CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - VNG model

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Budget-basissubsidie Vughtse Omroep Stichting 202213.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Voor Gemeente: Voor Omroepinstelling:

36

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Toelichting Model coproductieovereenkomst gemeente – lokale omroep Inleiding Sinds de invoering van de televisie in Nederland hebben de rijksoverheid en omroepen samengewerkt bij het maken van televisieproducties. De Rijksvoorlichtingsdienst heeft in 2000, naar aanleiding van discussies met de Voorlichtingsraad en de Tweede Kamer, een aantal praktische richtlijnen opgesteld waaraan landelijke coproducties dienen te voldoen. Deze richtlijn is nadien vervangen door de Aanwijzingen inzake coproducties en andere omroepprogramma’s van de minister van Algemene Zaken d.d. 30 juni 2004, Stcrt. 19 juli 2004, nr. 135, p. 9. De Richtlijn en de Aanwijzingen zijn inmiddels ingetrokken. Toch konden ze als uitgangspunt genomen worden voor het opstellen van een coproductieovereenkomst op lokaal niveau, tussen de gemeentelijke overheid en een lokale omroepinstelling. Tevens is gebruik gemaakt van de coproductieovereenkomst die de Gemeente Alkmaar en de Stichting Alkmaar Radio en Televisie eind oktober 2004 hebben afgesloten. Immers niet alleen de rijksoverheid maar ook gemeenten hebben de behoefte om specifieke beleidsonderwerpen via lokale media voor het voetlicht te brengen.

In de formulering van de gemeenteraad van Alkmaar staat: “het algemeen belang (is) ermee gediend dat de (….) bevolking beter en vaker kennis kan nemen van gemeentelijk beleid (…), zodat inwoners (…..) in staat worden gesteld zich daarover zelfstandig een oordeel te vormen”. Lokale omroep wordt door de raad als een geschikt medium beschouwt om “de lokale democratie in volstrekte openbaarheid te laten functioneren”. Bekostiging en coproductie Veel andere gemeenten zijn zich minder goed bewust van de mogelijkheden én van de beperkingen bij het inschakelen van de lokale omroep bij deze informatievoorziening. Via kabel en ether is het programma van de lokale omroep voor elke inwoner in de gemeente toegankelijk. Vanuit zijn wettelijke publieke taak is de lokale omroep daarbij gehouden, in zijn programma’s voldoende aandacht te besteden aan lokale informatie, cultuur en educatie. De omroep kan dus een rol spelen in het gemeentelijk openbaar debat en de versterking van de lokale democratie. De omroep is daarbij redactioneel volstrekt onafhankelijk. Sommige gemeentelijke bekostigingsvoorwaarden staan echter op gespannen voet met deze onafhankelijke positie. Zo is het al dan niet (integraal) uitzenden van raads- en commissievergaderingen van de Gemeente krachtens de Mediawet een vrije keuze van de Omroepinstelling en geen verplichting, die kan worden opgelegd.

Als de Gemeente verlangt, dat de Omroepinstelling specifiek aandacht besteedt aan vergaderingen, onderwerpen, doelgroepen en/of wijken of stadsdelen, dan kan dat alleen in de vorm van een coproductieovereenkomst. Om helderheid te scheppen over wat gemeenten wel en wat ze niet van de omroep kunnen vragen én de productie van lokale omroepproducties ‘van algemeen belang’ te stimuleren, hebben de OLON (namens de lokale omroepen) en de VNG (namens de gemeenten) een standaardmodel voor lokale coproducties ontwikkeld. Deze is aan de relevante wetgeving getoetst door het Commissariaat voor de Media. Mediawet 2008 Een lokale omroepinstelling dient zich te houden aan de Mediawet 2008 en aan beleidsregels die uitgevaardigd worden door het Commissariaat voor de Media, bijvoorbeeld op het gebied van sponsoVereniging van Nederlandse Gemeenten

37

ring. Belangrijke bepalingen in relatie tot een coproductieovereenkomst zijn: Artikel 13c, lid 2 en Artikel 48 Mediawet (Artikel 2.1. lid 2d en Artikel 288 lid 1 Mediawet 2008), welke de redactionele onafhankelijkheid en eindverantwoordelijkheid van de publieke omroepinstelling vastleggen en respectievelijk als volgt luiden: “De programma’s van de publieke omroep zijn onafhankelijk van commerciële invloeden en, behoudens het bepaalde bij of krachtens de wet, van overheidsinvloeden” en “ Iedere instelling die zendtijd heeft verkregen bepaalt, onverminderd het bij of krachtens de wet bepaalde, vorm en inhoud van haar programma en is verantwoordelijk voor hetgeen in haar zendtijd wordt uitgezonden”. Artikel 52a Mediawet (Artikel 2.106 Mediawet 2008) stelt dat programma’s die “geheel of gedeeltelijk bestaan uit nieuws, actualiteiten of politieke informatie” niet gesponsord mogen worden. In het verleden werd een gemeente slechts in uitzonderingsgevallen als ‘sponsor’ in de zin van de Mediawet aangemerkt (dat was alleen het geval als een gemeentebedrijf de programma’s betaalt; zie artikel 1 onder ll en mm van de oude Mediawet). Voorts werd financiering van deze programma-categorieën door de overheid “onwenselijk” geacht en in de Richtlijn Coproducties van cofinanciering uitgesloten (zie Aanwijzingen, i.h.b. artikel 2). In de Mediawet 2008 wordt onder artikel 1.1.

de overheid in welke vorm dan ook uitgesloten als sponsor. Ook dienen de bijdragen van overheidsinstellingen aan het begin of einde van een programma te worden vermeld. De kern is, dat de aard van de overeenkomst een samenwerkingsovereenkomst tussen een gemeente en een lokale omroep is en géén productieovereenkomst, waarbij de opdrachtgever, i.c. de gemeente, vorm en inhoud van het programma eenzijdig bepaalt. Financiering en voorwaarden lokale coproductie Bij landelijke coproducties was de richtlijn, dat beide partijen, ministerie en omroep, financieel in gelijke mate in de coproductie investeren. Dit om te voorkomen dat de omroepinstelling het vervullen van haar informatieve taak afhankelijk maakt van het coproductieregime. Bovendien wordt de (landelijke publieke) omroep al door de overheid gefinancierd. In de lokale situatie is de subsidie(bekostigings)relatie zoals gezegd niet zo vanzelfsprekend. Veel omroepen ontvangen slechts een klein bedrag of (tot voor de Mediawet 2008) zelfs in het geheel geen subsidie (bekostiging). In de lokale coproductieregeling wordt dan ook benadrukt dat het hier om een aanvullende geldstroom gaat, waarvoor apart afspraken gemaakt moeten worden.

Daarbij brengt de gemeente de financiering in en heeft de lokale omroep een inbreng ‘in natura’: de personele inbreng van redactie en productie (omroepmedewerkers en -vrijwilligers) en goedkoop gebruik van de faciliteiten van de omroep alsmede de taken en verantwoordelijkheden van de omroep als lokale zendgemachtigde. Net als de rijksoverheid zijn OLON en VNG van mening, dat het ongewenst is als lokale omroepen teveel afhankelijk worden van inkomsten uit coproducties. Er dient een gezonde balans te zijn tussen inkomsten die de omroep uit subsidie (de reguliere bekostiging) ontvangt en inkomsten uit coproducties. In geval van verzuim of wanprestatie van een der beide partijen is artikel 6:265 e.v. van het Burgerlijk Wetboek volledig van toepassing. Auteursrechten De auteursrechten van het programma berusten bij de producent, veelal de omroepinstelling zelf. Krachtens de wet is de omroepinstelling verantwoordelijk voor de kosten die gemoeid zijn met de 38

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

openbaarmaking van het programma via ether en kabel. De lokale omroepen hebben daartoe een collectieve overeenkomst afgesloten met auteursrechtelijke organisaties als BUMA/STEMRA (auteursrecht componisten/schrijvers) en SENA (auteursrecht uitvoerende artiesten). Bij gebruik van het programma door de gemeente als voorlichtingsmateriaal bijvoorbeeld voor lokale instellingen is sprake van hernieuwde openbaarmaking, waarvoor opnieuw rechten moeten worden afgedragen aan de auteursrechtelijke organisaties. Volgens deze coproductie-overeenkomst zijn deze kosten dan voor rekening van de gemeente en niet voor rekening van de lokale omroep, tenzij ook de hernieuwde openbaarmaking plaats vindt in de zendtijd van de omroepinstelling. Dat laatste kan op basis van een aanvullende overeenkomst.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

39

40

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

8 Checklist criteria lokaal toereikend media-aanbod, OLON Voldoet uw omroep al aan alle criteria van het Lokaal Toereikend Media-aanbod? Door het invullen van de checklist weet u waar uw omroep/samenwerkingsverband staat. Wat gaat er al goed en waar liggen de verbeterpunten?

A. HET MEDIAPRODUCT 1. Focus Natuurlijke habitat a. Gericht op stadsregio/streek > 100.000 < 500.000 inwoners? b. Organisatie model: Zelfstandige Stadsomroep? Streekomroep fusie? Streekomroep paraplu/samenwerkingsverband? Nieuws en informatie c. Werkdagelijks actueel nieuws op radio? d. Werkdagelijks actueel nieuws op tv? e. Fulltime nieuwsredactie met piketdiensten buiten kantoortijden? f.

50% van de procucties ICE

g. Voldoende aandacht voor specifieke dorpen/wijken in gebied Hoe georganiseerd?... h. Hyperlokale redacteuren (steden, dorpen, wijken) i.

Interactie met/participatie burgers in mediaproductie Op welke wijze?.....

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

41

2. Omroep maakt gebruik van alle relevante mediakanalen Radio (audio) a. via alle pakketaanbieders (kabel, glasvezel, e.d.) Welke:… b. Streaming audio c. FM d. (DAB+ , nog niet beschikbaar) TV (video) a. via alle pakketaanbieders (kabel, glasvezel, e.d.) Welke:… b. Streaming video c. (DVB-T Nog niet beschikbaar) Internet (tekst/foto/a/v/) a. Streams b. interactieve (participatiegerichte) internetsite Op welke wijze interactief?.... c. Mobiele app (tenminste IOS, Android) Overigen:… d. Social Media (tenminste Twitter, Facebook) Overigen:…. 3. (Centrale) contributie en Distributie via OLONMediahub? Live a. Wordt live Radio en TV aangeboden aan alle pakketaanbieders? b. Wordt daarbij gebruik gemaakt van de OLONMediahub? On Demand a. Worden uitzendingen aangeboden tbv: Internet Apps Welke apps?.... (Uitzending Gemist NPO, nog niet beschikbaar) b. Wordt daarbij gebruik gemaakt van de OLONMediahub? Data c. Beschikt de omroep over datagegevens tbv EPG

B. DE RELEVANTIE 1. Redactie Betrouwbaar en onafhankelijk a. Borging journalistieke kwaliteit en onafhankelijkheid in structuur en processen Hoe?.... b. Goed functionerend PBO Komt 3 maal per jaar bij elkaar Stelt jaarlijks programmabeleid vast

42

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

c. Samenwerking met: Bibliotheken Scholen Culturele en maatschappelijke instellingen Welke?... d. redactionele aandacht voor alle maatschappelijke stromingen/organisaties Hoe?... Redactionele kwaliteit a. Professioneel aangestuurde journalistiek/redactie. Hoe? Betaalde of onbetaalde gekwalificeerde medewerkers?... b. Redactie maakt gebruik standaard journalistieke uitgangspunten en werkmethoden c. Redacteuren geworteld in lokale samenleving 2. Kwaliteitsmanagement Planning en control a. Vijfjarenbeleidsplan en begroting b. Jaarlijks businessplan en begroting c. Vijfjaarlijkse kwalitatieve toets en visitatie d. Driejaarlijks kijk- en luisteronderzoek e. Hanteert kwaliteitsstandaarden tav: Redactiestatuut/programmastatuut Personeelsbeleid Financiele huishouding Technische voorziening

C. DE BEDRIJFSVOERING 1. Duurzame financiele bedrijfsvoering a. Maakt gebruikt van gestandaardiseerde administraties en jaarrekeningen 2. Basisbegroting a. Begroting vanaf 500.000 euro Totale begroting 2014:… b. Eigen inkomsten tenminste even hoog als bekostiging (excl.co-producties) Totale eigen inkomsten:… c. Sturing op budgetten bedrijfsvoeringen infrastructuur op regionaal niveau Hoe?... 3. Productie a. Contentproductie voor derden (inc. overheid) tegen marktconforme prijzen Voor wie?... b. Maakt gebruik van standaard co-productieovereenkomst

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

43

44

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

9 Checklist opzet meerjarenbeleidsplan inclusief begroting lokale omroep, OLON/VNG mei 2004 NB. De periode loopt bij voorkeur parallel aan de zendvergunning van de omroep, d.w.z. 5 jaar

1. Kleine omroep 1

Voorwoord en samenvatting

2

Uitgangspunten programmabeleid

•

Missie, doelstelling, doelgroepen

•

Lokale relevantie

•

Randvoorwaarden: Mediawet, redactiestatuut

3. Programmering radio •

Programmaschema en toelichting informatieve, culturele en educatieve programma’s

•

Eventueel: programma’s voor doelgroepen; samenwerking regionale omroep

4. Programmering (tekst)televisie •

Idem

5. Teletekst en website •

Opzet, systeem, soorten informatie enz.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

45

6. Organisatie •

Samenstelling en werkwijze Programmabeleidsbepalend Orgaan

•

Samenstelling en werkwijze bestuur en redactie

•

Deelname omroep in lokaal cultureel/maatschappelijk veld

7. Huisvesting en techniek •

Voorzieningen en faciliteiten

8. Inkomsten uit reclame en overige inkomsten •

Prognose reclame en sponsoring

•

Prognose overige inkomsten

9. Financiën •

Overzicht meerjarenbegroting

•

Specificatie van de uitgaven en inkomsten

•

Uitgaven: algemene kosten, huisvesting en distributie, studio en apparatuur, medewerkers.

•

Inkomsten: subsidie, reclame/sponsoring, overige inkomsten.

Bijlagen: a. Balans en investeringsoverzicht b. Overzicht samenstelling pbo, bestuur en medewerkers lokale omroep c. Statuten omroep d. Reglement Programmabeleidsbepalend Orgaan, redactiestatuut enz. e. P.M. Resultaten KLO-onderzoek

2. Grote omroep 1. Voorwoord en samenvatting 2. Uitgangspunten programmabeleid •

Missie, doelstelling, doelgroepen

•

Lokale relevantie

•

Kijk- en luisteronderzoek

•

Randvoorwaarden: Mediawet, redactiestatuut

3.

Programmering radio

•

Programmaschema en toelichting informatieve, culturele en educatieve programma’s

•

Eventueel: programma’s voor doelgroepen; toegangsomroepen; samenwerking regionale en lokale omroepen

4. Programmering televisie •

Als bij radio

5. Programmering tekstkanaal •

46

Format; soorten lokale en algemene informatie/berichtgeving; muziek; enz.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

6. Teletekst en website •

Opzet; soorten lokale en algemene informatie/berichtgeving; functionaliteiten; enz.

7. Organisatie •

Samenstelling en werkwijze Programmabeleidsbepalend Orgaan

•

Samenstelling en werkwijze bestuur en redactie

•

Deelname omroep in lokaal cultureel/maatschappelijk veld

•

Opleidingen intern (en extern, zoals educatieve projecten)

8. Huisvesting en techniek •

Voorzieningen en faciliteiten

9. Marketing, publiciteit en reclame •

Werkwijze, middelen

•

Prognose reclame en sponsoring

•

Prognose overige inkomsten

•

Archivering omroepproducties

10.

Financiën

•

Overzicht meerjarenbegroting (en stappenplan)

•

Specificatie van de uitgaven; hoofdposten:

•

Personeel

•

Inhuren faciliteiten bij derden

•

Huisvesting

•

Afschrijving

•

Algemene kosten

•

Specificatie van de inkomsten; hoofdposten:

•

Subsidie programma

•

Reclame en sponsoring

•

Overige inkomsten (donaties, contributies, nevenactiviteiten)

Bijlagen: a. Balans en investeringsoverzicht b. Overzicht samenstelling PBO, bestuur en medewerkers lokale omroep c. Statuten omroep d. Reglement PBO, redactiestatuut enz. e. P.M. Resultaten kijk- en luisteronderzoek

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

47

48

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

10 Gegevens over benodigde uitgaven drie omroepmodellen OLON i.o.m. VNG 2003 Model 1 ‘kleine lokale radiomodel’ klein: 0-25.000 inw.

Model 2 ‘semi-professionele lokale radiomodel’ middelgroot: 25.000-100.000 inw.

Model 3 ‘semi-professionele lokale rtv-model’ groot: > 100.000 inw.

Module radio/organisatie (incl. website) algemene kosten

14.900

24.700

42.500

kantoor, contributies, bestuurskosten

2.000

2.900

4.200

auteursrechten radio

1.100

3.000

6.100

800

1.500

1.700

Verzekeringen publiciteit (jingle, drukwerk, overig)

3.000

4.500

6.500

administratie/accountant

1.100

2.400

3.200

reis, verblijf, representatie

1.000

1.900

3.300

reclame en acquisitie

3.000

3.500

4.500

overig (BTW, bankkosten, rentekosten)

2.900

5.000

13.000

huisvestingskosten

18.600

24.200

35.400

Huurkosten

4.700

5.800

10.000

telefoon, energie, beveiliging, onderhoud

5.000

7.000

14.000

kosten digistream incl. afschr. codec 3 jr.

8.900

11.400

11.400

kosten aanvoer kabelkopstation

P.M.

P.M.

P.M.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

49

Model 1 ‘kleine lokale radiomodel’ klein: 0-25.000 inw.

Model 2 ‘semi-professionele lokale radiomodel’ middelgroot: 25.000-100.000 inw.

Model 3 ‘semi-professionele lokale rtv-model’ groot: > 100.000 inw.

studio-inrichting en apparatuur (incl. reportagezender, RDS)

22.900

41.600

52.700

afschrijving apparatuur 3 jr.

18.300

31.500

31.500

kleine aanschaf, productie, onderhoud

2.600

6.100

14.200

afschrijving en onderhoud zender 5 jr.

2.000

4.000

7.000

23.400

46.800

111.400

professionalisering vrijwilligerswerk (opleiding, verzekering, kantine)

3.400

6.800

11.400

loonkosten personeel

20.000

40.000

100.000

vrijwilligers en personeel

10% kosten onvoorzien

8.000

13.700

24.200

Totaal radio met website

87.800

151.000

266.200

Tekstkanaalmodule

4.200

14.100

17.200

afschrijving 3 jr.

2.400

8.300

8.300

productie, onderhoud, auteursrecht

1.800

5.800

8.900

Televisiemodule

n.v.t.

10.600

68.300

afschrijving 3 jr.

6.500

51.300

productie/onderhoud

4.000

17.000

Teletekstmodule

n.v.t.

4.500

afschrijving 3 jr.

3.400

productie/onderhoud

1.100 400

2.500

9.000

10% kosten onvoorzien Totaal tekstkanaal & tv & teletekst

4.600

25.200

99.000

TOTAAL

92.400

176.200

365.000

50

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

11 Notitie Kijk- en Luisteronderzoek publieke lokale omroep OLON i.o.m. VNG 2005 P.S. Beleidsinstrumenten Commissariaat voor de media, www.cvdm.nl Voorwoord Begin 2003 heeft de OLON een rapport gepubliceerd over de financiering van de publieke lokale omroep in Nederland. Uit een eerste reactie van de VNG tijdens de presentatie van deze nota bleek, dat veel gemeenten concrete informatie willen hebben over het functioneren van hun omroep en daarbij denken aan kijk- en luisteronderzoek. Sommige gemeenten gaan zelfs zover, dat zij onderzoek – en goede onderzoeksresultaten - als voorwaarde stellen alvorens tot subsidiëring wordt overgegaan, zo stelde het CvdM in 2002. Afgezien van het feit dat het stellen van dergelijke directe eisen zich naar de mening van de OLON slecht verhoudt met de positie van de lokale omroep op basis van de Mediawet en het volgens het CvdM zelfs wettelijk onacceptabel is ontbreekt het de gemeenten vaak ook aan inzicht in wat zij van hun lokale omroep aan onderzoeksresultaten kunnen en mogen verwachten. Deze notitie beoogt een handvat te bieden aan gemeenten die overwegen om kijk- en luisteronderzoek naar de lokale omroep uit te (laten) voeren.

1. Lokaal kijk- en luisteronderzoek is gefragmenteerd Kijk- en luisteronderzoek biedt een omroep informatie over de samenstelling van zijn publiek en geeft relevante feedback over welke programma’s goed of minder goed beluisterd of bekeken worden, op welke tijdstippen dat gebeurt, hoe lang geluisterd of gekeken wordt, enz. Met deze informatie kan het ingezette programmabeleid gemonitord worden en krijgt het programma-beleidsbepalende orgaan Vereniging van Nederlandse Gemeenten

51

(PBO) van de omroep de gelegenheid de ingezette koers bij te stellen, als dat noodzakelijk blijkt. Maar kijk- en luisteronderzoek is uiteraard ook interessant voor andere betrokkenen, zoals adverteerders en financiers (de gemeente). Kijk- en luisteronderzoek is dus belangrijk, ook voor lokale omroepen. Lokale omroepen worden niet als aparte categorie opgenomen in gestandaardiseerde landelijke metingen zoals het Continu Kijk- en Luister Onderzoek, dat tweemaandelijks door onderzoeks-bureau Intomart wordt uitgevoerd. Dergelijk continu onderzoek is kostbaar en voor de meeste lokale omroepen niet op te brengen. Kijk- en luisteronderzoek van publieke lokale omroepen is daarom veelal incidenteel van karakter en er zijn maar heel weinig omroepen die enkele jaren achtereen een onderzoek laten uitvoeren. De meeste lokale omroepen nemen daarbij kleine onderzoeksbureaus of studenten van een universiteit of hogeschool in de arm – en vaak doen ze het ook zelf. Dit komt de onderlinge vergelijkbaarheid – en in sommige gevallen ook de kwaliteit van de resultaten - van het onderzoek niet altijd ten goede.

2. Het belang van een nulmeting Net zoals er grote verschillen zijn tussen gemeenten, bestaan die ook tussen lokale omroepen. Een ‘gemiddelde’ gemeente bestaat niet en dat geldt ook voor de lokale omroep, die door de gemeente wordt bediend. Gemeentelijke kenmerken als: •

samenstelling van de bevolking (verhouding autochtonen, allochtonen, jongeren, ouderen, gezin-

•

ligging (stad, platteland, Randstad, het ‘sociale verzorgingsgebied’ van de omroep);

•

karakter van de gemeente (‘oud’ versus ‘nieuw’, forensengemeente, streekgemeente, enz.);

•

aanwezigheid andere lokale media (nieuwsblad, lokaal dagblad, commerciële radio, enz.);

•

zullen een rol spelen in de positie van de lokale omroep in die gemeente.

nen, alleenstaanden enz.; elke groep gebruikt radio en televisie op een andere wijze);

Bovendien speelt ook de omroep zelf natuurlijk een belangrijke rol. Factoren als de financiële middelen van de omroep (subsidies en/of reclame enz.) en vooral de inzet, de ervaring en de continuïteit van de veelal op vrijwillige basis werkende omroepmedewerkers zullen invloed hebben op het functioneren van de omroep. Een gemiddelde lokale omroep in Nederland bestaat dus niet, al hebben sommige gemeenten - en sommige omroepen - natuurlijk combinaties van bovenstaande kenmerken gemeen. Gemeenten die voor hun omroep een referentiekader willen vaststellen, zouden daarom op zoek moeten gaan naar een ‘match’ voor hun gemeente en omroep. In de praktijk zal dat moeilijk uit te voeren zijn. Maar er is een eenvoudiger manier: die van de nulmeting. De OLON adviseert al sinds jaar en dag aan gemeenten, die door middel van kijk- en luisteronderzoek de verrichtingen van de lokale omroep willen monitoren, eerst een nulmeting uit te voeren. Vervolgens kan in goed overleg met de omroep een doelstelling worden bepaald voor de ontwikkeling van het bereik van omroep binnen de gemeente. In de visie van de OLON moet bij het bepalen van die doelstelling niet alleen worden gekeken naar de kwantitatieve aspecten van kijk- en luisteronderzoek, maar ook naar kwalitatieve.

Een programma kan een laag bereik hebben, maar toch van cultuurpolitieke belangrijke waarde worden geacht (bijvoorbeeld het uitzenden van de gemeenteraadsvergaderingen). Ook kan de ontwikkeling in het kijken en/of luisteren naar een aantal - voor de lokale gemeenschap van belang geachte ‘informatieve, culturele en educatieve (ICE)’-onderdelen in de programmering belangrijker worden geacht dan die van de programmering als geheel. 52

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Uiteraard moeten verwachtingen over de ontwikkeling van kijk- en luistergegevens vergezeld gaan een haalbare financiële meerjarenbegroting, waar beide partijen in investeren – de gemeente met bekostiging, de omroep met menskracht en additionele financiële inkomsten. De OLON zou daarbij wellicht een adviserende rol kunnen spelen. Uitgangspunt voor de OLON is, dat als een gemeente reëel investeert in een omroep, zij de prestaties van lokale omroep daar na verloop van tijd op kan afrekenen – mits de omroep ook een reële kans heeft gekregen om de gezamenlijk overeengekomen doelstellingen te halen. Dit pleit volgens de OLON in elk geval voor een subsidiëring over meerdere jaren, op basis van een meerjarenbeleidsplan (bijvoorbeeld door de gemeentelijke bekostiging parallel te laten lopen aan de zendvergunning).

3. Maatstaven van onderzoek Het week- en dagbereik van de publieke lokale omroep geeft informatie over het wekelijks dan wel dagelijks kijken en/of luisteren naar het station. Ook de landelijke publieke omroep gebruikt dergelijke gegevens (in het eigen KLO-onderzoek), naast de meer gebruikte maatstaven ‘luisterdichtheid’ en ‘marktaandeel’, die Intomart bijvoorbeeld gebruikt voor het Continu Luister Onderzoek (CLO). Deze laatste twee maatstaven zijn voor de lokale omroep minder relevant. De kijk- en luisterdichtheid en het marktaandeel zijn commerciële maatstaven die het kijken of luisteren door specifieke doelgroepen in bepaalde tijdsvakken meten; adverteerders vragen om deze informatie. Bovendien is deze meetmethode bewerkelijk en dus duur. Luisteraars dienen gedurende een week elk kwartier een dagboek bij te houden waarin zij moeten aangeven naar welke zender(s) is gekeken of geluisterd De kijk- en luisterdichtheid en het marktaandeel worden per tijdvak berekend; over een dag (en een week) ontstaat dan een gemiddelde. Bij vragen naar het week- en dagbereik kan worden volstaan met een enkele (goedgeformuleerde) vraag. Door deze te combineren met informatie over naar welke programma’s is gekeken of geluisterd en hoelang, kan informatie worden verkregen over het kijk- en luistergedrag naar de zender.

Verder is de vraag, wat ‘harde’ gegevens als luisterdichtheid nu eigenlijk voor informatie bieden. Omroepen als Sky Radio, Radio 2 en Radio 538, die de hoogste luisterdichtheid in Nederland hebben, worden veelal als ‘muzikaal behang’ gebruikt; de nonstop muziekzenders staan bij veel mensen of in bedrijven de hele dag aan. Voor adverteerders is de jongerenmarkt of vrouwen 30+ bijvoorbeeld interessant. Dus richten veel commerciële omroepen zich op deze specifieke doelgroepen, omdat zij voor 100% afhankelijk zijn van advertentie-inkomsten. Voor de publieke lokale (en regionale) omroepen, die een ‘full service’ karakter hebben is veel belangrijker, dat zij over de week of dag verspreid door specifieke interessegroepen beluisterd worden en cumulatief een zo breed mogelijk publiek ‘bereiken’. Met andere woorden, dat de lokale omroep op bepaalde momenten van de dag bewust wordt aangezet, te vergelijken met het NOS Journaal op televisie of de nieuwsbulletins op het hele uur op de radio.

4. Kerngetallen bereik lokale omroep 2005 De incidentele onderzoeken die omroepen (laten) verrichten worden door de OLON zo veel mogelijk geïnventariseerd en geanalyseerd, zodat toch een beeld ontstaat van de ontwikkeling van het kijken Vereniging van Nederlandse Gemeenten

53

en luisteren naar publieke lokale omroep. Daarnaast heeft OLON met steun van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap medio 2005 een grootschalig onderzoek naar bereik, waardering en gebruik van de lokale omroepmedia (radio, televisie, kabelkrant, teletekst en website) kunnen laten uitvoeren door onderzoeksbureau Interview. NSS. Dit gebeurde door middel van een ‘mixed mode’ onderzoek (internet en telefonisch) in mei-juni 2005 onder 8370 respondenten (13+ jaar) in gemeenten met een lokale omroep (90% van de totale Nederlandse bevolking). Door gelijktijdig lokale omroepen de gelegenheid te bieden om onderzoek uit te laten voeren binnen dezelfde onderzoeksopzet hoopt de OLON onderzoek onder lokale omroepen te stimuleren en het gemiddelde landelijke beeld met de individuele gegevens de komende jaren verder te kunnen nuanceren. In 2005 deden 11 omroepen hieraan mee. OLON wil het landelijke onderzoek jaarlijks gaan herhalen en omroepen en gemeenten zodoende de gelegenheid bieden aan te haken. De resultaten van het landelijk onderzoek zijn eind september 2005 gepresenteerd en worden vervolgens in een brochure gepubliceerd. De onderzoeksresultaten van individuele omroepen kunnen sterk uiteenlopen. Niettemin geeft het landelijke onderzoek het volgende gemiddelde beeld: Gemiddeld bereik & waardering lokale radio (bron: Interview.NSS, 2005) weekbereik (1)

dagbereik (2)

waardering (3)

12%

5%

6,9

Gemiddeld bereik & waardering lokale televisie (bron: Interview.NSS, 2005) weekbereik (1)

dagbereik (2)

waardering (3)

17%

7%

6,6

Gemiddeld bereik & waardering lokale kabelkrant (bron: Interview.NSS, 2005) weekbereik (1)

dagbereik (2)

waardering (3)

16%

6%

6,6

1

weekbereik: het aantal respondenten dat eenmaal per week of meer kijkt of luistert.

2

dagbereik: het aantal respondenten dat dagelijks kijkt of luistert.

3

waardering: wordt uitgedrukt in een rapportcijfer (1-10).

Om deze resultaten in perspectief te zetten zijn deze tevens afgezet tegen die van de landelijke en regionale (publieke en commerciële) omroepen. Dan blijkt bijvoorbeeld dat lokale radiozenders veel beter worden beluisterd dan grote publieke zenders als Radio 4 en 747 AM en ook beter dan een aantal grote landelijke commerciële zenders. Ook blijkt dat lokale televisie relatief goed scoort, zeker als wordt bedacht dat de productie-budgetten vaak een fractie van de landelijke omroepmiddelen zijn en veel omroepen niet op dagelijkse basis een volledig programma kunnen verzorgen. Tenslotte tevens het gebruik en de functie van de verschillende lokale omroepmedia onderzocht. Daaruit blijkt dat lokale omroepmedia vooral worden gebruikt vanwege de lokale informatie op allerlei gebied, die deze media bieden. 54

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

Voor meer informatie wordt verwezen naar www.olon.nl.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

55

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=c55e8059-b426-44e0-96ab-01623f27cbeb