Bijlage - TAM omgevingsplan - Bijlagen toelichting
Tekst van het document
TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
dialoog met de omgeving
12
Bijlage 3 006399
vergunning Wet NB voor Natura 2000-activitiet 09-02-2016 Kenmerk Z
Bijlage 4
AERIUS projectberekening
34
Bijlage 5
toelichting op de ingevoerde Aerius berekening
44
Bijlage 6
situatietekening 10 juli 2025
49
19
2 2a De Voort 1-3" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3" (ontwerp) 3
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlage 1 Landschappelijk inpassingsplan
4 2a De Voort 1-3" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
Landschappelijk inpassingsplan De Voort 1 Helvoirt
Opgesteld door: Datum: Projectnummer: Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
TvH 18-11-2024 03105.033
Historie Op de afbeeldingen hiernaast is te zien dat het plangebied halverwege 19e eeuw lag op ontgonnen gebied ten behoeve van de landbouw. Ten oosten waren er bossen en onontgonnen gebieden. De Molenstraat/Helvoirtseweg is reeds te herkennen. In de twintigste eeuw is de omgeving verder ontgonnen en als landbouwgebied in gebruik genomen. In de twintigste eeuw is de verkavelingsstructuur in de omgeving grootschaliger geworden en zijn de linten in de omgeving verdicht. De woning van De Voort 1 is rond 1930 gebouwd. De twee bedrijfsgebouwen op locatie zijn van tweede helft twintigste eeuw. Ook in de omgeving is meer en grotere bedrijfsbebouwing bijgekomen, zie kaartje van 2020. Nu zijn er in de directe omgeving veelal agrarische bedrijven, burgerwoningen en een enkel niet-agrarisch bedrijf te vinden. Landschappelijk kenmerken van deze locatie en de omgeving in de huidige situatie zijn het relatief open en rationeel verkavelde landschap met grote percelen en linten met laan- en singelbeplanting. De zandwegen, houtsingels en bomenrijen zijn de beelddragers van de omgeving. Het landschap heeft in de directe omgeving weidse zichtlijnen. Deze worden onderbroken door bosjes, houtsingels of bomenrijen.
1850
1930
1970
2020
Op locatie zijn rondom de woningen landschapsbomen en knip- of scheerheggen te vinden. Aan de achterzijde langs het erf zijn geen landschapselementen te vinden. De zandweg De Voort wordt begeleid door laanbomen op gemeentegrond. dankzij deze inheemse bomen is de achterzijde van het plangebied reeds landschappelijk ingepast.
Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie van de gemeente Vught is het plangebied in de waardenkaart aangewezen als een Agrarisch landschap met een beekdal. Het is een afwisselend gebied met veel verschillende functies, cultuurhistorische structuren en elementen, waaronder zandpaden, essen (open en bolle akkers), bebouwingslinten, groene landschapselementen (kleine bosschages en houtwallen), landgoederen op de flanken, boerenvelden en paardenweides. Het heeft een watervoerend en waterbergend vermogen met landbouw en natuur als belangrijke ecologische verbindingen (Natuur Netwerk Brabant en Ecologische Verbindingszone). Ook heeft het aansprekende uitzichten, afwisseling tussen open en gesloten. Volgens de gemeente moet rekening gehouden worden met waterberging, natuurontwikkeling, en energietransitie. De gemeente streeft naar het herstellen, beschermen en versterken van natuur- en landschapswaarden die specifiek bij het agrarisch cultuurlandschap horen zoals de afwisseling tussen openheid en geslotenheid, bomen en groenblauwe dooradering. De gemeente gaat dat doen door ruimte te geven aan (de omvorming naar) toekomstbestendige (agrarische) bedrijven die passend in de omgeving zijn en die rekening houdend met natuurwaarden. Ook door versterking van ecologische verbindingen en uitbreiding van natuur en natuurwaarden met ruimte voor water.
Uitsnede waardenkaart Omgevingsvisie (plangebied is de rode cirkel)
Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie (plangebied is de rode cirkel) Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
Structuurvisie In de Structuurvisie van de voormalige gemeente Haaren staan de verschillende landschappen en hun kenmerken. Het plangebied is gelegen in het beekdal Ruijsbossche Waterloop. De Ruijsbossche Waterloop voert vanaf de zuidoost zijde van Haaren richting het noorden. Daar gaat de loop over in de Broekleij. Het is een beekdal vanwege enerzijds het samenvallen met de natuurlijke kwaliteiten van het Helvoirts Broek aan de benedenloop en anderzijds vanwege de ruimtelijke scheiding die de bovenloop vormt tussen de kern Haaren en de Belverse Akkers en Weiden. In dit beekdal is er een smalle watergang met overwegend steile oevers en een relatief open beekdal met haaks op de beek gelegen ontwateringssloten.
GK
BRW
Uitsnede kaart Structuurvisie (plangebied is de rode cirkel)
Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
Natuur Rondom het plangebied zijn verschillende gebieden aangewezen als Natuur Netwerk Brabant (NNB). In de directe omgeving zijn verschillende gebieden aangewezen als Droog bos met productie. Dit zijn vochtige bossen met productie dat bestaat uit loofbossen die gedomineerd worden door diverse boomsoorten zoals populier, es, esdoorn, beuk, haagbeuk, eik, iep en els. Het is een grotendeels gesloten bos met een weelderige ondergroei. In de omgeving zijn ook Kruiden- en faunarijke graslanden te vinden, deze vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Ook zijn er Dennen-, eiken en beukenbossen te vinden en moet een groot gedeelte nog omgevormd worden van landbouwgrond naar natuur(inrichting).
Uitsnede beheertypenkaart Natuur Netwerk Brabant (plangebied is de rode cirkel)
Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
Landschappelijke inpassing
Plantsortiment Aan te planten houtsingel in een bufferings- en infiltratievoorziening 1,5 m driehoeksverband diepte m³ Afmetingen: 65 x 3 = 195 m² -0,31 -mv 60 Struwelen/planten die goed gedijen op nattere gronden zoals de pinksterbloem, riet, wilgenroosje, mattenbier, knoopkruid, zwanebloem, lisdodde, gele lis, hazelaar, meidoorn, lijsterbes, gelderse roos, veldesdoorn en/of vergelijkbaar inheems. Aantal struwelen: Bomen die goed gedijen op nattere gronden zoals zwarte els, beuk, esdoorn, wilgen en/of vergelijkbaar inheems
aantal
Aan te leggen kruiden- en faunarijke rand (afmetingen ± 56 x 10 m = 560 m²)
m²
Duizendblad, madeliefje, pinksterbloem, knoopkruid, hoornbloemsoorten (o.a. gewone hoornbloem), cichorei, kale jonker, streepzaadsoorten, wilde peen, walstrosoorten, gewone magriet, boterbloemsoorten en/of vergelijkbaar inheems
Aan te planten houtsingel (195 m²) in een bufferings- en infiltratievoorziening (60 m³)
88
Aan te leggen kruiden - en faunarijke rand
ca. 8
Ca. 560
Te bouwen werktuigenberging
Nr. 3
oe
wv
Ru 1
g
sla
rop
Nr.
g
sla
g
sla
rop
oe
rop
wv
oe
Ru
wv
g
oe
sla
wv
rop
Ru
Ru
Ruwvoeropslag
Beoogd bouwvlak
Schaal: 1:1000 (A3)
Deze tekening bevat tevens informatie die geen betrekking heeft op de verplichte landschappelijke inpassing als gevolg van bijbehorende procedure, hieraan kunnen dan ook geen rechten worden ontleend.
Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
Landschappelijke inpassing Door de realisatie van de nieuwe werktuigenberging met daaraan gekoppeld een hoogwaardige vorm van landschappelijke inpassing creëert men landschappelijke meerwaarde. Langs de nieuwe werktuigenberging wordt een houtsingel met inheemse struweel- en boomvormers beoogd. Dit sluit aan op de bosjes, houtsingels en bomenrijen die de zichtlijnen onderbreken in de omgeving. Ook komen in het agrarische landschap met een beekdal cultuurhistorische structuren zoals houtsingels voor. De houtsingel versterkt het landschap en zorgt voor biodiversiteit, schuil- en broedmogelijkheden en uitkijkplekken voor roofvogels. Deze groensingel wordt aangelegd ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Onder deze houtsingel wordt een bufferings- en infiltratievoorziening aangelegd. Daarom is voor de houtsingel gekozen voor struweel- en boomsoorten die goed gedijen op natte gronden. Verder is gekozen voor een open karakter van de landschappelijke inpassing zodat het aansluit bij het relatief open beekdal. Ten oosten van de beoogde berging wordt een kruiden- en faunarijke rand aangelegd. Dit sluit aan op het Natuur Netwerk Brabant in de omgeving.
Door de diversiteit aan plantensoorten in kruiden- en bloemrijke graslanden bieden ze een breed scala aan habitats voor verschillende dieren, zoals insecten, vogels en kleine zoogdieren. Dit draagt bij aan een verhoogde biodiversiteit in het ecosysteem. Gezien voorgaand worden diverse landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van de natuur- en landschapswaarden die specifiek bij het agrarisch cultuurlandschap horen zoals de afwisseling tussen openheid en geslotenheid. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van de gebouwen en voorzieningen verzacht en geheel of gedeeltelijk aan het zicht onttrokken.
Landschappelijk inpassingsplan - De Voort 1 Helvoirt
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlage 2 dialoog met de omgeving
12 2a De Voort 1-3" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlage 3 vergunning Wet NB voor Natura 2000-activitiet 09-02-2016 Kenmerk Z 006399
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3" (ontwerp) 19
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlage 4 AERIUS projectberekening
34 2a De Voort 1-3" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
₃
ₓ
₃
ₓ
ₓ ₂ ₃
ₓ ₂ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃ ₓ ₃
ₓ ₃
ₓ ₃
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlage 5 toelichting op de ingevoerde Aerius berekening
44 2a De Voort 1-3" (ontwerp)
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 2
Notitie:
Toelichting adequate maatregelen bouwwerkzaamheden
Kenmerk:
DZ/03105.032
Datum:
22-10-2024
Deze notitie behoort bij de omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit op het perceel aan de Voort 1 te Helvoirt voor het bouwen een nieuwe werktuigenberging te realiseren op het bouwvlak van het agrarische bedrijf aan De Voort 1 te Helvoirt. De beoogde werktuigenberging past niet binnen bouwvlak I, hierdoor is een vormverandering van bouwvlak I nodig. Om de realisatie van de beoogde werktuigenberging mogelijk te maken, zijn initiatiefnemers voornemens om bouwvlak I en II van vorm te veranderen. In deze notitie wordt een toelichting gegeven op de getroffen maatregelen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken en worden de gebruikte gegevens voor het berekenen van de stikstofdepositie van de bouwfase met het rekenprogramma AERIUS Calculator toegelicht. Stikstofberekening bouwfase Om te bepalen of de beoogde ontwikkeling mogelijke negatieve gevolgen heeft voor omliggende Natura 2000-gebieden is middels een AERIUS-berekening bepaald of er sprake is van een toename van stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden. Door het uitvoeren van een AERIUS berekening kan met zekerheid gesteld worden dat er geen (toename van) stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000gebieden. De bouwfase behorend bij de beoogde ontwikkeling genereert een toename in verkeersbewegingen, onder andere door de vervoerbewegingen van bouwbedrijven en de aanvoer van bouwmaterialen.
De bouwfase heeft betrekking op het bouwrijp maken van de grond ter plaatse, de bouw zelf en met de verkeersaantrekkende werking van het bouwverkeer. De totale emissie van de bouwfase is opgebouwd uit drie te onderscheiden onderdelen: 1. Verkeersbewegingen van al het personeel en bouwbenodigdheden; 2. Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage. 3. Koude start van koud vertrekkende motoren
Verkeersbewegingen
De wegen in de directe omgeving van het bedrijf worden veelvuldig gebruikt door landbouwverkeer, agrarisch vrachtverkeer en bewoners en bezoekers van de woningen. Dit resulteert in enkele tientallen landbouwtractoren en vrachtwagens die per etmaal gebruik maken van de weg. Bij de verkeersbewegingen voor de bouwfase zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: Lichtverkeer: 4 voertuigen per etmaal (8 vervoersbewegingen per etmaal) Zwaar verkeer: 1 voertuig per etmaal (2 vervoersbewegingen per etmaal) In realiteit zal het aandeel zwaar vrachtverkeer veel lager uitvallen (er zal niet dagelijks zwaar verkeer van en naar de locatie komen ten behoeve van de bouw). De verkeersbewegingen zijn in het rekenmodel gemodelleerd door middel van lijnbronnen op de verschillende wegvakken. Het betreft in deze ‘buitenwegen’. De verdeling van rijrichting bedraagt naar verwachting 75% in zuidwestelijke richting en 25% in oostelijke richting. In de noordwestelijke richting ‘De Voort” is alleen toegankelijk voor bestemmingsverkeer. Gelet hierop is de verkeersintensiteit van de weg waaraan het bedrijf is gelegen
1 van 4
is het aannemelijk dat deze bewegingen in de zuidwestelijke richting groenstraat, Roonsestraat en Helvoirtseweg en in de oostelijke richting vanaf de kruising van de Heesakker en de Belversestraat zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De geringe (tijdelijke) toename van enkele verkeersbewegingen zal nihil zijn ten opzichte van het huidige, veelvuldige gebruik van de weg. Mede gelet op de bestaande verkeersintensiteit van de weg kan daarom geconcludeerd worden dat op deze punten de vervoersbewegingen zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Daarbij kan het verkeer bij de aangehouden lengte van de lijnbron afremmen/optrekken waarna de normale snelheid wordt bereikt. In onderstaande tabel is de verdeling van de vervoersbewegingen per lijnbron overzichtelijk weergeven. Tabel 1: Verdeling vervoersbewegingen Richting Aantal lichte Aantal zware bewegingen bewegingen Zuidwestelijk 6 3 Oostelijke 2 1
De stikstofdepositie van bovengenoemde bronnen wordt berekend op jaarbasis. Dit betekent dat het mogelijk is dat er dagen meerdere vervoersbewegingen zijn en andere dagen weer minder. Bovenstaande aantallen zijn dan ook gemiddelden tijdens de bouwfase, gedurende 4 weken. Dit is 20 werkdagen. Voor het lichte en zware verkeer wordt dezelfde verdeling aangehouden als in het verkeer. Het aantal vervoersbewegingen is: - Zuidwestelijk: licht 120, zwaar 60 - Oostelijk: licht 40, zwaar 20
Inzet mobiele werktuigen/materieel met een relevante bijdrage
De nieuwbouw van de werktuigenberging bedraagt circa 800m 2. Er is vanuit gegaan dat alle mobiele werktuigen een bouwjaar hebben van 2014 en een vermogen van 200 kW. Voor de inzet van mobiele werktuigen zijn de volgende invoergegevens gehanteerd: 1. Graafmachine Er is vanuit gegaan dat één graafmachine circa 10 draaiuren bezig is voor het grondwerk van de nieuw te realiseren bebouwing. De graafmachine wordt ingezet voor het ontgraven van de fundering, kabels, leidingen etc. Graafmachine: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 12 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 429 ltr/jaar (35,75 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 26 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
2. Betonpomp Het beton wordt via een betonpomp gestort in de bekisting. Ook deze betonpomp draagt bij aan de emissie van stikstof. Tijdens het verpompen van het beton wordt de motor gebruikt. Voor het verpompen van beton is circa 8 uur een betonpomp operationeel. Met gebruik van de betonstorter wordt de fundering en dergelijke aangebracht.
2 van 4
Betonpomp: Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 12 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 429 ltr/jaar (35,75 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 26 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
3. Mobiele bouwkraan De hijskraan is ondersteunend bij het plaatsen van zware materialen zoals sandwichpanelen, ramen, deuren, etc. Er is van uitgegaan dat deze bouwkraan circa 20 draaiuren in gebruik zal zijn. Mobiele bouwkraan Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 20 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 715 ltr/jaar (35,75 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 43 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
4. Verreiker De verreiker is ondersteunend bij het verplaatsen van zware materialen. Tevens kan een verreiker met een manbak dienen als hoogwerker. Er is van uitgegaan dat deze verreiker circa 8 draaiuren in gebruik zal zijn. Verreiker Stageklasse: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, vermogen 75-560 kW 8 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 286 ltr/jaar (35,75 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 17 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
5. Trilplaat De trilplaat is ondersteunend bij het verdichten van de bouwput. Er is vanuit gegaan dat deze trilplaat circa 7 draaiuren in gebruik zal zijn. Stageklasse: Draaiuren: Brandstofverbruik:
Alle werktuigen op benzine, 2takt 7 uur 35 ltr/jaar (5 ltr/u)
Stationair draaien vrachtwagens tijdens laden/lossen
Bij het transport van en naar het bedrijf zijn er vrachtwagens die stilstaand binnen de inrichting draaien, zoals bij het laden en lossen van de bouwmaterialen. Zoals eerder beschreven zijn er 40 bezoeken van vrachtwagens (80 verkeersbewegingen). Het laden/lossen duurt circa 10 min. per bezoek. De totale bedrijfstijd van aanwezige vrachtwagens bedraagt 7 uur in vier weken. 6. Vrachtwagens: Stageklasse: Vermogen: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, 2014-2018, vermogen 75-560 kW 200 kW 7 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 250 ltr/jaar (35,75 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 15 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
3 van 4
7. Onvoorzien Er worden 5 onvoorziene uren meegenomen in de berekening. Onvoorzien: Stageklasse: Vermogen: Draaiuren: Gemiddelde belasting: Brandstofverbruik: AdBlue-verbruik:
STAGE IV, 2014-2018, vermogen 75-560 kW 200 kW 5 uur (zie bovenstaande) 65 % (conform TNO-rapport TNO 2021 R12305) 179 ltr/jaar (35,75 ltr/u, tabel TNO-onderzoek TNO 2021 R12305 AUB) 11 ltr/jaar (In invoerinstructie is opgenomen dat AdBlue-verbruik 6% van het brandstofverbruik bedraagt voor Stage IV en V)
Koude start van koud vertrekkende motoren Er komt relatief veel stikstof vrij als voertuigen met een koude motor starten (koude start). Omdat auto’s steeds schoner worden, wordt het aandeel van de koude start in de totale uitstoot van stikstof door verkeer steeds groter. Koude start en rijdend verkeer moeten daarom los worden ingevoerd, zodat de uitstoot van verkeer nauwkeuriger kan worden berekend. Op het bedrijf is er sprake van een koude start van de lichte motorvoertuigen (auto) als deze vertrekken vanaf de inrichting. Tevens is er bij de mobiele bronnen sprake van een koude start wanneer deze koud starten op het bedrijf. Voor de vrachtwagens die naar het bedrijf komen is geen sprake van een koude start. Deze arriveren met een warme motor op het bedrijf. Het laden het lossen duurt korter dan 2 uur waardoor deze ook weer met een warme motor vertrekken. Voor het licht verkeer wordt vanuit gegaan dat dit vervoersbewegingen zijn van bijvoorbeeld de bouwvakkers. Deze zijn heel de dag op de bouwplaats aanwezig waardoor de motor koud is bij het vertrekken. Er wordt voor de koude start daarom uitgegaan van de helft van het aantal lichte voertuigbewegingen. Voor de mobiele bronnen wordt vanuit gegaan dat er enkel bij de graafmachine, mobiele bouwkraan, verreiker en trilplaat sprake is van een koude start. De betonpomp komt met een warmte motor aan op het terrein.
In het kader van een worst-case scenario wordt vanuit gegaan dat de mobiele bronnen maximaal 4 uur achter elkaar draaien. Dit betekent dat er voor de graafmachine sprake is van 3 koude starten, bij de mobiele bouwkraan 5, bij de verreiker 2 en bij de trilplaat 2. In totaal zijn er dus 12 koude starten voor de mobiele bronnen.
Conclusie
Uit de uitgevoerde AERIUS-berekeningen blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jr op Natura 2000-gebieden zijn. Derhalve zijn er voor dit initiatief geen belemmeringen in de bouwfase. Hierdoor hoeft er voor wat betreft deze fase dan ook geen omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit te worden aangevraagd.
4 van 4
bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3
Bijlage 6 situatietekening 10 juli 2025
bestemmingsplan "TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22a De Voort 1-3" (ontwerp) 49
ort Vo
2
De oppervlakte: 0,873 ha
nieuwe werktuigen berging
ns gre
k vla
uw bo
2111
1900
p
p
3
2112 p
p p
p
1
De
1897
c
os
b ijs Ru
2566
ss he
e
ch
p loo
er
at
W
ort
Vo
2916
SITUATIE
NW
Kadastrale gemeente: Helvoirt Sectie/nummer(s): C / 1900, 1902, 2111, 2112 Schaal: 1:1000
N
NO
w
O
ZW
z
ZO
© VAN DUN ADVIES BV
Vestiging Gilze T. 013 5199458 Vestiging Someren
PROJECTNUMMER
TEKENAAR
DATUM
TEKENING
SCHAAL
WIJZIGINGEN
03105.031
T. 0493 745015
Situatietekening
Vestiging Reek
Parkeren
T. 0486 450160 E. info@vandunadvies.nl I. www.vandunadvies.nl
ONDERWERP
CvdK
1:1000
1e
BLAD
2e
SI 2-02
FORMAAT LOCATIE
De Voort Helvoirt
10-07-2025
A4
3e 4e