Bijlage - Nader bodemonderzoek
Tekst van het document
Figuur 1: 1900
Figuur 2: 1964
Figuur 3: 1980
Momenteel bevinden zich op de onderzoekslocatie twee schoolgebouwen (met schoolpleinen), een kinderopvang, een sporthal en een paramedisch centrum. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. Ter plaatse van het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie (Lidwinastraat 53) is een ondergrondse HBO-tank van 6.000 liter aanwezig geweest. Voor zover bij de gemeente Vught bekend is deze tank gesaneerd. Er zijn geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie.
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 2 van 10
2.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Vught blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie
Op de onderzoekslocatie (Stichting Kinderdagverblijf De Bloesem) is in 1993 door het milieu adviesbureau Fugro-Ecolyse B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (opdrachtnummer: Z-1021/002, d.d. 22-09-1993). Zowel de boven- als ondergrond waren destijds niet verontreinigd. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met chroom. Tevens is op de onderzoekslocatie in 2003 door het bedrijf MILON milieu-onderzoek een verkennend bodemonderzoek in het kader van de verwijdering van de ondergrondse HBO-tank ter plaatse van Lidwinastraat 53 uitgevoerd (rapportnummer: 23287, d.d. 04-06-2003). Zowel in de bodem als het grondwater zijn geen verontreinigingen met olie of aromaten aangetoond. Bovenstaande onderzoeken zijn opgenomen in bijlage 7. 2.6
Belendende percelen/terreindelen
In bijlage 6 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de belendende percelen opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende percelen is als volgt:
aan de noordzijde bevindt zich het Moleneindplein en bebouwing met een woonfunctie; aan de oostzijde bevindt zich de Willibrordstraat, bebouwing met een woonfunctie en een kerk; aan de zuidzijde bevindt zich de begraafplaats Paulus en Sint Jan; aan de westzijde bevinden zich een huisartsenpraktijk, de Moleneindstraat en bebouwing met een woonfunctie.
Uit informatie van de gemeente Vught blijkt dat op het terrein ten westen van de onderzoekslocatie (exacte locatie is onbekend) in 1994 een indicatief onderzoek is uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de bodem licht verontreinigd was met cadmium, koper, kwik, nikkel, minerale olie, EOX en PAK, matig verontreinigd met lood en sterk verontreinigd met zink. Het grondwater is destijds niet onderzocht. Ter plaatse van Lidwinastraat 57 (ten westen van het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie) is een ondergrondse HBO-tank van 5.000 liter aanwezig geweest. Deze tank is verwijderd en gesaneerd. Ter plaatse van het noordelijk deel van de onderzoekslocatie (Moleneindplein 9) is een ondergrondse HBO-tank aanwezig (geweest) het is onbekend of deze is gesaneerd.
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 3 van 10
2.7
Terreininspectie
Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mogelijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond- en/of grondwaterverontreiniging. Tijdens de terreininspectie is gebleken dat de onderzoekslocatie grotendeels verhard is met tegels. Ter plaatse van het zuidelijk deel is een pad verhard met asfalt aangetroffen. Het overige deel van de onderzoekslocatie is onverhard en deels begroeid met struiken. Afgezien van de potentiële bronnen voor een grond- en/of grondwaterverontreiniging, die in de voorgaande paragrafen zijn beschreven, zijn er tijdens de terreininspectie geen aanvullende potentiële bronnen aangetroffen. 2.8
Toekomstige situatie
De initiatiefnemer is voornemens de onderzoekslocatie te herontwikkelen. De bestaande bebouwing zal gesloopt worden waarna 50 à 60 woningen gerealiseerd zullen worden. 2.9
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Op basis van de inmiddels vervallen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld dat de onderzoekslocatie in de kwaliteitszone ‘Wonen 1930-1950’ valt. Hiervoor is vastgesteld dat de achtergrondwaarden in de bovengrond van de parameters koper, lood, zink en PAK verhoogd kunnen zijn. Voor de ondergrond is vastgesteld dat de achtergrondgehalten voor de parameters lood, zink en PAK verhoogd kunnen zijn. 2.10 Bodemopbouw De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een bebouwd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een hoge zwarte enkeerdgrond, die voornamelijk is opgebouwd uit leemarm tot zwak lemig, fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.11 Geohydrologie Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 33 m en wordt gevormd door de grove en grindrijke zanden van de Formatie van Sterksel. Op deze fluviatiele en glaciofluviatiele formaties liggen de fijnzandige, matig tot goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 22 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Stramproy. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 4,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,0 m -mv zou bevinden.
Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart in noordelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 4 van 10
3
CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET)
Uit het vooronderzoek blijkt dat er geen sprake is van bodembelasting, anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater. Op de locatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de landelijk of regionaal geldende achtergrondwaarde voor grond en/of de streefwaarde voor grondwater. Dit geldt zowel voor natuurlijke achtergrondgehalten als voor "antropogene" achtergrondgehalten, waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is.
4
VELDWERK
4.1
Algemeen
Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 7 februari 2018 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer K. Gerrist. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". In totaal zijn er met behulp van een edelmanboor 23 boringen geplaatst; 16 boringen tot 0,5 m -mv, 5 boringen tot 2,0 m -mv en 2 boringen tot maximaal 3,10 m -mv. Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is plaatselijk zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend.
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 5 van 10
Tabel I geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen. Tabel I.
Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen
Boornummer
Traject (m -mv)
Einddiepte boring (m -mv)
04
0,50 - 1,30
2,00
zwak puinhoudend, zwak kolengruishoudend
05
0,00 - 1,30
2,00
zwak baksteenhoudend
1,30 - 1,70
Waargenomen verontreinigingen
matig asfalthoudend, zwak puinhoudend
07
0,00 - 0,30
2,00
zwak baksteenhoudend
14
0,10 - 0,50
0,50
zwak puinhoudend
15
0,00 - 0,50
0,50
zwak baksteenhoudend
21
0,00 - 0,20
0,20
gestaakt op harde laag
23
0,00 - 0,50
0,50
zwak puinhoudend
4.3
Grondwateronderzoek
4.3.1
Uitvoering veldwerk
Centraal op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie en centraal op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie zijn 2 peilbuizen (filterstelling 2,1 - 3,1 en 1,95 - 2,95 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze tijdens de veldwerkzaamheden op 16 februari 2018 is ingeschat. Het onderste gedeelte van de peilbuizen (het peilfilter) is geperforeerd en de ruimte tussen de wand van het boorgat en het peilfilter is opgevuld met filtergrind. Boven het filtergrind is een laag zwelklei aangebracht, zodat er géén verontreinigingen van bovenaf in de peilbuis kunnen migreren. 4.3.2
Bemonstering
De grondwaterbemonstering is op 16 februari uitgevoerd door de heer K. Gerrist. Deze medewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel II geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de veldmetingen. Tabel II.
Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater
Peilbuisnummer
Situering peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand 16-02-2018 (m -mv)
EGV (µS/cm)
Troebelheid (NTU)
01
centraal op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie
2,1 - 3,1
1,52
416
93
02
centraal op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie
1,95 - 2,95
1,88
456
113
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 6 van 10
5
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Uitvoering analyses
Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 5 grondmengmonsters samengesteld. De zintuiglijk meest verontreinigde grondmonsters zijn gebruikt bij de samenstelling van de grondmengmonsters. De 5 grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: -
standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie;
-
standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOX) en minerale olie. Na bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit grondmengmonster MM5 is samengesteld, separaat geanalyseerd op de parameters koper en zink. Tabel III geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten. Tabel III.
Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden
MM1
01 (0,08 - 0,30) 01 (0,30 - 0,60) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,04 - 0,50) 12 (0,04 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond; zand, noordelijk deel (zintuiglijk schoon)
MM2
06 (0,00 - 0,50) 17 (0,10 - 0,20) 17 (0,20 - 0,50) 18 (0,05 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,04 - 0,50) 21 (0,00 - 0,20) 22 (0,10 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond; zand, zuidelijk deel (zintuiglijk schoon)
MM3
05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,30) 05 (0,50 - 1,00) 15 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond; zand, centraal op de onderzoekslocatie (zwak baksteenhoudend)
MM4
04 (0,50 - 1,00) 04 (1,00 - 1,30)
standaardpakket
ondergrond; zand, noordelijk deel (zwak kolengruishoudend, zwak puinhoudend)
MM5
05 (1,30 - 1,70) 23 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50)
standaardpakket
bovengrond en ondergrond; zand, centraal en zuidelijk op de onderzoekslocatie (matig asfalthoudend, zwak puinhoudend)
Uitsplitsing MM5 05-4
05 (1,30 - 1,70)
koper, zink
ondergrond; zand, zuidwestelijk op het noordelijk deel (matig asfalthoudend, zwak puinhoudend)
14-1
14 (0,00 - 0,50)
koper, zink
bovengrond; zand, oostelijk op het noordelijk deel (zwak puinhoudend)
23-1
23 (0,00 - 0,50)
koper, zink
bovengrond; zand, zuidoostelijk op het zuidelijk deel (zwak puinhoudend)
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 7 van 10
5.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grondwater, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Grondwater: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
concentratie < streefwaarde en/of detectielimiet; concentratie > streefwaarde en < tussenwaarde; concentratie > tussenwaarde < interventiewaarde; concentratie > interventiewaarde.
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 8 van 10
5.3
Resultaten grond- en grondwatermonsters
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmengmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW
Gehalte > T
Gehalte > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
MM1
01 (0,08 - 0,30) 01 (0,30 - 0,60) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,04 - 0,50) 12 (0,04 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50)
-
-
-
MM2
06 (0,00 - 0,50) 17 (0,10 - 0,20) 17 (0,20 - 0,50) 18 (0,05 - 0,50) 19 (0,00 - 0,50) 20 (0,04 - 0,50) 21 (0,00 - 0,20) 22 (0,10 - 0,50)
-
-
-
MM3
05 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,30) 05 (0,50 - 1,00) 15 (0,00 - 0,50)
cadmium lood zink PAK
-
-
MM4
04 (0,50 - 1,00) 04 (1,00 - 1,30)
cadmium lood PAK
-
-
MM5
05 (1,30 - 1,70) 23 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50)
cadmium kobalt kwik lood minerale olie PAK
-
koper zink
05-4
05 (1,30 - 1,70)
-
-
koper zink
14-1
14 (0,00 - 0,50)
-
-
-
23-1
23 (0,00 - 0,50)
zink
-
-
Uitsplitsing MM5
Tabel V geeft een overzicht van de parameters in het grondwater die het geldende toetsingskader overschrijden. Tabel V.
Overschrijdingen toetsingskader grondwater
Grondwatermonster
Situering peilbuis
Concentratie > S
Concentratie > T
Concentratie > I
(licht verontreinigd)
(matig verontreinigd)
(sterk verontreinigd)
01-1-1
centraal op het noordelijk deel van de onderzoekslocatie
-
-
-
02-1-1
centraal op het zuidelijk deel van de onderzoekslocatie
-
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten.
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 9 van 10
6
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van de gemeente Vught een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van De Wieken te Vught. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de bestemmingsplanwijziging alsmede de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie "onverdacht" (ONV). Bij onverdachte locaties luidt de onderzoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is plaatselijk zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bovengrond is plaatselijk zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend en zwak kolengruishoudend. De ondergrond, ter plaatse van boring 05, is matig asfalthoudend en zwak puinhoudend. De zintuiglijk verontreinigde bovengrond is licht verontreinigd met cadmium, kobalt, kwik, lood, zink, minerale olie en PAK. Grondmengmonster MM5 bleek sterk verontreinigd met koper en zink. Na uitsplitsing van dit monster is gebleken dat de bovengrond ter plaatse van boring 23 licht verontreinigd is met zink. De ondergrond ter plaatse van boring 05 is sterk verontreinigd met koper en zink.
Deze sterke verontreiniging is waarschijnlijk te relateren aan de aangetroffen zintuiglijke verontreinigingen (matig asfalthoudend en zwak puinhoudend). Op diverse plaatsen zijn bijmengingen met baksteen en puin in de bodem waargenomen. Puinbijmengingen dienen als asbestverdachte te worden beschouwd. Econsultancy adviseert een onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetoond. De vooraf gestelde hypothese, dat de onderzoekslocatie als "onverdacht" kan worden beschouwd wordt, op basis van de onderzoeksresultaten, niet bevestigd. De zintuiglijke en analytische verontreinigingen kunnen een belemmering vormen voor de voorgenomen bestemmingsplanwijziging alsmede de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Econsultancy adviseert een nader onderzoek naar de aard en omvang van de koper- en zinkverontreiniging ter plaatse van boring 05. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. De regels van het Besluit bodemkwaliteit zijn hierop mogelijk van toepassing.
Econsultancy Boxmeer, 21 maart 2018
Rapport 5480.001 versie D1
Pagina 10 van 10
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
GWS
Legenda Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asfalt Braak Fotoname Gras Klinker Struiken Tegels
0
10
20
30
40
50 m
Locatiegrens Tank
Titel:
A3
locatieschets; De Wieken te Vught
Hekwerk
PROJECT: 5480.001
Lijn
SCHAAL: 1:1.000
DATUM: 21-3-2018
Bebouwing
GETEKEND: RNa
BIJLAGE: 2a
GWS
Legenda Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asfalt Braak Fotoname Gras Klinker Struiken Tegels
0
10
20
30
40
50 m
Locatiegrens Tank
Titel:
locatieschets; De Wieken te Vught, noordelijk deel
A3
Hekwerk
PROJECT: 5480.001
Lijn
SCHAAL: 1:500
DATUM: 21-3-2018
Bebouwing
GETEKEND: RNa
BIJLAGE: 2a
GWS
Legenda Boring tot 0,5 m -mv Boring tot 2,0 m -mv Peilbuis Asfalt Braak Fotoname Gras Klinker Struiken
0
10
20
30
40
50 m
Tegels Locatiegrens
Titel:
locatieschets; De Wieken te Vught, zuidelijk deel
A3
Hekwerk
PROJECT: 5480.001
Lijn
SCHAAL: 1:500
DATUM: 21-3-2018
Bebouwing
GETEKEND: RNa
BIJLAGE: 2a
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 1.
Foto 2.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 3.
Foto 4.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 5.
Foto 6.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 7.
Foto 8.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 9.
Foto 10.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 11.
Foto 12.
Bijlage 2b Foto's onderzoekslocatie
Foto 13.
Foto 14.