Bijlage - Boombeheerplan 2025-2036 (technisch stuk)
Tekst van het document
Bomenbeheerplan 2027-2036 Gemeente Vught
COLOFON Bomenbeheerplan 2027 -2036 Gemeente Vught
2
OPDRACHTNEMER
idverde Bomendienst Postbus 177 7300 AD Apeldoorn T 055 5 999 444 E bomendienst@idverde.nl
OPGESTELD DOOR VRIJGEGEVEN DOOR
Harmen van der Meulen | European Tree Technician
OPDRACHTGEVER
Gemeente Vught
CONTACTPERSOON
Rob Braspenning en Joep Gordijn
PROJECTNUMMER KENMERK
728230332 BD25020
STATUS VERSIE DATUM
Definitief 5 1 juli 2025
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
INHOUDSOPGAVE COLOFON ........................................................................................................................................ 2 1.
INLEIDING ............................................................................................................................. 4 1.1 Aanleiding 1.2 Visie en ambitie 1.3 Juridisch kader 1.4 Scope 1.5 Leeswijzer
2.
KWALITEIT ............................................................................................................................ 6 2.1 Kwaliteitseisen aannemers 2.2 Uitvoeren boomveiligheidscontrole 2.3 Uitvoeren onderhoud 2.4 Duurzaamheid 2.5 Prestatie indicatoren 2.6 Methode van evaluatie
3.
28 28 29 29 29
BEGROTING ........................................................................................................................ 30 8.1 Onderhoudskosten 8.2 Spreiding kosten boombeheer 8.3 Boomvervanging 8.4 Begroting cyclisch onderhoud 8.5 Bosplantsoenen 8.6 Organisatie- en begeleidingskosten
3
26 26 26 26 27
COMMUNICATIE BOOMONDERHOUD .................................................................................. 28 7.1 Boomonderhoud 7.2 Projectpagina 7.3 Persbericht 7.4 Informeren overlast werkzaamheden 7.5 Bijeenkomst voor start van de werkzaamheden
8.
24 24 24 25
SAMENLEVEN MET BOMEN ................................................................................................. 26 6.1 Definitie van overlast 6.2 Objectieve criteria voor overlast 6.3 Voorkomen van overlast 6.4 Maatregelen bij overlast 6.5 Procedure voor beoordeling
7.
17 17 18 19 21 22 23
BOOMVERVANGING ............................................................................................................ 24 5.1 Kappen van bomen 5.2 Herplanten van bomen 5.3 Nazorg jonge bomen 5.4 Begeleidingssnoei jonge bomen
6.
10 13 15
PLANMATIG BOOMBEHEER ................................................................................................. 17 4.1 Zorgplicht 4.2 Werkzaamheden vanuit de zorgplicht 4.3 Differentiatie beheercyclus 4.4 Planning beheercyclus 4.5 Borgen van het beheerproces 4.6 Rolverdeling bij de werkzaamheden 4.7 Bosplantsoenen
5.
6 6 6 7 8 9
STAND VAN ZAKEN BOMENBEHEER ..................................................................................... 10 3.1 Opbouw bomenbestand 3.2 Onderhoudsniveau en risico’s 3.3 Uitkomsten inventarisatie en analyse
4.
4 4 4 5 5
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
30 30 30 31 31 32
1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Vught heeft als eigenaar van het bomenbestand een wettelijke zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de gemeente verantwoordelijk is voor het waarborgen van de veiligheid van haar inwoners door het bomenbestand gezond en stabiel te houden. Een goed ingericht bomenbeheer draagt bij aan zowel de leefkwaliteit als de duurzaamheid van de openbare ruimte. Met het projectplan 'Inlopen Achterstand Boombeheer' wordt in de periode 2025-2026 een belangrijke stap gezet in het herstellen van het onderhoudsniveau. Door het wegwerken van achterstanden wordt het bomenbestand teruggebracht naar een beheersbaar niveau. Hiermee wordt invulling gegeven aan het eerste deel van de zorgplicht: het herstellen van de basis. Na afronding van dit investeringsprogramma is er echter behoefte aan een nieuwe benadering. Niet langer reactief en incidenteel, maar proactief en gestructureerd. Een beheerplan dat uitgaat van planmatig boombeheer, waarin kwaliteitseisen, kennis en ervaring geborgd zijn. Alleen op deze wijze kunnen we een duurzame en toekomstbestendige invulling geven aan het bomenbeheer. Deze behoefte aan structuur en voorspelbaarheid wordt versterkt door de toenemende impact van klimaatverandering. Extreem weer, zoals hevige stormen of langdurige droogte, leidt vaker tot takbreuk en omvallende bomen.
Een goed ingericht, planmatig beheer stelt de gemeente in staat om hierop voorbereid te zijn, risico’s te beperken en de waarde van het bomenbestand voor de leefomgeving te behouden.
1.2 Visie en ambitie De gemeente Vught beschouwt bomen als essentiële elementen in de openbare ruimte vanwege hun ecologische, esthetische en klimaatadaptieve waarde. In lijn met de Groenvisie 2023-2033 zet de gemeente in op het behouden en versterken van het bomenbestand, waarbij bestaande bomen zoveel mogelijk behouden blijven en nieuwe aanplant optimaal wordt gefaciliteerd. Het nieuwe bomenbeleid, vastgesteld in 2022, is gebaseerd op de strategie: "Wij werken aan een duurzaam bomenbestand door bestaande bomen waar mogelijk te behouden en nieuwe bomen optimale omstandigheden te geven om zo een lange levensduur te garanderen" (pagina 54, Groenvisie 2023-2033). Dit beleid heeft twee belangrijke pijlers: de bescherming van het bestaande bomenbestand en kwalitatieve nieuwe aanplant. Dit vraagt om een beheerstrategie die inspeelt op de uitdagingen van klimaatverandering, stedelijke verdichting en veranderende regelgeving. Het beheerplan is gebaseerd op de volgende kernambities: Voortbouwen op de behaalde resultaten van het investeringsplan. Creëren van een gezond en veilig bomenbestand door structureel onderhoud. Inzetten op diversiteit en klimaatbestendigheid binnen het bomenbestand. Verhogen van de bewustwording en betrokkenheid van inwoners bij het bomenbeheer. Optimaliseren van middelen en capaciteit door efficiënt beheer. Levensduur verlengend onderhoud toepassen.
1.3 Juridisch kader Het beheer van gemeentelijke bomen dient te voldoen aan de relevante wet- en regelgeving, waaronder: Wet natuurbescherming: Bescherming van flora en fauna bij onderhouds- en kapwerkzaamheden. Omgevingswet: Regelt de integrale aanpak van de fysieke leefomgeving, inclusief bomenbeheer. Wettelijke zorgplicht (Burgerlijk Wetboek, artikel 6:162): De gemeente dient als zorgvuldig eigenaar risico’s te minimaliseren. Algemeen Plaatselijke Verordening (APV) Vught: Bevat aanvullende bepalingen over het beheer en de bescherming van bomen. Voorpootrecht: Regels voor particuliere aanplant van bomen op gemeentegrond. Groenvisie Vught 2023-2033: Kaders en richtlijnen voor een duurzaam bomenbeheer binnen de gemeente, inclusief beleidsdoelen en ecologische uitgangspunten. Deze juridische kaders vormen de basis voor het beheerplan en zorgen ervoor dat het bomenbeheer voldoet aan de gestelde normen en verantwoordelijkheden.
4
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
1.4 Scope Dit beheerplan heeft betrekking op alle bomen in gemeentelijk eigendom binnen de openbare ruimte van Vught. Het plan richt zich op een beheerperiode van twaalf jaar, onderverdeeld in drie cycli van vier jaar. Dit biedt voldoende flexibiliteit om het beleid bij te stellen op basis van voortschrijdend inzicht en veranderende omstandigheden. De kernpunten binnen de scope van dit beheerplan zijn: Planmatig onderhoud en risicobeheer van bestaande bomen. Het reguleren van boomaanplant en het faciliteren van groeiplaatsen. Monitoring en evaluatie van de staat en ontwikkeling van het bomenbestand. Integratie van bomenbeheer met andere ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen. Door deze strategische aanpak wordt een duurzaam en robuust bomenbeheer geborgd, met een focus op kwaliteit, veiligheid en lange termijn waarde voor de gemeente en haar inwoners.
1.5 Leeswijzer De inleiding van dit document biedt een overzicht van de aanleiding voor het boombeheer, de visie en ambitie achter deze aanpak, het juridisch kader dat van toepassing is, en bevat tevens een leeswijzer die de lezer door de rest van het document leidt. Hoofdstuk 2 behandelt verschillende aspecten met betrekking tot de kwaliteit van het boombeheer, waaronder het uitvoeren van boomveiligheidscontroles, de kwaliteitseisen die gesteld worden aan aannemers en de eisen aan personen uitvoeren van onderhoud. In hoofdstuk 3 wordt een overzicht gegeven van de huidige situatie van het bomenbeheer. Dit omvat de opbouw van het bomenbestand, het onderhoudsniveau en de uitkomsten van de inventarisatie en analyse. Hoofdstuk 4 beschrijft het planmatige boombeheer, inclusief de zorgplicht, de specifieke werkzaamheden die voortvloeien uit deze zorgplicht, hoe het beheerproces wordt geborgd, de rolverdeling bij de werkzaamheden, en de planning van de beheercyclus met aandacht voor een alternatieve benadering door slimmer te werken. Hoofdstuk 5 richt zich op de noodzakelijke boomvervanging, het kappen en herplanten. Daarnaast wordt beschreven hoe de nazorg en begeleiding snoei bij jonge bomen wordt vormgegeven. In hoofdstuk 6 wordt behandeld hoe we samenleven met bomen. Hierin wordt weergegeven wat we verstaan over overlast en wat objectief gezien gene overlast betreft.
Er worden instrumenten geboden om overlast te voorkomen en passende maatregelen te nemen. Voor de objectieve beoordeling is de procedure van behandeling beschreven. Hoofdstuk 7 richt zich op de communicatieaspecten van het boomonderhoud, inclusief de inhoud van de projectpagina, het belang van een persbericht, en strategieën voor het informeren over mogelijke overlast tijdens werkzaamheden. In hoofdstuk 8, de begroting, worden de financiële aspecten van het boombeheer behandeld, waaronder de kosten van uit te voeren onderhoudswerkzaamheden, de spreiding van kosten op basis van cyclisch boombeheer, de begroting voor de reguliere cyclus en de alternatieve cyclus, evenals een vergelijking tussen beide cycli.
5
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
2. Kwaliteit In dit hoofdstuk leggen we uit welke kwaliteitseisen wij als gemeente stellen bij het beheer van onze bomen. Deze eisen dragen bij aan de borging van de werkprocessen, de kwaliteit en de samenwerking tussen de opdrachtgever en opdrachtnemer.
2.1 Kwaliteitseisen aannemers Het onderhoud van de bomen in de gemeente wordt deels uitgevoerd door de eigen buitendienst en deels weggezet bij aannemers. Als gemeente stellen wij de volgende eisen aan aannemers die het onderhoud aan bomen uitvoeren. Referentie onderhoud bomen De inschrijver heeft in de afgelopen 36 maanden (te rekenen vanaf inschrijvingsdatum) tenminste één of meerdere opdrachten uitgevoerd waarbij in totaal minimaal 3.000 bomen binnen één jaar zijn gesnoeid conform de eisen zoals vastgelegd in het Handboek Bomen uitgegeven door Norm-instituut Bomen. Kwaliteitsmanagement De inschrijver heeft een vastgelegd en gecertificeerd kwaliteitsmanagementsysteem (ISO 9001 of gelijkwaardig), dat periodiek door een geaccrediteerde instelling wordt getoetst. Dit is tevens onderdeel van de groenkeur certificering, die gericht op het uitvoeren van werkzaamheden in de boomverzorging. Veiligheid De inschrijver heeft een vastgelegd en gecertificeerd VGM-systeem (VCA* of VCA** of gelijkwaardig), dat periodiek door een geaccrediteerde instelling wordt getoetst.
2.2 Uitvoeren boomveiligheidscontrole Het uitvoeren van de boomveiligheidscontrole in de gemeente wordt volledig uitgevoerd door een externe partij. Als gemeente stellen we de volgende eisen aan de aannemers en uitvoerende medewerkers die dit type werkzaamheden uitvoeren. Data Inspecteur Bomen De inspectiewerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door een boomveiligheidscontroleur in het bezit van het certificaat Data Inspecteur Bomen (Veiligheid en onderhoud) uitgegeven door het Norminstituut Bomen (www.norminstituutbomen.nl). Referentie DIB De inschrijver heeft in de afgelopen 36 maanden (te rekenen vanaf inschrijvingsdatum) tenminste één of meerdere opdrachten uitgevoerd waarbij in totaal minimaal 2.500 bomen binnen één jaar zijn geïnspecteerd door een gecertificeerd Data-inspecteur Bomen (DIB) conform de eisen zoals vastgelegd in het Handboek Bomen uitgegeven door Norminstituut Bomen.
2.3 Uitvoeren onderhoud Het onderhoud van de bomen in de gemeente wordt uitgevoerd door geselecteerde aannemers op basis van de beste prijs kwaliteit verhouding, met een focus op communicatie en kwaliteitsborging. Als gemeente stellen wij de volgende eisen aan externe medewerkers die het onderhoud aan bomen uitvoeren. ETW-certificaat De snoeiwerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden door of onder directe begeleiding van een gecertificeerd European Tree Worker (ETW). De ETW'er dient fysiek op de werklocatie aanwezig te zijn. Werken op hoogte Bij alle klimwerkzaamheden en werkzaamheden met een hoogwerker dient te allen tijde minimaal 1 grondwerker aanwezig te zijn. Bij aanwezigheid van 1 grondwerker mag deze tijdens het daadwerkelijk snoeien van de boom geen gemotoriseerd materieel bedienen, of verkeersvoorzieningen plaatsen of verplaatsen. Reddend klimmen Minimaal 1 grondwerker moet in het bezit zijn van de benodigde certificaten om te mogen klimmen en dient alle benodigde klimgereedschap bij zich te hebben om reddend te kunnen klimmen.
6
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
2.4 Duurzaamheid De gemeente Vught streeft naar een duurzaam bomenbeheer waarin CO₂-reductie en circulair werken centraal staan. Binnen het beheerplan worden maatregelen getroffen om de impact op het milieu te minimaliseren en een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelstellingen. In de contracten tot en met 2026 is inzet van 80% elektrische kettingzagen opgenomen. CO₂-reductie Vanaf 2027 dienen de extra kosten voor CO₂-reductie te worden inverdiend binnen het beschikbare budget. Om de uitstoot van CO₂ te verlagen, worden de volgende maatregelen gestimuleerd: Elektrisch zagen: Het gebruik van elektrisch aangedreven kettingzagen vermindert de uitstoot van fossiele brandstoffen en geluidsoverlast. Elektrisch transport: Inzet van elektrische voertuigen voor het vervoeren van materialen en personeel binnen het bomenbeheer. Inzet van elektrische hoogwerkers: Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van elektrische hoogwerkers. Dit brengt echter hogere kosten (naar schatting zo’n 20 tot 30%) en een lagere productiecapaciteit met zich mee, en de beschikbaarheid van volledig elektrische modellen is nog beperkt. Als alternatief kunnen hybride hoogwerkers worden ingezet, die zich voortbewegen op brandstof maar in stilstand elektrisch kunnen werken.
Optimalisatie van werkroutes: Door efficiëntere routeplanning voor onderhoudsploegen wordt het aantal transportbewegingen beperkt, wat resulteert in een lagere uitstoot.
Circulair gebruik van vrijkomend materiaal Vrijkomend materiaal uit snoei- en kapwerkzaamheden wordt zoveel mogelijk hergebruikt om afval te minimaliseren en bij te dragen aan een circulaire economie: Houtresten: Hergebruik van snoeihout en stammen voor bijvoorbeeld houtsnippers, stookhout of lokale houtbewerking. Compostering en bodemverbetering: Blad- en takmateriaal wordt verwerkt tot compost of ingezet als mulchlaag ter verbetering van de bodemkwaliteit. Ecologische toepassingen: Achterblijven van takken en stammen in groenstroken en natuurgebieden ter bevordering van biodiversiteit en het bieden van habitat voor insecten en kleine dieren. Duurzaam beheer en monitoring Duurzame boomsoortkeuze: Aanplant van soorten die beter bestand zijn tegen klimaatverandering en bijdragen aan een verhoogde biodiversiteit. Watermanagement: Het inzetten van regenwateropvang en slim gebruik van opvang regenwater om droogtestress bij bomen te verminderen. Gebruik van milieuvriendelijke materialen: Toepassing van biologisch afbreekbare boombanden en mulchmaterialen om plasticgebruik te reduceren. Door deze maatregelen wordt het bomenbeheer in Vught niet alleen efficiënter en kosteneffectiever, maar draagt het ook bij aan de gemeentelijke duurzaamheidsambities.
7
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
2.5 Prestatie indicatoren
De gemeente Vught streeft naar een duurzame en efficiënte uitvoering van het bomenbeheer, waarbij periodieke evaluatie en monitoring noodzakelijk zijn om de voortgang te bewaken en bij te sturen waar nodig. Evaluatie heeft als doel om inzicht te krijgen in de effectiviteit van de uitgevoerde beheermaatregelen en in hoeverre de projectdoelen worden behaald. Daarnaast wordt hiermee de kwaliteit van het bomenbeheer gewaarborgd en kan tijdig worden bijgestuurd op basis van voortschrijdend inzicht. Om de effectiviteit van het project te meten, worden de volgende KPI’s (Key Performance Indicators) gehanteerd: Uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden versus Maatregelen Prestatie indicator planning: De voortgang van de snoei- en 100 % uitgevoerd Adviezen uit BVC kapwerkzaamheden wordt periodiek geëvalueerd binnen gestelde termijn en vergeleken met de vooraf vastgestelde Herplant bomen na kap Binnen 3 jaar planning. In de voortgangsrapportages wordt specifiek inzichtelijk gemaakt welk percentage van de geplande werkzaamheden is afgerond en of er bijsturing noodzakelijk is om de doelstellingen binnen de gestelde termijnen te realiseren.
Vermindering van het aantal risicobomen: doel is Veiligheidscategorie Prestatie indicator om het percentage risicobomen binnen twee jaar Bomen zonder gebreken Meer dan 85 % significant terug te brengen en tegelijkertijd Attentiebomen Minder dan 2% proactief te handelen om vermijdbare risico’s voor Risicobomen Minder dan 13 % te zijn. Afname van achterstallig onderhoud: Het aandeel Boombeeld Prestatie indicator bomen met een achterstallig of verwaarloosd Aanvaard/regulier Meer dan 95 % boombeeld wordt periodiek geëvalueerd. Na de Achterstallig Minder dan 4 % investering is het streven dit aandeel onder de 5% Verwaarloosd Minder dan 1 % te brengen, zodat dit bij de volgende beheerronde niet boven de 10% uitkomt en na vier jaar structureel onder de 5% blijft. Bewonerservaring en tevredenheid: afgemeten Aantal meldingen Prestatie indicator aan het aantal meldingen en de aard van 2024 100 % ontvangen feedback. Het doel is om het aantal 2025 85 % klachten en meldingen in Buiten Beter binnen 2 2026 70 % jaar met meer dan 30% te verminderen ten opzichte van 2024. Kwaliteit van uitgevoerde werkzaamheden: Boombeeld voor snoei Boombeeld na snoei Gebaseerd op inspectieresultaten en naleving van Regulier Aanvaard gestelde normen. Na snoei wordt beoordeeld of de Achterstallig Aanvaard snoeiwerkzaamheden deskundig en conform het Verwaarloosd Regulier Handboek Bomen zijn uitgevoerd.
Het boombeeld dient hierbij na afloop aanvaard te zijn voor het boombeeld regulier en achterstallig. Het boombeeld verwaarloosd heeft twee snoeiingrepen nodig en zal na snoei maximaal boombeeld regulier hebben. Verlengen eindleeftijd van de kappen bomen: Het project streeft ernaar om door verbeterd beheer en tijdige onderhoudsmaatregelen de levensduur van bomen te verlengen. De gemiddelde leeftijd waarop bomen worden gekapt moet na uitvoering van het project toenemen. Hiermee wordt beoogd dat bomen hun volledige functionele en ecologische potentie kunnen benutten, terwijl tegelijkertijd kap als gevolg van achterstallig onderhoud of verwaarlozing wordt teruggedrongen.
8
BD25019 Projectplan achterstand Boombeheer gemeente Vught
2.6 Methode van evaluatie De evaluatie van het project wordt uitgevoerd aan de hand van: Periodieke voortgangsrapportages: per kwartaal wordt de voortgang van de onderhoudswerkzaamheden gerapporteerd. Dit omvat een overzicht van uitgevoerde snoei- en kapwerkzaamheden, herplantingen en boomveiligheidscontroles. Kwaliteitscontroles en inspecties: steekproefsgewijs worden de werkzaamheden beoordeeld om te controleren of ze voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen, zoals vastgelegd in het Handboek Bomen en de prestatie-indicatoren / streefcijfers. Registratie en analyse in beheersysteem: alle beheerhandelingen worden vastgelegd in GeoVisia, waardoor trends en knelpunten inzichtelijk worden. Stakeholder- en bewonersfeedback: klachten en meldingen uit het meldingssysteem Buiten Beter en opmerkingen van bewoners en andere belanghebbenden naar de aannemer worden meegenomen in de evaluatie om maatschappelijke betrokkenheid te waarborgen.
9
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
3. Stand van zaken bomenbeheer Dit hoofdstuk beschrijft de huidige stand van zaken van het boombeheer door de resultaten van de inventarisatie van het bomenbestand uit 2023/2024 te analyseren. Na vaststelling van het boombeheerplan zullen de gegevens jaarlijks worden geactualiseerd op basis van de inspecties van de deelgebieden. Eerst wordt gekeken naar de basiskenmerken van de bomen en daarna naar de verschillen in onderhoudsniveau. Tot slot worden de conclusies besproken met bijbehorende aandachtspunten voor beheer.
3.1 Opbouw bomenbestand Het bomenbestand kan ingedeeld worden naar aanwezige boomsoorten, plantjaren, boomtypes en standplaatsen. Hierna worden deze kenmerken toegelicht en geanalyseerd. Boomsoorten In de gemeente staan in totaal circa 23.550 bomen (peildatum januari 2024) van 72 verschillende hoofdboomsoorten (geslachten). Deze soorten zijn niet allemaal evenveel aanwezig. 20 van deze hoofdboomsoorten beslaan afzonderlijk meer dan 95% van het totaal aantal bomen, in figuur 3.1 is de verhouding van de 20 meest voorkomende boomsoorten opgenomen. De eik (Quercus) vormt de dominante boomsoort met ruim 47% van het totaal aantal bomen. De zomereik, een variëteit binnen het geslacht eik, maakt hierbij het grootste deel uit van het totale bomenbestand, namelijk 37%. Deze verhouding geeft een grotere kans op ziekten en plagen.
Figuur 3.1 Top 20 meest voorkomende boomsoorten Plantjaar Het plantjaar is bij 2% van de bomen niet beschikbaar, 3,5% van de bomen is ouder dan 100 jaar. De gemiddelde leeftijd is 43 jaar; het overgrote deel van de bomen is aangeplant na de Tweede Wereldoorlog en daarmee relatief oud, daarnaast zijn er ook veel jonge bomen. Vergeleken met landelijke beelden is dit een leeftijdsopbouw met een relatief groot aantal oudere bomen. De laatste 20 jaar zijn er jaarlijks gemiddeld 200 bomen aangeplant. Dit is een afname ten opzichte van de voorgaande periode die voornamelijk veroorzaakt wordt door de verminderde groei sinds de grootschalige wijkontwikkelingen na de Tweede Wereldoorlog. Binnen laanstructuren is nu vaak niet herplant na uitval, dit door het grote risico op afsterven door lichtgebrek en concurrentie met oudere bestaande bomen. Figuur 3.2 geeft een overzicht van het aantal aangeplante bomen per decennium.
10
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
Figuur 3.2 Aantal aangeplante bomen per decennium (plantjaar)
11
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
Boomtype In de gemeente staan verschillende boomtypen en elk boomtype vraagt om specifiek beheer. Er wordt onderscheid gemaakt tussen: Niet vrij uitgroeiende boom: in de meeste gevallen de bekende straatboom. De beoogde opkroonhoogte is aangepast aan de standplaats en met name bepaald door het gebruik van de directe omgeving rondom de boom en de hieraan gestelde eisen. Vrij uitgroeiende boom: de bomen die niet worden opgekroond, maar op de standplaats op een natuurlijke wijze ontwikkelen. Deze bomen tref je vooral in open ruimten en in parken. Vormbomen: hieronder scharen we de bolcultivar, evenals bomen die gekandelaberd, geknot, geleid of in dakvorm toegepast zijn. Figuur 3.3 laat zien dat meer dan 86% van de bomen niet vrij uitgroeiend is, 9% van de bomen vrij uitgroeiend en een klein deel valt onder de vormbomen. Deze vormbomen hebben een vaste snoeifrequentie: blokvormen, bolvormen en leibomen elk jaar; geknotte bomen eens per 3-4 jaar; gekandelaberde bomen eens per 4-5 jaar.
Figuur 3.3 Verdeling bomenbestand naar boomtype Standplaats De bomen in de gemeente hebben verschillende soorten standplaatsen, zoals te zien in figuur 3.4. In het buitengebied staan veel bomen in ruw gras. In het stedelijk gebied is dit beeld meer wisselend: het merendeel van de bomen staat in het gazon, heesterbeplanting en ruw gras. Een klein deel van de bomen staat in de verharding.
Figuur 3.4 Verdeling bomenbestand naar standplaats.
12
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
3.2 Onderhoudsniveau en risico’s Het onderhoudsniveau van een boom zegt iets over de mate waarin onderhoud de afgelopen tijd is uitgevoerd. Dit niveau wordt bepaald door meerdere factoren: de conditie van een boom, de veiligheid, de snoeiwijze en het boombeeld. Conditie De conditie van een boom is een oordeel over de gezondheid en groeiontwikkeling van een boom op een bepaald moment. Dit oordeel wordt bepaald door biologische kenmerken van de boom, zoals bladbezetting, bladgrootte en structuur van de kroon. De conditie van de bomen geeft inzicht in de kwaliteit van het totale bomenbestand. Figuur 3.5 laat zien dat 78% van de bomen in het bomenbestand een goede conditie heeft of een conditie die als voldoende is beoordeeld. Zo’n 17% van de bomen heeft een conditie die onvoldoende is. Dit wordt veelal veroorzaakt door een standplaats in verharding of de leeftijd van de bomen. Minder dan 5% van het bomenbestand heeft een slechte tot zeer slechte conditie.
Figuur 3.5 Verdeling bomenbestand naar conditie. Veiligheidscategorie Op basis van veiligheid worden de bomen ingedeeld in drie categorieën: Boom zonder gebreken: een boom waar geen gebrek zichtbaar is dat tot een onveilige situatie kan leiden vóór de volgende boomveiligheidscontrole. Attentieboom: een boom met een zichtbaar gebrek dat (nog) geen verhoogd risico vormt maar waarbij wel een verhoogde controlefrequentie nodig is. Risicoboom: een boom met een zichtbaar gebrek dat gebrek wel een verhoogd risico vormt, waardoor een veiligheidsmaatregel nodig is, zoals snoeien, nader technisch onderzoek of vellen. Figuur 3.6 toont dat 63% van de bomen risicobomen zijn. 1% van de bomen zijn attentiebomen en 36% van de bomen zijn gecategoriseerd als boom zonder gebreken. Voor aanvang van het beheerplan zullen deze risico’s geborgd zijn door maatregelen. Het is van belang dat er in het beheerplan een borging is die tijdig risicobomen signaleert en de risico’s wegneemt zodat de KPI van 85% bomen zonder gebreken na uitvoering van de snoeironde behaald kan worden.
Figuur 3.6 Verdeling bomenbestand naar veiligheidscategorie.
13
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
Snoeiwijze De snoeiwijze wordt bepaald door het boomtype van een boom en het beheer dat daarvoor nodig is. Figuur 3.7 laat de verdeling zien van het bomenbestand naar snoeiwijze. Begeleiding- en Onderhoudssnoei zijn de meest voorkomende snoeiwijzen. Begeleidingssnoei is nodig bij bomen waarvan de onderkant van de kroon te laag is om een veilige doorgang van verkeer te waarborgen. De boom wordt met snoeien geleidelijk opgekroond. Vanaf het moment dat de onderkant van de kroon de juiste hoogte heeft, valt de boom onder Onderhoudssnoei. Een klein gedeelte van het bomenbestand, met name de vormbomen, heeft een specifieke snoeiwijze nodig, zoals knotten en scheren. Een groot deel van de bomen valt buiten de verdeling in figuur 3.7 omdat de snoeiwijze niet is vastgelegd of niet van toepassing is. Dit kan te maken hebben met de standplaats van de bomen waarbij groepsgewijs beheer plaatsvindt. Dit zijn veelal de in stadsparken gegroepeerde bomen in houtopstanden of bosverband.
Figuur 3.7 Verdeling bomenbestand naar snoeiwijze. Boombeeld Voor het plannen van onderhoud is het belangrijk om de onderhoudstoestand van de bomen in kaart te hebben. Een boombeeld geeft de actuele onderhoudstoestand van een boom in combinatie met de snoei-ingreep die nodig is om te komen tot een boom zonder probleemtakken (ook wel een ‘aanvaard boombeeld’). Er wordt onderscheid gemaakt tussen vier boombeelden: Aanvaard boombeeld: behoeft geen noodzakelijk onderhoud tot de volgende inspectie. Regulier boombeeld: behoeft regulier onderhoud van maximaal 25% snoei voor de volgende inspectie. Achterstallig boombeeld: er is een onderhoudsingreep nodig van maximaal 40% snoei om de achterstand weg te werken. Verwaarloosd boombeeld: er zijn twee grote onderhoudsingrepen nodig om de achterstand weg te werken. Figuur 3.8 toont de percentuele verdeling van de bomen naar boombeeld, dit betreft de omvang van de totale maatregel. Het merendeel van de bomen heeft een regulier boombeeld, namelijk 58%. Het aandeel verwaarloosde bomen is momenteel minder dan 3%, een groot deel van 19% is achterstallig. Bij 79% van de bomen is er een snoeibehoefte. De overige 20% van de bomen hebben een aanvaard boombeeld. Deze hoeveelheden wijken sterk af voor de prestatie indicator van 4% achterstallig en 1% verwaarloosd. Er is voorafgaand aan het projectplan sprake van een grote beheerachterstand.
Figuur 3.8 Verdeling bomenbestand naar categorie boombeeld.
14
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
3.3 Uitkomsten inventarisatie en analyse Het combineren van de veldobservaties tijdens de inventarisatie uit 2023/2024 van de boomgegevens en de analyse van de opbouw van het bomenbestand en het onderhoudsniveau in de voorgaande paragrafen, leidt tot een aantal conclusies en aandachtspunten voor beheer. Deze worden waar mogelijk ondersteund door waarnemingen tijdens de inventarisatie. Diversiteit bomenbestand In gemeente Vught is de (zomer)eik de duidelijk overheersende boomsoort is. De overheersende aanwezigheid van een soort kan leiden tot een grotere impact van ziekten en plagen en de bestrijding hiervan kan voor extra kosten zorgen. Daar komt bij dat deze bomen vaak bij elkaar staan in structuren en vormen. Dit geeft en verhoogd risico omdat door de nabijheid een brandhaard kan ontstaan voor ziekten, plagen en aantastingen, zoals kastanjebloedingsziekte en eikenprocessierups. De vervanging of aanplant van bomen biedt een mogelijkheid om meer diversiteit aan te brengen in het sortiment. Eisen stellen aan de verhoudingen van soorten in het bomenbestand en per type locatie kan hierbij helpen. Bij selectie van soorten geven we de voorkeur aan inheemse soorten die de lokale biodiversiteit versterken en klimaatbestendige eigenschappen hebben (pagina 30 en 38, Groenvisie 2023-2033).
Ook zorgen we voor een jaarlijkse aanplant van nieuwe bomen, zodat er diversiteit bestaat in leeftijd (pagina 55, Groenvisie 20232033). Tussen 1950 en 1990 zagen we een toename van het aantal nieuwe bomen, waarna die uitbreiding ook weer afnam. Dit brengt het risico met zich mee dat relatief veel bomen tegelijk een hoge leeftijd bereiken en in korte tijd aftakelen door de gevolgen van ouderdom. Een constante, jaarlijkse aanplant van bomen zorgt voor een sterker bomenbestand. Groeiomstandigheden Uit analyse van de standplaatsen blijkt dat een klein deel van de bomen in de verharding staan. Dit is gunstig omdat dit vaak leidt tot de minst optimale groeiomstandigheden voor een boom. Dit wordt weerspiegeld in de conditie van de bomen in het bomenbestand die overwegend goed is. Een aandachtspunt is om deze trend voort te zetten bij de aanplant van nieuwe bomen. Om bewust te kijken naar de standplaatsen en of de groeiruimte passend is voor de soort. Op deze manier realiseren we groeiplaatsen waar de boom gezond oud kan worden, zoals geambieerd wordt in de Groenvisie 2023-2033 (pagina 54). Verbindingswegen Op basis van de analyse en waarnemingen tijdens de inventarisatie blijkt dat langs verbindingswegen in het buitengebied vaak bomen staan met een hogere leeftijd. Bij deze bomen is veel dood hout aanwezig en komen regelmatig aanrijschades voor.
Binnen deze structuren ontstaan bij vervanging van bomen mogelijkheden voor het creëren van een nieuwe, veiligere verkeersituatie met betere ontwikkelmogelijkheden voor de bomen. Deze bomen zijn vaak allemaal van dezelfde soort, waardoor dit moment ook aangegrepen kan worden om de diversiteit van het sortiment te vergroten. Achterstanden en sturen op risico’s Het overgrote deel van het bomenbestand, namelijk 91%, bestaat uit niet vrij uit groeiende bomen. Om de veiligheid te waarborgen is voor deze bomen regelmatig beheer nodig. Hoewel het merendeel een aanvaard of regulier boombeeld heeft, heeft ruim 21% (circa 5000 bomen) een achterstallig of verwaarloosd boombeeld. Dit betekent dat er voor deze bomen een beheerachterstand bestaat. Deze achterstanden zijn vaak te zien bij jonge bomen, waarbij te lang gewacht is met Begeleidingssnoei. Als het te lang duurt, wordt het steeds lastiger om de gewenste kroon te bereiken met mogelijke problemen voor een veilige verkeersdoorgang. Naast achterstand bij bomen naar boombeeld is er ook een achterstand te zien in de risicoklasse van bomen. Bijna tweederde van het bomenbestand is gecategoriseerd als risicoboom, wat betekent dat er met enige urgentie een veiligheidsmaatregel nodig is om het risico te verlagen.
Vaak gaat het om gevaar voor takbreuk door grof dood hout in de boom; dode takken langer dan een halve meter en met een diameter van vier centimeter of meer. Risicobomen zijn vaak oudere bomen, waarbij eerder grof dood hout aanwezig is of zich ziektes, holtes of andere gebreken hebben ontwikkeld. Er is tot 2025 geen onderscheid in budget gemaakt tussen de verschillende onderhoudsobjecten. Er is daardoor geen specifiek budget begroot voor het onderhoud van bomen. Nog niet eerder is er sprake geweest van een vaste structuur in het boombeheer, maar is alleen reactief gehandeld naar de grootste problemen. Dit is merkbaar in de achterstanden, zoals te zien bij de jonge bomen en risicobomen. Met dit Boombeheerplan zal de uitvoering van boomonderhoud en veiligheidsmaatregelen geborgd worden in een planmatig beheerproces, zodat wordt voldaan aan de zorgplicht en om extra kosten te vermijden.
15
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
Voorpootrecht In de gemeente Vught hebben bewoners voorpootrecht. Dit recht houdt in dat bewoners particulier houtgewas mogen planten op gemeentelijke grond, zoals bermen langs wegen. Voorwaarden zijn dat dit op 57 meter binnen de erfgrens is, er voldoende ruimte is voor de gewenste aanplant en dat de grond onverhard is. Ook mag verkeer niet gehinderd worden. Bewoners zijn zelf verantwoordelijk voor onderhoud en aansprakelijk bij schade door de beplanting (pagina 80, Groenvisie 2023-2033). Bomen die bij de gemeente bekend zijn als voorpootrecht worden niet door de gemeente worden geïnspecteerd en onderhouden. Dit kan betekenen dat de gemeente bomen onderhoud die voorpootrecht hebben. Wanneer eigenaren met voorpootrecht zich melden dan worden de afspraken hierover conform voorpootrecht vastgelegd. In het boombeheersysteem wordt geregistreerd welke bomen onder voorpootrecht vallen, deze bomen worden niet door de gemeente beheerd. De eigenaar van de boom heeft de zorgplicht over deze bomen. De gemeente is zich bewust van het voorpootrecht en wil informatie en advies bieden om zo een bomenbestand op gemeentelijke grond te stimuleren dat veilig en toekomstbestendig is. Daarom lichten we inwoners aan de voorkant in over de rechten en plichten rond het voorpootrecht. Ook vragen wij dat burgers een melding doen van hun plantvoornemen (pagina 80, Groenvisie 2023-2033).
Op die manier kunnen wij binnen redelijke termijn reageren en zien of de plannen het verkeer hinderen. Ook kan de gemeente advies geven over (de hoeveelheid) wenselijke beplanting, de plantplek en manieren om (schade door) opdruk van bestrating te voorkomen. Het ondersteunen van inwoners rond het voorpootrecht biedt een laagdrempelige manier om samenwerking te bevorderen rond groen. Dit is in lijn met de prioriteiten volgens de Groenvisie 2023-2033 (pagina 18).
16
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
4. Planmatig boombeheer Door het boombeheer planmatig en cyclisch in te richten, wenst de gemeente te voldoen aan haar zorgplicht en tegelijkertijd een evenwichtige uitgave van budgetten te realiseren. Dit hoofdstuk gaat eerst in op wat de zorgplicht inhoudt en welke werkzaamheden daarvoor nodig zijn. Daarna wordt dieper ingegaan op de afzonderlijke werkzaamheden en hoe planmatig beheer helpt bij de invulling daarvan. Aansluitend komt aan bod hoe de rolverdeling eruitziet. Tot slot wordt een planning omschreven voor de beheercyclus waarin de werkzaamheden gecombineerd worden.
4.1 Zorgplicht Als eigenaar van het bomenbestand heeft de gemeente Vught een wettelijke zorgplicht. Dat betekent dat zij verantwoordelijk is voor het beperken van risico’s die voortkomen uit haar bomen. Indien een gemeentelijke boom schade veroorzaakt, kan de gemeente slechts aansprakelijk worden gesteld als niet aan de zorgplicht is voldaan. Om dit te voorkomen neemt de gemeente alle maatregelen die van een zorgvuldig eigenaar verwacht mogen worden. De invulling van de zorgplicht bestaat uit het periodiek uitvoeren van boomveiligheidscontroles (BVC), het uitvoeren van de daaruit voortvloeiende maatregelen, en het zorgvuldig vastleggen van deze handelingen in een digitaal beheersysteem. Hierdoor ontstaat inzicht in de uitgevoerde acties, de staat van het bomenbestand en wordt herleidbaar dat aan de zorgplicht is voldaan. Een planmatige aanpak is essentieel om deze werkzaamheden tijdig, structureel en verantwoord uit te voeren.
4.2 Werkzaamheden vanuit de zorgplicht Vanuit de zorgplicht zijn er twee activiteiten die met regelmaat terugkeren: boomveiligheidscontrole en het uitvoeren van de daaruit volgende veiligheidsmaatregelen. Boomveiligheidscontrole Met behulp van een boomveiligheidscontrole (BVC) worden vroegtijdig onveilige situaties gesignaleerd en kan er adequaat worden ingegrepen. De BVC is binnen de gemeente de eerste stap in planmatig boombeheer en wordt voor alle bomen met een algemene zorgplicht uitgevoerd. De BVC bestaat uit een Visual Tree Assessment (VTA) waaruit een advies voortkomt. Als deze adviezen binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd, wordt voldaan aan de zorgplicht. Uit de BVC kunnen de volgende uitkomsten komen: Boom zonder gebreken: De boom is veilig. Tot de eerstvolgende controle is geen extra inzet nodig. Risicoboom: Er is een gebrek geconstateerd wat binnen de aangegeven termijn verholpen moet worden door uitvoering van de daarbij aangegeven maatregel. Als de maatregel is uitgevoerd, is de boom weer een boom zonder gebreken. Attentieboom: Er is een gebrek geconstateerd wat niet kan worden verholpen met een maatregel, maar waar wel extra aandacht voor nodig is om de veiligheid te garanderen. De inspectiecyclus van deze bomen wordt daarom verhoogd.
Boomveiligheidsonderzoek: Op basis van de visuele beoordeling kan geen goed oordeel worden gegeven over het veiligheidsrisico van de boom. Door middel van nader technisch onderzoek moet worden bepaald of de boom een risico vormt en welke maatregelen nodig zijn om het risico weg te nemen (onderzoeksplicht). Hierbij kan gedacht worden aan een onderzoek op hoogte met een ladder of hoogwerker of een PiCUS-meting. Uit de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat de boom veilig is, dat er maatregelen nodig zijn om de boom weer veilig te maken en/of dat de boom een hogere inspectiecyclus nodig heeft omdat de gebreken een hoger veiligheidsrisico met zich meebrengen. De boom is gecategoriseerd als risicoboom totdat het gebrek is weggenomen of als niet risicovol is beoordeeld. Uitvoeren veiligheidsmaatregelen Veiligheidsmaatregelen zijn de maatregelen die zowel voortkomen uit de BVC als in het kader van de wettelijke 1 vrije doorrijhoogte. In het Handboek Bomen wordt deze vrije doorrijhoogte bereikt door het werken naar een takvrije stamhoogte op basis van soort en positie ten opzichte van de weg. Wanneer hier niet aan wordt voldaan kan aanrijschade door wegverkeer verhaald worden op de boomeigenaar. Door een regelmatige snoei worden toekomstige gebreken voorkomen en wordt de vrije doorrijhoogte gewaarborgd.
Ook door een regelmatige uitvoer van begeleiding- en Onderhoudssnoei wordt voldaan aan de zorgplicht mits dit kan worden aangetoond. De opvolging van veiligheidsmaatregelen uit de BVC en Boomveiligheidsonderzoek dienen aantoonbaar te zijn, wat kan door middel van registratie in een beheersysteem of door rapporten van een aannemer.
1
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
17
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
4.3 Differentiatie beheercyclus Aanleiding van dit beheerplan is om niet langer reactief en incidenteel, maar proactief en gestructureerd boombeheer uit te voeren. Deze behoefte aan structuur en voorspelbaarheid wordt versterkt door de toenemende impact van klimaatverandering. Extreem weer, zoals hevige stormen of langdurige droogte, leidt vaker tot takbreuk en omvallende bomen. Een goed ingericht, planmatig beheer stelt de gemeente in staat om hierop voorbereid te zijn, risico’s te beperken en de waarde van het bomenbestand voor de leefomgeving te behouden. Alleen op deze wijze kunnen we een duurzame en toekomstbestendige invulling geven aan het bomenbeheer. We kiezen er in dit beheerplan voor om een differentiatie toe te passen van de beheerfrequentie. We verdelen deze in drie risicocategorieën: hoog, gemiddeld en laag. Deze classificatie is gebaseerd op factoren als ouderdom, kroonontwikkeling, aanwezigheid van dood hout, omgevingsrisico en onderhoudsachterstand. De frequentie van boomveiligheidscontrole en onderhoud is afgestemd op deze risicoklasse:
•
Hoog risico (jaarlijks): betreft attentiebomen in de gehele gemeente. Deze bomen vereisen jaarlijkse inspectie en gerichte opvolging, bijvoorbeeld vanwege structurele gebreken.
•
Gemiddeld risico (eens per 2 jaar): Betreft allereerst jonge bomen in de fase van begeleidingssnoei, bomen met een verhoogde groeidynamiek. Betreft daarnaast oudere bomen met terugkerend dood hout of bomen die zich bevinden op locaties met verhoogde gevaarzetting (zoals langs hoofdinfrastructuur, scholen of winkelcentra). Door deze bomen tweejaarlijks te controleren en te onderhouden, wordt voldaan aan de zorgplicht én wordt het risico op schade of letsel verkleind en dalen de kosten voor jonge bomen.
•
Laag risico (eens per 4 jaar): Betreft volwassen bomen met een stabiele groei, een algemeen of beperkt omgevingsrisico en een reguliere kans op het ontwikkelen van gebreken. Voor deze bomen volstaat een controlefrequentie van één keer per vier jaar, zolang dit aantoonbaar verantwoord is binnen de context van zorgplicht en veiligheid.
Deze differentiatie zorgt ervoor dat het beheer beter aansluit op de werkelijke onderhoudsbehoefte, waardoor beheerachterstanden worden voorkomen, kosten beheersbaar blijven en de kwaliteit van het bomenbestand op peil blijft. Het vormt daarmee een duurzaam en juridisch houdbaar alternatief voor een uniforme inspectiefrequentie van drie jaar.
Categorie frequentie
Frequentie
Omschrijving
Hoog Gemiddeld
Jaarlijks 1x per 2 jaar
Laag
1x per4 jaar
Attentiebomen in de gehele gemeente. Jonge bomen in begeleidingssnoei Bomen met snoeiachterstand binnen 4 jaar Bomen met terugkerend dood hout binnen 2 jaar Bomen met een Verhoogde gevaarzetting Bomen met een Algemene gevaarzetting Bomen met een Beperkte gevaarzetting
Tabel 4.1 Frequentie van de boombeheer naar gevaarzetting per boomcategorie. Frequentie vormbomen Binnen het bomenbestand van Vught bevinden zich diverse vormbomen, zoals leibomen, bolbomen, knotbomen en gekandelaberde bomen. Deze bomen vragen om specifieke en consequente onderhoudsmaatregelen om hun vorm, functie en veiligheid te behouden. Door hun afwijkende groeivorm is regulier onderhoud ontoereikend en is het noodzakelijk vaste snoeifrequenties aan te houden. Tabel 4.2 toont welke boomtypen er in de gemeente aanwezig zijn en welke frequentie wordt gekozen om aan te sluiten op de gedifferentieerde beheercyclus. Boomtype Leibomen Bolbomen Knotten gekandelaberde bomen
Frequentie 1x per jaar 1x per jaar 1x per 3 jaar 1x per 4 jaar
Tabel 4.2 Type snoeionderhoud, -maatregel en uitvoerfrequentie.
18
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
4.4 Planning beheercyclus Om de wendbaarheid van de gemeentelijke organisatie te vergroten bij veranderingen in doelstellingen of bij onverwachte wijzigingen in de omvang van de onderhoudsdienst, is een planmatige aanpak van groot belang. Het uitgangspunt is om cyclisch te werken, waardoor beheerprocessen beter voorspelbaar en controleerbaar worden. Planmatig boombeheer vormt de kern van deze aanpak. Planmatig boombeheer In het planmatig boombeheer wordt gewerkt met een vaste onderhoudscyclus. Dit zorgt voor het behoud van de vitaliteit en veiligheid van het bomenbestand en maakt het mogelijk beheerachterstanden te voorkomen waardoor blijvend aan de zorgplicht wordt voldaan. Via terugkerende Boomveiligheidscontroles (BVC) worden gegevens over de boomveiligheid en onderhoudstoestand structureel verzameld en opgeslagen in het beheersysteem. Dit geeft inzicht in de staat van de bomen en maakt tijdige uitvoering van onderhoudswerkzaamheden mogelijk. De voordelen van deze aanpak zijn: Inzicht en overzicht: Snoeien in een vaste cyclus geeft duidelijkheid over de geplande werkzaamheden en het benodigde budget. Hogere efficiëntie: Doorlopend inzicht in de onderhoudstoestand van bomen maakt een betere spreiding van kosten mogelijk. Lagere milieu-impact: Efficiënte planning en uitvoering verminderen vervoersbewegingen en CO₂-uitstoot.
Verbeterde communicatie: Bewoners krijgen heldere informatie over wanneer en waar onderhoud plaatsvindt. Cyclisch beheer biedt een duurzame en doelmatige aanpak die aansluit bij de eisen van een moderne gemeentelijke organisatie. Deming Circle in Boombeheer Het cyclisch beheer is gebaseerd op de methodiek van de Deming Circle. Deze systematische werkwijze bestaat uit vier vaste stappen: 1. Plannen: Opstellen van een boombeheerplan met duidelijke doelen. 2. Uitvoeren: Implementeren van geplande werkzaamheden. 3. Controleren: Evalueren van de resultaten via BVC’s en NTO’s. 4. Aanpassen: Het bijstellen van de cyclus op basis van nieuwe inzichten, bijvoorbeeld veranderde doelstellingen of evaluatieresultaten. De Deming Circle biedt structuur en flexibiliteit. Alle onderdelen van de cyclus worden op elkaar afgestemd en taken en verantwoordelijkheden worden helder vastgelegd. Zo wordt consistentie in beheer gewaarborgd en blijft ruimte voor optimalisatie. Werken in deelgebieden Om het onderhoud te structureren, is de gemeente verdeeld in vier deelgebieden. Elk gebied bevat een vergelijkbaar aantal bomen, zoals weergegeven in Tabel 4.3. In afbeelding 4.2 is dit weergegeven op de kaart.
Figuur 4.1 Deming Circle
Deelgebied
Aantal bomen
1 2 3 4
5.843 5.801 5.856 6.050
Tabel 4.3 aantal bomen per deelgebied (inventarisatie 2023)
19
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
Afbeelding 4.1 Indeling gemeente in 4 deelgebieden De indeling in deelgebieden maakt een efficiënte werkverdeling mogelijk. Jaarlijks worden twee gekoppelde deelgebieden behandeld, waardoor het onderhoud logisch wordt verspreid over meerdere jaren. Dit voorkomt pieken in de werkdruk en zorgt voor een gelijkmatige verdeling van de kosten. Met behulp van gegevens uit het beheersysteem kan de uitvoerende aannemer werkzaamheden nauwkeurig inplannen. Dit draagt bij aan een stabiele budgetbewaking en een continue uitvoering van het onderhoud. Planning en Uitvoering De planning van werkzaamheden is nauw afgestemd op de deelgebieden en snoeifrequenties. In de planning wordt vastgelegd welke bomen wanneer geïnspecteerd worden op veiligheid. Inspecties registreren welke bomen regulier of specifiek maatregel nodig hebben. Deze gegevens worden vervolgens gebruikt om onderhoudsmaatregelen te plannen en uit te voeren. In tabel 4.4 is weergegeven hoe de werkzaamheden per jaar worden verdeeld over de deelgebieden:
Jaar
Inspectiefreq.
1x per 4 jaar deelgebied
1x per 2 jaar gekoppelde gebied
Totaal aantal bomen
2027 2028 2029 2030
1 3 2 4
2 4 1 3
6.931 7.903 6.583 6.720
Tabel 4.4 Koppeling deelgebieden komende 4 jaar en aantal bomen per deelgebied (inventarisatie 2023/2024)
20
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
4.5 Borgen van het beheerproces Vanuit de zorgplicht is het verplicht om boomgegevens te registreren. Daar komt bij dat het consequent en consistent verzamelen en bewaren van boomgegevens nodig is om overzicht te hebben over het beheerproces en om (onderhouds)maatregelen te kunnen plannen. Gemeente Vught gebruikt als leidraad voor de bomenregistratie het Handboek Bomen. Hierbij hoort een specifiek bomenpaspoort met verplichte opnamekenmerken van de boomveiligheidscontrole (BVC), zoals weergegeven in tabel 4.5. De gegevens worden geregistreerd in GeoVisia, het beheersysteem waarvan de gemeente gebruikmaakt. Het registreren van bomen is momenteel nog geen verplichting vanuit de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), maar de bomen zijn hier al wel in opgenomen. Door middel van IMGeo standaard worden de gegevens uit het GeoVisia beheersysteem gekoppeld aan de BGT. Projectgegevens
Administratiegegevens
Basisboomgegevens
Registratie BVC
Boompunt op (digitale) kaart + Boomsoort Omgevingsrisicoklasse herleidbaar boomnummer (ID) (wetenschappelijk Controle frequentie BVC Boomeigenaar Boomsoort Datum BVC KEY (uniek systeem-ID) (Nederlands) Geconstateerde BVC Boomnummer (lokale boomgebreken ID) Boomonderdeel Geometrie (X, Y | RD(plaatsaanduiding gebrek) coördinaten) Veiligheidsmaatregel Controle positie boompunt op Urgentie (maatregel) kaart Veiligheidsklasse De toelichting op de keuzemogelijkheden per opnamekenmerk is terug te lezen in Handboek Bomen. Opdrachtnemer (rechtspersoon)
Tabel 4.5 Vereiste opnamekenmerken conform Handboek Bomen. Het op elkaar afstemmen van processen Bij het boombeheer spelen diverse processen die op elkaar af te stemmen zijn. Het is wenselijk om het gehele beheerproces te borgen in het beheersysteem (GeoVisia). De volgende processen spelen bij het onderhoud van bomen: ▪ Registratie IMGeo ▪ Registratie basisgegevens ▪ Registratie boomveiligheidscontrole* ▪ Registratie boomveiligheidsonderzoek* ▪ Besluitvorming voor risicobomen* ▪ Plannen en voorbereiden van boomonderhoud ▪ Uitvoeren en registratie van snoeimaatregelen ▪ Controle van uitgevoerde snoeiwerkzaamheden ▪ Opstellen van plantlijsten voor inrichting en vervanging *Procesonderdelen in het kader van de zorgplicht voor bomen. Door het gehele beheerproces te borgen in een beheersysteem wordt dit voor alle betrokken teams inzichtelijk. De gemeente hanteert hierin een regierol. Dit betekent dat waar mogelijk taken door derden worden uitgevoerd. Dit is altijd in een ondersteunende rol. De gemeente beslist uiteindelijk op basis van inhoudelijke afwegingen welke maatregelen uitgevoerd worden.
21
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
4.6 Rolverdeling bij de werkzaamheden De gemeente hanteert een regierol bij het boombeheer. Vanuit deze rol neemt de gemeente besluiten, bereid opdrachten voor en houdt toezicht op het werk geleverd door de aannemer. Dit betekent dat alle uitvoerende taken in de buitenruimte in principe door derden verricht worden. Denk daarbij aan het uitvoeren van de boomcontroles (BVC), het snoeien van bomen, aanplanten van nieuwe bomen en het bestrijden van ziektes/aantastingen bij bomen. Tabel 4.6 laat zien wie op welk moment in dit proces verantwoordelijkheid neemt, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen het reguliere onderhoud (cyclisch) en de uitvoering van eenmalige maatregelen (incidenteel). Werkzaamheden
Toelichting
Uitvoering
Regie (opdrachtgever intern)
Samenwerking/ ondersteuning
Regulier onderhoud: Inventarisatie
BVC
Aannemer
Beleidsadviseur Groen
Besluitvorming Voorbereiding
Uit de BVC Opdracht aannemer
Vught Vught
Uitvoering
Snoeibestek
Aannemer
Beheerder groen (Projectleider) Directievoerder extern Toezichthouder intern (coördinator) Applicatie beheerder Geovisia Directievoerder extern Directievoerder extern Applicatie beheerder Geovisia Adviseur extern Directievoerder extern Toezichthouder intern (coördinator) Applicatiebeheerder Geovisia
Projectleider OR Beheerder groen Toezichthouder intern (Coördinator) Adviseur extern Beheerder groen Toezichthouder intern (Coördinator) Applicatiebeheerder Adviseur extern
Eenmalige maatregelen: Groot onderhoud BER / BEA Aanplant/ Nieuwe aanleg Opleveringen
Vught Aannemer
Beleidsadviseur groen
Ziekten en plagen
Aannemer
Beleidsadviseur groen
Essentaksterfte Eikenprocessierups Iepenziekte e.d.
Tabel 4.6 Werkzaamheden bij boombeheer incl. taakverdeling.
22
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
4.7 Bosplantsoenen Bosplantsoenen vormen een essentieel onderdeel van het gemeentelijke bomenbestand. In tegenstelling tot solitaire of laanbomen, bestaan bosplantsoenen uit boomgroepen met een natuurlijke of halfnatuurlijke opbouw en ontwikkeling. Dit vraagt om een andere beheersbenadering, zowel in technische uitvoering als beleidsmatige borging. Dit beheerplan richt zich primair op de individueel beheerde bomen binnen de gemeente Vught, maakt ook een aanzienlijk areaal bos en bosplantsoen deel uit van het gemeentelijke bomenareaal. Vught telt in totaal 14 bosvakken met een gezamenlijke oppervlakte van circa 5 hectare en 336 vlakken bosplantsoen met een oppervlakte van ongeveer 22,5 hectare. Op dit moment worden binnen deze vlakken slechts enkele bomen opgenomen in het beheersysteem, waarbij de beoordeling plaatsvindt als ware het individuele bomen. Dit betreft 55 bomen in bosvakken en circa 1.700 bomen in bosplantsoenen. In ongeveer tweederde van de vlakken gaat het om kleine eenheden met maximaal 15 beheerde bomen. Deze vlakken laten zich relatief eenvoudig individueel beheren en inspecteren. Er resteert echter een groep van circa 150 grotere vlakken, die samen ongeveer 50% van de totale oppervlakte aan bos en bosplantsoen beslaan. Binnen deze vlakken worden op dit moment geen individuele bomen beheerd of geïnspecteerd.
Voor deze gebieden is een nadere afweging nodig of, en zo ja op welke wijze, boomveiligheid en onderhoudsbeheer structureel kunnen worden ingericht. Tot dan zal het beheer hiervan reactief zijn. Planmatig beheer van bosplantsoenen De gewenste wijze om op termijn invulling te geven aan de wettelijke zorgplicht, zoals vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (artikel 6:162) en toegelicht in het Handboek Bomen, is dat de gemeente als boomeigenaar maatregelen dient te treffen die redelijkerwijs mogen worden verlangd om schade door bomen te voorkomen. Bij bosplantsoenen is het niet doelmatig om alle individuele bomen apart te beoordelen; in plaats daarvan is het wenselijk om veiligheidscontroles (BVC) uit te voeren op vlak- of lijnniveau. Bosplantsoenen grenzen vaak aan wegen, paden en percelen met hoge gebruiksdruk. Juist op deze plekken is een verhoogde omgevingsrisico aanwezig. Door de BVC uit te voeren op beheervlakken of lijnstructuren: wordt een integrale beoordeling mogelijk van opstanden in relatie tot gebruiksdruk; kunnen bomen met een verhoogd risico op valgevaar of takbreuk sneller worden geïdentificeerd; wordt de veiligheid systematisch bewaakt zonder te vervallen in inefficiënte individuele inspecties.
Binnen deze vlakken worden alleen individuele bomen als object opgenomen wanneer het een vlak met slechts enkele bomen betreft en wanneer zij op basis van de visuele controle uit de groep springen qua risico, bijvoorbeeld bij zichtbare holtes, dood hout of instabiliteit. De overige bomen worden opgenomen in het vlak als beheereenheid. Aanvullend beheerplan bosplantsoenen Het beheren van bosplantsoenen vereist naast veiligheidstoetsing ook aandacht voor structuurontwikkeling, biodiversiteit, natuurlijke verjonging en de balans tussen openheid en dichtheid van de opstand. Deze aspecten wijken fundamenteel af van het beheer van individuele bomen in stedelijke settingen, waar vitaliteit, levensduurverlenging en kroonstructuur centraal staan. Om recht te doen aan deze verschillen en een doelgerichte aanpak mogelijk te maken, is het raadzaam om een separaat beheerplan voor bosplantsoenen op te stellen. Hierin kunnen beheervlakken worden gedefinieerd op basis van: ecologische kwaliteit en gewenste vegetatieontwikkeling; recreatieve functie of beeldkwaliteit; gewenste dunning- of verjongingsmaatregelen. Het beheerplan beschrijft per vlak de beheerdoelen, bijbehorende maatregelen en onderhoudsfrequentie.
Hierdoor wordt het mogelijk om structureel en cyclisch onderhoud te plegen dat afgestemd is op het natuurlijke karakter van bosplantsoenen, met behoud van veiligheid en ecologische waarde. Integratie in het gemeentelijk beheerproces Voor een goede borging van de zorgplicht dienen de uitkomsten van inspecties en maatregelen per beheervlak te worden vastgelegd in het beheersysteem (GeoVisia), conform de registratieprincipes uit het Handboek Bomen. Daarbij wordt per beheervlak aangegeven wanneer de laatste inspectie heeft plaatsgevonden, welke maatregelen zijn uitgevoerd en welke beheerdoelen van toepassing zijn. Door deze werkwijze te hanteren: ontstaat een transparant en navolgbaar beheerproces; wordt invulling gegeven aan de wettelijke zorgplicht op een wijze die past bij het karakter van bosplantsoenen; ontstaat ruimte voor ecologisch verantwoord bosbeheer, in samenhang met de veiligheid van de openbare ruimte.
23
BD25020 Boombeheerplan gemeente Vught
5. Boomvervanging Het behoud en de vernieuwing van het bomenbestand in de gemeente Vught is een essentieel onderdeel van het groenbeheer. Bomen dragen bij aan een prettige leefomgeving, verhogen de biodiversiteit en spelen een belangrijke rol in klimaatadaptatie. Om de natuurlijke uitval binnen het bomenbestand te waarborgen, is het soms noodzakelijk bomen te kappen, te vervangen en jonge aanplant zorgvuldig te begeleiden. Dit hoofdstuk beschrijft de aanpak van boomvervanging, inclusief de criteria voor kap, de herplantstrategie en de nazorg van jonge bomen.
5.1 Kappen van bomen Het kappen van bomen binnen de gemeente Vught vindt plaats op basis van vooraf vastgestelde criteria, waarbij veiligheid, gezondheid en ruimtelijke kwaliteit leidend zijn. Bomen worden enkel gekapt als: Uit boomveiligheidscontroles blijkt dat een boom een direct gevaar vormt voor de omgeving. De gezondheid van een boom zodanig is aangetast dat behoud niet verantwoord is. Een boom plaats moet maken voor herinrichting of infrastructuur, mits verplanten niet mogelijk is binnen het bestaande ontwerp. Er sprake is van structurele instabiliteit door extreme weersomstandigheden of ouderdom. De boom een bedreiging vormt voor omliggende vegetatie of infrastructuur. Voor het vellen van bomen gelden de richtlijnen uit de Groenvisie 2023-2033 en de actuele APV / bomenverordening van de gemeente Vught. Waar nodig wordt een vergunning aangevraagd en vindt er compensatie plaats conform het herplantbeleid. Daarnaast wordt zoveel mogelijk ingezet op het recyclen van het vrijkomende hout voor duurzame toepassingen, zoals biomassa, houtsnippers of hergebruik in stedelijke groenvoorzieningen.
5.2 Herplanten van bomen Het beleid van de gemeente Vught is gericht op het behoud en herstel van het bomenbestand. In lijn met de beleidsdoelen wordt bij kap altijd gekeken naar herplantmogelijkheden. Dit kan inhouden: Herplant op dezelfde locatie indien de groeiplaats geschikt is. Herplant in de directe omgeving wanneer de oorspronkelijke locatie niet langer geschikt is. Gebruik van boomsoorten die klimaatadaptief en biodiversiteitsversterkend zijn. Voorkeur voor inheemse soorten om de lokale ecologie te ondersteunen en ziekteresistentie te verhogen. Toepassen van innovatieve planttechnieken, zoals boomsubstraten en waterbergingssystemen, om groeiomstandigheden te optimaliseren. Creëren van groene corridors om ecologische netwerken binnen de gemeente te versterken. Aanplanten van verschillende boomgeneraties om een evenwichtige leeftijdsopbouw te realiseren en de continuïteit van de boomstructuren te waarborgen. Bij de herplant worden richtlijnen gehanteerd met betrekking tot boomsoortkeuze, groeiplaats en nazorg, zodat nieuwe bomen onder optimale omstandigheden kunnen uitgroeien. De gemeente volgt hierbij de aanbevelingen van landelijke richtlijnen zoals het Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Daarnaast wordt gestreefd naar een evenwichtige leeftijdsopbouw in het bomenbestand om een continue groene infrastructuur te waarborgen.