CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening

Raadsvergadering 21 juli 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening9.089 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening te Helvoirt Inleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft vanaf 23 december 2021 tot en met 2 februari 2022 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Daarbij is een ieder in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk zijn mening over het plan kenbaar te maken. De terinzagelegging is gepubliceerd op officielebekendmakingen.nl, in het Klaverblad en het Pomphûske en op de gemeentelijke website. In deze Nota van zienswijzen en wijzigingen zijn alle ingekomen reacties opgenomen en geven wij aan wat wij hiervan vinden. De reacties zijn samengevat weergegeven. De reacties zijn in hun totaliteit afgewogen. Voor zover deze niet volledig zijn weergegeven, betekent het dus niet dat hier bij de beoordeling geen rekening mee is gehouden. Wanneer de zienswijzen ons aanleiding hebben gegeven om het plan aan te passen, hebben we dat in deze nota opgeschreven. Daarnaast is er een ambtshalve wijziging doorgevoerd. Deze is opgenomen onder het onderdeel Ambtshalve wijzigingen. Zienswijzen Tijdens de zienswijzenperiode zijn er 3 zienswijze ingediend. Deze wordt hierna behandeld. 1. Vereniging IVN / Natuur en Milieugroep Vught 2. Van der Heijden Rentmeesters 3.

Provincie Noord- Brabant Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens mogen NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en andere persoonsgegevens niet op internet worden aangeboden. Als het voor de uitoefening van een publieke taak nodig is, mogen de persoonsgegevens wel digitaal aangeboden worden. Een uitzondering geldt voor gegevens van: - Ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon; - Personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden.

1

1. Ingediende zienswijzen Indiener 1 Vereniging IVN / Natuur- en Milieugroep Vught Samenvatting zienswijze Reactie 1: De Toelichting stelt dat het opslaan en infiltreren van water “geen natuurfunctie” is en dat daarom de bestemming ‘Natuur’ moet veranderen in ‘Water’. Waarom hier geen natuurvriendelijke wadi? De bestemming ‘Natuur’ laat zulk water en waterhuishoudkundige voorzieningen toe. Dat zou een verrijking van het natuurnetwerk zijn en voor fauna en de nieuwe wildtunnel die ernaast moet komen. Dan is de wadi ook geen aantasting van NNB, hoeft er niet gecompenseerd te worden en is geen nieuw bestemmingsplan nodig. Wij vragen u dit te heroverwegen. Er is geen haast bij de planvorming omdat het infiltratiegebied pas over een aantal jaren nodig zal zijn. De keuze voor een ‘onnatuurlijke’ wadi is een gemiste kans. Natuurvriendelijke wadi’s zijn goed mogelijk, zo blijkt uit onderzoek. Om die reden kunnen wij ons met dit Plan en met een besluit tot herbegrenzing van NNB voor dit Plan niet verenigen. Antwoord 1: Aanvankelijk is ervan uit gegaan dat de infiltratievoorziening gerealiseerd zou kunnen worden binnen het vigerende bestemmingsplan (Buitengebied, herziening 2020). In de vigerende bestemming (Natuur) zijn waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan.

Ondanks dat de infiltratievoorziening op een natuurlijke manier wordt uitgevoerd als een wadi, is de voorziening nog steeds een bouwwerk, geen gebouwen zijnde. In de bouwregels is hieraan een maximale oppervlaktemaat van 20 m2 gekoppeld. De beoogde ontwikkeling met een aanzienlijk groter oppervlak is niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast is de grens van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied, herziening 2020, ter hoogte van de infiltratievoorziening op de parallelweg gelegd, die onderdeel uitmaakt van de reconstructie N65. In de vigerende bestemming (Natuur) is de aanleg van wegen niet toegestaan. De aanleg van de parallelweg over een lengte van ongeveer 150 meter en een breedte van 1,50 meter is dus niet passend binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarnaast ligt het plangebied binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en is getoetst of de watervoorziening en de parallelweg passend is binnen het NNB of dat er sprake is van een verstoring. Hieruit is gebleken dat de genoemde voorzieningen niet bijdragen aan de doelstellingen van het NNB en NNB-gebied moet worden gecompenseerd. De compensatie van Natuurnetwerk Brabant dient vastgelegd te worden in een bestemmingsplan. Reactie 2: Het Plan beoogt dat wegwater van de N65 na de reconstructie wordt geleid naar dit infiltratiegebied. Onduidelijk is welk wegwater.

De Toelichting zegt dat het Plan verband houdt met de bestemmingsplannen N65 Vught én N65 Helvoirt. Het kan dus gaan om het wegwater uit beide plangebieden. Par. 5.1.2 van de Toelichting spreekt echter alleen over water van het Helvoirtse deel van de N65. De info hierover is strijdig. Niet is uitgesloten dat ook wegwater uit het Vughtse deel van de N65 naar het infiltratiegebied wordt geleid. Dan hebben we een probleem, want het water uit het Vughtse deel moet naar een waterberging op de Vughtse Heide, mede om dit gebied te vernatten. Als afwatering van de N65 Vught mogelijk wordt naar het Helvoirts Broek dan zou dat strijdig zijn met eerdere besluiten en dus een schending van het vertrouwensbeginsel. Het Plan baseert zich op de Watertoets van het Bestemmingsplan N65 Helvoirt. Als niet is uitgesloten dat ook wegwater van de N65 Vught wordt aangevoerd zou ook de daarbij horende Watertoets bezien moeten worden. Die is in de beroepsprocedure tegen de reconstructieplannen echter gemotiveerd bestreden. Hierdoor heeft het nu voorgelegde Plan wellicht geen deugdelijke motivering. Antwoord 2:

2

Geen water uit het reconstructiegebied N65 waarvoor door de gemeente Vught een bestemmingsplan is opgesteld gaat stromen naar het gebied Helvoirts Broek. Het water van het Vughtse deel wordt afgevoerd naar de Lunetten op de Vughtse Heide. Wij passen de toelichting hierop aan. Zie ook het ondertekende klimaatconvenant. Reactie 3: De aanleiding van het Plan is dat de N65 wordt gereconstrueerd. Maar dat staat nog niet vast, omdat tegen de bestemmingsplannen voor de N65 beroep is ingesteld. De Voorzieningenrechter van de RvS heeft in ECLI:NL:RVS:2021:542 impliciet uitgesproken dat – op basis van uw toezeggingen – de bestemmingsplannen de facto geschorst zijn totdat deze onherroepelijk worden. Daarmee is er nu geen vaststaande en deugdelijk grondslag voor het Plan. Wij vragen u om het Plan sowieso aan te houden totdat er duidelijkheid is over de bestemmingsplannen voor de reconstructie van de N65. Antwoord 3: De infiltratievoorziening had onderdeel uit moeten maken van het bestemmingsplan N65 Helvoirt 2020 en is daarin abusievelijk niet opgenomen. Dat betekent dat er nu een aparte procedure voor doorlopen moet worden om realisatie mogelijk te maken. In het kader van de uitvoering van de werkzaamheden kan en hoeft niet te worden gewacht op een naliggende procedure. De vaststelling van het bestemmingsplan geeft geen uitvoeringsplicht.

Mocht de reconstructie geen doorgang vinden dan wordt de waterberging niet aangelegd. De gemeenteraad heeft in dat geval ook de bevoegdheid om het bestemmingsplan weer in te trekken. Reactie 4: Het plan neemt het Bestemmingsplan Buitengebied Haaren 2020 als vigerend juridisch-planologisch kader, vanuit de verwachting dat dit bestemmingsplan onherroepelijk is vóór de vaststelling van het Plan. Die verwachting is ongegrond. Niet alleen omdat een uitspraak van de ABRvS nog lang op zich kan laten wachten, maar ook omdat de kans op vernietiging groot is, gezien de beroepen. In het oude Bp Buitengebied had het plangebied een andere bestemming met andere regels. Die zijn nu niet bezien. Wij vragen u om het Plan sowieso aan te houden totdat het juridisch-planologisch kader vast staat. Antwoord 4: Het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaren, herziening 2020’ is in werking getreden. Dat betekent dat in het ontwerpbestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening Helvoirt terecht wordt gesteld dat dit het geldende planologisch kader is. Wij hoeven niet te wachten totdat het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaren, herziening 2020’ onherroepelijk is om dit te kunnen wijzigen.

Voor de planologische aanvaardbaarheid van de nieuwe bestemming in het bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening maakt het niet uit of de huidige bestemming ‘Natuur’ is of ‘Agrarisch met waarden - landschaps- en natuurwaarden 2’. Bovendien ziet geen van de beroepen tegen het bestemmingsplan ‘Buitengebied Haaren, herziening 2020’ op het toekennen van de bestemming ‘Natuur’ aan de locatie, waar de infiltratievoorziening wordt beoogd. Reactie 5: Par. 5.1.2. van de Toelichting stelt dat afstromend wegwater van een ZOAB-weg “een verwaarloosbaar milieueffect” oplevert. Dat zou de Commissie Integraal Waterbeheer in 2002 hebben geschreven. Maar dit lezen wij nergens in het rapport “Onderzoek afstromend wegwater” van die commissie. Integendeel, in tabel 2 van dat rapport staat dat afstromend water van een provinciale autoweg 3x meer cadmium, 18-40x meer koper, 9x meer nikkel, 4x meer lood, 15x meer zink, 5x meer olie en 2x meer PAK’s bevat dan regenwater. De Commissie zegt in par. 2.5 dat bermsloten daardoor meestal ernstig verontreinigd zijn. De meeste verontreinigingen accumuleren in de toplaag van de bodem en geven dus bodemverontreiniging. De meer mobiele verontreinigingen kunnen het grondwater bereiken. Dit betreft wegen met dicht asfalt DAB. Uit genoemde tabel blijkt dat bij ZOAB de vervuiling van afstromend wegwater kan zakken maar nog steeds te veel is.

Bovendien, toepassing van ZOAB is nergens

3

voorgeschreven in de reconstructieplannen. Er kan dus (ooit) ook een dichte toplaag op de N65 komen. De Commissie gaf ook aan dat – om minder vuil wegwater te krijgen - ZOAB wel open moet blijven doordat het minstens tweemaal per jaar gereinigd wordt waarbij de opgezogen vervuiling wordt afgevoerd. Ook zo’n periodieke reiniging is hier niet voorgeschreven. Er kan dus verontreinigd wegwater in de zaksloten en het infiltratiegebied komen, met kans op bodem-, oppervlaktewater- en grondwatervervuiling in het Natuurnetwerk. Dit zou strijdig zijn met art. 3.5 en 3.26 van de provinciale Omgevingsverordening, die initiatiefnemers verplichten om mogelijke verontreiniging van de bodem en het grondwater uit te sluiten. Een of enkele wilgen bij de wadi planten – zoals het Plan beschrijft - is geen oplossing. Wij vragen om extra filters of minstens een natuurlijke helofyten waterzuivering in de wadi en/of de sloten. Antwoord 5: Het bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening sluit aan op het bestemmingsplan N65 Helvoirt 2020 aangezien de infiltratievoorziening het water opvangt uit de verdiepte ligging van de N65. In die watertoets is het volgende opgenomen: In de praktijk blijkt dat de kwaliteit van afstromend wegwater sterk afhankelijk is van de oppervlaktetextuur van de verharding.

In 2002 heeft de Commissie Integraal Waterbeheer geconcludeerd, dat bij een verharding met een open oppervlaktetextuur (ZOAB, TLZOAB) er sprake is van een verwaarloosbaar milieueffect. Doordat de verontreinigingen in afstromend wegwater zich hoofdzakelijk hechten aan de zwevende stof (afkomstig van bandenslijpsel en slijtage van auto-onderdelen) is het toepassen van ZOAB, in combinatie met aanvullende beheermaatregelen, betreffende periodiek reinigen van het wegdek, voldoende om negatieve milieueffecten door afstromend wegwater te voorkomen. Het wegwater van de parallelwegen stroomt via de berm af naar de zaksloten. Door de passage door de berm en bodem worden verontreinigende deeltjes ingevangen waardoor deze niet direct in het grond- en oppervlaktewatersysteem terecht komen. In de artikelen die aangehaald worden in de reactie, art. 3.5 en 3.26 van de provinciale omgevingsverordening, staat niet vermeld dat het initiatiefnemers verplicht om mogelijke verontreiniging uit te sluiten. Daarnaast stelt het document ‘Kader afstromend wegwater’ (24 november 2014) van Rijkswaterstaat (RWS) en de commissie Integraal Wegbeheer (CIW): Besluit Lozen buiten inrichtingen: Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen (verder ‘besluit’ of ‘Blbi’ genoemd) en de bijbehorende Regeling lozen buiten inrichtingen in werking getreden.

Dit besluit stelt algemene regels voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Het Besluit lozen buiten inrichtingen stelt regels voor het lozen van afvalwater. Voor RWS is dit besluit van belang omdat het van toepassing is op afstromend wegwater van rijkswegen en op afstromend regenwater van alle daarbij horende viaducten, bruggen, tunnels en overige kunstwerken (zie Blbi, artikel 3.5). Het besluit is gericht op de wijze waarop met lozingen van wegwater (kunstwerken inbegrepen) moet worden omgegaan. De algemene regels zijn een nadere uitwerking van de richtlijnen uit de nota “Afstromend wegwater” van de Commissie Integraal Waterbeheer (CIW) uit 2002 en het advies van de Technische Commissie Bodembescherming (TCB) uit 2001. Het uitgangspunt voor de algemene regel voor de lozing van afstromend wegwater is de volgende voorkeursvolgorde: 1. Infiltratie in de bodem; 2. Lozing in aangewezen oppervlaktewaterlichaam; 3. Lozing op regenwaterriolering; 4. Lozing in niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam. Afstromend wegwater wordt volgens de instructie opgevangen in de infiltratievoorziening waar het de tijd heeft om te infiltreren in de bodem. Dit is volgens het Besluit Lozen buiten inrichtingen en de instructie

4

van de Commissie Integraal Wegbeheer. Bij de voorbereiding van de werkzaamheden zullen de beoogde maatregelen (en kwaliteit) voldoen aan wet- en regelgeving. Als laatst maakt ZOAB samen met de geluidschermen onderdeel uit van de vastgestelde geluidmaatregelen, die als uitgangspunt zijn genomen bij de geluidsberekeningen. Deze maatregelen zijn als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels. Deze maatregelen moeten zijn uitgevoerd voordat de weg in gebruik wordt genomen. Wij delen de uitspraak van de indiener niet.

Reactie 6: Het Plan tast minstens 2000m2 van het NNB aan. Wij bestreden dat dat nodig is. Subsidiair het volgende. Art. 3.19 van de Omgevingsverordening Brabant zegt over aantasting: ‘nee, tenzij’. Er moet allereerst voor het Plan en voor de reden voor het Plan een dwingende reden van groot openbaar belang zijn. Echter, om de veiligheid van de weg te verbeteren was dit voorkeursalternatief voor de reconstructie niet dwingend noodzakelijk. Een reconstructie met minder extra afstromend wegwater was ook goed mogelijk. Daarmee is er o.i. geen dwingende reden van groot openbaar belang voor dít Plan. Ook moet er – voor toelaatbare aantasting - geen alternatieve locatie te vinden zijn buiten het NNB. Uit Bijlage 3 bij de Toelichting blijkt niet dat daar goed naar is gezocht. Als vroeg was alleen deze plek aangewezen. Evenmin is gezocht naar andere oplossingen zonder aantasting van het NNB. Voor het onderzoek naar alternatieve locaties geldt cf. Omgevingsverordening Brabant 3.19 lid 2 dat tijdverlies geen reden is om een alternatief af te wijzen. Daarmee is er o.i. geen rechtvaardiging voor deze aantasting. Bijlage 3 zegt dat fysieke compensatie voor de aantasting ‘niet tijdig’ gevonden kon worden. Blijkbaar is ook niet bezien of er gecombineerd kon worden met fysieke compensatieverplichtingen vanuit de reconstructieplannen.

Dit voldoet daarom niet aan de Beleidsregel Natuurcompensatie van de Provincie. De natuur staat – ook hier – zwaar onder druk. Er is grote nood aan nieuwe natuur. Dan is aantasten van NNB zonder fysieke compensatie achterhaald beleid. Wij vragen u om alsnog (met ons) te zoeken naar fysieke natuurcompensatie, mocht het absoluut geen natuurvriendelijke wadi kunnen worden. De aantasting van het NNB wil het Plan financieel compenseren met 15.000 euro voor de provinciale compensatievoorziening. Het Plan wil dat slechts 3/4e van de (waarde van de) aangetaste 2000m2 vergoeden, op grond van een ‘interne handreiking natuurcompensatie’ van de Provincie. Die ‘regels’ hebben echter geen status of rechtsgrond en doen geen recht aan het feitelijke verlies van natuurgrond. Bij aantasting dient o.i. altijd minstens 1 op 1 gecompenseerd te worden. Wij vragen u om dit te herzien. Antwoord 6: De reconstructie en de uitvoering met de nu voorgestelde verdiepte ligging van de N65 ter hoogte van Helvoirt, waarvoor op 2 juli 2020 door de gemeenteraad van Haaren bestemmingsplan ‘N65 Helvoirt 2020’ is vastgesteld, komt het woon en leef klimaat, de veiligheid en bereikbaarheid ten goede. Dat betekent dat het water uit de verdiepte ligging, ten gevolge van dit besluit, weggepompt moet worden en op een andere plek wordt geborgd en geïnfiltreerd.

Daarmee is de infiltratievoorziening en het voorliggende bestemmingsplan dwingend noodzakelijk. Het vrij afwaterend wegdek van de N65 wordt vervangen door een verdiepte ligging. Op grond van de Keur moet ten gevolge van de toename van verhard oppervlak een waterberging/ infiltratievoorziening worden gerealiseerd. Daarom is in de nabijheid van de verdiepte ligging gekeken naar een geschikte locatie. Aan de noordwestzijde van de verdiepte ligging bevindt zich de kern van Helvoirt, een dichtbebouwd gebied wat in oostelijke richting overgaat in het Natuurnetwerk Brabant (NNB), waarbinnen de Broekleij

5

is gelegen en aansluitend overgaat in de attentiezone waterhuishouding. De zuidoostzijde is minder dicht bebouwd en liggen percelen met een agrarische, bedrijfs- en woonbestemming, NNB en attentiezone waterhuishouding. Aan deze zijde ligt de A-watergang van Waterschap de Dommel die bij calamiteiten als overstort voor de bergings-infiltratievoorziening kan fungeren. De noordwestzijde van de verdiepte ligging is door de aanwezigheid van dichte bebouwing en het mede daardoor ontbreken van voldoende beschikbaar oppervlak afgevallen. Dat betekent dat er naar een geschikte locatie aan de zuidoostzijde van de verdiepte ligging is gezocht. Deze is gevonden in de nabijheid van de Broekleij waar een weide-perceel ligt. Weliswaar NNB maar nog niet ingericht naar natuur, van voldoende omvang om in te richten als waterberging en beschikbaar. In afstemming met, en met instemming van de eigenaar van het perceel (Brabants Landschap), Waterschap de Dommel, Provincie Noord Brabant, de gemeente Vught en de voormalige gemeente Haaren, is een natuurlijke voorziening ontworpen. Deze locatie was al opgenomen in bijlage 8 Watertoets van het door de gemeenteraad van Haaren op 2 juli 2020 vastgestelde bestemmingsplan N65 Helvoirt 2020. De Watertoets maakt als bijlage 1 ook onderdeel uit van het voorliggende bestemmingsplan.

Het is daarnaast een vrije keuze om te kiezen voor fysieke compensatie of financiële compensatie. In artikel 3.22 van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant is hierover het volgende opgenomen:

Er gelden hiervoor enkele uitzonderingen, bijvoorbeeld bij de compensatie van Natura 2000 die wel per se fysiek moet, of fysieke compensatieverplichting vanuit hogere wetgeving zoals Natuurbeschermingswet of Barro). Dat is in dit geval niet van toepassing. Met betrekking tot de financiële compensatie is het gebruik van de handleiding natuurcompensatie van de provincie Noord-Brabant standaardpraktijk. Het gaat om de interpretatie van de compensatieregeling van de IOV. Qua compensatie wordt er gerekend met ingerichte natuurgrond, welke dan in oppervlakte kleiner is dan het gedeelte dat aan NNB verdwijnt omdat de kosten voor de inrichting ten behoeve van natuur er vanaf gaan. Reactie 7: Naast het plangebied moet bij de reconstructie van de N65 een ecopassage komen die samen met de Broekleij onder de nieuwe weg doorgaat. Deze ecopassage moet een succes worden, mede omdat die deel uitmaakt van de natuurcompensatieplicht bij de reconstructie. Het plan mag geen hinder opleveren voor het gebruik van de ecopassage door fauna. Dat cruciale aspect is in de Natuurtoets niet bezien. Verwijzend naar ons punt 1 vragen wij u om de wadi juist een stimulans te maken voor fauna. Omdat er o.i. kans is op waterverontreiniging is aanvullend onderzoek nodig naar eventuele schade van mogelijke uitstroom van vervuild water naar de Broekleij.

Uit de Factsheet KRW - behorende bij het Stroomgebiedbeheerplan Maas 2016-2021 (Rijkswaterstaat) - blijkt dat de Broekleij vervuild is met o.a. PAK’s, PCB’s en kwik (toestand: ‘slecht’) en dat de situatie voor het bodem- en modderleven ‘ontoereikend’ is. De Gemeente heeft een zorgplicht voor het gebruik van gronden die uitspoelen op deze beken. In bestemmingsregels moet rekening worden gehouden met de verbeterdoelen voor het oppervlaktewater. De Natuurtoets heeft dit niet bezien. Antwoord 7: De ecopassage maakt onderdeel uit van het compensatieplan voor de reconstructie van de N65. Wij betwisten of de waterbergingsvoorziening van invloed is op de ecopassage. De waterbergingsvoorziening wordt op een natuurlijke manier ingericht en ligt gemiddeld 80 meter van de Broekleij. Hierdoor is geen hinder voor het gebruik door fauna te verwachten. De infiltratievoorziening wordt uitgevoerd als wadi zoals ook is aangegeven in de Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65 die als bijlage bij het

6

bestemmingsplan wordt toegevoegd, niet als verhard bassin. De voorziening levert geen gevaar op voor fauna. De natuurtoets passen wij aan op dit punt. Wij voegen een duidelijke afbeelding en beschrijving toe van de inrichting (natuurlijke wijze) van de infiltratievoorziening. Het afstromende water blijft normaliter in de infiltratievoorziening waar de eventuele verontreinigingen achterblijven. Deze voorziening heeft enkel een nood-overstort richting het oppervlaktewater. Alleen in zeer extreme situatie zal het overtollige water worden afgevoerd naar het oppervlaktewater. Eventuele verontreinigingen spoelen af bij de first-flush en blijven achter in de infiltratievoorziening. De noodoverstort zal enkel schoon water van extreem neerslag betreffen. Er komt dan ook geen verontreiniging tot afstroom naar de Broekleij. Zoals in de Waterparagraaf wordt aanbevolen wordt het plan eerst nader uitgewerkt alvorens in overleg met het Waterschap tot een noodzakelijke aanvraag wordt overgegaan. In de pompkelder wordt een calamiteitenvoorziening gemaakt om te voorkomen dat bijvoorbeeld de vloeistof uit een gekantelde tankwagen naar de infiltratievoorziening wordt gepompt.

Reactie 8: De Regels bij het plan wijken op diverse punten o.i. nadelig af van het vigerende bestemmingsplan: • Art. 3.2.2.onder b laat informatieborden toe van max. 3m. Dit is strijdig met de welstandsregels, zoals aangevoerd in ons beroepschrift tegen het Bestemmingsplan Buitengebied Haaren 2020. • Art. 4.2.1. laat hier gebouwen toe van 25m2 en 3,5m hoog en dat is nu resp. 20m2 en 3m. • Art. 4.2.2. laat hier overige bouwwerken toe van 5m hoog en dat is nu 3m. • Art. 5.1. laat hier overwegen, bruggen, voet- en fietspaden toe, wat nu niet mag. • Art. 5.2.1. laat hier gebouwen toe, wat nu niet mag. • Art. 5.2.2. laat hier andere bouwwerken toe tot 5 – 8m en dat is nu max. 3m. • Art. 11.3 verruimt de gebruiksmogelijkheden voor de bestemming ‘Overige zone – Natuurnetwerk’ en laat hier nieuwbouw en aanleg toe, terwijl nu alleen bestaande bebouwing is toegestaan. Deze verruimingen en bouwmogelijkheden worden niet toegelicht en zijn o.i. ongewenst, hinderlijk voor de natuur en nergens voor nodig. Daarmee is er voor deze wijzigingen geen deugdelijke motivering. Wij vragen u op al deze punten de teksten van het oude bestemmingsplan te volgen. In de Regels van het Plan zijn de kernbegrippen ‘infiltratievoorziening’, ‘waterberging’ en ‘waterafvoer’ niet gedefinieerd in artikel 1. Dat kan onduidelijkheid oproepen. De dubbelbestemming ‘Waterstaat – waterberging’ (art.

7) Is blijkens de Toelichting opgenomen voor gronden nabij de Broekleij, waar ook waterberging zou kunnen komen. Waarom daar ook waterberging moet zijn wordt niet uitgelegd. Waterberging hier verhoogt de kans op uitstroom van vervuild wegwater naar de Broekleij. Dat is verboden. Wij vragen u van deze dubbelbestemming af te zien. Antwoord 8: De regels passen we deels aan. De regels van het bestemmingsplan N65 Helvoirt 2020 en het bestemmingsplan Buitengebied Herziening 2020 zijn als basis genomen om vergelijkbare mogelijkheden te bieden binnen de bestemmingsplannen ten behoeve van de inrichting van de openbare ruimte, de hoogte van lichtmasten of het aanleggen van voorzieningen voor onderhoud aan de infiltratievoorziening. De regels voor bouwhoogte en bouwoppervlakte voor gebouwen binnen de bestemming Water en de regels voor bouwhoogte en bouwoppervlakte voor bouwwerken geen gebouw zijnde binnen de bestemming Natuur passen wij aan. De bouwhoogtes worden beperkt tot 3 meter en de bouwoppervlakten tot 20 meter. Overige regels worden gehandhaafd en sluiten aan bij de omliggende bestemmingsplannen. De gemeente Vught werkt nu aan een nieuw bestemmingsplan ‘Buitengebied Vught 2022’. In de Regels van het bestemmingsplan voegen wij de definities toe van de kernbegrippen ‘infiltratievoorziening’, ‘waterberging’ en ‘waterafvoer’.

7

De provincie heeft ervoor gekozen om alle NNB gebieden ook aan te duiden als attentiezone waterhuishouding. Sommige niet NNB gebieden hebben die aanduiding ook. In onderstaande afbeelding zijn de groene gebieden NNB en attentiezone waterhuishouding en de ‘oranje’ kleur alleen attentiezone waterhuishouding. Het plangebied ligt in een ‘groen’ gebied (zie pointer) net als de gronden nabij de Broekleij. De locatie heeft nu ook al de gebiedsaanduiding attentiezone waterhuishouding. De gebieden in het bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening krijgen niet de dubbelbestemming Waterstaat – Waterberging zoals de gebieden rondom de Broekleij. De gebieden rond de Broekleij hebben de bestemming waterberging omdat die een buffer/bergende voorziening zijn gekoppeld aan de afvoer van de beek Broekleij. De waterbergende voorzieningen voor de afstroom van wegwater zijn van een andere orde van grootte en hebben geen ruimtelijke bescherming nodig.

Conclusie: Deze zienswijze leidt wel tot aanpassing van het bestemmingsplan. - Wij voegen het inrichtingsplan (Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65) van de infiltratievoorziening toe als bijlage bij het bestemmingsplan. - Wij borgen in de regels van de bestemming Water dat de infiltratievoorziening op een natuurlijke manier wordt aangelegd en onderhouden. - Wij passen de toelichting aan waar wordt aangeven dat het plan verband houdt met de bestemmingsplannen N65 Vught én N65 Helvoirt. Dat is niet juist. Het plan houdt alleen verband met het gebied Helvoirt. - Wij voegen in de Natuurtoets een duidelijke afbeelding en beschrijving toe van de inrichting (natuurlijke wijze) van de infiltratievoorziening en onderbouwen dat de voorziening geen invloed heeft op het gebruik van de ecopassage. - De regels voor bouwhoogte en bouwoppervlakte binnen de bestemming Natuur (voor gebouwen geen gebouw zijnde) en Water (voor gebouwen) passen wij aan en laten wij aansluiten bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied Herziening 2020’. Overige regels blijven gehandhaafd. - In de Regels van het bestemmingsplan voegen wij de definities toe van de kernbegrippen ‘infiltratievoorziening’, ‘waterberging’ en ‘waterafvoer’.

8

Indiener 2, Van der Heijden Rentmeesters, uit naam van omwonenden Reactie 1: Inleiding Cliënten kunnen niet instemmen met het betreffende plan en de wijze waarop het tot stand is gekomen. Alvorens de redenen hiervan nader te benoemen meen ik er goed aan te doen u voor de beeldvorming eerst de situatie te schetsen waarin cliënten zich momenteel bevinden, zodat u een en ander ook met kennis van de volledige ter zake doende context kunt beoordelen. Cliënten zijn geconfronteerd met het plan tot aanpassing/reconstructie van de N65 en dan met name de kruising Molenstraat en de daarvoor te realiseren tunnelbak en aanpassing van de parallelstructuren. Cliënten hebben op zichzelf tegen dit plan geen bezwaren en hebben daartegen dan ook geen zienswijzen of beroep te berde gebracht. Om de genoemde parallelstructuur en aanverwante voorzieningen te kunnen realiseren is zowel van het perceel van de … als van het perceel van … een strookje grond nodig ter grootte van respectievelijk … m2 (van Helvoirt …) en … m2 (van perceel …).

Voor de zijdens de Provincie wenselijke aankoop van deze perceelsgedeelten zijn gesprekken met cliënten gevoerd en voorstellen aan hen uitgebracht door Rijkswaterstaat (RWS), die van de Provincie Noord-Brabant (Provincie) het verzoek/de opdracht heeft gekregen de grondverwervingen ten behoeve van de uitvoering van het door de gemeente Haaren vastgestelde bestemmingsplan 'N65 Helvoirt 2020' te doen. Hierbij werd door RWS aanvankelijk ten aanzien perceel … ingestoken op de aankoop van een groter perceelsgedeelte van ca. … m2 i.p.v. … m2. Toen echter bleek dat een gedeelte van dit perceel (per abuis) niet was meegenomen in het bestemmingsplan 'N65 Helvoirt 2020' werd hiervan afgezien, omdat er zonder dat er sprake is van een dergelijk bestemmingsplan geen sprake is/kan zijn van onteigeningstitel, welke mogelijk nodig kan zijn op het moment dat er in der minne geen overeenstemming bereikt kan worden met de grondeigenaar. Op dit moment is ook ten aanzien van de perceelsgedeelten die wel in het N65 plan zijn meegenomen nog geen overeenstemming bereikt met RWS, laat staan met de Provincie. Hieraan liggen twee redenen ten grondslag: 1. De door RWS geboden schadeloosstelling (en dan met name de component vermogensschade) wijkt dusdanig veel af van in andere vergelijkbare situaties geboden schadeloosstellingen, dat de biedingen van RWS niet serieus genomen kunnen worden.

De zeer uitgebreide onderbouwing die hiervoor door ons is gegeven wordt door RWS, hoofdzakelijk op basis van het argument - 'dat omwille van de privacy niet op andere situaties in het plangebied kan worden ingegaan' - van tafel geveegd. 2. Met name voor … komt daar nog bij dat is aangedrongen op en regeling voor de bijkomende schade die geleden zal worden omdat de werkzaamheden aan de tunnelbak en de parallelstructuur met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid tot gevolg zullen hebben dat tijdelijk moet worden uitgezien naar een vervangende praktijkruimte voor haar psychologiepraktijk. De therapieën die gegeven worden mogen namelijk op geen enkele wijze gehinderd of doorbroken mogen worden door geluidsoverlast, trillingen of onderbrekingen in de behandelcyclus door tijdelijke onbereikbaarheid van de praktijk. RWS weigert ten ene male dit onderwerp mee te nemen in haar aanbiedingen tot schadeloosstelling, zij hanteert een 'enge' taakopvatting en zegt van de Provincie enkel de taak te hebben gekregen de benodigde gronden te verwerven. Kortom RWS houdt zich verre van schaden die met een beetje goeie wil (of slechte vanuit cliënt's perspectief gezien) onder de noemer van planschade of nadeelcompensatie zouden kunnen worden geschaard. Voor dit onderwerp is aandacht gevraagd bij de omgevingsmanager van de Provincie.

In mei van 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden met deze, een jurist van de Provincie en een vertegenwoordiger van de gemeente Vught. Op 29 november 2021 werden cliënten naar aanleiding van dit gesprek uiteindelijk schriftelijk geïnformeerd over het standpunt

9

van de Provincie in deze (zie bijlage 1). Dat standpunt komt er kort gezegd op neer komt dat men er niet aan wil om nu al tot een totale schaderegeling te komen. De Provincie vertrouwt er op dat de aannemer - waarbij dus letterlijk de verantwoording voor de goede behandeling van uw burgers wordt neergelegd - er voor zorg zal dragen dat alles zonder noemenswaardige overlast zal verlopen. Als dat niet zo is kunnen cliënten zich alsnog bij de Provincie melden en via een nadeelcompensatieprocedure proberen tot een schaderegeling te komen. RWS en de Provincie baseren hun standpunt op quasi juridische gronden. Cliënten kwalificeren dit standpunt van RWS en de Provincie echter als pure onwil. Dat het een kwestie van willen is, wordt gestaafd door het feit dat een andere betrokken partij in het project, verderop in Vught (zijnde ProRail) in tenminste één bij ondergetekende zeer goede bekende situatie wél vooraf tot een regeling van alle schaden (dus ook nadeelcompensatie) bereid is gebleken. Het kan dus en het mag dus ook. RWS en de Provincie kunnen het juridisch ook goed borgen dat er later niet alsnog voor hetzelfde schade wordt geclaimd, maar weigeren eenvoudigweg. Cliënten kunnen hier, mede in samenhang met hetgeen onder punt 1 is genoemd, zeer moeilijk genoegen mee nemen. Per brief van 14 januari jl. hebben we namens cliënten gereageerd op voornoemde brief, zie bijlage 2.

Momenteel ligt aan cliënten voor een op 26 januari jl. gedateerde brief van RWS waarin - voorsorterend op een onteigening - een tweede formele bieding aan cliënten is uitgebracht met het verzoek daarop binnen 4 weken te reageren. Naast deze procedure die loopt ten aanzien van de eigendomsrechten van cliënten en de schaden die zij als gevolg van de realisatie zullen leiden, speelt nog dat de gemeente Haaren op 24 september 2020 besloot om het bestemmingsplan 'Buitengebied Haaren, herziening 2020' (gewijzigd) vast te stellen. Dat heeft toch niets met de N65 te maken?, zult u denken. Dat dachten cliënten in eerste instantie ook, maar niets bleek minder waar. Cliënten constateerden namelijk, al teruglezende in de bij het plan eveneens vastgestelde nota van zienswijzen, dat gedurende de planvoorbereidingsprocedure op verzoek van Rijkswaterstaat een zogenaamde 'Vrijwaringszone - Autoweg' ten behoeve van de N65 op hun percelen is geprojecteerd. Dit verraste cliënten bijzonder onaangenaam. Zie het in bijlage 3 aangehechte beroepsschrift tegen dit besluit. Mocht bij u nu de indruk ontstaan dat er van de zijde van cliënten geen bereidheid zou bestaan om te praten over de verkoop van de voor de N65 benodigde grond dan willen we hierbij benadrukken dat die bereidheid er zeer zeker wel is.

Dit blijkt ook uit voornoemde brief (bijlage) waarin cliënten zelf actief verzoeken om een vervolggesprek, tot op heden is daar niet op gereageerd, anders dan dat er brieven over onteigening bij cliënten op de mat zijn gevallen. Cliënten weigeren dus niet om te praten, maar wel om 'een soort van gemangeld' te worden door de raderen van de verschillende proceduremolens die door diverse instanties draaiende worden gehouden om vervolgens overgeleverd te zijn aan de goeie wil van een aannemer, die op zich natuurlijk wei voorwaarden en voorschriften van zijn opdrachtgever meekrijgt maar logischerwijs toch vooral op pad is om geld te verdienen met haar werkzaamheden. Antwoord 1. Appellanten geven aan tegen de reconstructieplannen op zichzelf geen bezwaren te hebben en dat van hen, vanuit de bestemmingsplannen ‘N65 Haaren 2020’en ‘N65 infiltratievoorziening’ stroken grond nodig zijn om het project te realiseren. Over de verwerving hebben diverse gesprekken plaatsgevonden en is nog geen overeenstemming bereikt. De gesprekken over de te verwerven grond waarvoor de titel en een vastgesteld bestemmingsplan N65 infiltratievoorziening nog ontbreekt zijn afgebroken en worden na de vaststelling voortgezet. De onderhandelingen over de verwerving vinden plaats op basis van advies van onafhankelijk beëdigd deskundigen.

Wij vernemen dat appellanten het niet eens zijn over de resultaten uit onderhandelingen. Wij kunnen daar niet in treden omdat de procedure conform de strikte kaders van de onteigeningswet wordt doorlopen. Daarin passen onder andere de formele aanbiedingen die in het kader van die procedure moeten worden gedaan. Dit staat los van de te voeren bestemmingsplanprocedure.

10

Over bijkomende schade is met appellanten van gedachten gewisseld. Door Provincie is aangegeven dat de aannemer werkzaamheden dusdanig moet uitvoeren dat de kans op schade wordt geminimaliseerd en gemanaged. Omdat op voorhand onvoldoende vaststaat dat de werkzaamheden schade veroorzaakt ontbreekt de grondslag om vooruitlopend een regeling te treffen ter voorkoming van de gestelde schade. Inmiddels is er een beter beeld over de werkzaamheden rondom de woningen. Over bijkomende schade heeft op 9 maart 2022 een vervolggesprek plaatsgevonden op verzoek van appellant. In alle redelijkheid en billijkheid wordt gekeken naar mogelijkheden om tegemoet te komen aan de wensen van de appellant. Wij stellen vast dat gesprekken die hierover plaatsvinden los staan van de voorliggende bestemmingsplanprocedure. Zoals appellant aangeeft is op verzoek van Rijkswaterstaat in het Bestemmingsplan Buitengebied Haaren 2020 een 'Vrijwaringszone - Autoweg' ten behoeve van de N65 opgenomen. Het bestemmingsplan is door de gemeenteraad van Haaren op 24 september 2020 gewijzigd vastgesteld. Wij vinden het spijtig dat u hierover in een laat stadium kennis van heeft kunnen nemen. Wij stellen vast dat het geen relatie heeft met het voorliggende vast te stellen bestemmingsplan N65 infiltratievoorziening.

Reactie 2: Het voorliggende plan is puur een reparatiepleister voor een ander plan (N65) dat blijkbaar niet voorziet in hetgeen het zou moeten bewerkstelligen. Daarbij komt dat het nog alleszins onzeker is dat de plannen voor de N65 de procedurele eindstreep halen, nu daartegen nog volop beroepen open staan. Antwoord 2. Omdat het mogelijk maken van de infiltratievoorziening onderdeel uit had moeten maken van het bestemmingsplan N65 Helvoirt 2020 werken wij aan het bestemmingsplan N65 infiltratievoorziening. In het kader van de uitvoering van de werkzaamheden kan niet worden gewacht op een naliggende procedure. De vaststelling van het bestemmingsplan geeft geen uitvoeringsplicht. Mocht de reconstructie toch geen doorgang vinden dan wordt de waterberging niet aangelegd. De gemeenteraad heeft in dat geval ook de bevoegdheid om het bestemmingsplan weer in te trekken. Reactie 3: Cliënten hebben weinig tot geen vertrouwen in de vaststelling van de gemeente en het waterschap (watertoets) dat er nauwelijks kans is op verontreiniging van de bodem- en grondwater door het afgepompte tunnelbakwater. De onderbouwing daarvan komt namelijk niet verder dan de opmerking 'uit de praktijk blijkt' en een verwijzing naar een onderzoek uit 2002 waaruit zou blijken dat er bij het gebruik van ZOAB van een 'verwaarloosbaar' milieueffect sprake is.

Gecombineerd met aanvullende beheermaatregelen (periodiek reinigen wegdek) zouden er geen negatieve milieueffecten optreden. Cliënten vinden de onderbouwing hiervan erg mager en zien hierin geen garantie dat in de toekomst niet blijkt dat er toch een aanzienlijk bodemverontreiniging heeft plaatsgevonden pal naast en grenzend aan hun eigendom. Uit andere bronnen blijkt dat het rapport waarnaar verwezen wordt wel degelijk spreekt van verontreinigingen in van wegen afstromend water. Wij verzoeken u hier kritisch naar te kijken. Zeker nu hierbij ook de vraag opkomt waar de opmerking vandaan komt dat de toevoeging van beplanting als Wilgen een waterzuiverende werking zou hebben. Blijkbaar is er dan toch sprake van verontreinigd water. En wat gebeurd er bij een calamiteit, wordt er dan niet gepompt? Uit de toelichting op het plan lijkt er geen voorziening voor dergelijk situaties en komt er alsnog verontreinigd water in de bodem en het grondwater terecht. Er van uitgaande dat er inderdaad geen sprake is van een risico op verontreiniging dan kan het plan ook nog eens als een onnodige investering van algemene middelen worden gezien. Het water kan dan immers evenzogoed afgevoerd worden op de direct naastgelegen Broekleij, deze ligt enkele tientallen meters verderop (zie afbeelding hiernaast).

De bestaande sloot leidt hier nu ook al heen en heeft al decennia de functie om water af te voeren afkomstig van de aanliggende wegen en velden in deze omgeving. Antwoord 3.

11

Het document ‘Kader afstromend wegwater’ (24 november 2014) van Rijkswaterstaat (RWS) en de commissie Integraal Wegbeheer (CIW) stelt: Besluit Lozen buiten inrichtingen: Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen (verder ‘besluit’ of ‘Blbi’ genoemd) en de bijbehorende Regeling lozen buiten inrichtingen in werking getreden. Dit besluit stelt algemene regels voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Het Besluit lozen buiten inrichtingen stelt regels voor het lozen van afvalwater. Voor RWS is dit besluit van belang omdat het van toepassing is op afstromend wegwater van rijkswegen en op afstromend regenwater van alle daarbij horende viaducten, bruggen, tunnels en overige kunstwerken (zie Blbi, artikel 3.5). Het besluit is gericht op de wijze waarop met lozingen van wegwater (kunstwerken inbegrepen) moet worden omgegaan. De algemene regels zijn een nadere uitwerking van de richtlijnen uit de nota “Afstromend wegwater” van de Commissie Integraal Waterbeheer (CIW) uit 2002 en het advies van de Technische Commissie Bodembescherming (TCB) uit 2001. Het uitgangspunt voor de algemene regel voor de lozing van afstromend wegwater is de volgende voorkeursvolgorde: 1. Infiltratie in de bodem; 2. Lozing in aangewezen oppervlaktewaterlichaam; 3.

Lozing op regenwaterriolering; 4. Lozing in niet-aangewezen oppervlaktewaterlichaam. Het Besluit Lozen buiten inrichtingen legt de verantwoordelijkheid voor de afweging voor de lokale maatwerkoplossing bij de initiatiefnemer, waarbij het niet de bedoeling is dat dit in de praktijk leidt tot hoge maatschappelijke kosten. Het is de bedoeling om de lozing van afstromend wegwater vooral pragmatisch in te steken, gericht op het afvangen van de bulk van de verontreiniging. Afstromend wegwater wordt volgens de instructie opgevangen in de infiltratievoorziening waar het de tijd heeft om te infiltreren in de bodem. Dit is volgens het Besluit Lozen buiten inrichtingen en de instructie van de Commissie Integraal Wegbeheer. Wij delen de uitspraak van de indiener niet. In plaats van directe lozing op de Broekleij volgt nu infiltratie door middel van een als wadi uitgevoerde infiltratievoorziening. Hierdoor blijft de invloed van de verdiepte ligging van de N65 bij hevige regenval beperkt voor de omliggende gebieden. Daarnaast wordt met de voorziening juist verdroging tegengaan, deze maatregel past binnen het klimaatconvenant. Door de voorziening wordt overtollig water ter plaatse toegevoegd aan het grondwater. De voorziening biedt ook juist extra mogelijkheden om eventuele verontreinigingen af te vangen voordat deze zich verspreiden in grond en oppervlaktewater.

Reactie 4: Het infiltratiegebied ligt direct aan een fietsroute die veel toerisme aantrekt en straks (als de omgeving meer autoluw wordt door de aangelegde tunnel) nog meer uitnodigt tot het ter plaatse nemen van een rustpauze. Het gebiedje zal er uit zien als 'een meertje om bij te zitten'. De groenstrook aan de voorzijde van de percelen van cliënten wordt nu al regelmatig gebruikt als een openbaar toilet door fietstoeristen en de grasstroken als picknickplaats. Het infiltratiegebied zal toerisme aantrekken met overlast op het terrein van cliënten tot gevolg. Naast overlast leidt dit ook tot een afnemend gevoel van veiligheid. Cliënten zijn dan ook van mening dat het infiltratiegebied aan alle zijden dient te worden voorzien van een afrastering om dit (berm)toerisme te voorkomen. Antwoord 4. Wij begrijpen de zorgen van de cliënten rondom het onwenselijk gebruik van de in eigendom zijnde gronden, maar delen deze niet. Rondom de infiltratievoorziening worden geen voorzieningen geplaatst die ondersteunend zijn aan toerisme.

12

Reactie 5: De infiltratievoorziening of de wadi zoals die ook wel genoemd wordt, is qua planologische mogelijkheden pal op de grens van het perceel van cliënten gesitueerd. Dit is voor cliënten zeer onwenselijk vanuit het oogpunt van vernatting, overstromingsrisico (door de hoge pieken a.g.v. de klimatologische wijzigingen), maar ook vanwege de kans op overlast van ongedierte (muggen, ratten) dat zal ontstaan als gevolg van het langzaam wegzakkende water in de wadi. Antwoord 5. De situatie wijzigt wel ten opzichte van de huidige situatie. Het afstromend water van de N65 wordt nu geloosd via de bermen en de sloten op de Broekleij. In de toekomst wordt het water uit het verdiepte deel van de N65 geloosd op de infiltratievoorziening. Wanneer daar in extreme situaties te veel water in komt wordt alsnog geloosd op de watervoerende sloten naar de Broekleij. Vanuit daar zal verdere afvoer plaatsvinden. Aan appellant is toegezegd dat een peilbuis wordt geplaatst waardoor de hoogte van het (grond)water over een periode van vijf jaar wordt gemonitord. Wanneer er toch excessen zijn kunnen maatregelen worden genomen. Uitvoering vindt plaats conform de Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65 welke als bijlage bij het bestemmingsplan wordt gevoegd.

Juist om vernatting te voorkomen is er tussen de infiltratievoorziening en het eigendom van reclamant een watergang voorzien die bedoeld is om negatieve grondwatereffecten te voorkomen. Wij achten de kans op vernatting uitgesloten. Het wateroppervlak zal door de aanleg van de infiltratievoorziening wel toenemen maar wij verwachten dat de voorziening meer en deel van de tijd droog zal staan en slechts periodiek gevuld zal zijn met oppervlaktewater dat langzaam weg zakt. Dit is gangbaar bij andere Wadi’s. Omdat er op dit moment ook al verschillende sloten, de Ruys Bossche Waterloop en de Broekleij aanwezig zijn zal de infiltratievoorziening niet zorgen voor extra hinder van ongedierte. Reactie 6: Uit de toelichting blijkt verder dat er bij het ter inzage gaan van dit plan nog niet, of althans maar zeer summier, in beeld kan worden gebracht op welke wijze een en ander zal worden gerealiseerd. In die zin is het plan nog erg onvoldragen en is het naar de mening cliënten niet klaar om al in procedure te worden gebracht. Cliënten worden hierin overigens ook bevestigd door de inhoudelijke zienswijzen van 24 januari jl. die door IVN / Natuur- en milieugroep Vught ten aanzien van de onderbouwing van het plan naar voren zijn gebracht. Antwoord 6.

De inrichting van de infiltratievoorziening is in overleg met het Waterschap, Brabants Landschap, Rijkswaterstaat en de gemeente Vught en Haaren opgesteld. De inrichting zal op een natuurlijke manier plaatsvinden, als een wadi. Hierbij maken wij gebruik van natuurlijke materialen, houtopstanden, flauwe hellingen. De wadi zal droog zijn in droge perioden en juist nat in de nattere perioden. Uitwerking van de inrichting is opgenomen in de Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65. Deze wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Reactie 7: Gelet op de beoogde ligging pal grenzend aan het perceel van cliënten zou het in de rede hebben gelegen en fatsoenlijk zijn geweest - zeker in het licht van de context die hiervoor is geschetst - om in overleg te treden met cliënten over de invulling en situering van deze voorziening. Er is hierover echter op geen enkele wijze overleg gevoerd met cliënten. Van een omgevingsdialoog is dus geen sprake geweest. Dat in de toelichting wordt aangegeven dat deze in het kader van het ontwerpplan wordt gevoerd is in complete tegenspraak met de eisen die normaliter aan initiatiefnemers worden gesteld rondom het voeren van een omgevingsdialoog voorafgaand aan een planologische procedure. Blijkbaar hoeft een overheidslichaam zelf niet aan deze regels van goed fatsoen te voldoen. Antwoord 7.

13

De situering van de voorziening was al opgenomen in bijlage 8 Watertoets van het bestemmingsplan N65 Helvoirt 2020, wat op 2 juli 2020 door de gemeenteraad van Haaren is vastgesteld. Samen met de toekomstig beheerder Rijkswaterstaat, Waterschap de Dommel, Brabants Landschap en de gemeenten Vught en Haaren is het inrichtingsplan opgesteld, waarmee de voorziening vastligt en er weinig ruimte is om vanuit de bewoners mee te denken. Appelanten zijn op 18 mei 2021 persoonlijk geïnformeerd over het voornemen het bestemmingsplan voor de realisatie van een bergingsinfiltratievoorziening op te stellen en de ligging ervan grenzend aan perceel 2165. Tijdens het overleg hebben appelanten hun bezorgdheid geuit over mogelijke verhoging van de grondwaterstand ten gevolge van de infiltratievoorziening. Op 15 juli 2021 is appelanten bevestigd dat er gezien de bezorgdheid over de grondwaterstand in de nabijheid van het perceel een extra peilbuis wordt geplaatst, waarmee het verloop van de grondwaterstand wordt gemonitord. Vervolgens zijn appelanten persoonlijk geïnformeerd over het ter inzage leggen van het bestemmingsplan. Op 9 maart 2022 zijn de plannen door provincie en gemeente Vught nader toegelicht. De aannemer gaat een definitief ontwerp opstellen waarover de eigenaar van het aanliggende perceel wordt geïnformeerd.

Reactie 8: Verder merk ik nog op dat cliënten van mening zijn dat het aanbrengen van een infiltratievoorziening op deze plek zal leiden tot een ernstige verstoring van de waterhuishouding met een directe negatieve invloed op de bestaande vegetatie in de omgeving tot gevolg. Dichtbij wordt het te drassig dichtbij en verderop treed verdroging op. Uit de toelichting en de bijlagen bij het plan blijkt hieraan op geen enkele wijze aandacht te zijn besteed. Antwoord 8. Wij verwachten niet dat de natuurlijke waterstand in de omgeving van de waterbergingsvoorziening zal veranderen. De voorziening zorgt juist voor gecontroleerde rustige infiltratie in de grond. Bij excessieve regenval zorgt het netwerk ervoor dat water via zaksloten en de Broekleij wordt afgevoerd. In de omgeving worden wel peilbuizen geplaatst om de (grond)waterstand te monitoren. De bodem van de infiltratievoorziening komt boven het grondwaterniveau te liggen. Hierdoor zal er geen sprake zijn van een drainerende werking van de infiltratievoorziening en dus ook niet van verdroging. In nabijheid van de infiltratievoorziening is een sondering (DKM-10) en een boring (VO-9102) tot 6 meter minus maaiveld geplaatst. Bij de sondering is ca. 6 meter minus maaiveld een scheidende laag waargenomen. Daarboven is geen scheidende laag aanwezig en bestaat de bodem overwegend uit matig fijn zand.

Op basis van de beschikbare bodemgegevens is vastgesteld dat de locatie geschikt is voor het realisatie van een infiltratievoorziening. Na vaststelling van het bestemmingsplan volgt de definitieve planuitwerking. Bij de planuitwerking wordt nader onderzoek uitgevoerd om de werking van de infiltratievoorziening te borgen. Het beheer en onderhoud van de infiltratievoorziening wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat. Conclusie: Naar aanleiding van de zienswijze van Van der Heijden Rentmeesters uit naam van omwonenden, zijn in het bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening de volgende wijzigingen doorgevoerd: - Wij voegen het inrichtingsplan van de infiltratievoorziening (Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65) toe als bijlage bij het bestemmingsplan. - Wij borgen in de regels van de bestemming Water dat de infiltratievoorziening op een natuurlijke manier wordt aangelegd en onderhouden. - Wij voegen in de Natuurtoets een duidelijke afbeelding en beschrijving toe van de inrichting (natuurlijke wijze) van de infiltratievoorziening.

14

Indiener 3 Met de provincie Noord-Brabant is uitvoerig vooroverleg gevoerd. De reactie op het concept ontwerp bestemmingsplan is helaas verlaat ontvangen en verkeerd geregistreerd in het zaaksysteem van de gemeente. Om deze reden konden de wijzigingen niet in het ontwerp bestemmingsplan meegenomen worden. De opmerkingen van de provincie worden alsnog verwerkt in het definitieve bestemmingsplan. In dit onderdeel van de nota van zienswijzen is de vooroverlegreactie weergegeven en wordt aangegeven welke wijzingen worden doorgevoerd. Reactie 1: Kwaliteitsverbetering van het landschap (IOV art. 3.9) Wij zien het als een positieve ontwikkeling dat de beoogde infiltratievoorziening als natuurlijke voorziening wordt gerealiseerd. Hierbij is aangegeven dat de ontwikkeling landschappelijk wordt ingepast. Voor deze inpassing is globaal een tekening opgenomen in de toelichting. Graag zien we dat deze inpassing steviger wordt vastgelegd; dat de ontwikkeling goed landschappelijk wordt ingepast, en ook als zodanig plaatsvindt (geborgd in de planregels). Antwoord 1: Wij zijn het met de reactie van de provincie eens. De inrichting van de infiltratievoorziening op een natuurlijke wijze nemen wij op in de planregels. Hierbij wordt verwezen naar de Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65 die als bijlage wordt toegevoegd bij het bestemmingsplan.

Reactie 2: Attentiezone waterhuishouding (IOV art. 3.26) In de planregels wordt de Attentiezone genoemd, in de toelichting wordt hier echter verder niet op ingegaan. Er wordt aandacht besteed aan waterberging en de kwaliteit van het zakwater, maar niet aan het effect van een 1,2 m. diepe plas op de NNP. De watertoets besteedt wel aandacht aan het grondwater, maar dan met name aan de grondwaterstroming. Wellicht heeft de ontwikkeling hier weinig tot geen effect op, bijvoorbeeld omdat deze boven het grondwater wordt aangelegd; dan is het goed dit expliciet te benoemen. Wij verzoeken u dit nader toe te lichten. Antwoord 2: Wij begrijpen de reactie van de provincie en de onduidelijkheid over de invloed van de infiltratievoorziening op het grondwater. Er komt geen constante waterplas van 1,2 meter diepte in de infiltratievoorziening. Meer en deel van de tijd zal de voorziening, vergelijkbaar met een wadi, droog staan. Voor een verdere toelichting op de infiltratievoorziening verwijzen wij naar het klimaatconvenant. Hierin is de doelstelling gedefinieerd. Door deze infiltratievoorziening wordt het effect op grondwater juist gemitigeerd. De bodem van de infiltratievoorziening komt boven het grondwaterniveau te liggen. Hierdoor zal er geen sprake zijn van een drainerende werking van de infiltratievoorziening en dus ook niet van verdroging.

In nabijheid van de infiltratievoorziening is een sondering (DKM-10) en een boring (VO-9102) tot 6 meter minus maaiveld geplaatst. Bij de sondering is ca. 6 meter minus maaiveld een scheidende laag waargenomen. Daarboven is geen scheidende laag aanwezig en bestaat de bodem overwegend uit matig fijn zand. Op basis van de beschikbare bodemgegevens is vastgesteld dat de locatie geschikt is voor het realisatie van een infiltratievoorziening. Na vaststelling van het bestemmingsplan volgt de planuitwerking. Bij de planuitwerking wordt nader onderzoek uitgevoerd om de werking van de infiltratievoorziening te borgen. Het beheer en onderhoud van de informatievoorziening wordt uitgevoerd door Rijkswaterstaat. In de Interim Omgevings Verordening van de Provincie Noord-Brabant Artikel 3.26 is daarnaast opgenomen: “De gronden zijn bestemd voor bescherming van de waterhuishoudkundige en het voorkomen van functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant.”

15

Aangetoond moet dus worden dat er geen negatieve effecten ontstaan op het Natuur Netwerk Brabant door deze infiltratievoorziening. Ten eerste is op de locatie van de infiltratievoorziening, door herbegrenzing, geen sprake meer van NNB gebied, daarnaast heeft het plan geen invloed om omliggende gebieden/percelen die nog wel onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Brabant.

Reactie 3: Nieuwe ontwikkelingen in het NNB (IOV art. 3.18) Compensatie (IOV art. 3.22, 3.24 (financiële compensatie) Wij kunnen ons vinden in de bijgevoegde financiële compensatieopgave. Antwoord 3: Wij nemen uw reactie ter kennisgeving aan. Reactie 4: Kleinschalige herbegrenzing (IOV art. 3.21) Niet geheel duidelijk is welke weg gekozen wordt met betrekking tot de voorwaarden bij de herbegrenzing. Als het gaat om een kleinschalige aantasting van NNB (minder dan 1 ha.), dan ligt de kleinschalige herbegrenzing voor de hand. Wel dient daarbij in ieder geval ook sprake te zijn van een alternatievenafweging. Wij verzoeken u dit aspect nader toe te lichten. Antwoord 4: Wij zijn het eens met de reactie van de provincie. Kleinschalige herbegrenzing ligt voor de hand. In toelichting op de regels voegen wij een duidelijke onderbouwing toe voor de huidige locatiekeuze. In het kort is de onderstaande redeneerlijn van toepassing op de alternatievenafweging. Het vrij afwaterend wegdek van de N65 wordt vervangen door een verdiepte ligging. Op grond van de Keur moet ten gevolge van de toename van verhard oppervlak een infiltratievoorziening worden gerealiseerd. Daarom is in de nabijheid van de verdiepte ligging gekeken naar een geschikte locatie.

Aan de noordwestzijde van de verdiepte ligging bevindt zich de kern van Helvoirt, een dichtbebouwd gebied wat in oostelijke richting overgaat in het Natuurnetwerk Brabant (NNB), waarbinnen de Broekleij is gelegen en aansluitend overgaat in de attentiezone waterhuishouding. De zuidoostzijde is minder dicht bebouwd en liggen percelen met een agrarische, bedrijfs- en woonbestemming, NNB en attentiezone waterhuishouding. Aan deze zijde ligt de A-watergang van Waterschap de Dommel die als overstort voor de bergings- infiltratievoorziening kan fungeren. De noordwestzijde van de verdiepte ligging is door de aanwezigheid van dichte bebouwing en het mede daardoor ontbreken van voldoende beschikbaar oppervlak afgevallen. Dat betekent dat er naar een geschikte locatie aan de zuidoostzijde van de verdiepte ligging is gezocht naar een geschikte locatie. Deze is gevonden in de nabijheid van de Broekleij ligt een weide-perceel, weliswaar NNB maar nog om te vormen naar natuurinrichting, van voldoende omvang om in te richten als waterberging en beschikbaar. In afstemming met en instemming door de eigenaar van het perceel (Brabants Landschap), Waterschap de Dommel, Provincie Noord Brabant en de gemeenten Vught en Helvoirt, is een natuurlijke voorziening ontworpen. Reactie 5: Procedure grenswijziging werkingsgebied op verzoek (IOV art.

6.2) De herbegrenzing dient bij het ontwerpplan aangevraagd te worden, en onderdeel uit te maken van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van het (ontwerp-) plan. Daarbij dient tevens op de verbeelding duidelijk te worden aangegeven wat herbegrensd wordt (te verwijderen werkingsgebiedsaanduiding (NNB), en toe te voegen Groenblauwe mantel (GBM)). Antwoord 5:

16

In de publicatie van het ontwerp bestemmingsplan is aangeven dat het college van B&W het voornemen heeft om een verzoek tot wijziging van de grens van één of meerdere werkingsgebieden te doen, daarbij is het werkingsgebied Natuur Netwerk Brabant specifiek benoemd. In de publicatie is vermeld dat bij de gemeente een reactie kan worden ingediend tegen het voornemen tot grenswijziging. Bij het aanmelden van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan is via het e-formulier van de Provincie aangegeven dat er een verzoek om herbegrenzing gedaan wordt. Op de verbeelding van het ontwerp bestemmingsplan moesten de te verwijderen en toe te voegen vlakken aangeven conform IOV art. 6.2 lid 2. Het gaat daarbij om de ‘basis’ werkingsgebieden. De afgeleide werkingsgebieden hoeven niet aangegeven te worden. Op de verbeelding hebben we het Natuur Netwerk Brabant in beeld gebracht. De toe te voegen gronden Groenblauwe Mantel zijn hierop niet aangegeven. Dit is een logisch gevolg van de herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant. Conclusie: Naar aanleiding van de zienswijze van de provincie Noord-Brabant, zijn in het bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening de volgende wijzigingen doorgevoerd: - Wij voegen aan de planregels toe dat de infiltratievoorziening op een natuurlijke wijze uitgevoerd moet worden.

Daarbij verwijzen wij naar de Notitie infiltrerende watervoorziening Broekleij N65 die als bijlage wordt toegevoegd bij het bestemmingsplan. - In de toelichting op de regels onderbouwen wij uitgebreider dat de waterbergingsvoorziening geen invloed heeft op de grondwaterstand. - In toelichting op de regels voegen wij een duidelijke alternatievenafweging toe. Hier komt de afweging voor de huidige locatie in terug. 2. Ambtshalve wijzigingen In het definitieve bestemmingsplan N65 Infiltratievoorziening is een ambtshalve wijziging doorgevoerd op verzoek van de Provincie Noord-Brabant. Deze wijziging komt voort uit de herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant. De gebiedsaanduiding ‘overige zone - in Interim omgevingsverordening te verwijderen Natuur Netwerk Brabant’ wordt verwijderd van de verbeelding. Deze gebiedsaanduiding was opgenomen voor de terinzagelegging van het Ontwerp Bestemmingsplan. Deze is binnen het definitieve bestemmingsplan overbodig. Bij vaststelling van dit bestemmingsplan door de Gemeenteraad van Vught heeft het College van Gedeputeerde Staten van de Provincie een besluit genomen over de herbegrenzing van het Natuur Netwerk Brabant.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=41819962-5838-43f0-8aaf-a0b23fc115df