Bijlage - Natuurtoets
Tekst van het document
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan
projectnummer 0469168.100 definitief revisie 2.0 18 februari 2022
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 Toetsing Wet natuurbescherming en NNN t.b.v. een bestemmingsplan projectnummer 0469168.100 definitief revisie 2.0 18 februari 2022
Auteurs A.L.G. van der Linden
Opdrachtgever Gemeente Vught Leeuwensteinplein 5 5261 EV VUGHT
Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus
De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.
datum vrijgave 18 februari 22 2022
beschrijving revisie 2.0 definitief
gecontroleerd CS
vrijgave PK
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer
1 3 3
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming
4
2.1 2.2 2.3
Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming
4 4 5
3
Methodiek
9
3.1 3.2 3.3 3.4
Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject
9 9 10 10
4
Resultaten
11
4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.3.5 4.3.6
Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Brabant Groenblauwe mantel Foerageergebied ganzen en smienten Bescherming van houtopstanden Overige gebiedselementen
11 12 12 13 16 17 17 18 19 20 20 20
5
Toetsing
21
5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.3 5.3.1 5.3.2
Effectbepaling plan Toetsing effect op beschermde soorten Vogels Zoogdieren Vleermuizen Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het Natuurnetwerk Brabant (NNB)
21 21 21 23 24 25 25 26
6
Bronnen
27
Bijlagen
28
Bijlage 1: Wettelijk kader
29
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Globale ligging van het plangebied (rood omlijnd) Bron: QGIS-PDOK, 2021.
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Conclusies en advies De gemeente Vught is voornemens om ten zuiden van de N65 ten hoogte van Helvoirt een waterbergingsvoorziening te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat het plan niet in strijd is met de Wet natuurbescherming en het beleid van het Natuurnetwerk Brabant. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het plangebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Tevens is aangegeven of volgens de Nederlandse wetgeving vervolgstappen aan de orde zijn.
Conclusies: Beschermde gebieden In het plangebied is geen Natura 2000-gebied aanwezig. Van directe aantasting van Natura 2000gebieden is geen sprake. Wel vinden mogelijk indirecte effecten plaats in de vorm van stikstofdepositie tijdens de realisatiefase. Stikstofdepositie in de realisatiefase is echter vrijgesteld per 1 juli 2021. Hierom is geen AERIUS berekening nodig, wel dienen stikstofemissies tijdens de realisatiefase beperkt te worden. Het plangebied ligt in het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Er is hierom sprake van directe aantasting van het NNB. Om deze reden is een natuurcompensatieplan opgesteld en wordt financieel gecompenseerd. Het plangebied ligt niet in de groenblauwe mantel of een rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. Effecten op deze gebieden zijn hierom uitgesloten. Tabel 1 geeft een overzicht van de hierboven genoemde conclusies met betrekking tot gebiedsbescherming. Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
Natura 2000
NNB
Groenblauwe mantel / rust- en foerageergebied ganzen en smienten
Aanwezig binnen de invloedssfeer?
Ja
Ja
Nee
Effecten?
Mogelijk door stikstofdepositie in aanlegfase
Ja door ruimtebeslag
Nee
Vereiste vervolgstappen aan de orde?
Nee, stikstofemissie in aanlegfase is vrijgesteld
Natuurcompensatieplan is opgesteld en er wordt financieel gecompenseerd
Nee
Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?
Ja
Ja
Ja
Naast beschermde gebieden dient bij de realisatie van de waterberging rekening gehouden te worden met de nabij te realiseren ecopassage Broekleij. Deze ecopassage is onderdeel van een compensatieopgave van de herconstructie van de N65. De waterberging mag geen hinder opleveren voor het gebruik van de ecopassage door fauna. Doordat de waterberging natuurlijk wordt ingepast, zal deze geen hinder opleveren voor het gebruik van de ecopassage door fauna. Er bestaat geen verdrinkingsgevaar voor dieren en het voornemen zorgt in de gebruiksfase niet voor verstoring. Er zijn hierom geen vervolgstappen aan de orde.
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het plangebied: Jaarrond beschermde nesten – roofvogels en uilen (mogelijk nesten in bomen); Algemene broedvogels (zeer waarschijnlijk nestplaatsen); Zoogdieren – bunzing en wezel (mogelijk verblijfplaatsen en foerageergebied); Zoogdieren – eekhoorn (mogelijk verblijfplaatsen en foerageergebied); Vleermuizen (mogelijk verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende plan. Aangegeven is of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming en onder welke voorwaarden het plan uitvoerbaar is. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
Essentieel leefgebied in plangebied?
Is er sprake van een overtreding?
Is een ontheffing noodzakelijk
Vervolgstappen
Jaarrond beschermde nesten Boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief
Mogelijk nesten in bomen
Ja, indien bomen met een mogelijk JRB nest gekapt worden
Ja, indien bomen met een mogelijk JRB nest gekapt worden
Indien bomen verloren gaan Aanvullend veldbezoek in periode waarin bomen blad hebben verloren om aanwezigheid van mogelijk JRB nesten vast te stellen
Algemene broedvogel soorten
Zeer waarschijnlijk nestplaatsen
Nee, indien gewerkt wordt buiten broedseizoen
Nee, indien gewerkt wordt buiten broedseizoen
Werken buiten broedseizoen
Mogelijk verblijfplaatsen
Ja, indien verblijfplaatsen aanwezig zijn en worden aangetast
Ja, indien verblijfplaatsen aanwezig zijn en worden aangetast
Indien bosschage wordt aangetast Nader onderzoek volgens handreiking kleine marterachtigen
Ja, indien bomen met een mogelijk nest gekapt worden
Ja, indien bomen met een mogelijk eekhoornnest gekapt worden
Indien bomen verloren gaan Aanvullend veldbezoek in periode waarin bomen blad hebben verloren om aanwezigheid van mogelijke nesten vast te stellen
Ja, indien bomen met een mogelijke verblijfplaats gekapt worden
Ja, indien bomen met een mogelijke verblijfplaats gekapt worden
Indien bomen verloren gaan Aanvullend veldbezoek in periode waarin bomen blad hebben verloren om aanwezigheid van mogelijke verblijfplaatsen vast te stellen
Soort (groep)
Zoogdieren Bunzing en wezel
Zoogdieren Eekhoorn
Vleermuizen
Mogelijk verblijfplaatsen
Mogelijk verblijfplaatsen
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage 1 staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
1
Inleiding
1.1
Aanleiding De gemeente Vught is voornemens om ten zuiden van de N65 ten hoogte van Helvoirt een natuurlijk ingepaste waterbergingsvoorziening te realiseren. Deze ontwikkeling is echter in het huidige bestemmingplan niet toegestaan. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Ruimtelijke plannen, zoals dergelijke bestemmingsplan, dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er dient onderzocht te worden of het plan effect heeft op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming; Wnb en Natuurnetwerk Brabant). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In deze rapportage zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven en wordt antwoord gegeven of het plan uitvoerbaar is. In Figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. In Figuur 1.2 is een schets van het voornemen weergegeven.
Figuur 1.1. Ligging van het plangebied (rood omkaderd). Bron: QGIS-PDOK, 2021.
Blad 1 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Figuur 1.2. Schets van het voornemen.
Blad 2 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
1.2
Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: Beschermde soorten: Welke in het kader van de Wnb beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? Beschermde gebieden Komen in de beïnvloedingszone van het plangebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).
1.3
Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het planvoornemen; Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het plangebied; Hoofdstuk 5 toetst het plan aan de Wet natuurbescherming en het NNN.
Blad 3 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
2
Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Brabant’ (hierna NNB). De bescherming van het NNB verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen). Per paragraaf worden tevens de beleidsregels van de provincie aangeduid die specifiek voor deze provincie (en derhalve voor voorliggend voornemen) van toepassing kunnen zijn.
2.2
Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten (categorie 1-5) aanwezig zijn in het plangebied. Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen. Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage).
Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie.
Blad 4 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.5 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn.
Deze soorten zijn opgenomen in artikel 3.10, bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B(1 en 2) en C van voorliggende rapportage. Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Noord-Brabant bevoegd gezag. In de provincie NoordBrabant zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld.
Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. Daarnaast geldt in de provincie Noord-Brabant in tegenstelling tot de landelijke (niet-)vrijgestelde soorten, dat het wild zwijn vrijgesteld is. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.
2.3
Gebiedsbescherming
2.3.1
Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.
Blad 5 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
2.3.2
Natuurnetwerk Brabant Het Natuurnetwerk Nederland (in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant, afgekort NNB, genoemd) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. De Ruimtelijke Verordening (geconsolideerde versie januari 2019) van de provincie Noord Brabant is op 25 oktober 2019 vervangen door de interim omgevingsverordening Noord-Brabant.
In de Omgevinsgverordening van provincie Noord-Brabant (2019) zijn regels voor het NNB opgenomen in paragraaf 3.2.3 (Artikel 3.15-3.25). Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNB geldt het ‘nee, tenzij’-principe1. Het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 3.19) betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. Het compensatiebeleid van provincie Noord-Brabant voor de gebieden die aangewezen zijn als NNN is vastgelegd in Artikel 3.22 van de Omgevingsverordening. Het regime ter bescherming van het NNB kent in de provincie Noord-Brabant externe werking. Dit houdt in dat niet alleen de effecten van activiteiten die gelegen zijn binnen de grenzen van NNBgebieden beoordeeld en eventueel gecompenseerd moeten worden, maar ook (potentiële) effecten op NNB-gebieden die in de omgeving van het plangebied liggen (externe effecten).
Dit laatste is in ieder geval aan de orde als een ontwikkeling een negatief effect heeft op de waarden van het NNB vanwege geluid, licht of betreding (of bijvoorbeeld schaduwwerking, windturbulentie of het oprichten van een afscheiding langs een natuurgebied waardoor migratie niet langer mogelijk is). Voor zover er externe effecten optreden vanwege de verspreiding van stoffen door de lucht of water vindt een afweging plaats in het kader van andere wet- en regelgeving. Daarom is dit expliciet in de regels uitgesloten (Artikel 3.16, lid 3).
1
Naast een Nee tenzij-afweging kan er sprake zijn van een kleinschalig ontwikkeling of een NNB/EHS-saldobenadering waarbij er geen onderbouwing aan de orde is van het dwingende belang en/of van alternatieven. Indien relevant wordt bekeken of deze van toepassing zijn voor het plan.
Blad 6 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
2.3.3
Groenblauwe mantel Naast het NNB zijn in de provincie Noord-Brabant gebieden aangewezen als groenblauwe mantel (Artikel 3.32 Omgevingsverordening). Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Voor de natuur betekent dit vooral versterking van de leefgebieden voor plant- en diersoorten en de bevordering van de biodiversiteit buiten het NNB. Voor het water wordt vooral ingezet op kwantitatief en kwalitatief herstel van kwelstromen. Een bestemmingsplan dat van toepassing is op de groenblauwe mantel: a) strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de daarmee samenhangende ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken; b) stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c) borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken en landschappelijke waarden en kenmerken. Ontwikkelingen in de groenblauwe mantel zijn mogelijk indien het gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie betreft, met een meer extensief karakter en die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap.
De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals stedelijke ontwikkeling of intensieve vormen van recreatie of/en landbouw passen minder bij het karakter van de Groenblauwe mantel. Daarom gelden binnen de groenblauwe mantel voor deze initiatieven aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies.
2.3.4
Rust- en foerageergebied ganzen en smienten Voor ganzen en smienten zijn in Noord-Brabant een aantal gebieden aangewezen als Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten. In de Omgevingsverordening Noord-Brabant zijn in Artikel 2.60 regels opgenomen voor activiteiten in deze gebieden. In Rust- en foerageergebied voor ganzen en smienten mogen in de periode 1 november tot 1 april, een aantal soorten niet opzettelijk worden verontrust ( het gaat om brandganzen, grauwe ganzen, kolganzen, rotganzen, taigarietganzen, toendrarietganzen en smienten).
Blad 7 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
2.3.5
Bescherming van houtopstanden De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft invulling aan de bescherming van houtopstanden die tot aan 1 januari 2017 vielen onder bescherming van de Boswet. De bescherming is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wnb. De Provincie is het bevoegd gezag. De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom Wnb en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De Wnb doet geen uitspraken over houtopstanden die zijn gelegen binnen de bebouwde kom of met kleinere oppervlakte dan 1.000 m2. Bescherming van dergelijke houtopstanden is een taak van de gemeentelijke overheid. De wet geldt niet voor: a) Houtopstanden op erven of in tuinen; b) Fruitbomen of windschermen om boomgaarden; c) Naaldbomen bedoeld als kerstbomen indien niet ouder dan 20 jaar; d) Kweekgoed; e) Uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; f) Het dunnen van een houtopstand; g) Het uit populieren, wilgen, essen of elsen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van biomassa (onder specifieke voorwaarden). Voor houtopstanden groter dan 1.000 m2 is veelal sprake van overlap met de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV).
De mate van overlap kan per gemeente verschillen en is dus maatwerk. Toetsing aan de APV valt buiten de scope van de Natuurtoets. Voor houtopstanden die zijn beschermd in de Wnb geldt een meldingsplicht bij voorgenomen velling, en in principe tevens een herplantplicht. Herplant wordt in principe ter plekke ingevuld. Onder voorwaarden kan herplant ook elders worden gerealiseerd.
Blad 8 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
3
Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.
3.1
Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. 2.
3.2
Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.
Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het plangebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.
Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het plangebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2016-2021 beschermde soorten zijn aangetroffen in of nabij het plangebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het plangebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van de gebiedendatabase op de website van het Ministerie van EZK of provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het plangebied t.o.v. van het NNN is de provinciale website geraadpleegd.
Blad 9 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
3.3
Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 14 juni 2021 is vanaf circa 16:00 uur een terreinbezoek uitgevoerd door een deskundig ecoloog van Antea Group bij onbewolkt weer met een temperatuur van circa 25 °C. Tijdens het terreinbezoek is het plangebied te voet verkend.
3.4
Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is, of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.
Blad 10 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4
Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van het plangebied gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 in gegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en het NNN in de omgeving van het plangebied aangegeven wordt.
4.1
Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt ten zuiden van de N65 ten hoogte van Helvoirt (gemeente Vught, provincie Noord-Brabant). Het plangebied omvat een kortgemaaid grasveld. Het veld wordt aan het noorden begrensd door twee sloten. Deze waren op het moment van het terreinbezoek drooggevallen. In het westen en zuiden wordt het veld begrensd door een strook hoge vegetatie (voornamelijk brandnetel) grenzend aan een strook bomen (waaronder beuk en esdoorn). Ten oosten grenst het plangebied aan meer grasland. Op circa 70 meter van de oostelijke grens van het plangebied loopt de watergang “Broekleij”. In Figuur 4.1 is een impressie gegeven van het projectgebied.
Figuur 4.1. Impressie van het plangebied. Linksboven: (drooggevallen) sloot ten noorden van plangebied. Rechtsboven: hoge vegetatie aan de westzijde van het plangebied. Linksonder: plangebied gezien vanaf De Dijk ter hoogte van de Broekleij (linksonder in de afbeelding). Rechtsonder: plangebied gezien vanuit zuidoostelijke hoek.
Blad 11 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4.2
Beschermde soorten
4.2.1
Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het plangebied in het verleden diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV onderdeel a en b) en de nietvrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het plangebied (met een straal van 2,5km) die in het NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2013-2018).
Soortgroep
Vogels met een jaarrond beschermd nest*
Grondgebonden zoogdieren
Vleermuizen
Amfibieën Reptielen Insecten - Dagvlinders Insecten - Libellen Vissen Planten Overige soortgroepen
Soort
Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Sperwer Wespendief Bunzing Das Eekhoorn Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Ruige dwergvleermuis Alpenwatersalamander Kamsalamander Poelkikker Levendbarende hagedis Grote vos Kleine ijsvogelvlinder Bosbeekjuffer
JRB
HR
A/B
X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X X
Geen waarnemingen Geen waarnemingen
Geen waarnemingen *Categorie 5: de afweging of er sprake is van een jaarrond beschermd nest uit categorie 5 wordt gemaakt bij de beschrijving van de resultaten van het terreinbezoek (paragraaf 4.2.2).
Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het plangebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet.
Blad 12 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4.2.2
Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Aangezien het plangebied een beperkte omvang heeft, geen open water bevat en het verspreidingsgebied van een aantal soorten niet tot aan Helvoirt loopt, zijn niet alle biotoopkritische (sub)soortgroepen relevant. Zo zijn er onder andere op basis van het terreinbezoek geen effecten (overtredingen van verbodsbepalingen uit de Wnb) aan de orde op de beschermde (sub)soortgroepen: waterzoogdieren, vissen, en overige soortgroepen (kevers, kreeftachtigen, weekdieren, mieren en slakken). Er is voor deze soort(groep)en geen essentieel leefgebied in het plangebied. Effecten zijn op voorhand uitgesloten. De overige soortgroepen worden hierna beschreven: vogels, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen en insecten (dagvlinders en libellen). Vogels Soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 1 t/m 4) Zoals blijkt uit de bureaustudie is een aantal vogelsoorten waargenomen in de omgeving van het plangebied waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en waar bij verwijdering of aantasting van de vaste rust- en verblijfplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd.
Het plangebied heeft geen gebouwen die als nestlocatie kunnen dienen voor de gierzwaluw, huismus, kerkuil en ooievaar. Door het dichte bladerdak kon tijdens het terreinbezoek niet vastgesteld worden of een nest van een aantal boombewonende soorten (boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief) aanwezig was in of nabij het plangebied. De roek kan worden uitgesloten aangezien geen kolonie aan nesten is waargenomen. Daarnaast kan de ooievaar worden uitgesloten omdat geen nest met de diameter van een ooievaar is waargenomen. De aanwezigheid van nesten van de gierzwaluw, huismus, kerkuil, ooievaar en roek is uitgesloten. De effecten van het plan op de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en wespendief worden in Hoofdstuk 5 besproken. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest (categorie 5) Daarnaast zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Dit laatste is op het plangebied niet van toepassing. Er zijn geen categorie 5 soorten te verwachten die zeldzaam zijn in de omgeving of onvoldoende nestgelegenheden hebben in de omgeving. Derhalve zijn er geen zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarrond bescherming rechtvaardigen.
Algemene vogelsoorten (artikel 3.1) De vegetatie aan de randen van het plangebied biedt een geschikt broedbiotoop voor algemeen voorkomende soorten. Tijdens het terreinbezoek zijn de houtduif, roodborst en blauwe reiger in, en in de nabijheid van, het plangebied waargenomen. Effecten van het plan op algemene vogelsoorten worden in Hoofdstuk 5 verder behandeld.
Blad 13 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Grondgebonden zoogdieren Kleine marterachtigen (wezel en bunzing) Uit de bureaustudie blijkt dat de bunzing binnen 2,5 kilometer van het plangebied is waargenomen. De bunzing heeft voorkeur voor kleinschalig landschap met voldoende schuilmogelijkheden en water in de buurt. Het plangebied heeft voldoende schuilmogelijkheden aan de randen, zowel door de dichte vegetatie als door de aanwezigheid van een takkenril in de bosschage. Daarnaast ligt de Broekleij nabij het plangebied. Aanwezigheid van de bunzing binnen het plangebied kan derhalve niet worden uitgesloten. De wezel is niet eerder waargenomen in de omgeving, maar het biotoop is door de beschutting aan de randen van het plangebied en het voedselaanbod in het veld geschikt als leefgebied voor de wezel. De wezel kan hierom niet worden uitgesloten van het plangebied. Effecten van het plan op de bunzing en wezel worden in Hoofdstuk 5 verder behandeld. Das De das leeft in allerlei soorten biotopen, met een voorkeur voor kleinschalig akker- en weidelandschap met verspreide bosjes, heggen en houtwallen. Maar ook andere open terreinen, zoals vochtige heiden en rivierdalen zijn geschikte gebieden. Het leefgebied van de das moet voldoen aan voldoende dekking, weinig verstoring, een groot voedselaanbod en een bodem waarin ze goed kunnen graven, met een grondwaterstand van tenminste 1,5 m onder het maaiveld.
Bij het terreinbezoek zijn geen dassenburchten of andere sporen van dassen (graafsporen, uitwerspelen etc.) aangetroffen. De das kan hierom redelijkerwijs worden uitgesloten van het plangebied. Eekhoorn Eekhoorns komen voor in loofbos, naaldbos of gemengd bos maar ook in tuinen, parken en houtwallen in de buurt van bos. Mits er voldoende voedsel beschikbaar is, komen ze ook in bebouwd gebied. Hun voedsel bestaat hoofdzakelijk uit boomzaden zoals eikels, noten en kegels van naaldbomen Door het dichte bladerdak kon tijdens het terreinbezoek niet vastgesteld worden of een eekhoornnest aanwezig was in of nabij het plangebied. Ook kan de eekhoorn mogelijk foeragerend in het plangebied voorkomen. Effecten van het plan op de eekhoorn worden in Hoofdstuk 5 verder behandeld. Vleermuizen Verblijfplaatsen Bij het amoveren van bebouwing en het kappen van vooral oudere bomen dient te allen tijde rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen. Gebouwbewonende vleermuizen verblijven met name in spouwmuren, onder dakbetimmering, achter boeiborden of op zolders. Boombewonende vleermuizen verblijven in gaten, holen of scheuren van voornamelijk grote bomen. In het voorliggende plangebied is geen bebouwing aanwezig, waardoor verblijfplaatsen voor gebouwbewonende soorten kunnen worden uitgesloten.
Door het dichte bladerdak kon tijdens het terreinbezoek niet vastgesteld worden of de aanwezige bomen holtes hadden die geschikt waren voor vleermuizen. Het is hierom niet uit te sluiten dat verblijfplaatsen van boombewonende soorten in het plangebied voorkomen. Foerageergebied en vliegroute Het plangebied kan gebruikt worden als foerageergebied door verschillende vleermuizen. Ook kunnen de randen met bomen gebruikt worden als vliegroute. Effecten van het plan op vleermuizen worden in Hoofdstuk 5 behandeld.
Blad 14 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Amfibieën Uit de bureaustudie blijkt dat de alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker binnen 2,5 kilometer van het plangebied zijn waargenomen. Het is nog onzeker of het plangebied de watergangen ten noorden van het veld bevat, maar tijdens het terreinbezoek waren deze watergangen compleet opgedroogd. Daarnaast is de oever redelijk stijl en bevat deze weinig vegetatie. Ook was de bodem van de watergangen verhard, waardoor hier geen tot weinig waterplanten zullen groeien (Figuur 4.2). De watergangen direct aangrenzend aan het plangebied zijn hierom niet geschikt als voortplantingslocatie voor de alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker. Ook de Broekleij ten oosten van het plangebied is niet geschikt voor bovenstaande soorten door de hoge oever en de aanwezigheid van vis (Figuur 4.2). Om deze reden kan de aanwezigheid van landbiotoop van de soorten binnen het plangebied ook worden uitgesloten. De alpenwatersalamander, kamsalamander en poelkikker kunnen hierom redelijkerwijs worden uitgesloten van het plangebied. Wel kunnen algemene soorten, zoals de gewone pad, voorkomen. Deze soorten zijn vrijgesteld, wel geldt de zorgplicht.
Figuur 4.2. Opgedroogde watergang direct ten noorden van plangebied (links) en Broekleij 70 meter ten oosten van plangebied (rechts). Reptielen Uit de bureaustudie blijkt dat de levendbarende hagedis binnen 2,5 kilometer van het plangebied is waargenomen. Deze waarnemingen waren in de IJzeren man en Vughtse heide vanaf circa 2,2 kilometer afstand van het plangebied. De levendbarende hagedis heeft voorkeur voor heide en hoogveen maar komt ook voor in open bossen, ruige graslanden en een deel van de duinen. Aangezien het plangebied geen geschikt biotoop bevat, de afstand tot de waarnemingen groot is en tussenliggende barrières aanwezig zijn, is de aanwezigheid van de levendbarende hagedis in het plangebied redelijkerwijs uit te sluiten. Insecten - Dagvlinders De grote vos en kleine ijsvogelvlinder komen uit de bureaustudie naar voren en worden in een straal van 2,5 kilometer van het projectgebied waargenomen. De grote vos heeft voorkeur voor een bosrijke omgeving (vochtige, open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen). Waardplanten zijn iep, zoete kers en sommige wilgensoorten. Het plangebied bevat geen geschikt biotoop; de aanwezige beplanting staat dicht op elkaar waardoor het open karakter en de vrijstaande bomen ontbreken. Ook zijn de waardplanten niet waargenomen.
Om deze redenen is het voorkomen van de grote vos binnen het plangebied uitgesloten. Effecten van het plan op de grote vos kunnen worden uitgesloten.
Blad 15 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
De kleine ijsvogelvlinder heeft voorkeur voor een gevarieerd, vochtig gemengd bos of loofbos. Waardplanten zijn (wilde, rode of gecultiveerde) kamperfoelie. De waardplanten komen niet in het plangebied voor en ook bevat het plangebied geen voorkeursbiotoop van de kleine ijsvogelvlinder. De soort kan zwervend voorkomen, maar de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de ijsvogelvlinder binnen het plangebied kan worden uitgesloten. Effecten van het plan op de kleine ijsvogelvlinder kunnen worden uitgesloten. Insecten - Libellen De bosbeekjuffer komt voor langs beschaduwde, koude en zuurstofrijke beken. Het omringende landschap is vaak gevarieerd, met bosjes, hooilanden, struwelen, houtwallen en ruigten. Het plangebied bevat geen geschikte watergang, waardoor voortplantingsbiotoop van de bosbeekjuffer redelijkerwijs kan worden uitgesloten van het plangebied. Wel komt de bosbeekjuffer mogelijk voor bij de Broekleij ten oosten van het plangebied (zie Figuur 4.2), hier vinden echter geen werkzaamheden plaats waardoor effecten op de bosbeekjuffer kunnen worden uitgesloten.
4.2.3
Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in Tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het plangebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het plangebied. Beschermings Aanwezigheid Toelichting Soort regime Vogel met jaarrond beschermd nest Controle voor jaarrond beschermde Artikel 3.1 Boomvalk, buizerd, havik, Mogelijk nesten niet mogelijk door dichte ransuil, sperwer en bladerdak wespendief Algemene vogelsoorten Artikel 3.1 Waarschijnlijk Vegetatie geschikt voor nesten Zoogdieren Geschikt biotoop voor Artikel 3.10 Mogelijk Bunzing en wezel foerageergebied en verblijfplaatsen Nest in bomen niet uit te sluiten Zoogdieren Artikel 3.10 Mogelijk door dichte bladerdak Eekhoorn Mogelijk foerageergebied Mogelijk foerageergebied en vliegroute Vleermuizen Artikel 3.5 Mogelijk Verblijfplaatsen in bomen niet uit te sluiten door dichte bladerdak
Blad 16 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4.3
Beschermde gebieden
4.3.1
Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen” ligt op circa 2,4 kilometer ten noorden van het plangebied, zie Figuur 4.3. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het plangebied. In het geheel is het Natura 2000-gebied gebied “Loonse en Drunense Duinen & Leemkuilen” aangewezen als Habitatrichtlijngebied. De habitattypen in dit gebied zijn Stuifzandheiden met struikhei (H2310), Zandverstuivingen (H2330), Zwakgebufferde vennen (H3130), Droge heiden (H4030), Blauwgraslanden (H6410), Beuken-eikenbossen met hulst (H9120), Eikenhaagbeukenbossen (H9160A), Oude eikenbossen (H9190) en Vochtige alluviale bossen (H91E0C). De stikstofgevoeligheid van deze habitattypen is gevoelig tot zeer gevoelig.
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden (gearceerd). Geel gearceerde gebieden zijn aangewezen als Habitatrichtlijngebieden. Groen gearceerde gebieden zijn aangewezen als Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. Bron: AERIUS Calculator, 2021.
Blad 17 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4.3.2
Natuurnetwerk Brabant Het plangebied is gelegen in het Natuurnetwerk Brabant (Figuur 4.4). Het plangebied is aangewezen met beheertype N00.01 Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur (inrichting). Het ambitiebeheertype voor dit deel is nader te bepalen. Het plangebied grenst aan het westen en zuiden met het beheertype N16.03 Droog bos met productie.
Figuur 4.4. Ligging plangebied (rood omkaderd) binnen het Natuurnetwerk Brabant. Het beheertype binnen het plangebied betreft N00.01. Nog om te vormen landbouwgrond naar natuur. Bron: Natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant, 2021.
Blad 18 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4.3.3
Groenblauwe mantel Het plangebied ligt niet in de groenblauwe mantel (Figuur 4.5). Effecten van het plan op de groenblauwe mantel zijn hierom uitgesloten.
Figuur 4.5. Ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van de groenblauwe mantel (blauw gearceerd). Bron: Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, geconsolideerd 08-122020.
Blad 19 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
4.3.4
Foerageergebied ganzen en smienten Er zijn geen rust- en foerageergebieden voor ganzen en smienten aanwezig in of nabij het plangebied (Figuur 4.6). Effecten van het plan op foerageergebieden voor ganzen en smienten zijn hierom uitgesloten.
Figuur 4.6. Locatie van plangebied (rode stip) ten opzichte van rust en foerageergebieden voor ganzen en smienten (donkergroen omkaderd). Bron: Interim omgevingsverordening NoordBrabant, geconsolideerd 08-12-2020.
4.3.5
Bescherming van houtopstanden De grens bebouwde kom houtopstanden kon niet achterhaald worden. Indien bomen gekapt worden, dient bij de gemeente navraag gedaan te worden of de te kappen bomen in de bebouwde kom houtopstanden vallen. Indien dit het geval is, is de plaatselijke APV van toepassing. Indien de te kappen bomen buiten de bebouwde kom houtopstanden vallen, vallen deze onder de bescherming van de Wet natuurbescherming.
4.3.6
Overige gebiedselementen Nabij het plangebied wordt in de toekomst een ecopassage (ecopassage Broekleij) gerealiseerd. Deze ecopassage is onderdeel van een goedgekeurd natuurcompensatieplan ten behoeve van de reconstructie N65. Het voornemen van de waterberging mag geen hinder opleveren op het gebruik van de ecopassage door fauna. Een van de voornaamste voorwaarden voor een functionerende ecopassage is rust. Hierom dient de directe omgeving van het ecoduct ook ingericht te zijn als rustig gebied. Factoren die deze rust aantasten, zoals recreationeel medegebruik, doen afbreuk aan het doel en gebruik van de ecopassage. Andere effecten op het doel van de ecopassage, zoals het creëren van nieuwe barrières of gevaren (wegen/hekken) zijn ook niet zonder meer toegestaan. Het voornemen zorgt in de gebruiksfase niet tot afbreuk aan de rust. De waterberging wordt landschappelijk ingepast, maar niet voorzien van bijvoorbeeld wandelpaden, waardoor het gebied niet extra wordt betreden ten opzichte van de huidige situatie. Ook ontstaan geen nieuwe barrières of gevaarlijke situaties voor de dieren door het voornemen. Door de landschappelijke inpassing ontstaat geen verdrinkingsgevaar. Er zijn hierom geen negatieve effecten aan de orde.
Blad 20 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
5
Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het NNN-gebied en de Wet natuurbescherming (Wnb).
5.1
Effectbepaling plan De volgende biotopen worden beïnvloed door het voornemen: Het veld wordt afgegraven; Het uitgangspunt is dat alle bomen behouden blijven, maar er is een mogelijkheid dat bomen verloren gaan.
5.2
Toetsing effect op beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat het plangebied een potentieel geschikt biotoop biedt voor vogels, zoogdieren en vleermuizen (zie ook Tabel 4.2). Om deze reden is er enkel op deze soortgroepen een potentieel effect aan de orde. De onderstaande effectbeoordeling richt zich alleen op deze soort(groep)en. Overige beschermde soorten zijn uitgesloten en ondervinden geen effect van het voornemen.
5.2.1
Vogels Jaarrond beschermde nesten Er is een aantal vogelsoorten waarvan de broedplaatsen jaarrond beschermd zijn en bij verwijdering van de broedplaats altijd ontheffing moet worden aangevraagd. Dit zijn de zogenoemde categorie 1-4-vogelsoorten (zie Bijlage 1). Het is niet uit te sluiten dat vaste rust- en verblijfplaatsen van de boomvalk, buizerd, havik, ransuil, sperwer en/of wespendief in het plangebied aanwezig zijn. Voor deze soorten geldt dat aantasting niet zonder meer toegestaan is. Indien daadwerkelijk verblijfplaatsen van de soorten aanwezig zijn in de bomen aangrenzend aan het plangebied en deze worden gekapt, of gaan om een andere reden verloren, dan worden de beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Indien bomen verloren gaan (zoals door kap maar ook indien het graven wortels aantast), is een aanvullend veldbezoek naar de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten in de vegetatie aangrenzend aan het plangebied nodig. In eerste instantie zal het hier gaan om een oriënterend veldbezoek in de periode dat de bomen hun blad hebben verloren. Het te onderzoeken gebied is weergegeven in Figuur 5.1.
In deze periode kunnen de bomen goed kunnen gecontroleerd op de aanwezigheid van holten en horsten die door vogels met jaarrond beschermde nesten als nestplaats kunnen worden gebruikt. Indien deze aanwezig zijn is nader onderzoek naar gebruik van de mogelijke nestplaatsen in het broedseizoen van toepassing.
Blad 21 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Enkel in het geval dat bomen verloren gaan Aanvullend veldbezoek in het najaar 2021 naar de aanwezigheid van mogelijk jaarrond beschermde nesten. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden als de bomen al hun blad hebben verloren. Zo wordt inzichtelijk of mogelijke nesten van soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn. Indien deze aanwezig zijn is nader onderzoek in de broedperiode naar gebruik noodzakelijk.
Figuur 5.1: Locatie waar mogelijk Jaarrond beschermde nesten, eekhoornnesten, verblijfplaatsen van boom-bewonende vleermuizen en verblijfplaatsen van kleine marterachtigen aanwezig zijn (geel gearceerd). In het geval van kleine marterachtigen is de hoogste kans voor een verblijfplaats bij de takkenril (rood gearceerd). Bron: QGIS-PDOK, 2021. Algemene broedvogels Alle in gebruik zijnde nesten van vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.1). Met de meeste broedvogels kan echter in het algemeen relatief eenvoudig rekening worden gehouden door eventuele kap- en maaiwerkzaamheden niet uit te voeren in de broedtijd (circa maart tot en met juli2)) en indien concrete broedgevallen aanwezig zijn. Op deze wijze zijn geen belemmeringen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde. Zo kunnen in het plangebied nesten gebouwd worden door (algemeen voorkomende) soorten, met name in opgaande vegetatie. Indien nesten aanwezig zijn mogen deze tijdens de broedperiode (en wanneer deze in gebruik zijn) niet verwijderd of verstoord worden.
2
Voor het broedseizoen wordt in het kader van de wet geen standaardperiode gehanteerd. Het broedseizoen is afhankelijk van klimatologische omstandigheden; dit houdt in dat het seizoen eerder dan wel later van start kan gaan en eerder dan wel later kan eindigen. Van belang is of er broedgevallen aanwezig zijn.
Blad 22 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen om te werken dan dient het plangebied (waar de werkzaamheden plaatsvinden) vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt te worden voor (broed)vogels. Mocht dit niet mogelijk zijn dan dient vooraf aan de werkzaamheden het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van broedvogels door een erkend ecoloog. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het plangebied dan worden locatie-specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt het plangebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden totdat het nest niet meer in gebruik is.
5.2.2
Zoogdieren Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10) Bunzing en wezel De bunzing en wezel zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming (artikel 3.10). Daarnaast zijn in de provincie Noord-Brabant ook de kleine marterachtigen (bunzing, hermelijn en wezel) niet vrijgesteld en dus beschermd (artikel 3.10). Door de afwisseling van beschutting aan de randen van het plangebied en het voedselaanbod in het plangebied is het plangebied geschikt voor de bunzing en wezel. Indien daadwerkelijk in gebruik zijnde verblijfplaatsen aanwezig zijn in de benoemde biotopen en deze worden verwijderd, verliezen deze biotopen hun functie voor de marterachtigen. Ook kan een verblijfplaats zijn functionaliteit verliezen als essentieel foerageergebied wordt aangetast. Een dergelijke aantasting, verstoring of vernietiging is hierom in strijd met de Wet natuurbescherming. Er zijn voldoende alternatieven voor foerageergebied in de omgeving van het plangebied aanwezig, waardoor de aanwezigheid van essentieel foerageergebied binnen het plangebied uitgesloten kan worden. Eventuele verblijfplaatsen voor de bunzing en wezel zullen zich aan de rand van het plangebied bevinden, met de hoogste kans op de locatie van de takkenril in de bosschage (Figuur 5.1). Indien de bosschage wordt aangetast, is zonder nader onderzoek niet uit te sluiten of deze gebruikt wordt en beschermde verblijfplaatsen bevat.
Het gebruik van het plangebied door marterachtigen dient in dit geval in beeld gebracht te worden middels nader onderzoek. Enkel in geval van aantasting van de bosschage Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het plangebied voor de bunzing en wezel. In de Handreiking Kleine Marters in relatie tot soortbescherming zijn verschillende methoden voor het waarnemen van kleine marterachtigen beschreven. Het nader onderzoek duurt 6 weken wanneer deze plaatsvindt in de periode maart tot en met augustus (de actieve periode). Het nader onderzoek duurt 12 weken wanneer deze buiten de actieve periode plaatsvindt. Eekhoorn De eekhoorn kan foeragerend in het plangebied voorkomen, daarnaast is het mogelijk dat zich een eekhoornnest in de bosschage aan de rand van het plangebied bevindt (Figuur 5.1). Er zijn voldoende alternatieven voor foerageergebied in de omgeving van het plangebied aanwezig, waardoor de aanwezigheid van essentieel foerageergebied binnen het plangebied uitgesloten kan worden.
Blad 23 van 27
Natuurtoets Waterbergingsvoorziening N65 projectnummer 0469168.100 18 februari 2022 revisie 2.0 Gemeente Vught
Het is niet uit te sluiten dat een eekhoornnest in de bomen aan de rand van het plangebied aanwezig is. Aantasting van een eekhoornnest is niet zonder meer toegestaan. Indien daadwerkelijk een eekhoornnest aanwezig is in een boom aangrenzend aan het plangebied en deze wordt gekapt, of gaat om een andere reden verloren, dan wordt een beschermde verblijfplaatsen verstoord en vernietigd. Dit is een overtreding van gestelde verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming (artikel 3.10). Indien bomen verloren gaan (zoals door kap maar ook indien het graven boomwortels aantast), is een aanvullend veldbezoek naar de aanwezigheid van eekhoornnesten in de vegetatie aangrenzend aan het plangebied nodig. In eerste instantie zal het hier gaan om een oriënterend veldbezoek in de periode dat de bomen hun blad hebben verloren. In deze periode kunnen de bomen goed kunnen gecontroleerd op de aanwezigheid van holten en nesten die door eekhoorns gebruikt kunnen worden. Indien deze aanwezig zijn is nader onderzoek naar gebruik van de mogelijke nestplaatsen van toepassing. Enkel in het geval dat bomen verloren gaan Aanvullend veldbezoek in het najaar 2021 naar de aanwezigheid van mogelijke eekhoornnesten. Dit onderzoek dient uitgevoerd te worden als de bomen al hun blad hebben verloren. Zo wordt inzichtelijk of mogelijke nesten van eekhoorns aanwezig zijn.
Indien deze aanwezig zijn is nader onderzoek noodzakelijk.
5.2.3
Vleermuizen Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) Alle vleermuissoorten zijn beschermd en staan vermeld op bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn. Verwacht wordt dat het plangebied gebruikt wordt als foerageergebied. Het plangebied vormt gezien de geringe (natuurlijke) omvang, het monotone karakter en de afwezigheid van unieke groene/natuurlijke elementen ten opzichte van de omgeving, naar verwachting geen essentieel foerageergebied (d.w.z. van essentieel belang voor de functionaliteit van de vaste rust- en verblijfplaatsen in de omgeving). In de omgeving is voldoende en alternatief foerageergebied aanwezig. De voorgenomen ontwikkeling zorgt derhalve niet voor een overtreding van verbodsbepalingen uit de wet. Ook kunnen de randen van het plangebied gebruikt worden als vliegroute. Bij het voornemen worden de lijnvormige elementen echter niet onderbroken, waardoor geen effecten op de functionaliteit van de mogelijke vliegroute ontstaan. Naast het onderbreken van een vliegroute, kunnen ook effecten door verlichting optreden. In de gebruiksfase is geen verlichting aanwezig, waardoor effecten in deze fase kunnen worden uitgesloten. In de realisatiefase kunnen effecten door verlichting voorkomen worden door enkel overdag te werken of verlichting aan te passen (armatuur, lamphoogte, lichtkleur etc.) aan vleermuizen.