CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Participatiebeleid Samen Vught maken

Raadsvergadering 4 juli 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Participatiebeleid Samen Vught maken7.603 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samen Vught maken

Inhoud Aanleiding .........................................................................................................................3 Inleiding .............................................................................................................................4 Samen Vught maken .......................................................................................................4 Hoofdstuk 1 Achtergrond participatie ..............................................................................6 1.1 inwonersparticipatie definitie .................................................................................7 1.2 Vormen participatie ..................................................................................................8 1.3 Wat is participatie niet .............................................................................................8 1.4 Wetgeving ...................................................................................................................9 Hoofdstuk 2: Uitgangspunten participatie Vught ........................................................12 2.1 Processtappen wegingskader ...............................................................................12 2.2 Doelgroep bepalen..................................................................................................14 2.3 Participatieladder: de Tredes van Mee

...............................................................15 2.4 Rolverdeling Raad-College-Ambtenaren ............................................................18 Hoofdstuk 3: Samen Vught maken .................................................................................20 Belofte 1: Wij zijn duidelijk ..........................................................................................21 Belofte 2: Wij zijn zichtbaar .........................................................................................25 Belofte 3: Wij zijn verbonden ......................................................................................27 Belofte 4: Wij zijn inclusief ..........................................................................................28 Belofte 5 Wij werken samen........................................................................................30 Hoofdstuk: 4 Vervolg ........................................................................................................32 4.1 Beleidsvoorstellen...................................................................................................33 4.2 Vervolg documenten ...............................................................................................34 Bijlage 1 Wegingskader Think!-Twice ...........................................................................36 Geraadpleegde bronnen

...................................................................................................38

2

Aanleiding Samen willen we onze gemeente vorm en inhoud geven met goede plannen en hun uitvoering. Daarom kiezen we voor participatie. De Omgevingswet mag dan misschien een aanleiding zijn, maar participatie is niet alleen relevant voor het aanvragen

van

een

omgevingsvergunning

of

bij

het

opstellen

van

de

omgevingsvisie. Participatie is relevant bij alles wat de gemeente doet voor haar inwoners, belangengroepen, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De scope van dit participatiebeleid is daarmee de gehele gemeente en gemeenschap en alle initiatieven binnen het sociale en fysieke domein. Ook het Vughtse coalitieakkoord 2023-2026 vermeldt de ambitie om tot een goed en gedragen participatiebeleid te komen. In 2021 is dit beleid opgesteld en inmiddels is het geëvalueerd. Op basis van maatschappelijke ontwikkelingen (wens tot meer inspraak), wettelijke ontwikkelingen (o.a. Omgevingswet) en de evaluatie uitkomsten is het nodig om het huidige participatiebeleid te vernieuwen. In dit beleidsstuk nemen wij de uitkomsten van de evaluatie en de reflectie op

3

participatie vanuit de raad mee als input voor het nieuwe participatiebeleid:

Samen Vught maken.

Inleiding Met de invoering van de Omgevingswet wordt de nadruk op goede participatie nog belangrijker. Met dit beleid stellen wij duidelijke doelen voor participatie in Vught, identificeren wij verschillende vormen en niveaus van participatie en positioneren we participatie naast de democratische besluitvorming van de gemeenteraad en het college. Het document biedt kaders en richtlijnen voor participatie in Vught, terwijl het ook erkent dat elk participatietraject maatwerk is. De omstandigheden bepalen wat mogelijk is, en participatie blijft een voortdurend leerproces dat zich aanpast aan de veranderende wereld. We doen veel om participatie in onze genen te krijgen (door trainingen, vaardigheden opdoen en leren door te doen). Dat geldt niet alleen voor de gemeente, maar voor alle partijen betrokken bij initiatieven. We accepteren met elkaar dat soms fouten gemaakt worden, en dat er ruimte is voor groei. De gemeente Vught vertrouwt erop dat het participatiebeleid in de komende jaren zal bijdragen aan waardevolle dialogen. Het streven is dat participatie een solide basis vormt voor de verdere ontwikkeling van de gemeente Vught.

Samen Vught maken De titel van dit beleidsdocument is Samen Vught maken. Deze titel kiezen wij voor ons participatiebeleid, omdat de gemeente Vught actief de verbinding zoekt met stakeholders om gezamenlijk invulling te geven aan participatie. Dit doen wij door te participeren (op project- en structureel niveau) en waar mogelijk op een hoger niveau dan het informeren van de omgeving. De gemeente Vught erkent namelijk de waardevolle kennis, betrokkenheid en ervaring van stakeholders. Wij kiezen voor het woord stakeholders voor de leesbaarheid van het stuk. Wij verstaan onder stakeholders: belangengroepen, ondernemers, inwoners en maatschappelijke organisaties. De input van stakeholders speelt een belangrijke

4

rol bij de besluitvorming en via inwonersparticipatie1 halen wij deze informatie in de omgeving op.

Figuur 1 Participatie paradox

In het bestuursakkoord spreken wij uit beter en eerder te gaan participeren met onze stakeholders, binnen de gestelde kaders. Het evaluatierapport laat zien dat ook onze stakeholders in een vroegtijdig stadium willen participeren. De vraag is in welke fase de respondenten willen participeren, in de fase van visievorming of criteriabepaling. De door ons gedefinieerde participatie paradox (zie figuur 1), maakt het soms lastig om vroegtijdig met de participatie te beginnen. In de praktijk blijkt dat er voor abstracte vragen in de aanvangsfase van een project

1

Dit is een wetenschappelijke term die wordt gebruikt om participatie vanuit de overheid te

beschrijven. Zie paragraaf 1.2 voor de verschillen tussen overheids- en inwonersparticipatie.

5

(als de invloed het grootst is) weinig belangstelling is vanuit stakeholders om te participeren. Alle uitkomsten van het evaluatieverslag en de reflectie van de raad op de participatie vormen een belangrijke basis voor het verbeteren van onze participatie. De belangrijkste aandachtspunten hebben wij omgezet in onze visie op participatie, gebaseerd op het nakomen van vijf beloftes.

De vijf beloftes van Vught (H3): 1. Helder verwachtingenmanagement (Belofte 1: Wij zijn Duidelijk) 2. Vergroten zichtbaarheid en contact omgeving (Belofte 2: Wij zijn Zichtbaar) 3. Verbinding opzoeken met stakeholders (Belofte 3: Wij zijn Verbonden) 4. Participatie is voor iedereen (Belofte 4: Wij zijn Inclusief) 5. Vroegtijdige betrokkenheid en een passend inspraakniveau (Belofte 5: Wij werken Samen)

Hoofdstuk 1 Achtergrond participatie In dit hoofdstuk staan wij stil bij de basisbeginselen van participatie. Wat wij onder participatie verstaan staat in paragraaf 1.1. Daar worden ook de complementaire stromingen van participatie vermeld, die het fundament vormen van het participatiebeleid in Vught. Vervolgens bespreken wij de verschillende participatievormen in paragraaf 1.2. Ook is er aandacht voor wat wij niet onder participatie verstaan in Vught in paragraaf 1.3. Tot slot bespreken wij de

6

wetgeving die op dit moment van kracht is op het gebied van participatie in paragraaf 1.4.

1.1 inwonersparticipatie definitie Onder inwonersparticipatie verstaan wij:

“Stakeholders actief en vroegtijdig betrekken bij beleid en projecten door hen mee te laten weten, mee te laten denken, mee te laten doen of mee te laten beslissen.” Om onze definitie van participatie te begrijpen en de opzet van ons participatiebeleid, is het noodzakelijk eerst kort stil te staan bij theorie over de inrichting van onze Nederlandse democratie. Deze theorie werd ook omarmd door de raad tijdens de raadsdialoog en deze basiskennis helpt om participatie in het juiste perspectief te plaatsen. In onze samenleving bestaan er drie hoofdstromen van democratie: de representatieve, de directe en de deliberatieve democratie. In een representatieve democratie kiezen stakeholders elke vier jaar hun volksvertegenwoordigers in de gemeenteraad. De directe democratie (zoals referenda) en de deliberatieve democratie (stimuleren dialoog tussen partijen) vormen een aanvulling op de bestaande representatieve democratie. De deliberatieve democratie gaat er van uit dat politieke beslissingen tot stand zouden moeten komen door een dialoog waarbij partijen begrip en inzicht krijgen in elkaars meningen (Eagan, 2020). Tot slot is er ook een participatieve democratie. Deze categorie is van toepassing als er input opgehaald wordt bij stakeholders, maar er geen sprake is van stemmen of het aangaan van een dialoog om tot overeenstemming te komen.

Bovengenoemde stromingen zijn complementair aan elkaar en de kernwaardes van iedere stroming vormen de basis van het participatiebeleid van Vught. In het hoofdstuk uitgangspunten wordt de invloed op ons participatiebeleid zichtbaar bij de Tredes van Mee en verderop in het stuk bij de Beloftes van Vught.

7

1.2 Vormen participatie Op basis van bovenstaande definitie is het goed om stil te staan bij inwoners- en overheidsparticipatie.

In

dit

beleidsstuk

staan

wij

voornamelijk

stil

bij

inwonersparticipatie. De spelregels die invloed hebben op beide vormen van participatie komen meer aan bod in de Leidraad participatie. Hierover volgt meer in hoofdstuk 4. Inwonersparticipatie Deze vorm van participatie is gericht op Meeweten, Meedenken, Meedoen, Meebeslissen door stakeholders over gemeentelijk beleid, projecten en de uitvoering ervan. Overheidsparticipatie Het verschil tussen overheids- en inwonersparticipatie is de initiatiefnemer. Bij overheidsparticipatie komt de omgeving komt met een initiatief en de overheid kijkt hoe zij mee kan doen. De rol van de gemeente is vooral die van samenwerkingspartner. Het is de rol van de gemeente om initiatieven van stakeholders te ondersteunen, meedenken, mogelijkheden zoeken, voorwaarden scheppen en de noodzakelijke verbindingen leggen. Deze vorm van participatie wordt steeds belangrijker met de introductie van het Uitdaagrecht (zie hoofdstuk 1.4. wetgeving). Dat houdt in dat stakeholders het recht hebben de overheid ‘uit te dagen’ als zij denken zaken goedkoper, beter of makkelijker te kunnen organiseren dan de gemeente.

1.3 Wat is participatie niet Participatie

betekent

niet

gelijk

krijgen

of

halen.

Het

evaluatierapport

onderschrijft dat sommige deelnemers enkel oog hebben voor de uitkomsten van de participatie en niet het democratische proces dat er ten grondslag aan ligt. De uitkomst van het participatietraject kan dus afwijken van een mening van een groep of individu. Het creëren van absoluut draagvlak is namelijk zelden of nooit mogelijk. De wet (zie hoofdstuk 1.4.) verplicht de gemeente haar keuze goed te

8

onderbouwen

en

ook

helder

te

beargumenteren

waarom

andere

oplossingsrichtingen minder geschikt zijn. Overigens blijft de mogelijkheid bestaan, ongeacht de uitkomst van het participatietraject, om bezwaar te maken, beroep in te stellen en om in te spreken bij de gemeenteraad.

1.4 Wetgeving Hieronder is de belangrijkste wetgeving over het thema participatie uitgewerkt. Gemeentewet en Wet versterking participatie op decentraal niveau De Gemeentewet regelt dat de gemeenteraad een verordening vaststelt met regels over de wijze waarop inwoners en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken Deze Participatieverordening bevat de algemene juridische regels voor participatie en vormt de grondslag voor de uitwerking ervan in dit participatiebeleid. Het doel van het wetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau is om inwonersparticipatie op (decentraal) gemeentelijk niveau te versterken. Deze wet breidt de reikwijdte van de inspraak- en participatieverordening uit in de Gemeentewet. Daardoor is het mogelijk om stakeholders ook te betrekken bij de uitvoering en de evaluatie van het beleid en niet alleen de voorbereiding daarvan. (Eerste kamer). Dit wetsvoorstel introduceert ook het Uitdaagrecht waarbij stakeholders en maatschappelijke partijen de gemeente mogen verzoeken om de uitvoering van een gemeentelijke taak over te nemen als zij denken het slimmer, beter, goedkoper of anders te kunnen doen. Al dan niet met het bijbehorende budget. Als deze situatie zich voordoet is het aan de raad en het college voorbehouden om steeds te beslissen of een onderwerp onder het uitdaagrecht valt.

Omgevingswet De Omgevingswet stimuleert vroegtijdige participatie bij de totstandkoming van ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving als een vanzelfsprekende werkwijze, met als doel belangen, meningen en ideeën tijdig op tafel te krijgen. Met de inwerkingtreding

van

de

Omgevingswet

is

de

gemeente

verplicht

om

participatiebeleid op te stellen dat specifiek gericht is op de wettelijke kerninstrumenten

van

de

Omgevingswet:

de

omgevingsvisie,

9

omgevingsprogramma’s, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning. In veel gevallen is de gemeente zelf initiatiefnemer bij deze instrumenten en daarmee is dit participatiebeleid ook bedoeld voor onszelf. Wanneer een andere partij of persoon de initiatiefnemer is, geldt dit participatiebeleid ter ondersteuning en inspiratie voor de participatie die door die partij of persoon wordt georganiseerd Naast dit beleidskader volgt er een leidraad participatie voor initiatiefnemers met aanvullende uitleg en tips over het organiseren van participatie. Ook wordt er een nieuwe participatieverordening opgesteld.

Motie Nooren Deze motie2 is inmiddels opgenomen als regel in het Omgevingsbesluit. Het bevat een plicht voor gemeenten om beleid op te stellen waarin vastgelegd wordt hoe participatie wordt vormgegeven en welke eisen daarbij gelden. De gemeenteraad stelt participatiebeleid vervolgens vast. De wet schrijft geen format voor participatie voor. In het geval van inwonersparticipatie mag het bevoegd gezag zelf een keuze maken bij de inrichting van het participatieproces. Hierdoor blijft er ruimte voor maatwerk en blijft een locatie- en project-specifieke aanpak mogelijk. Het uitgangspunt moet zijn dat alle belangen goed worden meegenomen in de besluitvorming en dat het uiteindelijke besluit goed wordt gemotiveerd. Met de motie Nooren is de motiveringsplicht verder uitgebreid met de verplichting om aan te geven wie betrokken zijn, wat de uitkomsten zijn en hoe de gemeente invulling heeft gegeven aan het eigen participatiebeleid. Instellen Adviesraad Sociaal Domein

2

Eerste Kamer der Staten Generaal (z.d.) Gewijzigde motie Nooren (PvdA) over verplichte

opstelling van het participatiebeleid. Gewijzigde motie-Nooren (PvdA) c.s. over verplichte opstelling van participatiebeleid (34.986, AA, was letter X) - Eerste Kamer der Staten-Generaal.

10

Binnen het sociale domein is het instellen van een adviesraad verplicht. In Vught hebben wij de Adviesraad Sociaal Domein (ASD). Dit is een onafhankelijk adviesorgaan van de gemeente Vught van een groep betrokken vrijwilligers uit alle geledingen van de samenleving in onze gemeente. Het is een commissie die het College van B&W gevraagd en ongevraagd adviseert over alles wat de stakeholders raakt in hun directe bestaan.

11

Hoofdstuk 2: Uitgangspunten participatie Vught In hoofdstuk 1 zijn de basisbeginselen van participatie aan de orde gekomen. In dit hoofdstuk besteden wij aandacht aan uitgangspunten die bepalend zijn voor het participatiebeleid in Vught. De volgende punten worden besproken: de participatiedoelen; het wegingskader en de bijbehorende criteria; stakeholder en belangen inventarisatie en de mate van inspraak aan de hand van de Tredes van Mee. Tot slot geven wij duidelijkheid over de rolverdeling van de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie. Hieronder volgen op hoofdlijnen de uitgangspunten van participatie in Vught. In de Leidraad van “Samen Vught maken” volgt een gedetailleerdere beschrijving van het te doorlopen stappenplan en de te maken keuzes bij het opstarten van een participatietraject.

2.1 Processtappen wegingskader Indien er gekozen wordt voor een participatietraject om de participatiedoelen te bereiken, dan is de vraag welk participatieniveau als beschreven onder paragraaf 2.3 het meest passend is. Ons uitgangspunt is dat wij bij het bepalen van het participatieniveau een wegingskader toepassen, om de criteria voor het participatieniveau op een objectieve en onafhankelijke manier vast te stellen. Op deze manier wordt voor de omgeving duidelijk op welke trajecten wel en niet geparticipeerd wordt en in welke mate. Wel of geen participatie? Voor wij het wegingskader gaan toepassen is het belangrijk om goed na te denken over het nut, de noodzaak, het tijdspad en de financiële consequenties van participatie. In de gevallen dat participatie verplicht is, is het vanzelfsprekend niet mogelijk om af te zien van participatie. Overwegingen: •

Als er weinig ruimte voor inspraak is dan is het soms beter om niet te participeren op een hoger niveau dan Meeweten.

12

•

Stakeholders

niet

overladen

met

participatievraagstukken

om

te

voorkomen dat zij geen behoefte voelen om mee te doen. •

Is er budget voor participatie en tijd (ambtelijk en ruimte planning), en wegen deze kosten op tegen hetgeen opgehaald wordt.

Wegingskader Binnen de gemeente Vught maken wij gebruik van het middel Think! van de Vereniging Projectmanagement Nederlandse Gemeenten (VPNG). In Think! is de kennis van 180 gemeenten gebundeld. We onderscheiden Think!-Consistent3 en

Think!-Twice (voorheen Think app). Think! -Consistent is ontwikkeld om een snelle eerste scan te doen van het participatietraject. Think!-Consistent wordt nader besproken in de leidraad participatie. We maken gebruik van Think!-Twice om het wegingskader van de participatie helder te krijgen bij (complexere) participatietrajecten. De Think!-Twice tool maakt het voor raadsleden en projectleiders mogelijk om samenhangende en doordachte proceskaders op te stellen rond de participatie bij een specifieke opgave. Hiervoor doorlopen wij bij ieder vraagstuk de beslisboom van Think!Twice (zie bijlage 1). Bij het doorlopen van het wegingskader staan we stil bij belangrijke vragen die invloed hebben op de vorm en het niveau van het van het participatiemoment. De vragenlijst uit het wegingskader is opgenomen in bijlage 1. De belangrijkste thema’s die aan bod komen in het wegingskader:

3

•

Het doel van het participatietraject (zie 2.3)

•

Doelgroep (zie stakeholder analyse 2.2)

•

Verantwoordelijkheid participatie (zie beloftes Vught)

•

Omgang uitkomsten (zie beloftes Vught)

THiNK! -Consistent: THiNK! participatie scan (vpng.nl)

13

•

Rol gemeenteraad (zie rolverdeling 2.4)

Het wegingskader is maatwerk en projectleiders en adviseurs stemmen de toepassing ervan af met de adviseur participatie.

2.2 Doelgroep bepalen Bij het doorlopen van de stappen van

het

wegingskader

wordt

gevraagd om na te denken over de bij

het

participatietraject

te

betrekken stakeholders. Hiervoor stelt het projectteam bij ieder participatietraject

een

stakeholderanalyse

op.

Deze

analyse bevat een inventarisatie van

alle

stakeholders

en

hun

belangen. Het gaat hier om de belangen van spelers binnen en buiten de eigen organisatie van inwoners,

belangengroepen,

ondernemers,

instanties,

Figuur 2 Belangeninvloed matrix

de

politiek en de media. Vervolgens verwerkt het team deze uitkomsten in een belangen-invloed matrix (zie figuur 2). Dat is een handig hulpmiddel om de stakeholders te ordenen. De stakeholders die binnen de categorie ‘sleutelfiguren’ passen krijgen een belangrijke positie in het proces. Communicatie met stakeholders De stakeholder analyse, met behulp van de belangen-invloed matrix, bepaalt de mate van participatie van de verschillende stakeholders en de inzet van participatievormen. De uitkomsten van de analyse zijn mede bepalend voor de communicatiestrategie. Dat geldt in eerste instantie de uitnodigingen voor het participatietraject, waarbij wij de stakeholders met het grootste belang

14

persoonlijk uitnodigen en betrekken. Over de uitnodigingen volgt meer onder belofte 2.

2.3 Participatieladder: de Tredes van Mee Om te voldoen aan de wensen van stakeholders, die voortkomen uit het evaluatierapport, is er een helder afwegingsproces noodzakelijk om te bepalen of participatie zinvol is en welke mate van invloed er mogelijk is. Een bekend en beproefd hulpmiddel voor

burgerparticipatie

is

de

participatieladder. In Vught hebben we dit door vertaald naar de Tredes van Mee. De Tredes van Mee geven duidelijkheid over het proces en de mate

waarin

burgers

betrokken

(kunnen) worden. Per

traject

kijken

specifieke

we

naar

behoeften

meerwaarde

de en van

inwonersparticipatie

in

de

verschillende

Er

kan

fasen.

bijvoorbeeld sprake zijn van actieve betrokkenheid van stakeholders bij het formuleren van beleid, maar minder bij de uitvoering ervan. Het doel is om participatie op maat te bieden, zodat zij daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op zaken die voor hen belangrijk zijn. Uit de enquête blijkt ook dat de terugkoppeling van de resultaten een belangrijke rol speelt in het participatieproces. Bij de Tredes van Mee (zie figuur 3) staat ook toegelicht wat er met de input van de participanten gebeurt Figuur 3 Tredes van Mee

15

Wij hebben de volgende 3 participatieniveau ’s naast niveau 0: 0. Meeweten De eerste trede op deze ladder is Meeweten. De gemeente informeert stakeholders over het beleid of het project waaraan we werken. Hiervoor gebruiken we de reguliere mediakanalen van de gemeente Vught. Vaak is er een (digitaal) informatiemoment voor stakeholders. Stakeholders hebben geen formele inbreng. Zij krijgen wel de mogelijkheid om te reageren en vragen te stellen. Daarom moeten stakeholders zo snel mogelijk op de hoogte worden gebracht van het initiatief. Het is aan de initiatiefnemer om te beslissen wat er met deze inbreng gebeurt. “

Doelstelling: Het informeren van de omgeving 1. Meedenken De volgende trede is het niveau van Meedenken. Deze trede bevat kernwaarden uit de participatieve democratie. De gemeente is dan op zoek naar input vanuit de Vughtse samenleving om beleid of een project te verbeteren. De input kan bestaan uit kennis, ervaring of een mening en wordt meegenomen in een vervolgtraject. We benaderen stakeholders voor input op verschillende manieren. De ambtelijke organisatie neemt vervolgens de uitkomsten mee en weegt af óf en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de politieke besluitvorming. Het kan dus zijn dat het bestuur in het algemeen belang anders besluit dan de voorkeur van de geraadpleegde betrokkenen. Doelstelling: Een inhoudelijk beter plan maken 2. Meedoen De derde trede is het niveau van Meedoen. De gemeente gaat dan

16

samenwerken met haar stakeholders. Hieronder verstaan we co-creatie met stakeholders bij bijvoorbeeld gebiedsontwikkeling of invulling van het beleid. Een belangrijke ontwikkeling op dit participatieniveau is ook het Uitdaagrecht (zie 1.4. wetgeving). Aan de voorkant van het participatietraject geeft het bestuur de kaders aan en beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als een zwaarwegend advies bij politieke besluitvorming. Als er van dit advies wordt afgeweken, moet het bestuur dit zeer goed onderbouwen (zie 1.4). Doelstellingen: Soepele en zorgvuldige besluitvorming 3. Meebeslissen De besluitvorming wordt (gedeeltelijk) overgedragen aan de stakeholders. In dit geval gaat het om Meebeslissen. Dit betekent dat de resultaten uit een participatietraject van gemeente en stakeholders een bindende werking hebben en over worden genomen door de gemeenteraad. Een andere optie is de gemeenteraad te laten kiezen tussen twee passende oplossingen, die zijn opgesteld door participanten. Het bestuur neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over, mits deze passen binnen de vooraf gestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders.

Doelstelling: De zeggenschap van stakeholders vergroten Afweging keuze participatieniveau De keuze voor het participatieniveau hangt af van verschillende factoren, zoals de financiële kaders en wettelijke kaders waar de gemeente (raad, college, projectleiders) zich aan moeten houden. Daarnaast is de projectfase waarin het project zich bevindt ook bepalend voor het niveau van participatie in het project. Ook als er al veel zaken vastliggen in andere plannen in de buurt of in beleid, zijn de mogelijkheden voor Meebeslissen beperkt. Ketenpartners kunnen wel op dit niveau betrokken worden. Verder speelt de factor tijd een rol in de keuze van het participatietraject; de gemeenteraad of het college kan besluiten dit traject in te korten. Binnen een participatieproces kan de participatievorm per projectfase (of

17

zelfs onderdelen van de projectfasen) verschillen. Voor de start aan een projectfase moet duidelijk zijn op welke Trede van Mee deelnemers zich bevinden. Weging uitkomsten Aan het einde van het participatietraject is het tijd om de balans op te maken. Op basis van het gekozen participatieniveau brengen wij een prioritering aan op de opgehaalde input van stakeholders. De belangen-invloed matrix (zie figuur 2) is een belangrijk hulpmiddel om de opgehaalde input van stakeholders in het juiste perspectief te plaatsen.

2.4 Rolverdeling Raad-College-Ambtenaren De rollen bij participatie worden voor een groot deel bepaald door de bij wet aan een bestuursorgaan opgedragen taken. Per onderwerp is van belang welk gremium de bevoegdheid heeft om over een onderwerp te besluiten. Visies op participatie worden opgesteld door de initiatiefnemer (in samenspraak met de ambtelijke organisatie) of de ambtelijke organisatie zelf. Vervolgens wordt er een participatieplan opgesteld. Een participatieplan is een plan dat helder en duidelijk beschrijft wat je met behulp van participatie wil bereiken en op welke wijze, welke partijen, op welk moment worden betrokken bij een vraagstuk, beleidsdossier, programma of project. Is het college hiervoor bevoegd, dan stelt het college het plan vast. Als de uitvoering van een onderwerp (bijvoorbeeld de inrichting van een straat) is gemandateerd aan de ambtelijke organisatie, dan stelt de gemandateerde het participatieplan vast

Gemeenteraad De

gemeenteraad

heeft

een

kaderstellende

en

controlerende

rol

en

vertegenwoordigt zijn stakeholders. De besluiten zijn legitiem omdat de raad democratisch gekozen is en daardoor als het ware het collectief van de stakeholders

representeert.

Dit

gaat

‘boven’

de

uitkomsten

uit

een

participatietraject, tenzij in een participatieplan is afgesproken dat de uitkomsten

18

hiervan bindend zijn. Indien er bij complexe projecten een visie op participatie wordt opgesteld door de initiatiefnemer (in samenspraak met de ambtelijke organisatie) of de ambtelijke organisatie zelf, dan wordt de gemeenteraad hierover geïnformeerd via raadsinformatiebrieven (RIB’s). Eventueel kan deze RIB geagendeerd worden ter bespreking in de commissievergadering. De controlerende rol van de raad maakt dat zij niet deelneemt aan participatietrajecten en hoogstens als toehoorder zich op de hoogte stelt van de uitvoering van een traject. De raad is bij het begin en het einde van het participatietraject betrokken. College Waar de raad vanuit zijn kader stellende en controlerende rol voornamelijk is betrokken bij de start en bij het eind van veel besluitvormingstrajecten, is het midden, de uitvoering, meestal in handen van het college. Voor onderwerpen waarvoor het college zelf beslissingsbevoegd is, is het college verantwoordelijk voor zowel de uitvoering van de participatie als de besluitvorming over het participatieplan. Het college heeft daarnaast in alle gevallen een signalerende rol voor haar stakeholders door serieuze aandacht te hebben voor hun zorgen en belangen. Dit is geen gemakkelijke opgave omdat het college alle belangen moet afwegen en niet mee kan gaan met bepaalde wensen.

Deze rol van het college is belangrijk om het vertrouwen van stakeholders te behouden en te vergroten. Dit vormt een stimulans voor stakeholders om ook zelf, als vanzelfsprekend aan participatie te doen en met belanghebbenden en betrokkenen het goede gesprek te voeren. Ambtelijke organisatie Is de ambtelijke organisatie beslissingsbevoegd, dan informeert zij het college. Daarnaast informeert zij de raad zo nodig over het verloop van een participatietraject. De ambtelijke organisatie voert de participatie uit voor het College en de Gemeenteraad. De ambtenaren schrijven beleid, organiseren de participatie conform het communicatie- en participatieplan en onderhouden het contact met de stakeholders van Vught. De ambtelijke organisatie draagt er zorg

19

voor dat het participatiebeleid aan blijft sluiten bij de wensen van de gemeente Vught. Dit vraagt om een actieve houding van de ambtenaren in het onderhouden van de relatie met haar stakeholders, weten wat er speelt (via bewonersgroepen, enquêtes en eventuele structurele participatie) en de bereidheid om te blijven leren. Ook is het de rol van de ambtenaren om overheidsparticipatie te stimuleren en stakeholders te begeleiden bij hun initiatief.

Hoofdstuk 3: Samen Vught maken In dit hoofdstuk staan wij stil bij de beloftes van de gemeente Vught (zie figuur 4). De input van het evaluatierapport heeft bijgedragen aan het formuleren van eisen van ons participatiebeleid. Deze spelregels zijn van toepassing op participatietrajecten die door de gemeente zelf worden geïnitieerd.

20

Figuur 4: Beloftes van Vught

Belofte 1: Wij zijn duidelijk Uit de evaluatie van de participatie komt naar voren dat stakeholders en belangengroepen duidelijkheid missen over het proces in een participatietraject. Deze onduidelijkheid is een belangrijke bron van frustratie en teleurstelling bij 21

participanten. Met onderstaande procedurele spelregels en ondersteunende hulpmiddelen proberen wij meer duidelijkheid te scheppen bij aanvang van het proces. Verwachtingenmanagement De gemeente is eerlijk, duidelijk en volledig richting de omgeving bij de aanvang van het participatietraject over het participatieproces, de kaders (financieel, wettelijk), de inspraak en het participatievraagstuk. Stakeholders weten hierdoor waar zij wel en niet over mee mogen mee praten en hoe het proces eruitziet en iedereen conformeert zich aan deze afspraken. Heldere participatievraag Uit

de

enquête

en

de

raadsdialoog

is

het

belang

van

een

heldere

projectafbakening al naar voren gekomen. Bij inwonersparticipatie raadplegen wij stakeholders om informatie op te halen. Het stellen van een heldere participatievraag is belangrijk voor een geslaagde participatie. Daarnaast vragen stakeholders om consequenties van beleid helder in kaart te brengen om stakeholders

bewust

te

maken

van

de

impact

van

verschillende

oplossingen/scenario’s of beleidskeuzes. Uit onderzoek blijkt namelijk dat ook als respondenten de onderzoeksvraag niet helemaal begrijpen, zij toch geneigd zijn om de vraag te beantwoorden (het good subject effect)4. Dit komt niet omdat respondenten het onderzoek niet serieus nemen, maar omdat zij graag willen helpen. Het gevolg is echter dat de resultaten minder bruikbaar zijn. De gemeente is zelf vaak dagelijks bezig met een onderwerp en een groep participanten is zeer betrokken en zeer deskundig. Daarnaast is er een groep participanten die zich niet op dagelijkse basis met het onderwerp van participatie bezig houdt, maar wel graag wil participeren. Aandacht blijft nodig voor het opstellen van vragen die

4

Gomm, Roger (2009). "Subject reactivity". Key Concepts in Social Research Methods. Palgrave

Macmillan. ISBN 9781137175175.

22

stakeholders wél kunnen beantwoorden om de bruikbaarheid van de uitkomsten te vergroten (false consensus effect5). Planning doorlooptijd en flexibiliteit Vanaf de start van het proces is er duidelijkheid over het participatiedoel dat wij nastreven. Welke stappen doorlopen wij gezamenlijk om tot een antwoord op de participatievraag te komen en binnen welk tijdsbestek. Ook verschaffen wij duidelijkheid over de verwachte doorlooptijd, welke mijlpalen en beslismomenten er zijn en wie eigenaar is van een activiteit. Een kleine nuance op dit thema is wel noodzakelijk. In sommige trajecten moet er ruimte zijn voor flexibiliteit in participatietrajecten, omdat de uitkomsten extra processtappen vragen en afstemming met de achterban. Dat heeft dan onvermijdelijk een langere doorlooptijd tot gevolg.

5 Ross L, Greene D, House P. The "false consensus effect": An egocentric bias in social perception

and attribution processes. Journal of Experimental Social Psychology. 1977;13(3):279-301. doi:10.1016/0022-1031(77)90049-X

23

Belangenkaart In het vorige hoofdstuk was er aandacht voor het betrekken van de juiste stakeholders en het inventariseren van hun

belangen

met

van

een

behulp

stakeholder analyse bij aanvang

van

het

participatie traject. Dit interne

product

vertalen wij naar een

Figuur 5 Belangenkaart

belangenkaart (zie figuur

5) voor de stakeholders van Vught. De belangenkaart zetten wij in als hulpmiddel om het gesprek vorm te geven en om participanten inzicht te geven in elkaars belangen. Onafhankelijke procesbegeleiding Uit het evaluatierapport komt de behoefte naar voren tot onafhankelijke procesbegeleiding tijdens participatietrajecten, zodat de projectleider de rol van observator kan aannemen en alle informatie goed kan inventariseren. Bij participatietrajecten kiezen wij daarom voor een onafhankelijke procesbegeleider die de dialoog vormgeeft tussen participanten. Uit de enquête blijkt dat stakeholders de lokale binding van procesbegeleiders erg belangrijk vinden en het liefst geen externe partijen betrekken. Daarom kiezen wij voor het opleiden van niet betrokken ambtenaren tot procesbegeleider en deze zoveel mogelijk in te zetten tijdens participatiemomenten. Rolverdeling Ambtenaren die niet bij het project betrokken zijn, collegeleden of raadsleden mogen bij een bijeenkomst aanwezig zijn, maar hebben geen actieve rol tijdens het

participatiemoment.

Dit

is

namelijk

de

rol

van

de

onafhankelijke

24

procesbegeleider. Collegeleden en, zoals eerder beschreven projectleiders, krijgen op deze manier de ruimte om te luisteren en te observeren tijdens participatiemomenten. Deze afspraken communiceren wij helder bij aanvang van de participatie. Vast aanspreekpunt Uit de evaluatie komt ook naar voren dat stakeholders en belangengroepen behoefte hebben aan een vast aanspreekpunt voor het project om de kennis te borgen en de benaderbaarheid te vergroten. Door het aanwijzen van twee vaste collega's per participatietraject is de continuïteit van het participatieproces beter geborgd. Terugkoppeling uitkomsten De gemeente Vught committeert zich er aan binnen twee weken na een participatie moment de participatieresultaten in een verslag te delen met de participanten. Hier gaat intern nog het ‘vier ogen principe’ aan vooraf. Ook delen we relevante informatie op de website wijinvught zodat het voor iedereen beschikbaar is.

Belofte 2: Wij zijn zichtbaar Onze zichtbaarheid en persoonlijke benadering vergroten is een belangrijke belofte voor de gemeente Vught. Uit de enquête blijkt dat de gemeente zichtbaarder moet zijn. Om dat te bewerkstelligen kiezen wij voor een persoonlijke uitnodiging, laagdrempelig contact en een goede terugkoppeling van de participatie resultaten. Persoonlijke uitnodiging Uit het evaluatierapport komt de behoefte naar voren van stakeholders om een persoonlijke uitnodiging te ontvangen voor een participatietraject. Wij sturen, indien mogelijk, een gerichte uitnodiging naar de ‘key stakeholders’, die uit onze

25

stakeholder analyse naar voren komen (zie figuur 2). Onze stakeholders bereiken we zelf of via organisaties, waar wij mee samenwerken, die contact kunnen leggen met stakeholders van bepaalde wijken, of bepaalde groepen als onderdeel van het participatieplan. Dat doen we via buurtgerichte benadering en door samen te werken met andere organisaties die actief zijn in een buurt/wijk of op een bepaald thema. Hierdoor krijgen wij een representatieve weergave van de stakeholders rond een project/beleidsvraagstuk. Een belangrijke aanvulling hierop is dat het ontbreken van een persoonlijke uitnodiging, geen reden is om niet mee te kunnen participeren. We informeren participanten over de participatiemomenten die wij organiseren. Bij het beoordelen van de opgehaalde input tijdens het participatiemoment wordt uiteraard rekening gehouden met de belangen. Laagdrempelig contact Uit de vorige paragraaf kwam reeds naar voren dat een vast aanspreekpunt zorgt voor continuïteit en borging van de kennis tijdens participatie. Om de zichtbaarheid te vergroten moet de uitnodiging laagdrempelige informatie bevatten met contactgegevens van de vaste aanspreekpunten van het project voor vragen/opmerkingen/complimenten. Kwaliteit terugkoppeling resultaten In belofte 1 is reeds de termijn van de verslaglegging als aandachtspunt besproken.

Stakeholders geven in de evaluatie ook aan niet tevreden te zijn met de

kwaliteit

van

de

terugkoppeling

van

de

participatieresultaten.

De

verslaglegging is een heldere weergave van de input die is opgehaald tijdens het participatiemoment. Intern gaan wij vervolgens met deze informatie aan de slag en onderzoeken de uitkomsten van het participatietraject. Hier gaat soms door aanvullende benodigde onderzoeken en afstemming tijd inzetten. Over de voortgang van dit proces blijven wij helder communiceren richting de stakeholders. Ook onderbouwen wij de door ons gemaakte keuzes goed, omdat wij de input en betrokkenheid van participanten belangrijk vinden. Na afronding van het participatietraject blijven wij in contact met de omgeving over de

26

uitkomsten, want tussen het moment van participatie, de besluitvorming en realisatie zit vaak een langer tijdspad.

Belofte 3: Wij zijn verbonden De gemeente Vught staat in contact met haar stakeholders over onderwerpen die zij belangrijk vinden. Wij willen zonder een directe aanleiding graag in gesprek met stakeholders via vormen van structurele participatie. Dit sluit aan bij de wensen van stakeholders voor een evenwichtige representatie en laagdrempelig contact. Momenteel is er al sprake van structurele participatie in verschillende samenwerkingsverbanden zoals de eerdergenoemde Adviesraad Sociaal Domein en het samenwerkingsverband met de lokale ondernemers. Het is onze wens om structurele participatie voor een bredere doelgroep in te zetten. Er zijn verschillende manieren om structurele participatie vorm te geven. In Vught kiezen wij voor een inwonerspanel. Een werkvorm die vaker wordt toegepast is een inwonerpanel. Een inwonerpanel biedt stakeholders de mogelijkheid om mee te praten over voor hun relevante thema’s. Dit zorgvuldig samengestelde inwonerpanel, een afspiegeling van Vught, wordt geconsulteerd door de gemeente. Via een digitaal panel krijgt het panellid 2 keer per jaar en incidenteel een enquête voorgelegd over actuele thema’s in onze gemeente. Deze resultaten worden vervolgens gebruikt om het beleid te optimaliseren. Het is een mooi middel om te voldoen aan de wensen van de omgeving.

Echter, wij moeten ook eerlijk zijn over de kosten die een dergelijke oplossing met zich meebrengt. Het samenstellen van het panel, het opzetten van een platform en de benodigde tijd van de ambtenaren zijn voorbeelden van kosten die gemaakt moeten worden. De komende tijd gebruiken wij om dit middel nader te onderzoeken en het financieel inzichtelijk te maken. Voor de raadsvergadering in Q2 voegen wij onze onderzoeksresultaten toe en de noodzakelijke financiële onderbouwing.

27

De bestuurlijke wens om een wijkmakelaar in te zetten wordt uitgewerkt in een pilot voor een dorpsmakelaar in Vught. De rol van dorpsmakelaar is vergelijkbaar met de die van de bedrijfscontactfunctionaris. Dit voorstel wordt separaat van het participatiebeleid onderzocht en uitgewerkt. Ook voor en met jongeren wordt op dit moment onderzocht hoe we deze doelgroep beter kunnen betrekken bij participatie.

Belofte 4: Wij zijn inclusief Wij richten onze participatietrajecten zo in dat een zo breed mogelijke groep stakeholders zich welkom en betrokken voelen. Uit ons evaluatierapport blijkt dat er extra aandacht moet uitgaan naar de doelgroepen die ondervertegenwoordigd blijven tijdens participatiemomenten. Onder deze doelgroepen verstaan wij jongeren, inwoners met een taalachterstand of stakeholders met een beperking. Uit ons evaluatierapport blijkt ook dat er aandacht in het beleid moet zijn voor het vergroten van de representativiteit onder de doelgroepen die het vertrouwen zijn kwijtgeraakt in de overheid, mensen die andere zaken aan hun hoofd hebben en mensen met drukke agenda’s (bijv. mantelzorgers en jonge ouders). Door een combinatie van online en offline communicatiemiddelen in te zetten en te communiceren in begrijpelijke taal, proberen we bovengenoemde groepen beter te bereiken. Stakeholders met een beperking Mensen met een visuele, auditieve en verstandelijke beperking betrekken wij actief. Voor ons participatiebeleid staat het uitgangspunt “Design for all” centraal. Dat betekent dat wij bij de organisatie van digitale en live participatiemomenten rekening houden met de beperkingen van onze stakeholders. Wij houden bij een participatiemoment rekening met de volgende criteria: -

Fysieke toegankelijkheid: geschikt voor rollators en rolstoelen en voor mensen met een zintuigelijke beperking

-

Digitale toegankelijkheid: Vragenlijsten en uitnodigingen moeten voldoen aan toegankelijkheidseisen voor mensen met een beperking

28

-

Bereikbaarheid: Makkelijk vindbaar en bereikbaar voor stakeholders en het liefst zo dicht mogelijk bij de projectlocatie (in het geval van ruimtelijke ontwikkeling)

-

Benaderen van de doelgroepen expliciet of persoonlijk

Duidelijke taal Een voorwaarde om te participeren is het begrijpen van de vraag die gesteld wordt. Het is onze doelstelling om participatie en communicatie toegankelijk te maken voor alle stakeholders om de drempel tot deelname te verlagen. Het schrijven op taalvaardigheidsniveau B1 is een methode die teksten toegankelijker maakt voor een groter publiek. De verantwoordelijkheid voor het taalkundig toegankelijk maken van een participatiemoment ligt bij de afzonderlijke projectleiders.

De

communicatieafdeling

voert

de

eindredactie

op

een

toegankelijke uitnodiging voor een participatietraject en communicatie via de gemeentelijke kanalen. Voor nieuwe medewerkers, die te maken hebben met participatie, stellen wij cursusonderdelen op het gebied van B1-schrijven, verplicht. Variatie werkvormen Uit het evaluatierapport komt naar voren dat de representativiteit mag worden vergroot voor Vught. Wij kiezen voor laagdrempelige participatie door keuzes te maken in passende werkvormen en proberen zo doelgroepen die normaal niet zichtbaar of hoorbaar zijn tijdens participatiemomenten te bereiken. In de toolbox

participatie staan verschillende werkvormen die kunnen worden ingezet om het participatiedoel te bereiken. De adviseur participatie helpt bij het kiezen van een passende werkvorm voor een participatietraject. Representativiteit Het doel van participatie is niet een representatieve groep betrekken, maar de gemeente moet wel inzicht geven in hoeverre een betrokken groep stakeholders representatief is. Bij overheidsparticipatie kan een initiatief tot stand komen door

29

een niet representatieve groep. De initiatiefnemer kan aan de hand van een stakeholder analyse en een belangen-invloed matrix inzichtelijk maken hoe verschillende stakeholders betrokken zijn of betrokken moeten worden. Belangrijk om te benoemen is dat ook een niet representatieve groep bijvoorbeeld met een kostenbesparend voorstel kan komen, waar alle stakeholders baat bij hebben.

Belofte 5 Wij werken samen Veelal betrekken wij participanten bij een bepaald vraagstuk of project (inwonersparticipatie) op projectmatige basis. Andersom betrekken participanten de gemeente op het moment dat ze een initiatief nemen in hun leefomgeving (overheidsparticipatie). Ook onze vijfde en laatste belofte hangt samen met de uitkomsten van het evaluatierapport. Stakeholders geven aan dat zij graag meer inspraak willen hebben tijdens participatiemomenten. Door de samenwerking op te zoeken met de omgeving worden deze belangen goed verwerkt en meegenomen. De juiste participatietrede is maatwerk Vanaf de trede van Meedenken is een vorm van inspraak mogelijk voor de omgeving. De gemeente Vught kiest per participatietraject voor een passende participatietrede van Mee met als startpunt Meeweten. Waar mogelijk gaat de gemeente op de Trede van Meedenken en Meedoen participeren. Op kleinere schaal in herinrichtingsprojecten is Meebeslissen voor de omgeving mogelijk. Meedenken Het verzamelen en inventariseren, door de gemeente, van informatie bij participanten gebeurt op het niveau van de trede Meedenken. Een voorbeeld hiervan is input verkrijgen door middel van een enquête.

Meedoen

30

Een passende trede van Mee kan bereikt worden door het aangaan van de dialoog op de trede Meedoen. Op welke trajecten de werkvormen uit de deliberatieve democratie kunnen worden ingezet is afhankelijk van verschillende factoren. Deze trede van participatie zorgt voor een betere onderbouwing van argumenten, feiten en het verkrijgen van specifieke (en onmisbare) lokale kennis. Het eerder toegepaste burgerberaad is een voorbeeld van een middel om de dialoog met participanten op het niveau van Meedoen aan te gaan. Meebeslissen Participatie op het hoogste niveau (meebeslissen) is mogelijk bij vraagstukken waarbij het beslissingsbevoegde orgaan de beslissingsbevoegdheid bij inwoners heeft neergelegd. In de praktijk hangt dat samen met de aard van het project, zoals de keuze voor bepaalde soorten groen binnen gestelde kaders. Bij unanimiteit

kan

de

keuze

worden

overgenomen.

Anders

beslist

het

beslissingsbevoegde orgaan.

31

Hoofdstuk: 4 Vervolg In dit hoofdstuk staan wij stil bij beleidsvoorstellen die wij in voorgaande hoofdstukken

hebben

gemaakt.

De

financiële

consequenties

van

onze

beleidsvoorstellen komen aan bod in een vervolgdocument: Het uitvoeringsplan. Hierin benoemen we welke concrete maatregelen we nemen en wat we hier organisatorisch

voor

moeten

regelen.

Maatregelen

zonder

financiële

consequenties kunnen we direct uitvoeren. Indien wel extra middelen benodigd zijn wordt hiervoor een integrale afweging gemaakt bij de Kadernota 2025-2028 dan wel de Programmabegroting 2025.

32

4.1 Beleidsvoorstellen Onderstaande beleidsvoorstellen komen voort uit het participatiebeleid en verdienen een nadere toelichting. Ze zijn ingedeeld op inzet medewerkers, opleiding en de benodigde middelen. Inzet medewerkers -

Inzet notulisten Wij

benoemen

intern

notulisten

die

ons

van

dienst

zijn

bij

participatietrajecten. De notulisten doen onafhankelijk en objectief verslag van hetgeen er is gezegd volgens de regels uit belofte 1. Opleiding -

Onafhankelijke procesbegeleiding In belofte 1 geven wij invulling aan de wens tot onafhankelijke procesbegeleiding,

door

iemand

met

een

lokale

binding,

bij

participatietrajecten. Binnen de ambtelijke organisatie investeren wij daarom in het opleiden/trainen van een pool van onafhankelijke voorzitters/begeleiders bij participatietrajecten. Hiervoor moet samen met de participatie adviseur een passende opleiding worden geselecteerd en er moet tijd/budget vrij worden gemaakt. -

Erkende training op het gebied van participatie Intern

draagvlak

onder

de

ambtelijke

organisatie/het

bestuur/de

gemeenteraad en het college op het gebied van participatie, is onmisbaar voor een goed functionerend participatiebeleid. Daarom volgen alle collega’s (die met participatie te maken hebben) een geselecteerde opleiding op het gebied van participatie. Voor de projectleiders/het management, de gemeenteraad en het college wordt een eenmalige live participatie workshop georganiseerd om het kennisniveau te vergroten. -

Kennisdeling participatiebeleid

33

Eenmalig en vervolgens naar behoefte, gaat de adviseur participatie bij alle teams in de ambtelijke organisatie langs om collega’s mee te nemen in ons nieuwe participatiebeleid en vragen te beantwoorden. -

Campagnes B1 niveau schrijven De aanspreekpunten van de participatietrajecten trainen wij in het schrijven volgens niveau B1. Hiervoor is een cursus beschikbaar in de Vught Academy die zij moeten volgen.

Participatie tools -

Opzetten Inwonerpanel In belofte 3 geven wij aan een inwonerpanel te willen onderzoeken als mogelijke oplossing voor structurele participatie.

Organisatie -

Mandaat In belofte 1 zeggen wij dat de gemeente duidelijk en volledig is bij aanvang van

het

participatieproces

samenhangende

wettelijke,

over

het

ruimtelijke

inspraakniveau en

en

financiële

de

daarmee

kaders.

Deze

duidelijkheid verschaffen wij door een heldere communicatie, maar ook een duidelijke bevoegdhedenregeling. Wie is waarvoor verantwoordelijk? De beloftes die we doen moeten overeenkomen met de bevoegdheden die de raad, het college of de organisatie hebben.

4.2 Vervolg documenten Uit interne gesprekken onder collega’s blijkt dat er behoefte is aan een praktische handleiding voor participatie. Wij stellen voor om een leidraad op te stellen om praktische

handvatten

voor

participatie

te

geven

voor

overheid–

en

34

inwonersparticipatie. Deze leidraad heeft als doel meer in te gaan op de processtappen, spelregels en rollen bij participatie. Elk participatietraject begint met een analyse van het vraagstuk: wie moeten betrokken worden en wat valt er te kiezen? Daaruit volgt de keuze voor een aanpak en voor participatieinstrumenten. Dit document wordt in Q3 2024 opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan het college. De Participatie- en Inspraakverordening uit 2008 verdient ook een update en het uitdaagrecht nemen wij hierin mee. Afhankelijk van de landelijke besluitvorming gaan wij dit opnemen in onze Participatieverordening, met inbegrip van de voorwaarden die hieraan verbonden worden. De nieuwe verordening wordt in Q3 2024 uitgewerkt en vervolgens aan de raad voorgelegd.

35

Bijlage 1 Wegingskader Think!-Twice In 2.1 wordt het wegingskader Think!-Twice geïntroduceerd. Deze tool biedt, voorafgaand aan een project, een grondig denkproces om te komen tot een goed participatiekader met het projectteam. De tool is een middel om in teamverband kritisch na te denken over de doelen, betrokkenen, verantwoordelijkheden en omgang met de uitkomsten bij participatie. Het behandelt de belangrijkste vragen en checkvragen om tot een samenhangend participatieproces te komen en levert een rapportage op van de ingevulde antwoorden. Deze tool is niet ingericht op advies geven, omdat het de complexe afwegingen rond een participatietraject hiermee te kort doet. Hieronder volgt een globale uitwerking van de te doorlopen stappen in het wegingskader met de tool:.

1. Wat willen wij met participatie bereiken op dit project? Participatie is maatwerk en daarom staan wij bij ieder initiatief stil bij de doelstellingen van participatie. Wat willen wij met dit participatie traject bereiken? Voor de gemeente Vught gelden de volgende doelstellingen van participatie: -

Het informeren van de omgeving

-

Een inhoudelijk beter plan maken met de inbreng van stakeholders

-

Soepele en zorgvuldige besluitvorming?

-

De zeggenschap van stakeholders vergroten

2. Wie betrekken wij bij participatie voor dit project? Is er sprake van een geografische afbakening van stakeholders, bedrijven en instellingen of is iedereen welkom zijn inbreng te geven? In de beloftes van Vught wordt nader ingegaan op dit thema.

36

3. Wie is er verantwoordelijk voor de participatie op dit project? Wie is er verantwoordelijk voor het participatietraject? Is dat de initiatiefnemer, de samenleving of de gemeente). 4. Hoe gaan wij om met de opbrengsten van dit project? Wat doen wij met de uitkomsten van het beleid? Zijn deze bindend een zwaarwegend advies of slechts indicatief? (Optioneel)Welke rol heeft de gemeenteraad tijdens het participatie traject? Aan de voorkant moeten heldere afspraken gemaakt worden over de rol van de gemeenteraad tijdens een participatieproces.

Figuur 6 Think!-Twice

37

Tips:6 -

Doorloop deze lijst samen met het projectteam voor een beter resultaat. Door met elkaar in gesprek te gaan ontstaat een beter participatie kader.

-

Doorloop, als het kan, de THINK!-Twice samen met je bestuurlijke en ambtelijke opdrachtgever voor een beter resultaat

-

THINK!-Twice

is

met

name

interessant

als

je

met

een

complex

participatieproces te maken hebt. De complexiteit van het participatieproces kan gecheckt worden met de THINK!-Consistent tool.

Geraadpleegde bronnen •

VPNG (z.d.) THINK!-!Twice: Geraadpleegd op 16 februari 2024, van THiNK twice (vpng.nl)

6

VPNG (z.d.) THINK!Twice: van THiNK twice: THiNK twice (vpng.nl)

38

•

Eerste Kamer der Staten Generaal (z.d.) Gewijzigde motie Nooren (PvdA)

over verplichte opstelling van het participatiebeleid. Gewijzigde motieNooren (PvdA) c.s. over verplichte opstelling van participatiebeleid (34.986, AA, was letter X) - Eerste Kamer der Staten-Generaal. •

Gomm, Roger (2009). "Subject reactivity". Key Concepts in Social Research Methods. Palgrave Macmillan. ISBN 9781137175175.

•

Ross L, Greene D, House P. The "false consensus effect": An egocentric bias in social perception and attribution processes. Journal of Experimental

Social Psychology. 1977;13(3):279-301. doi:10.1016/0022-1031(77)90049-X •

Eerste Kamer der Staten Generaal (z.d.) Gewijzigde motie Nooren (PvdA)

over verplichte opstelling van het participatiebeleid. Gewijzigde motieNooren (PvdA) c.s. over verplichte opstelling van participatiebeleid (34.986, AA, was letter X) - Eerste Kamer der Staten-Generaal.

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=2b0155c7-950e-464a-b3a1-86c9158fb4a5