Bijlage - Toelichting Kom Helvoirt 2023
Tekst van het document
Deze constatering vertaald zich in het aanpassen van ons handelen op deze verandering, bijvoorbeeld het beperken van de hittestress en de aanpassing van ruimtelijke ontwikkelingen aan hevige buien. In het plan zijn deze programma’s verder uitgewerkt in maatregelen, in samenhang met economische, milieu- en maatschappelijke opgaven. Dit heeft geleid tot een integrale visie op de ontwikkeling van de provincie Noord-Brabant. In de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerd augustus 2023 is onder andere regelgeving opgenomen voor de regionale en primaire waterkeringen. Voor bestemmingsplannen c.q. wijzigingsplannen zijn randvoorwaarden opgenomen die een onbelemmerde werking, instandhouding en het onderhoud van de primaire en regionale waterkeringen mogelijk maken, Dit geldt voor de beschermingszone en de kernzone die hoort bij de waterkeringen zoals opgenomen in de vastgestelde leggers van het waterschap.
34
4.5.3
Beleid Waterschap De Dommel Waterbeheerprogramma 2022-2027 Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. De doelen van het waterschap voor de periode van 2022 tot 2027 staan beschreven in het waterbeheerprogramma. Dit waterbeheerprogramma is op 24 november 2021 vastgesteld. In dit plan is beschreven welke doelstellingen het waterschap nastreeft in de periode 20222027 en hoe zij die doelstellingen wil gaan halen. Het waterbeheerplan is uitgewerkt in de volgende drie programma’s: − Droge voeten: dit programma draait om de bescherming tegen overstromingen vanuit het primaire en het regionale watersysteem. Verder vormt een toekomstbestendige waterhuishouding het beleidsuitgangspunt; − Voldoende water: het programma draait om een goed functionerend watersysteem in normale én in extreem droge en natte situaties: klimaatbestendig, robuust, veerkrachtig en stuurbaar. Daarbij let het waterschap op de hoeveelheid (goede waterpeilen, het vasthouden van water en het omgaan met wateroverlast en droogte); en op de kwaliteit van het water dankzij opgaven natuurinclusiever oppakken; − Schoon water: bij dit programma speelt het zuiveren van afvalwater een centrale rol met oog voor circulaire economie en energieneutraliteit. De aandacht wordt ook besteed aan water dat vrij van schadelijke chemicaliën moet worden.
Huidige knel- en aandachtspunten zijn vervolgens in kaart gebracht. Deze programma’s zijn verder uitgewerkt in het WBP naar concrete doelstellingen en onderverdeeld in werkrichtingen voor de komende jaren. Deze doelstellingen vinden onder andere een doorwerking in de beschikbare instrumenten van het waterschap; verordening, legger, communicatie en stimuleringsmiddelen. Keur Waterschappen Voor het beheer en onderhoud van het bestaande watersysteem is door de Brabantse waterschappen een gezamenlijke Keur opgesteld. De regels in de Keur hebben betrekking op het lozen, afvoeren, onttrekken of aanvoeren van grondwater en water uit sloten en andere watergangen.
4.5.4
Gemeentelijk beleid De gemeente Vught heeft haar visie op het stedelijk waterbeheer in het “Programma water en riolering 2022-2026: Op weg naar een waterrobuust en klimaatbestendig Vught” vastgelegd. Ook heeft de gemeente dit beleid vertaald naar concrete regels in de “Waterafvoerverordening Vught 2022”. De gemeente heeft een zorgplicht voor stedelijk afvalwater, voor afvloeiend hemelwater en voor grondwatermaatregelen. In eerste instantie is de perceeleigenaar zelf verantwoordelijk voor de verwerking van hemelwater op zijn/haar terrein. Eventuele compensatie dient plaats te vinden volgens de voorkeursvolgorde: infiltreren, retentie binnen plangebied, retentie buiten plangebied of berging in bestaand watersysteem. Als een infiltratievoorziening wordt aangelegd, kan een onderzoek naar de infiltratiecapaciteit van de bodem noodzakelijk zijn.
4.5.5
Situatie plangebied De primaire watergangen en de watergangen die ruimtelijk waardevol zijn, zijn voorzien van de bestemming ‘Water’. Binnen het plangebied ligt de Raamse Loop, zijnde
35
een a-watergang. De overige watergangen vallen onder bijvoorbeeld de groen- of verkeersbestemming. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en de daarmee samenhangende te doorlopen ruimtelijke procedure, wordt er voor de watertoets vroegtijdig contact met het Waterschap De Dommel opgenomen. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk, welke een significante impact hebben op de waterhuishouding. Er is geen reden om aan te nemen dat de huidige waterhuishoudkundige situatie verandert waardoor een verslechtering van het waterkwantiteits- dan wel het waterkwaliteitssysteem waarneembaar is. Het is dan ook niet noodzakelijk de watertoets te doorlopen. Het plan wordt ten behoeve van het vooroverleg voorgelegd aan het betrokken waterschap De Dommel. Reactie waterschap De Dommel In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan waterschap De Dommel. Het waterschap geeft in de reactie aan drie belangrijke waterbelangen die binnen het plangebied aan de orde zijn op de verbeelding en in de planregels worden gemist: een rioolwatertransportleiding, waterbergingsgebied en boringsvrije zone. Deze belangen zijn inmiddels op de verbeelding opgenomen en in de regels zijn deze waterbelangen beschermt. Ook is er in de toelichting kort aandacht aan besteed.
4.6
Ecologie Algemeen Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de gevolgen van de ontwikkeling voor de natuur. Het natuurbeschermingsrecht is te vinden in verdragen, Europese en nationale regelgeving en in nationaal en provinciaal beleid. Vanuit de Europese regelgeving wordt met name de nadruk gelegd op de bescherming van plant- en diersoorten (Vogelrichtlijn) en leefgebieden (Habitatrichtlijn). Ten behoeve hiervan zijn dan ook diverse beschermingsgebieden aangewezen. De belangrijkste beschermingszones zijn Natura 2000-gebieden. In het vervolg van deze paragraaf wordt specifiek ingegaan op respectievelijk gebiedsbescherming en soortenbescherming. Toetsing Gebiedsbescherming De bescherming van Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming, inwerking getreden 1 januari 2017, die de implementatie vormt van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. De Natura 2000-gebieden vormen samen een Europees netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Als ontwikkelingen (mogelijk) leiden tot aantasting van natuurwaarden binnen een Natura 2000-gebied, moet een vergunning worden aangevraagd. Gedeputeerde Staten van de provincie zijn het bevoegd gezag voor verlening van deze vergunning.
Indien eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd voor een activiteit waarvoor tevens een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is vereist, dan haakt de natuurtoets aan bij de omgevingsvergunning.
36
Verder moet rekening worden gehouden met het beleid ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De regels met betrekking tot het NNN zijn opgenomen in de provinciale Omgevingsverordening. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'.
Uitsneden kaart 4 Natuur en stiltegebieden (bron: Provinciale Omgevingsverordening) met links de kern Helvoirt en rechts Villapark Eikendonk.
Het plangebied bevindt zich op relatief korte afstand van een beschermingszone, zoals bedoeld in de Vogel- en/of Habitatrichtlijn. Een klein deel van Villapark Eikendonk is gelegen in het Natuur Netwerk Brabant en ook de kern Helvoirt is gelegen nabij het Natuur Netwerk Brabant. Tevens ligt Villapark Eikendonk ook dichtbij het Natura 2000gebied ‘Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen’. Aangezien onderhavig bestemmingsplan voornamelijk consoliderend van karakter is en niet in nieuwe ontwikkelingen voorziet, worden er geen negatieve effecten veroorzaakt ten aanzien van de natuurwaarden in de omgeving. Soortenbescherming De bescherming van dier- en plantensoorten is eveneens in de Wet natuurbescherming geregeld. In deze wet zijn drie beschermingsregimes opgenomen: voor vogels in de zin van de Vogelrichtlijn, voor dier- en plantensoorten uit de Habitatrichtlijn en voor overige soorten. Kort gezegd is het verboden om beschermde diersoorten opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren. Hun voortplantings- en rustplaatsen mogen niet (opzettelijk) worden beschadigd of vernield. Verder is het verboden beschermde plantensoorten te vernielen. Onder voorwaarden is ontheffing van de verbodsbepalingen mogelijk. Het bevoegd gezag voor het verlenen van een ontheffing zijn Gedeputeerde Staten van de provincie.
Als eerst een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, dan haakt de ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming daarbij aan.
37
Onderhavig bestemmingsplan maakt geen ontwikkelingen mogelijk die kunnen leiden tot significante effecten op beschermde soorten. Dit bestemmingsplan is overwegend opgesteld om het vigerende bestemmingsplan te digitaliseren en te zorgen dat wordt aangesloten bij de plansystematiek van de gemeente Vught. Conclusie Het aspect natuur geeft geen beperkingen voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.7
Archeologie en cultuurhistorie
4.7.1
Archeologie Algemeen Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet 2016, uitgewerkt in het Besluit Erfgoedwet archeologie, is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het project te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing De gemeente Vught heeft op 6 april 2023 het “Paraplubestemmingsplan Archeologie” vastgesteld. Hierin is het beleidskader archeologie 2022 (vastgesteld op 19 mei 2022) opgenomen, bestaande uit archeologische verwachtings- en beleidskaarten en per verwachtingswaarde normen wanneer archeologisch onderzoek is vereist bij een bepaalde mate van bodemverstoring. De regels uit het Paraplubestemmingsplan Archeologie zijn overgenomen in onderhavig bestemmingsplan. Hierdoor voldoet voorliggend bestemmingsplan aan het meest actuele gemeentelijk archeologisch beleid en zijn de archeologische verwachtingswaarden in het plangebied op de juiste manier beschermd.
4.7.2
Cultuurhistorie Algemeen Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Toetsing In Helvoirt zijn zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten gelegen.
38
Rijksmonumenten In Helvoirt zijn zowel rijksmonumenten als gemeentelijke monumenten gelegen. Rijksmonumenten kennen een bescherming ingevolge de Erfgoedwet. In het plangebied zijn de volgende 11 rijksmonumenten aangewezen: Adres v. Grevenbroeckstraat 2 Kastanjelaan 14 Kastanjelaan 14 Oude Rijksweg 4 Torenstraat 32 Torenstraat 34-36 Torenstraat 42 Torenstraat 45 Torenstraat 47 Torenstraat 49-51 Torenstraat 55
Object Ned. Herv. Kerk Pastorie Kerk Woonhuis Woonhuis Woonhuis Kantoorpand Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis
Gemeentelijke monumenten Een aantal objecten in de kern van Helvoirt is aangewezen als gemeentelijk monument. De gemeentelijke monumenten zijn in onderstaande tabel opgenomen. Adres Achterstraat 1 Achterstraat 61-61a Helvoirtsestraat 36 Kastanjelaan 2 Kastanjelaan 5 Kastanjelaan 27 Kerkstraat ong. Oude Rijksweg 30-30a Oude Rijksweg 34 Oude Rijksweg 36 Torenstraat 8 Torenstraat 16
Object Woonhuis Kinderopvang Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Zerk past. Becx Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis Woonhuis
Voor dit bestemmingsplan behoeft voor het behoud van monumenten geen bijzondere bouwaanduiding binnen de bestemmingscategorieën te worden opgenomen. De bescherming van gemeentelijke en rijksmonumenten is immers reeds via de Erfgoedwet en de gemeentelijke monumentenverordening gewaarborgd. Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor de uitvoering van onderhavig bestemmingsplan.
39
4.8
Verkeer en parkeren Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden aangetoond dat het initiatief geen negatieve gevolgen heeft voor de verkeer- en parkeersituatie ter plaatse. Met het bestemmingsplan is geen sprake van nieuwe ontwikkelingen met een verkeersaantrekkende werking of een parkeerbehoefte. Toetsing De bestaande infrastructuur wordt in het plan conform het huidige gebruik van de gronden bestemd. Er is gekozen voor een brede verkeersbestemming, waarin onder andere wegen, fiets- en wandelpaden, parkeervelden en kleine groenvoorzieningen zijn opgenomen. Voor het spoor is een separate bestemming opgenomen. Conclusie Wat betreft verkeer en parkeren doen zich geen problemen voor die voorliggend plan onuitvoerbaar maken.
4.9
Externe veiligheid Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. De handelingen kunnen zowel betrekking hebben op het gebruik, de opslag en de productie, als op het transport van gevaarlijke stoffen. Uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vloeit de verplichting voort om in ruimtelijke plannen in te gaan op de veiligheidsrisico's in het plangebied vanwege handelingen met gevaarlijke stoffen. Deze externe veiligheidsrisico's moeten worden beoordeeld voor twee risiconormen, te weten het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Voor beide risiconormen geldt hoe groter de afstand tussen planontwikkeling en de risicobron, des te kleiner zal de impact van het plan zijn op de hoogte van het risico. Verder moet er vanuit het Besluit externe veiligheid transportroutes ook nog rekening gehouden worden met een plasbrandaandachtsgebied. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico heeft tot doel om hetzelfde minimale beschermingsniveau te bieden voor iedere burger in Nederland. Het plaatsgebonden risico beschrijft de kans per jaar dat een onbeschermd individu komt te overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Het plaatsgebonden risico wordt uitgedrukt in risicocontouren rondom de risicobron (bedrijf, weg, spoorlijn etc.), waarbij de 10-6 contour (kans van 1 op 1 miljoen op overlijden) de maatgevende grenswaarde is.
40
Groepsrisico Het groepsrisico is een afwegingsinstrument dat tot doel heeft een bewuste afweging te stimuleren over het risico op een ongeval met een groot aantal slachtoffers. Het groepsrisico beschrijft de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig komt te overlijden ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico geeft een indicatie van de maatschappelijke ontwrichting in geval van een ramp. Het groepsrisico wordt uitgedrukt in een grafiek, waarin de kans op overlijden van een bepaalde groep (bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen) wordt afgezet tegen de kans op een ramp. Voor het groepsrisico geldt de oriëntatiewaarde als ijkpunt in de verantwoording (géén norm). Voor elke verandering van het groepsrisico (af- of toename) in het invloedsgebied moet verantwoording worden afgelegd, over de wijze waarop de toelaatbaarheid van deze verandering in de besluitvorming is betrokken. Samen met de hoogte van het groepsrisico moeten andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Plasbrandaandachtsgebied Bij het vervoer van gevaarlijke stoffen kan er sprake zijn een plasbrandaandachtsgebied.
Dit is het gebied waarin bij het realiseren van kwetsbare objecten rekening gehouden moet worden met de effecten van een zogenaamde plasbrand. Deze plasbrand kan bijvoorbeeld ontstaan door de ontsteking van uitgestroomde brandbare vloeistof uit een tankwagen of een spoorketelwagon. Het plasbrandaandachtsgebied wordt gemeten vanaf de rechterrijstrook in het geval van een weg of de buitenste spoorstaaf van de spoorlijn. Toetsing Voorliggend bestemmingsplan is voornamelijk conserverend van aard voor de kern Helvoirt en Villapark Eikendonk. Het plan legt alleen de huidige situatie vast en voorziet niet in een toename van het aantal personen. Op basis van de Atlas Leefomgeving zijn de risicobronnen in en rondom het plangebied, die een extern veiligheidsrisico kunnen veroorzaken, beoordeeld. In onderstaand figuur is een uitsnede opgenomen van de kaart ‘Veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten’.
41
Uitsnede kaart ‘Veiligheidsinformatie milieubelastende activiteiten’ (bron: Atlas Leefomgeving4).
De informatie van de provinciale risicokaart levert de volgende inzichten op: Risicovolle inrichtingen Rondom het plangebied zijn wel inrichtingen aanwezig met een externe veiligheidsrisico, zijnde een buisleiding en een LPG tankstation. Binnen het plangebied ligt één LPG tankstation (Rijksweg 15), daarnaast grenst het plangebied aan een tweede tankstation met LPG (Rijksweg 24). Deze kennen een invloedsgebied van 150 meter. Daarnaast is er binnen het plangebied nog een chemische stomerij (Achterstraat 55) gelegen. Deze kent geen plaatsgebonden risicocontour. Het plaatsgebonden risico vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig plan. Aangezien het plan conserverend van aard is (geen toename van het aantal aanwezige personen), zal dit geen wijzigingen opleveren in de hoogte van het groepsrisico. Transportroutes Het plangebied wordt doorkruist door transportroutes voor gevaarlijke stoffen, zijnde de N65 en de spoorlijn Tilburg-Den Bosch. Het invloedsgebied van deze transportroutes rijkt over het plangebied. Aangezien het plan voornamelijk conserverend van aard is, waarbij er geen toename van het aantal aanwezige personen is, zal dit geen wijzigingen opleveren in de hoogte van het groepsrisico.
4
Geraadpleegd op 13 september 2023. 42
Buisleidingen In de nabijheid van het plangebied ligt een buisleiding. Deze kent een invloedsgebied van 145 meter. Gezien de afstand tot het plangebied vormt deze buisleiding geen belemmering voor voorliggend plan. Reactie Veiligheidsregio In het kader van het vooroverleg is het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de Veiligheidsregio Brabant-Noord. De Veiligheidsregio geeft aan dat, doordat er sprake is van een actualisatie van het bestemmingsplan, nader advies niet benodigd is. Conclusie Het plan is voornamelijk conserverend van aard. Hiermee acht de gemeente het groepsrisico verantwoord en wordt het restrisico geaccepteerd.
4.10
Luchtkwaliteit Algemeen Eisen met betrekking tot luchtkwaliteit zijn verankerd in de Wet milieubeheer hoofdstuk 5, titel 5.2 en vormen een implementatie van diverse Europese richtlijnen omtrent luchtkwaliteit waarin onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht zijn vastgesteld ter bescherming van mens en milieu. In Nederland zijn stikstofdioxide (NO2) en zwevende deeltjes als PM10 (fijn stof) de maatgevende stoffen waar de concentratieniveaus het dichtst bij de grenswaarden liggen. Overschrijdingen van de grenswaarden komen, uitzonderlijke situaties daargelaten, bij andere stoffen niet voor. Vanaf 1 januari 2015 dient het bevoegd gezag de luchtkwaliteit ook te toetsen aan de grenswaarde voor PM2,5. Op basis van onderzoek door het Planbureau voor de Leefomgeving kan worden gesteld dat als aan de grenswaarden voor PM 10 wordt voldaan, ook aan de grenswaarde voor PM2,5 wordt voldaan. Hoewel de luchtkwaliteit de afgelopen jaren flink is verbeterd kan Nederland niet voldoen aan de luchtkwaliteitseisen die in 2010 van kracht zijn geworden. De EU heeft Nederland derogatie (uitstel) verleend op grond van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Dit betreft een gemeenschappelijke aanpak van het Rijk en diverse regio’s om samen te werken aan een schonere lucht waarbij ruimte wordt geboden aan noodzakelijke ruimtelijke ontwikkelingen.
Plannen die in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging worden opgenomen in een gebiedsgericht programma van het NSL. Het maatregelenpakket in het NSL is hiermee in evenwicht en zodanig dat op termijn de luchtkwaliteit in heel Nederland onder de grenswaarden ligt. Plannen die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdragen aan luchtverontreiniging hoeven niet langer individueel getoetst te worden aan de Europese grenswaarden aangezien deze niet leiden tot een significante verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze grens is in de AMvB NIBM gelegd bij 3% van de grenswaarde van een stof: Voor NO2 en PM10 betekent dit dat aannemelijk moeten worden gemaakt dat het project tot maximaal 1,2 µg/m³ verslechtering leidt. Voor een aantal functies (o.a. woningen, kantoren, tuin- en akkerbouw) is dit gekwantificeerd in de ministeriële regeling NIBM.
43
Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wordt afgewogen of het aanvaardbaar is het plan op deze plaats te realiseren. Hierbij kan de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol spelen, ook als het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Er is sprake van een significante blootstellingsduur als de verblijfsduur die gemiddeld bij de functie te verwachten is een aanzienlijk deel van de dag betreft. Volgens de toelichting op de Regeling Beoordeling luchtkwaliteit is dit onder andere het geval bij een woning, school of sportterrein. Gevoelige bestemmingen als scholen, kinderdagverblijven, bejaarden- en zorgtehuizen genieten op grond van de gelijknamige AMvB extra bescherming. Substantiële uitbreiding of nieuwvestiging binnen 50 meter van een provinciale weg of 300 meter van een Rijksweg is alleen toegestaan als de concentraties luchtvervuilende stoffen zich onder de grenswaarden bevinden waardoor geen onacceptabele gezondheidsrisico’s optreden. Toetsing Voorliggend bestemmingsplan maakt geen andere functies mogelijk dan reeds zijn toegestaan binnen de vigerende plannen. Er wordt zo veel mogelijk aangesloten bij voorgaande planologische regelingen.
Op grond hiervan is het aannemelijk dat met de vaststelling van het bestemmingsplan de 3% grens van toename van concentratie van PM10 en NO2 niet wordt overschreden en het plan daarmee niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit.
44
5 5.1
Juridische toelichting Algemeen Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De wijze van bestemmen is gebaseerd op de "Standaard Vergelijkbare Bestemmings Plannen 2012”. De verbeelding is getekend conform IMRO 2012.
5.2
Methodiek Verbeelding Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de regels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding. Dit geldt in ieder geval ten aanzien van de gebruikte kadastrale en topografische ondergrond, die op enkele punten verouderd kan zijn. De ondergrond, zoals weergegeven op de verbeelding, heeft uitsluitend een informatieve en geen juridische waarde. De bestaande bebouwing op alle percelen in het plangebied is, mits legaal gerealiseerd, dan ook leidend voor de toekomstige bouwmogelijkheden, niet hetgeen op de ondergrond van de verbeelding is aangegeven. Regels De regels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: − Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen. − Hoofdstuk 2 bevat de bestemmingen. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk regels die specifiek voor die bestemming gelden.
− Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels, waaronder een anti-dubbeltelregel en algemene afwijkings- en wijzigingsregels. − Hoofdstuk 4 bevat de overgangsregels en de slotregel.
45
Regels in verband met de bestemmingen De bestemmingsregels kennen alle een zelfde opbouw met de volgende leden: − lid 1 bestemmingsomschrijving; − lid 2 bouwregels; − lid 3 (en 4) afwijkingsregels (indien aanwezig); − lid 5 wijzigingsbevoegdheid (indien aanwezig). De bestemmingsomschrijving is de centrale regel van elke bestemming. In de bestemmingsomschrijving worden de binnen een bestemming toegestane functies genoemd. De bouwregels zijn gerelateerd aan deze omschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving. Inleidende, algemene en overgangs- en slotregels De inleidende (hoofdstuk 1), algemene (hoofdstuk 3) en overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) worden hier verder niet toegelicht.
5.3
Bestemmingen Agrarisch Deze bestemming is toegekend aan grondgebonden agrarische bedrijven, het hobbymatig houden van dieren, het behoud en herstel van de bestaande landschapselementen, de instandhouding als zodanig van de aldaar voorkomende zandwegen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, en voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Bedrijf Deze bestemming is toegekend aan bestaande bedrijven in de milieucategorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Gezien de ligging van de bedrijvigheid, verspreid over de kern of gesitueerd op het bedrijventerrein binnen de kern, is de vestiging van bedrijvigheid in principe beperkt tot de vestiging van bedrijvigheid in de milieucategorieën 1 en 2. Op die manier wordt voorkomen dat bedrijvigheid in de kern wordt gevestigd welke qua aard en uitstraling niet binnen de kern zou passen. De bedrijven met een hogere milieucategorie zijn aangeduid met een specifieke aanduiding. De aanwezige bebouwing is om in bouwvlakken opgenomen. Daar waar reeds bedrijfswoningen aanwezig zijn, zijn deze binnen de bestemming positief bestemd. Binnen de bestemming Bedrijf zijn gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde toegestaan. Gebouwen zijn uitsluitend binnen het aangegeven bouwvlak toegestaan.
Ook de toegestane goot- en bouwhoogte en het bebouwingspercentage is op de verbeelding aangegeven. In dit artikel zijn afwijkingsregels opgenomen ten behoeve van de vestiging van een bedrijf anders dan is toegestaan middels de op de verbeelding opgenomen aanduiding. Daarnaast zijn wijzigingsregels opgenomen voor het toestaan van bedrijven in categorie 1 of 2, indien deze niet voorkomen op de Lijst van Bedrijfsactiviteiten.
46
Bedrijf - Nutsvoorziening Deze bestemming is toegekend aan alle nutsvoorzieningen binnen het plangebied. De nutsvoorzieningen dienen binnen het aangegeven bouwvlak te worden gebouwd. De bouwhoogte van een nutsvoorziening (een gebouw) mag niet hoger zijn dan 5 meter. Bos De voor Bos aangewezen gronden zijn bestemd voor bos en bebossing, groenvoorzieningen, wegen, bruggen en paden, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, extensieve dagrecreatieve doeleinden en behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarden. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Gebouwen, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming zijn toegestaan met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 4 meter. Detailhandel De voor Detailhandel aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel. De woonfunctie is ook toegestaan indien deze legaal aanwezig was op het moment van ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. Opslag op de verdieping is alleen toegestaan daar waar dit is geregeld met een aanduiding. Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen alle hoofdgebouwen moeten worden gesitueerd. Bijbehorende bouwwerken mogen uitsluitend binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' en binnen het bouwvlak worden opgericht.
Per bouwvlak is de maximale toegestane goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen aangegeven en is eventueel een bebouwingspercentage voorgeschreven. Dienstverlening De voor Dienstverlening aangewezen gronden zijn bestemd voor dienstverlening, met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wegen en paden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Een pinautomaat is ook binnen deze bestemming opgenomen. Ter plaatse van de aanduiding ‘kantoor’ zijn de gronden tevens bestemd voor een kantoor. Gemengd De voor Gemengd aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel, dienstverlening en wonen met ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Feestzalen, horeca en gezondheidszorg zijn binnen deze bestemming middels een aanduiding toegestaan. Groen De voor Groen aangewezen gronden zijn bestemd voor groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, wegen, fiets- en voetpaden, en bestaande parkeervoorzieningen en ondergeschikte voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, straatmeubilair, bijbehorende verhardingen, voorzieningen van algemeen nut, water, pompputten en waterhuishoudkundige voorzieningen.
Tevens is een infiltratievoorziening toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – infiltratievoorziening’.
47
Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan met uitzondering van binnen de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding – bijbehorende bouwwerken toegestaan’. De bouwhoogte voor deze bijbehorende bouwwerken zijn maximaal 3 meter en voorzien van een plat dak. Horeca De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor de vestiging van horecabedrijven tot en met categorie 3 (hierbij moet worden gedacht aan een café, restaurant, hotel, pension of iets vergelijkbaars) en één (bedrijfs-)woning per horecabedrijf. Tevens zijn feestzalen toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘feestzaal’. Alle bouwwerken dienen binnen de bouwvlakken te worden opgericht. Goot- en bouwhoogte zijn, net als het bebouwingspercentage op de verbeelding aangeduid. Maatschappelijk De voor Maatschappelijk aangewezen gronden zijn bestemd voor religieuze doeleinden, maatschappelijke en culturele voorzieningen en wonen in (bedrijfs-)woningen voor zover legaal aanwezig op het moment van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan, met ondergeschikte parkeer- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Een begraafplaats, een brandweerkazerne, onderwijs, een sporthal, een milieustraat, een urnenmuur, een woonzorgcomplex en wonen is alleen daar toegestaan waar dit nader is aangeduid.
Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gerealiseerd. De goot- en bouwhoogte zijn, net als het bebouwingspercentage, op de verbeelding opgenomen. Sport De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor sportvelden met bijbehorende voorzieningen, zoals clubgebouwen, kantines, kleedkamers en materiaalopslag, ondergeschikte horeca, kinder- en buitenschoolse opvang en ondergeschikte parkeeren groenvoorzieningen, medische dienstverlening, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Een waterberging is alleen daar toegestaan waar dit nader is aangeduid. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van een bouwvlak. Goot- en bouwhoogte zijn, net als het bebouwingspercentage op de verbeelding aangeduid. Verkeer De voor Verkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor wegen en straten met hoofdzakelijk een verkeersfunctie, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair, onderdoorgang en tunnels, overwegen, bruggen en duikers, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen. Om parkeerhinder te voorkomen wordt aangesloten bij het CROW. Vooralsnog kan niet aangesloten worden bij het parapluplan “Parkeren” dat geldt voor het voormalige grondgebied van de gemeente Vught. De voormalige gemeente Haaren hield ook de normen van het CROW aan. Voor de bewoners binnen het plangebied, blijft de situatie ongewijzigd.
Binnen de bestemming Verkeer is tussen de percelen Helvoirtsestraat 31 en 37 de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - calamiteiten- en perceelsontsluiting’ opgenomen. Deze aanduiding is opgenomen om te voorkomen dat regulier verkeer
48
gebruikt maakt van deze in/uitrit. Vanuit een oogpunt van bereikbaarheid hebben twee ontsluitingen de voorkeur. Daarnaast kunnen ook aangrenzende percelen hierop ontsloten worden. Tevens is binnen de bestemming Verkeer de aanduiding ‘specifieke vorm van verkeer – infiltratievoorziening’ opgenomen. Verkeer - Railverkeer De voor Verkeer - Railverkeer aangewezen gronden zijn bestemd voor railverkeer, parkeer-, groen- en speelvoorzieningen, geluidwerende voorzieningen en o.a. waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en voorzieningen. Gebouwen zijn niet toegestaan. Water De voor Water aangewezen gronden zijn bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden, waterberging en waterlopen, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, dammen en/of duikers. Gebouwen mogen niet worden gebouwd. Wonen De voor Wonen aangewezen gronden zijn, ter plaatse van de aanduidingen, bestemd voor woningen, met bijbehorende gebouwen en bouwwerken, tuinen en erven en daarnaast aan huis gebonden beroepen. Het aantal woningen is per bouwvlak op de verbeelding weergegeven. Tevens is een klein bedrijf als nevenactiviteit toegestaan ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – kleine bedrijven’. Op de verbeelding zijn bouwvlakken aangegeven, waarbinnen de hoofdgebouwen moeten worden gesitueerd.
Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Om stedenbouwkundig ongewenste situaties te voorkomen, zijn in de regels wel enkele nuanceringen aangebracht. Bijbehorende bouwwerken zijn binnen de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' toegestaan. Bepaald is dat ter plaatse van deze aanduiding de totale oppervlakte van de bebouwing maximaal 50% van de oppervlakte van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbouwvlak' mag bedragen zulks tot een maximum van 300 m². Per bouwvlak is de maximale toegestane goot- en bouwhoogte van hoofdgebouwen aangegeven op de verbeelding. Voor de bijbehorende bouwwerken geldt altijd een maximale goothoogte van 3,25 m en een maximale bouwhoogte van 5m. Vervolgens zijn middels een afwijking aan huis gebonden bedrijven mogelijk gemaakt. Daarbij wordt uitdrukkelijk als voorwaarde gesteld dat de woonfunctie als overwegende functie gehandhaafd dient te blijven. Ook is een afwijking opgenomen voor het gebruik van een (vrijstaand) bijgebouw als afhankelijke woonruimte. Erkers zijn ook toegestaan onder voorwaarden.
49
Ten slotte zal ook de regeling omtrent de kamerverhuur voor dit bestemmingsplan gaan gelden. Gelet op de impact dat kamerbewoning kan hebben op de omgeving, bijvoorbeeld door een toename van het aantal bewoners of een toename van de parkeerbehoefte, is het wenselijk om initiatieven voor bijzondere woonvormen per initiatief te beoordelen en deze pas toe te laten als is gebleken dat het initiatief aanvaardbaar is uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Dit bestemmingsplan staat bij recht bewoning toe van één afzonderlijk huishouden in een woning. Wonen - Woonwagenstandplaats De voor Wonen - Woonwagenstandplaats aangewezen gronden, zijn bestemd voor maximaal 3 woonwagens, sanitaire voorzieningen en bijbehorende bouwwerken, en daarnaast voor de daarbij behorende voorzieningen, waaronder nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en –paden en groenvoorzieningen. De gooten bouwhoogte zijn aangeduid. Hoofdgebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak opgericht worden. Leiding - Riool De gronden met deze dubbelbestemming zijn met voorrang bestemd voor een rioolpersleiding. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Waarde - Archeologie 1, 3, 4, 5, 6 De archeologische dubbelbestemmingen sluiten aan op de archeologische verwachtingen, met bijbehorende regeling, uit het “Paraplubestemmingsplan Archeologie”.
De regeling richt zich op de bescherming van deze bekende archeologische waarden in het plangebied. Waarde - Natuur en landschap Met deze dubbelbestemming worden de aanwezige natuurwaarden beschermd. Voor het uitvoeren van werken of werkzaamheden is een omgevingsvergunning benodigd. Deze kan geweigerd worden indien het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurwaarden. Waarde – Waterberging(sgebied) De gronden met deze dubbelbestemming zijn met voorrang bestemd voor de bescherming en het onderhoud van de in deze zone gelegen, dan wel daaraan grenzende, waterberging. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde mogen buiten het bouwvlak worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 2 meter.
50
6
Financiële uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een ontwerp voor een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6, eerste lid van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro. d.d. 21 april 2008) onderzoek plaats te vinden naar de uitvoerbaarheid van het plan. In voorliggend bestemmingsplan wordt de bestaande situatie vastgelegd. Van bouwplannen in de zin van artikel 6.2.1 Bro is dan ook geen sprake. De ontwikkeling van dit bestemmingsplan brengt hierdoor voor de gemeente alleen plankosten met zich mee. Eventuele toekomstige particuliere plannen komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid wordt hiermee geacht voldoende te zijn aangetoond.
51
7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan heeft de in de Wet ruimtelijke ordening vastgelegde procedure doorlopen. In dit hoofdstuk wordt de te volgen procedure kort beschreven.
7.1
Ontwerp bestemmingsplan De eerste stap in de bestemmingsplanprocedure is, op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening (Bro), de vooraankondiging dat de gemeente een bestemmingsplanprocedure gaat starten. De eerste stap is een ontwerp bestemmingsplan in procedure brengen. Het ontwerp bestemmingsplan is ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening aangeboden aan de Provincie Noord-Brabant, Waterschap De Dommel en de Veiligheidsregio Brabant-Noord, zodat deze diensten hun reactie kunnen geven op de inhoud van het bestemmingsplan. Het concept ontwerp van het bestemmingsplan Kom Helvoirt 2023 heeft tussen 14 september en 11 oktober 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Ook heeft op 19 september 2023 een inloopavond plaatsgevonden. Van de terinzagelegging en inloopavond is kennis gegeven in het weekblad Het Klaverblad, via HelvoirtNet en op de gemeentelijke website. Tegen het concept ontwerp zijn 13 inspraakreacties binnengekomen. In de bij dit plan behorende ‘Nota inspraak & vooroverleg concept ontwerpbestemmingsplan ‘Kom Helvoirt 2023’’ zijn de inspraak- en vooroverlegreacties, samengevat weergegeven en is de reactie van de gemeente geformuleerd. Daarbij is aangegeven op welke wijze het voorontwerp mogelijk is aangepast.
Het ontwerp van het bestemmingsplan Kom Helvoirt 2023 heeft van 21 december tot en met 31 januari voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Ook heeft op 9 januari 2024 een inloopavond plaatsgevonden. Van de terinzagelegging en inloopavond is kennis gegeven in het gemeenteblad Het Klaverblad van 20 december 2023, via HelvoirtNet en op de gemeentelijke website. Tegen het ontwerp zijn 2 zienswijzen ingediend. In de bij dit plan behorende ‘Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen bestemmingsplan 'Kom helvoirt 2023’’ zijn de zienswijzen, samengevat weergegeven en is de beantwoording van de gemeente geformuleerd. Daarbij is aangegeven op welke wijze het ontwerp mogelijk is aangepast.
7.2
Vastgesteld bestemmingsplan Het door de gemeenteraad vastgestelde bestemmingsplan wordt zes weken ter inzage gelegd zodat beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Middels een verzoek om voorlopige voorziening kan de inwerkingtreding van het plan worden opgeschort.
52