Bijlage - Nader bodemonderzoek
Tekst van het document
NADER BODEMONDERZOEK DE WIEKEN TE VUGHT
Rapportage nader bodemonderzoek De Wieken te Vught Opdrachtgever
Gemeente Vught Secr. van Rooijstraat 1 5261 EP Vught
Rapportnummer Versienummer
5480.009 D1
Status
Eindrapportage
Datum
4 juni 2019
Vestiging
Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 0485 - 581818 boxmeer@econsultancy.nl
Opsteller
ing. J. van de Weijer
Paraaf
Kwaliteitscontrole
Ing. D.J.H Beijers
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bodemadviesen -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de VKB aan haar leden stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs bemonsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.
Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig zijn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
LOCATIEGEGEVENS ................................................................................................................ 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7 2.8 2.9
Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 Algemene gegevens ......................................................................................................... 2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 Uitgevoerd(e) bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie ........................................... 3 Terreininspectie verkennend bodemonderzoek ............................................................... 3 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 3 Bodemopbouw .................................................................................................................. 4 Geohydrologie .................................................................................................................. 4
3
ONDERZOEKSOPZET (CONCEPTUEEL MODEL) .................................................................. 4
4
VELDWERK ................................................................................................................................ 6 4.1 4.2
4.3 5
LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 5.1 5.2 5.3 5.4
6
Algemeen.......................................................................................................................... 6 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 4.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 4.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 6 HXRF-metingen ................................................................................................................ 7
Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 Toetsingskader ................................................................................................................. 9 Resultaten grondmonsters ............................................................................................... 9 Interpretatie analyseresultaten en HXRF-metingen ....................................................... 10
MILIEUHYGIENISCHE BEOORDELING.................................................................................. 11 6.1 6.2
Algemeen........................................................................................................................ 11 Risico's onderhavig geval ............................................................................................... 11 6.2.1 Standaardbeoordeling humane risico's ............................................................ 12 6.2.2 Standaardbeoordeling ecologische risico's ...................................................... 12 6.2.3 Standaardbeoordeling verspreidingsrisico's .................................................... 12
7
GEVALSDEFINITIE .................................................................................................................. 13
8
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 14
BIJLAGEN: 1. 2. 3a. 3b. 4a. 4b. 5. 6. 7.
- Topografische ligging van de locatie - Locatieschets - Boorprofielen - HXRF metingen - Analysecertificaten - Getoetste analyseresultaten - Toetsingskader Circulaire bodemsanering - Risicobeoordeling (Sanscrit) - Eerder uitgevoerd bodemonderzoek
1
INLEIDING
Gemeente Vught heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een nader bodemonderzoek op de locatie de Wieken te Vught. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd door Econsultancy in maart 2018 (rapportnummer 5480.001, d.d. 21 maart 2018). Destijds is ter plaatse van boring 05 in de ondergrond een sterke verontreiniging met koper en zink aangetoond. Het nader bodemonderzoek heeft de volgende doelstellingen:
het vaststellen van de aard en de gehalten van verontreinigende stoffen en de omvang van het geval van bodemverontreiniging (vooralsnog tot maximaal aan de perceelsgrenzen); het geven van uitsluitsel of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging; een inschatting maken van de milieuhygiënische risico's.
Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NTA 5755:2010, "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging". Het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek" is reeds verricht tijdens het onlangs door Econsultancy uitgevoerd verkennend onderzoek asbest in bodem ter plaatse van de Wieken te Vught (rapportnummer 5480.001; d.d. 21 maart 2018). Gezien het feit, dat de onderhavige onderzoekslocatie in de tussentijd niet is veranderd, is door Econsultancy voor het onderhavig nader onderzoek asbest in bodem geen (aanvullend) vooronderzoek verricht. Voorafgaand aan het veldwerk is geverifieerd of de beschikbare informatie ten aanzien van het historisch gebruik van de onderzoekslocatie voldoet aan het voor het nader onderzoek voorgeschreven uitgebreide vooronderzoek volgens de NEN 5725:2017. Leidraad bij het opstellen van de onderzoeksopzet is de NTA 5755. Het veldwerk en de bemonstering zijn uitgevoerd onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek", protocol 2001. De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).
Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 1 van 14
2 2.1
LOCATIEGEGEVENS Geraadpleegde bronnen
De in dit hoofdstuk opgenomen informatie is afkomstig van de rapportages van het reeds eerder door Econsultancy uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (rapportnummer 5480.001, d.d. 21 maart 2018) en het uitgevoerde verkennend onderzoek asbest in bodem (rapportnummer 5480.006, d.d. 19 november 2018) ter plaatse van de Wieken te Vught. Indien van toepassing is de informatie aangevuld met nader verkregen informatie. 2.2
Algemene gegevens
Het perceel (totaal 13.425 m2) waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt betreft twee terreindelen aan weerszijden van de Lidwinastraat te Vught. Het noordelijke terreindeel heeft een oppervlakte van circa 7.850 m2, het terrein aan de zuidzijde heeft een oppervlakte van circa 5.575 m2. De oppervlakte van de huidige onderzoekslocatie betreft ± 1.200 m2. De onderzoekslocatie is gelegen op het noordelijke deel van het eerder uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (rapportnummer 5480.001, d.d. 21 maart 2018). Het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt is kadastraal bekend gemeente Vught, sectie D, nummers 2867, 2034, 1939 en 2247. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 6,0 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van onderzoekslocatie X = 147.770 en Y = 406.155. 2.3
Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie
Volgens historisch kaartmateriaal uit de periode omstreeks 1900 was het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uit maakt, alsmede de omgeving ervan, destijds in agrarisch gebruik. Tot circa 1964 is dit gebruik van het perceel niet wezenlijk veranderd. In 1964 is op het perceel een basisschool gerealiseerd. Omstreeks 1980 zijn op het perceel een sporthal en een paramedisch centrum gerealiseerd. Momenteel bevinden zich op het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt twee schoolgebouwen (met schoolplein), een kinderopvang, een sporthal en een paramedisch centrum. De onderzoekslocatie is zelf is nooit bebouwd geweest en momenteel in gebruik als grasveld en voetpad. De onderzoekslocatie is onderdeel van een herontwikkeling. De onderzoekslocatie behoudt dezelfde functie en indeling (zie afbeelding 1). Ter plaatse van het zuidelijk deel van het perceel (Lidwinastraat 53) is een ondergrondse HBO-tank van 6.000 liter aanwezig geweest. Voor zover bij de gemeente Vught bekend is deze tank gesaneerd. Deze HBO-tank heeft geen betrekking op de huidige onderzoekslocatie. Er zijn geen gegevens bekend omtrent overige potentieel bodembedreigende activiteiten op de onderzoekslocatie. afbeelding 1
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 2 van 14
2.4
Calamiteiten
Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan. Ook uit informatie van de gemeente Vught blijkt niet dat er zich in het verleden bodembedreigende calamiteiten hebben voorgedaan. 2.5
Uitgevoerd(e) bodemonderzoeken op de onderzoekslocatie
Op het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt (Stichting Kinderdagverblijf De Bloesem) is in 1993 door het milieu adviesbureau Fugro-Ecolyse een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (opdrachtnummer: Z-1021/002, d.d. 22-09-1993). Zowel de boven- als ondergrond waren destijds niet verontreinigd. Het grondwater bleek licht verontreinigd te zijn met chroom. Tevens is op het perceel in 2003 door het bedrijf MILON een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in het kader van de verwijdering van de ondergrondse HBO-tank ter plaatse van Lidwinastraat 53 (rapportnummer: 23287, d.d. 04-06-2003). Zowel in de bodem als in het grondwater zijn geen verontreinigingen met olie of aromaten aangetoond. Ter plaatse van de percelen waar de onderzoekslocatie onderdeel van is, is in maart 2018 door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy (rapportnummer 5480.001, d.d. 21 maart 2018). Destijds is ter plaatse van boring 05 in de ondergrond (traject: 1,301,70 m -mv) een sterke verontreiniging met koper en zink aangetoond. Ter plaatse van de percelen waar de onderzoekslocatie onderdeel van is, is in november 2018 door Econsultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Econsultancy in maart 2018 (rapportnummer 5480.006, d.d. 19 november 2018).
Destijds is ter plaatse van gat A103 één stukje asbesthoudend plaatmateriaal (chrysotiel 10-15%) in het bodemtraject 0,00-0,50, aangetroffen. Het indicatieve asbestgehalte ter plaatse van deze bodemlaag bedraagt 69,2 mk/kg d.s. Verder zijn er geen verhoogde asbestgehalten op de onderzoekslocatie aan getroffen. Op basis van dit onderzoek is er door Econsultancy een nader onderzoek asbest in bodem uitgevoerd (rapportnummer 5480.007, d.d. 14 april 2019). In het nader onderzoek asbest is geen asbesthoudend materiaal aangetroffen. 2.6
Terreininspectie verkennend bodemonderzoek
Tijdens de terreininspectie ten behoeve van het reeds eerder door Econsultancy uitgevoerd verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Wieken te Vught (rapportnummer 5480.001, d.d. 21 maart 2018) is gebleken dat de onderzoekslocatie uit een met betontegels verhard pad en uit grasstroken bestaat. Verder is een deel van de onderzoekslocatie begroeid met struiken. 2.7
Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten
Op basis van de inmiddels vervallen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld dat de onderzoekslocatie in de kwaliteitszone ‘Wonen 1930-1950’ valt. Hiervoor is vastgesteld dat de achtergrondwaarden in de bovengrond van de parameters koper, lood, zink en PAK verhoogd kunnen zijn. Voor de ondergrond is vastgesteld dat de achtergrondgehalten voor de parameters lood, zink en PAK verhoogd kunnen zijn.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 3 van 14
2.8
Bodemopbouw
De onderzoekslocatie ligt volgens de bodemkaart van Nederland in een bebouwd gebied. De dichtstbijzijnde kaarteenheid betreft een hoge zwarte enkeerdgrond, die voornamelijk is opgebouwd uit leemarm tot zwak lemig, fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. 2.9
Geohydrologie
Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van ± 33,0 m en wordt gevormd door de grove en grindrijke zanden van de Formatie van Sterksel. Op deze fluviatiele en glaciofluviatiele formaties liggen de fijnzandige, matig tot goed doorlatende dekzandafzettingen, behorende tot de Formatie van Boxtel, met een dikte van ± 22,0 m. Het eerste watervoerend pakket wordt aan de onderzijde begrensd door kleiafzettingen van de Formatie van Stramproy. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 4,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 2,0 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart in noordelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt van de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.
3
ONDERZOEKSOPZET (CONCEPTUEEL MODEL)
In tabel I is schematisch een overzicht gegeven van de belangrijkste onderdelen van een conceptueel model en de uitgangspunten van het onderzoek. Niet alle subonderdelen zijn voor de onderhavige situatie even relevant en worden daarmee in meer of mindere mate uitgewerkt. De in de tabel opgenomen informatie, al dan niet met een verwijzing naar een specifieke paragraaf van onderhavig rapport, hebben als basis gefungeerd voor uitvoering van en het maken van keuzes binnen het nader bodemonderzoek. Tabel I.
Onderdelen conceptueel model
Hoofdonderdeel Historische informatie
Rapport 5480.009 versie D1
Subonderdeel
Uitwerking/toelichting
Verontreinigingsbronnen
In het verkennend bodemonderzoek (5480.001) is ter plaatse van boring 05 (traject: 1,3-1,7 m -mv) een sterke verontreiniging met koper en zink vastgesteld. Destijds is geconcludeerd dat deze sterke verontreiniging met koper en zink waarschijnlijk te relateren zijn aan de zintuiglijke verontreinigingen (matig asfalthoudend en zwak puinhoudend) die ter plaatse zijn aangetroffen.
Gebruikte producten, periode
De onderzoekslocatie is tot circa 1964 in agrarisch gebruik geweest. Vanaf circa 1964 tot heden is de onderzoekslocatie in gebruik als grasveld en voetpad (openbaar terrein).
Bouwactiviteiten, grondverzet
De onderzoekslocatie is onbebouwd en momenteel braakliggend. De sporthal, grenzend direct ten oosten van de onderzoekslocatie, dateert van omstreeks 1980. Ten westen en zuiden direct grenzend aan de onderzoekslocatie zijn verharde wegen gelegen (Moleneindstraat en Lidwinastraat).
Calamiteiten
er zijn geen calamiteiten bekend die op de onderzoekslocatie zouden hebben plaatsgevonden.
Ondergrondse activiteiten
In de huidige situatie vindt voor zover bekend geen ondergrondse opslag van stoffen plaats.
Pagina 4 van 14
Vervolg tabel I.
Onderdelen conceptueel model
Hoofdonderdeel
Subonderdeel
Bodemopbouw, geologie en Regionaal beschrijving topografie ontstaansgeschiedenis
Uitwerking/toelichting en Voor een beschrijving van de regionale bodemopbouw/geohydrologie wordt verwezen naar paragraaf 2.8 en 2.9.
Lokale bodemopbouw
Uit het verkennend bodemonderzoek is onder meer gebleken dat de bodem van het perceel waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt voornamelijk bestaat uit zwak tot matig siltig, zeer fijn tot matig grof zand. De bovengrond is plaatselijk zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. Ter plaatse van het perceel is de bovengrond plaatselijk zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend en zwak kolengruishoudend. De ondergrond, ter plaatse van boring 05 (onderzoekslocatie), is matig asfalthoudend en zwak puinhoudend.
Topografie
Voor een omschrijving topografie wordt verwezen naar hoofdstuk 2.3
Infrastructuur
Niet relevant.
Hydrologie
Het grondwater bevindt zich op een gemiddelde diepte van circa 2,0 m -mv.
Geochemie
Zware metalen adsorberen zich sterk aan het lutum en/of organische stof in de bodem. Zware metalen zijn over het algemeen goed oplosbaar in water.
Gedrag en verdeling van verontreiniging in de bodem
Middels het uitgevoerd verkennend bodemonderzoek is reeds vast komen te staan dat de aanwezige koper en zink verontreiniging zich niet tot in het grondwater heeft verspreid en derhalve als immobiel kan worden aangemerkt.
Identificatie van receptoren, Receptoren bedreigde objecten en verspreidingsrisico's
Voor de onderhavige situatie is als belangrijkste receptor de gebruikers van de onderzoekslocatie aan te wijzen. Op basis van reeds beschikbare gegevens wordt verwacht dat de verontreinigingen niet perceelgrensoverschrijdend zijn en enkel worden verwacht ter plaatse van de onderzoekslocatie.
Bedreigde objecten
Voor zover bekend is er in de directe omgeving van de locatie geen sprake van bedreigde objecten als grondwaterwinningen, onttrekkingen t.b.v. bodemsaneringen.
Verspreidingsrisico's
Verspreidingsrisico’s in concentraties > I zijn niet te verwachten.
Ruimtelijke ontwikkelingen
Ter plaatse van de percelen waar de onderzoekslocatie plaatsvind zal herontwikkeling plaats vinden. Ter plaatse van de onderzoekslocatie zullen geen bouwwerkzaamheden plaatsvinden.
Onzekerheden
-
Op basis van de verzamelde gegevens is de volgende opzet van het onderzoek opgesteld: Ter plaatse van de aangetroffen verontreinigingskern voor de parameters koper en zink worden 5 boringen tot 3,0 m -mv (1 boring ten behoeve van de verticale afperking en 4 boringen ten behoeve van de horizontale afperking) geplaatst. Tijdens het nader onderzoek naar koper en zink wordt gebruik gemaakt van een HXRF-meter. Deze metingen worden gebruikt ter verificatie en ondersteuning van de te bemonsteren lagen en geven een indicatie van de te nemen bodemlagen. Tijdens de uitvoering van het nader bodemonderzoek is gebleken dat de koper en zink verontreiniging groter was dan in eerste instantie aangenomen. Daaropvolgend zijn aanvullende boringen geplaatst ten behoeve van de horizontale inkadering.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 5 van 14
4
VELDWERK
4.1
Algemeen
Het veldwerk van het nader bodemonderzoek omvat het zintuiglijk beoordelen van aanwezige bodemlagen door middel van het handmatig opboren van bodemmateriaal. De aanwezige bodemlagen worden hierbij nauwkeurig beschreven en de posities van de betreffende monstername-punten worden op kaart vastgelegd. Dit is beschreven in paragraaf 4.2. De zintuiglijke beoordeling van de grond vormt de basis van de keuzes bij de inzet van de chemische analyse, zoals beschreven in hoofdstuk 5. Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlijnen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voortvloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatieschets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten. In bijlage 3a zijn de boorprofielen opgenomen. 4.2 4.2.1
Grondonderzoek Uitvoering veldwerk
Het veldwerk is op 29 mei 2018, 29 oktober 2018, 1 april 2019, 2 april 2019 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer K. Gerrist, de heer D.F.H. Schell en de heer N.W.M. Snippe. Deze medewerkers van Econsultancy staan geregistreerd als ervaren veldwerkers voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". Na vrijgave van de boringen door een OCE-deskundige zijn de boringen geplaatst, hiervan is een rapport opgesteld (Euro radar, EU18-204-1, proces-verbaal van oplevering Lidwinastraat 42 te Vught, 2 april 2019). In het totaal zijn er met behulp van een schep, edelmanboor, riversideboor en zuigerboor 20 boringen tot maximaal 3,0 m -mv geplaatst. Hiervan zijn 3 boringen op een diepte van 1,6 2,1 en 2,2 m -mv gestuit. De boringen zijn globaal in een raster van rond de vermoedelijke kern van de verontreiniging geplaatst. Eén van de boringen is in de kern van de verontreiniging geplaatst ten behoeve van een verticale afperking. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 gemaakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 4.2.2
Zintuiglijke waarnemingen
De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk gleyhoudend. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, puin(resten) en/of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel II geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen, die in het opgeboorde materiaal zijn aangetroffen.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 6 van 14
Tabel II. Boornummer A101
A102
A102-2
A103
Zintuiglijk waargenomen bodemvreemde bijmengingen Einddiepte boring (m -mv) 3,00
3,00
3,00
3,00
Traject (m -mv)
Waargenomen verontreinigingen
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend, zwak glashoudend
1,00 - 1,50
matig puinhoudend
0,00 - 0,50
zwak glashoudend, matig puinhoudend
1,00 - 1,50
zwak puinhoudend
1,00 - 1,50
zwak puinhoudend, zwak slakhoudend
1,50 - 2,00
sterk slakhoudend, matig puinhoudend
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend, zwak asbesthoudend
1,00 - 1,30
zwak puinhoudend
1,30 - 1,70
matig puinhoudend
A104
1,80
1,50 - 1,80
matig puinhoudend, zwak asbesthoudend, Gestaakt op harde laag
A104-2
3,00
0,70 - 1,00
zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend
1,00 - 1,50
zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend
1,50 - 2,00
zwak puinhoudend, zwak slakhoudend
A106
3,00
0,50 - 1,50
zwak puinhoudend, zwak sintelhoudend
1,50 - 2,00
zwak puinhoudend, sterk sintelhoudend
A107
1,60
1,30 - 1,60
matig puinhoudend, matig slakhoudend, Gestuit op iets massiefs
A204
2,50
1,00 - 1,20
matig slakhoudend
1,20 - 1,60
uiterst zinkassenhoudend
A205
2,10
1,50 - 2,10
zwak puinhoudend, zwak zinkassenhoudend, Gestuit
A206
1,60
0,04 - 0,10
vulzand
1,20 - 1,40
zwak puinhoudend, zwak zinkassenhoudend
1,40 - 1,60
matig zinkassenhoudend, zwak puinhoudend
A208
2,50
1,00 - 1,30
zwak zinkassenhoudend
A210
2,50
1,00 - 1,30
zwak zinkassenhoudend
A211
2,20
0,00 - 1,50
zwak baksteenhoudend
1,50 - 2,00
uiterst zinkassenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak glashoudend
2,00 - 2,20
zwak zinkassenhoudend, Gestuit grondwater
A213
2,50
0,04 - 1,20
zwak kolengruishoudend
1,20 - 1,50
zwak puinhoudend, zwak zinkassenhoudend
A214
2,50
1,20 - 1,50
zwak zinkassenhoudend
4.3
HXRF-metingen
In het veld zijn conform de onderzoeksstrategie (protocol HXRF) een aantal bodemlagen met een maximaal traject van 0,5 m met een HXRF-meter gemeten op het voorkomen van zware metalen (Cu en Zn-gehalten). Op het moment, dat gestart werd met de HXRF-metingen, waren de lutum- en organisch stofpercentages van de nog te analyseren grondmonsters nog niet bekend. Derhalve zijn de gemeten gehalten tijdens de HXRF-metingen in het veld getoetst op basis van 2% lutum en 2% organisch stof (‘worst-case’ benadering). De gemeten waarden van de HXRF-metingen zijn opgenomen in bijlage 3b.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 7 van 14
5
LABORATORIUMONDERZOEK
5.1
Uitvoering analyses
Alle grondmonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000-geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. In het laboratorium zijn in totaal 21 grondmonsters geanalyseerd op de volgende pakketten: -
koper: lutum en organische stof, koper;
-
zink: lutum en organische stof, zink.
Tabel III geeft een overzicht van de grondmonsters en de analysepakketten. Tabel III.
Overzicht van de grondmonsters en de analysepakketten
Grondmonster
Traject (m -mv)
Analysepakket
Bijzonderheden (*A)
MM1
A102-2 (2,00 - 2,50), A104-2 (2,00 - 2,50), koper en zink A106 (2,00 - 2,30)
ondergrond (zintuiglijk schoon)
A102-2-2
A102-2 (0,50 - 1,00)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
A104-2-4
A104-2 (1,00 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend
MA102-2-4
A102-2 (1,50 - 2,00)
koper en zink
ondergrond (sterk slakhoudend, matig puinhoudend)
MA106-3
A106 (1,00 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (zwak puinhoudend, zwak sintelhoudend)
MA106-4
A106 (1,50 - 2,00)
koper en zink
ondergrond (zwak puinhoudend, sterk sintelhoudend)
MA107-3
A107 (1,00 - 1,30)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MA107-4
A107 (1,30 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (matig puinhoudend, Gestuit op iets massiefs)
MA101-5
A101 (2,00 - 2,30)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
MA102-3
A102 (1,00 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (zwak puinhoudend)
MA103-4-5
A103 (1,30 - 1,50), A103 (1,50 - 1,70)
koper en zink
ondergrond (matig puinhoudend)
MA104-5
A104 (1,50 - 1,80)
koper en zink
ondergrond (matig puinhoudend, zwak asbesthoudend, Gestaakt op harde laag)
MA105-4-5
A105 (1,00 - 1,50), A105 (1,50 - 1,70)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M204-7
A204 (2,00 - 2,50)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M206-6
A206 (1,40 - 1,60)
koper en zink
ondergrond (matig zinkassenhoudend, zwak puinhoudend)
M206-8
A206 (2,00 - 2,50)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M207-5
A207 (1,20 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M208-4
A208 (1,00 - 1,30)
koper en zink
ondergrond (zwak zinkassenhoudend)
M211-4
A211 (1,50 - 2,00)
koper en zink
ondergrond (uiterst zinkassenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak glashoudend)
M212-3
A212 (1,04 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (zintuiglijk schoon)
M214-4
A214 (1,20 - 1,50)
koper en zink
ondergrond (zwak zinkassenhoudend)
*A
De te onderzoeken bodemlagen zijn vastgesteld op basis van onder andere HXRF-metingen.
Rapport 5480.009 versie D1
matig
slakhoudend,
Pagina 8 van 14
5.2
Toetsingskader
De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten van verontreinigingen is gegeven in de toetsingstabel en bevat voor grond drie te onderscheiden waarden met de verschillende niveaus: -
achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit moment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen;
-
tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de interventiewaarde. De tussenwaarde is de concentratiegrens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uitgevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat;
-
interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grondwater aan waarboven ernstige vermindering of dreigende vermindering optreedt van de functionele eigenschappen, die de bodem heeft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de interventiewaarde is er sprake van een sterke verontreiniging. Bij overschrijding van de interventiewaarde wordt vaak een nader onderzoek uitgevoerd om de ernst van de verontreiniging en de spoedeisendheid van de sanering te bepalen. Wanneer het boven de tussenwaarde of interventiewaarde gelegen gehalte een natuurlijke oorsprong heeft, is uitvoering van vervolgonderzoek meestal niet noodzakelijk.
In bijlage 5 is de toetsingstabel opgenomen uit de eerder genoemde circulaires. Deze bijlage bevat de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor een standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum). De gemeten gehalten zijn door middel van een BoToVa-toetsing, met behulp van de door het laboratorium bepaalde waarden voor het organische stof- en lutumgehalte, omgerekend naar gehalten in een standaardbodem en vervolgens getoetst. De gebruikte analysetechnieken zijn weergegeven op de certificaten in bijlage 4a. Om de mate van verontreiniging aan te geven wordt de volgende terminologie gebruikt: Grond: - niet verontreinigd: - licht verontreinigd: - matig verontreinigd: - sterk verontreinigd:
5.3
gehalte < achtergrondwaarde en/of detectielimiet; gehalte > achtergrondwaarde en < tussenwaarde; gehalte > tussenwaarde < interventiewaarde; gehalte > interventiewaarde.
Resultaten grondmonsters
Tabel IV geeft een overzicht van de parameters in de grond die de geldende toetsingskaders overschrijden. Tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW (licht verontreinigd)
Gehalte > T (matig verontreinigd)
Gehalte > I (sterk verontreinigd)
MM1
A102-2 (2,00 - 2,50), A104-2 (2,00 - 2,50), A106 (2,00 - 2,30)
-
-
-
MA101-5
A101 (2,00 - 2,30)
-
-
-
A102-2-2
A102-2 (0,50 - 1,00)
-
-
-
MA102-3
A102 (1,00 - 1,50)
-
zink
koper
MA102-2-4
A102-2 (1,50 - 2,00)
-
-
koper zink
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 9 van 14
Vervolg tabel IV.
Overschrijdingen toetsingskaders grond
Grondmonster
Traject (m -mv)
Gehalte > AW (licht verontreinigd)
Gehalte > T (matig verontreinigd)
Gehalte > I (sterk verontreinigd)
MA103-4-5
A103 (1,30 - 1,50), A103 (1,50 - 1,70)
-
-
koper zink
A104-2-4
A104-2 (1,00 - 1,50)
zink
-
-
MA104-5
A104 (1,50 - 1,80)
-
koper
zink
MA105-4-5
A105 (1,00 - 1,50), A105 (1,50 - 1,70)
-
-
-
MA106-3
A106 (1,00 - 1,50)
zink
-
-
MA106-4
A106 (1,50 - 2,00)
-
koper
zink
MA107-3
A107 (1,00 - 1,30)
-
-
-
MA107-4
A107 (1,30 - 1,50)
koper zink
-
-
M204-7
A204 (2,00 - 2,50)
-
-
-
M206-6
A206 (1,40 - 1,60)
koper
-
zink
M206-8
A206 (2,00 - 2,50)
-
-
-
M207-5
A207 (1,20 - 1,50)
-
-
-
M208-4
A208 (1,00 - 1,30)
-
-
-
M211-4
A211 (1,50 - 2,00)
-
-
koper zink
M212-3
A212 (1,04 - 1,50)
-
-
-
M214-4
A214 (1,20 - 1,50)
-
-
-
Bijlage 4a bevat de door het laboratorium aangeleverde analysecertificaten. Bijlage 4b bevat de getoetste analyseresultaten. 5.4
Interpretatie analyseresultaten en HXRF-metingen
Op basis van analyseresultaten en de zintuiglijke waarnemingen wordt de sterke koper en zinkverontreiniging in de grond als afgeperkt beschouwd. De sterke koper en zink verontreiniging in de grond bevindt zich in de kern van de verontreiniging vanaf 1,0 m -mv tot maximaal tot circa 2,0 m -mv. De totale omvang van de sterke verontreiniging minerale olie op de locatie bedraagt circa 570 m³. Na het bekend worden van de analyseresultaten (zie § 5.3), is de toetsing op basis van 2% lutum en 2% organisch stof (‘worst-case’ benadering) niet bijgesteld. In de resultaten zijn diverse lichte, matige en sterke verontreinigingen met koper en zink gemeten. In bijlage 3b zijn de resultaten van de HXRF-metingen weergegeven.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 10 van 14
6 6.1
MILIEUHYGIENISCHE BEOORDELING Algemeen
Indien er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging is er sprake van een potentieel risico dat aanleiding geeft tot een vorm van saneren of beheren. Met behulp van een standaard risicobeoordelingsmethode (Sanscrit) is getoetst of de verontreiniging bij het huidige en/of toekomstige gebruik risico's oplevert die onaanvaardbaar zijn voor de mens, voor het ecosysteem of uit het oogpunt van verspreiding van de verontreiniging. De standaard risicobeoordeling kan leiden tot de volgende resultaten: - risico niet onaanvaardbaar:
indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de aanwezige bodemverontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik geen onaanvaardbare risico's oplevert, is het niet noodzakelijk om met spoed te saneren. Wel is een vorm van beheer nodig, waaronder tenminste registratie van de aanwezigheid van bodemverontreiniging wordt verstaan. Verdere vormen van beheer zijn ter beoordeling door het bevoegd gezag;
- onaanvaardbaar risico: (spoedig saneren)
indien uit de standaard risicobeoordeling volgt dat de verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert is spoedig saneren vereist;
- onaanvaardbaar risico: (specifieke beoordeling)
indien uit de standaard risicobeoordeling blijkt dat de aanwezige verontreiniging bij het huidige of toekomstige gebruik onaanvaardbare risico's oplevert kan er, gelet op de mogelijke overschatting van de risico's in de standaard risicobeoordelingsmethode, aanleiding zijn te verwachten dat een meer specifieke risicobeoordeling voor het geval van verontreiniging tot een andere conclusie leidt. In een dergelijk geval kan, al dan niet op verzoek van het bevoegd gezag, een locatiespecifieke risicobeoordeling aansluitend aan de standaard risicobeoordeling uitgevoerd worden.
Voor het onderhavige onderzoek is bepaald of er sprake is van onaanvaardbaar risico van bodemverontreiniging voor mens en/of ecosysteem of van verspreiding van verontreiniging in het grondwater. De afweging van de risico's heeft plaatsgevonden met behulp van het programma Sanscrit, uitgaande van een realistisch scenario. De resultaten van de risico-afweging zijn opgenomen in bijlage 6. 6.2
Risico's onderhavig geval
Aan de hand van de Sanscrit Risicobeoordeling is een inzicht verkregen in de humane, ecologische en de verspreidingsrisico's, uitgaande van het huidig gebruik "ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie". Op basis van de analyseresultaten blijkt dat de volgende stoffen in sterke mate in de bodem van de onderzoekslocatie aanwezig is, te weten koper en zink.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 11 van 14
6.2.1
Standaardbeoordeling humane risico's
Humane risico's zijn van een aantal factoren afhankelijk. Bij de standaardbeoordeling wordt rekening gehouden met het bodemgebruik en met de blootstellingsroutes. De volgende blootstellingsroutes kunnen zich voordoen: -
ingestie grond, drinkwater en gewas; inhalatie grond, binnenlucht, buitenlucht en inhalatie dampen bij het douchen; dermaal contact grond en dermaal contact bij het douchen.
Resultaat Er is voor het gebruik "ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie" géén sprake van een onaanvaardbare situatie voor de mens als gevolg van hinder. Uit de standaardbeoordeling humane risico's blijkt dat er géén sprake is van onaanvaardbare risico's voor de mens. 6.2.2
Standaardbeoordeling ecologische risico's
Er is sprake van onaanvaardbare risico’s voor het ecosysteem indien bij het huidige of voorgenomen gebruik van de locatie: -
de biodiversiteit kan worden aangetast (bescherming van soorten); kringloopfuncties kunnen worden verstoord (bescherming van processen); bio-accumulatie en doorvergiftiging kan plaatsvinden.
Uit de standaardbeoordeling ecologische risico's blijkt, dat op grond van de afwezigheid van de verontreiniging in de bovenste 0,5 meter van de onbedekte bodem en de afwezigheid van gewassen wortelend in de verontreinigde bodem dat er geen sprake van onaanvaardbare risico's voor ecologie. 6.2.3
Standaardbeoordeling verspreidingsrisico's
De verspreidingsrisico's zijn van een aantal factoren afhankelijk. Er is een standaard risicobeoordeling uitgevoerd. Bij deze eenvoudige toetsing wordt rekening gehouden met het feit of:
het gebruik van de bodem door mens of ecosysteem wordt bedreigd door verspreiding van verontreiniging in het grondwater indien kwetsbare objecten hinder ondervinden; er sprake is van een onbeheersbare situatie, dat wil zeggen indien: - er een drijflaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; - er een zaklaag aanwezig is die door activiteiten en processen in de bodem kan verplaatsen en van waaruit verspreiding van verontreiniging kan plaatsvinden; 3 - de verspreiding heeft geleid tot een grote grondwaterverontreiniging (> 6.000 m ) en de verspreiding vindt nog steeds plaats.
Er zijn geen kwetsbare objecten in de omgeving aanwezig. Verder is er geen sprake van een drijflaag en/of een zaklaag of van een ernstige grondwaterverontreiniging met een bodemvolume van meer 3 dan 6.000 m . Op basis hiervan wordt geconcludeerd dat op grond van de standaardbeoordeling geen sprake is van onaanvaardbare verspreidingrisico's.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 12 van 14
7
GEVALSDEFINITIE
Gesteld wordt dat op de locatie sprake is van het volgende geval van bodemverontreiniging: "Geval van bodemverontreiniging met koper en zink in de grond" De herkomst van de bodemverontreiniging is vooralsnog niet bekend. De verontreiniging is hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de zintuiglijke waargenomen bijmenging met slakken, sintels en zinkassen. Verwacht wordt dat de bron van de verontreiniging eveneens te maken heeft met de historische grondwerkzaamheden ter plaatse van de onderzoekslocatie. Derhalve wordt gesteld dat het hier een historisch geval van bodemverontreiniging betreft (ontstaan voor 1 januari 1987). De bodemverontreiniging met koper en zink bevindt zich in het traject 1,0-2,0 m -mv. De totale omvang van de sterk met koper en zink verontreinigde grond wordt geschat op circa 570 m (oppervlakte 2 570m , laagdikte 1,0 m). 3
Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er sprake is van onaanvaardbare risico's. Echter uitgaande van de volumina van de grondverontreiniging op de onderzoekslocatie (meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond) kan gesteld worden, dat de geconstateerde verontreiniging geen spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging betreft.
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 13 van 14
8
SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES
Econsultancy heeft in opdracht van de Gemeente Vught een nader bodemonderzoek uitgevoerd aan de Wieken te Vught. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de onderzoeksresultaten van het verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd door Econsultancy in maart 2018 (rapportnummer 5480.001, d.d. 21 maart 2018). Destijds is ter plaatse van boring 05 in de ondergrond een sterke verontreiniging met koper en zink aangetoond. De bodem bestaat voornamelijk uit zwak tot sterk siltig, matig fijn tot matig fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak humeus. De ondergrond is plaatselijk zwak tot sterk gleyhoudend. In de bodem zijn diverse zintuiglijke bijmengingen aangetroffen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie, alsmede in de bodem, puin(resten) en/of andere asbestverdachte materialen aangetroffen. De bodemverontreiniging met koper en zink is zowel in horizontale als verticale richting afgeperkt. De bodemverontreiniging met koper en zink bevindt zich in het traject 1,0-2,0 m -mv. De omvang van het 2 sterk verontreinigd bodemvolume wordt geschat op circa 570 m (oppervlakte 570 m , laagdikte 1,0 m). 3
Uit de milieuhygiënische beoordeling is gebleken dat er geen sprake is van onaanvaardbare risico's. Echter uitgaande van de volumina van de grondverontreiniging op de onderzoekslocatie (meer dan 25 m³ sterk verontreinigde grond) kan gesteld worden, dat de geconstateerde verontreiniging geen spoedeisend geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. In het kader van de herinrichting van het terrein zijn ter plaatse geen grondwerkzaamheden voorzien. De locatie is nu in gebruik als grasveld en blijft als zodanig in gebruik. Ook de bebouwing die zich direct ten oosten van de verontreiniging bevind blijft gehandhaafd. Aangezien de verontreiniging zich op meer dan één meter beneden het maaiveld bevindt is ongewenste verspreiding tijdens de werkzaamheden, als gevolg van het rijden van werkvoertuigen over het terrein uitgesloten. Als gevolg van het bovenstaande vormen de huidige plannen geen reden voor het saneren van de aanwezige verontreiniging. Dit is wel aan de orde als binnen de verontreinigingscontour grondwerkzaamheden uitgevoerd worden. Econsultancy adviseert om op basis van het onderhavige onderzoek een beschikking ernst en spoed aan te vragen voor de aanwezige verontreinigingen. Met deze melding wordt de aanwezige verontreiniging vastgelegd en wordt tevens formeel besloten dat er geen sprake is van actuele risico’s.
Indien in de toekomst werkzaamheden plaatsvinden binnen de interventiewaardecontour bestaat er dan meteen de plicht om deze melden bij het bevoegd gezag en kan deze adequaat worden aangepakt.
Econsultancy Boxmeer, 4 juni 2019
Rapport 5480.009 versie D1
Pagina 14 van 14
Bijlage 1
Topografische ligging van de locatie
Schaal 1:25.000 Deze kaart is noordgericht
Bijlage 3a Boorprofielen
Boorprofielen
A101
Boring:
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak glashoudend, grijsbruin, Schep
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand, zeer fijn, matig siltig, matig puinhoudend, matig roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
3 150
150
A102
Boring:
Zand, zeer fijn, matig siltig, bruinbeige, Edelmanboor
4
0
0 1
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbruin, Edelmanboor
2 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak puinhoudend, matig roesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor
3 150
150 4
170
5 200
6 230
6 250
250
230
Zand, zeer fijn, matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor
300
0
0 1
A103 0
1 9
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, zwak slakhoudend, donkerbeige, River Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, sterk slakhoudend, matig puinhoudend, donkerbruin, River
4 200
200
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
5 250
250
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbruin, Edelmanboor
2 100
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor
6 300
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak asbesthoudend, grijsbruin, Schep
50
50
3
300
300
0
2
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
8
Boring: gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, Edelmanboor
50
100
250
250
300
A102-2
Boring:
7
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
7 300
Zand, zeer fijn, matig siltig, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
200 5
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak glashoudend, matig puinhoudend, grijsbruin, Schep
100
100 3
130
4 150 5
170
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
6 200 7 250
250
Zand, zeer fijn, matig siltig, grijsbeige, Zuigerboor handmatig
8 300
300
Getekend volgens NEN 5104
Boorprofielen
A104
Boring:
0
0
A104-2
Boring:
1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
50
0
0 1
50
50 2
70
2 3 100
100
100 3 4
130
4
150
150 5 6
180
Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, matig puinhoudend, zwak asbesthoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Gestaakt op harde laag
150
150 5
200
200 6
0 1 50
A106 0
0 1
3 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak puinhoudend, zwak sintelhoudend, neutraalbruin, River
2
150
150 5
170
6 200
200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, Edelmanboor
3
250
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor handmatig
8 300
150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak puinhoudend, sterk sintelhoudend, donker oranjebruin, River
4 200
200 5
Zand, zeer fijn, matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor
7 250
100
Zand, matig fijn, matig siltig, grijsbruin, Edelmanboor
4
300
Zand, matig fijn, zwak siltig, geelbeige, Edelmanboor
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
50
50 2 80
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, zwak puinhoudend, zwak slakhoudend, donkerbruin, River
300
Boring: gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak kolengruishoudend, zwak betonhoudend, donkerbeige, River
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor
300
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak kolengruishoudend, zwak baksteenhoudend, neutraalbruin, River
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
7
A105
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak grindig, neutraal bruinbeige, River
250
250
Boring:
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
230
6 250
250
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor
7 300
Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor
300
Getekend volgens NEN 5104
Boorprofielen
A107
Boring:
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, neutraalbruin, River
2 100 3 130
4 150
5
160
Zand, matig fijn, matig siltig, matig puinhoudend, matig slakhoudend, donkerbruin, River, Gestuit op iets massiefs.
Getekend volgens NEN 5104
Boorprofielen
A204
Boring:
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, donkerbruin, Edelmanboor
50
1
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
2 100
3
120
4 150
160
5 185
6
Zand, matig fijn, matig siltig, matig slakhoudend, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, uiterst zinkassenhoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, donkerbeige, Edelmanboor
7
100 3
120
4 150
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak zinkassenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Gestuit
5 200
A206
Boring:
6
210
1
A207
Boring: 0 4 10
tegel
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
0
0
Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbeige, vulzand
2
1
2
70
3 100
100
100 4 5 6
4
120 140 160
7
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak zinkassenhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, matig zinkassenhoudend, zwak koolhoudend, zwak puinhoudend, Edelmanboor
200 8
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal geelbeige
250
120
5 150
150 6
170
7
Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbeige, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, donker beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, lichtbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal geelbeige, Edelmanboor
200 8 250
250
9
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal geelbeige
9 300
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
3
300
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
250
250
150
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
50
100
0
0
0
2
200
A205
Boring:
300
300
Getekend volgens NEN 5104
Boorprofielen
A208
Boring:
0
0
A209
Boring:
1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
0 4
0
tegel Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
2
2 80
3 100
130
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak zinkassenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
4 5 150 6 180
7
200
200
80
100
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk gleyhoudend, bruinoranje, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
3
250
250
150 5 200 6 250
250
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
7 300
300
A210
Boring: 0
A211
Boring: 0
1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
4
Zand, matig fijn, matig siltig, beigegrijs, Edelmanboor
8
100
100
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak grindig, zwak baksteenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
50 2 2
80
3 100
100
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
130
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak zinkassenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
4
150
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk gleyhoudend, bruinoranje, Edelmanboor
5
6 200
200
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
7 250
250
100 3 150
150 4
200
200 5
220
Zand, matig fijn, matig siltig, uiterst zinkassenhoudend, zwak kolengruishoudend, zwak glashoudend, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, sterk siltig, zwak humeus, zwak zinkassenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, Gestuit grondwater
Getekend volgens NEN 5104
Boorprofielen
A212
Boring:
0 4
0
A213
Boring: tegel
1 50
0 4
0
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak kolengruishoudend, donkerbruin, Edelmanboor
1 50
2
2
100
100 3 3
120
4 150
150 4
200
tegel
170
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donker beigebruin, Edelmanboor
5
150
150 5
200
200
250
250
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
6 6 250
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak puinhoudend, zwak zinkassenhoudend, zwak koolhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
250
A214
Boring:
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor
50 2 100
100 3
120
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigebruin, Edelmanboor
150
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak zinkassenhoudend, donkerbruin, Edelmanboor
4 150
Zand, matig fijn, matig siltig, sterk gleyhoudend, bruinoranje, Edelmanboor
5 200 6 250
250
Getekend volgens NEN 5104
Bijlage 3b HXRF metingen
Indicatieve toetsing HXRF metingen (conservatief)
Projectcode: Locatie: Medewerker: Lutum gehalte:
2,0 % van ds
Organische stof gehalte:
2,0 % van ds
Monster
Datum
A207-1 A207-2 A207-3 A207-4 A207-5 A207-6 A207-7 A206-2 A206-3 A206-4 A206-5 A206-6 A206-7 A206-8 A205-1 A205-2 A205-3 A205-4 A205-5 A205-6 A204-1 A204-2 A204-3 A204-4 A204-5 A204-6 A204-7 A208-1 A208-1 A208-2 A208-3 A208-4 A208-5 A208-6 A208-7 a209 a209 a209 a209 a209 a209 a209 a210
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
Arseen [as]
Koper [cu]
17,62 < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD 246,82 *** 48,69 * < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD 39,13 * 128,05 *** 32,66 * 16,95 363,18 *** 789,14 *** 48,17 * < LOD < LOD 200,49 *** 21,07 * < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD
Lood [pb] 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zink [zn]
67,21 * 25,74 11,47 < LOD 12,18 < LOD < LOD 81,42 * 34,38 9,37 792,97 *** 404,95 *** 95,82 * 9,77 147,59 * 36,94 17,91 18,56 192,56 ** 2189,53 *** 159,01 * 75,69 * 295,64 ** 907,16 *** 33,41 < LOD 31,13 1398,44 *** 86,69 * 69,62 * 28,45 17,88 9,87 17,07 9,01 37,47 21,93 21,93 12,95 9,82 9,54 10,4 90,01 *
Indicatieve toetsing HXRF metingen (conservatief)
Projectcode: Locatie: Medewerker: Lutum gehalte:
2,0 % van ds
Organische stof gehalte:
2,0 % van ds
Monster
Datum
Arseen [as]
a210 a210 a210 a210 a210 a211 a211 a211 a211 a212 a212 a212 a212 a212 a213 a213 a213 a213 a213 a213 a214 a214 a214 a214 a214 a214
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
0-1-1900
0
Koper [cu]
< LOD < LOD < LOD < LOD < LOD 32,69 * < LOD 18,92 1142,18 *** 34,67 * < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD 91,8 ** < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD < LOD
* : overschrijding van de achtergrondwaarde ** : overschrijding van de tussenwaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde <LOD : kleiner dan de detectielimiet
Lood [pb] 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Zink [zn]
52,8 20,38 15,4 12,81 < LOD 99,55 * 62,34 * 65,52 * 112,74 * 105,91 * 16,81 16,44 < LOD < LOD 40,68 25,37 63,79 * 282,79 ** < LOD < LOD 96,36 * 62,91 * 17,49 24,26 13,73 11,44
Bijlage 4a Analysecertificaat
Econsultancy Boxmeer T.a.v. Joeri van de Weijer Rapenstraat 2 5831 GJ BOXMEER
Analysecertificaat Datum: 11-Apr-2019
Hierbij ontvangt u de resultaten van het navolgende laboratoriumonderzoek. Certificaatnummer/Versie Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer Monster(s) ontvangen
2019049193/1 5480.009
04-Apr-2019
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. De analyse resultaten hebben alleen betrekking op het beproefde object. De grondmonsters worden tot 4 weken na datum ontvangst bewaard en watermonsters tot 2 weken na datum ontvangst. Zonder tegenbericht worden de monsters nadien afgevoerd. Indien de monsters langer bewaard dienen te blijven verzoeken wij U dit exemplaar uiterlijk 1 werkdag voor afloop van de standaardbewaarperiode ondertekend aan ons te retourneren. Voor de kosten van het langer bewaren van monsters verwijzen wij naar de prijslijst.
Bewaren tot: Datum:
Naam:
Handtekening:
Wij vertrouwen erop uw opdracht hiermee naar verwachting te hebben uitgevoerd, mocht U naar aanleiding van dit analysecertificaat nog vragen hebben verzoeken wij U contact op te nemen met de afdeling Verkoop en Advies.
Met vriendelijke groet, Eurofins Analytico B.V.
Ing. A. Veldhuizen Technical Manager
Eurofins Analytico B.V. Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Fax +31 (0)34 242 63 99 IBAN: NL71BNPA0227924525 E-mail info-env@eurofins.nl BIC: BNPANL2A Site www.eurofins.nl KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
5480.009
Monsternemer Monstermatrix
Schell Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
1
2
3
4
5
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
82.1
79.0
83.4
86.1
90.7
Eenheid
Analyse
2019049193/1 04-Apr-2019 11-Apr-2019/09:56 A,C 1/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
<0.7
9.5
<0.7
1.6
2.7
Gloeirest
% (m/m) ds
99.3
90.3
99.3
98.3
97.2
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
<2.0
3.0
2.1
<2.0
2.2
S
Metalen
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
10
70
<5.0
<5.0
6.0
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
<20
580
<20
<20
<20
Nr. Monsteromschrijving
1
M204-7 A204 (200-250)
2
M206-6 A206 (140-160)
3
M206-8 A206 (200-250)
4
M207-5 A207 (120-150)
5
M208-4 A208 (100-130) Q: door RvA geaccrediteerde verrichting
Datum monstername
Monster nr.
01-Apr-2019 01-Apr-2019
10650169 10650170 10650171
01-Apr-2019 01-Apr-2019
10650172
01-Apr-2019
10650173
A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
TESTEN RvA L010
Analysecertificaat Uw project/verslagnummer Uw projectnaam Uw ordernummer
5480.009
Monsternemer Monstermatrix
Schell Grond (AS3000)
Certificaatnummer/Versie Startdatum Rapportagedatum Bijlage Pagina
Eenheid
Analyse
6
7
8
Uitgevoerd
Uitgevoerd
Uitgevoerd
% (m/m)
71.2
89.6
90.8
2019049193/1 04-Apr-2019 11-Apr-2019/09:56 A,C 2/2
Voorbehandeling
Cryogeen malen AS3000 Bodemkundige analyses
S
Droge stof
S
Organische stof
% (m/m) ds
14.7
1.9
2.1
Gloeirest
% (m/m) ds
85.1
97.7
97.7
Korrelgrootte < 2 µm (Lutum)
% (m/m) ds
3.0
5.7
2.1
S
Metalen
S
Koper (Cu)
mg/kg ds
360
<5.0
<5.0
S
Zink (Zn)
mg/kg ds
1300
21
<20
Nr. Monsteromschrijving
Datum monstername
Monster nr.
6
M211-4 A211 (150-200) M212-3 A212 (104-150)
02-Apr-2019 02-Apr-2019
10650174
7 8
M214-4 A214 (120-150)
02-Apr-2019
10650176
Q: door RvA geaccrediteerde verrichting A: AP04 erkende verrichting S: AS SIKB erkende verrichting V: VLAREL erkende verrichting
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
M: MCERTS erkend
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
Dit certificaat mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. BNP Paribas S.A. 227 9245 25 Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV IBAN: NL71BNPA0227924525 en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), BIC: BNPANL2A het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) KvK/CoC No. 09088623 en door de overheid van Luxemburg (MEV). BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
10650175
Akkoord Pr.coörd.
VA TESTEN RvA L010
Bijlage (A) met deelmonsterinformatie behorende bij analysecertificaat 2019049193/1 Pagina 1/1 Tot
Barcode
Monstername ID/Monsteromsch.
Monster nr.
Boornr
Omschrijving
Van
10650169
A204
7
200
250
0537476414
M204-7 A204 (200-250)
10650170
A206
6
140
160
0537476818
M206-6 A206 (140-160)
10650171
A206
8
200
250
0537476821
M206-8 A206 (200-250)
10650172
A207
5
120
150
0537476546
M207-5 A207 (120-150)
10650173
A208
4
100
130
0537476401
M208-4 A208 (100-130)
10650174
A211
4
150
200
0537476449
M211-4 A211 (150-200)
10650175
A212
3
104
150
0537476448
M212-3 A212 (104-150)
10650176
A214
4
120
150
0537476294
M214-4 A214 (120-150)
Eurofins Analytico B.V.
Gildeweg 42-46 3771 NB Barneveld P.O. Box 459 3770 AL Barneveld NL
Tel. +31 (0)34 242 63 00 Fax +31 (0)34 242 63 99 E-mail info-env@eurofins.nl Site www.eurofins.nl
BNP Paribas S.A. 227 9245 25 IBAN: NL71BNPA0227924525 BIC: BNPANL2A KvK/CoC No. 09088623 BTW/VAT No. NL 8043.14.883.B01
Eurofins Analytico B.V. is ISO 14001: 2015 gecertificeerd door TÜV en erkend door het Vlaamse Gewest (OVAM en Dep. Omgeving), het Brusselse Gewest (BIM), het Waalse Gewest (DGRNE-OWD) en door de overheid van Luxemburg (MEV).