CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Toelichting paraplubestemmingsplan archeologie

Raadsvergadering 6 april 2023, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling Paraplubestemmingsplan ‘Archeologie’3.103 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Paraplubestemmingsplan Archeologie Gemeente Vught PLANTOELICHTING NL.IMRO.0865.vghBParcheologie.VG01

1

Titel: Datum: Projectnummer:

Paraplubestemmingsplan Archeologie 02-02-2023 2022.123

Adviesbureau: Auteurs: Contactpersoon: (Post)adres:

Wintraecken Advies B.V. Teun van de Camp Msc. en mr. David Wintraecken David Wintraecken Harry Bolsiuslaan 13 5481 BN Schijndel (073) 850 51 29 / (06) 146 488 29 info@wintraeckenadvies.nl www.wintraeckenadvies.nl

Telefoon: E-mail: Website:

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of Wintraecken Advies.

2

INHOUDSOPGAVE 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding ...................................................................................................................................... 4 1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied .................................................................................... 5 1.3 Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 5

2.

Planbeschrijving .............................................................................................................................. 6

3.

Beleidskader .................................................................................................................................... 7 3.1 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 7 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 8 3.3 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 8

4.

Juridische planopzet ...................................................................................................................... 11 4.1 Inleiding ........................................................................................................................................ 11 4.2 Plansystematiek ........................................................................................................................... 11

4.2.1 Paraplubestemmingsplan ..................................................................................................... 11 4.2.2 Planregels ............................................................................................................................. 11 5.

Uitvoerbaarheid ............................................................................................................................. 15 5.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 15 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................... 15

5.2.1 Vooroverleg .......................................................................................................................... 15 5.2.2 Tervisielegging van het ontwerp .......................................................................................... 16 5.2.3 Vaststellingsprocedure ........................................................................................................ 16

Bijlagen 1. Toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidskaarten 2. Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

3

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Op 19 mei 2022 heeft de Gemeenteraad van Vught het beleidskader archeologie 2022 vastgesteld. Het beleidskader omvat archeologische verwachtings- en beleidskaarten en per verwachtingswaarde normen wanneer archeologisch onderzoek wordt vereist bij een bepaalde mate van bodemverstoring. Dit beleid geldt voor de gehele gemeente en overstijgt daarmee de plangrenzen van de verschillende onderliggende bestemmingsplannen. De raad wil wel dat ten aanzien van akkerbouwpercelen die als enkeerdgronden aangemerkt kunnen worden een ondergrens van 50 centimeter wordt toegestaan voor wat betreft archeologisch onderzoek. Voorliggend paraplubestemmingsplan zorgt voor de planologisch-juridische borging van het archeologiebeleid. De toelichting op de archeologische verwachtings- en beleidskaarten, inclusief de kaarten zelf, vormt de basis voor dit parapluplan. Deze is als bijlage 1 aan deze plantoelichting toegevoegd. In het parapluplan worden de archeologische waarden voorzien van een dubbelbestemming. De dubbelbestemming geldt boven de (enkel)bestemming van de gronden. Dit parapluplan heeft alleen betrekking op de bescherming van archeologische waarden.

4

1.2 Ligging en begrenzing van het plangebied De ligging en begrenzing van het plangebied waar dit paraplubestemmingsplan betrekking op heeft betreft het gehele grondgebied van de gemeente Vught. De bestemmingsplangrens valt dan ook samen met de gemeentegrens. In onderstaande figuur is de gemeente Vught in kaart weergegeven.

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied van het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie Vught' omvat alle gronden binnen het grondgebied van de gemeente Vught waarop thans bestemmingsplannen van kracht zijn. 1.4 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het plan is opgenomen. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 4 is de juridische toelichting op de planopzet gegeven. In het laatste hoofdstuk komt de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.

5

2. Planbeschrijving Onderhavig bestemmingsplan is ontwikkeld als een paraplu(bestemmings)plan waarmee voor alle bestemmingsplannen in de gemeente Vught dezelfde regeling voor archeologie gaat gelden. Het parapluplan heeft alleen betrekking op de regeling voor archeologie en brengt geen wijziging aan in de overige regels van de vigerende bestemmingsplannen. Het doel van dit bestemmingsplan is om het gemeentelijke archeologisch beleid te vertalen in een bestemmingsplan. Dit wordt gedaan door de gebieden met archeologische verwachtingswaarden te koppelen aan een vergunningstelsel. Het vergunningstelsel is opgezet ter bescherming van de waarden en is niet bedoeld als een verbodsregeling. Het is toegestaan om bodemingrepen te verrichten en (ver)bouwingen uit te voeren, maar alleen als dat mede in het belang is van de betrokken waarden.

6

3. Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het beleidskader dat relevant is voor het plan toegelicht. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur. 3.1 Rijksbeleid In 1992 hebben Europese landen, waaronder Nederland, het Verdrag van Malta gesloten om beter voor hun archeologische erfgoed te zorgen. In 2007 is dit verdrag in de Nederlandse wetgeving verankerd via de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz). Die wet heeft geleid tot aanpassing van een aantal wetten, waaronder de Monumentenwet 1988. Ook de Wabo-regelgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) sluit hierop aan. Sinds 2016 geldt ook de Erfgoedwet. Drie principes van het Verdrag van Malta die aldus doorwerken in het proces van de ruimtelijke ordening en omgevingsvergunningverlening zijn: 1. Behoud in situ: het streven naar behoud van archeologische resten op de plaats waar deze worden aangetroffen. De bodem is immers de beste conservator van archeologische resten; 2. Het in de ruimtelijke ordening tijdig, in een vroeg stadium van de planvorming, rekening houden met archeologie. Voor de bescherming van archeologie en zodat een plan nog hierop kan worden aangepast; 3. De verstoorder betaalt: de verstoorder van de bodem betaalt voor het archeologische onderzoek dat nodig is en voor de documentatie.

Een belangrijke uitwerking hiervan voor de processen van ruimtelijke ordening en vergunningverlening heeft plaatsgevonden in het ruimtelijke ordeningsrecht en de Waboregelgeving. Zo moet de gemeenteraad bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening houden met cultuurhistorie en archeologie, aldus artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Dit artikel is uitvloeisel van de Modernisering van de Monumentenzorg (MoMo sinds 2009) en beoogt een verandering in de manier van denken: cultureel erfgoed als belangrijke factor en kans in ruimtelijke ontwikkelingen (beleefbaar maken van cultuurhistorie). Dit geldt ook voor archeologisch erfgoed. Een archeologisch onderzoek kan worden vereist voor afwijken van het bestemmingsplan en voor sloop van een bouwwerk in een Rijksbeschermd stadsgezicht. In een bestemmingsplan kan een archeologisch onderzoek worden vereist voor bouwen en aanleggen. Bij al die

7

activiteiten kunnen archeologie beschermende voorschriften worden verbonden aan de vereiste omgevingsvergunning. Als opsteller van het bestemmingsplan en als vergunningverlener is de gemeente verantwoordelijk voor de omgang met archeologie. Zoals blijkt uit de ‘kan’-bepalingen hierboven bevat de wet geen inhoudelijke norm voor de omgang met archeologie. De gemeente kan wat dat betreft zelf beleid opstellen binnen de grenzen van de gemeentelijke zorgplicht voor archeologisch erfgoed en mits goed onderbouwd en gemotiveerd. Doorwerking plan(gebied) Met het vaststellen van het Paraplubestemmingsplan Archeologie wordt voldaan aan de wettelijke verplichting uit de Wamz en het Rijksbeleid ter zake. Het plan zorgt voor de planologisch-juridische borging van dit archeologiebeleid. 3.2 Provinciaal beleid De provincie heeft haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Daarop zijn 16 archeologische landschappen aangewezen die alleen (zelf)bindend zijn voor de provincie vanuit de eigen structuurvisie. Op de Cultuurhistorische Waardenkaart zijn geen archeologische landschappen aangeduid in de gemeente Vught. De provincie voert het interbestuurlijk toezicht uit en controleert of het gemeentelijke erfgoedbeleid (inclusief archeologie) aan de wettelijke eisen voldoet.

Doorwerking plan(gebied) Met het vaststellen van het Paraplubestemmingsplan Archeologie wordt voldaan aan het provinciaal beleid. Het plan zorgt voor de planologisch-juridische borging van dit archeologiebeleid. 3.3 Gemeentelijk beleid Op 19 mei 2022 heeft de gemeenteraad van Vught het beleidskader archeologie 2022 vastgesteld. Het beleidskader omvat archeologische verwachtings- en beleidskaarten en per verwachtingswaarde normen wanneer archeologisch onderzoek wordt vereist bij een bepaalde mate van bodemverstoring. Het doel van dit archeologiebeleid is het verbeteren van de omvang met archeologische resten als informatiebron van het lokale verleden en het benutten ervan bij de verdere ontwikkeling van de gemeente. Het ondergrondse culturele erfgoed en de maatschappelijke waarden ervan verdienen namelijk een verder uitgewerkt en integraal archeologiebeleid.

8

Essentieel onderdeel van het beleid is een geactualiseerd standpunt over de normen die bepalen of de gemeente wel of niet archeologisch onderzoek eist bij bodemverstoringen van een bepaalde omvang, bijvoorbeeld vanwege een bouwplan. Dit vergt een zorgvuldige belangenafweging. In dit archeologiebeleid zijn onder andere verschillende vrijstellingsgrenzen en onderzoeksmethoden bepaald voor ontwikkelingen in de gemeente ter plaatse van een bepaalde archeologische verwachting. Doorwerking plan(gebied) In voorliggende paraplubestemmingsplan zijn de verwachtingswaarden verdeeld over 6 categorieën. Dit zijn de 6 dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie. Een overzicht van de normen die bepalen of archeologisch onderzoek nodig is zijn in de navolgende tabel per categorie (die zijn weergegeven op de verwachtingswaardenkaart) weergegeven. Cat. 1

2 3 4 5 6

Arch. verwachting en waarde Gebied van zeer hoge archeologische Waarde – met name aanwezige binnen de kern Vught (Fort Isabella) Gebied van hoge archeologische Waarde Gebied van archeologische waarde Gebied met een hoge archeologische verwachting Gebied met een middelhoge archeologische verwachting Gebied met een lage archeologische verwachting

Vrijstellingsgrens 0 m2 en 30 cm –Mv (- Mv: onder maaiveld) 25 m2 en 30 cm – Mv 50 m2 en 30 cm –Mv 100 m2 en 30 cm –Mv 250 m2 en 30 cm –Mv 10.000 m2 en 30 cm –Mv

Bovenstaande verwachtingswaarden, vrijstellingsgrenzen en onderzoeksmethoden zijn als uitgangspunten gehanteerd voor dit paraplubestemmingsplan. Het archeologiebeleid is direct toegepast in dit plan. Voor de gebieden op de verbeelding waarvoor geen dubbelbestemming Waarde Archeologie is aangegeven, geldt geen archeologische verwachtingswaarde, deze gebieden zijn vrijgegeven.

9

Bij de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 4 t/m 6 geldt tevens de aanduiding ‘overige zone - enkeerdgronden’ die bepaalt dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan respectievelijk 100, 250 en 10.000 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m onder maaiveld of dieper dan 0,5 m onder maaiveld bij de aanduiding ‘overige zone - enkeerdgronden’, de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. Met het vaststellen van het Paraplubestemmingsplan Archeologie wordt voldaan aan het gemeentelijk beleid. Het plan zorgt voor de planologisch-juridische borging van dit archeologiebeleid.

10

4. Juridische planopzet In dit hoofdstuk wordt de juridische opzet van het paraplubestemmingsplan beschreven. 4.1 Inleiding Met dit paraplubestemmingsplan worden de geldende bestemmingsplannen binnen het grondgebied van de gemeente Vught aangevuld met het nieuwe archeologiebeleid, zoals opgenomen in het beleidskader archeologie 2022 van de gemeente Vught (zie bijlage 11). Daarmee gaat voor alle onderliggende bestemmingsplannen hetzelfde archeologiebeleid gelden. Dit bestemmingsplan bestaat uit drie delen: een verbeelding waarop onder meer de bestemming in het plangebied is aangegeven, planregels waarin de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de op de verbeelding vermelde bestemming zijn opgenomen en een toelichting waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven. De verbeelding vormt samen met de regels het bindende deel van het bestemmingsplan. In deze toelichting worden onder andere de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord. Hierin staat ook beschreven wat het vigerend beleid inhoudt. 4.2 Plansystematiek 4.2.1 Paraplubestemmingsplan

Het voorliggende bestemmingsplan is opgesteld als een parapluplan waarmee voor alle bestemmingsplannen in Vught hetzelfde archeologiebeleid gaat gelden. Het bestemmingsplan heeft alleen betrekking op het beleid voor archeologie en beoogt geen wijziging aan te brengen in de overige regels van de vigerende bestemmingsplannen (of inpassingsplannen). 4.2.2 Planregels

Het bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Voor de opbouw van de regels is aangesloten bij de geldende Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels;

11

4. overgangs- en slotregels.

Hoofdstuk 1: inleidende regels

Dit hoofdstuk bestaat uit de begripsbepalingen (artikel 1) en reikwijdte (artikel 2). In de begripsbepalingen worden omschrijvingen gegeven van diverse in het bestemmingsplan gebruikte begrippen/termen. De begripsbepalingen zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen. Artikel 2 regelt dat het bestemmingsplan 'Parapluplan Archeologie Vught' alle gronden binnen het grondgebied van de gemeente Vught omvat waarop thans bestemmingsplannen van kracht zijn. Hoofdstuk 2: bestemmingsregels

In het tweede hoofdstuk komen de bestemmingen aan de orde. In dit bestemmingsplan is uitsluitend sprake van dubbelbestemmingen om de eventuele archeologische waarden te beschermen. Er zijn 6 dubbelbestemmingen opgenomen. Deze zijn gebaseerd op het beleidskader archeologie 2022. Het beleidskader omvat archeologische verwachtings- en beleidskaarten en per verwachtingswaarde normen wanneer archeologisch onderzoek wordt vereist bij een bepaalde mate van bodemverstoring (zie bijlagen). De opbouw van deze dubbelbestemmingen ziet er als volgt uit: Bestemmingsomschrijving De omschrijving van de doeleinden. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. De gronden gelegen binnen de dubbelbestemmingen zijn bestemd voor de bescherming en veiligstelling van de ter plaatse in de grond aanwezige of te verwachten waarden, waarbij geldt dat de dubbelbestemmingen prevaleren boven de andere aldaar geldende bestemmingen. Bouwregels In de bouwregels wordt, per dubbelbestemming, voor het oprichten van een bouwwerk groter dan X m² en met een bodemverstoring dieper dan X m onder maaiveld vastgelegd dat de aanvrager een rapport moet overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld.

Indien uit het rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

12

In de dubbelbestemmingen ten behoeve van eventuele archeologische waarden is een vergunningenstelsel opgenomen voor de gronden gelegen binnen deze dubbelbestemmingen. Hierin worden bepaalde werken en/of werkzaamheden vergunningplichtig gesteld. Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Zo geldt dat de archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig aangetast mogen worden. Enkeerdgronden Bij de dubbelbestemmingen Waarde – Archeologie 4 t/m 6 geldt tevens de aanduiding ‘enkeerdgronden’ die bepaalt dat bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van één bouwwerk of meerdere bouwwerken tezamen groter dan respectievelijk 100, 250 en 10.000 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m onder maaiveld of dieper dan 0,5 m onder maaiveld bij de aanduiding ‘overige zone - enkeerdgronden’, de aanvrager een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld. Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk In de dubbelbestemmingen ten behoeve van eventuele archeologische waarden is een vergunningenstelsel opgenomen voor de gronden gelegen binnen deze dubbelbestemmingen. Hierin wordt het slopen van bepaalde bouwwerken vergunningplichtig gesteld.

Bij de beoordeling van de vraag of en in welke mate bepaalde werken en/of werkzaamheden toelaatbaar worden geacht gelden enkele maatstaven. Zo geldt dat de archeologische waarden van de betreffende gronden niet onevenredig aangetast mogen worden. Toelaatbaarheid Daarnaast moet uit een archeologisch onderzoek, naar het oordeel van het bevoegd gezag, in voldoende mate blijken dat de archeologische waarden in voldoende mate zijn zeker gesteld, of dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn, of dat de archeologische waarden niet of niet onevenredig worden geschaad. Het archeologisch onderzoek dient te voldoen aan de binnen de beroepsgroep algemeen gangbare kwaliteitsafspraken en – criteria, zoals verwoord in de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA). Uitzondering Voor sommige bodemingrepen is een vergunning niet noodzakelijk. Deze uitzonderingen zijn de planregels bij de verschillende archeologische waarden bestemmingen terug te vinden. Advies

13

Bij de beoordeling van een archeologisch onderzoek en van een PvE kan het bevoegd gezag advies vragen aan een deskundige. Wijzigingsbevoegdheid Het bevoegd gezag kan de dubbelbestemming wijzigen of geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien ter plaatse geen archeologische waarden meer aanwezig zijn. Binnen de dubbelbestemmingen zijn daarnaast op enkele locaties aanduidingen opgenomen voor afgegraven/ontgronden en opgehoogde terreinen. Hoofdstuk 3: overgangs- en slotregels

Dit hoofdstuk bevat het voor elk bestemmingsplan verplichte overgangsrecht voor bouwen en gebruik en de slotregel met daarin de citeertitel van de planregels

14

5. Uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een toelichting waarin de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan zijn neergelegd. Dit hoofdstuk gaat in op de uitvoerbaarheid, waarbij eerst de economische uitvoerbaarheid aan bod komt en vervolgens de maatschappelijke uitvoerbaarheid. 5.1 Economische uitvoerbaarheid Het voorliggende plan voorziet niet in een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, Wro. Het is daarom niet nodig een exploitatieplan op te stellen. Er doet zich dus geen mogelijkheid voor een kostenverhaal op te stellen, zoals bedoeld is in afdeling 6.4 van de Wro. 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het paraplubestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg toegezonden aan de provincie Noord-Brabant en andere betrokken overleginstanties. Het ontwerp paraplubestemmingsplan wordt gedurende 6 weken voor eenieder ter inzage gelegd. Er zijn wettelijke eisen met betrekking tot de voorbereiding en totstandkoming van een bestemmingsplan. Artikel 3.8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan de in afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geregelde uniforme openbare voorbereidingsprocedure (uov) van toepassing is.

Dit houdt in dat tussen gemeente en verschillende instanties overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Dientengevolge zijn de volgende stappen te onderscheiden: • Vooroverleg; • Tervisielegging van het ontwerp en mogelijkheid tot indienen van zienswijzen; • Vaststellingsprocedure. 5.2.1 Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

15

Op 21 juli 2022 is het plan toegezonden aan de vooroverleg-instanties. De provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel, Waterschap Aa en Maas, Rijkswaterstaat Zuid-Nederland en Veiligheidsregio Brabant-Noord hebben gereageerd op het ontwerp-paraplubestemmingsplan. Alle vooroverleginstanties hebben ingestemd met het ontwerpplan. 5.2.2 Tervisielegging van het ontwerp

Het bestemmingsplan betreft het incorporeren van in mei 2022 vastgesteld archeologiebeleid. Voor dit beleid heeft eerder een inspraakprocedure plaatsgevonden. Op basis van de gemeentelijke inspraakverordening is daarom besloten om voor het plan te volstaan met tervisielegging van het ontwerp ervan met de mogelijkheid om daarover zienswijzen in te dienen. In het kader van de procedure als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening heeft het ontwerp-paraplubestemmingsplan gedurende zes weken, van 13 oktober 2022 tot en met 23 november 2022, ter inzage gelegen. Op het ontwerp-paraplubestemmingsplan is een aantal zienswijzen ingebracht. Voor de be- en afhandeling van de zienswijzen wordt verwezen naar bijgevoegde Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen (bijlage 2). 5.2.3 Vaststellingsprocedure

De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens artikel 3.8 van de Wro. Als onderdeel van deze procedure wordt het bestemmingsplan gedurende een termijn van 6 weken ter inzage gelegd voor zienswijzen.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=d276ee9f-aadf-4228-a7c1-d5a2ad4c4082