CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Overzicht wijzigingen

Raadsvergadering 10 oktober 2024, gemeente VughtBij agendapunt: Verordening tot wijziging Algemene Plaatselijke Verordening (APV) Vught 2022 (2e wijziging)8.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Artike

Titel

Bestaande tekst

Voorstel wijziging

Toelichting

Definities

–

a. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen

In dit onderdeel wordt een definitie van

l APV 1.1

daaronder wordt verstaan in de bijlage,

beperkingengebiedactiviteit opgenomen in artikel

onder A, bij de Omgevingswet;

1:1, waarbij wordt verwezen naar de bijlage, onder A, bij de Ow. Dit begrip komt voor in diverse artikelen van de APV. Volgens genoemde bijlage is een beperkingengebied een bij of krachtens de wet aangewezen gebied waar vanwege de aanwezigheid van een werk of object regels gelden over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor dat werk of object. Een beperkingengebiedactiviteit is een activiteit binnen een beperkingengebied In diverse artikelen van de APV staat dat een verbod niet van toepassing is op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de waterschapskeur of de provinciale wegenverordening of het provinciaal wegenreglement. Dat wordt dan vervangen door de tekst dat het verbod niet van toepassing is op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot

een weg of waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Ow, provinciale omgevingsverordening of waterschapsverordening. Technische wijziging 1.1

Definities

b. bevoegd gezag: bestuursorgaan

c.

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het

In de APV wordt deze term niet meer gebruikt.

dat bevoegd is tot het nemen van

nemen van een besluit ten aanzien van

Dit komt doordat het begrip ‘bevoegd gezag’

een besluit ten aanzien van een

een omgevingsvergunning als bedoeld in voorheen werd aangehaakt bij de Wabo.

omgevingsvergunning als bedoeld

de Omgevingswet;

in artikel de Wet algemene

Het college is het bevoegd gezag voor bepalingen

bepalingen omgevingsrecht of ten

opgenomen in het Omgevingsplan. Artikel 2.1 lid 2

aanzien van een al verleende

van het Omgevingsbesluit sluit enkele

omgevingsvergunning;

verordeningen en regels uit van opname in het omgevingsplan. Niet in het omgevingsplan worden regels opgenomen die zijn grondslag hebben in de artikelen 151a, eerste lid, 151b, eerste lid, 151c, eerste lid, 151d, eerste lid, en 154a, eerste lid; de artikelen 154, eerste lid, en 154b, eerste lid; artikel 172, tweede lid, en artikel 174, derde lid en artikel 216 van de Gemeentewet. Uit de nota van toelichting bij artikel 2.1 volgt dat de opsomming uit dit lid niet limitatief is. Dit omdat er ook

andere regels die niet in het omgevingsplan mogen worden opgenomen die hun grondslag vinden in een exclusief wettelijk kader buiten de Omgevingswet. De genoemde artikelen uit de gemeentewet hebben betrekking op activiteiten in de fysieke leefomgeving maar worden hoofdzakelijk gesteld met het oog op de openbare orde en veiligheid. Veelal is hierbij ook de burgemeester en niet het college of de raad het orgaan dat het besluit neemt. Technische wijziging 1.1

Definities

c.

bouwwerk: hetgeen daaronder

d. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt

wordt verstaan in artikel 1.1,

verstaan in de bijlage, onder A, bij de

eerste lid van de

Omgevingswet;

Technische wijziging

Bouwverordening; 1.1

Definities

f.

gebouw: hetgeen in artikel 1,

g. gebouw: hetgeen daaronder wordt

eerste lid, onder c, van de

verstaan in bijlage I bij het Besluit

Woningwet daaronder wordt

bouwwerken leefomgeving;

Technische wijziging

verstaan; 1.2

Beslistermijn

4. In afwijking van het tweede lid is

4. Dit artikel is niet van toepassing op een

Voor vergunningen of ontheffingen die een

artikel 3.9 van de Wet algemene

aanvraag om een omgevingsvergunning.

omgevingsvergunning zijn, geeft de Ow een

bepalingen omgevingsrecht van

uitputtende regeling voor de in deze artikelen

toepassing indien beslist wordt op

geregelde onderwerpen: over de beslistermijnen

een aanvraag om een vergunning

in de paragrafen 16.5.2 en 16.5 3 van de Ow, over

of ontheffing als bedoeld in artikel

het nakomen van de voorschriften in artikel 5.5

2:10, vierde lid, of een vergunning

van de Ow (eventueel in samenhang met artikel

als bedoeld in artikel 2:11, tweede

22.8 van de Ow en artikel 2.1a van het

lid, of artikel 4:11.

Omgevingsbesluit), voor wie de omgevingsvergunning geldt in artikel 5.37 van de Ow en over intrekking of wijziging van een omgevingsvergunning in paragraaf 5.1.5 van de Ow. En: in de APV zijn geen omgevingsvergunningen meer opgenomen. Technische wijziging

1.4

Voorschriften en

–

3. Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag om een omgevingsvergunning.

beperkingen

In de APV zijn geen omgevingsvergunningen meer opgenomen. Technische wijziging

1.5

Persoonlijk karakter van

–

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

In de APV zijn geen omgevingsvergunningen meer opgenomen.

vergunning of ontheffing

Technische wijziging

1.6

Intrekking of

–

2. Het eerste lid is niet van toepassing op een omgevingsvergunning.

wijziging van

In de APV zijn geen omgevingsvergunningen meer opgenomen.

vergunning of

2:10

ontheffing

Technische wijziging

Voorwerpen op of 1. Het is verboden zonder vergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van

Zie toelichting bij 1.1 en;

aan de weg of

van het bevoegde bestuursorgaan

het bevoegde bestuursorgaan de weg of

openbare plaats

de weg of een weggedeelte anders

een weggedeelte anders te gebruiken dan voor een deel van de bepaling

te gebruiken dan overeenkomstig

overeenkomstig de publieke functie

geldt dat deze uiteindelijk in het omgevingsplan

de publieke functie daarvan.

daarvan.

moet worden opgenomen. In een deel van de

2. De vergunning wordt verleend als 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8

gevallen waarbij voorwerpen op of aan de weg of

omgevingsvergunning door het

kan een vergunning worden geweigerd:

een openbare plaats worden gezet, zal het om

bevoegd gezag als het in het

a. als het beoogde gebruik schade

een langdurige of herhaalde handeling gaan.

eerste lid bedoelde gebruik een

toebrengt of kan toebrengen aan de

Verder zal de handeling in die gevallen

activiteit betreft als bedoeld in

weg, gevaar oplevert voor de

ook planbaar en voorzienbaar zijn en kan het

artikel 2.2, eerste lid, onder j of k,

bruikbaarheid van de weg of voor het zelfs betrekking hebben op het plaatsen van

van de Wet algemene bepalingen

doelmatig en veilig gebruik daarvan,

omgevingsrecht.

dan wel een belemmering kan vormen op een manier waardoor de fysieke leefomgeving

2. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd:

voorwerpen

voor het doelmatig beheer en

(langdurig) wijzigt. Opname van een regel

onderhoud van de weg;

met die strekking is uitsluitend toegestaan in het

b. als het beoogde gebruik hetzij op

omgevingsplan (op grond van artikel 2.1, eerste

zichzelf, hetzij in verband met de

lid, van het Omgevingsbesluit jo. artikel 2.7,

schade toebrengt aan de weg,

omgeving niet voldoet aan redelijke

eerste lid, van de Omgevingswet).

gevaar oplevert voor de

eisen van welstand; of

a. als het beoogde gebruik

bruikbaarheid van de weg of

c.

in het belang van de voorkoming of

Daar komt bij dat in het artikel is opgenomen dat

voor het doelmatig en veilig

beperking van overlast voor

het plaatsen van voorwerpen niet is toegestaan

gebruik daarvan, dan wel een

gebruikers van een in de nabijheid

als

belemmering kan vormen voor

gelegen onroerende zaak.

dat niet in overeenstemming is met de functie

3. Het verbod is niet van toepassing op:

van de weg. Het lijkt zodoende ook om een regel

het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;

a. evenementen als bedoeld in artikel

b. als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband

2:24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27,

met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van

c.

welstand; of c.

in het belang van de

gaan die gesteld is om de verenigbaarheid van deze activiteit met de functie(s) van de weg te

tweede lid;

regelen.

standplaatsen als bedoeld in artikel

Een dergelijke regel kan gekwalificeerd worden

5:17;

als een regel die gesteld wordt met het oog op

d. sandwichborden als bedoeld in artikel de evenwichtige toedeling van functies aan

voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van

te

2.10a; e. voorwerpen of stoffen waarop

locaties. Artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet

een in de nabijheid gelegen

gedachten of gevoelens worden

stelt dat het omgevingsplan in ieder geval deze

onroerende zaak.

geopenbaard;

regels moet bevatten.

3. Het college kan in het belang van

f.

door het college aan te wijzen

de openbare orde of de woon- en

categorieën van voorwerpen;

leefomgeving nadere regels stellen

g. beperkingengebiedactiviteiten met

voor terrassen, uitstallingen en

betrekking tot een weg of

reclameborden.

waterstaatswerk waarvoor regels zijn

4. Het verbod in het eerste lid is niet

gesteld bij of krachtens de

van toepassing op:

Omgevingswet, de provinciale

a. evenementen als bedoeld in

omgevingsverordening of de

artikel 2.24; b. terrassen als bedoeld in artikel 2:27, tweede lid;

waterschapsverordening. h. overige gevallen waarin krachtens een wettelijke regeling een

Technische wijziging

c.

standplaatsen als bedoeld in

vergunning voor het gebruik van de

artikel 5.17;

weg is verleend.

d. voor sandwichborden als bedoeld in artikel 2.10a; e. door het college aan te wijzen f.

i.

gevallen indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, de fysieke leefomgeving wijzigt, als bedoeld in

categorieën van voorwerpen;

artikel 2.1, eerste lid, van het

overige gevallen waarin

Omgevingsbesluit.

krachtens een wettelijke

4. De weigeringsgrond, bedoeld in het

regeling een vergunning voor

tweede lid, onder a, is niet van toepassing

het gebruik van de weg is

als in het daarin geregelde onderwerp

verleend.

wordt voorzien door artikel 5 van de

5. Het verbod in het eerste lid is niet

Wegenverkeerswet 1994.

van toepassing op situaties waarin 5. De weigeringsgrond, bedoeld in het wordt voorzien door de Wet beheer

tweede lid, onder b, is niet van toepassing

rijkswaterstaatswerken, artikel 5

op bouwwerken.

van de Wegenverkeerswet 1994 of 6. De weigeringsgrond, bedoeld in het de provinciale wegenverordening,

tweede lid, onder c, is niet van toepassing

of het provinciaal wegenreglement.

als in de voorkoming van overlast wordt

6. De weigeringsgrond, bedoeld in het derde lid, onder b, is niet van toepassing op bouwwerken. 7. De weigeringsgrond, bedoeld in

voorzien door de Wet milieubeheer. 7. Op de aanvraag om een vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

het derde lid, onder c, is niet van

bestuursrecht (positieve fictieve

toepassing als in de voorkoming

beschikking bij niet tijdig beslissen) van

van overlast wordt voorzien door

toepassing.

de Wet milieubeheer.

8. Op aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing 2:11

(Omgevings)verg 1. Het is verboden zonder of in

1. Het is verboden zonder of in afwijking van Zie toelichting bij 1.1 en;

unning voor het

afwijking van een vergunning van

een vergunning van het bevoegde

aanleggen,

het bevoegde bestuursorgaan een

bestuursorgaan een weg aan te leggen,

artikel 2.1, eerste lid, van het Omgevingsbesluit

beschadigen en

weg aan te leggen, de verharding

de verharding daarvan op te breken, in

bepaalt dat regels over activiteiten die

veranderen van

daarvan op te breken, in een weg

een weg te graven of te spitten, aard of

onderdelen

een weg

te graven of te spitten, aard of

breedte van de wegverharding te

van de fysieke leefomgeving wijzigen alleen in

breedte van de wegverharding te

veranderen of anderszins verandering te

het omgevingsplan kunnen worden opgenomen.

veranderen of anderszins

brengen in de wijze van aanleg van een

Deze bepaling sluit voor gemeenten uit dat een

verandering te brengen in de wijze

weg.

regel opgenomen wordt in een verordening.

van aanleg van een weg. 2. De vergunning wordt verleend:

2. Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan Daarnaast moet een onderscheid worden

als omgevingsvergunning door het

of openbaar lichaam werkzaamheden

gemaakt tussen het wijzigen van onderdelen van

bevoegd gezag, als de activiteiten

worden verricht.

de fysieke leefomgeving

zijn verboden bij een

3. Het verbod is voorts niet van toepassing

bestemmingsplan,

op beperkingengebiedactiviteiten met

risico’s. Ook voor het veroorzaken van emissies,

beheersverordening,

betrekking tot een weg of

hinder of risico’s geldt dat dit niet onder het

exploitatieplan of

waterstaatswerk waarvoor regels zijn

gebod valt.

voorbereidingsbesluit.

gesteld bij of krachtens de

3. Het verbod is niet van toepassing

Omgevingswet, de provinciale

en het veroorzaken van emissies, hinder of

Na de overgangsperiode vervalt artikel 22.4 van

voor zover in opdracht van een

omgevingsverordening of de

de Omgevingswet, waardoor bepalingen die in

bestuursorgaan of openbaar

waterschapsverordening of op situaties

strijd zijn met de Omgevingswet of daarop

lichaam werkzaamheden worden

waarin wordt voorzien door artikel 5 van

gebaseerde regelgeving, op grond van artikel 122

verricht.

de Wegenverkeerswet 1994, de

van de Gemeentewet van rechtswege vervallen.

4. Het verbod is voorts niet van

Wegenwet, het Wetboek van Strafrecht of

toepassing op situaties waarin

het bepaalde bij of krachtens de

wordt voorzien door het Wetboek

Telecommunicatiewet.

van Strafrecht, de Wegenwet, de

Technische wijziging

4. Op de vergunning bedoeld in het eerste

Wet beheer

lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene

rijkswaterstaatswerken, de

wet bestuursrecht (positieve fictieve

provinciale wegenverordening, de

beschikking bij niet tijdig beslissen) van

waterschapskeur of de Algemene

toepassing.

verordening ondergrondse infrastructuren (AVOI). 5. Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. 2:12

Maken of

3. Het verbod in het eerste lid is niet 3. Het verbod is niet van toepassing op

Zie hierboven ( voor de bepaling uit artikel 2:12

veranderen van

van toepassing op situaties waarin

beperkingengebiedactiviteiten met

geldt eveneens dat als deze niet voor het einde

een uitweg

wordt voorzien door de Wet beheer

betrekking tot een weg of

van de overgangstermijn in het omgevingsplan

rijkswaterstaatswerken, de

waterstaatswerk waarvoor regels zijn

worden opgenomen, de regel na de

waterschapskeur of de provinciale

gesteld bij of krachtens de

overgangsperiode van rechtswege vervalt.)

wegenverordening of het

Omgevingswet, provinciale

provinciaal wegenreglement.

omgevingsverordening of

Technische wijziging

waterschapsverordening. 2:21

Voorzieningen

2. Het eerste lid is niet van

2. Het eerste lid is niet van toepassing op

voor verkeer en

toepassing op situaties waarin

situaties waarin wordt voorzien door

verlichting

wordt voorzien door de

hoofdstuk 10 van de Omgevingswet.

Technische wijziging

Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht. 2:28

Exploitatievergun a. de exploitatie van de openbare ning openbare

inrichting in strijd is met een

inrichting

geldend bestemmingsplan,

a. de exploitatie van de openbare inrichting

Technische wijziging

in strijd is met het omgevingsplan.

beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 2:29

Sluitingstijden

5. Het eerste en het derde lid zijn

5. Het eerste en het derde lid zijn niet van

niet van toepassing op situaties

toepassing op situaties waarin bij of

waarin bij of krachtens de Wet

krachtens de Omgevingswet is voorzien.

Technische wijziging

Milieubeheer is voorzien. 2:39

Speelgelegenhed b. de exploitatie van een en

speelgelegenheid in strijd is met een geldend bestemmingsplan.

b. de exploitatie van een speelgelegenheid in strijd is het omgevingsplan.

Technische wijziging

2:40a

Verbod

g. indien de vestiging of de

exploiteren

exploitatie in strijd is met een

bedrijf zonder

geldend bestemmingsplan, een

benodigde

geldende

vergunning

Leefmilieuverordening/beheersver

1. indien de vestiging of de exploitatie in

Technische wijziging

strijd is met een geldend omgevingsplan; f.

indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend omgevingsplan;

ordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en/of; f.

indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een geldende Leefmilieuverordening/beheersver ordening of een geldende omgevingsvergunning in de zin van artikel 2.1 lid 1 onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

2:50a

Messen en

–

1. Het is verboden op door het college

Het doel van het artikel is bescherming te

andere

aangewezen openbare plaatsen of in

kunnen bieden tegen mogelijke aantasting van

voorwerpen als

daaraan grenzende voor het publiek

de openbare orde en veiligheid door het bij zich

steekwapen

openstaande gebouwen of op bij die

hebben (dragen) van messen en andere

gebouwen behorende erven messen of

voorwerpen die als steekwapen kunnen worden

andere voorwerpen die als steekwapen

gebruikt te verbieden. Het college kan hiervoor

kunnen worden gebruikt, bij zich te

een aanwijzingsbesluit nemen. Het artikel is een

hebben.

aanvulling op de Wet wapens en munitie (Wwm)

2. Het verbod geldt niet voor messen of

en verbiedt het bij zich hebben van andere dan in

voorwerpen die zodanig zijn ingepakt dat

de Wwm aangeduide messen of van voorwerpen

zij niet voor onmiddellijk gebruik gereed

die als steekwapen kunnen worden gebruikt,

zijn.

maar waarbij nog geen sprake is van een situatie

3. Dit artikel is niet van toepassing voor

waarin, gelet op hun aard of de omstandigheden

zover het wapens betreft als bedoeld in

waaronder deze voorwerpen worden

artikel 2 van de Wet wapens en munitie.

aangetroffen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij zijn bestemd om letsel aan personen toe te brengen of te dreigen. Hierdoor kan, indien en waar nodig, aantasting van de openbare orde preventief worden voorkomen en wordt de veiligheid bevorderd.

Inhoudelijke wijziging 2:59

Gevaarlijke honden

–

5. In aanvulling op het in lid 1 bepaalde

Behoefte vanuit de afdeling Vergunningen en

geldt dat de burgemeester de eigenaar of Veiligheid.. Momenteel mist er een juridische houder van die hond kan opdragen bij de

grondslag om hondeneigenaren te verplichten

hond een gedragstest (risico-

om bij de hond een gedragstest af te laten

assessment) te laten afnemen bij een

nemen. Willen wij een gevaarlijke hond in beslag

door de burgemeester aangewezen

nemen dient daar eigenlijk wel een gedragstest

deskundige om zicht te krijgen op het

aan ten grondslag te liggen. Met het ontbreken

karakter en het gedrag van de hond. De

van een dergelijke bevoegdheid voor het

kosten van deze gedragstest zijn voor

opleggen van een gedragstest komen wij dus

rekening van de eigenaar.

feitelijk ook nooit toe aan het in beslag nemen van een hond. Inhoudelijke wijziging

2:60

2:71

Houden van

2. Behoudens het bepaalde in het

2. Behoudens het bepaalde in het eerste lid Technische wijziging

hinderlijke of

eerste lid is het verboden op door

is het verboden op door het college ter

schadelijke

het college ter voorkoming of

voorkoming of opheffing van overlast of

dieren

opheffing van overlast of schade

schade aan de openbare gezondheid

aan de openbare gezondheid

aangewezen plaatsen, buiten een

aangewezen plaatsen, buiten een

inrichting in de zin van de Wet

inrichting in de zin van de Wet

milieubeheer, zoals die wet luidde direct

milieubeheer, bij dat

voorafgaand aan de inwerkingtreding van

aanwijzingsbesluit aangeduide

de Omgevingswet, bij dat

dieren:

aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:

Definitie

In deze afdeling wordt onder

In deze afdeling wordt onder

Bij ministeriële regeling op grond van artikel

consumentenvuurwerk verstaan wat

consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit wordt bepaald

daaronder wordt verstaan in het

op grond van artikel 2.1.1 van het

Vuurwerkbesluit.

Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk mag worden gesteld.

welk vuurwerk aan particulieren beschikbaar

dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.

Technische wijziging

2:80

Sluiting voor

–

1. De burgemeester kan in het belang van

Al meer dan tien jaar werken gemeenten en de

publiek

de openbare orde of ter voorkoming of

provincie Noord-Brabant samen met

openstaand

beperking van overlast of nadelige

overheidspartners zoals politie, OM en

gebouw of

beïnvloeding van het woon- of leefklimaat Belastingdienst onder het RIEC-convenant aan

bijbehorend erf

besluiten tot de gehele of gedeeltelijke

de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Deze

sluiting van een voor het publiek

integrale aanpak, ondersteund door Taskforce-

openstaand gebouw of een bij dat

RIEC, richt zich op zowel preventie als repressie.

gebouw behorend erf .

Hoewel de weerbaarheid van overheden al wordt

2. Het eerste lid is niet van toepassing op

versterkt, ontbreekt een gezamenlijk basisniveau

situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of waaraan alle Brabantse gemeenten en de artikel 13b van de Opiumwet voorziet.

provincie zich committeren. De 'Brabantse norm

3. De burgemeester brengt een afschrift van weerbare overheid' moet zorgen voor een zijn besluit aan op of nabij de toegang

uniforme aanpak om criminaliteit effectief tegen

van het voor het publiek openstaande

te gaan en de democratische rechtsstaat te

gebouw of het bij dat gebouw behorende

beschermen. Het hebben van actueel beleid en

erf.

het consequent uitvoeren daarvan is

4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het

noodzakelijk voor de betrouwbaarheid van de

afschrift wordt aangebracht en

overheid. In het kader van weerbaarheid is van

aangebracht blijft, zolang de sluiting van

belang dat de ‘gereedschapskist goed gevuld is’,

kracht is.

zodat bestuurlijk instrumentarium kan worden

5. Het is verboden een gesloten gebouw of

ingezet om ondermijning te voorkomen en

erf te bezoeken, als bezoeker daarin of

bestrijden. Voor gemeenten geldt dat zij in hun

daarop te verblijven of een bezoeker

APV minimaal de zogeheten

daarin of daarop te laten verblijven

‘ondermijningsartikelen’ opgenomen hebben uit

zonder toestemming van de

het door de Vereniging van Nederlandse

burgemeester.

Gemeenten voorgestelde model.

6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden

Het is belangrijk om deze artikelen op te nemen

feiten en omstandigheden hiertoe

in Vught om toe te kunnen passen waar en

aanleiding geven en voldoende garanties

wanneer nodig, zodat we investeren op een

aanwezig zijn dat geen herhaling van de

weerbare overheid tegen ondermijning, een

feiten of gedragingen die tot sluiting

gezamenlijk basisniveau (de dijken even hoog).

hebben geleid, zal plaatsvinden.

Door de artikelen op te nemen in onze APV, voldoen we tevens aan de ‘Brabantse norm voor een weerbare overheid’, die door de Provincie Noord-Brabant is opgelegd aan alle gemeenten in Noord-Brabant. Het artikel geeft de burgemeester de mogelijkheid over te gaan tot sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of daarbij behorend erf als overlast, verstoring van de openbare orde of aantasting van het woon- en leefklimaat dreigt. De burgemeester kan met behulp van artikel 2:80 optreden als in of vanuit een voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages,

autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Ook geeft het artikel de burgemeester de mogelijkheid om op te treden als er in of vanuit een pand (niet zijnde een woning) wordt gegokt, waarvoor geen toestemming is gegeven op grond van de Wet op de Kansspelen. Als sprake is van een illegaal gokpand is zonder meer sprake van een aantasting van de openbare orde (in ruime zin te verstaan). Gokpanden die tevens als woning in gebruik zijn, kunnen niet op basis van dit artikel uit de APV worden gesloten, maar op grond van artikel 174a Gemeentewet. Inhoudelijke wijziging 2:81

Tegengaan

–

1.

In dit artikel wordt verstaan onder:

Zie toelichting hierboven.

onveilig, niet

a. bedrijfsmatige activiteit: activiteit in

leefbaar en

de uitoefening van een beroep of

Artikel 2:80 biedt de mogelijkheid

malafide

bedrijf, die niet valt onder de

overlastgevende voor het publiek openstaande

ondernemersklim

vergunningplicht bedoeld in artikel 3

gebouwen te sluiten. Artikel 2:81 bevat een

aat

van de Alcoholwet of de artikelen 2:28 aanvullende sluitingsbevoegdheid wanneer of 3:3;

sprake is van een vergunningplicht. Het

b. beheerder: natuurlijk persoon die

c.

toetsingskader voor sluiting is anders dan voor

door de exploitant is aangesteld voor

een vergunning. Als een sluiting op grond van

de feitelijke leiding over de

artikel 2:80 in dezelfde situatie leidt tot het

bedrijfsmatige activiteit;

aanwijzen als vergunningplichtig, gevolgd door

exploitant: natuurlijk persoon of

een weigering van de vergunning, dient de

bestuurder van een rechtspersoon of

burgemeester ervoor te waken dat het oordeel

tot vertegenwoordiging van die

over de vergunning niet vermengd raakt met het

rechtspersoon bevoegde natuurlijk

oordeel over de sluiting.

persoon, voor wiens rekening en

Een besluit tot sluiting biedt de mogelijkheid tot

risico de bedrijfsmatige activiteit

uitoefening van bestuursdwang in de zin van

wordt uitgeoefend.

artikel 5:21 Awb als het besluit niet wordt

2. De burgemeester kan in het belang van

opgevolgd. Toepassen van bestuursdwang is een

de leefbaarheid, de openbare orde en

herstelsanctie en is gericht op het beëindigen

veiligheid of ter voorkoming van een

van de gedragingen.

nadelige beïnvloeding daarvan bedrijfsmatige activiteiten en gebouwen

Dit artikel geeft de burgemeester de

of bij die gebouwen behorende erven of

bevoegdheid om bedrijfsmatige activiteiten aan

gebieden aanwijzen waarop het verbod

te wijzen waarvoor een verbod geldt om deze

uit het derde lid van toepassing is.

zonder vergunning uit te oefenen. Hij kan deze

3. Het is verboden om zonder vergunning

bevoegdheid inzetten als dat nodig is om

van de burgemeester een door hem

verstoring van de openbare orde of nadelige

aangewezen bedrijfsmatige activiteit uit

beïnvloeding van de leefbaarheid tegen te gaan,

te oefenen in een door hem aangewezen

als die wordt veroorzaakt door een onveilig en

gebouw, op een bij dat gebouw behorend malafide ondernemersklimaat vanuit een erf of in een door hem aangewezen

gebouw, een branche of in een gebied. Daarom

gebied.

wordt het ook wel de ‘ondermijningsvergunning’

4. De exploitant vraagt de vergunning aan

genoemd.

door gebruik te maken van een door de burgemeester vastgesteld formulier,

Uit de jurisprudentie volgt dat het juridisch-

waarbij in elk geval de volgende gegevens technisch mogelijk is om de vergunningplicht bij worden verstrekt: a. voor welke bedrijfsmatige

te zetten, maar dat de inzet van deze

activiteit de vergunning wordt

bevoegdheid wel goed moet worden

gevraagd;

gemotiveerd. Daarbij is van belang dat de

b. de persoonsgegevens en een

c.

een onveilig en malafide ondernemersklimaat in

uitoefening van een bedrijf in de regel

geldig identiteitsbewijs van de

kwalificeert als het verrichten van een dienst in

exploitant en beheerder;

de zin van de Dienstenrichtlijn. Op een

het adres en telefoonnummer van vergunningstelsel dat de uitoefening van de locatie waar de bedrijfsmatige dienstenactiviteiten reguleert, heeft artikel 9 van activiteit wordt uitgeoefend;

de Dienstenrichtlijn betrekking. Dit betekent dat

d. het nummer van inschrijving in

de burgemeester dient te onderbouwen dat een

het Handelsregister; e. voor zover van toepassing, de

f.

aanwijzingsbesluit tot het onderwerpen van dienstverrichters aan een vergunningstelsel een

verblijfstitel van de exploitant en

gerechtvaardigde beperking van het vrij

beheerder;

verrichten van diensten inhoudt.

voor zover van toepassing, een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant en beheerder gerechtigd zijn om in Nederland arbeid te verrichten;

g. een document waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is over

Inhoudelijke wijziging

het gebouw of erf te beschikken waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend; h. een verklaring omtrent het gedrag van de exploitant en beheerder. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. als de leefbaarheid in het gebied door de wijze van exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed; b. als de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c.

als redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de aanvraag vermelde in overeenstemming zal zijn;

d. als niet voldaan is aan de bij of krachtens het vierde lid gestelde eisen voor de aanvraag; e. als er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn

of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; f.

als het uitoefenen van de bedrijfsmatige activiteit in strijd is met het omgevingsplan of de Wet milieubeheer.

6. De exploitant is verplicht elke verandering in de uitoefening van zijn bedrijfsmatige activiteit waardoor deze niet langer in overeenstemming is met de in de vergunning opgenomen gegevens zo spoedig mogelijk aan de burgemeester te melden. De burgemeester verleent een gewijzigde vergunning, als de bedrijfsmatige activiteit aan de vereisten voldoet. 7. Het is verboden het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of beheerder aanwezig is. 8. De exploitant of de beheerder ziet erop toe dat in of vanuit het gebouw of erf

waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend geen strafbare feiten plaatsvinden. 9. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 kan de burgemeester een vergunning intrekken of wijzigen als de omstandigheden sinds de vergunningverlening zijn gewijzigd, doordat: a. de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten die verband houden met de bedrijfsmatige activiteit of toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed; c.

er in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit strafbare feiten hebben plaatsgevonden of plaatsvinden;

d. er aanwijzingen zijn dat in de uitoefening van de bedrijfsmatige activiteit personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. de exploitant de bedrijfsmatige activiteit heeft beëindigd of gewijzigd; of f.

redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke toestand niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is.

10. Als de bedrijfsmatige activiteit in strijd met de vergunning en het verbod wordt uitgeoefend of als een van de situaties bedoeld in het negende lid van toepassing is, kan de burgemeester[, onverminderd het bepaalde in artikel 2:80,] een besluit nemen tot sluiting van het gebouw of erf waar de bedrijfsmatige activiteit wordt uitgeoefend. 11. De burgemeester brengt een afschrift van

zijn besluit tot sluiting aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of erf. 12. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 13. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het tiende lid gesloten gebouw of erf te betreden of daarin te verblijven. 14. De burgemeester kan de sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. 15. In afwijking van het derde lid geldt het verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit al een onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteit verricht, voor die bestaande activiteit op bestaande locaties eerst drie maanden na

inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of, als dat eerder is, met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering van een door hem aangevraagde of intrekking van een aan hem verleende vergunning. 16. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 3.2

Definities

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

Term prostituee veranderd naar sekswerker.

a. advertentie: elke commerciële

a. advertentie: elke commerciële uiting in

uiting in een medium, die een

een medium, die een seksbedrijf of een

Het gebruik van de term "sekswerker" in plaats

seksbedrijf of een prostituee onder

sekswerker onder de aandacht van het

van "prostituee" in de APV wordt als duidelijker

de aandacht van het publiek

publiek brengt;

beschouwd. Het gebruik van een eenduidige en

brengt;

b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de

beleid en wetgeving vergemakkelijken. Het zorgt

feitelijke leiding van een seksbedrijf;

ervoor dat alle betrokken partijen duidelijk

bevoegd bestuursorgaan: het college of,

begrijpen wie er bedoeld wordt en wat de

leiding van een seksbedrijf;

voor zover het betreft voor het publiek

wettelijke en beleidsmatige kaders zijn. De term

bevoegd bestuursorgaan: het

openstaande gebouwen en daarbij

"sekswerker" is inclusiever en omvat een breder

college of, voor zover het betreft

behorende erven als bedoeld in artikel

spectrum van activiteiten binnen de

voor het publiek openstaande

174 van de Gemeentewet, de

seksindustrie, zoals escorts, pornografische

gebouwen en daarbij behorende

burgemeester;

acteurs en cammodellen. "Prostituee" verwijst

b. beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is aangesteld voor de feitelijke c.

breed erkende term kan de handhaving van

erven als bedoeld in artikel 174

c.

d. escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit

specifiek naar iemand die seksuele diensten

van de Gemeentewet, de

het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot

aanbiedt in ruil voor geld, terwijl "sekswerker"

burgemeester;

sekswerker in de vorm van bemiddeling

een bredere en meer inclusieve term is.

d. escortbedrijf: de activiteit,

tussen klant en sekswerker;

bestaande uit het bedrijfsmatig

e. exploitant: de natuurlijke persoon of de

gelegenheid geven tot prostitutie

bestuurder van een rechtspersoon of,

in de vorm van bemiddeling tussen

indien van

klant en prostituee;

f.

e. exploitant: de natuurlijke persoon

van die rechtspersoon bevoegde

of de bestuurder van een

natuurlijk persoon, voor wiens rekening

rechtspersoon of, indien van

en risico een seksbedrijf wordt

toepassing, de tot

uitgeoefend;

vertegenwoordiging van die

g. klant: degene die gebruik maakt van de

rechtspersoon bevoegde natuurlijk

door een exploitant van een

persoon, voor wiens rekening en

prostitutiebedrijf of een sekswerker

risico een seksbedrijf wordt

aangeboden seksuele diensten;

uitgeoefend; f.

toepassing, de tot vertegenwoordiging

h. sekswerker: degene die zich beschikbaar

klant: degene die gebruik maakt

stelt tot het verrichten van seksuele

van de door een exploitant van een

handeling met een ander tegen betaling;

prostitutiebedrijf of een prostituee i.

sekswerken: het zich beschikbaar stellen

aangeboden seksuele diensten;

tot het verrichten van seksuele

g. prostituee: degene die zich

handelingen met een ander tegen

beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handeling met een ander tegen betaling; h. prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van

betaling; j.

prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot sekswerken; seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit

Redactionele wijziging

i.

j.

seksuele handelingen met een

het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot

ander tegen betaling;

sekswerken of tot het verrichten van

protitutiebedrijf: de activiteit,

seksuele handelingen voor een ander

bestaande uit het bedrijfsmatig

tegen betaling of uit het bedrijfsmatig

gelegenheid geven tot prostitutie;

aanbieden van vertoningen van erotisch-

seksbedrijf: de activiteit,

pornografische aard in een seksinrichting

bestaande uit het bedrijfsmatig

tegen betaling;

gelegenheid geven tot prostitutie k.

seksinrichting: voor het publiek

of tot het verrichten van seksuele

toegankelijke besloten ruimte, onderdeel

handelingen voor een ander tegen

van een seksbedrijf;

betaling of uit het bedrijfsmatig

k.

l.

werkruimte: als zelfstandig aan te merken

aanbieden van vertoningen van

onderdeel van seksinrichting waarin de

erotisch-pornografische aard in

seksuele handelingen met een ander

een seksinrichting tegen betaling;

tegen betaling worden verricht.

seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;

l.

werkruimte: als zelfstandig aan te merken onderdeel van seksinrichting waarin de seksuele handelingen met een ander tegen betaling worden verricht.

3.7

Weigeringsgronde g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij g. er aanwijzingen zijn dat voor of bij het n

het seksbedrijf personen

seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn

tewerkgesteld zijn of zullen zijn

of zullen zijn die, als het sekswerkers

die, als het prostituees betreft, nog

betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

niet de leeftijd van 21 jaar hebben

hebben bereikt, als het overige personen

bereikt, als het overige personen

betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar

betreft, nog niet de leeftijd van 18

hebben bereikt, slachtoffer zijn van

jaar hebben bereikt, slachtoffer

mensenhandel of verblijven of werken in

zijn van mensenhandel of

strijd met het bepaalde bij of krachtens

verblijven of werken in strijd met

de Vreemdelingenwet 2000;

het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; 3:7

Weigeringsgronde k.

de voorgenomen uitoefening van

k.

de voorgenomen uitoefening van het

n

het seksbedrijf strijd op zal leveren

seksbedrijf strijd zal opleveren met het

met een geldend

omgevingsplan of een bekendgemaakte

bestemmingsplan, een

ontwerpwijziging daarvan of een

bestemmingsplan in ontwerp dat

aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

ter inzage is gelegd, een beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4. 3.7

Weigeringsgronde d. als de openbare orde, de woon-

d. als de openbare orde, de woon- en

en leefomgeving of de veiligheid

leefomgeving of de veiligheid en de

en de gezondheid van prostituees

gezondheid van sekswerkers of klanten

of klanten nadelig wordt beïnvloed

nadelig wordt beïnvloed door de

door de aanwezigheid van de

aanwezigheid van de seksinrichting

seksinrichting waarvoor de

waarvoor de vergunning is aangevraagd;

n

vergunning is aangevraagd;

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

3:9

Intrekkingsgrond 1. De vergunning wordt ingetrokken en

als:

1. De vergunning wordt ingetrokken als:

Technische wijziging

g. de uitoefening van het seksbedrijf

g. de uitoefening van het

strijd oplevert met het omgevingsplan

seksbedrijf strijd oplevert met

of een aanwijzing als bedoeld in

een geldend bestemmingsplan,

artikel 3:4.

een beheersverordening. 3.9

Intrekkingsgrond 2. De vergunning kan worden en

2. De vergunning kan worden geschorst of

geschorst of ingetrokken als:

ingetrokken als:

f.

f.

zich binnen het seksbedrijf

zich binnen het seksbedrijf feiten

feiten hebben voorgedaan die

hebben voorgedaan die de vrees

de vrees wettigen dat het van

wettigen dat het van kracht blijven

kracht blijven van de

van de vergunning gevaar oplevert

vergunning gevaar oplevert

voor de woon- en leefomgeving of de

voor de woon- en leefomgeving

gezondheid van sekswerkers of

of de gezondheid van

klanten;

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

prostituees of klanten; 3:14

Leeftijd en

1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats 1. Prostitutie vindt uitsluitend plaats door

verblijfstitel

door een prostituee die de leeftijd

een sekswerker die de leeftijd van 21 jaar

sekswerkers;

van 21 jaar heeft bereikt.

heeft bereikt.

verbod werken

2. Het is een exploitant verboden een 2. Het is een exploitant verboden een

voor onvergund

prostituee voor of bij zich te laten

sekswerker voor of bij zich te laten

prostitutiebedrijf

werken die:

werken die:

a. nog niet de leeftijd van 21 jaar

a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft

heeft bereikt;

bereikt;

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

b. in Nederland verblijft of werkt

b. in Nederland verblijft of werkt in strijd

in strijd met het bepaalde bij

met het bepaalde bij of krachtens de

of krachtens de

Vreemdelingenwet 2000.

Vreemdelingenwet 2000. 3. Het is een prostituee verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen

3. Het is een sekswerker verboden: a. te handelen in strijd met het eerste lid; b. werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.

vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend. 3:18

Raamprostitutie

Het is een prostituee verboden: a. zich vanuit een gebouw of

Het is een sekswerker verboden:

Term prostituee veranderd naar sekswerker.

a. zich vanuit een gebouw of vanuit de

vanuit de toegang naar een

toegang naar een gebouw aan klanten Redactionele wijziging

gebouw aan klanten die zich

die zich op of aan de weg bevinden

op of aan de weg bevinden

beschikbaar te stellen; en

beschikbaar te stellen; en 3:19

Straatprostitutie Het is verboden zich op of aan de weg Het is verboden zich op of aan de weg of op, of op, aan of in een andere vanaf de

aan of in een andere vanaf de weg zichtbare

weg zichtbare plaats, niet zijnde een

plaats, niet zijnde een seksinrichting

seksinrichting waarvoor een

waarvoor een vergunning is verleend, op te

vergunning is verleend, op te houden

houden met het kennelijke doel zich

met het kennelijke doel zich

beschikbaar te stellen voor sekswerken of op

beschikbaar te stellen voor prostitutie of aan de weg ontuchtige handelingen te

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

of op of aan de weg ontuchtige

verrichten als dit kennelijk geschiedt in het

handelingen te verrichten als dit

kader van sekswerken.

kennelijk geschiedt in het kader van prostitutie. 3:21

Verbodsbepalinge 1. Het is een klant verboden seksuele 1. Het is een klant verboden seksuele n klanten

handelingen te verrichten met een

handelingen te verrichten met een

prostituee van wie hij weet of

sekswerker van wie hij weet of

redelijkerwijs moet vermoeden dat

redelijkerwijs moet vermoeden dat zij

zij werkzaam is voor of bij een

werkzaam is voor of bij een exploitant aan

exploitant aan wie geen

wie geen vergunning voor een

vergunning voor een

prostitutiebedrijf is verleend.

prostitutiebedrijf is verleend.

2. Het is verboden op of aan de weg of op,

2. Het is verboden op of aan de weg

aan of in een andere voor publiek

of op, aan of in een andere voor

toegankelijke plaats gebruik te maken

publiek toegankelijke plaats

van de diensten van een sekswerker.

Term prostituee veranderd naar sekswerker. Redactionele wijziging

gebruik te maken van de diensten van een prostituee. 4:1

Definities

–

a. Activiteitenbesluit milieubeheer:

Op grond van artikel 8.2.2 van het

Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat Invoeringsbesluit Omgevingswet kunnen de besluit luidde direct voorafgaand aan de

artikelen 4:1 tot en met 4:5a van de APV uiterlijk

inwerkingtreding van de Omgevingswet;

tot het einde van de overgangsperiode blijven gelden. Voor handhaving van de status quo moet de wetgeving zoals die vóór de inwerkingtreding van de Ow geldt, dus van toepassing blijven. Het

gaat om de Wet milieubeheer, het Activiteitenbesluit milieubeheer, de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder zoals deze luidden direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Ow. Omdat in verschillende artikelen wordt verwezen naar het Activiteitenbesluit milieubeheer is daarvan een definitie opgenomen in artikel 4:1. Voor de andere genoemde wet- en regelgeving is de toevoeging in het betreffende artikel opgenomen (in onderdeel V voor artikel 4;1 van de APV en in onderdeel W voor artikel 4:5 van de APV). Technische wijziging 4:1

Definities

In deze afdeling wordt verstaan onder: In deze afdeling wordt verstaan onder: f.

inrichting: hetgeen daaronder

f.

Zie hierboven

inrichting: hetgeen daaronder wordt

wordt verstaan in artikel 1.1.

verstaan in artikel 1.1 van de Wet

De Omgevingswet gaat niet meer uit van

van de Wet milieubeheer, met

milieubeheer, zoals die wet luidde

inrichtingen, maar van milieubelastende

dien verstande dat de artikelen

direct voorafgaand aan de

activiteiten (MBA’s). Het begrip inrichting komt

4:2 tot en met 4:5 uitsluitend

inwerkingtreding van de

alleen terug als een vorm van een

van toepassing zijn op

Omgevingswet, met dien verstande

milieubelastende activiteit: de Seveso-inrichting.

inrichtingen type A of type B

dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5

Dit zal later aangepast moeten worden als er een

als bedoeld in het

uitsluitend van toepassing zijn op

Omgevingsplan is.

Activiteitenbesluit

inrichtingen type A of type B als

milieubeheer.

bedoeld in het Activiteitenbesluit

Technische wijziging

milieubeheer; 4:5

Onversterkte muziek

1. Bij het ten gehore brengen van

1. Bij het ten gehore brengen van

Hier geldt ook dat inrichting komt te vervallen.

onversterkte muziek als bedoeld in

onversterkte muziek als bedoeld in artikel Nu behouden in APV want kan gewijzigd worden

artikel 2.18, eerste lid, onder f, en

2.18, eerste lid, onder f, en vijfde lid, van

vijfde lid, van het

het Activiteitenbesluit milieubeheer

Activiteitenbesluit milieubeheer

binnen inrichtingen is de in het tweede lid Technische wijziging

binnen inrichtingen is de in het

opgenomen tabel van toepassing, met

tweede lid opgenomen tabel van

dien verstande dat:

toepassing, met dien verstande

c.

gevoelige gebouwen, voor zover het

dat: c.

de waarden in in- en aanpandige

de waarden in in- en

woningen betreft, gelden in

aanpandige gevoelige

geluidsgevoelige ruimten als bedoeld

gebouwen, voor zover het

in artikel 1 van de Wet geluidhinder

woningen betreft, gelden in

en verblijfsruimten als bedoeld in

geluidsgevoelige ruimten als

artikel 1.1, onder d, van het Besluit

bedoeld in artikel 1 van de Wet

geluidhinder, zoals die wet en dat

geluidhinder en

besluit luidden direct voorafgaand

verblijfsruimten als bedoeld in

aan de inwerkingtreding van de

artikel 1.1, onder d, van het

Omgevingswet;

Besluit geluidhinder.

4. Als versterkte elementen worden

4. Als versterkte elementen worden

gecombineerd met onversterkte

gecombineerd met onversterkte

elementen, wordt het hele samenspel

elementen, wordt het hele

beschouwd als versterkte muziek en is dit

samenspel beschouwd als

artikel niet van toepassing.

versterkte muziek en is het

als er een Omgevingsplan is.

Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing. 4:6

Overige geluid- of 3. Het verbod is niet van toepassing 3. Het verbod is niet van toepassing op lichthinder

op situaties waarin wordt voorzien

situaties waarin wordt voorzien bij of

door de Wet geluidhinder, de

krachtens de Omgevingswet, de

Wegenverkeerswet 1994, de

Zondagswet, de Wet openbare

Zondagswet, de Wet openbare

manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de

manifestaties, het Wetboek van

provinciale omgevingsverordening.

Technische wijziging

Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement verkeerstekens en verkeersregels 1990, het Vuurwerkbesluit of de provinciale milieuverordening. 4:13

Opslag

1. Het is verboden op door het

1. Het is verboden op door het college in het Technische wijziging

voertuigen,

college in het belang van het

belang van het uiterlijk aanzien van de

vaartuigen, mest,

uiterlijk aanzien van de gemeente,

gemeente, ter voorkoming of opheffing

afvalstoffen enz.

ter voorkoming of opheffing van

van overlast dan wel voorkoming van

overlast dan wel voorkoming van

schade aan de openbare gezondheid

schade aan de openbare

aangewezen plaatsen, buiten een

gezondheid aangewezen plaatsen,

inrichting in de zin van de Wet

buiten een inrichting in de zin van

milieubeheer, zoals die wet luidde direct

de Wet milieubeheer in de

voorafgaand aan de inwerkingtreding van

openlucht of buiten de weg de

de Omgevingswet, in de openlucht of

volgende voorwerpen of stoffen op

buiten de weg de volgende voorwerpen of

te slaan, te plaatsen of aanwezig

stoffen op te slaan, te plaatsen of

te hebben:

aanwezig te hebben:

a. onbruikbare of aan hun

a. onbruikbare of aan hun

oorspronkelijke bestemming

oorspronkelijke bestemming

onttrokken voer- of vaartuigen

onttrokken voer- of vaartuigen of

of onderdelen daarvan;

onderdelen daarvan;

b. bromfietsen en

b. bromfietsen en motorvoertuigen of

motorvoertuigen of onderdelen daarvan; c.

onderdelen daarvan; c.

kampeermiddelen als bedoeld in

kampeermiddelen als bedoeld

artikel 4:17 of onderdelen daarvan,

in artikel 4:17 of onderdelen

voor zover het plaatsen

daarvan, voor zover het plaatsen d. of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of e. mestopslag, gierkelders of

d. of aanwezig hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een commercieel doel; of e. mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of

andere verzamelplaatsen van

pulp of ingekuilde

vuil, een verzameling ingekuild

landbouwproducten,

gras, loof of pulp of ingekuilde

afbraakmaterialen en oude metalen.

landbouwproducten,

3. Dit artikel is niet van toepassing op

afbraakmaterialen en oude

situaties waarin wordt voorzien bij of

metalen.

krachtens de Omgevingswet of de

3. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien

provinciale omgevingsverordening.

krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de provinciale Verordening Ruimte. 4:15

Verbod

2. Het verbod is niet van toepassing 2. Het verbod is niet van toepassing in

hinderlijke of

op situaties waarin wordt voorzien

gevallen waarin een

gevaarlijke

door het Activiteitenbesluit

omgevingsvergunning is verleend en het

reclame

milieubeheer.

gevaar en de hinder zijn betrokken bij de

Technische wijziging

afweging. 4:16

Reclamevergunni 7. Het verbod in het eerste lid geldt ng

7. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor Technische wijziging

niet voor zover:

zover:

a. er sprake is van bouwen en

a. er sprake is van bouwen en daarvoor

daarvoor een

een omgevingsvergunning nodig is in

omgevingsvergunning nodig is

de zin van de Omgevingswet of in het

in de zin van de Wet algemene

daarin geregelde onderwerp wordt

bepalingen omgevingsrecht of

voorzien door de Provinciale

in het daarin geregelde

landschapsverordening.

onderwerp wordt voorzien door de Provinciale landschapsverordening. 4:17

Definitie

In deze afdeling wordt onder

In deze afdeling wordt onder kampeermiddel

Door de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen,

kampeermiddel verstaan: een

verstaan een niet-grondgebonden

die gelijktijdig met de Ow in werking treedt,

onderkomen of voertuig waarvoor geen onderkomen of voertuig, dat bestemd of

worden bouwwerken in gevolgklasse 1

omgevingsvergunning voor het bouwen opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan

vergunningvrij (bouwtechnisch deel).

in de zin van artikel 2.1, eerste lid

worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. Grondgebonden recreatiewoningen vallen onder

onder a van de Wet algemene

gevolgklasse 1 en zouden met alleen een

bepalingen omgevingsrecht is vereist,

aanpassing van de verwijzing in artikel 4:17

dat bestemd of opgericht is dan wel

onder het begrip kampeermiddel komen te

gebruikt wordt of kan worden gebruikt

vallen. Dat is ongewenst. Het moet gaan om een

voor recreatief nachtverblijf.

niet-grondgebonden onderkomen of voertuig, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.

4:18

Nachtverblijf

1. Het is verboden ten behoeve van

1. Het is verboden ten behoeve van

buiten

recreatief nachtverblijf

recreatief nachtverblijf kampeermiddelen

kampeerterreinen

kampeermiddelen te plaatsen of

te plaatsen of geplaatst te houden buiten

geplaatst te houden buiten een

een kampeerterrein dat als zodanig in het

kampeerterrein dat als zodanig in

omgevingsplan is bestemd of mede

het bestemmingsplan, de

bestemd.

Technische wijziging

beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 5:5

Voertuigwrakken 2. Het verbod is niet van toepassing 2. Het verbod is niet van toepassing op op situaties waarin wordt voorzien

situaties waarin wordt voorzien bij of

door de Wet milieubeheer.

krachtens de Wet milieubeheer of het

Technische wijziging

Besluit activiteiten leefomgeving. 5:6

Kampeermiddele 3. Het verbod in het eerste lid is niet 3. Het eerste lid is niet van toepassing op

Zie toelichting bij 1.1

n en andere

van toepassing op situaties waarin

beperkingengebiedactiviteiten met

voertuigen

wordt voorzien door de provinciale

betrekking tot een weg waarvoor regels

wegenverordening of de

zijn gesteld bij of krachtens de provinciale

Provinciale

omgevingsverordening.

Technische wijziging

landschapsverordening. 5:18

Standplaatsvergu 2. Het college weigert de vergunning 2. Het college weigert de vergunning nning en

wegens strijd met een geldend

weigeringsgronde

bestemmingsplan,

n

beheersverordening,

Zie toelichting bij 1.1

wegens strijd met het omgevingsplan. Technische wijziging 4. Het verbod in het eerste lid is niet van

exploitatieplan of

toepassing op

voorbereidingsbesluit.

beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg of

4. Het verbod in het eerste lid is niet

waterstaatswerk waarvoor regels zijn

van toepassing op situaties waarin

gesteld bij of krachtens de Omgevingswet

wordt voorzien door de Wet

of de provinciale omgevingsverordening.

milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening. 5:24

Voorwerpen op,

4. Het verbod in het eerste lid geldt is 4. De verboden zijn niet van toepassing op

in of boven

niet van toepassing op situaties

beperkingengebiedactiviteiten met

openbaar water

waarin wordt voorzien door het

betrekking tot een waterstaatswerk

Wetboek van Strafrecht, de

waarvoor regels zijn gesteld bij of

Scheepvaartverkeerswet, het

krachtens de Omgevingswet, de

Binnenvaartpolitiereglement, de

provinciale omgevingsverordening of de

Zie toelichting bij 1.1 Technische wijziging

Waterwet, de provinciale

waterschapsverordening of op situaties

vaarwegenverordening, de

waarin wordt voorzien door het Wetboek

Algemene verordening

van Strafrecht, de

ondergrondse infrastructuren

Scheepvaartverkeerswet, het

(AVOI)

Binnenvaartpolitiereglement of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.

5:25

Ligplaats vaartuigen

3. Het verbod is niet van toepassing 3. Het verbod is niet van toepassing op op situaties waarin wordt voorzien

beperkingengebiedactiviteiten met

door de Wet milieubeheer, het

betrekking tot een waterstaatswerk

Binnenvaartpolitiereglement, de

waarvoor regels zijn gesteld bij of

Waterwet, de Wet beheer

krachtens de Omgevingswet, de

rijkswaterstaatswerken, de

provinciale omgevingsverordening of de

provinciale vaarwegenverordening

waterschapsverordening of op situaties

of de Provinciale

waarin wordt voorzien door het Besluit

landschapsverordening.

bouwwerken leefomgeving of het overige

Zie toelichting bij 1.1 Technische wijziging

bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement. 5:32

Crossterreinen

3. Het verbod in het eerste lid is niet 3. Het verbod is niet van toepassing op

Voor nu een technische wijziging want:

van toepassing op situaties waarin

situaties waarin wordt voorzien door de

wordt voorzien door de Wet

Omgevingswet, afdeling 3.9 van het

art. 4.2 lid 1 Omgevingswet bepaald dat het

milieubeheer of het Besluit

Besluit activiteiten leefomgeving, de

omgevingsplan in ieder geval de regels bevat die

geluidproductie sportmotoren.

Zondagswet of het Besluit

nodig zijn met het oog op de evenwichtige

geluidproductie sportmotoren.

toedeling van functies aan locaties. Dit wordt geïnterpreteerd als de verplichting die alle regels treft die nodig zijn voor de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (bescherming van functie van een locatie & kunnen blijven benutten van de locatie overeenkomstig die functie). Dus activiteiten die niet verenigbaar zijn met andere activiteiten op die locatie. Niet voldoen aan het gebod van artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet, leidt er in eerste instantie toe dat het omgevingsplan niet voldoet aan de Omgevingswet. Een regel die nodig is met het oog op de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, maar ook een ander oogmerk heeft, wordt niet direct bedreigd met van rechtswege verval op grond van artikel 122 van de Gemeentewet.

5:33

Beperking

4. Het verbod is voorts niet van

4. Het verbod is voorts niet van toepassing: Technische wijziging

verkeer in

toepassing:

b. binnen de bij of krachtens de

natuurgebieden

b. binnen de bij of krachtens de

provinciale omgevingsverordening

provinciale verordening

aangewezen stiltegebieden ten

'Stiltegebieden' aangewezen

aanzien van motorrijtuigen die bij of

stiltegebieden, ten aanzien van

krachtens die verordening zijn

motorrijtuigen die bij of

aangewezen als toestel.

krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'. 5:34

Verbod

1. Het is verboden in de openlucht

1. Het is verboden in de openlucht

afvalstoffen te

afvalstoffen te verbranden buiten

afvalstoffen te verbranden buiten een

verbranden

inrichtingen in de zin van de Wet

inrichting in de zin van de Wet

buiten

milieubeheer of anderszins vuur

milieubeheer, zoals die wet luidde direct

inrichtingen of

aan te leggen, te stoken of te

voorafgaand aan de inwerkingtreding van

anderszins vuur

hebben.

de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

te stoken 5. Het verbod is niet van toepassing

op situaties waarin wordt voorzien 5. Het is verboden in de openlucht door artikel 429, aanhef en onder 1

afvalstoffen te verbranden buiten een

of 3, van het Wetboek van

inrichting in de zin van de Wet

Strafrecht of de provinciale

milieubeheer, zoals die wet luidde direct

milieuverordening.

voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben

Overzicht wijzigingen APV Vught 2024

Technische wijziging

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=9d26cab5-fe65-4b8b-a194-addea211761e