CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - BUCA Theresialaan 32 (Partou Kinderopvang)

Raadsvergadering 9 oktober 2025, gemeente VughtBij agendapunt: Kredietaanvraag verduurzaming gemeentelijke panden1.698 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Investeringskosten (€) incl. BTW

Dekking van de investering (€) incl. BTW

€ 300.000

Terugverdientijd bouwkosten (jaren)

€ 200.000

40 35

€ 250.000

€ 150.000

30

€ 200.000

25

€ 100.000 € 150.000

20 € 50.000

€ 100.000

15 10

€-

€ 50.000

Rendabel

€NOM

Gebouw Adres Vloeroppervlakte Bouwjaar Energielabel

Partou kinderopvang Theresialaan 32 Vught 210 1985 B

Advies bouwteam Voor elke locatie worden twee modellen uitgewerkt Streven Nul Op de Meter (NOM) en een model Meeste Besparing per Euro (MBE), het MBE model vraagt een lagere investering maar bespaart ook minder CO2. Per gebouw geeft het bouwteam een advies wat zij voor deze locatie het meest geschikte model vinden. Bij het gebouw Theresialaan 32, verkeert de gebouwschil, gebouwisolatie en beglazing reeds in goede staat. Daardoor ligt de nadruk van de verduurzaming op het vervangen en verbeteren van de gebouwinstallaties. Het NOM-scenario is ingrijpender dan het MBE-scenario. Hier wordt het verwarmingsysteem vervangen door een volledig elektrische warmtepomp met luchtverwarming. In het MBE-model blijft de gasketel in gebruik. Dit resulteert in een lagere investering, maar ook in een blijvend gasverbruik dat op termijn alsnog aangepakt moet worden. Het NOM-scenario past beter bij de langetermijnambitie van de gemeente om alle gebouwen uiterlijk in 2030 zo goed als fossielvrij te hebben, echter de investering is hiervoor hoog, t.o.v. een relatief laag gasverbruik. Hierdoor is de dekking van de investering in geval van NOM dermatie onrendabel dat dit niet opweegt tegen het restverbruik gas t.o.v. het MBE-scenario. Het advies is om hier te wachten op het natuurlijke vervangingsmoment van de ketel en op dit moment de warmtepomp te plaatsen.

De uitvoering van de maatregelen vraagt om een zorgvuldige planning, gezien de functie van het gebouw (kinderopvang). Werkzaamheden met grote impact zullen zoveel mogelijk worden gepland of op momenten waarop de locatie niet in gebruik is. Op basis van bovenstaande en kosten-baten overwegingen adviseert het bouwteam om te kiezen voor het MBE-scenario. Deze variant biedt een toekomstbestendige oplossing wanneer deze vanuit het MJOP op een natuurlijk vervaningsmoment van de ketel over enkele jaren alsnog naar NOM wordt gebracht, MBE heeft een lagere investering maar voldoet niet aan de criteria voor DUMAVA-subsidie.

NOM

MBE

Investeringskosten zijn de totale kosten om de veduurzaming te kunnen realiseren. Naast de bouwkosten bestaan deze ook uit voorbereidingkosten zoals berekeningen en ontwerpkosten, begeleidingskosten, onderzoeken, vergunningen, onvoorzien en leges. De bouwkosten hebben het grootste aandeel in de investeringskosten. Omdat in dit gebouw de gebouwschil al goed geisoleerd is hebben de aanpassingen van de gebouwinstallaties het grootste aandeel in de investering. Het gebouw wordt nu verwarmd door middel van een ketel en radiatoren. BIJ NOM wordt dit systeem wordt vervangen waarbij het gebouw via warmelucht verwarmd kan worden en een warmtepompsysteem wordt gebruikt voor de warmteopwekking. In het geval van MBE worden de ketel en radiatoren behouden.

MJOP

Subsidies

5 0

MBE

NOM

MBE

De Dekking van de investering is opgebouwd uit vier dekkingsbronnen. Het rendabele deel is wat terugverdiend wordt door een lagere energierekening. Bij externe huurders wordt hiervoor een huuropslag in rekening gebracht, in ruil hiervoor krijgen zij lagere energielasten. Wanneer gebouwonderdelen vernieuwd of vervangen worden, bijvoorbeeld een ketel die vervangen wordt door en warmtepomp, dan wordt het deel dat in de MeerJaren Onderhouds Plannning gerserveerd was voor vervanging van de ketel toegevoegd aan de businesscae. Subsidies zijn alleen de subsidies die daadwerkelijk zijn toegekend. Als de Raad een keuze voor model heeft gemaakt kan de DUMAVA subsidie voor verduurzaming worden aangevraagd, hier wordt in de BUCA nog niet van uitgegaan. Deze subsidie kan tot 20% van de bouwkosten dekken in geval van NOM. Maatregelen in het MBE scenario zijn te beperkt om voor subsidie in aanmerking te komen.

De Terugverdientijd is de tijdsduur in jaren die het duurt om de bouwkosten terug te verdienen door lagere energiekosten. In deze berekening wordt uitgegaan van de gemiddelde energietarieven van afgelopen jaar (bron: CBS). De terugverdientijd ligt hoger dan de technische levensduur (vaak 20 jaar voor installaties en vaak 40 jaar voor bouwkundige onderdelen). Er is in de berekening geen rekening gehouden met mogelijke stijging van energietarieven in de toekomst, dit is afgelopen jaren wel de trend geweest waardoor de terugverdientijd in de praktijk korter kan zijn. De vervanging van installaties binnen de terugverdientijd is onderdeel van het normale onderhoud, de besparingen blijven doorlopen na vervanging. De kosten voor vervanging worden gedekt door het MJOP. NOM voorkomt dat we over tien tot twintig jaar opnieuw ingrijpend moeten investeren om aan wetgeving of klimaatdoelen te voldoen.

(Rest)Verbruik Gas (m3)

(Rest)Verbruik Elektriciteit (kWh)

Benadering doelstelling NOM in 2030 120%

2.500

100%

2.000

80%

Ondrendabel

7.000 6.000 5.000

1.500

4.000

60% 1.000

40%

3.000 2.000

500

20%

1.000

0

0% NOM

Nul Op de Meter (NOM) is nu nog geen verplichting waaraan gemeenten moeten voldoen. Wel moeten alle gebouwen klimaatneutraal zijn in 2050. Voor 2030 is een richtlijn geformuleerd dat in minimaal 40% CO2 reductie op het vastgoed wordt behaald in 2030. Gemeente Vught heeft als doel om voor 2030 al haar gebouwen te verduurzamen zodat deze geen of zo minmogelijk fossiele brandstoffen gebruiken. Wanneer gebouwen geen elektra of gas meer gebruiken voldoen deze aan de NOM doelstelling. In het NOM model wordt de doelstelling behaald. In het MBE model blijft het grootste deel van het gasverbruik behouden. Dit betekent dat voor 2050 alsnog de ingreep en investering naar gasloos moet worden doorgevoerd door plaatsing van een warmtepomp. Een logisch moment is om dit te doen vanuit het MJOP op het natuurlijke vervangingsmoment van de ketel. Voor deze locatie gelden nu nog geen netcongestie problemen.

0 Huidig

MBE

NOM

MBE

Gasverbruik hier wordt getoond wat het huidige gasverbruik is van het gebouw voor de verduurzaming en hoeveel van het gasverbruik nog resteert nadat de verduurzaming heeft plaatgevonden. In het geval van NOM is het gebouw gasloos zonder gasaansluiting. Doordat het bestaande gasgestookte verwarmingssysteem wordt vervangen door een all-electric oplossing met warmtepomp wordt het gebouw geheel gasloos en kan de gasaansluiting verwijderd worden. In het model MBE blijft het gehele gasverbruik behouden, doordat de gasketel behouden blijft. Het voordeel hiervan is dat de investering lager is dan direct naar een all-electric oplossing te gaan. Het nadeel is dat er nog steeds gas verbruikt wordt totdat de ketel alsnog vervangen wordt door een warmtepomp.

Netcongestie problemen

Huidig

Salderen energieopwekking PV

3,5

2,5

3

2

2

2,5 1,5

2

1

1,5

MBE

Elektraverbruik hier wordt getoond wat het huidige elektraverbruik is van het gebouw voor de verduurzaming en hoeveel van het elektraverbruik nog resteert nadat de verduurzaming heeft plaatgevonden. In het geval van NOM is er geen sprake meer van gasverbruik, echter doordat de verwarming elektrisch wordt uitgevoerd door een warmtepomp ontstaat een meerverbruik voor elektra. Om dit te compenseren en om ook voor elektra op NOM uit te komen worden aanvullende zonnepanelen geplaatst. Het gebouw kan voorzien worden van PV panelen die afkomstig zijn van de Martinihal, die van panelen met hogere capaciteit wordt uitgerust. De panelen die op deze locatie circulair worden heringezet hebben een lagere capaciteit, maar leveren voor dit gebouw voldoende stroom om op NOM uit te komen.

Overlast voor gebruiker

2,5

NOM

1,5 1

1 0,5 0

0 NOM

Maatregelen NOM

Maatregelen MB/€

Aanbrengen van kierdichtingen Verlichting vervangen door LED verlichting Plaatsen van PV panelen (circulair hergebruik) Vervangen van de radiatoren door luchtverwarming Warmtepomp koppelen aan luchtverwarming i.p.v. ketel Aanpassingen electrakast t.b.v. nieuwe installaties

Verlichting vervangen door LED verlichting Plaatsen van PV panelen (circulair hergebruik) -

0,5

0,5 MBE

Netcongestie Hier wordt het mogelijke risico a.g.v. netcongestie problemen aangegeven. Omdat gebouwen in het geval van NOM all-electric verwarmd moeten worden moet dit of op de bestaande elektra aansluiting mogelijk zijn of moet er de mogelijkheid zijn om De bestaande elektra aansluiting te verzwaren. Op deze locatie is het mogelijk om all-electric te gaan verwarmen met een warmtepomp in de wintermaanden. Het gebouw heeft een kleinverbruik aansluiting die nog verzwaard mag worden binnen de kleinverbruik range, waarmee voldoende capaciteit geleverd kan worden om de warmtepomp te laten functioneren. Risico factor 2 is gekozen omdat de netbeheerders in de nabije toekomst mogenlijk strengere eisen gaan stellen, waardoor ook kleinverbruik aansluitingen mogelijk niet meer verzwaard mogen worden. In het MBE-scenario is er ook een risico, omdat het gebouw veel PV panelen krijgt. Op sommige momenten is er bij de netbeheerders ook al sprake van invoedingscongestie, waarbij er door een overschot aan zonnestroom in het gebied niet teruggeleverd kan worden. (Factor 0 = geen risico| Factor 5 = maximaal risico)

0 NOM

MBE

NOM

MBE

Overlast Tijdens de realisatie van de verduurzamingsmaatregelen blijven de gebouwen zoveel mogelijk in gebruik. Overlast wordt zoveel als mogelijk beperkt voor de gebruiker maar zal altijd aanwezig zijn. Voor deze locatie is overlast in model NOM hoger. Werkzaamheden hebben vooral betrekking op de aanpassing van de installaties. Werkzaamheden worden deels in techniekruimten en deels in gebruikersruimten uitgevoerd. Omdat de verwarmingsinstallatie aangepast dient te worden dient dit op een moment uitgevoerd te worden wanneer er geen warmtevraag is. Gezien de functie van het gebouw zullen de overlast gevende werkzaamheden zoveel mogelijk in het zomerreces moeten plaatsvinden. Minder overlast gevende maatregelen kunnen wel tussen het reguliere gebruik door worden uitgevoerd. Realisatie in een zomerperiode betekent wel dat de verduurzaming gefaseerd wordt uitgevoerd en daardoor over een langere periode verspreid wordt voordat alle duurzaamhedismaatregelen worden opgeleverd.

Risico's In de businesscae wordt gerekend met huidige energietarieven en mogelijkheden voor teruglevering. Op dit moment is teruglevering mogelijk door de huidige Salderingsregeling. Deze regeling stopt in 2027. Vanaf dan zal salderen niet meer mogelijk zijn en zal er een vergoeding voor teruglevering worden betaald. Op dit moment is het nog niet bekend hoe deze vergoeding eruit komt te zien. Mogelijk leidt dit tot een lagere financiele opbrengst uit de opgewekte zonne-energie en zorgt dit voor een langere terugverdientijd. Dit kan een financieel risico vormen. Dit is in het geval van NOM hoger omdat er hier meer PV panelen geplaatst worden.

(Factor 0 = geen overlast | Factor 5 = maximaal overlast)

(Factor 0 = geen risico | Factor 5 = maximaal risico)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=db48f7af-23ea-43fc-a5b6-fc775b219930