CConstaterende datVught
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - Bijlagen bij de toelichting TAM-omgevingsplan 'Hoofdstuk 22f, Roucouleur Glorieuxlaan Vught'

Raadsvergadering 11 juni 2026, gemeente VughtBij agendapunt: Vaststelling TAM-Omgevingsplan 'Hoofdstuk 22f, Roucouleur Glorieuxlaan Vught'19.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bijlagen Bij Toelichting

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught Gemeente Vught

TAM-OMGEVINGSPLAN - Bijlagen bij toelichting -

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught Gemeente Vught

IDN-nummer:

NL.IMRO.0865.TAMOPGlorieuxlaan-VG01

Status:

vastgesteld

Datum:

11 juni 2026

Locatie Nijmegen Wijchenseweg 102 6538 SX Nijmegen 024 - 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl www.pouderoyentonnaer.nl

Locatie Rosmalen Berlicumseweg 6D 5248 NT Rosmalen

Inhoudsopgave Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan

6

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

45

Bijlage 3

Notitie aanvulling bodem

127

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

144

Bijlage 5

Archeologisch onderzoek

183

Bijlage 6

Quickscan natuurwaarden

247

Bijlage 7

Notitie beoordeling stikstof

280

Bijlage 8

Verslag omgevingsdialoog

310

Bijlage 9

Nota van zienswijzen

334

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

3

4

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Bijlagen bij toelichting

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

5

Bijlage 1 Stedenbouwkundig en beeldkwaliteitsplan

6

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught P204197 | 21 augustus 2025

Het Team

Harold Bouwmans

Frenkel Beerens

Bjorn Weekers

Leander van Berkel

Projectontwikkelaar Peters Projectontwikkeling

Adviseur Leef Omgevingsadvies

Senior Adviseur Pouderoyen Tonnaer

Landschapsarchitect Pouderoyen Tonnaer

Inhoudsopgave Deel 1: Stedenbouwkundig plan 1. Inventarisatie en analyse 4 1.1 Ligging in de omgeving 1.2 Analyse landgoed en plangebied 1.3 Historische beeldenreeks 1.4 Lunettenstructuur in 1900 1.5 Vertaling naar concept

4 10 11 12 13

2. Inrichtingsplan 14 2.1 Randvoorwaarden en uitgangspunten 14 voor de ontwikkeling van de locatie 2.2 Voorgestelde inpassing van het plangebied 14 2.3 Ontsluitingen 15 2.4 Groenstructuur 16 2.5 Landschappelijke principeprofielen 17 2.6 Inrichtingsplan met voorstel bebouwing 23

Deel 2: Beeldkwaliteitsplan 3. Uitgangspunten op hoofdlijnen

24

3.1 Beeldkwaliteit 24 3.2 Doel en functie van beeldkwaliteit 24 3.3 Welstandsnota gemeente Vught 25

4. Rijksmonumenten in de omgeving

26

4.1 Landhuis Roucouleur 4.2 Rectorswoning Glorieuxlaan

26 27

5. Beeldkwaliteit landgoed Roucouleur

28

5.1 Perceelniveau - macro 5.2 Gebouwniveau - meso 5.3 Detailniveau - micro

28 30 31

Bijlagen 35

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

3

1. Inventarisatie en analyse 1.1 Ligging in de omgeving Het plangebied bevindt zich op het noordoostelijke deel van het Landgoed Roucouleur. Dit landgoed is onderdeel van een reeks landgoederen, buitens en gestichten dat aan de zuidoostzijde van Vught aaneengesloten langs de A2 ligt. De reeks wordt gekenmerkt door historische relicten, landhuizen, villa’s, bomenlanen, waterpartijen en parkgebieden.

Figuur 1 Luchtfoto plangebied binnen de kadastrale grens van Landgoed Roucouleur

4

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

2382

2225

2380 1908 2383

1909 2384 2603 2440

2604

2571 2231 2483

2232

Figuur 2 Luchtfoto directe omgeving met kadastrale gegevens

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

5

17

4

5

11

Figuur 4 Zicht vanuit Park Reeburg langs de noordkant van het plangbied

15 16

6 9 7 14

8 12

13 10

Figuur 3 Locaties fotos van de omgeving

6

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 5 Zicht vanuit Park Reeburg richting het plangebied

Figuur 6 Landhuis Roucouleur

Figuur 7 Rectorswoning

Figuur 8 Mariaoord ten westen van het landgoed

Figuur 9 Zicht op het plangebied door de bomen door

Figuur 10 “Oblique view” op de vijver nabij het plangebied

Figuur 11 Zicht langs de noordelijke grens van het plangebied

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

7

8

Figuur 12 Zicht op het plangebied aan de linkerkant vanuit Glorieuxlaan

Figuur 13 Zicht op het plangebied tussen de Villa en de Rectorswoning

Figuur 14 Zicht op de vijver ten zuiden van het plangebied

Figuur 15 Zicht op de bebouwing langs de Willem van Beuningenlaan

Figuur 16 Zicht op de bebouwing langs de Willem van Beuningenlaan

Figuur 17 Zicht op de bebouwing langs d Willem van Beuningenlaan

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 18 Plangebied

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

9

1.2 Analyse landgoed en plangebied De bestaande situatie van het plangebied als onderdeel van het landgoed wordt gekenmerkt door een sterk groen karakter. Doordat er op dit moment een groot open veld ligt dat in zijn geheel omgeven is door een variatie van hoog opgaand groen kan de bestaande inpassing worden bewaard. De randen naar de omgeving verschillen van kenmerken. Toegang tot de kavel is via de Glorieuxlaan. Binnen de kavel ligt aan de zuidkant van het plangebied een uitgestrekte waterpartij met een omzooming van groen aan de noordkant. Ten westen van het plangebied ligt de Villa Roucouleur en diens ontsluiting vormgegeven in een parkstructuur geinspireerd door de engelse landschapsstijl. Ten oosten ligt naast een watergang een brede groene zone. Deze zone vormt de begrenzing van het gebied en dient tevens als afscherming tot de naastgelegen woningen (1 bouwlaag, plat dak) langs de Willem van Beuningenlaan. Tenslotte ligt ten noorden Park Reeburg. Het park is niet toegankelijk vanuit het plangebied en het zicht wordt grotendeels onderbroken door de dichte groenstructuur aan beide kanten van de noordelijke plangebiedsgrens.

Plangebied

Bestaande kwaliteiten: • zware houtwallen • grote bomen verspreid over de gehele kavel • omzooming van het plangebied • waterpartij langs het plangebied

Toegang Figuur 19 Ingemeten situatie met gebiedsanalyse

10

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

1.3 Historische beeldenreeks Het landgoed Roucouleur heeft een interessante ruimtelijke geschiedenis achter de rug. De lunetten van Vught werden gebouwd tussen 1844 en 1848. Een van deze lunetten was binnen het plangebied gevestigd (lunet VII) maar is tegenwoordig in zijn geheel verdwenen. In 1884 ontstond het landhuis Roucouleur, ontworpen door de architect Lambert Hezenmans. Toen was het lunet nog een onderdeel van het plangebied. In de tijd tussen 1900 en 1975 verdween het oude lunet en is er een vijver in het zuidoostelijke deel aangelegd.

18 50

18 75

Figuur 20 Situatie 1850

19 00

19 75

Figuur 22 Situatie 1900

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 21 Situatie 1875

20 20

Figuur 23 Situatie 1975

Figuur 24 Situatie 2020

11

1.4 Lunettenstructuur in 1900 Een randvoorwaarde voor het ontwerp van de inpassing van de nieuwe bouwvelden is het meenemen van het vroegere lunet (VII) in de uitwerking. Figuur 25 laat zien hoe het toenmalige lunet binnen het plangebied zou kunnen hebben gelegen. Helaas zijn er tegenwoordig bovengronds geen visuele overblijfselen meer. Om ‘aan te haken’ op de historische structuur (lunet) is er voor dit ontwerp die historische kaart van 1900 als inspiratie genomen. De kaart is het uitgangspunt voor de vormentaal die gebruikt wordt voor het ontwerp van de nieuwe bouwvelden. Figuur 26 laat zien hoe zich de oude lunetstructuur verhoudt tot de huidige situatie van het plangebied. Dit is verder vertaald naar een concepttekening in figuur 27.

Figuur 25 Situatie in 1900 met een geaccentueerde lunettenstructuur

12

Figuur 26 Lunettenstructuur uit 1900 geprojecteerd op bestaande situatie

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

1.5 Vertaling naar concept De wens is om de oude lunettenstructuur op te nemen in een toekomstige ontwikkeling van het plangebied. Baserend op de analyse van historische kaarten is gebleken dat binnen het gebied de westvleugel van lunet (VII) lag. De verbeelding van de historische kaart uit 1900 is niet nauwkeurig, dus met zekerheid valt niet te zeggen waar de lunettenstructuur precies heeft gelegen. De westvleugel van het oude lunet zou volgens de historische kaarten in de noord oost hoek van het plangebied hebben gelegen, ter plaatse van de oostelijke kavel. De omranding van de oostkavel wordt gevormd door een aardenwal, welke verwijst naar de wal rond het lunet, met aan de noordzijde een verlaging van het maaiveld als verwijzing naar een gracht. Met de aanplant van boomstructuren op de aardewal, in de vorm van ‘kantelen’, wordt de verwijzing naar het voormalige lunet verder vormgegeven. Hierdoor wordt de nieuwe kavel, geinspireerd door het vroegere lunet, afgerond en vormt het uitgangspunt voor de verdere verkaveling van het plangebied. Met het plaatsen van informatie panelen wordt het voormalige lunet verder toegelicht.

Lunettenstructuur als basis uitgangspunt

Kavelverdeling als gevolg van basis uitgangspunt

UIteindelijk wordt samen met de gewenste koppeling van het landgoed met het Park Reeburg en de daarbij behorende infrastructurele voorzieningen het gebied opgedeeld in drie woonvelden.

Figuur 27 Concepttekening

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

13

2. Inrichtingsplan 2.1 Randvoorwaarden en uitgangspunten voor de ontwikkeling van de locatie (meegegeven door de gemeente)

•

• • • • •

Ontwikkeling van maximaal 6 wooneenheden, passend binnen het landgoedkarakter van Roucouleur, de daar aanwezige bebouwing, het omliggende park en haar omgeving (woningen Willem van Beuningenlaan, Mariaoord, ...) Het behouden van de houtopstand Meenemen van het vroegere lunet (7) als ontwerpopgave in de uitwerking Ontsluiting via de Glorieuxlaan Een fiets- en voetgangersverbinding tussen Reeburgpark en de Glorieuxlaan Woningen maximaal 2 bouwlagen en afgedekt met een (pannen) kap

B

A

C

2.2 Voorgestelde inpassing van het plangebied Op figuur 28 staat de voorgestelde inpassing weergegeven. Het betreft voornamelijk de inpassing rondom de drie bouwvelden die ruimte bieden aan 4 wooneenheden (zie blz. 23 voor de stedenbouwkundige onderbouwing), dit zorgt voor het behoud en de optimalisatie van de openheid van het gebied (zie impressies in bijl. 1). Figuur 28 Voorgestelde inpassing

Twee aparte themakaarten op de volgende pagina gaan de verschillende elementen van de inpassing (ontsluiting en groenstructuur) nader belichten.

Bouwveld A B C

Oppervlakte in m² (circa)

ca. 1650 ca. 2200 ca. 2500

Figuur 29 Tabel met oppervlakte per bouwveld

14

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

2.3 Ontsluitingen

wandelpad rabatstrook

Figuur 31 Sfeerbeeld verhard ontsluitingsweg

verhard (ontsluitingsweg)

Figuur 30 Themakaart ontsluiting

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 32 Sfeerbeeld materialisatie rabatstrook

Figuur 33 Sfeerbeeld wandelpad noordzijde

15

2.4 Groenstructuur

roodkleurige haag op landschapswal, roodkleurige bomen in de berm voor de landschapswal bestaande beplanting uitgedund

brede struweelrand

landschapswal (gebaseerd op voormalig lunet)

groene berm

bestaande groene wal blijft behouden

Figuur 35 Sfeerbeeld landschapswal met korte roodkleurige haag

Hagen op de perceelsscheiding brede struweelrand

alle zichtbare bomen in groen zijn bestaand en blijven behouden

Figuur 34 Themakaart groenstructuur

16

Figuur 36 Sfeerbeeld brede struweelrand

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 37 Sfeerbeeld groene berm

2.5 Landschappelijke principeprofielen

D

D

G

F

F A

G C

A

H

C B E B H E

Figuur 38 Locaties principeprofielen

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

17

Profiel A-A met bovenaanzicht

3 m hoog

1:250

Profiel B-B met bovenaanzicht

1 m hoog

1 m hoog

1:250

18

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Profiel C-C met bovenaanzicht

2,0 m hoog 1,00 m hoog

1,0 m hoog

1:250

Profiel D-D met bovenaanzicht

2 m hoog 1 m hoog

1:250

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

19

Profiel E-E met bovenaanzicht

1 m hoog

1 m hoog

1:250

Profiel F-F met bovenaanzicht

2 m hoog

2 m hoog 1 m hoog

1:250

20

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

Profiel G-G met bovenaanzicht

2 m hoog 1 m hoog

1:300

Vervolg profiel G-G met bovenaanzicht

1:300

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

21

Profiel H-H met bovenaanzicht

1:500

Vervolg profiel H-H met bovenaanzicht

1:500

22

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

2.6 Inrichtingsplan met voorstel bebouwing Aan de rechte kant in figuur 39 is het totaalplaatje te zien inclusief een inrichtingsvoorstel voor de bebouwingscompositie. De wooneenheden zijn hier zodanig geplaats dat het gebied een open en doorwaadbare uitstraling heeft. Het plaatsen van vier wooneenheden heeft de voorkeur want een verdere verdichting is niet draagbaar voor het gebied (zie impressies in bijlage 1). De verspringing van de woonblokken bevorderd de open structuur en maakt het mogelijk om grotere proporties toe te passen. Verder wordt dit gebied ervaren als overgangsgebied tussen de bungalowtypologie ten oosten en het landhuis ten westen. In profiel H op bladzijde 22 is deze stijgende lijn in proporties goed te herkennen.

Figuur 39 Voorstel Bebouwingscompositie

Ontwikkeling Landgoed Roucouleur Vught

23

3. Uitgangspunten op hoofdlijnen 3.1 Beeldkwaliteit In algemene termen kan het begrip ‘beeldkwaliteit’ worden gedefinieerd als; alle aspecten die van invloed zijn op de voorspelbaarheid en beleving van de fysieke leefomgeving en objecten in deze omgeving. Dit geldt ook bij de ontwikkeling van het stedenbouwkundig verkavelingsplan Glorieuxlaan Roucouleur. De kernbegrippen bij beeldkwaliteit zijn structuur, identiteit en belevingswaarde.

3.1.1 Structuur Een belangrijk aspect van beeldkwaliteit is een duidelijke ruimtelijke structuur. Een heldere, samenhangende opbouw van een gebied draagt er immers toe bij dat men zich goed kan oriënteren en zich een ruimtelijke voorstelling kan maken van een gebied. Een dergelijke samenstelling wordt gecreëerd door de aanwezigheid van structurerende routes, eventueel gecombineerd met andere landschapselementen. Bovendien zorgt de aanwezigheid van herkenningspunten voor een duidelijke oriëntatie. Het opsplitsen in deelgebieden welke als samenhangend onderdeel een verenigd plangebied vormen, zorgt voor herkenning en duidelijkheid.

3.1.2 Identiteit Een herkenbare typologie in verschijningsvorm vertegenwoordigt een eigenheid als identiteit. Dit heeft betrekking op zowel het gebied als de objecten. In het kader van beeldkwaliteit is het gewenst dat een gebied, object of ruimte zich zichtbaar onderscheidt van de andere, gelijksoortige gebieden. Een dergelijke identiteit kan worden ontleend aan specifieke landschappelijke elementen, kenmerkende functies, bebouwingstypologie,

24

refererende historiek, specifieke liggingseigenschappen, karakteristiek materiaal- of kleurgebruik, beeldbepalende objecten, karakteriserende ruimtevormen en landschappelijke c.q. ruimtelijke inpassing in relatie tot de omliggende omgeving.

3.2 Doel en functie van beeldkwaliteit Voorliggend beeldkwaliteitsplan dient gezien te worden als een samenhangend document met als doel, het bekomen en realiseren van de gewenste beeldkwaliteit. Dit door het omschrijven van richtlijnen en intenties die de beoogde uitstraling van Landgoed Roucouleur veiligstellen.

3.1.3 Belevingswaarde Het aanzien, de zichtbare betekenis en de esthetische kwaliteiten van een gebied, object of ruimte vormen de belevingswaarde. Dit wordt onder andere bepaald door een bijzondere expressie van een gebouw en/of ruimte, de architectonische kwaliteit van de bebouwing, de vorm van en samenhang binnen de openbare ruimte, variatie in bebouwingsstructuren en –plekken, variatie in toepassing van plantensoorten (biodiversiteit), beheer en onderhoud van gebouwen en openbare ruimte en daarbij ook het groen en oppervlaktewater, bijzondere objecten en activiteiten zoals verblijven, recreëren, tuinieren, etc. Het is niet enkel van belang veel aandacht te besteden aan een overzichtelijke en herkenbare ruimtelijke opzet van het stedenbouwkundig verkavelingsplan. Ook de concrete invulling van de groene en steenachtige open(bare) ruimte en bebouwing vraagt de nodige zorg. De beeldkwaliteit dient dan ook de stedenbouwkundige en groenstructuur te ondersteunen en te versterken. Dit betekent dat de omgevingsaanleg dient opgericht te worden in functie van bestaande (historische) kwaliteiten, zoals omschreven in het stedenbouwkundig plan. Hierin refereert het inrichtingsplan naar de voormalige lunettenstructuur op het terrein en de te versterken groene omkadering.

Het onderhavige beeldkwaliteitsplan geeft de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van Glorieuxlaan Roucouleur weer, met het accent op de voorgestane verschijningsvorm, beeld- en belevingskwaliteit. De functie van het beeldkwaliteitsplan omvat meerdere aspecten. Het beeldkwaliteitsplan vormt het juridische kader waarbinnen de hoofdlijnen van het ruimtelijke beleid met betrekking tot de gewenste structuur en verschijningsvorm zijn vastgelegd. Daarnaast dient het ontwerp- en uitvoeringskaders te bevatten, voor het uitwerkingsniveau van de architectuur en inrichting van zowel openbare als private ruimte. Tenslotte is het beeldkwaliteitsplan voor de gemeente het toetsingskader bij de beoordeling van concrete woningbouw- en inrichtingsplannen, specifiek met betrekking tot onderhavig plan/terrein. De adviezen concentreren zich met name op uitstraling en esthetische waarden van de beoogde woningen. De inrichting van de openbare ruimte is gekaderd in het inrichtingsplan, welke onderdeel is van het stedenbouwkundig plan. Tezamen vormen deze documenten de uitstralingsverwachting van de integrale planontwikkeling Glorieuxlaan Roucouleur.

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

3.3 Welstandsnota gemeente Vught

3.3.2 Welstandskaart

3.3.1 Welstandsniveau

Onderstaande figuur geeft een uitsnede weer van het plangebied met daarin de aanduiding van welstandsniveau 3, resterend grondgebied (geel gearceerd).

Het welstandsbeleid van de gemeente Vught is specifiek toegesneden op de Vughtse samenleving en haar omgeving. Hierbij is een aantal belangrijke (beschermde) gebieden gekarakteriseerd, in beeld gebracht en zijn duidelijke beoordelingscriteria opgesteld.1 Voor onderhavig plan geldt welstandsniveau 3, wat betekent: ‘geen welstandtoets met uitzondering van nieuwbouw aan een historische bebouwingslint en monumenten, excessenregeling is van toepassing in geval van nieuwbouw.’ Welstandsniveau 3 is verder omschreven als het resterende grondgebied, ofwel alle gebieden die niet als niveau 1 of 2 zijn aangewezen vallen onder dit niveau.2 Voor dit gebied geldt geen welstandstoets, met uitzondering van nieuwbouw aan historische bebouwingslinten en monumenten. In geval van nieuwbouw is de excessenregeling van toepassing. Het planvoornemen heeft niet te maken met bouwen aan, maar met bouwen in de nabijheid van een monument (landhuis Roucouleur (rijksmonument ID: 521340)3 , rectorswoning Glorieuxlaan (rijksmonument ID: 521339)4 . Derhalve is hier sprake van een welstandsvrije ontwikkeling, maar is bij de inrichting nadrukkelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van deze rijksmonumenten. De beoogde beeldkwaliteit is hier dan ook nader op afgestemd. 1

Welstandsnota gemeente Vught 2e herziening, 2016, pag. 10.

2

Welstandsnota gemeente Vught 2e herziening, 2016, pag. 21.

3

https://rijksmonumenten.nl/monument/521340/landhuis-roucouleur/vught/

4

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/521339

Figuur 40 Uitsnede welstandskaart ter hoogte van Glorieuxlaan 2-4

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

25

4. Rijksmonumenten in de omgeving

4.1.3 Architecturale kenmerken

4.1.4 Architecturale waardering

Onderstaande opsomming is een lijst met de meest in het oog springende en tot de verbeelding sprekende kenmerken welke als referentie kunnen dienen ten aanzien van de beoogde uitstraling van de nieuwbouwwoningen op onderhavig plan.

Het object bezit architectuurhistorische waarde door de plaats in het oeuvre van de architect en door de bijzonder rijke detaillering. Het object bezit ensemblewaarde wegens de situering, verbonden met de ontwikkeling van Vught als landelijke nederzetting. Het object is van belang vanwege gaafheid van exterieur en interieur en is hierdoor eveneens van belang vanwege zeldzaamheid.5

4.1 Landhuis Roucouleur 4.1.1 Algemeen Architect: L.C. Hezenmans Bouwjaar: 1884 Gebouwtype: woonhuis Adres: Glorieuxlaan 4, 5261 SJ Vught Rijksmonument ID: 521340

4.1.2 Architectuurstijl Het landhuis Roucouleur (zie figuur 41) is gelegen in een park in landschappelijke stijl langs de Glorieuxlaan. Het pand werd in 1884 gebouwd in een neo-Gotische stijl met neo-Romaanse elementen in kasteelmotieven.

Architecturale eigenschappen: Herenhuis met rechthoekige plattegrond; Twee bouwlagen met hoog souterrain; Zadeldak gedekt met leien; Dak voorzien van kleine houten dakkapellen; Asymmetrische opbouw met vierkante hoektoren voorzien van schilddak; Gevels opgetrokken in baksteen met speklagen in gele steen, natuurstenen elementen en een fries met een decoratief baksteenpatroon; Middenrisaliet met trapgevel; Vensters met T-ramen; Korfbogen; Rondbogen; Driezijdige erker; Octogonale torentjes met spleetvensters.

5

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/521340

De gegevens zijn afkomstig uit de omschrijving van het rijksmonument in het monumentenregister.

Figuur 41 Landhuis Roucouleur, Glorieuxlaan 4

26

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

4.2 Rectorswoning Glorieuxlaan 4.2.1 Algemeen Architect: J. Dony Bouwjaar: 1910 Gebouwtype: woonhuis Adres: Glorieuxlaan 2, 5261 SJ Vught Rijksmonument ID: 521339

4.2.2 Architectuurstijl De rectorswoning (zie figuur 42) is gelegen in een park in landschappelijke stijl langs de Glorieuxlaan. Het pand deed dienst als woning van de rector van het eveneens aan de Glorieuxlaan gelegen voormalige internaat Maria-oord. Het woonhuis vertoont elementen van de Um-1800-stijl. Een aantal elementen, zoals de ronde, ondiepe erkers, komt terug in de architectuur van het internaatsgebouw Mariaoord, eveneens naar ontwerp van Dony.

4.2.3 Architecturale kenmerken

4.2.4 Architecturale waardering

Onderstaande opsomming is een lijst met de meest in het oog springende en tot de verbeelding sprekende kenmerken welke als referentie kunnen dienen ten aanzien van de beoogde uitstraling van de nieuwbouwwoningen op onderhavig plan.

Het object is van architectuurhistorisch belang vanwege de stijl en de verzorgde detaillering. Het object heeft ensemblewaarde als onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch van nationaal belang is.6

Architecturale eigenschappen: Woonhuis met vierkante plattegrond; Één bouwlaag; Schilddak gedekt met verbeterde Hollandse pannen; Gevels opgetrokken in baksteen met natuurstenen elementen; Dakkapellen met boogvormige gevelbeëindiging; Ronde, ondiepe erker; Vensters met kleine roedenverdeling.

6

https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/521339

De gegevens zijn afkomstig uit de omschrijving van het rijksmonument in het monumentenregister.

Figuur 42 Rectorswoning, Glorieuxlaan 2

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

27

5. Beeldkwaliteit landgoed Roucouleur 5.1 Perceelniveau - macro 5.1.1 Orientatie De nieuw te realiseren woningen grenzen met de gevels evenwijdig aan en zijn georiënteerd op de nieuw aan te leggen verharde openbare ruimte (zie figuur 43). Het plan ontplooit zich hierdoor als een organisch vormgegeven wooncluster, binnen een statig doorwaadbaar parkdecor. Fungerend als een afzonderlijke landschapskamer op het landgoed. Door de woningen met de voorgevel naar de weg te richten en aan de zijkanten een passende afstand te bewaren, is er voldoende zijdelingse ruimte bij de woningen aanwezig om het individuele en statige karakter te versterken. Aan de oostzijde grenst het plan met de ‘rug’ tegen de achtertuinen van bestaande buurpercelen en is er geen sprake van een ruimtelijke relatie. Het beschermende karakter blijft behouden door de bestaande flankerende groene wal te handhaven en zelfs te versterken. Bovendien komt het landschapselement van de lunetstructuur terug en wordt deze op de hoekpunten extra geaccentueerd.

B1

A1

C1 C2

Een versnippering van de bouwvlakken leidt tot behoud van de openheid in het plangebied en versterkt daarnaast de betekenis en importantie van het lunet.

Figuur 43 Verkaveling

28

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

Aanplant hoge haag

5.1.2 Tuin en erfafscheiding De erfafscheiding in de voortuin dient te voldoen aan de voorschriften uit het inrichtingsplan (zie figuur 34 op blz. 16) , in het bijzonder de accentuering als referentie naar het lunet. Om zo te komen tot een eenduidige uitstraling van de landschappelijke inpassing/aanleg binnen het ensemble. Ook de erfafscheiding van het achtererfgebied/achtertuin dient overeen te stemmen met de omschrijving uit het inrichtingsplan. Opdat aansluiting wordt gezocht bij het landhuis als vormbepalend geheel.

Zone erfafscheidingen Hoog (max. 2,00 meter)

Groene landschapswal met haag

Brede struweelrand

Bomen in de berm voor de landschapswal Impressie Rhododendron

Aanplant lage haag

Aanplant hoge haag

In figuur 44 staat weergegeven op welke wijze groenstructuren te verwachten zijn als begrenzing van de woonpercelen. Er dient onderscheidt te worden gemaakt tussen hoge en lage beplanting om doorzichten te optimaliseren en daarmee openheid in het gebied te behouden.

Zone erfafscheidingen Laag (max. 1,25 meter)

Brede struweelrand

Een erfafscheiding bestaande uit beplanting kan voorzien worden van een hekwerk, welke eventueel wordt uitgerust met penanten/kolommen. Het hekwerk dient dan een hoge mate van transparantie te bevatten en dient te allen tijde in combinatie met een groenstructuur geplaatst te worden. De groenstructuur bevindt zich aan de straatzijde van het perceel, opdat een natuurlijk ogende afscheiding gewaarborgd is.

Voor de kleine bomen in de berm tussen wal en ontsluiting is de Prunus cerasifera ‘Nigra’ uitermate geschikt. Op de wal wordt een rode beukenhaag (Fagus sylvatica ‘Atropunicea’) toegepast.

De lage erfafscheiding leidt de bezoeker bij binnenkomst vanuit het westen ruimtelijk langs de hoofdas. De open ruimte schuift hier dan van west naar oost en creërt zodoende een dynamische wissel waardoor de parkbeleving op de voorgrond treedt. De brede struweelrand bestaat uitsluitend uit Rhododendron en de hoge en lage hagen bestaan uit Taxus baccata.

Figuur 44 Omzoming woonpercelen

Een poortelement (pilasters, hekwerken, etc.) kan de plaats van de private oprit aan de ontsluitingsweg markeren. Het parkeren vindt verdekt plaats, bij voorkeur in de bouwmassa, of als alternatief achter de bouwmassa, vrijstaand bijgebouw of haagstructuur.

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

Impressie Taxus baccata

Figuur 45 Impressie erfafscheiding, beplanting/hekwerk

Impressie haag op wal Fagus sylvatica ‘Atropunicea’

Figuur 46 Poortelement

Impressie rode middelhooge sierbomen Prunus cerasifera ‘Nigra’

29

5.2 Gebouwniveau - meso 5.2.1 Woningtypologie Voor alle woonpercelen wordt een cluster van bebouwing van één familie nagestreefd, met een lichte differentiatie waardoor een beperkte variëteit in typologie aan grondgebonden woningen ontstaat. Het stedenbouwkundig plan biedt ruimte aan vrijstaande woonhuizen in het luxe segment. Waarbij rekening is gehouden met openheid en zichtlijnen. De te bouwen woningen moeten op een juiste wijze bij de context en de nabije omgeving passen. De beoogde architectuurstijl dient een hedendaagse voorstelling te zijn, in relatie tot de omliggende monumentale bebouwing (landhuis, rectorswoning). Om die reden is een verschijningsvorm in (hedendaags) zakelijk traditionalisme vooropgesteld. Hierbij dient de nieuwbouw over herkenningspatronen te beschikken welke zijn toe te wijzen aan de villabouw uit midden jaren 1900. Hiertoe behoren architectonische kenmerken als eenvoudige/ minimalistische vormgeving, kubisme, afwisseling in gesloten en transparante gevels, toepassing van natuurlijke materialen, voorzien van sobere detaillering.

Figuur 47 Hedendaagse villa met natuurlijke elementen

Figuur 48 Hedendaagse villa met terughoudende variëteit in materiaalgebruik

Figuur 49 Hedendaagse villa met afwisseling in gevelvlakken

Figuur 50 Hedendaagse villa met sober materiaalgebruik/detailering

Een expressieve architectuurstijl in relatie tot de omliggende objecten is derhalve geen streven. Een hedendaagse interpretatie van volume-, materiaal- en kleurgebruik des te meer. De aard en opzet van de nieuwe gebouwen binnen het ensemble moeten een duidelijk verwantschap vertonen.

30

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

5.2.2 Maat en schaal

5.3 Detailniveau - micro

De hoofdmassa zal bestaan uit een traditioneel volume met minimale verrijking van de voorgevel (lees: naar de straat gerichte gevel(s) qua oriëntatie). Het toepassen van een verticale geleding (plint, speklaag, rollaag, etc.), sluit niet aan bij de boogde architectuurstijl. Een overgang in verticale geleding zal gezocht worden in aansluitingen en overgangen tussen bouwlagen en geometrische vormen. Een passende bovenbeëindiging kan middels (dak) overstekken gerealiseerd worden.

Het landhuis Roucouleur is en blijft de dominante factor op het landgoed. De rectorswoning heeft daarentegen in de omgeving van oudsher een dienende en ondergeschikte rol. Met die intentie kunnen verwijzingen optreden in de beoogde nieuwbouw, waardoor een meer sobere uitstraling voor de nieuwe woningen gepast is.

De hoofdmassa bestaat uit een afnemend volume tussen de bouwlagen. Vanaf de begane grond wordt er gewerkt met een uitgestrekte plattegrond om vervolgens een vertrapte stapeling van volumes op niveau 1 te realiseren, tot aan een terugliggend element op niveau 2, daar waar de landschapskamer dit kan verdragen. Door het toepassen van de juiste proporties wordt een abstracte verschijningsvorm gecreëerd met een hiërarchische intonatie tot gevolg. De bijgebouwen dienen ondergeschikt te zijn aan het hoofdgebouw.

5.2.3 Dakvorm Voor het landgoed Roucouleur is een beperking opgelegd aan toegestane dakvormen. Het is enkel toegestaan om te werken met platte daken. Een variant op voorgaand thema, in de vorm van een (samengesteld) lessenaarsdak of andere ondergeschikte afwijking, is voorstelbaar. De vormgeving van de kap sluit hiermee aan op de te hanteren architectuurstijl.

5.3.1 Materialisatie

Kunststof bouwmaterialen welke worden toegepast in ondergeschikte onderdelen van de gevels van de hoofdmassa, alsmede dakoverstekken, bakgoten en boeiboorden, dienen voorafgaand ter beoordeling te worden bemonsterd. Deze kunststof bouwmaterialen moeten dan qua maatvoering, profilering en uitstraling overeenkomen met de uitstraling van traditionele bouwmaterialen. Dit betekent dat deze van hoogwaardige en duurzame kwaliteit moeten zijn waardoor de traditionele uitstraling wordt geborgd.

Gevel Voor de materialisatie van gevel zijn de volgende producten aangegeven: • Gevelsteen in de kleuren oranje, rood, bruin, geel of grijs. Genuanceerde sorteringen zijn toegestaan. Verwerking met slanke formaten is toegestaan. Toepassing van strengpersvormtype is uitgesloten; • Hout in de kleuren naturel/bruin, grijs, zwart; • Natuursteen in terughoudend vorm- en kleurgebruik; • Stucwerk, te voorzien van dekkende laag in traditioneel kleurgebruik. Het bouwen met duurzame, kwalitatieve materialen staat voorop. Het gebruik van sterk contrasterende kleuren in grote vlakken is niet wenselijk. Voorgesteld wordt om voor de grote dichte geveldelen te werken met natuurlijke materialen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de materiaalstructuren en naturelkleuren (baksteen, hout). Indien hiervoor dekkende kleuren worden toegepast dienen deze te zijn opgebouwd uit natuurlijke kleurtinten (grijs, beige, bruin, etc.)

De toepassing van vormen zoals aangekapt dak, gebogen of ronde dakvorm, is gezien de context van de locatie niet gewenst.

Figuur 51 Referentie materialisering

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

31

Dak Voor de materialisatie van gevel zijn de volgende producten aangegeven: • Keramische dakpannen in de kleuren terracotta, zwart, blauwgrijs of zwartgrijs, toe te passen in moderne vormtype als vlakke dakpan, leipan, platte pan licht golvend, etc.; • Natuurstenen leien; • Hout in de kleuren naturel/bruin, grijs, zwart; • Vegetatie, exten- of intensief sedum; • Architecturale accenten en verbijzonderingen kunnen in afwijkende materialen worden vervaardigd, bijv. zink. Het is toegestaan de dakmaterialisatie door te laten lopen in de gevel. Het gebruik van geglazuurde dakpannen is uitgesloten. Een glanzend type dakafwerking verstoord het landschappelijke karakter waarin het plan is gelegen.

Figuur 52 Referentie materialisering dakpannen

Gevelsluiting Voor de materialisatie van de gevelsluitingen zijn de volgende producten aangegeven: • Aluminium in traditioneel kleurgebruik; • Staal in traditioneel kleurgebruik; • Hout in traditioneel kleurgebruik. Voor alle toe te passen kozijnen dient, voorafgaand aan de beoordeling, een bemonstering van de kunststofprofielen aangeleverd te worden. Hiervoor geldt dat kunststof kozijnen overeenkomen met de uitstraling van traditionele bouwmaterialen. Dit betekent dat deze van hoogwaardige en duurzame kwaliteit moeten zijn waardoor de traditionele uitstraling wordt geborgd.

Figuur 53 Referentie materialisering dak

32

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

Inspiratie zonnepanelen Voor de materialisatie van gevel zijn de volgende producten aangegeven: • Indien het tot de mogelijkheden behoort, zorg voor plaatsing van panelen op het dakvlak datniet zichtbaar is vanuit de openbare ruimte en/of in de kleur van de dakpannen; • Zonnepanelen vallen minder op als deze in de dakbedekking worden opgenomen (niet op dedakpannen maar geïntegreerd tussen de dakpannen); • Leg zonnepanelen in eenvoudige vierkante of rechthoekige opstelling; • Wees zorgvuldig in het bepalen van de verhouding tussen de panelen en het totale dakvlakdoor uit te gaan van symmetrie en een minimale afstand tot de dakrand van 50 cm; • Zorg dat materiaal en kleurtoon van de zonnepanelen passen bij het hoofdmateriaal van het dakvlak, beperk hierbij de contrasten; • Het paneelkader en raster is in de kleur van het paneel; • Houd bij platte daken voldoende afstand tot de dakrand en/of zorg voor een opstaande dakrand.

Figuur 54 Referentie integratie zonnepanelen

Figuur 55 Referentie integratie zonnepanelen

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 56 Referentie integratie zonnepanelen

33

5.3.2 Stijl en detail Accenten dragen bij aan de oriëntatie en herkenning binnen het gebied. Ze verbijzonderen en onderscheiden het gebouw ten opzichte van de omgeving. In het algemeen worden accenten, naast de architectuur als geheel, mede vormgegeven door bijvoorbeeld het toepassen van kopgevels, hoogteverschillen in de hoofbebouwing, gootof nokhoogte, bijzondere vormgeving van entrees, subtiele verspringingen in de gevel en overstekken, voorzien van ornamenten, plaatsen van dakkapellen, het toevoegen van een erker of andere functionele bouwkundige elementen. De beoogde architectuurstijl bezit een aantal beeldbepalende concepten. Zo zijn de basiseigenschappen eenvoud en asymmetrie gekend als ontwerpprincipes. Stijlkenmerken welke de beoogde typologie vertegenwoordigen herkennen zich in de toepassing van onder andere vlakke baksteencomposities (fig. 57), geschakelde volumes (fig. 58), transparantie in niet naar openbaar gebied gekeerde gevels (fig. 59) en afwisseling in materialisatie met pure uitstraling (fig. 60). Daarnaast worden binnen het kubisme bouwkundige elementen als platte daken, dakoverstekken en strakke lijnen veelvuldig toegepast.

Figuur 57 Toepassen van geschakelde volumes in natuurlijke materialen

Figuur 58 Toepassen van geschakelde volumes met toevoeging van afwijkende dakvorm

Figuur 59 Transparantie achtergevel

Figuur 60 Afstemming kleur- en materiaalgebruik met behoud vertaling hoofdmassa

De beeldkwaliteit zal bestaan uit een bescheiden materiaalgebruik in combinatie met een sterke vormgeving en schakeling van volumes. Een architectuurstijl welke afwijkt van de in de omgeving aanwezige objecten en daardoor passend is binnen een op zichzelf staand en solitair functionerende landschapskamer.

34

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

BIJLAGEN Bijlage 1: Massastudie Glorieuxlaan Roucouleur Vught Impressies ter ondersteuning van de landschappelijke en stedenbouwkundige onderbouwing uit hoofdstuk 2.2 en hoofdstuk 2.6.

Figuur 62 Vogelperspectief noord

Figuur 61 Bovenaanzicht

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

Figuur 63 Vogelperspectief zuidwest

35

Figuur 65 Zicht vanaf Glorieuxlaan

Figuur 64 Vogelperspectief noordoost

36

Figuur 66 Vogelperspectief zuid

Stedenbouwkundig plan Landgoed Roucouleur Vught

Bijlage 2

Verkennend bodemonderzoek

TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22f Glorieuxlaan Roucouleur Vught

45

RAPPORT VERKENNEND BODEMONDERZOEK GLORIEUXLAAN 2-4 TE VUGHT Gemeente Vught, sectie C, nummer 2384 PROJECT: N219666

VERANTWOORDING Titel

VERKENNEND BODEMONDERZOEK GLORIEUXLAAN 2-4 TE VUGHT

Opdrachtgever

Pouderoyen B.V. St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ NIJMEGEN

Rapportnummer

N219666.005

Datum

1 december 2021 Versie 2: 4 juli 2024

Projectleider

ing. J.A.A. van Vliet

handtekening

Boormeester

Auteur

K.M. van Veen

handtekening

de heer R.J. van der Laan

handtekening

NIPA milieutechniek b.v. Landweerstraat – Zuid 109 5349 AK Oss

tel. +31 (0)412 – 65 50 58 www.nipamilieu.nl info@nipamilieu.nl

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/2

INHOUDSOPGAVE VERANTWOORDING _______________________________________________________________ 2 1

INLEIDING ____________________________________________________________________4

2

LOCATIEGEGEVENS ____________________________________________________________ 5

3

2.1

ALGEMEEN _________________________________________________________________5

2.2

VOORONDERZOEK ____________________________________________________________ 5

2.2.1

Omgeving ____________________________________________________________ 5

2.2.2

Bodemgebruik_________________________________________________________ 5

2.2.3

Bodemkwaliteitskaart ___________________________________________________6

2.2.4

Uitgevoerde bodemonderzoeken __________________________________________6

2.2.5

Bodemopbouw en geohydrologie __________________________________________7

2.3

DOELSTELLING ______________________________________________________________ 8

2.4

HYPOTHESE ________________________________________________________________ 8

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK ________________________________________________9 3.1

ALGEMEEN _________________________________________________________________9

3.2

VELDWERKZAAMHEDEN ________________________________________________________9

3.3

LABORATORIUMWERKZAAMHEDEN _________________________________________________9

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE ______________________________________10

5

RESULTATEN _________________________________________________________________12

6

5.1

ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN ___________________________________________________12

5.2

ANALYSERESULTATEN EN BODEMKWALITEIT __________________________________________12

5.3

INTERPRETATIE _____________________________________________________________ 13

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ________________________________________________14

Bijlage 1 2 3 4 5 6 7 8

Situering in de regio Kadastrale gegevens Locatieoverzicht Boorprofielbeschrijvingen Analysecertificaten grond en grondwater Toetsingstabellen Fotobijlage Gegevens vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/3

1

INLEIDING Pouderoyen B.V. te Nijmegen heeft, in verband met aanvraag van een omgevingsvergunning, aan NIPA milieutechniek b.v. te Oss opdracht gegeven voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek conform de NEN 5740 op het perceel Glorieuxlaan 2-4 te Vught. NIPA milieutechniek b.v. te Oss is een ISO 9001:2015 gecertificeerd onderzoeksbureau. Tevens is NIPA milieutechniek b.v. op grond van artikel 12 van het Besluit bodemkwaliteit erkend voor de werkzaamheid “Veldwerk”. Deze erkenning geldt voor de volgende protocollen: ▪

2001 – Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen

▪

2002 – Het nemen van grondwatermonsters

▪

2003 – Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek

▪

2018 – Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem

NIPA milieutechniek b.v. verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 en de daarbij horende protocollen. De contactpersoon van de opdrachtgever is de heer B. Weekers. De werkzaamheden bij NIPA milieutechniek b.v. zijn gecoördineerd door ing. J.A.A. van Vliet.

In deze versie 2 van de rapportage zijn de interpretaties en de conclusies met aanbevelingen geactualiseerd vanwege de ingang van de omgevingswet. Naar aanleiding hiervan zijn eerst de bronnen met betrekking tot het vooronderzoek opnieuw bekeken, hierbij is geen nieuwe of andere informatie bekend geworden. Zodoende is geen aanleiding gevonden om aanvullend of actualiserend onderzoek uit te voeren en is uitgegaan van de reeds bekende onderzoeksresultaten. De aanpassingen zijn cursief weergegeven.

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/4

2

LOCATIEGEGEVENS 2.1

Algemeen

De onderzoekslocatie is gelegen binnen het perceel Glorieuxlaan 2-4 te Vught en staat kadastraal bekend als gemeente Vught, sectie C, nummer 2384. De onderzoekslocatie betreft een deel van het perceel en heeft een oppervlakte van circa 7.000 m². Het voornemen bestaat om op de locatie 4 vrijstaande woningen in een parkachtige setting te realiseren. Hiervoor dient de groenbestemming gewijzigd te worden in wonen. Momenteel is de onderzoekslocatie een grasveld en is, zover bekend, altijd als zodanig in gebruik geweest. Specifieke bodem verontreinigende en/of bodem-bedreigende (bedrijfsmatige) activiteiten hebben naar verwachting niet plaatsgevonden. De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. Het locatieoverzicht is opgenomen als bijlage 3. 2.2

Vooronderzoek

Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd conform hoofdstuk 6 van de NEN 5725. In bijlage 8 zijn de relevante kopieën vanuit het vooronderzoek opgenomen. 2.2.1 Omgeving De locatie ligt ten oosten van het centrum van Vught. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: −

Noordzijde:

Park Reeburg

−

Oostzijde:

villawijk, rijksweg A2

−

Zuidzijde:

Glorieuxlaan, landgoed Huize Bergen (hotel)

−

Westzijde:

Park Gloriuex

2.2.2 Bodemgebruik Het terrein / de bebouwing op het perceel behoorde tot 1951 bij internaat Maria-oord en Roucouleur. Daarna heeft het dienst gedaan als opleidingscentrum. Momenteel dient het huis als kantoorpand, het onbebouwde deel is nooit bebouwd geweest.

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/5

Voor zover bekend zijn op of nabij de onderzoekslocatie geen tanks aanwezig of aanwezig geweest en hebben zich geen calamiteiten voorgedaan die een mogelijke bodemverontreiniging hebben veroorzaakt.

De onderzoekslocatie bestond in 2021 uit een grasveld. Op recente luchtfoto’s is te zien dat de locatie parkachtig is ingericht. Het is niet aannemelijk dat hierdoor de bodemkwaliteit is verslechterd. 2.2.3 Bodemkwaliteitskaart Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Noordoost-Brabant blijkt dat de onderzoekslocatie is gelegen in zone Uitbreidingsgebieden bebouwde kom en buitengebied met bodemfunctieklasse Wonen. Op basis hiervan wordt verwacht dat de bodem voldoet aan de maximale waarde wonen. 2.2.4 Uitgevoerde bodemonderzoeken - indicatief bodemonderzoek, auteur: Heidemij, kenmerk 32977, d.d. april 1991. Het onderzoek was uitgevoerd vanwege de toekomstige bouwplannen. In de bovengrond was een licht verhoogd gehalte aan kwik gemeten. Na heranalyse blijkt het gehalte aan kwik verwaarloosbaar. In het grondwater was de concentratie van xylenen en arseen verhoogd gemeten.

In de omgeving van de onderzoekslocatie is ten westen een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, Auteur: Heidemij, kenmerk 34285, d.d. december 1993. In de bovengrond waren de parameters PAK, lood en zink in licht verhoogde gehaltes gemeten. in het grondwater was een licht verhoogde concentratie aan tetrachlooretheen gemeten.

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/6

Aan de overkant van de Glorieuxlaan ten zuiden van de onderzoekslocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Auteur: Tjaden, kenmerk: 35.816, d.d. mei 1994. In de bovengrond waren licht verhoogd gehalten aan EOX en minerale olie gemeten. In de ondergrond en in het grondwater waren geen verhoogde gehaltes gemeten. 2.2.5 Bodemopbouw en geohydrologie Voor de bodemopbouw en de geohydrologische informatie is gebruik gemaakt van de grondwaterkaart van Nederland (kaartbladen Centrale Slenk 45 west en 45 oost) en de Provinciale Overzichten Win- en Productiemiddelen (VEWIN). Uit deze rapporten zijn de volgende regionale gegevens samengevat.

De onderzoekslocatie ligt in de gemeente Vught. De gemiddelde maaiveldhoogte is circa 3 meter +NAP. Plaatselijk kan de bodemopbouw afwijken van onderstaande gegevens.

De in het Holoceen gevormde deklaag, behorende tot de Nuenen Groep, bestaat uit (zandige) klei, veen en lemig zand en heeft een dikte van circa 25 meter. Onder deze slecht doorlatende deklaag bevind zich het eerste watervoerend pakket bestaande uit de fijn- tot grofzandige formaties van Kreftenheije en Sterksel. Het eerste watervoerend pakket heeft een dikte van circa 60 meter. De scheidende laag tussen het eerste en tweede watervoerend pakket bestaat uit kleien en slibhoudende afzettingen van de formaties van Kedichem en Tegelen over een dikte van circa 35 meter. De bovenste helft van het tweede watervoerend pakket bestaat voornamelijk uit grove zanden behorende tot de formaties van Tegelen en Maassluis. Het onderste deel heeft dezelfde samenstelling en behoort tot de formaties van Tegelen, Oosterhout en Breda. De bovenste en onderste helft worden van elkaar gescheiden door (zandige) kleien (Belfeld klei). Bovenstaande gegevens zijn samengevat in tabel 1.

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/7

Tabel 1: Schematische voorstelling van de regionale bodemopbouw Pakket Diepte (m - Samenstelling mv) (Holocene) deklaag 0 - 25 klei, veen en lemig zand (Nuenen groep) 1e watervoerend pakket 25 - 85 fijn zand tot uiterst grove (Formaties van Kreftenheije en Sterk(grindhoudende) zanden sel) 1e scheidende laag 85 - 120 kleien en slibhoudende af(Formatie van Kedichem en Tegelen) zettingen

2e watervoerend pakket A (Formatie van Tegelen en Maassluis) 2e watervoerend pakket B (Formatie van Tegelen, Oosterhout en Breda)

scheidende laag tussen bovenste en onderste deel van het 2e watervoerend pakket (Formatie van Tegelen)

120 - 135 (bovenste deel)

150 - ? (onderste deel) 135 - 150

uiterste fijn tot matig grove (grindhoudende) zanden uiterste fijn tot matig grove (grindhoudende) zanden met enkele kleilagen voornamelijk kleien (Belfeld klei)

Parameters Variabel kD = 3.100 m²/d

uitgaan van door-latingsweerstanden van duizenden dagen, zeer slecht doorlatend kD = 1.100 m²/d

slecht doorlatend

slecht doorlatend

De algemene stroming van het grondwater is noordwestelijk. Dit stromingspatroon wordt bepaald door de ondergrondse afstroming van de hoger gelegen gebieden in Noord-Brabant. De stromingsrichting van het freatisch grondwater kan worden beïnvloed door de aanwezigheid van oppervlaktewateren. Deze gegevens zijn samengevat in tabel 2.

Tabel 2: Grondwaterstromingsparameters Geohydrologische eenStromingsrichting heid deklaag Noordwest/ variabel 1e watervoerend-pakket noordwest

k = doorlatendheid 2.3

i = verhang

k (m/d)

I (m-m)

v (m/j)

Grondwaterstand

n.b. + 50

n.b. + 1/3000

n.b. + 18

variabel 2,0 +NAP

v = horizontale stroomsnelheid

Doelstelling

Het onderzoek heeft tot doel vast te stellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is, waardoor sprake kan zijn van beperkingen of belemmeringen ten aanzien van het huidige of toekomstige gebruik van het terrein. 2.4

Hypothese

Op basis van de beschikbare gegevens is de hypothese gesteld dat de onderzoekslocatie beschouwd kan worden als onverdacht op het voorkomen van bodemverontreiniging.

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/8

3

UITGEVOERD BODEMONDERZOEK 3.1

Algemeen

Verdeeld over de onderzoekslocatie met een oppervlakte van circa 7.000 m² zijn conform de NEN 5740 volgens de strategie voor een onverdachte locatie met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging de volgende boringen verricht: •

13 boringen tot 0,5 meter -mv (1, 3, 4, 6, 78, 10, 11, 13, 14, 15, 17, 18)

•

4 boringen tot 2,0 meter -mv (5, 9, 16, 19)

•

2 boringen tot 1,5 meter onder het grondwaterniveau en afgewerkt met peilbuis (2, 12)

Drie boven- en twee ondergrondmengmonster zijn geanalyseerd op de parameters van het standaard pakket voor grond vanuit de NEN 5740. Voor de berekening van de gestandaardiseerde meetwaarden zijn van de mengmonsters tevens de percentages aan lutum en organisch stof bepaald. Het grondwatermonster is geanalyseerd op het standaard pakket voor grondwater vanuit de NEN 5740. 3.2

Veldwerkzaamheden

De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuis, het bemonsteren van de grond en van het grondwater en de zintuiglijke beoordeling van de grond- en grondwatermonsters, zijn uitgevoerd volgens de methoden zoals aangegeven in de relevante NPR- en NEN-normen zoals beschreven in de beoordelingsrichtlijn “Veldwerk bij Milieuhygiënisch Bodemonderzoek” [2]. De situering van de boringen is opgenomen in bijlage 3. Alle boringen zijn op 2 november 2021 met handkracht uitgevoerd. Het grondwater is op 11 november 2021 bemonsterd. De troebelheid (NTU), pH en de geleidbaarheid (Ec) van het grondwater zijn in het veld bepaald. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder certificaat VB-002 door de heer R.J. van der Laan. 3.3

Laboratoriumwerkzaamheden

De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters zijn uitgevoerd door een door de Raad voor Accreditatie erkend laboratorium. Voor de toegepaste analysemethoden wordt verwezen naar bijlage 5.

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/9

4

WIJZE VAN BEOORDELING EN INTERPRETATIE Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) en de Regeling bodemkwaliteit 2022 (Rbk 2022) stellen regels aan kwaliteitsborging bij bodembeheer, de milieuverklaringen bodemkwaliteit en regels voor het verhandelen van bouwstoffen. De kwaliteitsklassen en bodemfunctieklassen zijn begrensd door kwaliteitseisen (normen). Daarvoor verwijst het Bal naar het Besluit bodemkwaliteit. De kwaliteitseisen zelf zijn uitgedrukt in gehalten met een eenheid in mg/kg of µg/kg en staan in tabellen in bijlage B van de Regeling Bodemkwaliteit 2022. Hierbij geldt de ten tijde van het uitvoeren van het veldwerk vigerende versie van dit document. De analyseresultaten van de grondwatermonsters dienen te worden getoetst aan de toetsingswaarden voor grondwater, zoals vermeld in de Bkl. De standaard normwaarden kunnen worden verdeeld in de Landbouw/natuur (= LN), de maximale waarden wonen (= WO) de maximale waarden industrie (= IN), de waarden Matig verontreinigd (=MV) en Sterk verontreinigd (=SV). De normwaarden zijn gebaseerd op risicobenadering. Uitgangspunt hierbij is een directe relatie tussen de (chemische) kwaliteit en het gebruik van de bodem. De betekenis van bovenvermelde normwaarden is als volgt: • Landbouw/natuur (LN): De Landbouw/natuur klasse (LN) betreft ook wel de “altijd grens”.

Deze zijn vastgesteld op basis van de gehalten van stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland, welke niet belast zijn door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die aan deze waarden voldoet is geschikt voor elk gebruik. • Maximale Waarden Wonen (WO): Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie wonen. • Maximale Waarden Industrie (IN): Deze waarden geven de bovengrens aan van de kwaliteit die nodig is om de bodem blijvend geschikt te houden c.q. te maken voor de functie industrie. Indien het verkennend onderzoek is uitgevoerd conform de NEN-5740 mag het gelden als bewijsmiddel voor het aantonen van de kwaliteit van de ontvangende bodem, maar niet als bewijsmiddel van vrijkomende grond. Het verkennend bodemonderzoek is niet gelijk aan een partijkeuring. • Matig verontreinigd (MV): Deze waarden liggen boven de grens van de maximale waarden industrie echter onder de waardes van sterk verontreinigde bodem. • Sterk verontreinigd (SV): Deze waarden liggen boven de grens van de maximale waarden industrie en overschrijden de waardes van een matig verontreinigde bodem. Deze waarde geeft aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig zijn of dreigen te worden verminderd.

Bij een toepassing moet worden gekeken naar de (huidige) bodemkwaliteit van de ontvangende bodem en naar de vastgestelde bodemfunctieklasse (functiekaart van die gemeente). Hierbij geldt de strengste van de twee, om te bepalen of de partij mag worden toegepast. Bovengenoemde toetsing geldt als sprake is van generiek beleid. Indien voor de onderzoeks- en/of toepassingslocatie gebiedspecifiek beleid is vastgesteld, moet getoetst worden aan de door de gemeente vastgestelde Lokaal Maximale Waarden of Landbouw/natuur waarden Asbest In de beleidsbrief van 3 maart 2004 heeft de staatssecretaris van VROM het interim beleid ‘asbest in bodem, grond en puin(granulaat) definitief vastgelegd. De toetsingswaarden voor asbest in grond zijn tevens vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De interventiewaarde bodemsanering voor asbest en de restconcentratienorm voor asbesthoudende

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

N219666.005/10

bulkmaterialen is vastgesteld op 100 mg/kg ds gewogen De berekening voor de toetsing aan deze norm dient op volgende wijze te worden uitgevoerd: (10x gehalte amfibool asbest) + (gehalte serpentijn asbest) = < 100 mg/kg ds. Chrysotiel (wit asbest) is serpentijn asbest, de overige asbestsoorten zijn amfibolen (met name amosiet en crocidoliet). Indien de norm op een plaats wordt overschreden, dan is sprake van een geval van ernstige asbestverontreiniging. Deze normering heeft de volgende consequenties: • Wanneer de interventiewaarde/restconcentratienorm wordt overschreden, zijn de voorschriften van het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Productbesluit asbest van toepassing (de werkzaamheden dienen onder asbestcondities (zwart niet-vluchtig) te worden uitgevoerd); • Ernst (en spoedeisendheid) van een geval volgens de richtlijnen van de Wet bodembescherming kunnen worden vastgesteld (asbest in bodem). Uit de richtlijn ‘asbest in puinhoudende bodem bij tijdelijk uitplaatsen’ van bodemplus gepubliceerd op 30 april 2020 blijkt dat tijdelijke uitplaatsen van grond (c.q. tracé werkzaamheden) enkel asbestonderzoek hoeft plaats te vinden indien hiertoe een directe aanleiding/verdenking tot is. Hierbij wordt dus asbestonderzoek opgestart bij het aantreffen van asbestverdacht materiaal op het maaiveld of in de bodem.

En wanneer er vanwege activiteiten uit het verleden met enige zekerheid kan worden gesteld dat er asbest aanwezig is in de bodem of puin. De richtlijn voor risico gestuurd werken bij tijdelijk uitplaatsen (zonder afvoer van grond) met betrekking tot asbest in puinhoudende bodem is alleen van toepassing op werkzaamheden in de bodem waarbij sprake is van tijdelijke uitname en terugplaatsen van grond, zonder dat daarbij sprake is van afvoer van grond. PFAS De stoffen uit de PFAS-stofgroep behoren tot de niet-genormeerde stoffen. Er zijn (nog) geen toetsnormen binnen de Regeling bodemkwaliteit bekend. De bodemlagen worden getoetst aan de norm voor de bodemkwaliteitsklasse wonen, welke in het Handelingskader is opgenomen (3.0 µg/kg ds voor PFOS en overig PFAS en 7.0 µg/kg ds voor PFOA). In het Handelingskader PFAS zijn de toepassingsnormen per 29 december 2023 geactualiseerd. Dit zijn voorlopige toepassingswaarden voor het toepassen van grond en baggerspecie, waarmee invulling wordt gegeven aan de wettelijke zorgplichten. Voor een definitieve normstelling moeten ook de resultaten bekend zijn van nog lopend onderzoek naar de mobiliteit, uitloging, bio-accumulatie en het gedrag van PFAS in grondwater.

PFAS < 1,4 1,4 < PFAS < 3

Grond µg/kg ds PFOA < 1,9 1,9 < PFOA < 7

PFOS < 1,4 1,4 < PFOS < 3

PFAS > 3

PFOA > 7

PFOS > 3

Toepasbaar op land Vrij m.u.v. grondwater-beschermingsgebieden Wonen en / of industrie Landbouw, natuur als PFAS < Lokale achtergrondwaarde Reiniging of stort

CROW400 De wijze van vaststelling van de veiligheidsklassen is beschreven in Arbo-beleidsregel 4.2-2 ‘Wijze van beoordelen van blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij werken in of met verontreinigde grond of verontreinigd grondwater’ verder uitgewerkt in de CROW-publicatie 400. De volgende veiligheids-klassen worden onderscheiden. Veiligheidsklasse Oranje Rood Zwart

Niet Vluchtig 75% ≤ SRC ≤ 100% SRC ≥ 100% + CM ≤ 1000 mg/kg of CM ≤ 1000 ug/l SRC ≥ 100% + CM ≥ 1000 mg/kg of CM ≥ 1000 ug/l of Asbest > 100 mg/kg of respirabel > 10 mg/kg

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

Vluchtig Vluchtig T-waarde Vluchtig interventie waarde + goede ventilatie Vluchtig interventie waarde + beperkte ventilatie

N219666.005/11

5

RESULTATEN 5.1

Zintuiglijke waarnemingen

Voor de boorprofielbeschrijvingen wordt verwezen naar bijlage 4. De bodem is vanaf maaiveld tot het diepste punt van de boringen, circa 2,50 meter –mv, opgebouwd uit matig fijn zand. Tijdens de uitvoering van het veldwerk zijn zintuiglijk enkele bijzonderheden waargenomen die op een mogelijke bodemverontreiniging duiden. Hierbij is ook gelet op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen: −

in de bovengrond van boring 08, 10, 15 zijn sporen baksteen waargenomen;

−

in de bovengrond van boring 2 is een zwakke bijmenging met kolengruis waargenomen.

De grondwaterstand bevond zich tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden op een diepte van circa 0,90 meter –mv. 5.2

Analyseresultaten en bodemkwaliteit

De analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters zijn opgenomen in bijlage 5; de analyseen toetsingsresultaten zijn samengevat in de tabellen 3 en 4. De toetsingsresultaten conform de Omgevingswet en de oude Wbb zijn opgenomen in bijlage 6.

Tabel 3: Toetsingsresultaten grond met bodemindex monster MM01

MM02

MM03

MM04

MM05

Deel monsters 01 05 06 07 11 16 17 03 04 09 12 13 14 18 19 02 08 10 15

traject m-mv 0,00 - 0,50 0,00 - 0,40 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,45 0,00 - 0,40 0,00 - 0,45 0,00 - 0,20 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,45 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,45 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,35

bijmengingen

>achtergrondwaarde PCB (0,01) Cadmium (0,01) Lood (0,04) PAK (0,02)

>interventiewaarde -

BBK / BAL indicatief

-

PCB (0,08) Minerale olie (0,01) Lood (0,05)

-

Industrie

sporen baksteen, zwak koolhoudend

-

Industrie

-

Minerale olie (0,02) Zink (0,13) Cadmium (0,01) Kwik (-) Lood (0,14) -

02 05 16 09 12

0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,50 - 1,00 0,55 - 1,00

-

Landbouw/ natuur

-

-

-

Landbouw/ natuur

-

Verkennend bodemonderzoek Glorieuxlaan 2-4 te Vught, sectie C, nummer 2384

Wonen

N219666.005/12

De grondwaterresultaten zijn getoetst aan de “signaleringsparameters beoordeling grondwatersanering”, welke opgenomen zijn in het Aanvullingsbesluit bodem. De signaleringsparameters zijn gelijk aan de voormalige interventiewaarden. Tabel 2: Toetsingsresultaten grondwater met bodemindex monster 02-1-1 12-1-1

filterstelling m-mv 1,40 - 2,40 1,40 - 2,40

pH 6,2 6,0

Ec in µS/cm 312 93

troebelheid (NTU) 29,9 50

>streefwaarde

>interventiewaarde

Xylenen (som) (-) Koper (0,08) Zink (0,01)

-

* De pH en de Ec hebben, voor deze regio, normale waarden. ** Verondersteld wordt dat het water in de bodem van nature een troebelheid van 0 – 10 NTU heeft. Een troebelheid hoger dan 10 NTU is niet bezwaarlijk maar kan bij de interpretatie van de analyseresultaten worden gebruikt. Een verhoogde NTU kan leiden tot een overschatting van organische parameters en zware metalen. De verhoogde troebelheid hangt waarschijnlijk samen met de aanwezigheid van onoplosbare bestanddelen in het grondwater. Aangezien maximaal licht verhoogde gehaltes (aan anorganische parameters) zijn aangetoond, en de NTU van 10 geen normatieve grens is, bestaat geen aanleiding het grondwater opnieuw te bemonsteren.

5.3

Interpretatie

Grond In mengmonster MM01, wat is samengesteld met monsters van het noordelijke gedeelte van de onderzoekslocatie, zijn licht verhoogde gehaltes aan cadmium, lood, PCB en PAK gemeten. In mengmonster MM02 van het zuidelijke deel zijn ook licht verhoogde gehalte aan lood en PCB gemeten. Daarnaast is in dit mengmonster een zeer licht verhoogd gehalte aan minerale olie gemeten. In het zintuigelijk vervuilde mengmonster MM03 zijn de parameters cadmium, zink, kwik, lood en minerale olie in licht verhoogde gehaltes aangetoond. De mengmonsters van de ondergrond laten geen verontreinigingen zien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Vught&id=d0e89558-d2ea-4251-83e6-c70e41790987