inwoners met een indicatie beschermd wonen die onvoldoende zelfredzaam zijn ten aanzien van zingeving en structuur geven aan de dag, het hebben van sociale contacten en maatschappelijke deelname.
Inhoudelijk, tekst toegevoegd, verplaatst van beleidsregels naar verordening
1. Onverminderd de wet en wat elders in deze verordening is bepaald, kan een inwoner in aanmerking komen voor opvang als hij:
Redactioneel, ordening veranderd.
a. Feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en b. beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de maatschappij; en
a. Feitelijk of residentieel dakloos is en tijdelijk onderdak nodig heeft; en
c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen; en
b. beperkt zelfredzaam is waardoor hij zich niet op eigen kracht kan handhaven in de
d. indien de regio Meierij en Bommelerwaard de regio is waarbinnen de opvang van de
Toegevoegd, verplaatst uit de beleidsregels, in lijn met de bepaling in de wet dat de criteria in de verordening moeten staan.
maatschappij; en
inwoner het meest kansrijk is.
c. niet beschikt over alternatieven die de situatie van feitelijke of residentiële dakloosheid op kunnen heffen; en Art. 4.8
Artikel 4.8 Criteria voor kortdurend verblijf 1. De inwoner komt in aanmerking voor kortdurend verblijf indien hij voldoet aan alle hieronder genoemde voorwaarden: a. De inwoner heeft een somatische, psychiatrische, psycho-geriatrische beperking of een verstandelijke, lichamelijke of zintuiglijke beperking. b. De inwoner krijgt geen Wlz indicatie of . er is sprake van medisch noodzakelijk verblijf (Zvw). c. De inwoner is, gezien de ondersteunings- en zorgbehoefte, aangewezen op ondersteuning gepaard gaand met permanent toezicht. d. De ontlasting van de persoon die gebruikelijke hulp of mantelzorg aan de inwoner levert, is noodzakelijk. e. De inwoner is gedurende maximaal twee etmalen per week aangewezen op kortdurend verblijf. Het is mogelijk om etmalen te sparen, zodat bijvoorbeeld in verband met vakantie meer etmalen per week kunnen worden afgenomen. f. Wel geldt dat het maximum aantal etmalen per jaar 52 bedraagt en dat
Inhoudelijk, toegevoegd
Verplaatst vanuit de beleidsregels naar de verordening in overeenstemming met de wet (dient opgenomen te zijn in de verordening).
etmalen niet mogen worden meegenomen naar een volgend kalenderjaar. De maximale aaneengesloten periode kortdurend verblijft is gelijk aan de wettelijke vakantiedagen. Art. 4.9
Art. 4.9 Criteria voor individuele begeleiding
Inhoudelijk, toegevoegd
Verplaatst vanuit de beleidsregels naar de verordening in overeenstemming met de wet (dient opgenomen te zijn in de verordening).
Inhoudelijk, toegevoegd
Verplaatst vanuit de beleidsregels naar de verordening in overeenstemming met de wet (dient opgenomen te zijn in de verordening).
1. De inwoner komt in aanmerking voor individuele begeleiding indien de inwoner een matige tot zware beperking heeft op een of meer van de volgende terreinen: a) Sociale redzaamheid b) Probleemgedrag c) Psychisch functioneren d) Geheugen- en oriëntatiestoornissen. 2. Er worden twee vormen individuele begeleiding onderscheiden: basis en extra. Toekenning van een vorm is afhankelijk van de persoonskenmerken en ondersteuningsbehoefte. Art. 4.10
Art. 4.10 Criteria voor groepsbegeleiding Om in aanmerking te komen voor groepsbegeleiding moet zijn vastgesteld dat de inwoner matige tot zware beperkingen heeft op één of meer van de volgende vier terreinen: 1. Sociale redzaamheid; 2. Probleemgedrag;
3. Psychisch functioneren; 4. Geheugen- en oriëntatiestoornissen.
Hoofdstuk 5, Persoonsgebonden budget Art. 5.2.3.a. en b. Bij begeleiding, groepsbegeleiding en kortdurend verblijf wordt binnen formele hulp zoals opgenomen in lid 1 sub a onderscheid gemaakt tussen: a. Reguliere aanbieder: uit de jaarstukken blijkt dat tenminste twee van de volgende drie criteria van toepassing zijn: omzet is hoger dan € 700.000, de balanstotaal is hoger dan € 350.000 en er staan meer dan 10 fte op de loonlijst. Micro aanbieder: uit de jaarstukken blijkt dat tenminste twee van de volgende drie criteria van toepassing zijn: omzet is maximaal € 700.000, de balanstotaal is maximaal € 350.000 en er staan maximaal 10 fte op de loonlijst Art. 5.3.1.d Kan door de gemeente aangepast worden door een lager pgbtarief te hanteren voor het betrekken van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
Tekst vervallen.
Inhoudelijk. Laten vervallen van de tekst. Het huidige artikel 5.2.3 is hiermee gelijk aan het oude artikel 5.2.4.
In de praktijk wordt het onderscheid tussen reguliere aanbieder en microaanbieder niet gemaakt.
Inhoudelijk, vervallen
Lagere tarieven voor ZZP-ers of sociaal netwerk zijn elders al vernoemd.
maatregelen van personen die behoren tot het sociale netwerk of zzp’ers. Art. 5.3.2.a. en b. 100% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst.
100% van het ZIN tarief indien de inwoner een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst.
Redactioneel, vereenvoudiging tekst
Art. 5.3.2.c. €14,- indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt.
Het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren indien de inwoner informele hulp inschakelt.
Inhoudelijk, gewijzigde tekst
Hiermee volgen we de uitspraak van de CRvB in augustus 2023 dat het informele pgb-tarief HbH gelijkgesteld moeten worden aan het cao VVT
Art. 5.3.3.a. Het bedrag van het PGB voor individuele begeleiding bedraagt maximaal: 100% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een reguliere aanbieder en een micro-aanbieder. Indien een zzp’er wordt ingeschakeld, wordt het tarief voor een micro-aanbieder toegepast.
Het bedrag van het PGB voor individuele begeleiding bedraagt maximaal: 100% van het ZIN tarief indien de inwoner een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst.
inhoudelijk
Hiermee volgen we de uitspraak van de CRvB in augustus 2023 dat het informele pgb-tarief begeleiding gelijkgesteld moeten worden aan het cao VVT
Art. 5.3.3.b 87,5% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Het tarief voor de micro-aanbieder wordt hierbij toegepast.
b. 87,5% van het ZIN tarief indien de inwoner een zzp’er inschakelt. c. Het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij de Functie Waardering Gezondheidszorg (FWG 30) van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg, te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren indien de inwoner informele hulp inschakelt.
inhoudelijk
Zie hierboven, het tarief voor inzet van iemand uit het sociaal netwerk is gekoppeld aan het ZIN-tarief.
Art. 5.3.4.a. Het bedrag van het PGB voor groepsbegeleiding bedraagt maximaal: 100% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een reguliere aanbieder en een microaanbieder. Indien een zzp’er wordt ingeschakeld, wordt het tarief voor een micro-aanbieder toegepast.
4. Het bedrag van het PGB voor groepsbegeleiding bedraagt maximaal: a. 100% van het ZIN tarief indien de inwoner een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst. b. 87,5% van het ZIN tarief indien de inwoner een zzp’er inschakelt.
inhoudelijk
Het onderscheid tussen een reguliere aanbieder en een micro-aanbieder wordt in de praktijk niet gemaakt.
Art.5.3.5. Het bedrag van het PGB voor kortdurend verblijf bedraagt maximaal: a. 100% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de cliënt een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst met de voor de sector toepasselijke cao (veelal VVT). Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen een reguliere aanbieder en een
5. Het bedrag van het PGB voor kortdurend verblijf bedraagt maximaal: a. 100% van het ZIN tarief indien de inwoner een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst. b. 87,5% van het ZIN tarief indien de inwoner een zzp’er inschakelt.
Inhoudelijk
Het onderscheid tussen een reguliere aanbieder en een micro-aanbieder wordt in de praktijk niet gemaakt.
micro-aanbieder. Indien een zzp’er wordt ingeschakeld, wordt het tarief voor een micro-aanbieder toegepast. b. 30% van het tarief als bedoeld in lid 1 indien de cliënt iemand uit het sociaal netwerk inschakelt. Art.5.3.6. Het bedrag van het PGB voor beschermd wonen wordt als volgt bepaald: a. Voor reguliere aanbieders die beschermd wonen pakketten bieden wordt in het tarief zoals bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel de opslag overhead bijgesteld naar 20%. b. Voor zzp’ers uit lid 1b die beschermd wonen bieden wordt in het tarief zoals bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel de opslag overhead bijgesteld naar 10%. c. De opslag voor risico’s en financiële continuïteit zoals bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel voor PGB voor beschermd wonen is 1%. d. Bij de pakketten beschermd wonen Zelfstandig Thuis is in het tarief zoals bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel gerekend met het maximum uurtarief in de Wlz voor het PGB. e. Het tarief voor informele hulp voor begeleiding, groepsbegeleiding, kortdurend verblijf, bedraagt maximaal het Wlz-tarief voor informele hulp. Art.5.3.9. Het vastgestelde pgb tarief wordt vermenigvuldigd met het aantal eenheden wat in het onderzoeksverslag is vastgesteld. Dit is variabel afhankelijk
6. Het bedrag van het PGB voor beschermd wonen wordt als volgt bepaald: a. 100% van het ZIN tarief indien de inwoner een zorgorganisatie inschakelt met medewerkers in loondienst. b. 87,5% van het ZIN tarief indien de inwoner een zzp’er inschakelt.
Inhoudelijk
Vereenvoudiging van de berekening, deze bleek in de praktijk niet goed te maken te zijn.
Tekst vervallen
Inhoudelijk
In de beschikking wordt alleen opgenomen wat het aantal eenheden zijn en wat het tarief is.
van de zorgvraag. HOOFDSTUK 6 Bijdrage in de kosten 6.1.1. De inwoner is een bijdrage verschuldigd voor een maatwerkvoorziening, niet zijnde intramuraal beschermd wonen of opvang, conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening, zijnde beschermd wonen of opvang, is conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 4. In afwijking van het eerste lid wordt er een instapprijs en ritprijs gevraagd voor het collectief vraagafhankelijk vervoer. Per 1-1-2020 staat de instapprijs en ritprijs voor Wmo-reizigers op € 0,70 per zone. De meest actuele tarieven van het collectief vraagafhankelijk vervoer zijn terug te vinden op http://www.regiotaxishertogenbosch.nl/wat-kost-het.
1. De inwoner is een bijdrage verschuldigd in de vorm van een abonnementstarief voor een maatwerkvoorziening, niet zijnde intramuraal beschermd wonen of opvang. 2. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening, zijnde beschermd wonen of opvang, is conform het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 3. De bijdrage voor opvang wordt vastgesteld en geïnd door de instelling waar de inwoner verblijft. 4. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening in natura of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een inwoner. 5. In afwijking van het eerste lid wordt er een instapprijs en ritprijs gevraagd voor het collectief vraagafhankelijk vervoer. De meest actuele tarieven van het collectief vraagafhankelijk vervoer zijn terug te vinden op http://www.regiotaxishertogenbosch.nl/wat-kost-het. 6. In afwijking van het eerste lid wordt de bijdrage voor
Inhoudelijk In lid 1 is toegevoegd dat de bijdrage het abonnementstarief bedraagt (conform het Uitvoeringsbesluit WMO 2015). Lid 3 is toegevoegd, deze bepaling was eerder niet opgenomen. Het betreft hier regionale afspraken. Lid 5 (voorheen 4): de ritprijs wordt niet genoemd omdat deze kan wijzigen o.b.v. een collegebesluit. Lid 6 (voorheen 5) aanpassen inkomensgrens.
Lid 6 (voorheen 5): deze wijziging is opgenomen om de verordening in lijn te brengen met het armoedebeleid zoals vastgesteld in de raad van november 2023: hierin is de grens voor minimaregelingen verhoogd van 110 % naar 130 %. Voorstel is om ook in de verordening WMO de bijdrage op nihil te stellen bij een bijdrageplichtig inkomen tot 130 % vanaf 1 januari 2025 (de vrijstelling kan niet halverwege het jaar gewijzigd worden).
5. In afwijking van het tweede lid wordt de bijdrage voor maatwerkvoorzieningen, niet zijnde beschermd wonen of opvang, op nihil gesteld voor inwoners met een bijdrage plichtig inkomen dat lager is dan 110% van het sociaal minimum.
6.2.
maatwerkvoorzieningen, niet zijnde beschermd wonen of opvang, op nihil gesteld voor inwoners met een bijdrageplichtig inkomen dat lager is dan 110% van het sociaal minimum. Vanaf 1 januari 2025 wordt de bijdrage op nihil gesteld voor inwoners met een bijdrageplichtig inkomen dat lager is dan 130 % van het sociaal minimum. 7. Het college stelt nadere regels over de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorzieningen. Tekst vervallen
Redactioneel, tekst was al vervallen in de verordening 2022.
HOOFDSTUK 7 Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering Geen wijzigingen HOOFDSTUK 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik Art.8.3.
Weigering maatwerkvoorziening of PGB Het college kan de aanvraag voor een maatwerkvoorziening of PGB weigeren indien de zorg wordt ingekocht bij een aanbieder waarbij eerder fraude is geconstateerd of waarbij twijfels zijn over de integriteit van de aanbieder.
HOOFDSTUK 9 Kwaliteit en inspraak Geen wijzigingen HOOFDSTUK 10 Mantelzorgwaardering
Inhoudelijk
Toegevoegd om in geval van eerdere geconstateerde fraude een maatwerkvoorziening of PGB te kunnen weigeren. Oorspronkelijke 8.3 is 8.4 geworden.
Art.10.1 Mantelzorgondersteuning Het college zorgt voor diverse vormen van ondersteuning aan en waardering van mantelzorgers. Daaronder valt onder andere het bieden van informatie en advies.
Artikel 10.1 Mantelzorgondersteuning 1. De gemeente zorgt ervoor dat inwoners die mantelzorg geven, ondersteuning kunnen krijgen zodat zij in staat zijn om de mantelzorg vol te houden. 2. De ondersteuning kan inhouden dat de mantelzorg tijdelijk wordt overgenomen, zo nodig door een professional. We noemen dit respijtzorg. Artikel 10.2 Mantelzorgwaardering 1. De gemeente waardeert de inzet van mantelzorgers voor inwoners met een beperking die wonen in onze gemeente. Daarom stelt de gemeente jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Het doel van de mantelzorgwaardering is om een blijk van waardering aan de mantelzorgers te geven. 2. De mantelzorgwaardering kan bestaan uit een attentie of een andere wijze van waardering, of een combinatie hiervan. 3. De gemeente zorgt voor voldoende informatie en voorlichting over de mantelzorgwaardering.
Inhoudelijk
Tekst vervallen
Redactioneel: overbodige informatie
HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen Art.11.4.6. Een inwoner aan wie een voorziening is verstrekt met toepassing van bepaling 6.5.3 (Geen eigen bijdrage bij een minimum inkomen) van de Verordening Sociaal Domein is geen eigen bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening verschuldigd zolang aan de voorwaarden van
Uitbreiding van de inhoudelijke tekst, overeenkomstig het mantelzorgbeleid.
bepaling 6.5.3 wordt voldaan en uiterlijk voor de duur van de toekenningsbeschikking of totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt op een wettelijke grond wordt beëindigd of ingetrokken. Toelichting op verordening Inleiding Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke Ondersteuning 2015. Via een verordening vult de gemeenteraad, op basis van het door haar aangepaste beleid, haar kaderstellende rol verder in. In dit beleid is de ondersteuning gericht op de persoon en diens plek in de samenleving, in plaats van uitsluitend gericht op diens aandoening, beperking of indicatie. Hierbij wordt verder gekeken dan naar de zorgvraag van een inwoner, maar meegekeken naar de gehele situatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een aanvraag voor een hulpmiddel, waarbij een overbelaste mantelzorger of eenzame inwoner achter schuilt. We willen dat zo veel mogelijk inwoners van de stad hun leven zelfstandig kunnen leiden, maar waar nodig met ondersteuning. Waar mogelijk wordt laagdrempelige hulp of een eerstelijnsvoorziening ingezet, waar nodig wordt verwezen naar
Inleiding Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke Ondersteuning 2015. Via een verordening vult de gemeenteraad, op basis van het door haar aangepaste beleid, haar kaderstellende rol verder in. In dit beleid is de ondersteuning gericht op de persoon en diens plek in de samenleving, in plaats van uitsluitend gericht op diens aandoening, beperking of indicatie. Hierbij wordt verder gekeken dan naar de zorgvraag van een inwoner, maar meegekeken naar de gehele situatie. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een aanvraag voor een hulpmiddel, waarbij een overbelaste mantelzorger of eenzame inwoner achter schuilt. We willen dat zo veel mogelijk inwoners van de stad hun leven zelfstandig kunnen leiden, maar waar nodig met ondersteuning. Waar mogelijk wordt laagdrempelige hulp of een eerstelijnsvoorziening ingezet, waar nodig wordt verwezen naar specialistische ondersteuning.
Redactioneel: laatste zin is komen te vervallen: geeft geen feitelijk relevante informatie voor de inwoner.
specialistische ondersteuning. Dit gebeurt op een klantgerichte, resultaatgerichte en efficiënte wijze waardoor de schaarste middelen bij de meest kwetsbare groep inwoners belandt, zoals een sociaal zorgbedrijf. Art.1.1. Onder h Maatwerkvoorziening Deze definitie maakt helder dat een maatwerkvoorziening in twee vormen kan worden verstrekt: 1. Als voorziening in natura; het gaat dan meestal om verstrekking in (bruik)leen of in eigendom, en/of als persoonlijke dienstverlening. 2. Als PGB; een PGB is een geldbedrag waarmee de inwoner zelf de gewenste ondersteuning kan betrekken.
Onder i Maatwerkvoorziening Deze definitie maakt helder dat een maatwerkvoorziening in drie vormen kan worden verstrekt: 1. Als voorziening in natura; het gaat dan meestal om verstrekking in (bruik)leen of in eigendom, en/of als persoonlijke dienstverlening. 2. Als PGB; een PGB is een geldbedrag waarmee de inwoner zelf de gewenste ondersteuning kan betrekken. 3. Als financiële tegemoetkoming
Inhoudelijk: toegevoegd lid 3: als financiële tegemoetkoming.
Naast een verstrekking in de vorm van een voorziening in natura of een pgb kan er ook een financiële tegemoetkoming verstrekt worden.
Inhoudelijk
‘(middels gemachtigde)’ is toegevoegd, conform wijziging in de verordening die in 2022 is vastgesteld.
HOOFDSTUK 2 Procedure melding, onderzoek en aanvraag Art.2.2.1 Dit artikel beschrijft wie de melding kan doen en hoe de melding kan worden gedaan. De melding kan door of namens de inwoner worden gedaan. In principe kan iedereen namens de inwoner een signaal afgeven dat de inwoner behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning. Echter de melding in de zin van artikel 2.3.2 van de wet (en daarover gaat artikel 2.1) kan alleen worden gedaan door of namens de inwoner. Voor die formele eis is bewust gekozen. Het college moet namelijk binnen zes weken na een
Dit artikel beschrijft wie de melding kan doen en hoe de melding kan worden gedaan. De melding kan door of namens de inwoner worden gedaan. In principe kan iedereen namens de inwoner een signaal afgeven dat de inwoner behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning. Echter de melding in de zin van artikel 2.3.2 van de wet (en daarover gaat artikel 2.1) kan alleen worden gedaan door of namens (middels een gemachtigde van) de inwoner. Voor die formele eis is bewust gekozen. Het college moet namelijk binnen zes weken na een melding een uitgebreid onderzoek
melding een uitgebreid onderzoek hebben uitgevoerd.
hebben uitgevoerd.
Art.2.2.2 Deze bepaling regelt dat een aanvraag schriftelijk of digitaal kan worden ingediend. De inwoner heeft twee mogelijkheden: het gebruiken van een vastgesteld aanvraagformulier of het ondertekenen van het onderzoeksplan.
Deze bepaling regelt dat een aanvraag schriftelijk of digitaal kan worden ingediend. De inwoner heeft twee mogelijkheden: het schriftelijk indienen van een aanvraag of het ondertekenen van het onderzoeksplan.
inhoudelijk
De inwoner hoeft geen vastgesteld aanvraagformulier in te dienen om een aanvraag te doen.
Hierin wordt vastgesteld de uitwerking van de rechtsplicht van het college tot bevordering van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie op het gebied van het voeren van het huishouden en de hierbij behorende maatwerkvoorzieningen.
Inhoudelijk: Laatste deel v.d. tekst verwijderd
Geeft geen specifieke Vughtse inhoudelijk relevante informatie voor de inwoner.
HOOFDSTUK 3 Te bereiken resultaten I Algemene toelichting Hierin wordt vastgesteld de uitwerking van de rechtsplicht van het college tot bevordering van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie op het gebied van het voeren van het huishouden en de hierbij behorende maatwerkvoorzieningen. In lid 2 staan specifiek de resultaten benoemd die door of namens het college bereikt moeten worden wanneer het college besluit tot toekenning van maatwerkvoorzieningen in verband met de belemmeringen die een belanghebbende ondervindt bij het voeren van een huishouden. Deze resultaten zijn dat een belanghebbende dan moet kunnen beschikken over: a. Een schoon en leefbaar huis;
In lid 2 staan specifiek de resultaten benoemd die door of namens het college bereikt moeten worden wanneer het college besluit tot toekenning van maatwerkvoorzieningen in verband met de belemmeringen die een belanghebbende ondervindt bij het voeren van een huishouden. Deze resultaten zijn dat een belanghebbende dan moet kunnen beschikken over: a. Een schoon en leefbaar huis; b. Goederen voor primaire levensbehoeften;
b. Goederen voor primaire levensbehoeften; c. Schone en draagbare kleding; d. De mogelijkheid om thuis te kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.
c. Schone en draagbare kleding; d. De mogelijkheid om thuis te kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren.
Een duidelijke vaste lijn in de uitspraken over resultaatgericht indiceren van zowel de centrale raad van beroep (verder te noemen: CRvB) en rechtbanken is dat besluiten over hulp bij het huishouden die enkel en alleen gebaseerd zijn op het noemen van te behalen resultaten, onrechtmatig zijn. De reden hiervan is dat de te behalen resultaten zo open zijn geformuleerd, dat dit in strijd komt met de beginselen van rechtszekerheid en zorgvuldigheid. Kort en kernachtig, door enkel en alleen resultaatgericht te indiceren, weet de cliënt niet waar die aan toe is. Het is om deze reden dat de CRvB in zijn uitspraak van 18 mei 2016 heeft bepaald dat de gemeente op regelgevend niveau moet vaststellen wat de bijbehorende taken en frequentie zijn waarmee deze taken worden uitgevoerd. II Definities ivm artikel 3.1 lid 1 en lid 7 8. De taken die horen bij de ondersteuning bij het voeren van een huishouden In het format van het ondersteuningsplan staan alle mogelijke taken opgesomd. De zorgaanbieder en
8. De taken die horen bij de ondersteuning bij het voeren van een huishouden In het format van het ondersteuningsplan staan alle mogelijke taken opgesomd. De zorgaanbieder en de cliëntinwoner maken in een ondersteuningsplan specifieke afspraken over de uit te voeren taken en frequentie. Het college controleert of het
Inhoudelijk: Laatste zin verwijderd
Het ondersteuningsplan wordt niet opgenomen in de beschikking.
de cliënt maken in een ondersteuningsplan specifieke afspraken over de uit te voeren taken en frequentie. Het college controleert of het plan voldoet aan de regels en of de cliënt hiermee voldoende gecompenseerd wordt. Het ondersteuningsplan is onderdeel van de beschikking. II Definities ivm artikel 3.1 lid 1 en lid 7 9. artikel 3.1, lid 8 Gebruikelijke hulp Bij het onderzoek naar de aanvraag voor huishoudelijke hulp wordt in het kader van de Wmo niet alleen de situatie van cliënt zelf bekeken. De gehele leefeenheid (inwonende personen) is verantwoordelijk voor het resultaat schoon en leefbaar huis en het hebben van schone en draagbare kleding. De inzet van de leefeenheid is voorliggend op een maatwerkvoorziening vanuit de gemeente en moet altijd eerst onderzocht te worden. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning
plan voldoet aan de regels en of de cliëntinwoner hiermee voldoende gecompenseerd wordt. Het ondersteuningsplan is onderdeel van de beschikking.
9. artikel 3.1, lid 8 Gebruikelijke hulp Bij het onderzoek naar de aanvraag voor huishoudelijke hulp wordt in het kader van de Wmo niet alleen de situatie van inwoner zelf bekeken. De gehele leefeenheid (inwonende personen) is verantwoordelijk voor het resultaat schoon en leefbaar huis en het hebben van schone en draagbare kleding. De inzet van de leefeenheid is voorliggend op een maatwerkvoorziening vanuit de gemeente en moet altijd eerst onderzocht te worden. Gebruikelijke hulp is de normale, dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid gemeenschappelijk een woning bewonen en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van het huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die gemeenschappelijk een woning bewoont. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten.
Inhoudelijk: veranderen leeftijdsgrens
De leeftijd waarop iemand verondersteld wordt een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren is verlaagd naar 18 jaar, de leeftijd waarop iemand verondersteld wordt een meerpersoonshuishouden te kunnen voeren naar 21 jaar.
bewoont. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Bijdrage van kinderen aan het huishouden: In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan gaat de indicatiesteller ervan uit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken: • kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding • kinderen tussen 5-12 jaar worden naar huis eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijek werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrigeb, boodschap doen en kleding in de wasmand gooien. • Kinderen vanaf 13 jaar kunnen naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen. Van een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwachtg dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Een 19-23 ajrige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. De huishoudelijke taken voor een eenpersoonshuishouden zijn: • Schoonhouden van sanitaire
Bijdrage van kinderen aan het huishouden: In geval de leefeenheid van de zorgvrager mede bestaat uit kinderen, dan gaat de indicatiesteller ervan uit dat de kinderen, afhankelijk van hun leeftijd en psychosociaal functioneren, een bijdrage kunnen leveren aan de huishoudelijke taken: • kinderen tot 5 jaar leveren geen bijdrage aan de huishouding • kinderen tussen 5-12 jaar worden naar huis eigen mogelijkheden betrokken bij lichte huishoudelijke werkzaamheden als opruimen, tafel dekken/afruimen, afwassen/afdrogen, boodschap doen en kleding in de wasmand gooien. • Kinderen vanaf 13 jaar kunnen naast bovengenoemde taken hun eigen kamer op orde houden, d.w.z. rommel opruimen, stofzuigen en bed verschonen. Van een meerderjarige gezonde huisgenoot wordt verwacht dat deze de huishoudelijke taken overneemt wanneer de primaire verzorger uitvalt. Een 18-21 jarige wordt verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen voeren. De huishoudelijke taken voor een eenpersoonshuishouden zijn: • Schoonhouden van sanitaire ruimte • Keuken en een kamer • De was doen • Boodschappen doen • Maaltijd verzorgen • Afwassen en opruimen Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.
ruimte • Keuken en een kamer • De was doen • Boodschappen doen • Maaltijd verzorgen • Afwassen en opruimen Daarnaast kunnen zij eventuele jongere gezinsleden verzorgen en begeleiden.
Vanaf 21 jaar wordt iemand geacht een volledig huishouden te kunnen voeren.
HOOFDSTUK 4 Beoordeling van de aanspraak Art.4.4.2. Lid 2 Onder a Uit artikel 1.2.1 van de wet volgt dat de inwoner aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening ten behoeve van de zelfredzaamheid of participatie in de gemeente waar hij ingezetene is voor zover het. De wet bevat geen definitie van “ingezetene”. In de verordening is daaraan invulling gegeven door in artikel 1.1 een definitie op te nemen. Het gaat in dit artikel niet om mandaat om deze maatwerkvoorzieningen voor gehele regio in te zetten.
Lid 2 Onder a Uit artikel 1.2.1 van de wet volgt dat de inwoner aanspraak kan maken op een maatwerkvoorziening ten behoeve van de zelfredzaamheid of participatie in de gemeente waar hij ingezetene is voor zover het. De wet bevat geen definitie van “ingezetene”. In de verordening is daaraan invulling gegeven door in artikel 1.1 een definitie op te nemen.
Inhoudelijk : laatste zin onder a vervallen.
Onder d De wet bevat geen bepaling, zoals artikel 2 in de Wmo 2007, die regelt dat een aanspraak op grond van een andere wet voorgaat. Daarom is een dergelijke bepaling in de verordening opgenomen. Ook regelt de verordeningsbepaling, vergelijkbaar aan artikel 15 van de Participatiewet, dat kosten die in de
Onder d De wet bevat geen bepaling, die regelt dat een aanspraak op grond van een andere wet voorgaat. Daarom is een dergelijke bepaling in de verordening opgenomen. De bepaling regelt, vergelijkbaar aan artikel 15 van de Participatiewet, dat kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet via
Onder d vervallen: ‘zoals artikel 2 in de WMO 2007. Verwijst naar een oude wet. Basiszorgverzekering is vervangen door Zorgverzekeringswet.
Geeft geen relevante Vughtse informatie.
voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt, niet via de wet worden verstrekt. Daarbij valt te denken aan rollators die niet meer vergoed worden via de basiszorgverzekering.
de wet worden verstrekt. Daarbij valt te denken aan rollators die niet meer vergoed worden via de Zorgverzekeringswet.
Art.4.4.4 Criteria vervoer Het tweede lid regelt het primaat van het collectief vervoer. Bij de beoordeling of dit primaat kan worden toegepast wordt altijd gekeken naar de individuele omstandigheden van het geval. Het primaat van het collectief vervoer is al bekend van onder de WVG en de Wmo.
Artikel 4.4 Criteria in verband met vervoer Het tweede lid regelt het primaat van het collectief vervoer. Bij de beoordeling of dit primaat kan worden toegepast wordt altijd gekeken naar de individuele omstandigheden van het geval.
Redactioneel: Laatste zin verwijderd, verwijst naar een oude wet.
In lid 5 is bepaald dat budgethouders geen informele hulp kunnen inkopen voor groepsbegeleiding, kortdurend verblijf, de verschillende pakketten van beschermd wonen en dagbesteding bij beschermd wonen. Gelet op de ondersteuningsbehoefte en de benodigde kwaliteit kan hiervoor alleen hulp worden ingekocht van een professionele aanbieder of zzp’er zoals benoemd in lid 1 (formele hulp). Een kind, ouder of andere bloedverwant kan als zzp’er werken of in loondienst zijn van een professionele organisatie. Als die wordt ingekocht door de budgethouder dan ontvangt hij/zij het informele tarief omdat er sprake is (in dit voorbeeld) van bloedverwantschap van
Inhoudelijk: vervallen: Tenzij de hulp beschikt over relevante diploma’s.
HOOFDSTUK 5 Persoonsgebonden budget Art. 5.2 In lid 5 is bepaald dat budgethouders geen informele hulp kunnen inkopen voor groepsbegeleiding, kortdurend verblijf, de verschillende pakketten van beschermd wonen en dagbesteding bij beschermd wonen. Gelet op de ondersteuningsbehoefte en de benodigde kwaliteit kan hiervoor alleen hulp worden ingekocht van een professionele aanbieder of zzp’er zoals benoemd in lid 1 (formele hulp). Tenzij de hulp beschikt over relevante diploma’s. Een zoon kan als zzp’er werken of in loondienst zijn van een professionele organisatie. Als die wordt ingekocht door de budgethouder dan ontvangt hij/zij het informele tarief
Een zoon is vervangen door ‘kind, ouder of andere bloedverwant’
Voor een deel van de WMO voorzieningen kan alleen een PGB worden verkregen indien hulp wordt ingekocht bij een professionele aanbieder of ZZP-er.
omdat er sprake is (in dit voorbeeld) van bloedverwantschap van eerste graad.
eerste graad.
5.2 Om voor het tarief voor een reguliere aanbieder in aanmerking te komen dient de budgethouder aan te tonen dat de aanbieder aan twee van de drie criteria voldoet. 5.3 Lid 1 berust op artikel 2.1.3, tweede lid, onder b, van de wet. Hierin staat dat in de Verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een PGB wordt vastgesteld, waarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 39) is vermeld dat de gemeente bijvoorbeeld kan bepalen dat het PGB niet hoger mag zijn dan een percentage van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het verlenen van adequate ondersteuning in natura.
Om voor het tarief voor een reguliere aanbieder in aanmerking te komen dient de budgethouder aan te tonen dat de aanbieder aan twee van de drie criteria van artikel 2.3.6 lid 2 van de wet voldoet. Tekst vervallen
Wij hebben dit vormgegeven in lid 2. Gemeenten hebben daarmee ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het PGB. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Gemeenten kunnen bij het vaststellen van tarieven bijvoorbeeld onderscheid maken tussen ondersteuning die wordt
Inhoudelijk
Ter verduidelijking artikelnummer van de wet toegevoegd, het was niet helder naar welke criteria hier verwezen werd.
Inhoudelijk
Geeft uitleg bij de wet maar niet specifiek over Vughts beleid.
geleverd door professionele aanbieders of zzp’ers (formeel circuit) of door hulp uit het informele netwerk (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s, personen uit het sociaal netwerk e.d.).
Art. 5.3 De hoogte van het PGB wordt vastgesteld op basis van het tarief per eenheid vermenigvuldigd met het volume. Dat wordt omgerekend naar een totaal bedrag voor de indicatieperiode en per kalenderjaar doorgegeven aan de Sociale Verzekeringsbank.
Tekst vervallen
Inhoudelijk, tekst vervallen
In de beschikking wordt alleen het aantal uren en het tarief vernoemd.
Vanaf 1 januari 2025 gaat het om inwoners met een verzamelinkomen van 130 %.
Inhoudelijk, tekst toegevoegd
In overeenstemming met het minimabeleid inkomensgrens verhoogd naar 130 %, zie hierboven.
Hoofdstuk 6 Bijdrage in de kosten Art. 6.1
Hoofdstuk 7 e.v. Geen wijzigingen.