CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Planregels Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt

Raadsvergadering 16 mei 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan `Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt'15.233 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels Bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’

IMRO-code: Gemeente: Versie: Datum:

NL.IMRO.0865.bgBPHvtstrong1313a-VG01 Vught Vastgesteld Maart 2024

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDENDE REGELS ................................................................................................ 2 Artikel 1 Begrippen .............................................................................................................................. 2 Artikel 2 Wijze van meten .................................................................................................................. 16 HOOFDSTUK 2 BESTEMMINGSREGELS .......................................................................................... 17 Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden 1 ............................................. 17 Artikel 4 Groen ................................................................................................................................... 20 Artikel 5 Wonen - 5 ............................................................................................................................ 22 Artikel 6 Waarde – Archeologie 3 ...................................................................................................... 25 Artikel 7 Waarde – Archeologie 4 ...................................................................................................... 28 HOOFDSTUK 3 ALGEMENE REGELS ...............................................................................................

31 Artikel 8 Anti-dubbeltelregel............................................................................................................... 31 Artikel 9 Algemene bouwregels ......................................................................................................... 31 Artikel 10 Algemene gebruiksregels .................................................................................................. 32 Artikel 11 Algemene aanduidingsregels ............................................................................................ 34 Artikel 12 Algemene afwijkingsregels ................................................................................................ 35 Artikel 13 Algemene wijzigingsregels ................................................................................................ 36 Artikel 14 Algemene procedureregels ............................................................................................... 36 Artikel 15 Overige regels ................................................................................................................... 37 HOOFDSTUK 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS............................................................................ 38 Artikel 16 Overgangsrecht .................................................................................................................

38 Artikel 17 Slotregel ............................................................................................................................ 38 BIJLAGEN BIJ REGELS ...................................................................................................................... 39

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

1

Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ met identificatienummer NL.IMRO.0865.bgBPHvtstrong1313a-VG01 van de gemeente Vught; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de daarbij behorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 aanduidingsvlak: een vlak, door aanduidingsgrenzen van andere vlakken gescheiden; 1.6 agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die is gericht op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of door het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf, alsmede het bewerken en verwerken van mest van het eigen agrarisch bedrijf; 1.7 agrarisch bedrijf, glastuinbouwbedrijf: een agrarisch bedrijf waarbij de productie geheel of overwegend gericht is op het telen van gewassen in kassen en/of hoge tunnels, welke ter plaatse (overwegend) permanent

aanwezig zijn; 1.8 agrarisch bedrijfsgebouw: een (gedeelte van een) gebouw, dat dient voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf; 1.9 agrarische waarden: de waarden, die rechtstreeks verband houden met de mogelijkheden voor de uitoefening van een doelmatige, agrarische bodem- en/of bedrijfsexploitatie; 1.10 archeologisch onderzoek: diversen vormen van onderzoek naar de archeologische waarden binnen een plangebied, uitgevoerd volgens de geldende versie van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; 1.11 archeologische rapport: in rapportvorm vervat verslag van een volgens de in de archeologische beroepsgroep gebruikelijke normen verricht archeologisch onderzoek, op basis waarvan een conclusie kan worden getrokken over de aanwezigheid van archeologische waarden; Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

2

1.12 archeologische verwachting: aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten; de trefkans of verwachting kan uiteenlopen van geen tot laag tot hoog; 1.13 archeologische waarde: oudheidkundige waarde, in de vorm van archeologische relicten in hun oorspronkelijke context. Zowel grote complexen/structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen terreinen van zeer hoge waarde en hoge waarde; 1.14 attentiezone waterhuishouding: gebied gelegen rondom en binnen het Natuur Netwerk Brabant waar fysieke ingrepen een negatief effect kunnen hebben op de waterhuishouding; 1.15 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.16 bebouwingspercentage: een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een bouwperceel c.q. bouwvlak of bestemmingsvlak aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd met (bij)gebouwen en overkappingen; hierbij worden ondergrondse bouwwerken niet meegerekend; 1.17 bed & breakfast: een kleinschalige accommodatie gericht op het bieden van kortdurend toeristisch nachtverblijf (maximaal 1 week) met de verzorging van ontbijt zonder dat het een zelfstandige woning/wooneenheid betreft. Typerend voor bed & breakfast is: a.

de kleinschaligheid en de uitvoering is eenvoudig; b. bed & breakfast is gekoppeld aan de woonfunctie, dat betekent dat mede gebruik wordt gemaakt van de keuken van de woning; 1.18 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, met uitzondering van aan huis gebonden beroepen; 1.19 bedrijf of beroep aan huis: een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waarvan de activiteiten in hoofdzaak niet publieksaantrekkend zijn en die op kleine schaal vanuit een woning en/of daarbij behorende bouwwerken wordt uitgeoefend door de hoofdbewoner, waaronder niet begrepen het verstrekken van logies, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie.

Onder bedrijf of beroep aan huis wordt tevens begrepen detailhandel via internet, zonder opslag en/of verkoop aan huis; 1.20 bedrijfsgebouw: een gebouw, niet zijnde een kas, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.21 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op of bij een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor het huishouden van een persoon of huishouden, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.22 beeldkwaliteit: het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing met de karakteristieken van de locatie en omgeving door middel van aandacht voor stedenbouwkundige aspecten, architectuur, cultuurhistorie en landschap; Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

3

1.23 bestaande bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object: bouwwerk, oppervlakte, goothoogte, bouwhoogte, plaats, inhoud, afstand, object, zoals dat of die rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.24 bestaand gebruik: gebruik zoals dat rechtens bestaat of mag bestaan op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan; 1.25 bestaand/bestaande situatie: a. t.a.v. bebouwing gebouwen en/ of bouwwerken, geen gebouwen zijnde: legale bebouwing gebouwen en/ of bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van onderhavig ontwerpbestemmingsplan, dan wel de bebouwing die mag worden gebouwd krachtens een vóór het tijdstip van terinzagelegging aangevraagde vergunning; b. t.a.v. gebruik: het legale gebruik van grond en opstallen zoals aanwezig op het tijdstip dat het plan rechtskracht heeft verkregen; 1.26 begane grond: de eerste bouwlaag boven peil; 1.27 beperkt kwetsbaar object: objecten zoals benoemd in artikel 1, sub b van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); 1.28 beroeps- c.q.

bedrijfsvloeroppervlakte: de totale vloeroppervlakte van de ruimten die wordt gebruikt voor een aan-huis-verbonden beroep, een bedrijf of een dienstverlenende instelling, inclusief opslag-, wacht- en administratieruimten en dergelijke; 1.29 Besluit externe veiligheid inrichtingen: Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer; 1.30 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.31 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.32 bevoegd gezag: bevoegd gezag zoals bedoeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.33 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw of woning dan wel een functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw of woning verbonden bijgebouw, daar al dan niet tegen aangebouwd, of een ander bouwwerk met een dak; 1.34 bos: bosgebied en de in het bosgebied voorkomende niet beboste gedeelten, zoals bouw- of grasland, heide, stuifzand, moeras, veen, vennen, vijvers en waterlopen;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

4

1.35 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.36 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.37 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijke omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.38 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.39 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.40 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.41 bruto vloeroppervlak: in NEN 2580 wordt onder bruto vloeroppervlak verstaan, de vloeroppervlakte van de ruimte, dan wel van meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de (buitenste) opgaande scheidingsconstructie, die de desbetreffende ruimte(n)

omhullen; 1.42 buisleiding: buisleiding voor het transport van gas, olie of chemicaliën, met uitzondering van buisleidingen voor het transport van aardgas, alsmede een leiding voor het transport van elektriciteit die wordt gekoeld met olie of chemicaliën; 1.43 cultuurhistorische waarden en kenmerken: de aan het bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.44 deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg: professioneel archeoloog die voldoet aan de kwalificaties van de geldende Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; 1.45 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, waaronder grootschalige detailhandel, volumineuze detailhandel, tuincentrum en supermarkt; Onder detailhandel moet ook verstaan worden commerciële dienstverlening zoals kapperszaken, schoenmakers en vergelijkbare bedrijven;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

5

1.46 dienstverlening: a. zakelijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een kantoor en een congres- en vergaderaccommodatie; b. persoonlijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een kapsalon, schoonheidsspecialist e.d.; 1.47 dierenverblijf: gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen, zoals brijkeuken, ventilatiekanaal, luchtwassers en dergelijke; 1.48 ecologische waarden en kenmerken: aanwezige en potentiële waarden, gebaseerd op de beoogde natuurkwaliteit voor het gebied, waartoe behoren de natuurdoelen en natuurkwaliteit, geomorfologische processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van bodem, water en lucht, rust, de mate van stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaarde; 1.49 eigen terrein: gronden, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten, niet zijnde openbaar gebied; 1.50 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1.51 erfbeplanting: beplanting

rondom een gebouw en/of gebouwen; 1.52 erkende archeologische partij: een gecertificeerde archeologische dienst, bedrijf of instelling, erkend door het Centraal College van Deskundigen (CCvD) en werkend volgens de specificaties van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie; 1.53 extensieve dagrecreatie: een vorm van openluchtrecreatie waarbij vooral het landschap of bepaalde delen ervan beleefd worden, waarbij weinig of geen gebouwde voorzieningen nodig zijn, en waarbij tevens in het algemeen het aantal recreanten per oppervlakte-eenheid beperkt is, zoals wandelen, fietsen, verpozen en natuur- en landschapsbeleving, paardrijden, vissen, zwemmen, roeien, kanoën etc, die plaats vindt binnen een periode van een uur voor zonsopgang tot een uur na zonsondergang; onder extensieve recreatie wordt in ieder geval niet begrepen lawaaisporten; 1.54 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.55 gebruiksoppervlak: bruikbare oppervlakte van bebouwing en gronden, geschikt voor het beoogde gebruik, berekend op grond van NEN 2580; 1.56 geluidsgevoelig object: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder c.q. het Besluit geluidhinder;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

6

1.57 geluidszoneringsplichtige inrichtingen: een inrichting, waarbij op grond van artikel 40 van de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een zone moet worden vastgesteld; 1.58 gevellijn: de denkbeeldige lijn, die strak loopt langs de voorgevel van een gebouw tot aan de perceelsgrenzen c.q. bouwgrenzen; 1.59 gevoelige functies: woningen, woonwagenstandplaatsen, andere geluidgevoelige gebouwen zoals onderwijsgebouwen, ziekenhuizen en verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken en medische kleuterdagverblijven en geluidsgevoelige terreinen zoals terreinen die horen bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg; 1.60 gevoelige functie voor gewasbeschermingsmiddelen: gronden en percelen waar geregeld en gedurende langere periode mensen kunnen verblijven of samenkomen zoals (bedrijfs)woningen, tuinen, erven, zorgfuncties en kampeerterreinen; 1.61 glastuinbouwbedrijf: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering gericht op het telen van gewassen en planten die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt; 1.62 groenblauwe mantel: gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische

verbindingszone of die deze verbinden; 1.63 groenvoorzieningen: groenvoorzieningen zijn het geheel van de aanplant in een gebied dan wel het aanbrengen of voorzien van groen; 1.64 handreiking Bedrijven en milieuzonering 2009: handleiding met lijsten met richtafstanden voor aan te houden afstanden tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen); 1.65 hobbymatig houden van dieren: het houden van vee onder de grens van een inrichting zoals genoemd in de Wet milieubeheer; 1.66 hoge teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een minimale bouwhoogte van 1,5 meter; 1.67 hokdierhouderij: veehouderij met uitzondering van nertsenhouderij, melkrundveehouderij en schapenhouderij; 1.68 hoofdgebouw: één of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.69 hoofdverblijf: de woning waar een huishouden staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BPR); 1.70 horeca: een bedrijf of instelling waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt en/of waarin bedrijfsmatig logies wordt verstrekt; Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong.

(tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

7

de horecabedrijven zijn in vier categorieën te onderscheiden: 1. categorie 1: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie overwegend tijdens winkeltijden plaatsvindt, zoals een lunchroom, broodjeszaak, en een ijssalon; 2. categorie 2: vormen van horeca-activiteiten die qua exploitatievorm aansluiten bij winkelvoorzieningen, waar naast kleinere etenswaren in hoofdzaak alcoholvrije dranken worden verstrekt, en waarvan de exploitatie zowel overdag als in de avonduren plaatsvindt, zoals een cafetaria, snackbar, afhaalcentrum, automatiek; 3. categorie 3: vormen van horeca-activiteiten waar in hoofdzaak maaltijden, (alcoholische) dranken en/of logies worden verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de middag- en avonduren plaatsvindt, zoals een café, restaurant, hotel en pension; 4.

categorie 4: vormen van horeca-activiteiten waarbij in hoofdzaak alcoholische drank wordt verstrekt en waarvan de exploitatie doorgaans in de avonduren plaatsvindt, een aantasting van het woon- en leefklimaat veroorzaakt en een grote druk op de openbare orde met zich meebrengt, zoals bar-dancings, discotheken, nachtclubs, alsmede horeca met zaalaccommodatie; 1.71 huishouden: persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan; bedrijfsmatige kamerverhuur en huisvesting van tijdelijke werknemers wordt daaronder niet begrepen; 1.72 invloedsgebied: invloedsgebied als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid buisleidingen of artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid transportroutes; 1.73 kamergerichte verhuur: de verhuur van onzelfstandige woonruimten binnen een bestaand (woon)gebouw niet bestemd voor recreatieve bewoning; 1.74 kampeermiddel: • een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan; • enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voorzover geen bouwwerk zijnde, één en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen of gewezen voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen

worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.75 kampeerterrein: stuk grond, al dan niet met speciale voorzieningen, waarop men kan kamperen; 1.76 kamperen: overnachten in de vorm van verblijf in de open lucht, bijvoorbeeld in een tent, caravan of vergelijkbaar recreatief nachtverblijf, niet zijnde een bouwwerk; 1.77 kantoor: het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen; 1.78 kap: de volledige of nagenoeg volledige afdekking van een gebouw in een gebogen vorm danwel met een dakhelling van ten minste 15° en ten hoogste 75°;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

8

1.79 kas: agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden waaronder mede begrepen een schuurkas of een permanente tunnel- of boogkas hoger dan 1,5 meter; 1.80 kelder: een geheel ondergronds gelegen ruimte, die is gesitueerd onder een bovengronds hoofdgebouw, waarvan de bovenkant van de vloer zich onder peil bevindt; 1.81 kleinschalige kampeeractiviteiten: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf; 1.82 kleinschalig kamperen: kleinschalig recreatief nachtverblijf op gronden met een andere hoofdfunctie, met gebruikmaking kampeermiddelen tot een in de regels aangegeven maximum aantal kampeermiddelen; 1.83 kunstwerken: een civieltechnische constructie of -installatie in de infrastructuur die één of meer functies vervult zoals onderdoorgangen, duikers, overkluizingen; 1.84 Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie: de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie is binnen de beroepsgroep de geldende norm voor de uitvoering van archeologisch onderzoek; 1.85 kwaliteitsverbetering (van het landschap): een fysieke verbetering van de aanwezige en potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur,

landschap, cultuurhistorie en/of de extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving; 1.86 kwetsbaar object: objecten zoals benoemd in artikel 1, sub I van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.87 lage teeltondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen met een maximale bouwhoogte van 1,5 meter; 1.88 landschappelijke inpassing: het optimaal op elkaar afstemmen van bebouwing en beplanting, rekening houdend met de ter plaatse voorkomende landschappelijke en cultuurhistorische waarden om zo te komen tot een landschappelijke inpassing van nieuwe bebouwing die recht doet aan de kwaliteit en de beleving van het landschap; 1.89 landschappelijke waarden en kenmerken: gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap, gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve aspecten; 1.90 landschapselementen: ecologische en/of landschappelijke waardevolle elementen zoals bosjes, houtwallen, poelen en moerasjes, in de regel kleiner dan 2 ha zonder een agrarische productiefunctie; 1.91 lawaaisport: voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport en de modelvliegsport;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

9

1.92 maaiveld: ter plaatse van een gebouw waarvan de hoofdtoegang direct aan een weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van die hoofdtoegang; a. indien in het water wordt gewerkt: de hoogte van het terrein ter plaatse van het meest nabij gelegen punt waar het water grenst aan het vaste land; b. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld; 1.93 maatschappelijk: gezondheidszorg, bejaardenzorg, educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en andere openbare en bijzondere voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening; 1.94 maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een matrixsymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bouwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten; 1.95 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte voor personen jonger dan 65 jaar met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente

aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.96 Natuur Netwerk Brabant: samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur- en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden; 1.97 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang; 1.98 nevenactiviteit: activiteiten waarvoor een gedeelte van de vloeroppervlakte van de bedrijfsgebouwen als zodanig mag worden gebruikt en die uitgevoerd worden naast het eigenlijke beroep of de hoofdactiviteit. Deze activiteiten zijn ondergeschikt aan de primair toegekende functie en worden uitgevoerd door de eigenaar, huurder/pachter of een bewoner van de betreffende locatie.

Ook vormen van sociaal maatschappelijke functies, zoals educatie en resocialisatie worden als nevenactiviteiten aangemerkt, indien ze gerelateerd zijn aan de hoofdfunctie; 1.99 nieuwbouw: bouw van nieuwe bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.100 nutsvoorziening: infrastructurele voorzieningen, zoals gas, water, elektriciteit, telecommunicatie, openbaar vervoer en waterstaat en voorzieningen ten behoeve van afvalverzameling; 1.101 omgevingskwaliteit: de kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

10

1.102 omgevingsvergunning: een vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.103 onderbouw: een gedeelte van een gebouw, dat wordt afgedekt door een vloer waarvan de bovenkant minder dan 1,2 m boven peil is gelegen; 1.104 ondergeschikt bouwdeel: een buiten de gevel of dakvlakken uitstekend ondergeschikt deel van een bouwwerk, met uitzondering van een uitgebouwd gedeelte van een gebouw dat dient ter uitbreiding van het oppervlak; 1.105 ondergeschikte functie: een functie van zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de hoofdfunctie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm, overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft; 1.106 ondergronds bouwwerk: een (gedeelte van een) bouwwerk, waarvan de vloer is gelegen onder peil; 1.107 onderkomen: een voor verblijf geschikt, al dan niet aan zijn bestemming onttrokken, vaar- of voertuig, ark of caravan, voor zover dat of die niet als een bouwwerk is aan te merken, alsook een tent; 1.108 open erfafscheiding/open terreinafscheiding/open afrastering: een erfafscheiding, terreinafscheiding of afrastering met een constructie die wel de toegang tot de achterliggende gronden fysiek belemmert, maar waarbij het zicht op de achterliggende gronden intact blijft, bijvoorbeeld door het gebruik van gaas of spijlen.

Hierbij dient de constructie voor minimaal 90% open te zijn; 1.109 opslag: het opbergen van materialen met de bedoeling en op een dergelijke wijze, dat men later weer over het materiaal kan beschikken; 1.110 overkappingconstructies als teeltondersteunende voorziening: bouwwerken zonder wanden, overtrokken met lichtdoorlatend materiaal anders dan glas ten behoeve van de bescherming van tuinbouwgewassen tegen neerslag of zonlicht; 1.111 overig agrarisch bedrijf: agrarisch bedrijf dat niet binnen de begripsbepaling van veehouderij, vollegrondsteeltbedrijf of glastuinbouwbedrijf valt; 1.112 overige zone - beperkingen veehouderij: gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen beperkt zijn; 1.113 overige zone - stalderingsgebied: gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel om de omvang van de veestapel te reguleren en verdere leegstand te voorkomen; 1.114 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, omsloten door maximaal één wand en voorzien van een gesloten dak, waaronder begrepen een carport;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

11

1.115 paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.116 parkeergelegenheid/ parkeervoorzieningen: elke stallingsgelegenheid op zowel openbaar als particulier terrein ten behoeve van een motorvoertuig op twee of meer dan twee wielen; 1.117 parkeerbeleid: het Parkeerbeleid en Parkeernota 2013-2022 van de gemeente Vught, vastgesteld op 7 februari 2013. Indien de parkeernota niet van toepassing is, gelden de kerncijfers van het CROW. Indien tijdens de planperiode het parkeerbeleid wordt gewijzigd, geldt de daarvoor in de plaats tredende Parkeernota; 1.118 peil: • voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; • voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het terrein bij voltooiing van de bouw; ter verduidelijking: de gemeente geeft voor de aanvang van de bouw aan wat het peil is. Daar waar het een historische situatie betreft, indien de definitie van dit begrip niet voldoet, wordt de drempel van de voordeur als maat aangehouden; 1.119 perceelsgrens: een grenslijn tussen (bouw)percelen onderling; a.

voorste perceelsgrens: de grens van een perceel gelegen aan een weg waaraan wordt gebouwd, tenzij door burgemeester en wethouders een andere perceelsgrens als zodanig wordt aangewezen; b. zijdelingse perceelsgrens: de grens van een perceel die loodrecht of nagenoeg loodrecht staat op de voorste perceelsgrens; c. achterste perceelsgrens: de meest van de weg af gelegen perceelsgrens, evenwijdig of nagenoeg evenwijdig aan de voorste perceelsgrens; 1.120 permanente bewoning: bewoning door eenzelfde persoon of groep van personen, die elders niet daadwerkelijk over een hoofdverblijf beschikken; 1.121 plaatsgebonden risico: plaatsgebonden risico als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder o van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid buisleidingen of artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid transportroutes; 1.122 Programma van Eisen: een programma van eisen is een document, opgesteld conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, waarin wordt aangegeven op welke wijze archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd.

Een Programma van Eisen behoeft altijd goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders; 1.123 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen betaling; 1.124 recreatie: vrijetijdsbesteding zoals verblijfsrecreatie, agrotoerisme en (extensieve) dagrecreatie;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

12

1.125 recreatiebedrijf: de bedrijfsmatig gevoerde exploitatie van recreatieparken op een aaneengesloten terrein ten behoeve van de bedrijfsmatige uitoefening van diensten op het gebied van dag- of verblijfsrecreatie, met de daarbij behorende voorzieningen; 1.126 recreatiewoning: een gebouw, uitsluitend bestemd om te dienen voor recreatief nachtverblijf door een persoon, gezin of andere groep van personen, die zijn vaste woon- of verblijfplaats elders hebben; onder recreatief nachtverblijf is in ieder geval niet begrepen permanente bewoning door eenzelfde persoon, gezin of andere groep van personen; 1.127 recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie; 1.128 recreatieve voorzieningen: bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van extensieve dagrecreatie, zoals aanlegsteigers en glijbanen; 1.129 recreatieverblijf: a. plaatsgebonden recreatieverblijf: een bouwwerk dat langer dan 8 maanden op een kampeerterrein is geplaatst of niet langer te verplaatsen is dat geheel of ten dele wordt gebruikt of kan worden gebruikt voor recreatief verblijf; waaronder in ieder geval worden gerekend: een chalet, stacaravan, zomerhuisje, tenthuisje en trekkershut; b.

niet-plaatsgebonden recreatieverblijf: een bouwwerk dat niet langer dan 8 maanden op een kampeerterrein is geplaatst en verplaatsbaar is dat geheel of ten dele wordt gebruikt of kan worden gebruikt voor recreatief verblijf; 1.130 retentievoorziening: een voorziening waarbij in tijden van overvloedige neerslag, water dat niet afkomstig is van uit de grote rivieren, tijdelijk vastgehouden kan worden om wateroverlast op andere plaatsen te voorkomen; 1.131 risicobron: een inrichting als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, een buisleiding als bedoeld in artikel 2 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen, danwel een basisnetroute of transportroute als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Besluit externe veiligheid transportroutes; 1.132 seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting wordt in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.133 sport: activiteiten gebaseerd op lichamelijke beweging en/of denkvermogen, inclusief voorzieningen ten behoeve van de uitoefening van deze activiteiten; 1.134 stalderingsgebied: gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

13

1.135 standplaats voor ambulante handel: een standplaats zoals bedoeld in de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente; 1.136 standplaats (toeristisch): een in of op het terrein aangegeven, zichtbaar gemarkeerde plek door middel van nummering, stroomvoorziening, erfafscheiding of anderszins, voor het plaatsen of geplaatst houden van een kampeermiddel ten behoeve van tijdelijk recreatief nachtverblijf. Een bijzet-tentje voor bijvoorbeeld de kinderen wordt hierbij niet als afzonderlijk kampeermiddel aangemerkt; 1.137 teeltondersteunende voorzieningen: een voorziening in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten wordt gebruikt om de volgende doelen na te streven: • verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; • verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; • bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringen van onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); in de vorm van: • permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn voorzieningen die voor onbepaalde tijd worden gebruikt.

Hieronder worden ook kassen verstaan; • tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn voorzieningen die op dezelfde locatie gebruikt kunnen worden zo lang de teelt dit vereist, met een maximum van 6 aaneengesloten maanden. Deze tijdelijke voorzieningen hebben een directe relatie met het grondgebruik. Hieronder worden verstaan folies, insectengaas, acryldoek, wandelkappen, schaduwhallen, hagelnetten; 1.138 tuin: de gronden van een bouwperceel behorende bij een (bedrijfs)woning; 1.139 veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; 1.140 vellen: het kappen, rooien, verplanten, de eerste keer knotten of kandela(be)ren of het snoeien van meer dan 20% van bomen of houtgewas (zowel bovengronds als ondergronds); 1.141 verblijfsrecreatie: vormen van recreatie die hoofdzakelijk gericht zijn op verstrekken van nachtverblijf; 1.142 (vollegronds) teeltbedrijf: agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt; 1.143 voorgevel: een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw of woning.

Indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, is de gevel waar de hoofdingang is gesitueerd de voorgevel; 1.144 voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie: voorzieningen voor het opwekken van hernieuwbare energie op basis van biomassa, waterkracht, windenergie, zonne-energie of aardwarmte;

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

14

1.145 voorzieningen van algemeen nut: voorzieningen ten behoeve van het op het openbare net aangesloten nutsvoorziening, het telecommunicatieverkeer, het openbaar vervoer en/of het wegverkeer; 1.146 vormverandering van een bouwvlak: wijziging van de begrenzing van een bouwvlak zonder dat dit gepaard gaat met een vergroting van de totale oppervlakte; 1.147 waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.

Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etc.; 1.148 waterberging: gebieden die integraal onderdeel uitmaken van het watersysteem en die periodiek vanuit het oppervlaktewatersysteem kunnen overstromen; 1.149 waterkering: waterkering met aangrenzende gronden, die van belang zijn voor de beveiliging tegen overstroming en als zodanig zijn aangewezen in de Waterwet of de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, alsmede de overige waterkeringen die dienen voor bescherming tegen wateroverlast vanuit het regionale watersysteem overeenkomstig de Keuren van de waterschappen; 1.150 weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de wegen liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 1.151 wet/wettelijke regelingen: indien en voorzover in deze regels wordt verwezen naar wettelijke regelingen c.q.

verordeningen e.d., dienen deze regelingen te worden gelezen zoals deze luiden op het tijdstip van de tervisielegging van het ontwerpplan, tenzij anders bepaald; 1.152 wonen: huisvesten met vast karakter van één afzonderlijk huishouden in een woning; 1.153 woning of wooneenheid: een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, niet zijnde: a. een bijzondere woonvorm; b. huisvesting van personen waarbij de voorzieningen met elkaar worden gedeeld en wanneer er daarnaast geen ander huishouden in het gebouw is ondergebracht; 1.154 woonwagen: een voor bewoning bestemd gebouw, niet zijnde een woning, welke is geplaatst op een woonwagenstandplaats en in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst; 1.155 woonwagenwoning: een op traditionele wijze gebouwd voor bewoning bestemd hoofdgebouw welke is geplaatst op een standplaats.

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

15

Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstanden afstanden tussen bouwwerken onderling, alsmede afstanden van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn; 2.2 afstand tot de perceelsgrens tussen de grens van het bouwperceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortste is; 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van onderschikte bouwdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.4 breedte, lengte of diepte van een gebouw tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren; 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 ondergeschikte bouwdelen bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen wordt de overschrijding van de bouwen/of bestemmingsgrens door ondergeschikte bouwdelen, zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, gevelisolatie, reclameaanduidingen, luifels, erkers, balkons en overstekende daken en dergelijke buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van de bouw- en/of bestemmingsgrens niet meer bedraagt dan 1 m; 2.9 ondergrondse (verticale) bouwdiepte van een bouwwerk vanaf het peil tot de afgewerkte vloer van het ondergrondse (deel van het) bouwwerk; 2.10 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.11 vloeroppervlakte de vloeroppervlakte van een gebouw geeft, in bepaalde mate, de grootte van het gebouw weer. De vloeroppervlakte wordt binnenwerks bepaald: de vloer van de ruimten die worden of kunnen worden gebruikt voor de desbetreffende activiteit(en).

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

16

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden – Landschaps- en Natuurwaarden 1 3.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Agrarisch met waarden - Landschaps- en Natuurwaarden 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. hobbymatig houden van dieren; c. behoud en herstel van de aangeduide cultuurhistorische waarden; d. behoud, herstel en ontwikkeling van de landschapswaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1. dassenleefgebied, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - dassenleefgebied'; e. behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurwaarden in het algemeen en in het bijzonder voor: 1. natuurontwikkelingsgebied ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - natuurontwikkelingsgebied'; f. instandhouding als zodanig van de aldaar voorkomende zandwegen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. voorzieningen ten behoeve van extensieve openluchtrecreatie, zoals fiets- en voetpaden en picknickplaatsen; i. erfbeplanting, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a.

de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer bedragen dan 1 m. b. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van de waterhuishouding mag niet meer bedragen dan 1,5 m. c. de bouwhoogte van eenvoudige voorzieningen in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor extensieve openluchtrecreatie en/of natuurontwikkeling, zoals informatieborden, picknickplekken, banken en afvalbakken, mag niet meer bedragen dan 3 m. 3.2.3 Beeldkwaliteitplan erf- en terreinafscheidingen Erf- en terreinafscheidingen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijking bouwhoogte erf- en terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan afwijken van de in lid 3.2.2 genoemde bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van een bouwhoogte tot 1,5 m voor erf- en terreinafscheidingen, met inachtneming van de volgende regels: a. de noodzaak dient te worden aangetoond dat deze hogere bouwhoogte benodigd is om dieren in de weide te houden. b. aan de voorschriften van de omgevingsvergunning wordt de voorwaarde verbonden dat als het gebruik als dierenweide wordt beëindigd, dat de bouwhoogte wordt teruggebracht tot maximaal 1 m.

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

17

3.4 Specifieke gebruiksregels 3.4.1 Strijdig gebruik Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt: a. het gebruik van gronden ten behoeve van glastuinbouw, gebouwgebonden teeltbedrijven en kwekerijen. b. het gebruik van gronden ten behoeve van teeltondersteunende voorzieningen in de vorm van bouwwerken. c. het gebruik van de gronden ten behoeve van paardenbakken. d. de opslag van hooirollen. 3.4.2 Toepassing gewasbeschermingsmiddelen a. Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – beperkingen gewasbeschermingsmiddelen’ zijn de gronden mede bestemd om te dienen als spuitzone tussen teeltgronden van open teelten en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies (zoals woningen inclusief tuinen en erven, sport- en recreatievoorzieningen en maatschappelijke voorzieningen), om de risico’s ten gevolge van drift door gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen. Op deze gronden is pleksgewijze (onkruid)bestrijding met een afgeschermde spuitdop toegestaan. Tevens is neerwaarts gerichte toepassing van gewasbeschermingsmiddelen toegestaan. b. Als strijdig gebruik wordt in ieder geval aangemerkt het gebruik van gronden met de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – beperkingen gewasbeschermingsmiddelen’ voor fruitteelt, open teelten van sierplanten en bomen en boomgaarden.

3.4.3 Beeldkwaliteitplan erf- en terreinafscheidingen Erf- en terreinafscheidingen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden dassenleefgebied': 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld; 3. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; 4. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; 5. het verwijderen, vellen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 6. het permanent (voor meer dan 2 jaar aaneengesloten) omzetten van grasland naar een andere bodemcultuur; 7.

het verwijderen van perceelsindelingen, zoals tot uiting komend in greppels, sloten, steilrand en het verwijderen van paden of onverharde wegen; 8. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, anders dan containervelden, voor groter dan 100 m2 per perceel. Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

18

b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden natuurontwikkelingsgebied': 1. het verzetten of vergraven van grond waarbij het maaiveld over meer dan 100 m2 per perceel of met meer dan 0,50 m wordt gewijzigd of waarbij de maaiveldniveaus van een steilrand worden gewijzigd; 2. het omzetten van grond of uitvoeren van bodemingrepen dieper dan 0,50 m onder maaiveld; 3. het verlagen van de grondwaterstand door aanleg van drainage of bemaling; 4. het aanleggen, dempen of wijzigen van (oevers, profiel, doorstroom- of bergingscapaciteit van) oppervlaktewateren; 5. het verwijderen, vellen of rooien van bos-, natuur- en landschapselementen en ander opgaand houtgewas zonder agrarische productiefunctie; 6. het aanleggen en/of verharden van wegen, paden, parkeerterreinen of het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, anders dan containervelden, voor zover groter dan 100 m2 per perceel. c. de aanleg van retentievoorzieningen. 3.5.2 Uitzonderingen Het in lid 3.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen. b. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende vergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 3.5.3 Toelaatbaarheid a.

De in lid 3.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de in de bestemmingsomschrijving genoemde waarden. b. De in lid 3.5.1 onder c genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien sprake is van een goede landschappelijke inpassing op basis van een goedgekeurd landschapsplan.

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

19

Artikel 4 Groen 4.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing; b. bermen en beplanting; met de daarbij behorende voorzieningen: c. voet- en fietspaden; d. voorzieningen van algemeen nut; e. waterlopen, waterpartijen en waterhuishoudkundige voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 1,5 m. b. ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – 1’ zijn uitsluitend open erf- en terreinafscheidingen toegestaan met een bouwhoogte van maximaal 1,2 m. 4.2.3 Uitsluiting vergunningvrij bouwen ‘specifieke vorm van groen – 1’ De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – 1’ dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van Bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (of diens rechtsopvolger). Dit met als doelstelling om vergunningvrij bouwen van bouwwerken, op basis van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (of diens rechtsopvolger), uit te sluiten, teneinde dat hier sprake blijft van een open doorzicht.

4.2.4 Beeldkwaliteitplan erf- en terreinafscheidingen Erf- en terreinafscheidingen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Tot een strijdig gebruik van gronden en bouwwerken wordt in elk geval gerekend het gebruik voor: a. opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. 4.3.2 Strijdig gebruik ‘specifieke vorm van groen – 1’ Ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – 1’ wordt tevens tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, in ieder geval gerekend: a. het aanbrengen van opgaande beplanting; b. het opslaan van goederen; c. het parkeren van voertuigen; d. en alle andere handelingen welke zorgen voor een belemmering van het vrije doorzicht.

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

20

4.3.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken met de bestemming ‘Groen’ en de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – voorwaardelijke verplichting’ is slechts toegestaan indien: a. de benodigde landschappelijke inpassing van de gronden wordt gerealiseerd: 1. overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2. 2. binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning voor het bouwen, doch uiterlijk binnen twee jaar na het onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan. 3. en duurzaam in stand wordt gehouden op de wijze zoals is aangegeven in het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in Bijlage 2. 4.3.4 Beeldkwaliteitplan erf- en terreinafscheidingen Erf- en terreinafscheidingen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 4.4 Afwijken van de gebruiksregels 4.4.1 Afwijken landschappelijk inpassingsplan Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 4.3.3, teneinde een wijziging van de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in Bijlage 2 toe te staan, mits een vergelijkbare kwalitatieve staat van landschappelijke inpassing wordt bereikt. Hiertoe wordt een door het bevoegd gezag goed te keuren landschappelijk inpassingsplan overlegd.

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

21

Artikel 5 Wonen - 5 5.1 Bestemmingsomschrijving De op de verbeelding voor 'Wonen - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in de vorm van woningen; met de daarbij behorende voorzieningen: b. tuinen, erven en terreinen; c. parkeervoorzieningen; d. nutsvoorzieningen; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; f. groenvoorzieningen; g. ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van de opwekking van duurzame energie, die vallen onder milieucategorie 1 of 2 op basis van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, uitsluitend voor de eigen energievoorziening. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Woning Voor het bouwen van woningen gelden de volgende regels: a. per bouwvlak is één woning toegestaan; b. binnen het bouwvlak zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; c. de inhoud van de woning ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – ruimte voor ruimte’ bedraagt maximaal 1.000 m3 exclusief onderkeldering; d. de goothoogte van de woning bedraagt maximaal 4,5 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 9 meter; e. een woning dient te worden uitgevoerd met een kap; f. onderkeldering is alleen toegestaan direct onder de contouren van de woning exclusief bijbehorende bouwwerken; g. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 5 meter. h.

de volgens de NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied mag aantoonbaar niet kleiner zijn dan het verschil tussen de hoogst berekende cumulatieve geluidsbelasting uit Bijlage 5 van het geluidsrapport “Akoestisch onderzoek Wegverkeers- en spoorweglawaai Ontwikkeling Helvoirtsestraat ong. te Helvoirt”, met kenmerk Raow0029, datum 13 maart 2020, opgesteld door Gbs milieuadvies (bijgevoegd als Bijlage 6 bij de toelichting) en 33 dB. i. de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsruimte heeft volgens de NEN 5077 een bepaalde karakteristieke geluidwering die maximaal 2 dB lager is dan de karakteristieke geluidwering bedoeld in lid h. 5.2.2 Bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken bij de woning bedraagt maximaal 100 m2; b. de goothoogte van bijbehorende bouwwerken bedraagt maximaal 3 meter en de bouwhoogte bedraagt maximaal 5,5 meter; c. de afstand van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot de woning bedraagt minimaal 5 meter en maximaal 20 meter; d. bijbehorende bouwwerken, moeten op minimaal 3 meter achter de voorgevellijn worden gebouwd.

Regels bestemmingsplan ‘Helvoirtsestraat ong. (tussen 13 en 13a), Helvoirt’ Vastgesteld

22

5.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde dienen binnen het bestemmingsvlak te worden gebouwd; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt maximaal 5 meter, met uitzondering van het bepaalde in sub c; c. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt maximaal 2 meter, met dien verstande dat vóór de gevellijn van de woning geen erf- en terreinafscheidingen zijn toegestaan; d. de afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 meter met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen, welke op de perceelsgrens gebouwd mogen worden; e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde moeten op minimaal 1 meter achter de gevellijn worden gebouwd. 5.2.4 Bouwen ter plaatse van ‘specifieke vorm van wonen – 1’ In afwijking van het bepaalde in artikel 5.2.1, 5.2.2 en 5.2.3 gelden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 1’ voor het bouwen van woningen, bijbehorende bouwwerken en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter behoud van een open doorzicht, de volgende regels: a. het bouwen van woningen en bijbehorende bouwwerken is ter plaatse van deze aanduiding niet toegestaan; b.

het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is uitsluitend toegestaan in de vorm van open erf- en terreinafscheidingen, met een bouwhoogte van maximaal 1,2 m. 5.2.5 Uitsluiting vergunningvrij bouwen ‘specifieke vorm van wonen – 1’ De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – 1’ dienen niet te worden beschouwd als erf in de zin van artikel 1 van Bijlage II behorende bij het Besluit omgevingsrecht (of diens rechtsopvolger). Dit met als doelstelling om vergunningvrij bouwen van bouwwerken, op basis van Bijlage II Besluit omgevingsrecht (of diens rechtsopvolger), uit te sluiten, teneinde dat hier sprake blijft van een open doorzicht. 5.2.6 Beeldkwaliteitplan hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 5.2.7 Beeldkwaliteitplan erf- en terreinafscheidingen Erf- en terreinafscheidingen dienen te voldoen aan het beeldkwaliteitplan, als opgenomen in Bijlage 1 van onderhavige regels. 5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan door middel van een omgevingsvergunning afwijken ten behoeve van: 5.3.1 Afwijken bouwhoogte bijbehorende bouwwerken Het afwijken van de maximale bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de bouwhoogte bedraagt maximaal 8 m; b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=39246f0c-f6df-41cb-a2e1-831bf183c012