Bijlage - Rapport ecologische verkenning
Tekst van het document
Bijlage 7 - Rapport ecologische verkenning Drieweg Advies
Drieweg Advies BV Kampweg 10 5469 EX Keldonk Gemeente Meierijstad Tel: 0413-216125 Fax: 0413-216124 K.v.K. Nederland 16045168 info@drieweg.com www.drieweg.com
Onderwerp: Ecologische verkenning Nieuwkuikseweg 5 Opdrachtgever Projectnummer Projectlocatie Opgesteld door Datum
: : : : :
Van Kuijk Holding BV 127801EC01-2019.01 Nieuwkuikseweg 5 C.M. van Mil BSc. 30-09-2019
1. Inleiding Voor de locatie aan de Nieuwkuikseweg 5 te Helvoirt is een ecologische verkenning gemaakt op het voorkomen van vegetatie en bedreigde diersoorten op het terrein waar de erfverharding wordt uitgebreid. In de beoogde situatie wordt de achterzijde van het terrein verhard en uitgebreid tot parkeergelegenheid voor vrachtwagens met bijbehorende tankpomp. Vragen welke centraal staan in deze ecologische verkenning zijn: Welke wettelijk beschermde flora- en faunasoorten zijn (potentieel) in het onderzoeksgebied aanwezig? Is de ontwikkeling van negatieve invloed op wettelijke beschermde soorten? Is er naar aanleiding van de ontwikkeling sprake van ontheffingsplicht of is aanvullend onderzoek nodig om hierover uitsluitsel te kunnen geven? Voor het literatuuronderzoek is gebruik gemaakt van actuele waarnemingen en verspreidingsgegevens van de afgelopen 5 jaar. Daarnaast is er een literatuurstudie uitgevoerd waarbij atlassen en databases worden geraadpleegd. De atlasgegevens zijn afkomstig van de Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO). Databanken zoals de Nationale Database Flora en Fauna (hierna: NDFF) en andere openbare websites zoals waarnemingen.nl en telmee.nl zijn geraadpleegd. De waarnemingen gelden voor het gehele kilometerhok waarin het projectgebied is gelegen.
De gemeente Haaren heeft geen inventarisatie van beschermde flora en fauna laten uitvoeren. Zodoende is aanvullend op de algemene waarnemingen en verspreidingsgegevens gebruik gemaakt van onderzoeksrapporten die zijn uitgevoerd in de omgeving van het onderzoeksgebied en ervaring rondom gelijknamige projectgebieden.
0
2. Resultaten 2.1
Algemene beschrijving terrein
De projectlocatie is gelegen in een agrarisch gebied. Aan de noordelijke en zuidelijke zijde van het gebied zijn bomenrijen aanwezig welke kunnen fungeren als verbindingszones voor verschillende diersoorten. Ten noorden van het gebied ligt een kanaal. De inrichting is vrijwel compleet verhard, zie onderstaande figuur. Aan de noordzijde in het achterste gedeelte van de nieuwe verharding wordt een betonnen keerwand geplaatst. Deze wordt helemaal beplant met landschapsbomen en struweelbeplanting. Deze beplanting zal doorlopen aan de noordoostelijke zijde van het perceel. Aan de achterzijde van de nieuwe verharding wordt een wadi gerealiseerd ter compensatie voor de vergroting van de erfverharding, deze wadi wordt beplant en omringd door struweelbeplanting. De heg die in de huidige situatie aan de achterzijde van de bedrijfslocatie is gelegen zal worden verwijderd omdat op deze plek de erfverharding wordt gerealiseerd.
Figuur 1: Luchtfoto met plangebied geel omkaderd en onderzoeksgebied rood gemarkeerd (Google Maps 2019)
1
2.2
Reptielen
Verspreidingsgegevens (NDFF en RAVON, 2019) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Beschermde soorten die wel in het kilometerhok van het onderzoekgebied voorkomen of voorkwamen, maar niet in de buurt van het projectgebied zijn aangetroffen zijn: Tabel 1. Verspreidingsgegevens reptielen Soort Levendbarende hagedis
Latijnse naam Zootoca vivipara
Beschermd volgens: Andere soorten (Bijlage A)
Functie gebied Functioneel leefgebied
Verspreiding Was mogelijk aanwezig (2015)
De biotoop van de levendbarende hagedis bestaat uit open bossen, ruige graslanden, bermen van (spoor)wegen en in een beperkt deel van de duinen. Het is een vochtminnende soort die vaak wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Een dergelijk biotoop is niet op het projectgebied aanwezig. 2.2.1 Effectbeoordeling De aanwezigheid van beschermde reptielen in het onderzoeksgebied is, op basis van verspreidingsgegevens en door het ontbreken van zeer specifieke habitatseisen op voorhand met voldoende zekerheid uit te sluiten.
2
2.3
Amfibieën
Verspreidingsgegevens (NDFF en RAVON, 2018) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Beschermde soorten die wel in het kilometerhok van het onderzoekgebied voorkomen of voorkwamen, maar niet in de buurt van het projectgebied zijn aangetroffen zijn: Tabel 2. Verspreidingsgegevens amfibieën Soort Rugstreeppad Kamsalamander
Latijnse naam Rana arvalis ssp. arvalis
Beschermd volgens: Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Functie gebied Functioneel leefgebied
Verspreiding Was mogelijk aanwezig (2015)
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Functioneel leefgebied
Was mogelijk aanwezig (2015)
Een aantal andere onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten kunnen niet op voorhand in het projectgebied worden uitgesloten. Dit betreft de bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker en de middelste groene kikker/bastaardkikker. Voor deze soorten geldt in Noord-Brabant echter een algemene vrijstelling op de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Effecten op deze soorten worden daarom ook niet verder behandeld. 2.3.1 Effectbeoordeling Het projectgebied vormt geen geschikte leefomgeving voor strikt beschermde amfibieën, vanwege afwezigheid van natuurlijke biotopen (zoals hoogveen, laagveen, heidegebied en bosgebied). In het projectgebied zijn daarnaast geen permanent watervoerende elementen aanwezig. Aangezien amfibieën water nodig hebben om zich voort te planten en een bepaalde hoeveelheid zonlicht, kan het projectgebied niet dienen als voortplantingshabitat. Strikt beschermde amfibiesoorten zijn in het gebied derhalve niet te verwachten.
3
2.4
Vissen
Verspreidingsgegevens (NDFF en RAVON, 2018) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Beschermde soorten die wel in het kilometerhok van het onderzoekgebied voorkomen of voorkwamen, maar niet in de buurt van het projectgebied zijn aangetroffen zijn: Tabel 3. Verspreidingsgegevens vissen Soort Grote modderkruiper
Latijnse naam
Beschermd volgens: Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Functie gebied Functioneel leefgebied
Verspreiding Was mogelijk aanwezig (2015)
2.4.1 Effectbeoordeling Door het ontbreken van een watervoerend element en het ontbreken van waarnemingen van beschermde vissoorten in de directe omgeving, kan het voorkomen van beschermde vissen in het projectgebied worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
4
2.5
Vaatplanten
Verspreidingsgegevens (NDFF en FLORON, 2019) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Beschermde soorten die wel in het kilometerhok van het onderzoekgebied voorkomen of voorkwamen, maar niet in de buurt van het projectgebied zijn aangetroffen zijn: Tabel 4. Verspreidingsgegevens vaatplanten Soort Stijve wolfsmelk
Latijnse naam Euphorbia stricta
Beschermd volgens: Andere soorten (Bijlage B)
Functie gebied Groeiplaats
Verspreiding Is mogelijk aanwezig (2015)
2.5.1 Effectbeoordeling Het literatuuronderzoek en veldbezoek geven geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van beschermde vaatplanten. Op basis van de afwezigheid van akkers, bosranden (langs rivierdalbossen), heggen, kapvlakten, waterkanten (slootkanten), bermen en dijken met zonnige tot licht beschaduwde, open plaatsen op vochtige, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste, kalkrijke grond (klei, mergel en stenige plaatsen) is de aanwezigheid van vaatplanten in het projectgebied uit te sluiten.
5
2.6
Grondgebonden zoogdieren
Verspreidingsgegevens (NDFF en zoogdiervereniging 2018) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Beschermde soorten die wel in het kilometerhok van het onderzoekgebied voorkomen of voorkwamen, maar niet in de buurt van het projectgebied zijn aangetroffen zijn: Tabel 5. Verspreidingsgegevens grondgebonden zoogdieren Soort Bever
Latijnse naam Castor fibor
Das
Meles meles
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Beschermd volgens: Habitatrichtlijn HR IV Andere soorten (Bijlage A) Andere soorten (Bijlage A)
Functie gebied Functioneel leefgebied
Verspreiding Was mogelijk aanwezig (2015)
Functioneel leefgebied
Was mogelijk aanwezig (2015)
Functioneel leefgebied Nestlocatie
Was mogelijk aanwezig (2015)
Een aantal andere onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten kunnen niet op voorhand in het projectgebied worden uitgesloten. Dit betreft de aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, huisspitsmuis, haas, huisspitsmuis, mol, ondergrondse woelmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos en wezel. Voor deze soorten geldt in NoordBrabant echter een algemene vrijstelling op de Wet natuurbescherming bij ruimtelijke ontwikkelingen. Effecten op deze soorten worden daarom ook niet verder behandeld. 2.6.1 Effectbeoordeling De specifieke habitateisen van de Bever zijn niet aanwezig in de omgeving van het projectgebied. Deze soort is bij voorbaat uit te sluiten in het projectgebied. Het is mogelijk dat de eekhoorn het gebied gebruikt als verbindingsroute of foerageergebied. Door het ontbreken van dichte vegetatie wordt een nestlocatie niet aannemelijk geacht. Ondanks dat het gebied een bestemming heeft als dassenleefgebied wordt, van het toevoegen van erfverharding, niet verwacht dat het een langdurig negatief effect heeft op de leefkwaliteit van mogelijk aanwezige dassen. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een licht verhoogde bodem waarin ze goed kunnen graven.
De dekking welke aanwezig is bestaat uit heggen, waarbij eventuele sporen van dassenactiviteit meteen opgemerkt zou moeten worden. Er zijn echter geen meldingen van dassenburchten in de omgeving van het projectgebied of andere meldingen zoals schade. In de beoogde situatie wordt er nieuwe beplanting aangeplant met verschillende inheemse soorten en wordt een drinkgelegenheid gecreëerd door de wadi. Dit kan een aanvulling creëren op het mogelijke foerageergebied van de dassen. Insecten, slakken, kikkers en notensoorten zouden makkelijk bereikbaar zijn aangezien het gebied niet wordt afgerasterd. Indien er zich verstoringen in het gebied zouden voordoen door de aanleg van de nieuwe verharding zouden deze van zeer tijdelijke aard zijn tot aan het moment dat de nieuwe erfbeplanting en wadi aan de noordoostzijde van het perceel zijn gerealiseerd. Met de juiste beplanting kan het een aanvulling zijn op het mogelijke foerageergebied. In de huidige situatie wordt er al op het aanwezige zand geparkeerd en gemanoeuvreerd. Burchten in de nabije omgeving worden zodoende niet aannemelijk geacht. De voertuigbewegingen worden in dezelfde periode als de huidige situatie uitgevoerd. Extra verstoring wordt zodoende niet aannemelijk geacht.
Door de toekomstige ontwikkelingen wordt de verstoring in het gebied tijdelijk geclassificeerd en wordt de aanvulling van de beplanting aan de noordoostzijde van het perceel gezien als langdurige verrijking op het al bestaande gebied. De effecten worden zodoende minimaal geacht.
6
2.7
Vleermuizen
Naar vleermuizen is geen soortspecifiek onderzoek verricht. Verspreidingsgegevens (NDFF en Zoogdiervereniging, 2019) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Uit bestaande gegevens zijn waarnemingen bekend van vleermuizen binnen het onderzoeksgebied of in de omgeving hiervan. Tabel 6. Verspreidingsgegevens vleermuizen Soort Rosse vleermuis
Latijnse naam Nyctalus noctula
Beschermd: Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Laatvlieger
Eptesicus serotinus
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Baardvleermuis Franjestaart
Myotis mystacinus spp. mystacinus Myotis nattereri
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
Watervleermuis
Myotis daubentoni
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Tweekleurige vleermuis
Vespertilio murinus spp. murinus
Habitatrichtlijn Bern II, HR IV Habitatrichtlijn Bern II, HR IV Habitatrichtlijn Bern II, HR IV
7
Functie gebied Paarverblijf in boom Winterverblijf in boom Kraamverblijf in boom Zomerverblijf in boom Paarverblijf in gebouw Winterverblijf in gebouw Kraamverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw Foerageergebied Paarverblijf in boom Winterverblijf in boom Kraamverblijf in boom Zomerverblijf in boom Paarverblijf in gebouw Winterverblijf in gebouw Kraamverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw Vliegroute (bomen) Foerageergebied Paarverblijf in boom Winterverblijf in boom Zomerverblijf in boom Paarverblijf in gebouw Winterverblijf in gebouw Kraamverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw Vliegroute (bomen) Paarverblijf in gebouw Winterverblijf in gebouw Kraamverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw Vliegroute (bomen) Vliegroute (water) Foerageergebied Paarverblijf in boom Winterverblijf in boom Zomerverblijf in boom Winterverblijf in gebouw Kraamverblijf in gebouw Paarverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw Foerageergebied Kraamverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw Kraamverblijf in gebouw Zomerverblijf in gebouw foerageergebied Vliegroute (water) Foerageergebied Vliegroute (water) Foerageergebied Foerageergebied
Verspreiding Was mogelijk aanwezig (2015)
Was mogelijk aanwezig (2015)
Was mogelijk aanwezig (2015)
Was mogelijk aanwezig (2015)
Was mogelijk aanwezig (2015)
Was mogelijk aanwezig (2015)
Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015)
2.7.1 Effectbeoordeling Gezien de gebiedskenmerken van de omgeving is het gebied geschikt voor vliegroutes en als foerageergronden voor vleermuizen. Er worden geen bomen gekapt of gebouwen aangepast waardoor effecten op gebouw en boom bewonende individuen worden uitgesloten. Geschikte verblijfsobjecten in de omgeving zoals woonhuizen met geschikte dakbedekking, kieren in de muren naar de spouw en bomen blijven bij realisatie van het voornemen onverminderd beschikbaar. Op de projectlocatie is een bomenreeks aanwezig welke gebruikt kan worden als foerageergebied of als onderdeel van vliegroutes. Er zijn geen werkzaamheden gepland die deze functies mogelijk kunnen vestoren. Mocht er bij werkzaamheden met verlichting gewerkt worden gericht op de omliggende groene zones, dan zijn negatieve effecten op foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen niet op voorhand uit te sluiten. Aanbevolen wordt om de bouwverlichting neerwaarts te richten of de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang (buiten de schemerperiode) uit te voeren.
8
2.8
Vogels
Verspreidingsgegevens (NDFF en SOVON, 2019) laten zien dat er geen waarnemingen zijn voor beschermde soorten in het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Uit bestaande gegevens zijn waarnemingen bekend van vogels binnen het onderzoeksgebied of in de omgeving hiervan. Tabel 7. Verspreidingsgegevens vogels Soort Roek Gierzwaluw Huismus Wespendief Havik Boomvalk Bosuil Buizerd
Latijnse naam Corvus frugilegus Apus apus Passer domesticus Pernis apivorus Accipiter gentilus Falco subbuteo Strix aluco Buteo buteo ssp. buteo
Ransuil
Asio otus ssp. otus
Sperwer
Accipiter nisus
Beschermd Wnb-Vogelrichtlijn Wnb-Vogelrichtlijn Wnb-Vogelrichtlijn Wnb-Vogelrichtlijn Wnb-Vogelrichtlijn Wnb-Vogelrichtlijn Wnb-Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn Bern II Vogelrichtlijn Bern II Wnb-Vogelrichtlijn
Functie gebied nestlocatie nestlocatie nestlocatie nestlocatie nestlocatie nestlocatie nestlocatie Nestlocatie
Verspreiding Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015) Was mogelijk aanwezig (2015)
Nestlocatie
Was mogelijk aanwezig (2015)
nestlocatie
Was mogelijk aanwezig (2015)
2.8.1 Effectbeoordeling Er zijn geen waarnemingen bekend van roek kolonies in de nabije omgeving van het projectgebied. Roekenkolonies bevinden zich vaak in vrijstaande, hoge groepen bomen. Rondom het perceel is een bomenreeks aanwezig, maar deze bomen blijven in de beoogde situatie behouden. Voor hun nestgelegenheid zijn gierzwaluwen afhankelijk van de beschikbaarheid van gebouwen met geschikte holtes. In het planvoornemen worden geen gebouwen aangetast. Mogelijke nesten in de omgeving worden zodoende niet verstoord. Voor wat betreft huismussen zijn er nauwelijks nestgelegenheden in begroeiing in de vorm van klimplanten, groenblijvende struiken en coniferen nabij bebouwing aanwezig. De bebouwing blijft bestaan, dus eventuele nestlocaties zullen niet worden aangetast. Gezien de aanwezigheid van voldoende alternatieven in de omgeving worden negatieve effecten op mogelijk aanwezige huismussen niet aannemelijk geacht. In de beoogde situatie wordt voor huismussen een aanvulling op het foerageergebied gecreëerd. De wespendief komt voornamelijk voor in loofbossen en gemengde bossen met open plekken, heide, hoogvenen en grasland, ook komt hij voor in moerasbos en kleinschalig cultuurland met bos. Het is mogelijk dat de ruimere gebieden achter het perceel gebruikt worden als foerageerzone.
Omdat de projectlocatie geen ruime open weide betreft en er geen bomen worden gekapt worden mogelijk negatieve effecten op het leefgebied van de wespendief als gevolg van de beoogde ontwikkeling minimaal geacht. Het gebied is niet geschikt voor de havik als nestlocatie. Het is een mogelijkheid dat de havik de bomen aan de noordzijde van het perceel kan gebruiken als uitkijk. Aangezien deze bomen behouden blijven worden er geen effecten verwacht. Soorten als buizerd, bosuil, ransuil, valk, boomvalk en sperwer zijn voor hun voedsel en nestgelegenheid gebonden aan bossen of bosranden en voor hun verblijf afhankelijk van bomen. Het voedsel en de nestgelegenheid van deze soorten wordt door het onderhavige initiatief niet aangetast. De tuin behorende bij de bedrijfswoning is geschikt foerageer- en broedgebied voor tabel 5 soorten zoals de pimpelmees en koolmees. De tuin wordt met het onderhavige initiatief echter niet gewijzigd. Langdurige effecten worden zodoende niet verwacht. Overige soorten die worden verwacht zijn onder andere de Witte kwikstaart (Motacilla alba) en Merel (Turdus merula). Deze soorten vallen niet onder categorie 1 t/m 5. De Wet natuurbescherming biedt gedurende het broedseizoen bescherming aan de nesten van deze soorten, inclusief de functionele omgeving om het broeden succesvol te laten zijn.
Bij het verwijderen van de heg dient dus rekening gehouden te worden met het broedseizoen.
9
Conclusie Het projectgebied is geschikt als broed- en foerageergebied voor niet beschermde vogelsoorten. Door de heg te verwijderen buiten het broedseizoen wordt voorkomen dat negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van de voorkomende vogelsoorten. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt echter geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode.
10
2.9
Ongewervelden
Verspreidingsgegevens (NDFF, 2019) laten zien dat er geen beschermde ongewervelden zijn waargenomen in de buurt van het onderzoeksgebied en diens directe omgeving. Soorten die wel in het kilometerhok van het onderzoekgebied voorkomen of voorkwamen, maar niet in de buurt van het projectgebied zijn aangetroffen zijn: Tabel 8. Verspreidingsgegevens ongewervelden Soort Kleine ijsvogelvlinder
Latijnse naam Limentis camilla
Beschermd Andere soorten
Functie gebied Functioneel leefgebied
Verspreiding Is mogelijk aanwezig (2017)
De kleine ijsvogelvlinder heeft als waardplant de wilde kamperfoelie; soms rode kamperfoelie of gecultiveerde kamperfoelie en als habitat gevarieerde, vochtige gemengde bossen of loofbossen, zoals elzenbroekbos. In de omgeving van het projectgebied is deze vegetatie en dit habitatstype niet aanwezig. Voor andere beschermde ongewervelden ontbreken de soortenrijke kruidenvegetaties, zowel in meerjarige planten als kiemplanten. Nabij het onderzoeksgebied zijn geen waterlichamen aanwezig. Verblijf of belangrijke foerageergebieden voor overige soorten zoals verschillende beschermde dagvlinders, libellen en keversoorten kunnen worden uitgesloten op basis van afwezig geschikt habitat. 2.9.1 Effectbeoordeling Het onderzoeksgebied is niet geschikt voor de specifieke habitateisen van beschermde ongewervelden. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht.
11
3. Conclusies en aanbevelingen Binnen het plangebied en/of de directe omgeving daarvan komen geen beschermde diersoorten van de Wet natuurbescherming voor. De geschiktheid van de locatie als habitat en de mogelijke effecten van het voornemen worden in Tabel 9 per diersoort inzichtelijk gemaakt. Daaronder worden de eventueel te nemen maatregelen en/of de aanbevelingen beschreven. Tabel 9: Overzicht geschiktheid van het plangebied als habitat en de verwachte effecten per diersoort Geschikt habitat
Effect
Reptielen
nee
n.v.t.
Amfibieën
nee
n.v.t.
Vissen
nee
n.v.t.
Vaatplanten
nee
n.v.t.
Grondgebonden zoogdieren
nee
n.v.t.
Vleermuizen
Ja
geen significant effect mits1
Vogels
Ja
geen significant effect mits2
Ongewervelde
nee
n.v.t.
(1) Vleermuizen Tijdens de aanleg kan verlichting worden toegepast. Aanbevolen wordt om de verlichting neerwaarts te richten of de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang (buiten de schemerperiode) uit te voeren. (2) Vogels Het verwijderen van de heg wordt geadviseerd buiten het nestseizoen uit te voeren. Alleen dan zullen er geen permanente nadelige effecten optreden voor broedende soorten. Indien de werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd dient voor de aanvang door een deskundige gecontroleerd te worden of er broedende vogels aanwezig zijn. Algemene aanbevelingen Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende beschermde flora en fauna middels de zorgplicht. Wanneer ondanks zorgvuldig handelen schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een deskundige. Conclusie De verharding voor de beoogde parkeerplaatsen kunnen worden aangelegd, mits bovenstaande maatregelen in acht worden genomen.
12
4. Literatuurlijst 4.1
Literaire referenties
-
Dassenwerkgroep Loonse en Drunense Duinen, (2017). Jaarverslag 2017. Dassenwerkgroep Loonse en Drunense Duinen.
-
Bos F., Bosveld M., Groenendijk D., Swaay C. van, Wynhoff I., De Vlinderstichting. (2006). De dagvlinders van Nederland, verspreiding en bescherming (Lepidoptera: Hesperioidea, Papilionoidea). Nederlandse Fauna 7. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.
-
Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J., Buys, J.C., (Red.). (2016) Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden.
-
Creemers R.C.M., Delft, J.J.C.W. van. (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, European Invertebrate Suvvey Nederland, Leiden.
-
Limpens, H.J.G.A., Regelink J. (2017). Syllabus Vleermuizen en Planologie (pp. 116). Zoogdiervereniging.
-
Vogelbescherming. (2007). Topografische inventarisatieatlas voor flora en fauna van Nederland. Vogelbescherming Nederland, Zeist.
4.2
Gebruikte websites
-
NDFF & FLORON. (2019). Verspreidingsatlas Vaatplanten 2018. Geraadpleegd op 20-09-2019 via: www.verspreidingsatlas.nl
-
RAVON. (2019). Verspreidingsonderzoek Reptielen en Amfibieën 2018. Geraadpleegd op 20-092019 via: http://www.ravon.nl
-
Regelink. (2019). FloraFaunaCheck Gemeente Laarbeek. Geraadpleegd op 20-09-2019 via: www.florafaunacheck.nl
-
Vlinderstichting. (2019). Bedreigde vlindersoorten. Geraadpleegd op 20-09-2019 via: www.vlinderstichting.nl
-
Vogelbescherming. (2019). Soortbescherming, Wet- en regelgeving. Geraadpleegd 20-09-2019 via: https://www.vogelbescherming.nl
13