Bijlage - Visie Wonen in het buitengebied_def
Tekst van het document
Afbeelding 5: Eendenkooien in open komgebied (Foto: Fons Mandigers)
Richtlijnen landschap • • • • • • • • •
Grootschalige aanplant van bomen en singels in open gebied voorkomen Lage beplanting van inheems plantmateriaal ten behoeve van de weidevogel toegestaan Versterken en behouden contrast tussen open komgebied en beslotenheid van groene zuidrand (bomenrijen langs het Afwateringskanaal) Behouden en versterken zichtrelatie met ‘s-Hertogenbosch Behouden en versterken karakter van eendenkooien als ‘groene eilanden’ in de open ruimte Behoud en versterking van natte karakter van de Moerputten Agrarische functie behouden Behoud historische structuren (linie 1629) Versterk lijnvormige beplantingsstructuren langs sloten en kavelgrenzen 51
Jonge zandontginning Landschappelijke kernkwaliteiten: • • • • • •
Kleinschaligheid door afwisseling van akkers, weiden met bosjes en losstaande bomen Halfopen gebied Groene landschapselementen zoals kleine bosschages, bomenlanen en houtwallen Weide- en hooilanden Smalle kavels van elkaar gescheiden door sloten Zicht op waardevolle beplantingselementen
52
Gebiedskenmerken De jonge zandontginningen zijn de laatste delen die ontgonnen zijn in de gemeente. Deze gebieden hadden vaak een wat natter karakter, waardoor ze pas later interessant werden om te ontginnen. Hierdoor zijn de kavels wat smaller en langgerekt en worden ze van elkaar gescheiden door sloten. Zo kan het water sneller weg en worden de percelen bruikbaar voor met name grasland. Door het van oorsprong natte karakter is in dit gebied ook minder (historische) bebouwing te vinden. Brokken Broek Het gebied van de Brokken broek (ten oosten van Helvoirt) is een broekontginning. Dit van oorsprong natte deel met de bijbehorende natte broekbossen is een van de laatste delen die werden ontgonnen. Vandaar dat dit gebied is ingedeeld bij de jongen ontginningen. Kenmerkend voor dit gebied is de rechte verkaveling en de nog aanwezige (broek) bossen.
Afbeelding 6: Zicht over de weilanden in het gebied van de jonge zandontginningen
Richtlijnen landschap • • • • • • • • •
Versterk lijnvormige beplantingsstructuren met inheems plantmateriaal langs wegen, sloten en kavelgrenzen Behouden en versterken houtwallen en – singels, hakhoutbosjes en grienden Afwisseling tussen open en besloten behouden (kamerstructuur) Belangrijke zichtlijnen over open akkers behouden of creëren Zicht op achterliggend bosgebied behouden Versterk lijnvormige beplantingsstructuren langs sloten en perceelsranden Creëeren van natuurvriendelijke oevers Toevoeging van inheemse beplanting op percelen of perceelsranden Natuurontwikkeling (op achterliggende percelen) ter versterking van Natuur Netwerk Brabant 53
Beekdalen Landschappelijke kernkwaliteiten: • • • • • • •
Groenstructuren parallel en/of haaks aan beken Veel biodiversiteit en ecologische waarden aanwezig Weide- en hooilanden Ecologische verbindingszone (meanderende) beken en waterlopen Beleefbaarheid van het water Zichtlijnen tussen hoger gelegen dekzandlandschap en lager gelegen beekdallandschap
54
Gebiedskenmerken Beekdallandschap Door de gemeente Vught lopen een aantal beken, de Dommel, de Essche Stroom, de Broek- en de Zandleij. Langs de Zandleij is een ecologische verbindingszone aangelegd. In het verleden waren beekdalen te herkennen aan de relatief lage ligging, en de aanwezigheid van opgaande beplantingen dwars op de beek. Ze waren in gebruik als weide-of hooiland of gewoon als moeras en werden “beemden” genoemd. Sommige beekdalen zijn nu niet goed meer te herkennen doordat ze genormaliseerd en gekanaliseerd zijn, en doordat door her- en ruilverkaveling, de karakteristieke percelering en verdeling door middel van groen verdwenen is. De Esschestroom heeft een kenmerkende meanderende vorm. Beekdalen zijn om zowel historische, landschappelijke, geomorfologische, ecologische als waterhuishoudkundige redenen beschermingswaardig. Waar de beekdalen door ruilverkaveling en normalisatie verloren zijn gegaan, bestaat een sterke potentiële natuurwaarde. Het beekdal van de Dommel is bijzonder omdat de oude akkers hier zonder een zoom van beemdgronden direct aan het water van de beek grenzen. De steile overgang van hoge zandgronden naar lager gelegen beekdal is aangeduid als geologisch waardevol. In dit gebied is in feite sprake van een concentratie en stapeling van waarden, geologie, landschap, historie, water en natuur.
Kanaalcorridor Het afwateringskanaal ‘s-Hertogenbosch – Drongelen is door de mens gegraven om het Bossche Broek (’s-Hertogenbosch) te ontlasten bij wateroverlast. Het kanaal wordt aan beide zijden landschappelijk begeleid door bomenrijen en is daardoor een zichtbaar landschapselement in het gebied. Daarbij vormt het kanaal een fysieke grens tussen de open komgebieden en de overige landschappen van Vught.
Afbeelding 7: Esschestroom bij landgoed Bleijendijk (Waterschap De Dommel, www.dommel.nl)
Richtlijnen landschap • • • • • •
Versterken van ecologische waarden door middel van natuurontwikkeling Behoud en versterken opgaande beplanting met inheems plantmateriaal parrallel en haaks aan beken Beleefbaarheid van het water vergroten Groene structuur en ecologische verbinding langs het afwateringskanaal behouden en versterken Ecologische verbinding van de Zandleij behouden en versterken Meanderende structuur van de Esschestroom behouden 55
Besloten bosgebieden Landschappelijke kernkwaliteiten: • • • • • • •
Naald- en loofbos Landgoederen Zichtlijnen Heidegebied met kenmerkende Lunettenlijn Aanwezigheid van cultuurhistorische bebouwing Gebied IJzeren Man Structuur van open- en geslotenheid
56
Gebiedskenmerken De bosgebieden zijn duidelijk te onderscheiden in het landschap vanwege de opgaande vegetatie, bestaande uit naaldbossen en loofbossen. De oude landgoederen, Vughtse Heide en IJzeren Man zijn de locaties die het meest bosrijk zijn. Daarnaast zijn er verspreid door het landschap rondom Vught nog een aantal kleinere bosschages te vinden. Vughtse Heide en Loonse en Drunense Duinen Door begrazing en plaggen ontstond een nutriënt arm gebied. Hierdoor ontstond de bekende heidevegetatie. Bij de Loonse en Drunense Duinen werd zoveel begraasd en geplagd dat er op sommige plekken enkel stuifzand overbleef. Van oudsher waren deze gebieden dus vrij open. Later, toen men stopte met intensieve begrazing groeide het gebied dicht met naald- en later ook loofbos. Op enkele plekken is het voormalige heidegebied en de stuifzandgebieden nog in tact. Op de Vughtse Heide zijn ook de militaire verdedigingswerken, zoals de Lunetten, in de loop der tijd begroeid door bos. De IJzeren Man Van oudsher onderdeel van de Vughtse Heide, werd op de locatie IJzeren Man zand gewonnen. Hierdoor ontstond een groot gat van zo’n 52 hectare. Nadat men stopte met zandwinning op deze locatie, vulde het gat zich langzaam met water. In het midden is er nog een eiland aanwezig. Dit eiland is een overblijfsel van een smalle dijk die vroeger twee meren van elkaar scheidden.
Ook de omgeving werd weer aan de natuur overgelaten. Hierdoor ontstonden de nog altijd bestaande bossen rond de IJzeren Man. Mozaïekpatroon Land- en bosbouw exploiteerden eeuwenlang de natuur. In grote delen van Europa leidde dit tot een scherpe scheiding tussen grasland en bebossing. Het mozaïekpatroon is een structuur om door middel van kapbeheer een meer natuurlijke soortensamenstelling en verjonging van het bosbestand te exploiteren. Door een aantal kleine blokken te kappen volgens een dambordpatroon i.p.v. grootschalige kap en zo kaalslag te voorkomen, krijgt het gebied een mozaïekstructuur waarin alle leeftijdsklassen in beplanting aanwezig zijn.
Afbeelding 8: Vughtse Heide (Foto: Menno Slaats - natuurbeleven.com)
Richtlijnen landschap • • • • • •
Behouden en versterken van de landgoederen Behoud en versterking van het mozaïekpatroon van open en gesloten bos, akkers en weiden Behoud en versterken zichtlijnen op landgoederen Bij verjongen/kap van bomen dit spreiden over het gebied zodat er geen “open plekken’ in het bosgebied ontstaan. Open houden van het heidegebied en stuifzandgebieden Bijzondere samenhang versterken tussen cultuurhistorische structuur van De Lunetten, de landgoederen, de Loonse en Drunense Duinen, Fort Isabella en de omliggende natuur 57
Kampen- en hoevenlandschap Landschappelijke kernkwaliteiten: • • • • • •
Halfopen gebied Groene landschapselementen zoals kleine bosschages, bomenlanen en houtwallen Essen (open bolle akkers) Weide- en hooilanden Beeldbepalende mais en aardappelvelden Zicht op waardevolle beplantingselementen
58
Gebiedskenmerken Het kampen- en hoevenlandschap vormt in feite de basis voor de kernkwaliteiten van het nationaal landschap Het Groene Woud. Het is een afwisselend open en besloten kamerlandschap bestaand uit dorpen, oude (bolle) akkers, bosjes en houtwallen. Karakteristiek voor dit landschap is dat het wordt doorspekt met landschapselementen zoals houtwallen en –singels, hakhoutbosjes en grienden, lanen, solitaire bomen, hoogstamboomgaarden en bloem- of kruidenrijke bermen en zomen. Hiermee onderscheidt het landschap zich sterk van de Gement, waar slechts bomenrijen, erfbeplantingen en een enkele solitaire boom te vinden zijn. Dit onderscheid kan in de toekomst nog meer worden benadrukt door de kamerstructuur van het Kampen- en Hoevenlandschap te versterken. Een bijzondere plek in dit landschapstype wordt ingenomen door de zogenaamde essen of bolle akkers, die liggen bijvoorbeeld aan de zuidzijde van Cromvoirt. Dit zijn de oude landbouwgronden die in de loop der eeuwen langzaam zijn opgehoogd door bemesting. De akkers zijn van oudsher open plekken en contrasteren daarmee met de omgeving. Het is niet de openheid of beslotenheid pur sang die de basis vormt voor de landschapsstructuur, maar juist een afwisseling van openheid en beslotenheid. Om die balans te beschermen of mogelijk te versterken is maatwerk nodig.
Afbeelding 9: Open en beslotenheid in het Kampen- en Hoevenlandschap (nabij hoevensestraat, bron: parius.nl)
Richtlijnen landschap • • • • • • • •
Versterken en behoud bolle akkers (o.a. openheid behouden en randen aanzetten met inheemse beplanting) Versterk lijnvormige beplantingsstructuren met inheems plantmateriaal langs wegen, sloten en kavelgrenzen Behouden en versterken houtwallen en – singels Afwisseling tussen open en besloten behouden (kamerstructuur) Belangrijke zichtlijnen over open akkers behouden of creëren Versterk lijnvormige beplantingsstructuren langs sloten en perceelsranden Toevoeging van inheemse beplanting op percelen of perceelsranden Natuurontwikkeling (op achterliggende percelen) ter versterking van Natuur Netwerk Brabant 59
Achtergrondinformatie
60
A. Analyse landschap A1. (A)biotische invloeden Hoogte De naam ‘Vught’ komt van het woord ‘fuchte’ of ‘vocht’. Dit wijst op de vochtige grond waarop het dorp is ontstaan. Met name het noordelijke gedeelte van de gemeente is laag en nat. In het oosten stroomt door de lagere gedeelten de Essche stroom. Ten zuidwesten van de gemeente stroomt de Broekleij ook door een lager gelegen gebied. Toch wijst de reliëfkaart op hogere delen, zoals Cromvoirt, de Vughtse Heide en zuidwestelijk gelegen landgoederen en de Zandleij.
Hoogtekaart: Geel hoog en blauw laag
61
A1. (A)biotische invloeden Geomorfologie De kaart hieronder geeft de geomorfologische ondergrond weer. Deze vormt de basis voor het huidige landschap en landschapstypen van de gemeente Vught. Ondanks haar grote oppervlakte bebouwd gebied vormt het een bijzonder en afwisselend landschap. De in de vorige paragraaf genoemde lager gelegen delen zijn ook hier te herkennen in de beekdalen en waterbergingsgebied. Hoger gelegen gebieden liggen op de dekzandruggen en -vlaktes. Hierop ontstonden ook de plaatsen Vught en Cromvoirt. De overgang van het reliëfrijke dekzandgebied naar de lage polders met hun kleilaag zijn nog duidelijk herkenbaar in het landschap.
62
A1. (A)biotische invloeden Bodem Binnen de gemeente komen (verspoelde) dekzandvlaktes voor, afgewisseld met dekzandruggen en beekdalbodems. Aan de westkant van Vught komen tevens lage landduinen voor. Rond de nederzettingen is landbouwdek toegevoegd op de dekzandruggen, de zogenoemde esdekken. Deze ontstonden door eeuwenlange ophoging van de landbouwgronden door middel van stalmest, bosstrooisel en heide- of grasplaggen. Deze hogergelegen landbouwgronden zijn kenmerkend voor dit gebied.
63
A1. (A)biotische invloeden Natuur Het beschermen van natuur is belangrijk voor de biodiversiteit, maar ook voor een aantrekkelijke omgeving. Binnen de gemeente Vught liggen meerdere natuurgebieden. In het noorden van de gemeente ligt Natura 2000 -gebied, een deel van het drieluik Vlijmens Ven, Moerputten en Bossche Broek. Het maakt deel uit van ‘de Naad van Brabant’ ten zuidwesten van ‘s-Hertogenbosch. Het ligt op de overgang van voedselarm zand naar voedselrijke rivier- en zeeklei, plaatselijk vermengd met veen en de menging van verschillende soorten grond- en oppervlaktewater. Hier ontstaan diverse gradiënten die zorgen voor een grote diversiteit aan soorten. Vanwege opkomend kwelwater is dit een nat gebied met bijzondere vegetatie. Veel van de groenstructuren die gemeente Vught rijk is, behoren tot Natuur Netwerk Brabant (NNB). Denk hierbij aan de landgoederen en Vughtse Heide. Maar ook de vele bomenlanen en kruidenrijke bermen maken deel uit van NNB. Om voor een robuust natuurnetwerk te zorgen worden zo veel mogelijk natuurgebieden met elkaar verbonden. Een belangrijke verbindingszone is gerealiseerd langs het afwateringskanaal ’s-Hertogenbosch-Drongelen. Ook wordt gewerkt aan een ecologische verbindingszone haaks op deze verbindingszone tussen het Vlijmens Ven en het zuidenwesten van de gemeente langs de Zandleij. Een aantal belangrijke verbindingen missen nog.
Hier worden in de komende jaren plannen voor gemaakt, om ook deze belangrijke verbindingen te realiseren en het robuuste netwerk van natuurgebieden te behouden en versterken.
Natuurkaart: Groen Natuur Netwerk Brabant, zwart gearceerd Natura 2000-gebieden
64
A2. Antropogene invloeden Op de kaarten op de volgende pagina is de uitbreiding van bebouwing van Vught, Helvoirt en Cromvoirt te zien. Langzaam groeiden deze drie kernen, maar ook het landschap veranderde. Op de Vughtse heide nam de begroeiing toe, terwijl dat rond de landgoederen juist afnam. Al vroeg had de mens invloed op het landschap in en rondom Vught. De patronen van dijken en militaire verdedigingswerken zijn hier voorbeelden van. In het landschap zijn (restanten van) deze patronen nog altijd zichtbaar. Deze verbinden verschillende verblijfsplaatsen en forten. Militaire verdedigingswerken Ter verdediging van de stad ‘s-Hertogenbosch werd een verdedigingslinie aangelegd. Deze maakt deel uit van de Zuiderwaterlinie (16e en 17e eeuw) die dwars door Brabant loopt. Het vormt een historisch kralensnoer van vestingsteden, forten, schansen, dijken en inundatievlaktes. Rondom Vught liggen Fort Isabella en acht lunetten. Deze lunetten zijn halvemaanvormige verdedigingswerken die omgeven zijn met water. Ze zijn onderdeel van de verdedigingslinie en zijn aangelegd door koning Willem II, uit vrees voor Belgische en Franse aanvallen uit het zuiden. Later ontstond op hetzelfde terrein een militaire kazerne. Ook heeft het een functie als waterbergingsgebied.
Zie voor meer informatie hierover: https://www.aaenmaas.nl/in-jouwbuurt/projectenkaart/howabo/ Afwateringskanaal Tussen 1907 en 1911 werd het Afwateringskanaal van ‘s-Hertogenbosch naar Drongelen gegraven om een deel van ‘s-Hertogenbosch de ontlasten bij wateroverlast. Dit zorgde voor een sterke scheiding tussen de hoger en lager gelegen gebieden. Deze structuur is nog altijd zeer duidelijk in het landschap aanwezig. Dit wordt versterkt door de bomenlanen die het afwateringskanaal begeleiden. Dijken Al ver voor het graven van het afwateringskanaal zorgde de mens voor droge voeten. Hiervoor is een aantal dijken aangelegd. Bijvoorbeeld langs het beekdal van de Essche Stroom. Maar ook Cromvoirt werd door middel van een dijk beschermd. Eendenkooien In het karakteristieke open agrarische gebied van de Gement ten noordwesten van Vught liggen twee beboste eendenkooien als groene eilanden in de open ruimte. Oorspronkelijk bedoeld voor de vangst van wilde eenden; inmiddels beschermd gebied. De openheid biedt zicht op de stedelijke rand van‘s-Hertogenbosch. Landgoederen Waar de mens het landschap en de natuur echt onder controle wilde houden was op de verschillende landgoederen en buitenplaatsen.
De zichtlijnen naar het buitengebied die begeleid werden door bomenlanen en afwisselingen en zichtlijnen tussen open (weiden) en gesloten (bossen) zijn voorbeelden van de manier waarop de mens het landschap naar zijn hand heeft gezet.
65
1850
1930
66
1960
1980
67
B. Inspiratie voor de initiatiefnemer Beplanting Kijk naar beplantingsstructuren in de omgeving (punten, lijnen en vlakken) en waar deze zich bevinden. Pas deze structuren toe op eenzelfde locatie binnen het plan toe, mits deze structuren ook bij het type voorgenomen ontwikkeling voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer erven in de omgeving veelal zijn voorzien van erfrandbeplanting in de vorm van een houtwal, voeg dan een houtwal toe aan de randen van het perceel. Een ander voorbeeld kan zijn dat er in de omgeving historische boerderijen zijn welke aan de voorzijde van de woning een kleine fruitgaard hebben. Het is dan raadzaam binnen het plan fruitbomen toepassen aan de voorzijde van de woning. Let hierbij altijd op de soorten die van oudsher in de omgeving voorkomen, zo sluit het plan aan bij de uitstraling van het gebied en draagt het vaak meer bij aan de biodiversiteit dan wanneer er exoten toepast worden. Beplanting als punt in het landschap:
Losstaande boom of groepje bomen Lijnvormige beplantingsstructuren:
Struweelhaag
Houtwal
Bomenrij
Vlakvormige beplantingsstructuren:
Boscomplex(je)
Hoogstamfruitgaard, eventueel omzoomd door haag
68
Bebouwing Kijk naar de positionering, vormgeving en materialisatie van bebouwing in de omgeving en sluit het ontwerp hierop aan. Uiteraard is het mogelijk hier een moderne draai aan te geven. Hieronder een voorbeeld van een bestaande boerderij in Vught: Galerie/Atelierboerderij Het Klein Laar (wijinvught.nl). Mocht deze boerderij in de omgeving van het plan staan, neem dan deze boerderij als inspiratiebron. Hierbij kan gedacht worden aan het toepassen van dezelfde materialisatie: riet, hout en baksteen. Ook kan hetzelfde kleurgebruik toegepast worden: bruin- en rood-tinten. Daarbij is het ook van belang te kijken naar de beplanting en in dit geval dus ook bomen (die groot worden) toe te passen op het erf. Die gaat het makkelijkst door te kiezen voor inheemse boomsoorten die al in de omgeving te vinden zijn.
69
C. Belemmeringenkaart Onderstaande kaart geeft de harde belemmeringen weer in het grijs. In deze gebieden is het überhaupt niet mogelijk woningen te bouwen. Harde belemmeringen zijn: • Natura 2000-gebieden • Natuur Netwerk Brabant • Inundatie/waterbergingsgebieden • Landgoederenzone Vught Uiteraard zijn er ook andere factoren die de bouw van een woning kunnen belemmeren. Bijvoorbeeld hindercontouren van bedrijven (lucht, licht, geluid). Deze zijn echter niet in kaart gebracht omdat deze voor elk bedrijf apart onderzocht dienen te worden. Houdt er bij een voorgenomen ontwikkeling dus rekening mee dat er altijd nog onderzoeken nodig kunnen zijn wanneer er bepaalde bedrijven zich in de omgeving van de voorgenomen ontwikkeling gesitueerd zijn. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor de hindercontouren, maar ook voor zaken zoals waterhuishouding en ecologie.
70
71