Bijlage - Memo externe veiligheid
Tekst van het document
Memo
referentienummer datum 16 juni 2023 aan Mike Fransen Eveline Braat van Wiro Gruijters kopie Jeroen Eskens projectnummer 0485829.100 project BP en ond De Wieken Vught betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
1.
Inleiding De gemeente Vught is voornemens om woningen en zorgwoningen mogelijk te maken aan de Moleneindstraat te Vught mogelijk te maken. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet past binnen het vigerende bestemmingsplan, wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1-1.
Figuur 1-1 Globale ligging van het plangebied (rood). LuchtfotoNL 2022 © CycloMedia Technology B.V.
In het kader van de ruimtelijke procedure dient onder andere het aspect externe veiligheid te worden beschouwd. Antea Group is in dit kader gevraagd een onderzoek externe veiligheid op te stellen.
1.1
Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt ingegaan op enkele hoofdzaken met betrekking tot het externe veiligheidsbeleid. In hoofdstuk drie worden de risicobronnen in relatie tot het plangebied beschouwd. Ten slotte worden in hoofdstuk vier elementen aangedragen voor de invulling van de verantwoording van het groepsrisico
Antea Nederland B.V. - statutaire zetel Heerenveen - handelsregister 29021830 - BTW nr. NL003662317B01 vestigingen in Heerenveen, Schoonebeek, Deventer, Almere, Capelle aan den IJssel, Goes, Oosterhout en Maastricht
blad 1 van 7
datum 16 juni 2023 projectnummer 0485829.100 betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
2.
Beleidskader Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het relevante beleidskader, voor buisleidingen is dit het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het beleid voor transportmodaliteiten staat in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt. Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10-6/jaar-contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten aanwezig zijn of geprojecteerd worden.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaar-contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet ‘op de kaart’ worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de fN-curve.
Figuur 2-1 Weergave plaatsgebondenrisicocontouren, invloedsgebied en groepsrisicografiek met oriëntatiewaarde voor transport
Verantwoordingsplicht In het Bevi, het Bevb en het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Bij de verantwoording van het groepsrisico dient het bevoegd gezag advies in te winnen bij de veiligheidsregio. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van een kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten, zoals hieronder weergegeven.
blad 2 van 7
datum 16 juni 2023 projectnummer 0485829.100 betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
Figuur 2-2 Verplichte en onmisbare onderdelen van de verantwoordingsplicht van het groepsrisico
Omgevingsveiligheid (Omgevingswet) Omgevingsveiligheid is een begrip dat hoort bij de Omgevingswet die januari 2024 in werking zal treden. Door alle wetten en regelingen binnen het omgevingsrecht samen te voegen ontstaat een verandering onder het motto ‘Eenvoudig beter’. De Omgevingswet introduceert (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) een aantal aandachtsgebieden. Deze aandachtsgebieden verschillen per risicobron. Voor bijvoorbeeld transportroutes gevaarlijke stoffen die zijn aangewezen in het Basisnet gaan de volgende aandachtsgebieden gelden: • Een brandaandachtsgebied van 30 meter; • Een explosieaandachtsgebied van 200 meter. Binnen deze aandachtsgebieden kunnen aanvullende bouwkundige maatregelen van toepassing zijn. De afwegingsruimte ligt hierbij primair bij het bevoegd gezag, met uitzondering van zeer kwetsbare gebouwen (zoals gebouwen bestemd voor het verblijf van jonge kinderen). Voor zeer kwetsbare gebouwen binnen het aandachtsgebied gelden de aanvullende bouwkundige maatregelen (of gelijkwaardige maatregelen) altijd.
3.
Beschouwing risicobronnen In dit hoofdstuk worden mogelijke risicobronnen in de omgeving beschouwd.
3.1
Transportroutes gevaarlijke stoffen
3.1.1
Spoorlijn Den Bosch – Vught Het invloedsgebied van de spoorlijn Den Bosch – Vught bedraagt 4000 meter (stofcategorie D4). De afstand van deze spoorlijn tot het plangebied bedraagt circa 660 meter, het plangebied ligt daarmee binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin staat vermeld dat er voor de spoorlijn ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10 -6-contour van 0 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied De spoorlijn Tilburg – Boxtel heeft geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter. Groepsrisico De afstand tussen het spoor en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter, nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig. Aangezien de planlocatie wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn is gelegen is verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt van toepassing voor deze spoorlijn.
blad 3 van 7
datum 16 juni 2023 projectnummer 0485829.100 betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
3.1.2
Spoorlijn Tilburg – Vught Het invloedsgebied van de spoorlijn Tilburg – Vught bedraagt 4000 meter (stofcategorie D4). De afstand van deze spoorlijn tot het plangebied bedraagt circa 1,1 kilometer, het plangebied ligt daarmee binnen het invloedsgebied van deze spoorlijn. Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin staat vermeld dat er voor de spoorlijn ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10 -6-contour van 0 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied De spoorlijn Tilburg – Vught heeft geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter. Groepsrisico De afstand tussen het spoor en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter, nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig. Aangezien de planlocatie wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn is gelegen is verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt van toepassing voor deze spoorlijn.
3.1.3
Rijksweg A2 Het invloedsgebied van de Rijksweg A2 bedraagt 880 meter (stofcategorie LT2). De afstand van deze weg tot het plangebied bedraagt circa 1,6 kilometer, het plangebied ligt daarmee buiten het invloedsgebied van deze weg.
3.1.4
Rijksweg A65 Het invloedsgebied van de Rijksweg A65 bedraagt 880 meter (stofcategorie LT2). De afstand van deze weg tot het plangebied bedraagt circa 790 meter, het plangebied ligt daarmee binnen het invloedsgebied van deze weg. Plaatsgebonden risico Het risicoplafond van het vervoer van gevaarlijke stoffen is vastgelegd in de Regeling basisnet. Hierin staat vermeld dat er voor de weg ter hoogte van het plangebied sprake is van een maximale PR 10-6-contour van 0 meter. Het plaatsgebonden risico levert daarmee geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. Plasbrandaandachtsgebied De weg heeft geen plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter. Groepsrisico De afstand tussen de weg en het plangebied bedraagt meer dan 200 meter, nadere beschouwing van het groepsrisico is niet nodig. Aangezien de planlocatie wel binnen het invloedsgebied van de weg is gelegen is verantwoording van het groepsrisico conform artikel 7 van het Bevt van toepassing voor deze weg.
3.2
Risicovolle inrichtingen Nabij het plangebied zijn geen relevante risicovolle inrichtingen aanwezig.
3.3
Buisleidingen In de buurt van het plangebied ligt een hogedruk aardgastransportleiding van Gasunie (Z-515-04). Het invloedsgebied van deze leiding reikt echter niet tot het plangebied. Het is dan ook geen relevante risicobron met betrekking tot het plangebied.
blad 4 van 7
datum 16 juni 2023 projectnummer 0485829.100 betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
4.
Verantwoording groepsrisico In hoofdstuk 3 zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van transportroutes in relatie tot het projectplan beschouwd. Deze aspecten bieden echter slechts een gedeeltelijk beeld van de algehele veiligheidssituatie. Een verantwoording van het groepsrisico is, zoals geconcludeerd in hoofdstuk drie, verplicht ten aanzien van drie transportroutes. In dit hoofdstuk wordt daarom aan de hand van diverse kwalitatieve aspecten nadere duiding gegeven aan het risiconiveau en de optimalisatie van de veiligheidssituatie aan de hand van mogelijke maatregelen. Deze elementen kunnen betrokken worden bij het invullen van de verantwoordingsplicht. In dit hoofdstuk is de volgende indeling gehanteerd: • scenario's; • bronmaatregelen; • zelfredzaamheid; • bestrijdbaarheid.
4.1
Algemene beschouwing veiligheidssituatie
4.1.1
Scenario’s Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van drie transportroutes. Bij deze risicobron kan een plasbrand, een BLEVE (Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion) en een toxisch scenario optreden. De gevolgen van deze scenario’s zijn verschillend. In deze paragraaf worden de scenario’s verduidelijkt. Plasbrandscenario Het effect dat optreedt bij een ongeval met enkel brandbare vloeistoffen is vooral warmtestraling door een (plas)brand. Het invloedsgebied is circa 30 meter, uitgaande van een calamiteit waarbij de gehele tankinhoud vrijkomt. De omvang van het effect wordt beïnvloed door de oppervlakte van de plasbrand. Gezien de afstand tot het plangebied van meer dan 30 meter, is het plasbrandscenario niet relevant met betrekking tot het plangebied. BLEVE-scenario Een koude BLEVE ontstaat wanneer de ketelwagen met brandbaar gas bezwijkt waardoor er plotseling gas kan ontsnappen, dat na ontsteking ontploft. Een warme BLEVE ontstaat door een (plas)brand in de nabijheid van een ketelwagen met bijvoorbeeld LPG. Door de hitte van de brand loopt de druk in een tankwagen hoog op, terwijl de sterkte van de metalen wand afneemt. Hierdoor kan de wand het begeven en de tank ontploffen. Gezien de grote afstand van de transportroutes tot het plangebied is het BLEVE-scenario niet relevant met betrekking tot het plangebied.
Toxisch scenario Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tank (weg- of spoorvervoer) lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gaswolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij een deel van de aanwezige personen zal letaal letsel optreden door blootstelling aan de gaswolk. Bij de toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Het plangebied ligt binnen het toxische invloedsgebied van de transportroutes.
4.1.2
Hoogte van het groepsrisico Het plangebied ligt buiten de 200 meter-zone van de transportroutes. Het groepsrisico hoeft derhalve niet te worden beschouwd conform het Besluit externe veiligheid transportroutes.
blad 5 van 7
datum 16 juni 2023 projectnummer 0485829.100 betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
4.2
Bronmaatregelen De meest effectieve veiligheidsmaatregelen zijn maatregelen aan de risicobron zelf. In het kader van het Basisnet zijn diverse veiligheidsmaatregelen aan de weg en het spoor getroffen. Deze maatregelen gelden ook als uitgangspunt voor de risicoberekening. De gemeente is niet bevoegd om aanvullende bronmaatregelen te eisen (voor zover dit technisch gezien al mogelijk is).
4.3
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is de mate waarin personen in staat zijn zichzelf (zonder hulp van buitenaf) in geval van een calamiteit in veiligheid te brengen. Het gewenste handelingsperspectief in geval van een calamiteit (schuilen en/of vluchten) is afhankelijk van het scenario. Gerichte risicocommunicatie met bewoners (bijvoorbeeld via NL-Alert) kan ertoe bijdragen dat alarmering sneller verloopt. Hierbij dient aan te worden gegeven wat het gewenste handelingsperspectief is (schuilen of vluchten) en op welke manier hieraan invulling kan worden gegeven. Op de website van Veiligheidsregio Brabant-Noord staan onder ‘Wat te doen bij?’ (link) instructies over wat te doen bij een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het is aanbevelingswaardig om in instructies voor de bewoners op te hangen die betrekking hebben op het handelingsperspectief bij een incident met gevaarlijke stoffen. Deze maatregel kan door de exploitant (en eventuele samenwerking met de Veiligheidsregio) worden uitgewerkt. Mogelijkheden van zelfredzaamheid bij een toxisch scenario Bij een calamiteit waarbij toxische gassen vrijkomen is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw het voorkeurscenario. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel.
Snel reageren, naar binnen vluchten en ramen en deuren sluiten is bij dit scenario dus van belang. In geval van een calamiteit met toxische stoffen op de weg is het van belang dat de bebouwing bescherming biedt. Van belang daarbij is dat - in dat geval - de (eventueel aanwezige) mechanische ventilatie centraal afgesloten kan worden (via een noodschakelaar). Dit voorkomt dat bij het optreden van een incident de ramen en deuren gesloten zijn, maar toch toxische stoffen via de ventilatie (versneld) tot het gebouw toetreden. Het is een goedkope maatregel die bij een calamiteit met giftige stoffen zeer effectief kan zijn. Onder de Omgevingswet dient een mechanisch ventilatiesysteem standaard te beschikken over een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld (artikel 4.124 Besluit bouwwerken leefomgeving). Interne vluchtwegen afstemmen op externe veiligheid Een calamiteit met gevaarlijke stoffen bij één van de risicobronnen zal vrijwel direct worden opgemerkt door de directe omgeving. Personen in de omgeving zijn daarbij direct gealarmeerd. Vervolgens dienen de interne vluchtwegen in het gebouw zodanig gesitueerd te zijn dat het mogelijk is aan de risicoluwe zijde te ontvluchten. Echter, bij het meest relevante scenario voor het plangebied (toxisch scenario) bied binnen schuilen het meeste handelingsperspectief.
Externe vluchtwegen In sommige gevallen kan vluchten eveneens nodig zijn, in geval van eventuele secundaire branden. De bestaande infrastructuur rond het plangebied biedt voldoende mogelijkheden om de omgeving meerzijdig (naar de risicoluwe zijde) te ontvluchten. Via de Lidwinastraat en het Moleneindplein kan men meerzijdig het plangebied ontvluchten. Beperkt zelfredzame groepen Binnen het plangebied worden woningen en zorgwoningen mogelijk gemaakt. In de zorgwoningen kunnen mogelijk beperkt zelfredzame personen verblijven. Vanwege de relatief grote afstand van de risicobronnen is er
blad 6 van 7
datum 16 juni 2023 projectnummer 0485829.100 betreft Beschouwing externe veiligheid & verantwoording groepsrisico
meer tijd om te handelen, waardoor de zelfredzaamheid wordt vergroot. Daarnaast is voor het enige relevante scenario (toxisch scenario) het beste handelingsperspectief schuilen. Zelfstandig de bebouwing verlaten is dan dus niet aan de orde.
4.4
Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid dient rekening gehouden te worden met de volgende aandachtspunten bij het relevante scenario: Toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. De Veiligheidsregio heeft aparte protocollen voor het bestrijden van incidenten met gevaarlijke stoffen op de weg. Bereikbaarheid De brandweer Vught heeft een kazerne aan de Kettingweg 7-A. De locatie is goed bereikbaar voor de brandweer.
blad 7 van 7