CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Ruimtelijke onderbouwing & regels BP Helvoirtseweg 207A

Raadsvergadering 21 december 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Helvoirtseweg 207A25.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan Helvoirtseweg 207a Gemeente Vught

Bestemmingsplan Helvoirtseweg 207a Gemeente Vught

Rapportnummer:

P03284

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0865.vghBPHelvoweg207a-VG01

Datum:

12 oktober 2022

Opdrachtgever:

Greenstone Real Estate BV

Projectteam BRO:

JRi, WdR, RGr

Concept-ontwerp:

juni 2021

Voorontwerp:

augustus 2022, september 2021

Ontwerp:

december 2021, januari 2022, juni 2022

Vaststelling:

22 december 2022

Trefwoorden:

--

Bron foto kaft:

BRO, abstract

Beknopte inhoud:

Bestemmingsplan voor de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen aan de Helvoirtseweg 207a te Vught. BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

Toelichting

Inhoudsopgave

pagina

1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

4 4 4 6 7

2. PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie 2.2 Voorgestane ontwikkeling

8 8 9

3. BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid

10 10

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) 3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking 3.2 Provinciaal beleid

10 12 12 13 14

3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant 3.3 Gemeentelijk beleid

14 14 15

3.3.1 Structuurvisie Vught 3.3.2 Woonvisie 2021 – 2025: Groei met Vughtse kwaliteit 3.3.3 Welstandsnota 2015 3.3.4 Nota Groen

15 18 19 19

4. OMGEVINGSASPECTEN 4.1 Verkeer en parkeren

21 21

4.1.1 Verkeersgeneratie 4.1.2 Parkeren 4.2 Geluid

21 22 22

4.2.1 Toetsingskader 4.2.2 Onderzoek 4.2.3 Conclusie 4.3 Luchtkwaliteit

22 23 25 26

4.3.1 Toetsingskader 4.3.2 Onderzoek 4.3.3 Conclusie 4.4 Bedrijven en milieuzonering

26 26 28 28

4.4.1 Toetsingskader 4.4.2 Onderzoek 4.4.3 Conclusie 4.5 Geur

28 29 30 30

Inhoudsopgave

1

4.5.1 Toetsingskader 4.5.2 Onderzoek 4.5.3 Conclusie 4.6 Trillingen

30 31 31 31

4.6.1 Toetsingskader 4.6.2 Onderzoek 4.6.3 Conclusie 4.7 Kabels en leidingen 4.8 Externe veiligheid

31 32 32 32 33

4.8.1 Toetsingskader 4.8.2 Onderzoek 4.8.3 Conclusie 4.9 Ecologie

33 33 37 37

4.9.1 Toetsingskader 4.9.2 Onderzoek 4.9.3 Conclusie 4.10 Bodem

37 38 40 40

4.10.1 Toetsingskader 4.10.2 Onderzoek 4.10.3 Conclusie 4.11 Water

40 40 40 41

4.11.1 Toetsingskader 4.11.2 Onderzoek 4.11.3 Conclusie 4.12 Archeologie

41 42 43 43

4.12.1 Toetsingskader 4.12.2 Onderzoek 4.12.3 Conclusie 4.13 Cultuurhistorie

43 43 45 45

4.13.1 Toetsingskader 4.13.2 Onderzoek 4.13.3 Conclusie 4.14 Vormvrije m.e.r.-beoordeling

45 45 46 46

4.14.1 Toetsingskader 4.14.2 Aanmeldingsnotitie m.e.r.

46 46

5. JURIDISCHE PLANOPZET 5.1 Inleiding 5.2 Plansystematiek 5.3 Toelichting op de bestemmingen

48 48 48 50

6. UITVOERBAARHEID 6.1 Economische uitvoerbaarheid

51 51

6.1.1 Financieel economische haalbaarheid 6.1.2 Kostenverhaal 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Inhoudsopgave

51 51 52

2

6.2.1 Vooroverleg en inspraak 6.2.3 Vaststellingsprocedure 6.2.4 Omgevingsdialoog

52 53 53

SEPARATE BIJLAGEN Bijlage 1: Akoestisch onderzoek Bijlage 2: Rapportage gevelgeluidwering Bijlage 3: Quickscan trillingen N65 Bijlage 4: Externe Veiligheid Bijlage 5: Quickscan Flora en Fauna Bijlage 6: Stikstofberekening Bijlage 7: Waterparagraaf Bijlage 8: Archeologisch onderzoek Bijlage 9: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 10: Aanmeldnotitie m.e.r. Bijlage 11: Schetsplan Bijlage 12: Gespreksverslagen Bijlage 13: Nota van inspraak vooroverleg

Inhoudsopgave

3

1.

INLEIDING 1.1 Aanleiding Op het perceel aan de Helvoirtseweg 207a te Vught is momenteel een leegstaand kantoorpand gelegen. Het voornemen bestaat om het kantoorpand te amoveren om ruimte te creëren voor de realisatie van drie vrijstaande woningen. Twee vrijstaande woningen zullen middels een berging met daarboven een vliering aan elkaar verbonden zijn. De drie vrijstaande woningen zullen op vrijwel dezelfde locatie worden gerealiseerd als het bestaande kantoorpand, waardoor ook de knik zoals deze in de bestaande situatie aanwezig is, blijft bestaan. Binnen het plangebied zijn momenteel drie eigenaren. De beoogde ontwikkeling past in functionele zin niet binnen het geldende bestemmingsplan ‘Vijverhof 2016’ (vigerend 9 juni 2016), waarin het plangebied de bestemming ‘Dienstverlening’ heeft. Binnen deze bestemming is het niet toegestaan om (burger)woningen te realiseren. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Plangebied Het plangebied betreft een kantoorpand gelegen aan de Helvoirtseweg 207a, kadastraal bekend als “gemeente Vught, sectie E, nummers 4133, 4335 en 4336’’ en kent een oppervlak van 1.320 m². Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Vught en is direct gelegen aan de Rijksweg N65. De omgeving van het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit woonbebouwing. Het plangebied wordt langs de oost- en zuidzijden omsloten door woningbouw. Ten westen van het plangebied is de Hoevensestraat gelegen. Ten westen van de Hoevensestraat zijn agrarische gronden gelegen. Aan de noordzijde en aangrenzend aan het plangebied bevindt zich de Rijksweg N65. Aan de overzijde van de Rijksweg N65 zijn groenvoorzieningen gelegen waarachter het villapark gelegen is. De locatie van het plangebied bestaat uit een kantoorpand met aan de achterzijde een bijbehorende tuin. De omliggende bebouwing bestaat deels uit vrijstaande woningen en deels uit twee-onder-eenkap woningen, voornamelijk bestaand uit twee bouwlagen met een kap. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.

Hoofdstuk 1

4

Figuur 1 Globale ligging plangebied

Figuur 2 Huidige situatie plangebied

Hoofdstuk 1

5

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied is het bestemmingsplan ‘Vijverhof 2016’ (zie figuur 3) het geldende juridische kader. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 9 juni 2016. Het plangebied heeft hierin de bestemming ‘Dienstverlening’. De voor 'Dienstverlening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. Dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; b. Kantoor, uitsluitend op de begane grond; c. Wonen, overeenkomstig het bestaande aantal (bedrijfs-)woningen voor zover legaal aanwezig op het moment van ter inzage legging van het ontwerpbestemmingsplan; d. Ondergeschikte verkeers- en groenvoorzieningen, voorzieningen van algemeen nut, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen. Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met uitzondering van het bepaalde in 5.2.3 en 5.2.4; b. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd; c. De goothoogte mag maximaal 7 m bedragen; d. De bouwhoogte mag maximaal 12 m bedragen; e. Gebouwen dienen voor tenminste 70% in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd. Daarnaast is het plangebied gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – weg’.

Ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - weg' mogen geen bouwwerken worden opgericht, met uitzondering van bouwwerken gerelateerd aan of ten behoeve van de verkeersbestemming c.q. het wegverkeer. Binnen het plangebied is het oprichten van woningen volgens het vigerende bestemmingsplan niet toegestaan. Naast het bestemmingsplan ‘Vijverhof 2016’ zijn er twee paraplubestemmingsplannen vigerend. Een paraplubestemmingsplan is een partiële herziening van meerdere bestemmingsplannen. De paraplubestemmingsplannen zijn specifiek opgesteld met betrekking tot het regelen van het aspect parkeren en het aspect kamerverhuur. Voorliggend bestemmingsplan stelt het nieuwe planologisch-juridische kader voor het plangebied.

Hoofdstuk 1

6

Figuur 3 Uitsnede vigerend bestemmingsplan

1.4 Leeswijzer Voorliggend plan is opgebouwd uit 6 hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk dient als introductie voor het plan en bijbehorend plangebied. In het tweede hoofdstuk wordt ingegaan op de beoogde ontwikkelingen. Het derde en vierde hoofdstuk gaan respectievelijk in op de verhouding van het plan tot vigerend beleid en de invloed van en op verschillende milieuaspecten. De laatste twee hoofdstukken gaan in op de juridische opzet inzake de bijbehorende regels en de maatschappelijke en economische haalbaarheid van het plan.

Hoofdstuk 1

7

2.

PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen in het westen van Vught, aan de rand van het bebouwd gebied en het buitengebied en betreft een terrein waar in de huidige situatie een kantorenpand is gelegen. Aan de zuidzijde van het plangebied (achterzijde van het pand) bevindt zich een tuin. De tuin is eveneens onderdeel van het plangebied. Het perceel is gelegen tussen de vrijstaande woningen aan de zuidzijde van het plangebied, en twee-onder-een-kap woningen aan de oostzijde van het plangebied. Het plangebied is aan de noordzijde gelegen aan de rijksweg N65 tussen ’s-Hertogenbosch en Tilburg. Ten westen van het plangebied is de Hoevensestraat gelegen. Ten westen van de Hoevensestraat begint het buitengebied van de gemeente Vught. Aan de overzijde van de N65 bevindt zich natuur welke over gaat in het Villapark.

Figuur 4 Huidige situatie

Hoofdstuk 2

8

2.2 Voorgestane ontwikkeling Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie van de Helvoirtseweg 207a een deel van het huidige kantoorpand te amoveren om ruimte te creëren voor de realisatie van drie vrijstaande woningen. Op onderstaande afbeelding zijn de perceelsgrenzen en de nieuwe indeling van het plangebied weergegeven. De drie woningen zijn op vrijwel dezelfde locatie gelegen als de huidige bebouwing. Woningen A en B zullen middels een vliering/berging aan elkaar verbonden zijn. Daarnaast zal elke woning voorzien worden van een oprit waarop ruimte wordt geboden om te voorzien in parkeren op eigen terrein. Voor het ontwerp van de drie nieuw te realiseren woningen wordt verwezen naar bijlage 11 ‘Schetsplan, na verwerking van aanbevelingen’. Dit ontwerp voor het plangebied en de daarbij gemaakte ontwerpkeuzes en te treffen technische maatregelen zijn het resultaat van de conclusies van de reeds uitgevoerde onderzoeken (met name gebaseerd op de resultaten en aanbevelingen vanuit het akoestisch onderzoek). Tevens wordt de strook die thans als dienstverlening is bestemd van perceelnummer 4133 herbestemd naar wonen met deels de aanduiding bijgebouwen. Naast voorgenoemde ontwikkeling is er grenzend aan het plangebied een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, namelijk ‘N65 Vught’ (14 mei 2020).

Ter hoogte van het plangebied zal de Rijksweg N65 worden voorzien van een verdiepte ligging. Echter zullen de drie toekomstige vrijstaande woningen bereikbaar blijven.

Figuur 5 Schetsontwerp toekomstige situatie

Hoofdstuk 2

9

3.

BELEIDSKADER In dit hoofdstuk wordt het beleidskader, dat relevant is voor het plan, toegelicht en wordt het plan hieraan getoetst. Er is sprake van een doorwerking van beleid dat is vastgesteld op verschillende niveaus van bestuur.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Per 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

Figuur 6 Afwegen met de NOVI (bron: Nationale Omgevingsvisie)

In de Nationale Omgevingsvisie wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met ambities. Ook worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

Hoofdstuk 3

10

De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig 2. Kenmerken & identiteit 3.

Afwentelen voorkomen Doorwerking plangebied In de NOVI zijn de volgende nationale belangen genoemd die het project raken:  Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften;  Beperken van klimaatverandering;  Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur.  Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit); Voor wat betreft de volgende nationale belangen “Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit” en “Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving” wordt verwezen naar paragraaf 2.2 en de milieuonderzoeken, zoals die in Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten aan de orde komen. Het realiseren van een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften behelst een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming. Vraaggericht programmeren en realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie en krimpregio's leefbaar te houden.

Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut door in bestaand bebouwd gebied te voorzien in nieuwbouw (inbreiding) en dient overprogrammering te worden voorkomen. Het realiseren van drie vrijstaande woningen speelt in op de wens om naast goedkope huurwoningen, ook woningen in het duurdere segment aan te bieden (zie hoofdstuk 3.3.2 Woonvisie Vught 2016 en hoofdstuk 3.3.3 Woonvisie 2022 - 2025).

Hoofdstuk 3

11

Het nationale belang ‘’Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’’ is gericht op de energietransitie en het verminderen van de uitstoot en het duurzaam opwekken van energie. De drie toekomstige woningen dienen volledig gasloos te worden gerealiseerd en indien mogelijk, zullen de toekomstige woningen voorzien in het duurzaam opwekken van energie. Voor het nationale belang “Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid wordt verwezen naar paragraaf 4.11 Water. Gelet op het bovenstaande staat de Nationale Omgevingsvisie de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld. De nationale belangen uit de SVIR, die juridische borging vragen, zijn geborgd in het Barro. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Doorwerking plangebied Met onderhavig bestemmingsplan worden geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die in strijd zijn met één van de nationale belangen. Onderhavige ruimtelijk initiatief is daarmee in overeenstemming met het Barro.

3.1.3 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro). Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Op 14 september 2020 is de regeling ‘Wijziging van de Regeling Algemene Regels Ruimtelijke Ordening in verband met enkele actualiseringen’ door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties vastgesteld. Deze regeling is per 1 oktober 2020 in werking getreden. Deze wijziging van de Rarro betreft regulier onderhoud van de Rarro. Dit regulier onderhoud is nodig om de Rarro te actualiseren om de aangewezen nationale ruimtelijke belangen te kunnen blijven borgen. Dit betreft een grenswijziging van het militair oefenterrein Vughtsche Heide, het vervallen van de aanwijzing van het militair luchtvaartterrein Brüggen, het toevoegen van een aantal antennelocaties, het toevoegen van de radar Wemeldinge met bijbehorend radarverstoringsgebied en het opnemen van de reserveringen ten behoeve van verbreding van de rijkswegen A2, A15 en de A20.

Deze wijziging heeft geen gevolgen voor burgers, bedrijven en het milieu. Uit deze wijziging volgen wel bestuurslasten voor overheden, maar daar is pas sprake van bij de eerstvolgende herziening van een bestemmingsplan. Deze wijziging verplicht gemeenten namelijk niet tot het vroegtijdig aanpassen van geldende bestemmingsplannen.

Hoofdstuk 3

12

Doorwerking plangebied In het vigerende bestemmingsplan ‘Vijverhof 2016’ is een reserveringsgebied/vrijwaringszone opgenomen voor de Rijksweg N65. Recentelijk is er een nieuw bestemmingsplan vastgesteld: ‘N65 Vught’. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de ontwikkeling van de Rijksweg N65 waarbij voorgenoemde weg verdiept aangelegd zal worden. De Rijksweg N65 grenst direct aan het plangebied. In het nieuwe bestemmingsplan ‘N65 Vught’ is er echter geen reserveringsgebied/vrijwaringszone meer opgenomen voor het plangebied. Voorgenomen ontwikkeling blijft buiten de beoogde ontwikkelingen voor de N65. Daarnaast is de vrijwaringszone niet meer opgenomen in de Rarro (Zie ook: Rarro Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (ministeriele regeling) (geconsolideerde versie) Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties regeling geconsolideerd (01/12/2020). Het voorgenomen ruimtelijk initiatief is daarmee in lijn met de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.

De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn1. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden. Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro). Doorwerking plangebied Bij een ontwikkeling van 12 of meer woningen is de Ladder verplicht.

Gezien het in dit initiatief om de toevoeging van slechts drie vrijstaande woningen gaat, is een toetsing van het initiatief aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.

1

O.a. ABRS 1 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1503), ABRS 18 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:428) en ABRS 24 augustus 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:2319).

Hoofdstuk 3

13

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant Provinciale Staten hebben op 14 december 2018 de Brabantse Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. De visie bevat ambities voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn: wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn? Doorwerking plangebied De beoogde woningbouw heeft geen invloed op de opgestelde ambities. Wel moet de ontwikkeling in lijn zijn met de basisopgave waarin een veilige, gezonde leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit centraal staan. In hoofdstuk 4 ‘Omgevingsaspecten’ wordt onderbouwd waarom de beoogde ontwikkeling aan deze aspecten voldoet. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat de Omgevingsvisie geen belemmering vormt voor onderhavig plan. 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, deze is op 8 december 2020 geconsolideerd. De Interim Omgevingsverordening vormt het toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant. De provincie wil met haar regels aansluiten op de werkwijze die gevraagd wordt in de Omgevingsvisie en de Omgevingswet.

Daarom is ervoor gekozen om de verschillende provinciale verordeningen voor de fysieke leefomgeving samen te voegen tot de Interim omgevingsverordening. Er wordt expliciet gesproken van een interim omgevingsverordening, om zo te benadrukken dat dit een tussenstap is naar de definitieve omgevingsverordening gebaseerd op de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening is gebaseerd op de huidige wetgeving, moet aan de wettelijke bepalingen van die wetgeving voldoen en dient ter vervanging van zes provinciale verordeningen, waaronder de Verordening Ruimte 2014. De onderwerpen die in de Verordening ruimte stonden en nu dus in de Interim omgevingsverordening staan, komen uit de provinciale structuurvisie. In de verordening staat welke belangen de provincie wil behartigen en hoe ze dat wil doen. De verordening stelt daarbij de provinciale belangen veilig. De provincie wil de ruimtelijke kwaliteit van Brabant bevorderen. Dat betekent dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage dienen te leveren aan de kernkwaliteiten van Brabant en dat gemeenten bij ruimtelijke afwegingen het principe van zorgvuldig ruimtegebruik moeten toepassen. Hiermee wordt beoogd de groei en de spreiding van het stedelijk ruimtebeslag op het buitengebied af te remmen. Het provinciale beleid is al jaren gericht op het bundelen van de verstedelijking.

Dit betekent dat de realisering van woningbouw, bedrijventerreinen, overige stedelijke voorzieningen en bijbehorende infrastructuur moet plaatsvinden in de stedelijke concentratiegebieden (bestaand stedelijk gebied van de grotere kernen). Nieuw ruimtebeslag buiten deze gebieden kan slechts als inbreiding of herstructurering in bestaand stedelijk gebied niet tot de mogelijkheden behoren. Zorgvuldig ruimtegebruik is als basisprincipe is opgenomen vanuit de zorg voor een goede omgevingskwaliteit en is uitgangspunt. Dat betekent dat een stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen in beginsel plaatsvindt binnen stedelijk gebied en dat de ruimte binnen stedelijk gebied

Hoofdstuk 3

14

zo goed als mogelijk wordt benut. Hierbij past ook dat er wordt gekeken naar eventuele hergebruiksmogelijkheden van leegstaand of leegkomend erfgoed, zoals industriële complexen, kloosters, verzorgingshuizen et cetera. Doorwerking plangebied Het plangebied is in de Interim omgevingsverordening opgenomen als bestaand stedelijk gebied. Doordat het ruimtelijk initiatief voorziet in de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied en het gebruik van bestaande bebouwing (kantoorpand met dienstwoning) wordt er voldaan aan een zorgvuldig ruimtegebruik. Door de transformatie van het kantoorpand naar woningen op de locatie aan de entree van Vught wordt de uitstraling en kwaliteit van het plangebied bevordert. Door de transformatie bestaat de entree van Vught vanuit de richting van Helvoirt uit uitsluitend woningen, wat zorgt voor een versterking van de omgevingskwaliteit. Daarnaast wordt er met de verdere planuitwerking rekening gehouden met het verder versterken van de omgevingskwaliteit, wat een veilige en gezonde leefomgeving zal bevorderen. Het initiatief is in overeenstemming met de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. 3.2.3 Ontwerp Omgevingsverordening Noord-Brabant Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant hebben op 23 maart 2021 het ontwerp van de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld (planidn: NL.IMRO.9930.OvrNBrabant-on01).

Dit ontwerp doorloopt een zienswijze- en overlegprocedure. Het ontwerp van de Omgevingsverordening is vastgesteld om te voldoen aan de Omgevingswet. De huidige regels in de Interim omgevingsverordening zijn gehanteerd als uitgangspunt, met enkele aanpassingen vanwege de Omgevingswet of nieuwe inzichten of beleid. Doorwerking plangebied De ontwerp Omgevingsverordening is momenteel nog geen geldend beleid. Indien de Omgevingsverordening vastgesteld wordt voor vaststelling van dit bestemmingsplan, zal er voor dit plan een beleidstoets aan de Omgevingsverordening plaatsvinden.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Structuurvisie Vught Op 19 december 2013 heeft de gemeenteraad van de gemeente Vught de Structuurvisie Vught vastgesteld. In deze structuurvisie wordt de gewenste ruimtelijke structuur voor de komende 10 tot 15 jaar vastgelegd. De gemeente streeft er naar de huidige kwaliteiten verder uit te bouwen. De gemeente wenst een sterke woongemeente te zijn en de kwaliteiten te benutten om de aantrekkelijkheid te borgen en te verbeteren. Daarnaast is het streven om de versnippering van Vught te reduceren en er voor te zorgen dat Vught als geheel een sterke binding krijgt. Daarnaast wil de gemeente zich blijven profileren als kwalitatief hoogwaardige woongemeente en daarin blijvend investeren, zowel in de wijken als in de voorzieningen. Zo blijven de kwaliteiten van de gemeente bijdragen aan de woonkwaliteit van de afzonderlijke wijken en de eenheid binnen Vught.

Hoofdstuk 3

15

Eén Vught uit zich in:  Een herkenbare Vughtse uitstraling van geheel Vught;  Sterke interne verbindingen, die wijken en voorzieningen goed aan elkaar knopen, waarbij dit geldt voor alle vormen van verkeer;  Focus op sterke voorzieningen en gebieden die een bindende factor voor heel Vught kunnen zijn.  Voor wat betreft het thema ‘Demografie en wonen’ heeft de gemeente Vught de volgende beleidsuitgangspunten: - De gemeente kiest voor een gevarieerde bevolkingsopbouw per wijk. Dat betekent dat per wijk wordt ingespeeld op de behoefte aan woningen voor jongeren en ouderen. De ruimtelijke kwaliteit en identiteit van de wijk zijn bepalend voor het type woning dat gebouwd kan worden; - De gemeente kiest voor variatie tussen de wijken; - De gemeente zet in op het zo lang mogelijk zelfstandig wonen door ouderen en faciliteert dit op wijkniveau door de juiste voorzieningen en het stimuleren van woningaanpassingen en het afstemmen van de woningvoorraad bij herstructurering en inbreiding. De schaal waarop voorzieningen worden aangeboden is afhankelijk van de draagkracht van de voorzieningen, de zelfwerkzaamheid in de wijk en de ondersteuning vanuit het maatschappelijk middenveld; - Prioritering van fasering van woningbouwlocaties vindt mede plaats op basis van de bijdrage die wordt geleverd aan de ruimtelijke kwaliteit.

In de structuurvisie is het plangebied in de kaart ‘Woonkwaliteit bij transformatie’ aangegeven met een groene kleur. Voor het plangebied geldt: Campusgebied/landgoeduitstraling behouden (en doorzetten); groen, ruim, losse blokken en hoge kwaliteit. Uitstraling naar de N65 is van groot belang en aan de zuidzijde kan optioneel losse bebouwing worden gerealiseerd aan de bestaande linten. Daarnaast wordt er ingezet op het vergroenen in de bebouwde kom. Bij inpassingsvraagstukken rondom het spoor en de N65 neemt de gemeente ‘Quality of Life’ als uitgangspunt. Het streven is er op gericht om groen nog meer een bindende factor te laten zijn in en tussen de wijken. In de indeling van wijken ligt het plangebied in de wijk Bergenshuizen. Onderstaande afbeelding is opgenomen in de structuurvisie waarop wordt ingegaan op de gewenste bijdrage aan de woonkwaliteit bij transformaties.

Hoofdstuk 3

16

Figuur 7 Bijdrage woonkwaliteit (plangebied rood omlijnd)

Doorwerking plangebied De gemeente streeft er naar om de huidige kwaliteiten verder uit te bouwen en wenst daarnaast een sterke woongemeente te zijn waarbij de kwaliteiten worden benut om de aantrekkelijkheid van de gemeente te borgen en te verbeteren. In de kaart ‘Bijdrage Woonkwaliteit’ is het plangebied gelegen in een gebied waarvoor geldt dat de uitstraling naar de N65 van belang is en dat het campusgebied/landgoeduitstraling behouden dient te blijven. Dit houdt in dat er extra aandacht dient te worden besteedt aan groen, ruime inrichting en een hoge kwaliteit. Het realiseren van drie vrijstaande woningen zorgt er voor dat de kwaliteit van Vught verder wordt uitgebouwd. Gezien de ligging van het plangebied aan de entree van Vught vanuit Tilburg/Helvoirt zorgt de toevoeging van woningen op de locatie van een kantorenpand voor een aantrekkelijkere uitstraling van Vught. Daarnaast zullen, wanneer de woningen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden, de woningen landschappelijk ingepast worden waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse versterkt wordt en het plan bijdraagt aan de uitstraling van Vught. In de landschappelijke inpassing zal rekening worden gehouden met de ‘Quality of Life’ en het streven om groen nog meer een verbindende factor te geven. Het ontwerp van de landschappelijke

Hoofdstuk 3

17

inpassing zal in overleg met de bevoegde overheden worden opgesteld. Onderhavig initiatief is daarmee in lijn met de Structuurvisie Vught. 3.3.2 Woonvisie 2021 – 2025: Groei met Vughtse kwaliteit De Woonvisie 2021-2025: Groei met Vughtse kwaliteit is op 30 september 2021 vastgesteld. Navolgend worden de belangrijkste aspecten van de Woonvisie 2021 – 2025: Groei met Vughtse kwaliteit benoemd. De gemeente Vught biedt een aantrekkelijke en gevarieerde woonomgeving. In Cromvoirt is er ruimte voor landelijk en dorps wonen. Helvoirt (per 1 januari 2021 aangesloten bij de gemeente Vught) is een kerkdorp met een dorps verenigingsleven. De kern Vught biedt een ruim en suburbaan woonmilieu, in de directe nabijheid van de stedelijke voorzieningen in ’s-Hertogenbosch. Deze gewaardeerde woongebieden zorgen ervoor dat de gemeente in trek is bij mensen die een prettige woonplek zoeken. Dit zorgt voor een behoorlijke druk op de woningmarkt. De huidige landelijke crisis op de woningmarkt is ook in de gemeente Vught te merken en versterkt de druk op de woningmarkt. De huidige situatie op de woningmarkt zorgt ervoor dat veel mensen geen passende woning kunnen vinden. Via nieuw woonbeleid wil de gemeente de mogelijkheden voor woningzoekers verruimen. Daarmee spelen we in op de actuele woningmarktopgaven.

Voor de gemeente Vught zijn de volgende waarden dominant bij de beleidskeuzes met betrekking tot wonen:  In de eerste plaats moeten er keuzemogelijkheden zijn voor mensen die in de gemeente willen wonen, ongeacht leeftijd, inkomen of vermogen.  In de tweede plaats gaat het om de kwaliteit van wijken en dorpen. Dan gaat het om groene en ruimtelijk aantrekkelijke woningen en omgeving.  In de derde plaats gaat om het behoud en versterken van sociale verbindingen door aandacht voor ontmoeting en voorzieningen in de omgeving. Planvoorraad in beeld In de huidige planlijst heeft de gemeente in totaliteit 1.184 woningen opgenomen voor de periode 2020 - 2030. Een deel daarvan is inmiddels gerealiseerd. De plancapaciteit is voldoende passend bij de geraamde behoefte vanuit de provincie. Als er rekening wordt gehouden met extra ambities van de gemeente (2.000 woningen in totaal) en planuitval (een deel van de woningbouwplannen kan om verschillende redenen niet doorgaan) heeft de gemeente echter extra plannen nodig. Navolgende tabel geeft de behoefte en planvoorraad weer tot 2030.

Hoofdstuk 3

18

Doorwerking plangebied De voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling voorziet in de realisatie van drie vrijstaande woningen aan de Helvoirtseweg 207a te Vught. In Vught is de druk op de woningmarkt hoog. Onderhavig ruimtelijk initiatief betreft een ontwikkeling voor het hogere segment woningen en wordt door een marktpartij ontwikkeld. Daarnaast draagt de ontwikkeling bij aan het behalen van de beoogde doelstelling voor de plancapaciteit. 3.3.3 Welstandsnota 2015 Het welstandsbeleid van de gemeente is opgenomen in de "Welstandsnota gemeente Vught 2e herziening, 2015". Het plangebied valt binnen gebied 8 ‘Resterend grondgebied', waarvoor welstandsniveau 3 geldt. Hiervoor gelden geen beoordelingscriteria, met uitzondering van nieuwbouw aan historische bebouwingslinten en monumenten. Het plangebied is echter niet gelegen binnen historische bebouwingslinten en betreft geen historisch monument. De excessenregeling is van toepassing. 3.3.4 Nota Groen Groen is van grote waarde voor de uitstraling van de gemeente Vught. De Nota Groen, Groen Verbindt, (op 4 februari 2016 vastgesteld en in werking getreden) biedt kaders en uitgangspunten voor de realisatie van een duurzame en karakteristieke groenstructuur. De vastgelegde structuren zijn een leidraad voor de toekomstige ontwikkelingen in de openbare ruimte en vormen de basis voor de ontwikkeling van de gewenste groenstructuur.

Groen is één van de aspecten dat de inrichting van de openbare ruimte bepaalt. In de Nota Groen worden dwarsverbanden gelegd tussen alle relevante plannen over groen en de buitenruimte. Eén Vught!, dat is de hoofdambitie van de Vughtse structuurvisie. Vught bestaat uit meerdere puzzelstukjes (wijken, buurten, dorpen, centra). De verbinding tussen deze puzzelstukjes staat centraal in de structuurvisie. Groen speelt hierbij een belangrijke rol en mag nog meer dan nu een bindende factor zijn in Vught. Zowel de fysieke binding door herkenbare structuren en duidelijke routes als sociale binding door bruikbaar groen en betrokken bewoners: Groen Verbindt!. Groen is en blijft een belangrijke ruimtelijke verbinder. De Nota Groen maakt daarbij onderscheid in structuurbepalend, beeldbepalend en overig groen. Belangrijke (cultuur)historische elementen en natuurlijk groen zijn structuurbepalend, evenals de belangrijkste ontsluitingswegen en diverse parken.

Hoofdstuk 3

19

Groen dat op wijkniveau bepalend is voor het gebruik en de uitstraling van de woon- en werkomgeving is opgenomen als beeldbepalend groen. De statustoekenning van ieder groenelement is daarbij medebepalend voor de inrichting en de ontwikkelingen die de gemeente toe staat. In de Nota Groen zijn diverse verbetermogelijkheden aangedragen om de kwaliteit en beleefbaarheid van het groen in het buitengebied te versterken. Uitgangspunt is het versterken van de eigen identiteit en karakteristiek van ieder deelgebied. In de Nota Groen zijn diverse lopende trajecten en nieuwe kansen opgenomen waarmee de kwaliteiten worden versterkt en het gebruik en de beleving door bewoners en recreanten toeneemt. Naast de gewenste groenstructuur is in deze nota ook het groenbeleid opgenomen. Dit beleid vormt de basis voor de ontwikkeling, inrichting en beheer van het groen zodat de karakteristieke groenstructuur zich verder kan ontwikkelen tot een duurzame en beheerbare groenstructuur. De volgende doelstellingen zijn richtinggevend voor de Nota Groen:  De bestaande en gewenste groenstructuur beeldend weergeven met als uitgangspunt een duurzame en karakteristieke groenstructuur. Het beschermen, behouden, verbinden en versterken van de huidige groenstructuren en -gebieden vormt de basis voor de ontwikkeling van de gewenste groenstructuur.

De groenstructuren en -gebieden zijn een leidraad bij toekomstige ontwikkelingen in de openbare ruimte.  Groenbeleid als basis voor de ontwikkeling, inrichting en beheer van het openbaar groen vastleggen, zodat de karakteristieke groenstructuur zich verder kan ontwikkelen tot een duurzame en beheerbare groenstructuur.  De groenstructuur levert als drager van cultuurhistorische, landschappelijke en ecologische kwaliteiten een waardevolle bijdrage aan de leef- en werkomgeving van de inwoners van Vught. Met het beleid in deze Nota Groen stimuleert de gemeente de betrokkenheid van bewoners bij de buitenruimte. Daarnaast is er op 18 december 2017 ook de Notitie Biodiversiteit Mens, Plant en Dier Verbinden vastgesteld. Deze notitie borduurt voort op de Nota Groen, Groen Verbindt en geeft een nadere detaillering en uitwerking om de kansen voor met name biodiversiteit te benutten en beschrijft daarnaast de visie van de gemeente met betrekking tot ecologisch groen. De notitie gaat echter vooral over openbaar groen. De gemeente informeert haar inwoners wel over het belang en de mogelijkheden van een groene buitenruimte, licht toe waarom wij bepaalde (ecologische beheer)maatregelen nemen en betrekken de inwoners bij de inlichting van de openbare ruimte. Doorwerking plangebied Het plangebied betreft momenteel een perceel dat in gebruik is als zijnde een kantoor met bijbehorende tuin.

Door het amoveren van een deel van het bestaande pand wordt er ruimte gecreëerd om drie vrijstaande woningen te realiseren. De woningen krijgen vrijwel hetzelfde oppervlak en contouren als de huidige bebouwing. Bij de realisatie van het ruimtelijk initiatief zal rekening gehouden worden met het zo natuurlijk inrichten van de tuin en de omgeving van het plangebied. Bij het ontwerp zal rekening worden gehouden met de inbreng van de bevoegde overheden en de Nota Groen, Groen Verbindt en de Notitie Biodiversiteit Mens, Plant en Dier Verbinden.

Hoofdstuk 3

20

4.

OMGEVINGSASPECTEN In dit hoofdstuk worden de diverse relevante omgevingsaspecten aangehaald en wordt het plan hieraan getoetst.

4.1 Verkeer en parkeren Met de realisatie van de woningbouw neemt de verkeersintensiteit toe en dienen voldoende parkeerplaatsen te worden gerealiseerd, waarbij dient te worden voldaan aan de norm als gesteld in de gemeentelijke parkeernormen. 4.1.1 Verkeersgeneratie Het ruimtelijk initiatief voorziet in het realiseren van drie vrijstaande woningen op de locatie van een kantorenpand in de gemeente Vught. De toevoeging van drie vrijstaande woningen heeft een effect op de verkeersgeneratie van het plangebied. De verkeersgeneratie voor het plangebied is berekend volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’. Hierbij is uitgegaan van de stedelijkheidsgraad ‘matig stedelijk’ met de ligging ‘rest bebouwde kom’. Er is, worst-case, uitgegaan van de maximale normen. Op basis van de normen zal het nieuwbouwplan 26 motorvoertuigen per etmaal genereren voor een gemiddelde weekdag (zie onderstaande tabel). Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie Woningtype

Aantal

Koop, huis, vrijstaand

3

Verkeersgeneratie

Verkeersgeneratie

per woning

Totaal

8,6

25,8 26

In de huidige situatie heeft het plangebied bestemming ‘Dienstverlening’. Momenteel is het mogelijk om een kantoor te vestigen op de locatie van het ruimtelijk initiatief. Doorgaans is de verkeersaantrekkende werking van een kantoor hoger, en treden de verkeersbewegingen op afwijkende tijdstippen op. Hierdoor is de verwachting dat, ten opzichte van de situatie waarin het pand in gebruik is als zijnde een kantoor, er meer verkeersbewegingen optreden dan er in de toekomstige situatie op zullen treden. Voor een kantoor geldt volgens de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ 14,8 mvt/etmaal per 100 m² vloeroppervlak (commerciele dienstverlening (kantoor met baliefunctie)). Het bestaande kantoor betreft een oppervlak van circa 290 m². De verkeersaantrekkende werking van een kantoorpand betreft derhalve 2,9 x 14,8 = 42,9. In de toekomstige situatie neemt de verkeersgeneratie daarmee af ten opzichte van de huidige situatie. Als de ‘nieuwe’ verplaatsingen worden toegedeeld aan de Helvoirtseweg (in de huidige situatie) of aan de parallelweg en de Hoevensestraat/Jagerboschlaan (toekomstige situatie), dan wordt verwacht dat deze wegen de ‘nieuwe’ verkeersbewegingen goed kunnen verwerken.

Hoofdstuk 4

21

4.1.2 Parkeren Op basis van de parkeernormen, zoals vervat in de ‘Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022’ , is het aantal benodigde parkeerplaatsen voor het plangebied bepaald. Het plangebied ligt in het gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Op basis van de normen vereist het ruimtelijk initiatief 6 parkeerplaatsen (zie onderstaande tabel). Dit is inclusief het aandeel parkeerplaatsen voor bezoekers. Tabel 2: Berekening benodigd aantal parkeerplaatsen Woningtype conform Parkeerbeleid en Parkeernota

Aantal

Parkeernorm

3

1,9

2013-2022’ Koop, vrijstaand Totaal

Benodigd aantal parkeerplaatsen 5,7 (afgerond 6) 6

Parkeren in plan Het parkeren dient plaats te vinden op eigen terrein. Binnen het plangebied is voldoende ruimte om te kunnen voorzien in het toevoegen van twee parkeerplaatsen per woning op eigen terrein. In het schetsontwerp is per woning een inrit ingetekend. Op de inritten is voldoende ruimte om twee parkeerplaatsen te realiseren. Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er vanuit het aspect verkeer en parkeren geen belemmeringen worden verwacht voor de realisatie van drie vrijstaande woningen aan de Helvoirtseweg 207a.

4.2 Geluid 4.2.1 Toetsingskader Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet inzicht worden gegeven in de aanvaardbaarheid van de ontwikkeling vanuit akoestisch oogpunt. Het geluidsaspect is relevant in relatie tot industrielawaai, wegverkeerslawaai en/of spoorweglawaai. Toetsingskader zijn de Wet geluidhinder en enkele uitvoeringsbesluiten. Wegverkeerslawaai Voor woningbouw binnen de zone van een weg dient een akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt de breedte van de zone van een weg in stedelijk gebied, bestaande uit 1 of 2 rijstroken bepaald op 200 meter. Conform artikel 82, lid 1 van de Wet geluidhinder geldt voor de geluidbelasting op de gevel van een woning binnen de zone van een weg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt hebben geen geluidszone. Spoorverkeerslawaai In artikel 105 van de Wgh wordt het Besluit geluidhinder (Bg) van toepassing verklaard. Het besluit is alleen van toepassing binnen de wettelijke vastgestelde zone van een spoorweg. De breedte van de geluidzone langs het spoor wordt geregeld in artikel 1.4 Bg en is afhankelijk van de hoogte van de geluidproductieplafonds langs het spoor ter hoogte van het plangebied.

Hoofdstuk 4

22

Binnen de zone van een spoorweg dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Lden -waarde in dB bepaald. De Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden:  het geluidniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur);  het geluidniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB;  het geluidniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) + 10 dB. De berekende geluidbelasting dient getoetst te worden aan de grenswaarden van het Besluit geluidhinder. Indien de (voorkeurs)grenswaarde wordt overschreden, dient beoordeeld te worden of maatregelen ter beperking van het geluid mogelijk zijn en/of er een hogere grenswaarde moet worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. In artikel 4.9 en volgende van het Besluit geluidhinder worden de grenswaarden vermeld met betrekking tot nieuwe situaties bij zones. 4.2.2 Onderzoek Akoestisch onderzoek weg- en railverkeerlawaai Voor onderhavig ruimtelijk initiatief is door Antea Group een akoestisch onderzoek uitgevoerd. Onderstaand zijn de belangrijkste aspecten uit het onderzoek weergegeven. Voor het volledige onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1 en 2.

Het perceel is gelegen aan de N65 (70 km/uur) en de Hoevensestraat (30 km/uur), daarnaast liggen de nieuwe woningen ook in de nabijheid van de Jagersboschlaan (30 km/uur) en de gezoneerde Vijverbosweg (50 km/uur). Ook liggen de nieuwe te bestemmen woningen in de nabijheid (binnen 600m) van het spoortraject ’s-Hertogenbosch – Tilburg. De geluidbelasting ten gevolge van de Hoevensestraat, Jagersboschlaan en Vijverbosweg bedraagt op de gevels van de woningen ten hoogste respectievelijk 37, 28 en 38 dB voor het bestaande gebouw, ten hoogste 37, 29 en 38 dB voor nieuwe woning a, en ten hoogste 35, 30 en 37 dB voor nieuwe woning b inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. In de huidige situatie - zonder geluidscherm - bedraagt de geluidbelasting ten gevolge van de N65 op de gevels van de woningen ten hoogste 67 dB voor het bestaande gebouw, ten hoogste 68 dB voor nieuwe woning a en ten hoogste 67dB voor nieuwe woning b, na aftrek van ex artikel 110g Wgh. Hiermee wordt de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden.

In de geplande situatie, rekening houden met de geluidschermen langs de N65 en verdiepte ligging, bedraagt de geluidbelasting ten gevolge van de N65 op de gevels van de woningen ten hoogste 63 dB voor het bestaande gebouw, ten hoogste 65 dB voor nieuwe woning a en ten hoogste 65 dB voor nieuwe woning b, na aftrek van ex artikel 110g Wgh. Hiermee wordt de maximale grenswaarde van 53 dB overschreden.

Hoofdstuk 4

23

De geluidbelasting ten gevolge van het spoortraject op de gevels van de nieuwe woningen bedraagt ten hoogste 47 dB voor het bestaande gebouw, ten hoogste 49 dB voor nieuwe woning a en ten hoogste 49 dB voor nieuwe woning b. Hiermee wordt de voorkeurswaarde van 55 dB niet overschreden. Nader onderzoek naar maatregelen kan daarmee achterwege blijven. Gezien de berekende geluidniveaus en beschouwde maatregelen zoals in het voorgaande beschreven, wordt voorgesteld om een hogere waarden aan te vragen voor de geluidbelasting vanwege de N65 (incl. geplande ontwikkeling) voor het bestaande gebouw van 53 dB, nieuwe woning a van 53 dB en voor de nieuwe woning b van 53 dB. Voor de nieuwe woningen waarvoor burgemeester en wethouders van de gemeente Vught een hogere waarde vaststelt, dient met behulp van een gevelgeluidweringsonderzoek te worden onderzocht of deze woningen aan de wettelijke geluidgrenswaarde voor het binnenniveau kunnen voldoen. Akoestisch onderzoek gevelgeluidwering Zoals voorgaand beschreven ligt de geluidbelasting ten gevolge van wegverkeer voor een aantal gevels boven de voorkeursgrenswaarde. Daarnaast zijn er een aantal gevels met een geluidbelasting van boven de maximale ontheffingswaarde, deze dienen doof te worden uitgevoerd. In een dove gevel kunnen geen te openen delen (zoals ramen) aanwezig zijn.

Dat heeft gevolgen voor de ventilatie van ruimtes waar geen te openen delen gerealiseerd kunnen worden. Elke verblijfsruimte in een woonfunctie moet op grond van Bouwbesluit voorzien zijn in ten minste één te openen raam of deur in de uitwendige scheidingsconstructie. Bij een ruimte met dove gevels kan niet aan deze eisen worden voldaan en zou gezocht moeten worden naar gelijkwaardige oplossingen. De bewoners moeten het geluid van buiten kunnen weren en daarbij kunnen voldoen aan de nodige spuiventilatie. In dit geval kan gedacht worden aan de akoestische roosters. Afhankelijk van de benodigde geluidreductie kan worden gekozen voor het type ventilatierooster dat aansluit bij de eisen van de betreffende positie in de gevel. Maar dat is natuurlijk nog geen oplossing als het gaat om eis uit het Bouwbesluit met betrekking tot te openen delen. Een opening in een dove gevel is alleen mogelijk als direct daarachter niet geluidsgevoelige volledig afsluitbare ruimte aanwezig is. Dat betekent dat tussen deze ruimte en verder gelegen geluidgevoelige ruimtes deur aanwezig moet zijn. Voor de gevels van de nieuw te bouwen woningen met een geluidbelasting van boven de voorkeursgrenswaarde geldt dat de karakteristieke gevelgeluidwering moet voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012.

De gevelgeluidwering van het bestaande pand dient conform het verbouwartikel te voldoen aan het rechtens verkregen niveau van de karakteristieke gevelgeluidwering wat in dit geval gelijk is aan 0 dB. Desondanks is het gezien de geluidbelasting vanuit het oogpunt van comfort wenselijk om de gevelgeluidwering te kwantificeren met behulp van de NEN 1070. Daarnaast stelt de Wet geluidhinder eisen aan de karakteristieke gevels die doof dienen te worden uitgevoerd. De karakteristieke gevelgeluidwering van de beoogde woningen is bepaald met behulp van een akoestisch onderzoek. De berekende gevelgeluidwering is beoordeeld en gekwalificeerd op basis van het geldende beoordelingskader. Navolgend worden de belangrijkste conclusies van het gevelweringsonderzoek toegelicht. Voor meer informatie wordt verwezen naar de bijlagen. Uit dit onderzoek is gebleken dat de dove gevels direct voldoen aan het gestelde beoordelingskader. Slaapkamer 1, 2 en 3 van de geschakelde woningen voldoet niet direct aan het gestelde beoorde-

Hoofdstuk 4

24

lingskader uit het Bouwbesluit 2012. Dit heeft betrekking op de ventilatie voorzieningen. Door hier gebruik te maken van Glasmax ‘ZR’ in plaats van DucoTop 50 ‘ZR’ roosters wordt hier wel voldaan aan het gestelde beoordelingskader. Dit beoordelingskader is vereist vanuit het Bouwbesluit 2012 en dient daardoor te worden toegepast. De gevelgeluidwering van de gevels van het getransformeerde pand die niet doof dienen te worden uitgevoerd zijn voorzien van een kwaliteitsbeoordeling. Hierbij zijn drie verschillende situaties berekend, zonder ventilatie voorzieningen, met ventilatievoorzieningen uitgaande van simpele roosters en met ventilatievoorzieningen uitgaande van kwaliteitscijfer 3 (dit is gelijk aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012). In de laatste variant is uitgegaan van GlasMax ‘ZR’ roosters in plaats van DucoLine ‘ZR’ roosters. Met deze maatregel hebben de slaapkamers op de eerste verdieping een kwaliteitscijfer van 3 wat gelijk staat aan niveau nieuwbouw uit het Bouwbesluit 2012. Er is geen juridische basis voor dit beoordelingskader, het toepassen van deze maatregelen is derhalve vanuit een juridisch oogpunt niet vereist maar is vanuit het oogpunt van comfort wel wenselijk.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek is het aannemelijk dat er kan worden voldaan aan het wettelijk kader ten aanzien van de gevelgeluidwering van de geschakelde woning en de doof uit te voeren gevel van de getransformeerde woning. Daarnaast kan er ter plaatse van de overige gevels van de getransformeerde woning voldoende comfort worden. Voorwaarde hiervoor is dat de onderstaande materialisatie wordt toegepast:  De dichte geveldelen bestaan uit een opbouw van Poriso, minerale wol en baksteen. Hierdoor is er sprake van een steenachtige spouwmuur met een gewicht van circa 300 kg/m². Vanuit een conservatief oogpunt is in de berekening een steenachtige spouwmuur met een gewicht van 200 kg /m² en luchtgeluidisolatie van RA;tr = 46,2 dB toegepast.  De beglazing heeft een opbouw van 4-15-5 en een luchtgeluidisolatie van RA;tr = 28,8 dB*;  De beglazing van de doof uit te voeren gevels dient van het type SGG Climaplus protect 29/36 te zijn met een luchtgeluidisolatie te hebben van RA;tr = 31 dB;  De kozijnen zijn uitgevoerd in hout en hebben een luchtgeluidisolatie van RA;tr = 36,8 dB;  In de berekening is een enkele kier- en naaddichting toegepast met en luchtgeluidisolatie van RA;tr = 35 dB. Vanuit het oogpunt van luchtdichtheid dient er in veel gevallen een dubbele kierdichting te worden toegepast.

Deze heeft een hogere luchtgeluidisolatie Hierdoor is de aangehouden kierdichting een conservatief standpunt;  De beglazingsnaad bestaat uit band met of zonder topafdichting en een luchtgeluidisolatie van RA;tr = 49,4 dB;  Voor de kozijnnaad is een aansluiting met band met lat en een luchtgeluidisolatie van RA;tr = 49,8 dB aangehouden; * Aan dit constructieonderdeel is een veiligheidsmarge van 1,5 dB toegekend. 4.2.3 Conclusie Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting ten aanzien van de Rijksweg N65 te hoog is. Hiervoor is het noodzakelijk om een hogere waarde aan te vragen bij burgemeester en Wethouders van de gemeente Vught. Uit het onderzoek naar de geluidwering van de gevels blijkt dat kan worden voldaan aan de eisen uit het Bouwbesluit. Hiervoor is het noodzakelijk dat een deel van de gevels ‘doof’ worden gerealiseerd. Dit houdt in dat er geen te openen delen in de gevel mogen zit-

Hoofdstuk 4

25

ten. Op basis van het akoestisch onderzoek is het ontwerp voor de woningen in het plangebied aangepast (zie bijlage 11 voor dit ontwerp). Ter borging van de te treffen maatregelen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de planregels.

4.3 Luchtkwaliteit 4.3.1 Toetsingskader De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Hierin zijn grenswaarden opgenomen voor luchtvervuilende stoffen. Voor ruimtelijke projecten zijn fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) de belangrijkste stoffen. Een project is toelaatbaar als aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan:  er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;  het project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit;  het project draagt alleen niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging;  het project is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen. Om te bepalen of een project "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtkwaliteit is een algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels zijn vastgelegd.

Een project kan in twee situaties NIBM bijdragen aan de luchtkwaliteit:  het project behoort tot de lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) die is opgenomen in de Regeling NIBM;  het project heeft een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde concentratie NO 2 en PM10 (1,2μg/m3). 4.3.2 Onderzoek Onderzoek NIBM toets De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie tot 1.500 woningen). Desondanks is in het kader van dit bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek in de vorm van een ‘NIBM’ toets uitgevoerd. Hiermee is bepaald in hoeverre de ontwikkeling zal bijdragen aan de luchtkwaliteit ter plaatse. Als basis voor de berekening zijn de volgende uitgangspunten genomen:  26 motorvoertuigen per etmaal (gebaseerd op paragraaf 4.1 Verkeer en parkeren).  Aandeel vrachtverkeer van 1%. Met deze uitgangspunten is de NIBM-toets uitgevoerd, waarbij is uitgegaan van realisatie in 2021 (worst-case scenario), zie onderstaande afbeelding.

Hoofdstuk 4

26

Figuur 7 NIBM-tool: worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer

Daarnaast zal de kantoorfunctie ter plaatse van de Helvoirtseweg 207a vervallen. Zoals in hoofdstuk 4.1 Verkeer en parkeren reeds is aangegeven heeft een kantoor een hogere verkeersaantrekkende werking dan drie vrijstaande woningen. Hierdoor kan worden gesteld dat de luchtkwaliteit ter plaatse juist zal verbeteren. Berekend is dat de bijdrage van het plan aan de concentraties voor NO2 (stikstofdioxide) en PM10 (fijnstof) niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer ten gevolge van het plan maximaal 0,02 µg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,00 µg/m3 bijdragen. Onderzoek NSL-Monitoringstool 2019 Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-Monitoringstool 2019. De beschouwde rekenpunten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven de totale concentratie in de nabije omgeving van het plangebied. Voor het jaartal 2020 bedraagt de hoogste totale concentratie NO2 29,7 µg/m3 en voor PM10 19,5 µg/m3. Voor PM2,5 geldt een hoogste totale concentratie van 11,9 µg/m3. Tabel 3 NSL Monitoringstool: rekenpunten met bijbehorende concentraties Id Rekenpunt Rekenpunt Rekenpunt Rekenpunt Norm

Hoofdstuk 4

15535863 15631628 15631629 15536296

NO2 μg/m3 23.8 25.1 24.7 24.0 40

PM10 μg/m3 19.0 19.1 19.1 19.1 40

PM10 overschrijdingsdagen 6.8 6.9 6.9 6.9 35

PM2.5 μg/m3

Jaar

11.8 11.9 11.8 11.9 25

2020 2020 2020 2020

27

Wanneer het planeffect hierboven op wordt geteld worden de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 25.1 µg/m3 en 19.1 µg/m3. Deze concentraties blijven met de bijdrage van de ontwikkeling, ruim beneden de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op grond van de gebleken samenhang tussen de concentraties voor PM10 (fijnstof) en PM2,5 (fijnstof) kan het volgende worden gesteld: vanwege het feit dat de concentratie voor PM10 voldoet aan de grenswaarde kan in voldoende mate aannemelijk gemaakt worden dat ook voor PM2,5 de ontwikkeling niet in betekenende mate zal bijdragen en dat de geldende grenswaarde niet zal worden overschreden. Ook in het prognosejaar 2030 zal worden blijven voldaan aan de grenswaarden. 4.3.3 Conclusie De bijdrage van de verkeersbewegingen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling draagt niet in betekenende (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Daarnaast is onderzoek uitgevoerd met gebruikmaking van de Monitoringstool. Hieruit blijkt dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor het plan. In de huidige situatie is er een kantoorpand gelegen waarvoor een hogere verkeersgeneratie geldt. Hierdoor kan worden verondersteld dat de luchtkwaliteit ter plaatse alleen maar zal verbeteren en dat het aspect luchtkwaliteit derhalve geen belemmering vormt voor onderhavig ruimtelijk initiatief.

4.4 Bedrijven en milieuzonering 4.4.1 Toetsingskader Onder milieuzonering wordt verstaan het waar nodig zorgen voor een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds bedrijven of overige milieubelastende functies en anderzijds milieugevoelige functies zoals woningen. Bij de planontwikkeling dient rekening te worden gehouden met milieuzonering om de kwaliteit van het woon- en leefmilieu te handhaven en te bevorderen en daarnaast bedrijven voldoende zekerheid te bieden dat zij hun activiteiten duurzaam binnen aanvaardbare voorwaarden kunnen uitvoeren. Richtafstanden Bij de milieuzonering wordt gebruik gemaakt van de door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) opgestelde publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ 2. In de publicatie is een lijst opgenomen met bedrijfstypen. Voor de bedrijfstypen zijn indicatieve (richt)afstanden bepaald voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De richtafstanden vormen een indicatie van de aanvaardbaarheid in de situatie dat gevoelige functies in de nabijheid van milieubelastende functies worden gesitueerd. Indien bekend is welke activiteiten concreet worden beoogd of aanwezig zijn, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting (in plaats van de richtafstanden).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=ce646030-3ed1-4562-b79e-d0d21a58d99b