CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Nota van zienswijzen bestemmingsplan Bestevaer Vught

Raadsvergadering 17 maart 2022, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bestevaer, ontwikkeling kinderdagverblijf 't Kasteeltje3.985 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van zienswijzen en wijzigingen ontwerpbestemmingsplan Bestevaer, Vught Inleiding Het ontwerp van het bestemmingsplan heeft vanaf 14 oktober 2021 tot en met 24 november 2021 gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegen. Daarbij is een ieder in de gelegenheid gesteld om mondeling of schriftelijk zijn mening over het plan kenbaar te maken. De terinzagelegging is gepubliceerd in het Klaverblad, op www.officiele bekendmakingen.nl en op de gemeentelijke website. Daarnaast hebben de personen die een inspraakreactie hebben ingediend een brief ontvangen met de nota van inspraak en vooroverleg en een toelichting op de procedure waarin ook aangegeven hoe en waar een zienswijze ingediend kon worden. In deze “Nota van zienswijzen en wijzigingen” zijn alle ingekomen reacties opgenomen en geven wij aan wat wij hiervan vinden. De reacties zijn samengevat weergegeven. De reacties zijn in hun totaliteit afgewogen. Voor zover deze niet volledig zijn weergegeven, betekent het dus niet dat hier bij de beoordeling geen rekening mee is gehouden. Wanneer de zienswijzen ons aanleiding hebben gegeven om het plan aan te passen, hebben we dat in deze nota opgeschreven.

Zienswijzen Tijdens de zienswijzenperiode zijn er 2 zienswijzen ingediend. Deze worden hierna behandeld. Volgens de Wet bescherming persoonsgegevens mogen NAW-gegevens (naam, adres en woonplaats) en andere persoonsgegevens niet op internet worden aangeboden. Een uitzondering geldt voor gegevens van: - Ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon; - Personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure, bijvoorbeeld advocaten en gemachtigden. Als het voor de uitoefening van een publieke taak nodig is, mogen de persoonsgegevens wel digitaal aangeboden worden.

1

Indiener 1 Legal Office, namens een aantal bewoners omgeving Ouwerkerkveld Zienswijze Uitspraak 1: Bij het opstellen van een nieuw bestemmingsplan dient het college inzicht te bieden in de relevante omgevingsaspecten, zoals die opgenomen zijn in het Besluit ruimtelijke ordening. Het college geeft in hoofdstuk 4 van het ontwerpbestemmingsplan "Bestevaer te Vught" inzicht in de omgevingsaspecten, die van invloed kunnen zijn op de te realiseren plannen. Zo is er bijvoorbeeld een onderzoek gedaan naar de bodem, de luchtkwaliteit en hinder ten gevolge van de bedrijvigheid. Het college komt tot de conclusie dat het kinderdagverblijf op voornoemde aspecten geen hinder zal veroorzaken. In de nota van inspraak en vooroverleg geeft het college een reactie op de zienswijze van cliënten. Het college geeft een nadere toelichting op de afwegingen die hebben geleid tot het voorliggende bestemmingsplan, maar gaat niet in op de zienswijze van cliënten dat de verkeersdrukte voor hun woning enorm zal toenemen. Cliënten blijven van mening dat het college alleen de huidige omstandigheden in acht neemt en hierbij niet de situatie betrekt die er zal ontstaan in combinatie met de aanleg van het tijdelijke station. Uit bijlage 6 behorende bij het ontwerpbestemmingsplan "Bestevaer te Vught" volgt dat er dagelijks 100 kinderen op de locatie van het kinderdagverblijf aanwezig zullen zijn.

Hierbij wordt aangenomen dat ongeveer 60% dagelijks met de auto zal worden opgehaald en gebracht. Dit alles resulteert in een verkeersgeneratie van 366 motorvoertuigbewegingen per werkdag. Het terrein bevindt zich op dit moment al nabij een drukke weg. Door het vestigen van een kinderdagverblijf zal de verkeersdrukte voor de woning van cliënten nog meer toenemen. Cliënten zien dit dan ook niet graag gebeuren. Uitspraak 2: Voorts zal het uitzicht vanaf het perceel van cliënten door het vestigen van het kinderdagverblijf worden belemmerd. Waar cliënten nu een vrij uitzicht hebben op groen, zal dit verstoord worden door een gebouw. Uit de toelichting behorende bij het bestemmingsplan "Molenstraat eo 2016" is af te leiden dat het college de groenvoorziening in de gemeente zoveel mogelijk wil behouden en daar veel waarde aan hecht. Uit de wijzigingen uit het ontwerpbestemmingsplan volgt dat het college bij het uitvoeren van het plan het groen deels zal behouden. Cliënten hechten echter veel waarde aan het behoud van het groene (speel)veld voor hun woning. Cliënten zijn er dan ook voorstander van dat het college andere, betere locaties onderzoekt voor het kunnen vestigen van een kinderdagverblijf.

Uitspraak 3: In de nota van inspraak en vooroverleg licht het college toe dat de hervestiging van het kinderdagverblijf en de aanleg van het tijdelijke parkeerterrein onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Volgens het college is hervestiging van het kinderdagverblijf noodzakelijk om de onderdoorgang Wolfskamerweg te kunnen realiseren. Het college stelt dat de keuze voor de locatie van het kinderdagverblijf het resultaat is van een afweging tussen drie opties, te weten: • Definitieve nieuwe locatie op Bestevaer; • Tijdelijke locatie op Bestevaer; • Opheffen van de betreffende vestiging. Het college heeft, gelet op onder andere het veiligheidsbeleid en de belangen van de eigenaren van het kinderdagverblijf, de keuze gemaakt voor een definitieve nieuwe locatie op Bestevaer (optie a). Het college dient bij de keuze van een bestemming een afweging te maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. De afweging die het college heeft gemaakt geeft er geen blijk van dat de belangen van omwonenden in overweging zijn genomen bij de vaststelling van het plan. Het college heeft niet daadwerkelijk onderzoek gedaan naar andere (lees: elders binnen de gemeente), betere locaties voor het vestigen van het kinderdagverblijf. Hieruit kan de conclusie getrokken worden dat het college een afweging heeft gemaakt tussen drie mogelijkheden en niet tussen drie locaties.

Cliënten blijven van mening dat het college, gelet op de belangen van de omwonenden, onderzoek dient te doen naar andere, betere locaties die in algemene zin tot een in ruimtelijk opzicht gelijkwaardig

2

resultaat zullen leiden met minder bezwaren. Uitspraak 4: Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat uit de nota van inspraak en vooroverleg volgt dat er meer dan 74 inspraakreacties zijn ingediend door omwonenden. Hieruit volgt dat niet alleen cliënten in hun belangen worden geraakt, maar ook dat het overgrote deel van de omwonenden zich niet kan verenigen met de realisatie van het kinderdagverblijf en de tijdelijke parkeerplaatsen. Het college kan hier niet zomaar aan voorbij gaan. Op grond van artikel 3.1 Wet op de ruimtelijke ordening moet een plan in overeenstemming zijn met goede ruimtelijke ordening. Uit de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan "Bestevaer te Vught" blijkt dat het college niet voldaan heeft aan de eisen die gesteld zijn in artikel 3.1 Wet op de ruimtelijke ordening en hoofdstuk 3 van het Besluit ruimtelijke ordening. Uitspraak 5: Naast het vestigen van een kinderdagverblijf is het college voornemens om op het terrein tijdelijke parkeerplaatsen te vestigen. In artikel 8.5 van het bestemmingsplan "Molenstraat eo 2016" is bepaald welke overwegingen het college in acht moet nemen indien zij parkeerplaatsen op het terrein wil aanleggen. Allereerst moet het college aantonen dat er sprake is van een parkeerbehoefte, overeenkomstig de 'Parkeernota' van de gemeente Vught. De verkeersveiligheid dient hierbij gewaarborgd te blijven.

Ook moeten er geen onevenredig nadelige gevolgen voor het woonmilieu ontstaan of kunnen ontstaan en de waarden en belangen van derden dienen niet onevenredig te worden geschaad of kunnen worden geschaad. In de nota van inspraak en vooroverleg licht het college toe dat de reacties op het voorontwerp van het bestemmingsplan "Bestevaer te Vught” ertoe hebben geleid het aantal tijdelijke parkeerplaatsen nader te beschouwen. Als gevolg hiervan wordt het aantal parkeerplaatsen verminderd van 164 naar 113. De gedeeltelijke groene invulling van het Ouwekerkveld blijft hierdoor behouden, aldus het college. Cliënten kunnen zich hiermee niet verenigen. In de toelichting behorende bij het ontwerpbestemmingsplan "Bestevaer te Vught", geeft het college inzicht in de toekomstige parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie. Als reden om extra parkeerplekken aan te leggen wordt de komst van het tijdelijke station genoemd. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering zal opleveren. Het college miskent hiermee echter dat de aanleg van een groot aantal parkeerplaatsen enorm veel overlast zal meebrengen voor omwonenden. De aanleg van vorenbedoelde parkeerplaatsen is discutabel en de noodzaak van de aanleg van de parkeerplaatsen wordt onvoldoende aangetoond.

Daarnaast toetst het college niet aan andere voorwaarden, zoals de gevolgen voor het woonmilieu en de belangen van derden. Zo geeft het college niet aan welke gevolgen het aanleggen van de parkeerplaatsen voor omwonenden heeft. Het maken van een belangenafweging is een eis die volgt uit de jurisprudentie. Hiervoor verwijs ik u naar de uitspraak van de Raad van State van 4 april 2018, ECU :NL:RVS:2018:1139.

3

Reactie gemeente Ad. 1: Door het tijdelijke station met bijbehorende faciliteiten gaan er meer verkeersbewegingen ontstaan. Dit vloeit voort uit de afwegingen in het Tracébesluit waarbij gekozen is om een tijdelijk station op terrein Bestevaer te realiseren. Deze oplossing vergemakkelijkt de bouw van de verdiepte ligging ter plaatse van het huidige station. Er hoeft daardoor tijdens de bouw geen rekening te worden gehouden met ruimte voor perrons, fietsen en parkeren. Ter plaatse van Bestevaer is meer ruimte beschikbaar voor de combinatie van tijdelijke spoorbaan, bouwen verdiepte ligging en tijdelijke station met voorzieningen. In paragraaf 4.12.2 van de Toelichting worden de verkeersgevolgen van het kinderdagverblijf en het tijdelijke station beschreven. Om de verkeersgeneratie te bepalen, is aangesloten bij de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren'. Om de toekomstige verkeersafwikkeling te bepalen, is het prognosejaar 2030 van het BrabantBrede ModelAanpak (BBMA-model) gebruikt. De nieuwe Grote Zeeheldenbuurt is hierin opgenomen. De aansluiting van het kinderdagverblijf bevindt zich aan de Bestevaer, welke aansluit op de Michiel de Ruyterweg. De aansluiting van het tijdelijke parkeerterrein van het station bevindt zich aan de Maarten Trompstraat. In bijlage 6 van de Bijlagen bij de toelichting is de toekomstige verkeersgeneratie van het kinderdagverblijf te zien.

De verkeersgeneratie is 366 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal (brengen en halen) Het tijdelijke parkeerterrein voor het station voorziet in 113 parkeerplaatsen. Aangenomen wordt dat deze met name gebruikt gaat worden door forenzen die 's ochtends de trein nemen en aan het einde van de dag terugkomen. Daarmee is de aanname dat er tweeverkeersbewegingen per parkeerplaats worden gegenereerd. Voor een worst-case berekening is uitgegaan van een volledige bezetting van het parkeerterrein op werkdagen gedurende de dag. Dit resulteert in een maximum aantal van 334 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal. Op basis van de toekomstige verkeersintensiteiten zijn drie kruispuntberekeningen uitgevoerd. Ook hiervoor zijn de verkeersintensiteiten van 2030 uit het BBMA-model gebruikt die de gemeente Vught hanteert. De verkeersintensiteiten die worden gegeneerd door het kinderdagverblijf en het tijdelijke parkeerterrein zijn opgeteld bij de toekomstige verkeersintensiteiten. De kruispuntberekening geeft als uitkomst een A waarde weer: A staat hierbij voor de verhouding tussen drukste intensiteiten op de verschillende takken van het kruispunt, vormgeving van het kruispunt en rijsnelheden.

• Michiel de Ruyterweg - Maarten Trompstraat: A = 0,40 • Michiel de Ruyterweg - Bestevaer (inclusief verkeer kinderdagverblijf): A = 0,06 • Maarten Trompstraat - aansluiting tijdelijk parkeerterrein: A = 0,30 Hiermee zit deze factor A voor alle kruispuntberekeningen ruim binnen de marge waarin geen maatregelen nodig zijn. De berekeningen zijn in bijlage 6, het verkeersonderzoek, in de Bijlagen bij de toelichting weergegeven. Door de gemeente is de (tijdelijke) toename van de verkeersbewegingen als gevolg van het tijdelijk station en de definitieve toename van verkeersbewegingen als gevolg van kinderdagverblijf afgewogen. De gemeente concludeert dat er meer verkeersbewegingen zullen zijn dan dat nu het geval is maar dat er voor de verkeersveiligheid geen extra maatregelen noodzakelijk zijn. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 2: Rondom het Ouwerkerkveld staan al verschillende bedrijfspanden. De bewoners van de Maarten Trompstraat hebben nu uitzicht op het Ouwerkerkveld en op de aangrenzende bebouwing. De locatie van het nieuwe kinderdagverblijf ligt gelegen tegen de Bestevaer, in zichtlijn met de al aanwezige bebouwing en op enige afstand van de omliggende woningen. Wij zijn van mening dat in de eindsituatie zonder tijdelijk parkeerterrein voor het station het uitzicht niet onevenredig wordt geschaad. De

4

groenbestemming op de rest van het Ouwerkerkveld blijft behouden zodat na het verwijderen van de tijdelijke parkeerplaatsen het groene karakter kan worden hersteld. Voor de tussenliggende periode hebben wij samen met ProRail en NS besloten het aantal parkeerplaatsen te verminderen, extra bomen toe te voegen langs het parkeerterrein en grasbetontegels op het parkeerterrein toe te passen. zodat een deel van de groene uitstraling behouden blijft. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 3: De hervestiging van het kinderdagverblijf en de aanleg van het tijdelijke parkeerterrein zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Hervestiging van het kinderdagverblijf is noodzakelijk om de onderdoorgang Wolfskamerweg te kunnen realiseren. Deze onderdoorgang maakt onderdeel uit van het Tracébesluit PHS Meteren – Boxtel. In het Tracébesluit is de sloop van het kinderdagverblijf opgenomen om de onderdoorgang aan te kunnen leggen. Het belang tussen aanleg onderdoorgang en sloop kinderdagverblijf is aldus afgewogen in het Tracébesluit PHS Meteren Boxtel. Om het kinderdagverblijf voor Vught te behouden en de eigenaren te compenseren is hervestiging noodzakelijk. Daartoe zijn verschillende locaties onderzocht. Deze locaties zijn afgewogen in de memo ‘Quickscan herhuisvesting ’t Kasteeltje’ van 19 november 2018.

Het college van Vught heeft op basis van deze memo besloten de locatie Bestevaer aan te wijzen. Op de betreffende plek is in het Tracébesluit echter deels een tijdelijke parkeerterrein voor het tijdelijke station Vught opgenomen. Het vervangende deel van het tijdelijke parkeerterrein is daarmee verbonden aan de hervestiging van het kinderdagverblijf. Dit voor wat de hoofdlijn betreft ten aanzien van afwegingen die hebben geleid tot het voorliggende bestemmingsplan. Meer in detail het volgende. De keuze voor de nieuwe locatie, Ouwerkerk, is het resultaat van een afweging uit 3 hoofdrichtingen: a) Definitief nieuwe locatie op Bestevaer ten westen van het tijdelijk station in combinatie met aanpassing van het tijdelijke parkeerterrein. b) Tijdelijke locatie op Bestevaer en terugkeren naar oude locatie na de aanleg van de onderdoorgang Wolfskamerweg. c) Opheffen van de betreffende vestiging van het bedrijf Optie C is zoals hiervoor gesteld niet in het belang van Vught respectievelijk de eigenaren van het bedrijf. Voor optie B is niet gekozen omdat de huidige locatie van het kinderdagverblijf dicht bij het spoor (en bij een LPG vulpunt) ligt. Vanuit dat oogpunt is het niet wenselijk om op die plek aan de Kempenlandstraat, opnieuw een kinderdagverblijf te vestigen.

Voor de gemeente past een kwetsbare, niet zelfredzame doelgroep, direct aan het spoor en op een route waar LPG vervoerd wordt, niet in haar externe veiligheidsbeleid. De optie om het kinderdagverblijf tijdelijk te vestigen aan de Bestevaer en daarna terug te laten keren naar de Kempenlandstraat zou zes jaar tijdelijke huisvesting betekenen en daarna opnieuw verhuizen. Dat is voor het kinderdagverblijf ook niet wenselijk. Om deze redenen is er voor optie A gekozen. Deze belemmert het gebruik van de crossbaan niet en maakt hervestiging niet al te ver van de huidige locatie mogelijk. De hiervoor vereiste aanpassing van het tijdelijke parkterrein is, gezien het tijdelijke karakter en gezien de eerder genoemde belangen aanvaardbaar. Bij de verdere uitwerking van het plan is rekening gehouden met de belangen van de omwonenden doordat onder andere de verkeersbeweging inpasbaar zijn. Ook wordt in de eindsituatie de groene uitstraling van het terrein geborgd. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 4:

5

Het college gaat niet zomaar voorbij aan de inspraakreacties van omwonenden en belanghebbenden. Aanpassingen zijn doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Op het ontwerpbestemmingsplan Bestevaer zijn twee zienswijzen ingediend. Wij accepteren dat de wijzigingen niet ter tevredenheid zijn van eenieder. In het ontwerpbestemmingsplan wordt de aanleiding van het plan en de toekomstige inrichting beschreven. Ook wordt in de toelichting in hoofdstuk 4 ingegaan op de omgevingsaspecten. Daarmee wordt voldaan aan de eisen. De indiener van de zienswijze maakt niet duidelijk waarom het plan en de onderbouwing niet in overeenstemming zou zijn met een goede ruimtelijke ordening en de wettelijke eisen. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 5: De parkeerbehoefte op het Ouwerkerkveld is direct gekoppeld aan het tijdelijk verleggen van het station van Vught.. Dit vloeit voort uit de afwegingen in het Tracébesluit waarbij gekozen is om een tijdelijk station op terrein Bestevaer te realiseren. Deze oplossing vergemakkelijkt de bouw van de verdiepte ligging ter plaatse van het huidige station. Er hoeft daardoor tijdens de bouw geen rekening te worden gehouden met ruimte voor perrons, fietsen en parkeren.

Ter plaatse van Bestevaer is meer ruimte beschikbaar voor de combinatie van tijdelijke spoorbaan, bouwen verdiepte ligging en tijdelijke stationsvoorzieningen. Het is duidelijk dat het tijdelijke station op deze locatie in de onmiddellijk omgeving voor meer verkeer en het deels tijdelijk verdwijnen van de groene uitstraling zorgt. De keuze voor het tijdelijke station is zoals hiervoor omschreven een afweging tussen diverse belangen. De gemeente is hierbij betrokken en ondersteunt deze afweging in het Tracébesluit. Het tracébesluit is vervolgens een gegeven voor de gemeente die doorwerkt in het bestemmingsplan Bestevaer. In paragraaf 4.12.2 worden de verkeersgevolgen van het kinderdagverblijf en het tijdelijke station beschreven. In paragraaf 4.12.3 wordt geconcludeerd: “Zoals bovenstaand beschreven biedt het plan voor de kinderdagopvang voldoende parkeerplaatsen om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Het verkeer dat door de kinderdagopvang en het tijdelijke parkeerterrein ten behoeve van het station wordt gegenereerd kan worden afgewikkeld op de bestaande kruispunten. Er zijn geen aanvullende maatregelen op deze kruispunten ten behoeve van de doorstroming nodig. Geconcludeerd wordt dat het aspect verkeer en parkeren geen belemmering oplevert voor voorliggende ontwikkeling.” Daarmee is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

De tijdelijkheid van het parkeren is gegarandeerd in het bestemmingsplan onder de bestemming Groen. Voor het deel van de zienswijze reactie 5 dat ingaat op de verkeersveiligheid, zie Ad. 1 van deze reactie. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.

6

Indiener 2 Kinderdagopvang BV Onder de Pannen Zienswijze

7

8

9

10

Reactie gemeente Ad. 1: 1. Wij nemen uw reactie ter kennisgeving aan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 2: 2. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de concurrentiepositie. Wij faciliteren geen extra locatie maar een vervangende locatie vanwege de noodzakelijke verwerving en sloop van de huidige vestiging van het Kasteeltje voor de aanleg van de onderdoorgang Wolfskamerweg/Laagstraat. Nu de sloop noodzakelijk is vanwege een groot maatschappelijk belang zijn wij als gemeente in redelijkheid gehouden om de negatieve effecten daarvan voor betrokkenen te beheersen. In dat geval is dat medewerking bieden aan een vervangende locatie. De gemeente doorloopt verder de procedures zoals dat ook bij andere ontwikkelingen geschiedt. 3. Het Kasteeltje financiert de aankoop van de grond zelf. De middelen worden gegenereerd uit de verkoop van de locatie aan de Kempenlandstraat. De grondprijs is marktconform. Daarnaast is de huisvesting niet de enige reden dat men kiest voor een kinderdagopvang. Andere factoren zijn ook van belang bijvoorbeeld het pedagogisch klimaat. Wij betwisten dat vaststelling van het bestemmingsplan leidt tot een verslechtering van de concurrentiepositie van Onder de Pannen. 4. Wij zien voor de gemeente zelf geen taak voor de huisvesting van kinderdagverblijven.

Ondernemingen moeten zelf zorgen voor huisvesting. In het geval van de Bestevaer hebben wij een eigen belang omdat daarmee de mogelijkheid ontstaat om de plannen rondom de Wolfskamerweg te realiseren. 5. Wij sluiten niet uit dat de gemeente meewerkt aan een ontwikkeling van Onder de Pannen wanneer zij een eigen locatie voorstelt. Ieder kinderdagverblijf is een onderneming en dient zelf te zorgen voor huisvesting. De grondverkoop van het plot aan de Bestevaer aan ‘t Kasteeltje komt voort uit de ontwikkeling rondom het project PHS waaronder de onderdoorgang van de Wolfskamerweg. Wij hechten groot belang aan het doorgaan van dit project. Om die reden is er een objectieve reden om een uitzondering te maken voor de verkoop van de grond aan ’t Kasteeltje. 6. Wij zien geen reden waarom wij een nieuwe locatie moeten faciliteren voor het kinderdagverblijf Onder de Pannen. Conclusie: Wij herhalen ons standpunt dat eventuele belangen van concurrenten geen rol spelen bij de vaststelling van bestemmingsplannen. Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 3: In beginsel worden met een bestemmingsplan of ander planologisch besluit geen schaarse rechten toebedeeld. Zie hiervoor ook de conclusie van staatsraad-advocaat generaal Widdershoven van 6 juni 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1847). Op dit beginsel geldt een aantal uitzonderingen.

Deze uitzonderingen gelden hier niet. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ad. 4: Externe Veiligheid Het onderzoek naar externe veiligheid is als bijlage 3 bij het ontwerpbestemmingsplan gevoegd. Daarin wordt o.a. gesteld dat het groepsrisico van de spoorlijn weliswaar een toename zal kennen ten gevolge van de voorgenomen ontwikkelingen maar dat deze toename niet zal leiden tot een groepsrisico dat hoger is dan 0,1 keer de oriëntatiewaarde. Daarnaast bevat bijlage 3 een aanzet tot verantwoording van het groepsrisico. Als bijlage 7 is als vervolg op de aanzet het advies van de Veiligheidsregio Brabant Noord

11

opgenomen. De Veiligheidsregio Brabant Noord adviseert een aantal aanvullende maatregelen te treffen om de externe veiligheid te waarborgen: • Afstand tot de risico’s vergroot de veiligheid; het situeren van het kinderdagverblijf op een grotere afstand tot het spoor is wenselijk, maar niet noodzakelijk. Het groepsrisico op de locatie blijft binnen de gestelde hiervoor waarde van 0,1 keer de oriëntatiewaarde. • Toepassen van scherfvrijglas; mogelijk dat de invoering van de Omgevingswet scherfvrijglas verplicht. Op dit moment geeft de wetgever geen technische eisen waaraan getoetst kan worden. • Toepassen stevige, over-gedimensioneerde constructiematerialen; de constructiematerialen die toegepast worden zijn getoetst aan het Bouwbesluit 2012 en voldoen aan de eisen. • Bouwwerken en gebieden zijn snel en veilig te verlaten; bij de beoordeling van de zelfredzaamheid concludeert de brandweer dat veilig ontvluchten onvoldoende gewaarborgd is. Dit is een verbeterpunt en wij zullen de inrichting van een alternatieve vluchtroute, richting de Maarten van Trompstraat, als voorwaarde toevoegen aan de omgevingsvergunning. Geluid Zie de rapportage geluid in bijlage 2 bij de toelichting. Hierin wordt gemotiveerd dat de situatie aanvaardbaar is.

De volgende conclusie wordt getrokken: “Uit het onderzoek volgt dat de maximale geluidbelasting vanwege de 30 km/uur wegen hoogstens 45 dB Lden bedraagt inclusief aftrek en is daarmee lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB ingevolge de Wet geluidhinder. Voor 30 km/uur wegen geldt geen formeel toetsingskader ingevolge de Wet geluidhinder. Vaststelling van hogere waarden is derhalve niet aan de orde. De geluidbelasting vanwege het nabijgelegen spoor bedraagt hoogstens 43 dB Lden. Dit is lager dan de voorkeursgrenswaarde van 53 dB. Het vaststellen van hogere waarden is eveneens niet aan de orde. Uit de resultaten blijkt dat er geen hogere waarden aan de orde zijn. Analoog aan de Wet geluidhinder, is de geluidbelasting vanwege de 30 km/uur wegen inclusief aftrek lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De situatie ten aanzien van geluid wordt derhalve aanvaardbaar geacht.” Uitvoerbaarheid Wij gaan ervan uit dat het Tracebesluit onherroepelijk wordt en dat de aankoop van het perceel aan de Kempenlandstraat 1 doorgang vindt gezien het belang van het vervangen van de overweg Wolskamerweg/Laagstraat door een ongelijkvloerse kruising. De aankoop van het perceel aan de Bestevaer en de nieuwbouw worden betaald met de opbrengst van de verkoop van de locatie aan de Kempenlandstraat. ProRail heeft de financiën hiervoor beschikbaar.

Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Wel leidt de zienswijze tot aanpassing van de omgevingsvergunning. Om te waarborgen dat bouwwerken en gebieden snel en veilig zijn te verlaten voegen wij aan de omgevingsvergunning de inrichting van een alternatieve vluchtroute toe, richting de Maarten van Trompstraat. Ad. 5: De belangen van omwonenden zijn betrokken bij het bestemmingsplan, maar wij hebben het belang van het bieden van een alternatieve locatie voor ’t Kasteeltje zwaarder laten wegen. De belangen van Onder de Pannen hebben wij niet meegewogen omdat zij niet worden geschaad door het bestemmingsplan. Concurrentieverhoudingen vormen bij een planologische belangenafweging in beginsel geen in aanmerking te nemen belang, tenzij zich een duurzame ontwrichting van het voorzieningenpatroon zal voordoen die niet door dwingende redenen wordt gerechtvaardigd. De concurrentiepositie van het Onder de Pannen speelt geen rol bij de belangenafweging voor dit bestemmingsplan. Conclusie: Dit onderdeel van de zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Bij deze is besloten door de Gemeenteraad van Vught in de vergadering van 17 maart 2022.

12

de griffier,

de voorzitter,

J.A. Deneer

R.J. van de Mortel

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=42fc082e-053f-49ca-8e0a-7c466e88b24a