CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Vught 2022

Raadsvergadering 29 september 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Verordening maatschappelijke ondersteuning 202211.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Artikel 5.2 Onderscheid formele en informele hulp In lid 5 is bepaald dat budgethouders geen informele hulp kunnen inkopen voor groepsbegeleiding, kortdurend verblijf, de verschillende pakketten van beschermd wonen en dagbesteding bij beschermd wonen. Gelet op de ondersteuningsbehoefte en de benodigde kwaliteit kan hiervoor alleen hulp worden ingekocht van een professionele aanbieder of zzp’er zoals benoemd in lid 1 (formele hulp). Tenzij de hulp beschikt over relevante diploma’s. Een zoon kan als zzp’er werken of in loondienst zijn van een professionele organisatie. Als die wordt ingekocht door de budgethouder dan ontvangt hij/zij het informele tarief omdat er sprake is (in dit voorbeeld) van bloedverwantschap van eerste graad. Om voor het tarief voor een reguliere aanbieder in aanmerking te komen dient de budgethouder aan te tonen dat de aanbieder aan twee van de drie criteria voldoet.

Artikel 5.3 Hoogte PGB Dit artikel regelt de hoogte van een PGB en de daarbij te hanteren berekeningssystematiek als de budgethouder kiest voor inschakeling van iemand uit het formele (professionele) circuit of en informele (niet professionele) netwerk. Lid 1 berust op artikel 2.1.3, tweede lid, onder b, van de wet. Hierin staat dat in de Verordening in ieder geval wordt bepaald op welke wijze de hoogte van een PGB wordt vastgesteld, waarbij geldt dat de hoogte toereikend moet zijn. In de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3, blz. 39) is vermeld dat de gemeente bijvoorbeeld kan bepalen dat het PGB niet hoger mag zijn dan een percentage van

Pagina 27 van 31

de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan het verlenen van adequate ondersteuning in natura. Wij hebben dit vormgegeven in lid 2. Gemeenten hebben daarmee ook de mogelijkheid om differentiatie aan te brengen in de hoogte van het PGB. Gemeenten kunnen verschillende tarieven hanteren voor verschillende vormen van ondersteuning en voor verschillende typen hulpverleners. Gemeenten kunnen bij het vaststellen van tarieven bijvoorbeeld onderscheid maken tussen ondersteuning die wordt geleverd door professionele aanbieders of zzp’ers (formeel circuit) of door hulp uit het informele netwerk (zoals werkstudenten, zzp’ers zonder diploma’s, personen uit het sociaal netwerk e.d.). De basis van het PGB is dat de inwoner zelf verantwoordelijk is om de zorg te regelen en afspraken te maken over de aard en organisatie van de ondersteuning. Daarnaast is de administratie en facturatie elders belegd (bij de Sociale Verzekeringsbank, binnenkort bij de gemeente met PGB 2.0). Daarmee vervalt een deel van de organisatiekosten (overhead) die de organisatie bij de hulp in natura wel heeft. De personele overhead en de administratieve lasten zijn lager bij de aanbieder die met het PGB wordt ingekocht. Het continuïteitsrisico ligt bij de budgethouder, deze is zelf verantwoordelijk voor de hulp die hij/zij nodig heeft.

Dat maakt dat er een korting wordt toegepast voor de PGB tarieven in relatie tot de tarieven voor hulp in natura. De hoogte van het PGB wordt vastgesteld op basis van het tarief per eenheid vermenigvuldigd met het volume. Dat wordt omgerekend naar een totaal bedrag voor de indicatieperiode en per kalenderjaar doorgegeven aan de Sociale Verzekeringsbank. Hierbij wordt het tarief vastgesteld: per uur voor hulp bij het huishouden en begeleiding per dagdeel voor groepsbegeleiding per dag voor (regulier en rolstoel) vervoer per etmaal voor kortdurend verblijf per maand voor de pakketten beschermd wonen en dagbesteding beschermd wonen.

HOOFDSTUK 6 Bijdrage in de kosten Artikel 6.1 Maatwerkvoorziening Dit artikel regelt dat een inwoner bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening een bijdrage is verschuldigd. Onder de Wmo 2015 is ook een bijdrage voor een woningaanpassing ten behoeve van kinderen jonger dan 18 jaar verschuldigd. De kaders voor de hoogte van de bijdrage zijn vastgelegd in het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, waarbij er drie verschillende systematieken zijn voor: 1. maatwerkvoorzieningen ten behoeve van de zelfredzaamheid en participatie, 2. maatwerkvoorziening beschermd wonen 3. maatwerkvoorziening opvang Bij alle voorzieningen wordt voor de hoogte van de bijdrage de landelijke regeling (Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) gevolgd, waarbij wordt uitgegaan van het maximale abonnementstarief. Aanvullend op het landelijke Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 treft de gemeente Vught minimabeleid met het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Dat wil zeggen dat inwoners met een verzamelinkomen tot 110% van het sociaal minimum, wel een eigen bijdrage (fictief) opgelegd krijgen door het Centraal Administratie Kantoor doch deze in opdracht van de gemeente niet wordt geïnd.

Pagina 28 van 31

Artikel 6.3 Kostprijs In dit artikel is de wijze van berekening van de hoogte van de kostprijs weergegeven. De kostprijs is bij een voorziening in natura de prijs die de gemeente aan de leverancier/aanbieder betaalt, inclusief kosten als onderhoud, reparatie en verzekering. Bij een PGB is de kostprijs gelijk aan het bedrag van het PGB. Het college stelt nadere regels over een (eventuele) lagere kostprijs.

HOOFDSTUK 7 Beëindiging, herziening, intrekking en terugvordering De wettelijke bepaling over met name terugvordering zijn summier en artikel 2.3.10 maakt geen duidelijk onderscheid tussen enerzijds beëindiging en anderzijds intrekking en herziening. Bij beëindiging is sprake indien de aanspraak op een maatwerkvoorziening wordt aangetast met ingang van het heden of naar de toekomst toe. Het ongedaan maken van de aanspraak op een Wmo voorzieningen over een periode in het verleden, wordt intrekken genoemd. Herzien is het over een periode in het verleden afwijkend vaststellen van de aanspraak op een maatwerkvoorziening. Beëindiging heeft dus, in tegenstelling tot intrekking en herziening, geen terugwerkende kracht. Het college moet, voordat het besluit tot intrekking van een voorziening, een afweging maken tussen alle bij het te nemen besluit betrokken belangen, waarbij het belang van belanghebbende om te participeren zwaar dient te wegen. In de wet is slechts één terugvorderingsgrond opgenomen. Alleen indien de inwoner onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid, kan het college op grond van de wet overgaan tot terugvordering. De gemeente heeft er daarom voor gekozen om de terugvorderingsgronden uit te breiden.

Er moet wel onderscheid worden gemaakt tussen de terugvorderingsbepaling in de wet en de terugvorderingsgronden in de verordening voor wat betreft de invordering. Bij de terugvorderingsgronden in de verordening moet de invordering langs civielrechtelijke weg geschieden. Dit betekent onder meer dat in elk afzonderlijk geval moet worden aangetoond dat er sprake is van onverschuldigde betaling (artikel 6:203 e.v. BW). In de praktijk zal de onverschuldigdheid van de betaling ontstaan door het nemen van een herzienings- of intrekkingsbesluit. Bij de in de wet opgenomen terugvorderingsgrond heeft het college de mogelijkheid het terug te vorderen bedrag bij dwangbevel in te vorderen. Er is sprake van een executoriale titel, waarmee direct beslag kan worden gelegd.

HOOFDSTUK 8 Bestrijding misbruik of oneigenlijk gebruik In dit hoofdstuk is aangegeven op welke wijze het ten onrechte ontvangen van maatwerkvoorzieningen alsmede het misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet wordt bestreden. Belangrijk is om de inwoner bij de verstrekking van een maatwerkvoorziening nadrukkelijk te wijzen op zijn rechten en plichten en te wijzen op de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik. Het college controleert de rechtmatigheid van de maatwerkvoorziening en bij het vermoeden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Het college kan bij de controle onder meer gebruikmaken van huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de samenloopsignalen die daaruit voortkomen.

Pagina 29 van 31

HOOFDSTUK 9 Kwaliteit en inspraak Artikel 9.1 Kwaliteitseisen Deze bepaling betreft een uitwerking van de verordeningsplicht in artikel 2.1.3 lid 2 onder c van de wet, waarin is bepaald dat in de verordening in ieder geval wordt bepaald welke eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen. De regering legt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van voorzieningen bij de gemeente en de aanbieder. Het is aan de gemeente om in de verordening te bepalen welke kwaliteitseisen worden gesteld aan aanbieders van voorzieningen. Die eisen zullen ook betrekking kunnen hebben op de deskundigheid van het in te schakelen personeel. De regering benadrukt in de memorie van toelichting op artikel 2.1.3 lid 2 onder c van de wet (Kamerstukken II 2013/14, 33 841, nr. 3) dat de kwaliteitseisen die zijn vervat in de artikelen 3.1 en verder van de wet en die zich rechtstreeks tot aanbieders richten, daarbij uitgangspunt zijn. De eis dat een voorziening van goede kwaliteit wordt verleend, biedt veel ruimte voor de gemeenten om in overleg met organisaties van cliënten en aanbieders te werken aan kwaliteitsstandaarden voor de ondersteuning. In het eerste lid zijn een aantal voor de hand liggende kwaliteitseisen uitgewerkt.

Artikel 9.2 Prijs-kwaliteitverhouding bij levering door derden Het college kan de uitvoering van de wet, met uitzondering van de vaststelling van de rechten en plichten van de inwoner, door aanbieders laten verrichten (artikel 2.6.4 van de wet). Met het oog op gevallen waarin dit ten aanzien van een voorziening gebeurt, moeten bij verordening regels worden gesteld ter waarborging van een goede verhouding tussen de prijs voor de levering van een voorziening en de eisen die worden gesteld aan de kwaliteit daarvan (artikel 2.6.6 lid 1 van de wet). Daarbij dient in ieder geval rekening gehouden te worden met de deskundigheid van de beroepskrachten en de arbeidsvoorwaarden. Om te voorkomen dat alleen gekeken wordt naar de laagste prijs voor de uitvoering worden in dit artikel een aantal andere aspecten genoemd waarmee het college bij het vaststellen van tarieven rekening dient te houden. Hiermee wordt bereikt dat een beter beeld ontstaat van reële kostprijs voor de activiteiten die zij door aanbieders willen laten uitvoeren. Uitgangspunt is dat de aanbieder kundig personeel inzet tegen de arbeidsvoorwaarden die passen bij de vereiste vaardigheden. Hiervoor is ten minste een beeld nodig van de vereiste activiteiten en de arbeidsvoorwaarden die daarbij horen. Dit biedt een waarborg voor werknemers dat hun werkzaamheden aansluiten bij de daarvoor geldende arbeidsvoorwaarden.

Artikel 9.3 Regeling voor klachtenafhandeling Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 2 onder e van de wet. Het college moet ervoor zorgen dat de aanbieder, indien het college dat nodig vindt, over een klachtenregeling beschikt. In dat geval ziet het college ook toe op de naleving ervan.

Artikel 9.4 Regeling voor medezeggenschap Dit artikel geeft uitvoering aan artikel 2.1.3 lid 2 onder f van de wet. Het college moet ervoor zorgen dat de aanbieder, indien het college dat nodig vindt, over een regeling voor medezeggenschap beschikt. In dat geval ziet het college ook toe op de naleving ervan.

HOOFDSTUK 11 Slotbepalingen Artikel 11.1 Hardheidsclausule Juist omdat het in de wet om maatwerk gaat zal het college er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan in normale omstandigheden te Pagina 30 van 31

verwachten is. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als desondanks de uitkomst van die zeer persoonlijke afweging toch nog leidt tot een onbillijke situatie is de hardheidsclausule een vangnet.

Pagina 31 van 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=e426564a-2041-43b3-a110-849edd185ff3