Bijlage - Voorstel Kadernota 2024 ODBN
Tekst van het document
Victorialaan 1 b| 5213 JG ’s-Hertogenbosch (0485) 338 300 info@odbn.nl | www.odbn.nl
Datum Aan Aard voorstel Agendapunt Van AB woordvoerder Aantal bijlagen
: 21 december 2022 : Algemeen Bestuur : Besluitvormend :4 : Dagelijks Bestuur : David Sölez :1
VOORSTEL KADERNOTA 2024 Voorgesteld wordt om: 1. In te stemmen met de Kadernota 2024. 2. Deelnemers uitnodigen uiterlijk 4 maart 2023 hun reactie op de vastgestelde Kadernota 2024 bij de ODBN in te dienen, ter verwerking in de Begroting 2024.
1
Victorialaan 1 b | 5213 JG ’s-Hertogenbosch (0485) 338 300 info@odbn.nl | www.odbn.nl
Inleiding De Kadernota 2024 vat de meest relevante ontwikkelingen in onze leefomgeving samen voor het jaar 2024. Daarnaast brengen we de effecten van deze ontwikkelingen – voor ons werk, onze deelnemers en onze ketenpartners – zoveel mogelijk in kaart. De kadernota vormt het startpunt van het begrotingsjaar 2024. In de begroting 2024 werken we de ontwikkelingen verder uit. Toelichting In de Kadernota 2024 staan de vele ontwikkelingen die op ons afkomen centraal. Veel van deze ontwikkelingen zijn nog nauwelijks te overzien, waardoor het zeer lastig is om die te kwantificeren. Zo raken bijvoorbeeld alle ontwikkelingen op het stikstofdossier, het nieuwe uitstel van de Omgevingswet en de krapte op de arbeidsmarkt de ODBN direct als organisatie. Naast de inhoudelijke uitdagingen zien we ons geconfronteerd met stijgende prijzen als gevolg van de energiecrisis en de oorlog in de Oekraïne. Op het moment van verschijnen van de Kadernota 2024 zijn werkgevers en vakbonden nog in onderhandeling over een nieuwe cao voor 2023 en mogelijk 2024. Doordat de onderhandelingen nog steeds lopen, is het zeer lastig om de effecten van de loonindexeringen voor 2024 te voorspellen. Het bod van de werkgeversorganisaties en de eis van de vakbonden liggen, nog steeds, ver uit elkaar.
In de kadernota hebben we in paragraaf 4.3.4 gepresenteerd wat de effecten van het bod van de werkgevers (peildatum eind oktober) en de eis van de vakbonden op het tarief zouden zijn. Wanneer we het bod van de werkgevers doorrekenen komt het gemiddelde begrotingstarief uit op € 112,39, terwijl de eis van de vakbonden leidt tot een tarief van € 118,68. Bij deze berekeningen is alleen uitgegaan van de loonindexeringen. Echter in de cao wordt ook onderhandeld over extra verlof. Extra verlof leidt tot een daling van productiviteit, waardoor alle kosten over minder uren verdeeld moeten worden. Dit betekent dat wanneer er extra verlof wordt toegekend de productiviteitsnorm verder naar beneden bijgesteld moet worden en het gemiddelde begrotingstarief nog verder zal stijgen. Los van de CAO zien we door de forse instroom en ouderschaps- en zwangerschapsverlof die norm onder druk staan. Naast een stijging van het tarief heeft een dalende productiviteit ook consequenties voor het aantal benodigde medewerkers in onze organisatie. Immers, als er per persoon minder uren productief beschikbaar zijn, heb je meer mensen nodig om dezelfde hoeveelheid werk te verzetten. In de huidige krappe arbeidsmarkt levert dit een extra uitdaging en risico op..
Omdat er nog geen cao is, gaan we in deze kadernota, conform bestaand beleid, uit van de Macro Economische Verkenningen (MEV) zoals het CPB deze in september 2022 uitgebracht heeft. Deze MEV presenteert cijfers tot en met de jaarschijf 2023. Voor 2024 zijn we nu uitgegaan van de indexeringspercentages zoals het CPB deze voor jaarschijf 2023 presenteert. Dat wil zeggen dat in de Kadernota 2024 voor de jaarschijf 2023 én 2024 rekening gehouden wordt met een loonindexeringspercentage van 3,3%. Hierbij zijn 3 belangrijke kanttekeningen te maken: 1. Het bod van de werkgeversorganisaties in de cao-onderhandelingen 2023 ligt al hoger dan deze 3,3% uit de MEV. We weten dus dat dit percentage onvoldoende gaat zijn om de volledige loonindexering op te vangen. Omdat er echter nog geen andere vastgestelde gegevens zijn, gaan we voorlopig uit van de MEV. Dit is conform het bestaande beleid. 2. Ook van onze inhuurpartners krijgen we op dit moment signalen dat de indexeringen van de inhuurtarieven voor komend jaar fors zullen zijn. Een eerste inventarisatie leert dat de 2
Victorialaan 1 b | 5213 JG ’s-Hertogenbosch (0485) 338 300 info@odbn.nl | www.odbn.nl
meeste partijen uitgaan van een indexering van minimaal 4,5% met uitschieters naar ruim 12%. In de Begroting 2023 hebben we de opslag voor de externe inhuur structureel uit de begroting gehaald. De verwachting was dat de meerprijs die we voor externe inhuur betalen op te vangen is binnen de totale loonsom. Wanneer de indexeringen van de externe inhuur zo hoog gaan worden, ontstaat de situatie dat de meerprijs van externe inhuur niet meer opgevangen kan worden binnen de huidige begroting. 3. Een eerste aankondiging van het ABP voor 2023 leert dat de pensioenpremies voor de werkgever iets dalen ten opzichte van 2022. Voor 2024 en verder is er echter nog geen duidelijkheid over de hoogte van de pensioenpremies. Naast de forse indexeringen voor loon, zien we ook steeds vaker dat onze leveranciers hun prijzen indexeren om de voor hen gestegen kosten op te vangen. In 2022 hebben we dit vaak, door goede contractafspraken, weten te beperken. Voor 2023 en verder verwachten we echter een inhaaleffect in de prijsindexeringen. Zeker voor contracten die we in 2023 opnieuw moeten afsluiten. Beoogd effect In deze Kadernota nemen we de deelnemers mee in de meest relevante ontwikkelingen die we verwachten voor het jaar 2024 en geven wij inzicht in de verwachte effecten hiervan op de financiën en de bedrijfsvoering van de ODBN.
Zoals hierboven beschreven moet de Kadernota echter worden gelezen met inachtneming van de bovenstaande onzekerheden. Eventuele reacties op de Kadernota 2024 verwerken we in de Begroting 2024, die naar verwachting een preciezer financieel beeld zal geven. Argumenten 1.1
De Kadernota 2024 geeft inzicht in de nu bekende autonome ontwikkelingen vanuit de cao en loon- en prijsstijgingen. Op het moment van het schrijven van de Kadernota 2024 wordt er nog onderhandeld over een nieuwe cao 2023. Dat maakt dat het erg lastig is om de effecten van de loonindexering 2024 in te schatten. Door nu in deze kadernota een eerste uitgangspositie te presenteren willen we de deelnemers toch al een indicatie geven van de ontwikkelingen van het tarief en daarmee de mogelijke effecten voor de begrotingen van de deelnemers.
1.2
Met de reactieprocedure zetten we de werkwijze die we bij wijze van pilot hebben geïntroduceerd na positieve ervaringen voort. Voor de vorige kadernota (2023) was gekozen voor een nieuw proces, waarbij het Algemeen Bestuur al in december de kadernota vaststelde. Na vaststelling is de kadernota door het Dagelijks Bestuur verzonden aan colleges en raden/staten. Zij zijn uitgenodigd om een reactie bij de ODBN in te dienen, waarna de reacties zijn meegenomen in het voorstel tot het vaststellen van de begroting. Na een positieve evaluatie van deze werkwijze, is er door het Algemeen Bestuur voor gekozen om dit proces voortaan altijd te volgen. Dit betekent dat de Kadernota 2024 in deze AB-vergadering wordt vastgesteld. De Kadernota 2024 kan, net als voorheen, geagendeerd worden in de raden/raadscommissies, waarbij het AB-lid met de raad het gesprek aan gaat over de Kadernota en de ontwikkelingen die daarin geschetst worden. De ODBN kan hen hierbij desgewenst ondersteunen.
3
Victorialaan 1 b | 5213 JG ’s-Hertogenbosch (0485) 338 300 info@odbn.nl | www.odbn.nl
Kanttekeningen 1.1 Niet alle ontwikkelingen zijn van tevoren bekend De Kadernota 2024 is opgesteld in de periode juli tot november 2022 met de toen bekende ontwikkelingen voor het jaar 2024. Tussen nu en 2024 kunnen zich ontwikkelingen voordoen die van invloed zijn op de bedrijfsvoering en de financiële bijdrage voor onze deelnemers. Als dit voor komt, brengen wij onze deelnemers via onze overlegmomenten DB/AB en RSP en via bestuursrapportages, de begroting en de individuele werkprogramma’s op de hoogte. We hebben geprobeerd alle effecten zo goed mogelijk te benoemen. Maar op dit moment kennen we nog niet alle effecten van de genoemde ontwikkelingen. Dit melden we dan ook in de Kadernota 2024. In de periode tussen de Kadernota 2024 en de Begroting 2024 werken we deze effecten verder uit. 1.2
De meeste ontwikkelingen zijn autonoom of niet-beïnvloedbaar. Stijgende kosten door een nieuwe cao of de groei van de hoeveelheid wettelijke taken (zowel basis- als verzoektaken) die een omgevingsdienst moet uitvoeren zijn door ons en door de deelnemers niet te beïnvloeden. De meeste van deze autonome ontwikkelingen hebben eenzelfde effect voor de bedrijfsvoering van de organisatie van de deelnemers (bijvoorbeeld dezelfde cao-ontwikkelingen gelden ook voor gemeentelijke organisaties). We proberen deze ontwikkelingen, waar ze al bekend zijn, al in deze kadernota te benoemen zodat effecten doorgerekend kunnen worden in de Begroting 2024 en zodat deelnemers in hun begroting hier rekening mee kunnen houden.
Uiteraard zullen we als organisatie ons maximaal inspannen om bij tussentijdse veranderingen van wet- en regelgeving en jurisprudentie, onze werkwijze en inzet van medewerkers aan te passen voor zover dat mogelijk is. Enerzijds door bij te sturen op de flexibele schil of inzet bij andersoortig werk. Dit vergt veel van onze medewerkers en ons als organisatie. Natuurlijke doen we dit alles in goed overleg met de deelnemers.
Consequenties bedrijfsvoering Financiën Na het vaststellen van de Kadernota 2024 verwerken we de financiële effecten in onze Begroting 2024. Communicatie Na het besluit van het DB gaan we met de adoptiegroep en het RSP in gesprek over de Kadernota 2024. Ook willen we deelnemers tijdens de reactieprocedure uitnodigen om vragen aan de ODBN te stellen. Vervolg Zodra er een nieuwe cao is voor 2023 zal dit naar alle waarschijnlijkheid aanleiding zijn om de Begroting 2023 aan te passen. De aangepaste begroting zal dan een wettelijk zienswijze traject moeten doorlopen. Als we bij het opstellen van de Begroting 2024 al weten wat de cao 2023 gaat doen, dan laten we de aanpassing van de Begroting 2023 bij voorkeur meelopen met het traject van de Begroting 2024. Dat zou betekenen dat de zienswijzeprocedure voor de Begroting 2024 ook benut kan worden voor de zienswijze op de aangepaste Begroting 2023. Wanneer er bij het opstellen van de Begroting 2024 echter nog steeds geen akkoord is, zullen we de reguliere planning & control cyclus gebruiken om ons bestuur en onze deelnemers te informeren en 4
Victorialaan 1 b | 5213 JG ’s-Hertogenbosch (0485) 338 300 info@odbn.nl | www.odbn.nl
te raadplegen. Het eerst volgende moment na de Begroting 2024 is de eerste bestuursrapportage over het boekjaar 2023. Na vaststelling door het AB is het mogelijk dat deelnemers de Kadernota 2024 behandelen in de raden en Statenvergaderingen. Eventueel is een toelichting vanuit de ODBN hierbij mogelijk. Eventuele reacties leiden niet tot aanpassing van de Kadernota 2024, maar worden meegenomen en gewogen in de Begroting 2024. Voor de Begroting 2024 wordt een (wettelijke) zienswijzeprocedure gevolgd.
Bijlage(n): ▪ Kadernota 2024
Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Brabant Noord van 21 december 2022, te Oss. de secretaris,
de voorzitter,
Jan Lenssen
Kees van Rooij
5