CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Oplegnotitie Verordening Jeugdhulp Vught 2026

Raadsvergadering 11 december 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Verordening Jeugdhulp 20261.675 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Oplegnotitie voor de gemeenteraad van Vught Behorende bij het raadsvoorstel ‘verordening jeugdhulp Vught 2026’ Versie: ter ondersteuning van de gemeenteraad bij besluitvorming over een nieuwe verordening jeugdhulp Datum: 21 oktober 2025 Aanleiding Iedere gemeente is op grond van de Jeugdwet verplicht om een verordening op te stellen. Deze verordening bevat regels op grond waarvan het college jeugdhulpvoorzieningen toekent of afwijst. De Jeugdwet schrijft voor dat in de verordening het voorzieningenpakket beschreven moet zijn, de voorwaarden voor toekenning en weigering, de wijze waarop een toekenning wordt beoordeeld en de afwegingsfactoren die daarbij gelden. Ook andere kaders moeten in de verordening worden geregeld, waaronder de hoogte van de pgb’s. De verordening wordt vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad kan in de verordening bepalen dat onderwerpen binnen de gegeven kaders in nadere regels kunnen worden uitgewerkt door het college De huidige verordening is aan herziening toe. In nauwe samenwerking met Wegwijs+ is gekomen tot een nieuwe verordening jeugdhulp. Hiervoor vormde de recentste modelverordening Jeugd van de VNG (4 december 2024) de basis. Hierbij is gekeken of de bepalingen uit deze modelverordening ook opgenomen dienden te worden in een nieuwe verordening voor Vught.

Op onderdelen is de modelverordening dus aangepast zodat deze passend is voor de Vughtse praktijk. Ook zijn er soms enkele bepalingen toegevoegd. Hierbij is uiteraard rekening gehouden met de wettelijke voorschriften. Voorstel De gemeenteraad wordt verzocht: 1. De Verordening Jeugdhulp gemeente Vught 2026 vast te stellen en per 1 januari 2026 in werking te laten treden. 2. De Verordening jeugdhulp gemeente Vught 2021 per 1 januari 2026 in te trekken. Doel oplegnotitie In deze oplegnotitie wordt uiteengezet op welke punten herziening van de verordening nodig is. Daarbij worden de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn ten opzichte van de huidige regelgeving benoemd.

Waarom is herziening nodig? De nieuwe bevat een stevigere juridische basis om de toegang tot Jeugdhulp scherper af te bakenen Met de stijgende uitgaven aan jeugdhulp staan de gemeentefinanciën onder druk. Ook in Vught worden we hiermee geconfronteerd. Deze situatie leidt tot een noodzaak om te kijken naar onze (juridische) mogelijkheden om de toegang tot jeugdhulp scherper af te bakenen. Hierbij dienen we rekening te houden met de jeugdhulpplicht zoals deze is verankerd is in de Jeugdwet. De nieuwe verordening sluit aan op de Hervormingsagenda Jeugd waarin de partijen (clientvertegenwoordigers, professionals, aanbieders, gemeenten en Rijk) zich inspannen voor een financieel gezond jeugdzorgstelsel. Het Rijk en de gemeenten hebben afgesproken om vooruitlopend op een herziening van de reikwijdte van de Jeugdwet, de mogelijkheden tot afbakening en sturing op basis van de huidige Jeugdwet (zowel landelijk als lokaal) gezamenlijk in kaart te brengen. Handvatten voor gemeenten zijn verwerkt in de nieuwe modelverordening van de VNG. Voor de nieuwe verordening van Vught noemen we de volgende inhoudelijke punten: - andere verwijzers dan de gemeenten kunnen alleen verwijzen naar gecontracteerd zorgaanbod, dit is onvoldoende beschreven in de huidige verordening.

- de nieuwe verordening benoemt heldere voorwaarden voor toekenning, wijze van beoordeling en afwegingsfactoren bij het toekennen van een individuele voorziening (inclusief een toets op ‘gebruikelijke zorg’); - meer mogelijkheden om een aanvraag van een individuele jeugdhulpvoorziening af te wijzen als de effectiviteit daarvan niet is aangetoond (zie artikel 8); - meer mogelijkheden om een aanvraag tot een jeugdhulpvoorziening af te wijzen als het gaat om situaties waar de ouders begeleiding, ondersteuning of behandeling nodig hebben (een goed voorbeeld is een echtscheiding) en er strikt genomen geen sprake is van hulpvraag in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen van de jeugdige als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet (zie artikel 8); - een stevigere juridische grondslag is nodig om de toegang tot vaktherapie meer te begrenzen (zie artikel 11); - uitwerking van de toets op pgb-vaardigheid, die in de huidige verordening niet aan de hand van nadere eisen is uitgewerkt. Met het artikel over pgb-vaardigheid (artikel 14) kunnen we kritischer zijn wie niet in aanmerking komt om een pgb te beheren zoals personen die (dreigend) overbelast zijn;

-

-

-

-

er ontstaat een stevigere juridische basis om ingezette jeugdhulpvoorziening te heroverwegen of te weigeren als ouders niet meewerken aan de ingezette hulp of het onderzoek (zie resp. artikel 20 en 25 (lid 4)); met de nieuwe concept verordening ontstaat er een stevigere juridische grond om ouders die (dreigend) overbelast zijn, uit te sluiten voor een pgb voor informele hulp (zie artikel 16); er ontstaat een sterkere juridische basis om een individuele jeugdhulpvoorziening niet toe te kennen als er voorliggende voorzieningen zijn vanuit andere wettelijke kaders. In de nieuwe verordening is deze term en de toets hierop verder uitgewerkt (zie artikel 24); er ontstaat een stevigere juridische basis om kritischer te toetsen op aanvragen voor individuele jeugdhulpvoorziening in relatie tot aanwezige eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen van gezinnen. Hier gaan we hieronder nader op in, aangezien de voorgestelde regels in de nieuwe verordening invulling geven aan de oproep van de Centrale van Beroep richting gemeenten.

Er zijn drie uitspraken geweest van de Centrale Raad van Beroep die vragen om herziening van onze verordening De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 mei 2024 drie relevante uitspraken1 gedaan waarbij gemeenten - op grond van de artikelen 2.3 en 2.9, van de Jeugdwet -worden opgedragen in hun verordening uit te werken wat onder 'eigen mogelijkheden' en 'probleemoplossend vermogen' van gezinnen wordt verstaan. Hierbij moeten voorwaarden en afwegingscriteria worden benoemd. In onze huidige verordeningen zijn deze termen niet uitgewerkt. Het volstaat niet om deze zaken ter uitwerking over te laten aan het college in nadere regels -zoals wij het nu hebben ingeregeld- aangezien het om essentialia gaat. Met de bepalingen in artikel 9 van de verordening legt de gemeenteraad een duidelijke hoofdrichting neer van de betekenis van de genoemde termen. De artikelen in de modelverordening van de VNG hebben we verder uitgewerkt op basis van de begrippen ‘gebruikelijke’ en ‘bovengebruikelijke hulp’. Op grond van de bepalingen in de nieuwe verordening ontstaat een helder toetsingskader voor de consulenten van Wegwijs+ om het probleemoplossend vermogen en de eigen mogelijkheden binnen het gezin helder te krijgen. De aanwezigheid of dreiging van overbelasting wordt daarbij onderzocht.

De stappen zijn onderdeel van het onderzoek op basis waarvan een individuele jeugdhulpvoorziening wordt toegekend (of afgewezen).

ECLI:NL:CRVB:2024:1095, Centrale Raad van Beroep, 22/631 JW; ECLI:NL:CRVB:2024:1096, Centrale Raad van Beroep, 22/3327 JW; ECLI:NL:CRVB:2024:1097, Centrale Raad van Beroep, 22/2689 JW 1

Ook moet in de verordening de deskundige toeleiding naar, advisering over, bepaling van en inzetten van de aangewezen voorziening, voldoende zijn geborgd. Hier gaan we hieronder verder op in. De nieuwe verordening biedt op onderdelen meer transparantie en voorspelbaarheid richting inwoners Met een duidelijke verordening krijgen inwoners meer inzicht in de regels en beslissingen betreffende de toewijzing of afwijzing van een jeugdhulpvoorziening. Hierdoor ontstaat er voor hen meer rechtszekerheid. Met de nieuwe verordening zijn deze zaken meer uitgewerkt, waarmee meer transparantie wordt geboden richting inwoners, zoals: - meer informatie over ingekocht voorzieningenaanbod (m.b.t. duur en frequentie, zie artikel 2); - een uitgebreidere beschreven procedure m.b.t.

de toegang tot jeugdhulp, ook als deze niet verloopt via de gemeente maar via andere verwijzers (zoals huisartsen) (de ‘huisartsenroute’ is in de huidige verordening maar beperkt beschreven) (zie artikel 3); - de mogelijkheden om gebruik te maken van een onafhankelijk vertrouwenspersoon en familiegroepsplan (in de huidige verordening niet beschreven) (zie artikel 5); - de wijze waarop (externe) deskundigheid wordt ingezet in de onderzoeksfase en objectiviteit wordt geborgd (wettelijke verplichting), de huidige verordening voorziet hier niet in (zie artikel 6); - duidelijkheid hoe het college ‘eigen mogelijkheden’ en ‘probleemoplossend vermogen’ van gezinnen en de jeugdige afweegt en toetst (uitwerking in artikel 9); - een beschrijving van de toegang tot dyslexie, de toegang hiertoe verschilt van andere vormen van jeugdhulp maar is niet beschreven in de huidige verordening (zie artikel 10); - regels rondom een toewijzing van een pgb (zie artikel 13), onze huidige verordening beschrijft alleen de afwijzingscriteria; - duidelijkheid bieden richting inwoners door een jaarlijks -door het college vast te stellen- tarievenbesluit voor de pgb’s dat ook wordt gepubliceerd (artikel 17); - de nieuwe verordening beschrijft uitgebreider op welke wijze het college afstemt met voorliggende voorzieningen en andere vormen van hulp en ondersteuning (zie artikel 25).

De Jeugdwet schrijft voor dat dit wordt uitgewerkt in de verordening. Onze huidige verordening zegt hier maar beperkt iets over. Het is nodig dat we regels opnemen zodat voldaan wordt aan de gemeentelijke jeugdhulpplicht. Specifiek hebben we daarbij ook aandacht voor het achttiende levensjaar waarna normaliter een jeugdige geen gebruik meer kan maken van jeugdhulp op grond van de Jeugdwet maar wellicht nog wel ondersteuning nodig heeft (hier zegt onze verordening niets over).

De nieuwe verordening biedt een stevigere basis voor toezicht en handhaving Op 25 februari 2025 heeft u besloten om de centrumgemeente ’s-Hertogenbosch te mandateren om toezicht en handhaving uit te laten voeren m.b.t. aanbieders die in onze gemeente op grond van de Jeugdwet2 zorg aanbieden. De juridische grondslag moeten we hiervoor verankeren in onze verordening. Het gaat dan om onderzoek naar recht- en doelmatigheid (artikel 22) en overige maatregelen rondom oneigenlijk gebruik misbruik en niet gebruik (artikel 23). Het nieuwe ingerichte meldpunt signalen bij RIOZ is ook in de nieuwe verordening genoemd. Verder ontstaat er de mogelijkheid om pgb’s te herzien of in te trekken bij bezwaren rondom de integriteit van de aanbieder (artikel 21).

Sommige bepalingen zijn verouderd, onnodig, kloppen (juridisch) niet (meer), ontbreken of staan niet in het juiste document Hierbij benoemen we de volgende zaken: - beschikbaar aanbod van voorzieningen is geüpdatet (artikel 2); - op sommige plekken in de huidige verordening wordt verwezen naar uit te werken nadere regels door het college terwijl het gaat om kaderstellende zaken en die een bevoegdheid van de raad zijn (en daarmee thuishoren in de verordening) (zoals de kaders voor de hoogte van de pgb-tarieven en de samenstelling van het voorzieningenpakket); - in onze huidige verordening zijn aanvullende afwegingsgronden voor een pgb opgenomen, echter deze zijn in de wet gelimiteerd (zie artikel 13).

Dit besluit is ook van toepassing voor toezicht en handhaving op Wmo-aanbieders (op grond van de Wmo 2015) 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=b4ce0bd1-904c-46cc-82aa-52191e034c79