Bijlage - Toelichting Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt Rapportnummer 20-0158
www.starobv.nl
Quickscan flora en fauna
Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt Mei 2020
Rapportnummer:
P20-0158
Opdrachtgever:
Bureau Verkuylen
Uitgevoerd door:
Staro Natuur en Buitengebied Lodderdijk 38a 5421 XB Gemert tel. 0492-450161 fax. 0492-450162 www.starobv.nl
Veldonderzoek:
M.A. den Otter
Auteur:
M.A. den Otter
Kwaliteitscontrole: E.J.F. Claassen
Inhoud 1
Inleiding ............................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding .................................................................................................................................3 1.2 Doel ..........................................................................................................................................3 1.3 Zorgplicht ..................................................................................................................................3 1.4 Leeswijzer .................................................................................................................................3
2
Plangebied .......................................................................................................................................5 2.1 Ligging en beschrijving plangebied ..........................................................................................5 2.2 Voorgenomen plannen .............................................................................................................8
3
Methode ............................................................................................................................................9
4
Natuurwaarden ............................................................................................................................. 10 4.1 Beschermde gebieden ........................................................................................................... 10 4.2 Beschermde soorten ............................................................................................................. 11 4.2.1 Flora ................................................................................................................................... 12 4.2.2 Vlinders en libellen ............................................................................................................ 12 4.2.3 Kevers en weekdieren ....................................................................................................... 13 4.2.4 Vissen ................................................................................................................................ 14 4.2.5 Amfibieën en reptielen ....................................................................................................... 14 4.2.6 Vogels ................................................................................................................................ 15 4.2.7 Zoogdieren......................................................................................................................... 17
5
Conclusies .................................................................................................................................... 19 5.1 Beschermde gebieden ........................................................................................................... 19 5.2 Beschermde soorten ............................................................................................................. 19 5.3 Advies en aanbevelingen ...................................................................................................... 21 5.4 Gevolgen voor (het tijdpad van) de voorgenomen plannen .................................................. 21
Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................................... 23
Bijlagen Bijlage 1
Wet- en regelgeving
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens de bestemming van het perceel aan de Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt aan te passen naar ‘wonen’. Daartoe wordt de woonboerderij verbouwd, worden de bijgebouwen gesloopt en nieuwe bijgebouwen gerealiseerd. In verband met de bestemmingsplanherziening is het noodzakelijk inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde soorten en de mogelijke effecten van de voorgenomen plannen hierop. Ten behoeve van de planologische procedure is het noodzakelijk een quickscan flora en fauna uit te voeren. Door middel van de quickscan wordt in beeld gebracht of de ontwikkeling in strijd is met de natuurwetgeving en hoe eventuele strijdigheid met de wet voorkomen kan worden.
1.2
Doel Doel van het onderliggende onderzoek is te bepalen of de wijzigingen binnen het plangebied mogelijk leiden tot overtreding van de natuurwetgeving. Voor soortbescherming en gebiedsbescherming is sinds 1 januari 2017 de Wet natuurbescherming (Wnb) van belang. Daarnaast is gebiedsbescherming vastgelegd in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen EHS genoemd). In bijlage 1 wordt deze wet- en regelgeving uitgebreid beschreven. Het in deze rapportage beschreven onderzoek heeft tot doel het vaststellen van de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Tevens heeft het onderzoek tot doel vast te stellen op welke wijze en in welke mate de voorgenomen ontwikkeling invloed kan hebben op het eventueel voorkomen van beschermde soorten. Op basis van dit onderzoek kan worden vastgesteld welke maatregelen getroffen en vervolgstappen genomen dienen te worden om te voorkomen dat in strijd met de natuurwetgeving zal worden gehandeld. Aanvullend zal worden bepaald of voorgenomen ontwikkelingen effect hebben op de beschermde natuurwaarden van nabijgelegen natuurgebieden.
1.3
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet wettelijk beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren, niet mogen worden uitgevoerd.
1.4
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van het plangebied en de voorgenomen ontwikkelingen. In hoofdstuk 3 wordt de gebruikte onderzoeksmethode
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
3
besproken. De mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten en gebieden en de effecten van de geplande ingrepen op aanwezige beschermde natuurwaarden worden beschreven in hoofdstuk 4. In dit hoofdstuk wordt tevens ingegaan op de mogelijke noodzaak tot het treffen van mitigerende maatregelen. In het laatste hoofdstuk zijn de conclusies uiteengezet.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
4
2
Plangebied
2.1
Ligging en beschrijving plangebied Het plangebied ligt aan de Nieuwkuikseweg 17 ten noorden van de bebouwde kom van Helvoirt. In het plangebied staat een woning met bijgebouwen en tuin. In het noorden en westen van het plangebied liggen weiden. Het plangebied wordt begrensd door bomenrijen op de perceelgrenzen. De ligging van het plangebied in de wijdere omgeving is weergegeven in figuur 1. De globale begrenzing van het onderzoeksgebied is weergegeven in figuur 2. Op pagina’s 6 en 7 is een foto-impressie van het plangebied opgenomen.
Figuur 1. Ligging plangebied (gele lijn) (bron: Google Maps)
Figuur 2. Globale begrenzing plangebied (gele lijn) (bron: Google Maps)
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
5
Foto 1. Oostzijde van woning
Foto 2. Westzijde van woning
Foto 3. Nestje onder dakrand woning
Foto 4. Overkapping
Foto 5. Deel van de overkapping met veel braakballen
Foto 6. Braakballen, vermoedelijk van kerkuil
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
6
Foto 7. Nestje onder de overkapping
Foto 8. Voormalige koeienstal
Foto 9. Voormalige koeienstal
Foto 10. Uilennestkast aan voormalige koeienstal
Foto 11. Locatie van de toekomstige boomgaard
Foto 12. Rijbak voor paarden
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
7
2.2
Voorgenomen plannen Initiatiefnemer is voornemens de bestemming van het perceel aan de Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt aan te passen naar ‘wonen’. Daartoe wordt de woonboerderij verbouwd, worden de bijgebouwen gesloopt en nieuwe bijgebouwen gerealiseerd, zoals is weergegeven in figuur 3.De voormalige koeienstal en de overkapping worden gesloopt. Hier komen een paardenstal en een schuur voor terug. Tevens wordt in het plangebied een fruitboomgaard aangelegd. Het rietdak van het woonhuis wordt vervangen.
Figuur 3. Voorgenomen plannen Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt (bron: Bureau Verkuylen)
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
8
3
Methode
In het kader van deze quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden waarbij gekeken is naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), de websites Vlinderstichting.nl, Waarneming.nl, EIS-nederland.nl, Zoogdiervereniging.nl en Verspreidingsatlas.nl en diverse verspreidingsatlassen. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. De ligging van Natura 2000-gebieden (o.a. Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) en het Natuurnetwerk Nederland in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarnaast heeft een veldbezoek plaatsgevonden waarbij alle op de locatie aanwezige habitats zijn opgenomen. De aanwezigheid van deze habitats vormt de basis voor de mogelijkheid tot het voorkomen van beschermde soorten. Naast de habitats zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Dergelijke aanwijzingen zijn bijvoorbeeld het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten en het aantreffen van holen, uitwerpselen, prooiresten, vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige habitats zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten.
Op basis van deze vergelijking en expert judgement is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen. Ook is gekeken of binnen het plangebied invasieve exoten voorkomen. Een veldbezoek voor een quickscan flora en fauna is nadrukkelijk geen volledige inventarisatie. Dat betekent dat op basis van het veldbezoek het voorkomen van beschermde soorten niet per definitie is uit te sluiten. De bevindingen van het veldbezoek en het literatuuronderzoek zijn vervolgens gebundeld in deze rapportage. Het veldbezoek dat voor dit onderzoek is uitgevoerd, heeft plaatsgevonden op 7 april 2020 in de middag onder de volgende weersomstandigheden: helder, droog, windkracht 2 en circa 20 ˚C.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
9
4
Natuurwaarden
4.1
Beschermde gebieden Natura 2000 Uit de kaarten van de kaartbank op de website van provincie Noord-Brabant blijkt dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied aan de overkant van de weg ligt, ten westen van het plangebied, zie figuur 4. Dit betreft Natura 2000-gebied Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen.
Figuur 4. Ligging plangebied (gele lijn) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (rood gearcheerd) (bron: kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)
Effectbeoordeling Doordat het plangebied buiten het Natura 2000-gebied ligt, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Gezien de relatief kleinschalige aard van de werkzaamheden is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebied als gevolg van effecten van verdroging, oppervlakteverlies, versnippering en verstoring door licht, geluid en trilling door de voorgenomen plannen. Als gevolg van de sloop- en bouwwerkzaamheden in het plangebied zal sprake zijn van stikstofemissie. Depositie van stikstof op Natura 2000-gebieden kan negatieve effecten tot gevolg hebben op de natuurwaarden. De hoeveelheid stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen plannen op Natura 2000-gebieden moet worden bepaald middels een stikstofberekening met het programma AERIUS Calculator. De resultaten van de berekening moeten vervolgens ecologisch worden beoordeeld om te toetsen of sprake is van (significant) negatieve effecten. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; in provincie Noord-Brabant bestaande uit het Rijksdeel en het Provinciaal deel) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Het Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
10
netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. Uit de kaart natuurbeheerplan op de website van provincie Noord-Brabant, blijkt dat het plangebied geen deel uitmaakt van het NNN. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNN Rijksdeel ligt aan de overkant van de weg ten westen van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied wat deel uitmaakt van het NNN Provinciaal deel ligt op circa 130 meter ten zuiden van het plangebied. De ligging van het NNN in de omgeving van het plangebied is weergegeven in figuur 5.
Figuur 5. Ligging plangebied (gele lijn) ten opzichte van het NNN (bron: kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan)
Effectbeoordeling Het plangebied behoort niet tot het NNN. Gezien de relatief kleinschalige aard van de voorgenomen plannen is het uit te sluiten dat de voorgenomen plannen een (significant) negatief effect hebben op de kernkwaliteiten van het NNN. Conclusie Gezien de relatief kleinschalige aard van de plannen is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen. Mogelijk hebben de sloop- en bouwwerkzaamheden een negatief effect op Natura 2000-gebieden door de stikstof depositie die vrijkomt. Een AERIUS calculatie dient te worden uitgevoerd om hier inzicht in te krijgen. De voorgenomen plannen hebben door de relatief kleinschalige aard van de werkzaamheden geen (significant) negatief effect op de kernkwaliteiten van het NNN.
4.2
Beschermde soorten Deze paragraaf beschrijft het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten worden verwacht, wat de
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
11
mogelijke effecten van de ingreep zijn en of het nemen van mitigerende maatregelen nodig is.
4.2.1
Flora Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat binnen een afstand van 2,5 tot 5 kilometer afstand van het plangebied Kartuizer anjer, kluwenklokje en stijve wolfsmelk zijn waargenomen (alle §3.3 Wnb).
Kartuizer anjer is een zeer zeldzame plant die verspreid over
Nederland voorkomt. De plant groeit op zonnige plaatsen op droge, vaak kalkhoudende grond in schrale graslanden, in bosschages langs bermen en dijken, en op leisteenhellingen en zandsteenrotsen. Kluwenklokje is een zeer zeldzame soort die verspreid over Nederland voorkomt. De plant groeit op zonnige en matig vochtige bodem van kalk- of humushoudend zand, klei of leem, in bermen, graslanden, ruderale plaatsen, rivierdijken, uiterwaarden, bosranden en struwelen. Stijve wolfsmelk is een zeer zeldzame soort die verspreid over Nederland op enkele plekken voorkomt. De plant groeit op open plaatsen, met vochtige, matig voedselrijke kalkrijke grond in akkers, bosranden, kapvlakten, waterkanten en bermen.
De bodem in het plangebied is niet kalkrijk en niet schraal, het biedt daarom voor bovenstaande soorten geen geschikte groeiplaatsen. Bevindingen van het veldbezoek tonen aan dat ook voor andere beschermde plantensoorten geschikte habitats ontbreken binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde plantensoorten waargenomen. Het plangebied bestaat naast verharding uit een onderhouden tuin met gemaaid gazon en intensief gebruikte weides. Het voorkomen van beschermde plantensoorten is zodoende uit te sluiten.
4.2.2
Vlinders en libellen Vlinders Uit gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat binnen 2,5 kilometer afstand van het plangebied kleine ijsvogelvlinder is waargenomen (§3.3 Wnb). Op een afstand van 2,5 tot 5 kilometer van het plangebied zijn grote vos, grote weerschijnvlinder (beide §3.3 Wnb) en pimpernelblauwtje (§3.2 Wnb) waargenomen. In het plangebied ontbreken het geschikt habitat en de geschikte waardplanten voor deze en andere beschermde vlinders. Hiermee is het voorkomen van beschermde vlindersoorten uitgesloten.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
12
Libellen Uit de gegevens van de NDFF en De Vlinderstichting blijkt dat op een afstand van 2,5 tot 5 kilometer van het plangebied bosbeekjuffer (§3.3 Wnb) en gevlekte witsnuitlibel (§3.2 Wnb) zijn waargenomen. Binnen het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig en daarmee ontbreekt het aan geschikt voortplantingshabitat voor libellen. Het voorkomen van essentieel habitat van (beschermde) libellen in het plangebied is uit te sluiten.
4.2.3
Kevers en weekdieren Volgens de gegevens van de NDFF en EIS Nederland komen geen beschermde kevers en weekdieren voor in de omgeving van het plangebied. Voor de beschermde kevers en weekdieren zijn weinig verspreidingsgegevens bekend, daarom wordt in deze paragraaf van alle beschermde kevers en weekdieren beoordeeld of ze in het plangebied kunnen voorkomen. Vliegend hert (§3.3 Wnb) komt voor in (oude) eikenbossen, dit habitat is binnen het plangebied niet aanwezig. Het voorkomen van deze soort in het plangebied is uit te sluiten. De beschermde houtkevers; vermiljoenkever, heldenbok en juchtleerkever (alle §3.2 Wnb) zijn afhankelijk van oude, holle of vrijstaande bomen of (natte) gebieden met veel dood hout. Deze habitattypen zijn niet aanwezig in het plangebied. Het voorkomen van deze beschermde houtkevers in het plangebied kan daarom worden uitgesloten. De beschermde waterkevers brede geelrandwaterroofkever en gestreepte waterroofkever (beide §3.2 Wnb) zijn voor het voorkomen afhankelijk van grote wateren. Het ontbreekt binnen het plangebied aan permanent oppervlaktewater en daarom is het voorkomen van beschermde waterkevers in het plangebied uitgesloten. De aquatische slakkensoort platte schijfhoren (§3.2 Wnb) is afhankelijk van de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten.
Bataafse stroommossel (§3.2 Wnb) is een soort die voorkomt in stromend water (rivieren of beken). Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van platte schijfhoren en Bataafse stroommossel uitgesloten. In het plangebied ontbreken geschikte habitats voor de beschermde soorten kevers en weekdieren. Het voorkomen van deze soorten in het plangebied is derhalve uit te sluiten.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
13
4.2.4
Vissen Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat binnen een afstand van 5 kilometer van het plangebied de beschermde vissoort grote modderkruiper (§3.3 Wnb) voorkomt. Vanwege het ontbreken van permanent oppervlaktewater is het voorkomen van grote modderkruiper en andere (beschermde) vissoorten in het plangebied uit te sluiten.
4.2.5
Amfibieën en reptielen Amfibieën Uit gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen 2,5 kilometer afstand van het plangebied bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander (alle §3.3 Wnb), kamsalamander en poelkikker (beide §3.2 Wnb) zijn waargenomen. Op een afstand van 2,5 tot 5 kilometer van het plangebied zijn Alpenwatersalamander (§3.3 Wnb), boomkikker en heikikker (beide §3.2 Wnb) waargenomen. In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en daarmee ontbreekt het aan voortplantingshabitat voor amfibieën. Het plangebied is mogelijk wel geschikt als land- en overwinteringshabitat voor algemene en niet-kritische soorten. Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en Alpenwatersalamander kunnen zich verschuilen tussen vegetatie (zoals klimop bij de overkapping), ingegraven in de grond en tussen opgeslagen materialen. In de omgeving van het plangebied zijn kamsalamander en poelkikker aangetroffen. Kamsalamander heeft een relatief grote actieradius, echter ligt een brede en drukke weg tussen de vindplaatsen en het plangebied. Het plangebied is hierdoor erg slecht bereikbaar voor kamsalamander. Poelkikker heeft een zeer kleine actieradius, het plangebied is voor deze soort niet te bereiken.
De vindplaatsen van boomkikker en heikikker liggen op te grote afstand van het plangebied, derhalve is het plangebied voor deze soorten niet te bereiken. Tevens biedt het plangebied voor boomkikker, een soort met een relatief kleine actieradius en voor heikikker, een cultuurvliedende soort geen geschikt habitat. Het voorkomen van kamsalamander, poelkikker, boomkikker en heikikker in het plangebied is uit te sluiten. Reptielen Uit gegevens van RAVON, de NDFF en De amfibieën en reptielen van Nederland (Creemers & Van Delft, 2009) blijkt dat binnen 2,5 kilometer afstand van het plangebied levendbarende hagedis (§3.3 Wnb) is waargenomen. Het ontbreekt binnen het plangebied aan geschikt habitat voor levendbarende hagedis en andere reptielen. Het voorkomen van beschermde reptielensoorten in het plangebied is derhalve uit te sluiten.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
14
Effectbeoordeling Bij het verwijderen van vegetatie en opgeslagen materialen en bij graafwerkzaamheden kan mogelijk het land- en overwinteringshabitat van bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en Alpenwatersalamander worden vernietigd en individuen worden verstoord of verwond. Mitigerende maatregelen Voor bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker geldt bij ruimtelijke ingrepen in provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie §1.3. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het verwijderen van de vegetatie en opgeslagen materialen en bij graafwerkzaamheden één kant op worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Voor Alpenwatersalamander geldt deze vrijstelling niet. Onder de Wet Natuurbescherming mag voor Alpenwatersalamander gebruik worden gemaakt van een goedgekeurde gedragscode. In dit geval dient gewerkt te worden volgens de gedragscode flora en fauna voor Ruimtelijke ontwikkeling en inrichting van de Vereniging Stadswerk Nederland.
Voor het zorgvuldig handelen dient de volgende periode en werkwijze te worden gehanteerd: + Het verwijderen van de vegetatie en opgeslagen materialen en graafwerkzaamheden vinden plaats in de periode buiten de overwinteringsperiode van deze soort. Dit betekent dat deze werkzaamheden mogen worden uitgevoerd in de periode half april tot half oktober.
4.2.6
Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten vogels in het plangebied aangetroffen houtduif, huismus en koolmees. Ook zijn nesten gevonden, zie foto’s 3 en 7. Tevens zijn aan de voormalige koeienstal twee nestkasten opgehangen, één voor algemene vogelsoorten en één voor uilen (foto 10). Onder de overkapping zijn veel uilenbraakballen aangetroffen, zie foto’s 5 en 6. Uit gegevens van de NDFF blijkt dat de volgende vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten zijn waargenomen in de wijde omgeving van het plangebied: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ransuil, slechtvalk en sperwer (alle §3.1 Wnb). In het plangebied zijn veel bomen en struiken aanwezig waarin algemene vogelsoorten kunnen nestelen. Tevens is het plangebied geschikt als foerageergebied voor algemene vogelsoorten. In het vogelhuisje kunnen algemene vogelsoorten nestelen. Onder de dakrand van het woonhuis en onder de overkapping zijn nesten aangetroffen mogelijke van algemene vogelsoorten, het is echter niet uit te sluiten dat dit huismusnesten zijn.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
15
Huismus, gierzwaluw en enkele uilensoorten zijn gebouwbewonende soorten. Huismussen en gierzwaluwen nestelen vooral onder dakpannen, in kieren en gaten in muren, maar ook in nestkasten. Gebouwbewonende uilen nestelen vooral in grote en open ruimten zoals schuurzolders en in nestkasten. Het woonhuis biedt voor deze vogelsoorten geen geschikte nestgelegenheid. De overkapping is geschikt als rustplaats voor uilen, er zijn veel braakballen gevonden, vermoedelijk van kerkuil. De voormalige koeienstal biedt geschikte nestgelegenheid voor huismus doordat er veel kieren en hoekjes aanwezig zijn en voor gebouwbewonende uilen door de aanwezige uilenkast. Voor gierzwaluwen is in het plangebied geen geschikte nestgelegenheid aanwezig. Effectbeoordeling De voorgenomen plannen zorgen niet voor een afname aan foerageergebied voor vogels. Derhalve treden geen significant negatieve effect op. Bij het snoeien of kappen van bomen en struiken kunnen nesten worden vernietigd en broedende vogels worden verstoord. Bij het slopen van de overkapping gaat een vermoedelijke rustplaats van kerkuil verloren. Ook gaat hierbij een nest van een algemene vogelsoort verloren. Bij het vervangen van het dak van het woonhuis gaat een nest verloren van een algemene vogelsoort.
Bij het slopen van de voormalige koeienstal gaan vermoedelijk nesten van huismus verloren, en de twee nestkasten één voor algemene vogelsoorten en één voor uilen. Het is niet zeker of beide nestkasten in gebruik zijn als nestplek. Gedurende het broedseizoen zijn nesten van algemene vogelsoorten strikt beschermd. Het vernietigen van nesten en het verstoren van broedende vogels is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Nesten van huismus en nest- en rustplaatsen van (kerk)uil zijn jaarrond beschermd. Het vernietigen en het verstoren van deze nesten en rustplaatsen is een overtreding van de Wet natuurbescherming. Voor dergelijke werkzaamheden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk en dienen mitigerende maatregelen genomen te worden. Mitigerende maatregelen Het snoeien of kappen van bomen en struiken (indien nodig), en het vervangen van het dak van het woonhuis dient te worden uitgevoerd wanneer geen broedgeval aanwezig is en buiten het broedseizoen van vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot en met juli. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd. Onderzoek naar uilen en huismussen is noodzakelijk voordat de overkapping en de stal kunnen worden gesloopt.
Met dit onderzoek kan worden aangetoond of uitgesloten of huismus en uilen gebruik maken van de gebouwen als rust- en nestgelegenheid. Op basis van de resultaten van deze onderzoeken kan worden bepaald of een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is en zo ja, welke mitigerende maatregelen Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
16
genomen moeten worden. Naast deze mitigerende maatregelen dient ook rekening gehouden te worden met de algemene vogelsoorten die mogelijk nestelen in de stal en onder de overkapping.
4.2.7
Zoogdieren Vleermuizen Uit de Atlas van de Nederlandse vleermuizen (1997), Korsten en Regelink (2010) en gegevens van de NDFF blijkt dat de soorten baardvleermuis, franjestaart, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis (alle §3.2 Wnb) voorkomen in de wijde omgeving van het plangebied. Vleermuizen kunnen het plangebied gebruiken als foerageergebied, en de hoge bomen als vliegroute. De overkapping en de schuur bieden geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen door de afwezigheid van geschikte ruimtes tussen dak en dakbeschot en tussen geïsoleerde muren. Het dak en de muren van het woonhuis bieden voor vleermuizen ook geen geschikte verblijfplaatsen door het ontbreken van spleten en kieren. Overige zoogdieren Uit gegevens van de NDFF blijkt dat binnen 2,5 kilometer afstand van het plangebied de volgende soorten zijn waargenomen: algemene spits-, woel- en ware muizen, boommarter, das, eekhoorn, egel, haas, konijn, ree en vos (alle §3.3 Wnb). Op een afstand van 2,5 tot 5 kilometer van het plangebied zijn bunzing, hermelijn, steenmarter, wezel (alle §3.3 Wnb) en bever (§3.2 Wnb) aangetroffen. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor algemene spits-, woel- en ware muizen, eekhoorn, egel en mogelijk ook voor bunzing, steenmarter en wezel.
Mogelijk zijn verblijfplaatsen aanwezig van algemene spits-, woel- en ware muizen, eekhoorn, egel en wezel. Muizen, egels en wezels kunnen zich verstoppen in holen in de grond of tussen de vegetatie. Van bunzing en steenmarter zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen of sporen aangetroffen. Voor boommarter, das, haas, konijn, ree, vos, hermelijn en bever is het plangebied niet geschikt doordat er een hek omheen staat of door het ontbreken van water in de directe omgeving. Effectbeoordeling De voorgenomen plannen zorgen niet voor een afname aan foerageergebied en vliegroutes voor vleermuizen. Derhalve treden geen significant negatieve effect op. De voorgenomen plannen zorgen niet voor een afname aan leefgebied voor algemene spits-, woel- en ware muizen, eekhoorn, egel, bunzing, steenmarter en wezel. Derhalve treden geen significant negatieve effect op.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
17
Verblijfplaatsen van eekhoorn en wezel zijn beschermd. Bij de werkzaamheden worden geen bomen gekapt, derhalve treden geen significant negatieve effecten op voor eventueel aanwezige eekhoorns. Verblijfplaatsen van wezel kunnen zich bevinden in oude muizenholen en zijn derhalve lastig te vinden. Bij graafwerkzaamheden en bij het verwijderen van vegetatie kunnen verblijfplaatsen van algemene spits-, woel- en ware muizen, egel en wezel worden vernietigd en individuen worden verstoord. Mitigerende maatregelen Voor algemene (spits)muizen en egel geldt in provincie Noord-Brabant een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt altijd de Algemene zorgplicht, zie §1.3. Om het verwonden van dieren te voorkomen kan bij het verwijderen van de vegetatie één kant op worden gewerkt, zodat aanwezige dieren kunnen vluchten. Verblijfplaatsen van wezel zijn beschermd. Door het verwijderen van vegetatie en graafwerkzaamheden uit te voeren buiten de kraamperiode van marters kunnen negatieve effecten worden voorkomen. De kraamperiode van marters duurt globaal van 15 maart tot 1 september.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
18
5
Conclusies
5.1
Beschermde gebieden Gezien de relatief kleinschalige aard van de plannen is het redelijkerwijs uit te sluiten dat negatieve effecten ontstaan op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen plannen. Mogelijk hebben de sloop- en bouwwerkzaamheden een negatief effect op Natura 2000-gebieden door de stikstofdepositie die ontstaat. Een AERIUS calculatie dient te worden uitgevoerd om hier inzicht in te krijgen. De voorgenomen plannen hebben door de relatief kleinschalige aard van de werkzaamheden geen (significant) negatief effect op de kernkwaliteiten van het NNN.
5.2
Beschermde soorten In het plangebied komen mogelijk verschillende soorten voor die zijn beschermd onder paragrafen 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. Het is uit te sluiten dat in het plangebied beschermde flora, vlinders, libellen, kevers, weekdieren, reptielen en vissen voorkomen. Wel geldt voor alle aanwezige soorten in het plangebied de algemene zorgplicht, zie §1.3 van dit rapport. Tabel 1 geeft een overzicht van de mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied. Soorten van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming Het plangebied biedt geschikte nestgelegenheid voor algemene vogelsoorten, huismus en uilen in bomen en struiken, onder de overkapping en in de stal. Tevens is een rustplaats, vermoedelijk voor kerkuil, aanwezig onder de overkapping. Nader onderzoek naar huismus en uilen is noodzakelijk zodat de aanwezigheid of afwezigheid kan worden aangetoond. Aan de hand van het onderzoek kan worden bepaald of een ontheffing van de Wet natuurbescherming verkregen dient te worden en welke mitigerende maatregelen genomen dienen te worden. Bomen en struiken dienen (indien nodig) te worden gekapt buiten het broedseizoen van vogels. Het plangebied kan door verschillende vogelsoorten worden gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op foerageergebied van vogels.
Soorten van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming Vleermuizen kunnen het plangebied gebruiken als foerageergebied en de hoge bomen als vliegroute. In het plangebied is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen uit te sluiten doordat de gebouwen hiervoor ongeschikt zijn. De werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen.
Soorten van paragraaf 3.3 van de Wet natuurbescherming Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en Alpenwatersalamander kunnen zich verschuilen tussen vegetatie (zoals klimop bij de
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
19
overkapping), ingegraven in de grond en tussen opgeslagen materialen. Bij het verwijderen van deze vegetatie en materialen, en bij graafwerkzaamheden kunnen individuen worden verstoord en verwond. Voor bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten is geen ontheffing noodzakelijk. Voor Alpenwatersalamander geldt deze vrijstelling niet en dient te worden gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode. Dit houdt in dat graafwerkzaamheden en het verwijderen van vegetatie en opgeslagen materialen plaats vindt tussen half april en half oktober, buiten de overwinteringsperiode van deze soort. Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor algemene spits-, woel- en ware muizen, eekhoorn, egel en mogelijk ook voor bunzing, steenmarter en wezel. De voorgenomen werkzaamheden hebben geen significant negatief effect op leefgebied van grondgebonden zoogdieren. Mogelijk zijn verblijfplaatsen aanwezig van spits-, woel- en ware muizen, eekhoorn, egel en wezel. Muizen, egels en wezels kunnen zich verstoppen in holen in de grond of tussen de vegetatie. Bij het verwijderen van deze vegetatie en materialen, en bij graafwerkzaamheden kunnen verscholen muizen, egels en wezels worden verstoord en verwond.
Voor algemene spits-, woel- en ware muizen en egel geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Voor het verstoren van deze soorten is geen ontheffing noodzakelijk. Verblijfplaatsen van wezel zijn beschermd. Door het verwijderen van vegetatie en graafwerkzaamheden uit te voeren tussen 1 september en 15 maart (buiten de kraamperiode) worden negatieve effecten voorkomen. Bij de voorgenomen plannen worden geen bomen gekapt, derhalve treden voor eventueel aanwezige eekhoornnesten geen negatieve effecten op. Tabel 1. Overzicht mogelijk aanwezige en aangetroffen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied Soort(groep)
Bescherming
Functie
Mogelijk
Ontheffing
plangebied
effect
nodig
Maatregelen
Snoeien en §3.1 Wnb
Nee, mits
kappen wanneer
Algemene
(nest niet
maatregelen
geen broedgeval
vogels
jaarrond
worden
aanwezig is en
uitgevoerd
buiten
Nestgelegenheid
Ja
beschermd)
broedseizoen §3.1 Wnb Huismus
(nest wel jaarrond beschermd)
(Kerk)uil
Nestgelegenheid (stal en
Nader Ja
Mogelijk
overkapping)
§3.1 Wnb
Nestgelegenheid
(nest wel
en rustplaatsen
jaarrond
(stal en
beschermd)
overkapping)
onderzoek uitvoeren
Nader Ja
Mogelijk
onderzoek uitvoeren
FoerageerVleermuizen
§3.2 Wnb
gebied en
Nee
-
-
vliegroutes
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
20
Soort(groep)
Bescherming
Functie
Mogelijk
Ontheffing
plangebied
effect
nodig
Maatregelen
Verwijderen
Alpenwatersalamander
Nee, mits
Land- en §3.3 Wnb
overwinterings-
Ja
habitat
maatregelen worden uitgevoerd
vegetatie en graafwerkzaamheden uitvoeren tussen 15 april en 15 oktober
Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en
Land- en §3.3 Wnb
kleine water-
overwinterings-
Nee, Ja
habitat
algehele
-
vrijstelling
salamander Algemene (spits)muizen en
Nee, §3.3 Wnb
Verblijfplaatsen
Ja
egels
algehele
-
vrijstelling Verwijderen Nee, mits
Wezel
§3.3 Wnb
Verblijfplaatsen
Ja
maatregelen worden uitgevoerd
vegetatie en graafwerkzaamheden uitvoeren tussen 1 september en 15 maart
Eekhoorn
5.3
§3.3 Wnb
Verblijfplaatsen
Nee
-
-
Advies en aanbevelingen Geconcludeerd kan worden dat de voorgenomen plannen niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming, mits: 1. Nader onderzoek wordt uitgevoerd naar de aanwezigheid van nest- en rustplaatsen van huismus en uilen bij de stal en de overkapping 2. Indien nodig, bomen en struiken worden gekapt buiten de broedperiode van vogels 3. Het verwijderen van vegetatie en opgeslagen materialen en het uitvoeren van graafwerkzaamheden wordt uitgevoerd tussen 15 september en 15 oktober 4. Middels een Aerius berekening inzichtelijk wordt gemaakt of er sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden.
5.4
Gevolgen voor (het tijdpad van) de voorgenomen plannen Nader onderzoek Huismus onderzoek wordt uitgevoerd tussen 1 april en 20 juni. (Kerk)uil onderzoek wordt uitgevoerd tussen 1 februari en 1 oktober.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
21
Ontheffing Wet natuurbescherming Indien nesten en rustplaatsen aanwezig zijn in de gebouwen dient voorafgaand aan de werkzaamheden een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd bij provincie Noord-Brabant. De aanvraag kan pas worden ingediend als het nader onderzoek helemaal is afgerond. De gemeente of Omgevingsdienst heeft 26 weken nodig om uw vergunning in orde te maken, gerekend vanaf het moment dat u uw aanvraag heeft ingestuurd. Als u niet alle gevraagde informatie bij uw aanvraag meestuurt, duurt de afhandeling langer. Voor het aanvragen van een ontheffing dient een mitigatieplan/activiteitenplan te worden opgesteld ten behoeve van de verblijfplaatsen van de beschermde soort(en). Daarnaast dienen mitigerende maatregelen genomen te worden om een ontheffing te kunnen verkrijgen indien noodzakelijk.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
22
Geraadpleegde bronnen
Literatuur
Bos F., M. Bosveld, D. Groenendijk, C. van Swaay, I. Wynhoff, De Vlinderstichting, 2006. De
dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden. Bouwens, S. Provincie Noord-Brabant, 2017. Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming. Zoogdiervereniging - rapport 2017.32. Creemers R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (redactie). 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland, Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Survey Nederland, Leiden. Korsten, E. en Regelink J.R. Herkennen van potentiële vleermuiswaarden: in het kader van quickscans en andere ecologisch vooronderzoek. Zoogdiervereniging - rapport 2010.44. Zoogdiervereniging, Nijmegen. Limpens, H., K. Mostert, W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen, onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. Ministerie van Economische Zaken. Brochure: Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3 december 2016. Nederlandse Vereniging voor Libellenstudie, 2002. De Nederlandse libellen (Odonata). Nederlandse Fauna 4. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
Internet
Natura 2000-gebieden, kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan, 30-04-2020 Natuurbeheerplan provincie Noord-Brabant, kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan,
30-04-2020 NDFF - 30-04-2020 10:36:49 www.eis-nederland.nl www.vlinderstichting.nl www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl www.verspreidingsatlas.nl
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
23
Bijlage 1 Wet- en regelgeving
Wet natuurbescherming In Nederland is de bescherming van natuurwaarden sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. Deze wet regelt de bescherming van soorten, gebieden en houtopstanden en vervangt daarmee de Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet 1998 en Boswet. Daarnaast geldt per provincie beleid voor de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd). Soortbescherming Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; 2.
Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is; Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen is bovendien vrijstelling mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
24
Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Categorie 1 (§ 3.1 Wnb)
Categorie 2 (§ 3.2 Wnb)
Categorie 3 (§ 3.3 Wnb)
Art 3.1 lid 1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden in het wild levende
Het is verboden soorten in hun
Het is verboden soorten opzettelijk te
vogels opzettelijk te doden of te
natuurlijke verspreidingsgebied
doden of te vangen
vangen
opzettelijk te doden of te vangen
Art 3.1 lid 2
Art 3.5 lid 4
Art 3.10 lid 1b
Het is verboden opzettelijk nesten,
Het is verboden de
Het is verboden de vaste
rustplaatsen en eieren van vogels te
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen
vernielen of te beschadigen, of nesten
van dieren te beschadigen of te
van dieren opzettelijk te beschadigen
van vogels weg te nemen
vernielen
of te vernielen
Art 3.1 lid 3
Art. 3.5 lid 3
-
Het is verboden eieren te rapen en
Het is verboden eieren van dieren in
deze onder zich te hebben
de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen
Art 3.1 lid 4 en lid 5
Art 3.5 lid 2
Het is verboden vogels opzettelijk te
Het is verboden dieren opzettelijk te
storen, tenzij de storing niet van
verstoren
-
wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort -
Art 3.5 lid 5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden plantensoorten in hun
Het is verboden plantensoorten in hun
natuurlijke verspreidingsgebied
natuurlijke verspreidingsgebied
opzettelijk te plukken en te
opzettelijk te plukken en te
verzamelen, af te snijden, te
verzamelen, af te snijden, te
ontwortelen of te vernielen
ontwortelen of te vernielen
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.
Natura 2000 (bron: Rijksoverheid) In 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. De wet biedt een beschermingskader voor de flora en fauna binnen de aangewezen beschermde gebieden, de zogenaamde Natura 2000gebieden en bijzondere nationale gebieden. De wet bepaalt dat projecten en andere handelingen die de kwaliteit van de habitats kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Ook plannen moeten getoetst worden op hun gevolgen voor de Natura 2000gebieden. Dit gebeurt met de habitattoets.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
25
De habitattoets bestaat uit drie onderdelen: oriëntatiefase (en vooroverleg); verslechterings- en verstoringstoets; passende beoordeling. De oriëntatiefase maakt geen deel uit van de in de wet geregelde procedures. In de praktijk is deze stap nodig. Gezamenlijk met het bevoegd gezag wordt bepaald of goedkeuring van het plan nodig is en welke verdere procedure doorlopen moet worden. Afhankelijk van de kans en omvang van de effecten op een Natura 2000-gebied bestaat de vervolgprocedure uit het uitvoeren van een verslechterings- en verstoringstoets, een passende beoordeling of geen enkele toetsing. Indien er geen kans is op negatieve effecten op een Natura 2000-gebied is geen goedkeuring voor de plannen of het project nodig. Als uit de oriëntatiefase is gebleken dat er kans is op significant negatieve effecten voor het Natura 2000-gebied, dient een passende beoordeling te worden uitgevoerd. Indien uit de passende beoordeling blijkt dat er kans is op een significant negatief effect moet aan de volgende criteria worden voldaan: er zijn geen alternatieve oplossingen voor het project die minder of geen negatieve effecten hebben voor het Natura 2000-(deel)gebied; er is sprake van dwingende redenen van groot openbaar belang; er is voorzien in compenserende maatregelen. Alléén als aan deze voorwaarden wordt voldaan, kan goedkeuring worden verleend.
Indien uit de oriëntatiefase is gebleken dat er een kans is op (niet-significante) negatieve effecten, dient een verslechterings- en verstoringstoets te worden uitgevoerd. Met dit onderzoek wordt bepaald: of deze kans reëel is en of de verslechtering of verstoring aanvaardbaar is.
Natuurnetwerk Nederland / Ecologische hoofdstructuur (bron: Rijksoverheid) Natuurgebieden in Nederland zijn erg versnipperd. Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden. Hierdoor zijn deze gebieden beter bestand tegen negatieve milieu-invloeden. In grotere natuurgebieden kunnen bovendien meer soorten planten en dieren leven. Het doel van het afwegingskader Ecologische Hoofdstructuur is om de EHS als netwerk van natuurgebieden te beschermen tegen negatieve effecten van ruimtelijke ingrepen. Dat betekent niet dat ontwikkelingen zoals woningbouw en bedrijvigheid, verboden zijn. Door het doorlopen van het afwegingskader wordt vastgesteld of, en zo ja, onder welke voorwaarden een ontwikkeling in de Ecologische Hoofdstructuur kan worden toegelaten. De bescherming van de Ecologische Hoofdstructuur vindt plaats door het nee-tenzij-regime uit de Nota Ruimte. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen in de EHS met een negatief effect op de EHS in principe niet zijn toegestaan. Onder voorwaarden kan hiervan worden afgeweken. De beleidsmatige basis voor het afwegingskader voor de Ecologische Hoofdstructuur is de Nota Ruimte.
Daarnaast hebben Rijk en provincies een beleidskader Spelregels EHS opgesteld. Het beleidskader geeft een uitwerking, verduidelijking en aanscherping van de verschillende onderdelen Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
26
van het afwegingskader. De provincies laten de inhoud van de Spelregels EHS doorwerken in het provinciaal ruimtelijk beleid. De bescherming van de EHS gebeurt via de regelgeving van de ruimtelijke ordening. Het beschermingsregime is onder de Wro door het Rijk vastgelegd in de AMvB Ruimte en werkt via provinciale verordeningen.
Quickscan flora en fauna, Nieuwkuikseweg 17 te Helvoirt, mei 2020
27