Bijlage - Regels
Tekst van het document
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg Regels
Colofon [Titel] Titel: Opdrachtgever:
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg Reinier van Arkel Groep & Bijnen Vastgoed Vught
Auteur(s): Versie: Kenmerk: Datum: IMRO code:
Ruud Broekman Definitief 1.0 VUCZ/2024/RBbpr/D10 29 oktober 2024 NL.IMRO.0865.vghBPCrematorium-VG01
Hambakenwetering 5, Toren B Etage 4, 5231 DD ’s-Hertogenbosch Tel 073 744 0182 | info@ditisdeessentie.nl | wwww.ditisdeessentie.nl
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 2 van 22
Inhoudsopgave 1
Inleidende regels ............................................................................................................................. 4
Artikel 1.
Begrippen .......................................................................................................................................... 4
Artikel 2.
Wijze van meten................................................................................................................................ 9
2
Bestemmingsregels ...................................................................................................................... 10
Artikel 3.
Groen .............................................................................................................................................. 10
Artikel 4.
Maatschappelijk - Uitvaartcentrum .................................................................................................. 12
Artikel 5.
Waarde - Archeologie ..................................................................................................................... 14
3
Algemene regels ........................................................................................................................... 17
Artikel 6.
Anti-dubbeltelregel .......................................................................................................................... 17
Artikel 7.
Overige regels ................................................................................................................................. 17
Artikel 8.
Algemene bouwregels ..................................................................................................................... 17
Artikel 9.
Algemene gebruiksregels ................................................................................................................ 17
Artikel 10.
Algemene afwijkingsregels .............................................................................................................. 18
4
Overgangs- en slotregels ............................................................................................................. 19
Artikel 11.
Overgangsrecht............................................................................................................................... 19
Artikel 12.
Slotregel .......................................................................................................................................... 19
Bijlage 1.
Inrichtingsplan .............................................................................................................................. 20
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 3 van 22
1
Inleidende regels
Artikel 1.
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan 'Crematorium Zorgpark Voorburg' met identificatienummer NL.IMRO.0865.vghBPCrematorium-VG01 van de gemeente Vught. 1.2 bestemmingsplan: De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aanbouw een toevoeging van een afzonderlijke ruimte aan een hoofdgebouw, dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.6 aangebouwd bijgebouw en overkapping een bijbehorend bouwwerk of overkapping gebouwd tegen een op hetzelfde perceel gelegen hoofdgebouw en/of tegen een op hetzelfde perceel gelegen aan en/of uitbouw en/óf tegen een ander tegen dit hoofdgebouw gebouwd bijgebouw of overkapping. 1.7 achtererf de gronden die behoren bij het hoofdgebouw en gelegen zijn achter de achtergevel van het hoofdgebouw of achter een denkbeeldige lijn in het verlengde daarvan. 1.8 archeologisch onderzoek een onderzoek verricht door of namens een dienst of instelling die over een opgravingsvergunning beschikt.
1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de kennis en de studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit oude tijden; 1.10 bebouwing een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.11 bebouwingspercentage een op de kaart of in de regels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bestemmingsvlak aangeeft, dat ten hoogste bebouwd mag worden; 1.12 bestaand bij bebouwing: een gebouw of een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand is gekomen of tot stand zal komen met in achtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; bij gebruik: het legale gebruik zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan ter inzage is gelegd.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 4 van 22
1.13 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet en/of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.14 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.15 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.16 bijbehorend bouwwerk uitbreiding van een hoofdgebouw of woning dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw of woning verbonden bijgebouw, daar al dan niet tegen aangebouwd, met een dak, daaronder begrepen: aanbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een toevoeging van een afzonderlijke ruimte inhoudt; bijgebouw: een op zichzelf staand, al dan niet vrijstaand gebouw, dat door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; uitbouw: een met het hoofdgebouw verbonden grondgebonden bouwwerk van één bouwlaag, een
geheel vormend met het hoofdgebouw, dat door zijn verschijningsvorm in bouwkundig (constructie), architectonisch en/of ruimtelijk visueel opzicht (ligging, maatvoering, kapvorm, dakhelling) ondergeschikt is aan en in een directe verbinding staat met het hoofdgebouw en een vergroting van een bestaande ruimte inhoudt; carport/overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met tenminste een dak en niet of slechts aan één zijde voorzien van een wand, bestaande wanden van overige gebouwen meegerekend; 1.17 bouwen het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.18 bouwgrens de grens van een bouwvlak; 1.19 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; ter verduidelijking: van bovenkant vloer tot bovenkant vloer; 1.20 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.21 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel; 1.22 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn
aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten;
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 5 van 22
1.23 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.24 cultuurhistorische waarde de aan het bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.25 crematie het verbranden van een lijk; 1.26 crematorium Inrichting voor lijkverbranding, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals aula voor uitvaartdiensten, wachtruimten, asverstrooiingsvelden, urnentuin, urnenmuren en ondersteunende horeca; 1.27 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.28 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen, die deze goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.29 dienstverlening zakelijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een kantoor en een congres- en vergaderaccommodatie; persoonlijke dienstverlening het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet
via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een kapsalon, schoonheidsspecialist, tandarts e.d.; 1.30 erf al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.31 erker een ondergeschikt uitgebouwd gedeelte (uitbouw) van een woning aan een gevel, in één bouwlaag; 1.32 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.33 hoofdgebouw gebouw(en) dat door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk op een bouwperceel kan worden aangemerkt; 1.34 horeca een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; de horecabedrijven zijn in vier categorieën te onderscheiden: • categorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie overwegend tijdens winkeltijden plaatsvindt, zoals een lunchroom, broodjeszaak, en een ijssalon; • categorie 2: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren
in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie zowel overdag als in de avonduren plaatsvindt, zoals een cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, automatiek;
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 6 van 22
•
•
categorie 3: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden, (alcoholische) dranken en/of logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de middag- en avonduren plaatsvindt, zoals een café, restaurant, hotel en pension; categorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, een aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals bar-dancings, discotheken, nachtclubs, alsmede horeca met zaalaccommodatie;
1.35 kelder een geheel ondergronds gelegen ruimte, die is gesitueerd onder een bovengronds hoofdgebouw, waarvan de bovenkant van de vloer zich onder peil bevindt; 1.36 maatvoeringsvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar in ingevolge de aangegeven waardeomvang het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten; 1.37 maatschappelijk voorzieningen ten behoeve van medische, sociale, culturele, spirituele of religieuze activiteiten, voorzieningen ten dienste van onderwijs, kinderopvang, alsmede overheidsdiensten met een overwegend openbaar karakter; 1.38 ondergeschikt bouwdeel een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk, met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak; 1.39 ondergronds bouwwerk een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.40 opslag het opbergen van materialen met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over het materiaal kan beschikken; 1.41 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een gesloten dak; 1.42 parkeernota gemeente Vught Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022, vastgesteld op 7 februari 2013, of diens rechtsopvolger; 1.43 perceelsgrens
een grenslijn tussen bouwpercelen onderling; 1.44 tuin niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.45 uitvaart een bijeenkomst om afscheid te nemen van een overledene; 1.46 voorgevellijn denkbeeldige lijn die loopt langs of evenwijdig aan de voor- en, indien van toepassing, zijgevel van een gebouw tot aan de perceelgrenzen; 1.47 waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 7 van 22
1.48 weg alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.49 woning een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de bewoning van niet meer dan één huishouden, waaronder begrepen eventueel gemeenschappelijk gebruik van bepaalde ruimten.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 8 van 22
Artikel 2.
Wijze van meten
2.1 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2 de goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3 de inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4 de bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 de oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.6 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling alsmede de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstand het kleinst is; 2.7 de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens de kortste afstand van de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende vergunningsplichtige bouwwerk; 2.8 ondergronds (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het)
bouwwerk; 2.9 het bebouwd oppervlak van een bouwperceel de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.10 peil • •
voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende maaiveld of het afgewerkte bouwterrein.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 9 van 22
2
Bestemmingsregels
Artikel 3.
Groen
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
groenvoorzieningen;
b.
wegen ten behoeve van de ontsluiting van aangrenzende gronden;
c.
fiets- en voetpaden;
d.
strooiveld en urnenmuur;
e.
extensief recreatief medegebruik;
f.
water;
g.
voorzieningen ten behoeve van algemeen nut;
h.
aan de functie ondergeschikte voorzieningen, zoals speelvoorzieningen, openbare verblijfsvoorzieningen, kunstobjecten, straatmeubilair, bijbehorende verhardingen, waterhuishoudkundige voorzieningen en dergelijke.
3.2 Bouwregels 3.2.1 Voorzieningen voor energie Binnen deze bestemming mogen gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van energievoorzieningen, zoals energieopslag worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a.
De gezamenlijke oppervlakte gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van energievoorzieningen mag niet meer dan 25 m² bedragen.
b.
De goot- en bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van energievoorzieningen mag niet meer dan 3,5 respectievelijk 5 meter bedragen.
3.2.2 Voorzieningen van algemeen nut Binnen deze bestemming mogen gebouwen ten behoeve van voorzieningen van algemeen nut worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: c.
De oppervlakte van een gebouw mag niet meer dan 25 m² bedragen.
d.
De goot- en bouwhoogte van een nutsvoorziening mag niet meer dan 3,5 respectievelijk 5 meter bedragen.
3.2.3 Bouwwerken geen gebouw zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a.
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal 5 meter bedragen, met uitzondering van het bepaalde onder b en c.
b.
De hoogte van verlichtingsarmaturen mag maximaal 8 meter bedragen.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 10 van 22
c.
De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag maximaal 2 meter bedragen.
d.
De oppervlakte van een bouwwerk geen gebouw zijnde mag niet meer dan 15 m² bedragen, met dien verstande dat de oppervlakte van een urnenmuur niet meer dan 25 m² mag bedragen.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 11 van 22
Artikel 4.
Maatschappelijk - Uitvaartcentrum
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk - Uitvaartcentrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
crematorium, inclusief rouwcentrum, ceremonieruimte(n), informatieruimte(n) en kantoorruimte(n), met dien verstande dat: 1.
maximaal 1.300 uitvaarten met crematie per jaar mogen plaatsvinden;
2.
de verbrandingsoven met rookkanaal uitsluitend ter plaatse van de aanduíding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - rookkanaal' is toegestaan;
b.
onzelfstandige en ondergeschikte dienstverlening. Detailhandel en horeca in combinatie met, en ten dienste van de onder a. genoemde voorzieningen zijn toegestaan.
c.
aan de hoofdfunctie ondergeschikte voorzieningen, zoals parkeer-. verkeers- energie- en groenvoorzieningen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, tuinen, erven en terreinen.
4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Bestaande bebouwing welke in overeenstemming is met de bestemming volgens dit plan, maar ten tijde van de ter inzage legging van dit plan afwijkt van één of meer bouwregels, wordt geacht aan het plan te voldoen. In dit geval mag de bestaande bebouwing worden gehandhaafd maar niet worden vergroot.
4.2.2 Gebouwen Binnen deze bestemming mogen gebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a.
Gebouwen dienen binnen het bouwvlak te worden gebouwd.
b.
Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.
c.
De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 10 meter.
d.
In afwijking van het bepaalde onder a. mogen gebouwen ten behoeve van energievoorzieningen, zoals ten behoeve van energieopslag, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een oppervlakte van gezamenlijk 25 m²; de goot- en bouwhoogte mag niet meer dan 3,5 meter respectievelijk 5 meter bedragen;
e.
In afwijking van het bepaalde onder a. mogen overige gebouwen van ondergeschikte aard, zoals een fietsenberging en dergelijke, buiten het bouwvlak worden gebouwd tot een gezamenlijke oppervlakte van 50 m² per bouwperceel; de goot- en bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,5 meter respectievelijk 5 meter bedragen.
4.2.3 Voorzieningen voor energie Binnen deze bestemming mogen gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van energievoorzieningen, zoals energieopslag worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a.
De gezamenlijke oppervlakte gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van energievoorzieningen mag niet meer dan 25 m² bedragen.
b.
De goot- en bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken geen gebouw zijnde ten behoeve van energievoorzieningen mag niet meer dan 3,5 respectievelijk 5 meter bedragen.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 12 van 22
4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Binnen deze bestemming mogen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van deze bestemming worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a.
De hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3 meter bedragen, met uitzondering van het bepaalde in b, c en d.
b.
De hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen;
c.
de bouwhoogte van urnenmuren mag niet meer bedragen 5 m;
d.
De oppervlakte van een urnenmuur mag niet meer dan 25 m² bedragen.
4.2.5 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Binnen deze bestemming wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen slechts verleend, indien is geborgd dat een landschappelijk inrichtingsplan is uitgewerkt en de realisatie hiervan is geborgd, waarbij dit landschappelijk inrichtingsplan is gebaseerd het inrichtingsplan welke is opgenomen in bijlage 1 van deze regels.
4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a.
detailhandel, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving;
b.
horeca, anders dan genoemd in de bestemmingsomschrijving;
c.
wonen;
d.
verblijfsrecreatieve doeleinden;
e.
opslag van goederen en materialen anders dan in verband met het toegelaten gebruik;
f.
opslag van goederen en materialen buiten het bouwvlak of voor de naar de openbare weg gekeerde zijde van het bouwvlak.
4.3.2 Voorwaardelijke verplichting waterberging De aanleg van verharding en bebouwing is alleen toegestaan indien is aangetoond dat: a.
Op eigen terrein wordt voorzien in de een waterberging of alternatieve voorziening waarbij de capaciteit van de voorziening ten minste 6 m3 regenwater per 100 m2 afvoerend verhard oppervlak dient te bedragen;
b.
De compenserende waterberging als bedoeld onder a in stand wordt gehouden.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 13 van 22
Artikel 5.
Waarde - Archeologie
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde-archeologie’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de op of in de grond aanwezige of te verwachte archeologische waarden. Indien een bouwwerk wordt gebouwd, of een werk, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden worden uitgevoerd binnen verschillende archeologische dubbelbestemmingen op een bouwperceel, gelden de meest strenge regels voor het hele bouwperceel. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Archeologisch rapport Ten aanzien van het oprichten van bebouwing gelden de volgende regels: a.
Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van één bouwwerk of meerdere bouwwerken van tezamen groter dan 250 m² en met een bodemverstoring dieper dan 0,3 m onder maaiveld of dieper dan 0,5 m onder maaiveld bij de aanduiding ‘overige zone - enkeerdgronden ’, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, in voldoende mate is vastgesteld;
b.
Indien uit het in onder a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning:
1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
2.
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;
3.
de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
5.
richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
c.
het overleggen van een rapport is niet nodig als de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 14 van 22
5.2.2 Nadere eisen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere eisen te stellen ten aanzien van de afmetingen en de situering van bouwwerken, de inrichting en het gebruik van gronden, indien uit onderzoek is gebleken dat ter plaatse behoudens- en beschermingswaardige archeologische monumenten of resten aanwezig zijn. De nadere eisen zijn erop gericht dat de archeologische waarden zoveel mogelijk in de grond (in situ) worden behouden. 5.2.3 Advies archeologisch deskundige Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over een omgevingsvergunningaanvraag als bedoeld in lid 7.2.1 sub a, winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door afwijking van de bouwregels geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 5.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op de gronden met de bestemming ‘Waarde-archeologie’ zonder een omgevingsvergunning de volgende werken geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren of uit te laten voeren, indien de oppervlakte van het werk of de werkzaamheden groter is dan 250 m2: 1.
het uitvoeren van graafwerkzaamheden en/of grondbewerkingen, het roeren en omwoelen van gronden, dieper dan 0,3 m onder maaiveld of dieper dan 0,5 m onder maaiveld bij de aanduiding ‘overige zone enkeerdgronden ’, waaronder begrepen het aanleggen van drainage;
2.
het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en het rooien van diepwortelende beplantingen, waarbij de stobben worden verwijderd;
3.
het ophogen en egaliseren van gronden;
4.
het verlagen van het waterpeil;
5.
het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem;
6.
het graven, verbreden en verdiepen van sloten, vijvers en andere wateren;
7.
het omzetten van gras- of akkerland in een teelt waarbij grond wordt afgevoerd, waartoe gerekend wordt boomteelt en graszodenteelt;
8.
het afplaggen van heide- of natuurgebieden;
9.
het aanbrengen van ondergrondse transportleidingen en de daarmee verband houdende constructies waarbij de breedte van de grondwerken meer dan 50 cm bedragen;
10. het slopen van gebouwen en verwijderen van funderingen.
5.3.2 Uitzonderingen vergunningplicht Het in lid 5.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1.
het normale onderhoud en/of beheer betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen van deze gronden, dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen;
2.
reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan;
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 15 van 22
3.
worden uitgevoerd in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits verricht door een erkende archeologische partij;
4.
binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bouwwerk worden uitgevoerd.
5.3.3 Beoordelingscriteria Ten aanzien van de in lid 5.3.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a.
de vergunning kan uitsluitend worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, wat moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bevoegd bezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Als het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg zo nodig een opgraving plaats te vinden;
b.
het overleggen van een rapport is niet nodig als naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, die is getoetst door de deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg, afdoende is vastgesteld.
5.3.4 Voorschriften Voor zover de in lid 5.3.1 genoemde werken en werkzaamheden dan wel de directe of indirecte gevolgen van deze werken en werkzaamheden kunnen leiden tot een verstoring van archeologische waarden, kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende voorwaarden worden verbonden: 1.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals alternatieven voor heiwerk, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht;
2.
de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen;
3.
de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een erkende archeologische partij of deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.
4.
de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan;
5.
richtlijnen geven omtrent de wijze waarop omgegaan wordt met (toevals)vondsten die worden gedaan tijdens de uitvoering van de bouwwerkzaamheden.
5.3.5 Advies Alvorens burgemeester en wethouders beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in lid 5.3.1 winnen zij schriftelijk advies in bij een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg omtrent de vraag of door het verlenen van een afwijking geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 16 van 22
3
Algemene regels
Artikel 6.
Anti-dubbeltelregel
Grond, die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7.
Overige regels
7.1 Parkeernormen De regels deel uitmakende van het bestemmingsplan ''Parapluplan Parkeren'' (NL.IMRO.0865.BPParkerenVG01), vastgesteld op 6 juni 2018 zijn mede van toepassing op dit plan en dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.
Artikel 8.
Algemene bouwregels
8.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons, schoorstenen, lichtkoepels en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwc.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 2 meter bedraagt. 8.2 Ondergronds bouwen Ondergronds bouwen is toegestaan onder bestaande en/of nieuw op te richten hoofdgebouwen tot een maximale diepte van 3,5 meter. 8.3 Nadere eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a.
een samenhangend straat- en bebouwingsbeeld;
b.
de verkeersveiligheid;
c.
de milieusituatie;
d.
de sociale veiligheid;
e.
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
Artikel 9.
Algemene gebruiksregels
9.1 Gebruiksverbod Het is verboden de in artikelen Artikel 3 en Artikel 4 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangegeven in de bestemmingsomschrijving. Onder verboden gebruik wordt in ieder geval verstaan het gebruik van opstallen voor een seksinrichting en/of escortbedrijf.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 17 van 22
Artikel 10. Algemene afwijkingsregels 10.1 Overschrijding bouwgrenzen Het bevoegd gezag kan met een omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen van het plan ten aanzien van: a.
Van de in de regels en op de verbeelding (aan)gegeven maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, mits de afwijking op nut en noodzaak is onderbouwd en een positief advies van de commissie ruimtelijke kwaliteit en erfgoed wordt verkregen;
b.
Van de regels en toestaan dat het bouwvlak in geringe mate wordt overschreden, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft.
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 18 van 22
4
Overgangs- en slotregels
Artikel 11. Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1.
gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;
2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.
b.
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a. met maximaal 10%.
c.
Het bepaalde onder a. is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
11.2 Overgangsrecht gebruik a.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.
b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.
c.
Indien het gebruik, bedoeld in het bepaalde onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.
d.
Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik, dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 12. Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Crematorium Zorgpark Voorburg' van de gemeente Vught, Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van [datum]”
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 19 van 22
Bijlage 1.
Inrichtingsplan
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 20 van 22
N RWS 34m
A
B
sloten wadi
SS
A
mk
DIK
rijksweg
hwa afvoer op eigen terrein
gras
bomenwal groenblijvend als geluidswal, met batterij opslag
eigendomsgrens
gras glooiend gras (parkeren) verharde wegen verharde wegen paden (waterdoorlatend) boom volgens GBKN te rooien boom bestaand bos nieuw te planten boom
A2
DK
landschap van wadi's, geulen en vijvers hwa wordt op eigen terrein opgevangen (zie overeenkomst met waterschap de Dommel
NU
we boxtelse
R=13m
64pp
g
bomenlaan hoofdentree middels brugdek
PV
parkeren omgeven door hoge hagen en bomen
A 26pp
B A
Gebouw PV DIK dienstingang kelder SS schoorstenen VUGHT C/2391: kadaster Waterschap de Dommel A categorie A watergang B categorie B watergang ST1 stuw Laan van Voorburg ST1 DK duiker RWS (rijkswaterstaat) 34m afstand tot de A2 Hulpdiensten NU nooduitgang hulpdiensten BRW opstelplaats brandweerauto R=3 m
DK
A 0
10
20
30
40
50 m
draaicirkel bochten
PLANFASE: - bestemmingsplan wijziging (na 1ste ronde inspraak) - waterschap de Dommel akkoord - RWS akkoord - gemeente Vught, welstand 3de ronde akkoord
crematorium en afscheidspark "de Eikenven" Vught opdr.: Bijnen Vastgoed Vught BV
1603
Situatie en inpassing bestemmingsplan
VO-03 get.: SDJ
dd.:
22/11/2021
gew. 15/08/2023 10/11/2023 29/04/2024a 27/06/2024 04/10/2024
architect: ir. S.P.S. de Jong bi/bna, Brouwerssteeg 9, 8754GB Makkum, mob.: 06-14932685, sieds@me.com, www.dejong-architecten.com, KvK.: 09105622, Leeuwarden
A1/1:100
No part of this drawing may be reproduced in any form by print, photoprint, microfilm or any means without written permission from De Jong Arhitecten bv.
ST1
Bestemmingsplan Crematorium Zorgpark Voorburg - Definitief 1.0
Pagina 22 van 22