Bijlage - Bijlagen bij de toelichting
Tekst van het document
J. Verwarming 1. Verwarmings- en stooktoestellen moeten zodanig zijn afgesteld dat een optimale verbranding plaatsvindt; binnen een inrichting mogen geen andere brandstoffen dan aardgas, propaangas, butaangas of gasolie bedrijfsmatig worden verstookt of verbrand.
.... \
.,
... i
2. Aan een verwarmings- of stooktoestel en een verbrandingsgasafvoersysteem moet ten minste eenmaal per kalenderjaar onderhoud worden verricht; beoordeling, afstelling, onderhoud en reparaties moet geschieden door: a. een voor die activiteit of activiteiten gecertificeerde natuurlijke persoon of rechtspersoon, of b. een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon die over aantoonbare gelijkwaardige deskundigheid beschikt voor die activiteit of activiteiten; beoordeling, afstelling, onderhoud en reparaties moet zodanig worden uitgevoerd dat roet, stof of ander vuil zich daarbij niet buiten de inrichting kan verspreiden. 3. Afsluiters in vaste gasleidingen moeten goed bereikbaar zijn en zijn aangebracht: a. direct voor of na binnenkomst van de leiding in een gebouw; b. aan het einde v~ elk aftakking van een vaste leiding naar een gebruikstoestel, en in de leidingen op plaatsen waar de leiding geheel of gedeeltelijk kan worden gespoeld met een inert gas, en zodanig dat zij onder alle omstandigheden te bedienen zijn. 4. Brandstofleidingen moeten tegen mechanische beschadiging zijn beschermd of zodanig zijn aangebracht dat hiervoor niet behoeft te worden gevreesd.
K. Kadaverplaats en spoelplaats !:
)...1
1. Het reinigen en ontsmetten van de kadaverbak of de kadaverton dient plaats de vinden boven een kadaverplaats, wasplaats of een daartoe bestemde spoelplaats. Het reinigen en . ontsmetten van veevervoersmiddelen dient plaats te vinden boven een daartoe bestemde · wasspoelplaats.
of
2. Alvorens veevervoermiddelen schoon te spuiten, dienen deze eerst te worden schoon geveegd om vaste bestanddelen zoals mest, strooisel e.d. zo veel mogelijk te verwijderen. Het veegsel moet worden afgevoerd naar de rnestkelder of opslagplaats voor vaste mest. Bij het reinigen en ontsmetten van de kadaverplaats, de was- of speelplaats, de kadaverbak of de kadaverton en/ of veevervoermiddelen mag de omgeving c.q. bodem niet worden verontreinigd. 3. De kadaverbak of kadaverton dient vloeistofdicht te zijn en bestand tegen de inwerking van het toe te passen ontsmettings- en/ of bestrijdingsmiddel. 4. Een kadaverplaats of spoelplaats dient te zijn voorzien van een betonnen vloer welke aan alle zijden is voorzien van een opstaande rand van beton of metselwerk met een· hoogte van tenminste 5 cru. en een breedte van tenminste 10 cm., danwel zodanig is aangelegd dat water en andere vloeistoffen niet van de spoelplaats in de bodem terecht kunen komen. Pigture Group B.V. Helvoirtseweg 227 te Vught
14
,.
r-·-·-··" ·-·:··>•·.·· -·~··<-·
=~·······"···•··· ·-~· ~ ·
·--·····"-~-- .. 2¼ .
,.,.;. .·
.•.... . ~
_." _,
·--c·----······ ..,·,
,
.C'" ..
'•,,---v.····•v·--····-,---
·-···> ,
,,.. - ·, ,
l ~ -
if'
Vught ~j
û ji
5. Het spoel- en schrobwater afkomstig van de kadaverplaats en spoelplaats, verder te noemen: het afvalwater, moet via een gesloten leiding kunnen afwateren naar een zo kort mogelijk bij de betreffende vloer gelegen, niet van een overstort voorziene opslagruimte of verplaatsbare opvangbak, dan wel rechtstreeks naar een binnen de inrichting gelegen opslagput; De leiding moet vloeistofdicht zijn en bestand tegen de inwerking van het toe te passen reinigingsmiddel. De capaciteit van de opslagvoorziening moet voldoende groot zijn om het afvalwater van de kadaver- spoel- en wasplaats gedurende de winterperiode te kunnen bergen. 6. De vloer van de opslagruimte, kadaver- was- en spoelplaats moet bestand zijn tegen de inwerking van het toe te passen reinigingsmiddel. 7. Een verplaatsbare opvangbak moet zodanig zijn geconstrueerd dat deze op een doelmatige wijze kan worden vervoerd zonder dat het afvalwater de omgeving c.q. de bodem verontreinigt. \.
8. Behalve tijdens het ledigen moet de (verplaatsbare) opslagruimte voor de opslag van afvalwater door middel van een verzwaarde en goed sluitende deksel of daaraan gelijkwaardige voorziening gesloten worden gehouden. 9. Behalve tijdens het reinigen en ontsmetten dient de kadaverplaats in zijn geheel met een kadaverkap dan wel daaraan gelijkwaardige voorziening te zijn afgedekt.
L. Houden van dieren 1. In de inrichting mogen gelijktijdig niet meer dan 260 dekberen ten behoeve van de spermaproductie gehouden worden, zoals vermeld in de tot de vergunning behorende bescheiden die als zodanig zijn gewaarmerkt.
2. Bewijzen dat de in het vorige voorschrift bedoelde aantallen niet worden overschreden, zoals landbouwtellingen of boekhoudkundige gegevens, moeten te allen tijde op verzoek van een vertegenwoordiger van het college van burgemeester en wethouders van Vught worden getoond. /
3. Dunne mest en gier moeten worden opgeslagen in een hiertoe bestemde mestdichte opslagruimte; deze opslagruimte mag niet zijn voorzien van een overstort. 4 .. Het spoel- en schrobwater uit stallen en mestopslagen moet worden afgevoerd slagruimte.
naar een mestdichte op-
5. De mestopslagruimte onder het nieuw te bouwen stalgedeelte nr. 4 voor het bewaren van dunne mest, moet zijn uitgevoerd overeenkomstig de RM 1992. 6. Een gewaannerkte verklaring van de bouwer/ aannemer waarin wordt verklaard dat de bovengenoemde mestopslagruimte en de eventuele afdekking aan de RM 1992 voldoet moet te allen tijde aan een vertegenwoordiger van burgemeester en wethouders van kunnen worden getoond. 7. Gedurende de opslagperiode mag de mest niet in beweging worden gehouden, behoudens voor menging gedurende korte tijd ten behoeve van het ledigen van de opslagruimte.
Pigture Group B.V. Helvoirtseweg 227 te Vught
15
·~--
f • -.- : -• "
~-···-·.,c . .-~.c..·····.-· . ,,.· ..,··• .. •,·•v• . ·c, ,···• ... ,· c·····,··.•.·-·.,<,,•.·.-.·~.··.· .. ·•,_·.·.-,· .. ·•·'··•· .. ·, -~ ·· · •·.....;, ... ~ •· ---·•. ··., ... •,.· ·.
!
Vught
t
iji
8. De opslag van vaste mest buiten de stal moet geschieden op een mestdichte mestplaat, die is voorzien van een opstaande rand of een gelijkwaardige voorziening; de stapeling van de mest moet zodanig geschieden dat uitzakkend vocht niet van de mestplaat kan vloeien; dit vocht moet door middel van een gesloten, mestdichte riolering worden afgevoerd naar een mestdichte opslagruim te. 9. Het terrein van de inrichting mag niet worden bevloeid of op andere wijze van een laag mest of gier worden voorzien; deze bepaling is niet van toepassing bij het bemesten van grond volgens de normale bemestingspraktijk. 10. Het is in de inrichting verboden dierlijke meststoffen te .drogen, te mengen, om te zetten of op enigerlei andere wijze te verwerken, anders dan ten behoeve van de normale bemestingspraktijk.
i . ; 1,. J
11. Bij het verwijderen van mest of gier mag de omgeving niet worden verontreinigd; transport van dunne mest of gier moet geschieden in gesloten tankwagens; vaste mest moet worden getransporteerd met behulp van daartoe geschikte transportmiddelen die op correcte wijze zijn beladen. · 12. Het ledigen van mest- en gierkelders en/of-putten mag slechts geschieden met behulp van een vacuümof pompinstallatie. 13. In de afvoerleiding van een vacuümpomp moet, indien deze met oliesmering is uitgerust, een doelmatige olie-afscheider zijn opgenomen teneinde de emissie van olie(-nevel) te voorkomen. 14. De dieren mogen niet worden gevoerd met snel aan bederf onderhevige etensresten, die van elders (bijvoorbeeld restaurants) worden betrokken. Deze etensresten mogen niet in de inrichting aanwezig zijn. 15. Het voer moet in uitsluitend daarvoor bestemde, tegen ongedierte afgesloten, opslagplaatsen worden bewaard. 16. Een silo moet van kunststof of metaal zijn en moet constructief voldoende sterk zijn uitgevoerd .
. / '/,. __
): 17. Een silo moet zijn voorzien van een beluchting zodat bij aftappen geen onderdruk kan ontstaan. 18. Het vullen van een silo uit de bulkwagen moet zodanig geschieden, dat voor de omgeving hinderlijke stofverspreiding wordt voorkomen; het via de ontluchting ontwijkende stof moet worden opgevangen in een doeltreffende stofzak.
Pigture Group B.V. Helvoirtseweg 227 te Vught
16
Bijlage 4
Akoestisch onderzoek (spoor)wegverkeerslawaai
87
Helvoirtseweg 227 te Vught Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Rapportnummer: Rm210891aaA0
Rm210891aaA0.irfe_01
2
Opdrachtgever:
Adviseur:
Topigs Group B.V. Helvoirtseweg 227 Tel.: 0411-648800
5263 LT VUGHT
Contactpersoon:
de heer H. IJsseldijk
K+ Adviesgroep Jodenstraat 6 Postbus 224 Tel: 0475-470470 E-mail: info@k-plus.nl Behandeld door:
Datum
:
21-03-2022
Referentie
:
Rm210891aaA0.irfe_01
6101 AS ECHT 6100 AE ECHT
mw. I.D.W. Felder BSc
Rm210891aaA0.irfe_01
3
INHOUD 1
Inleiding
5
2 2.1 2.2 2.2.1 2.3
Uitgangspunten Ruimtelijke gegevens Verkeersgegevens Wegverkeerslawaai Toegepaste rekenmethode
6 6 6 6 7
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5 3.1.6 3.1.7 3.2
Normstelling Wet geluidhinder Wegverkeerslawaai Algemeen Omvang geluidzones langs wegen Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Aftrek stille banden Stedelijk en buitenstedelijk gebied Nieuwe situaties Maximaal toelaatbare geluidbelasting Bouwbesluit 2012
8 8 8 8 8 9 9 10 10 10
4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2
Berekeningsresultaten Wegverkeerslawaai N65/Helvoirtseweg De Dijk Esschebaan Sparrendaalseweg Cumulatie en Bouwbesluit
11 11 11 13 14 16 17
5 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.2
Berekeningsresultaten met scherm Wegverkeerslawaai N65/Helvoirtseweg, met scherm De Dijk, met scherm Esschebaan, met scherm Sparrendaalseweg, met scherm Cumulatie en Bouwbesluit, met scherm
20 21 21 22 24 25 27
6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.2.4 6.2.1
Evaluatie Rekenresultaten & Conclusie Algemeen Wet geluidhinder Algemeen N65/ Helvoirtseweg De Dijk Esschebaan Sparrendaalseweg
29 29 29 29 29 30 30 30
Bijlagen: Bijlage I
Figuren akoestisch model
Rm210891aaA0.irfe_01
Bijlage II Bijlage III Bijlage IV
Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting Berekeningsgegevens en –resultaten optredende gevelbelasting, met scherm Verstrekte verkeersgegevens
4
Rm210891aaA0.irfe_01
1
5
INLEIDING In opdracht van Topigs Group B.V. is, in het kader van de realisatie van nieuwbouwwoningen en een herbestemming en uitbreiding van een bestaand bedrijfsgebouw tot woningen aan de Helvoirtseweg te Vught, gemeente Vught, door K+ Adviesgroep een akoestisch onderzoek verricht naar de te verwachten optredende geluidbelastingen vanwege wegverkeerslawaai ter plaatse van de nieuwe situatie in het kader van de Wet geluidhinder. In figuur 1.1 is de locatie globaal omcirkeld, in bijlage I is de situatie opgenomen.
Figuur 1.1: Situatie (bron: Google maps) Het akoestisch onderzoek is noodzakelijk omdat het plan is gelegen binnen de geluidzone van de N65 Helvoirtseweg, De Dijk, Esschebaan en Sparrendaalseweg. De berekeningen zijn gebaseerd op: - de “Wet geluidhinder”; - het “Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012”; - het “Besluit Geluidhinder”.
Rm210891aaA0.irfe_01
6
2
UITGANGSPUNTEN
2.1
Ruimtelijke gegevens Bij het onderzoek is gebruik gemaakt van een door de opdrachtgever verstrekte situatietekening, kaartmateriaal van de Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDOK), het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN2) en Google Streetview. In bijlage I is de gehanteerde situatietekening opgenomen.
2.2
Verkeersgegevens
2.2.1
Wegverkeerslawaai De verkeersgegevens voor de N65/Helvoirtseweg, zijn afkomstig van het geluidregister als bedoeld in artikel 11.25 van de Wet milieubeheer. De gegevens zijn gedownload op 17 maart 2022. De verkeersgegevens voor De dijk, Esschebaan en Sparrendaalseweg zijn aangereikt door de gemeente Vught. De gegevens zijn afkomstig uit het Verkeersmodel en zijn gebaseerd op een werkdaggemiddelde over 2030, waardoor een groeipercentage van 1,5% is toegepast om tot het maatgevende jaar 2032 te komen. Om te komen tot een weekdaggemiddelde is gebruik gemaakt van de standaard omrekenfactor van 0,9 (werk-week). In tabel 2.1 is een overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. Tabel 2.1: Overzicht verkeersgegevens 2032. Straat
Etmaalintensiteit
De Dijk
352
Esschebaan
352
Sparrendaalsweg
352
Periode verdeling D 6,86% A 2,70% N 0,86% D 6,86% A 2,70% N 0,86% D 6,86% A 2,70% N 0,86%
Verdeling per voertuigcategorie Qlv Qmv Qzv 91,54% 6,00% 2,46% 87,55% 8,14% 4,32% 89,94% 5,98% 4,07% 91,54% 6,00% 2,46% 87,55% 8,14% 4,32% 89,94^% 5,98% 4,07% 91,54% 6,00% 2,46% 87,55% 8,14% 4,32% 89,94^% 5,98% 4,07%
Snelheid km/h
Wegdek
60
01
60
01
60
01
Hierbij is: Periode: gemiddelde uuraandeel betreffende periode in procenten van de etmaalintensiteit. Qlv: gemiddeld uuraandeel lichte motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qmv: gemiddeld uuraandeel middelzware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Qzv: gemiddeld uuraandeel zware motorvoertuigen voor respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode in procenten. Snelheid: ter plaatse toegestane maximum snelheid. Wegdek: type 01: Glad asfalt.
Voor nadere informatie inzake de in- en uitvoerparameters wordt verwezen naar de in bijlage II opgenomen rekenbladen. De verkeersgegevens zijn opgenomen in bijlage IV.
Rm210891aaA0.irfe_01
2.3
7
Toegepaste rekenmethode De geluidbelastingen zijn bepaald met behulp van “Standaard Rekenmethode II”, zoals deze is beschreven in het “Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012”. Bij de modellering van het akoestisch rekenmodel is gebruik gemaakt van het pakket WinHavik als ontwikkeld door dirActivity.
Rm210891aaA0.irfe_01
8
3
NORMSTELLING WET GELUIDHINDER
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1
Algemeen In de Wet geluidhinder dient met betrekking tot de geluidbelasting van een weg in nieuwe situaties de geluidbelasting in Lden in dB te worden bepaald. Dit is een gemiddeld geluidniveau over de dag-, avond- en nachtperiode en wordt bepaald met de volgende formule: day evening night 1 10 10 Lden = 10 lg 12 *10 + 4 *10 + 8 *10 10 24
L
3.1.2
L
+5
L
+10
Omvang geluidzones langs wegen Krachtens de Wet geluidhinder worden aan weerszijden van een weg zones aangegeven (art. 74 Wgh). Binnen deze zones worden eisen gesteld aan de geluidbelasting. Buiten de zones worden geen eisen gesteld. Een weg is niet zoneplichtig indien er sprake is van: − wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied (art. 74 lid 2a. Wgh) of; − wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/h geldt (art. 74 lid 2b. Wgh). De breedte van de geluidzones als functie van het aantal rijstroken van de weg en het soort gebied is weergegeven in tabel 3.1. Tabel 3.1: Breedte geluidzones aan weerszijde van de weg in meters. Gebied Stedelijk Buitenstedelijk
3.1.3
1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Breedte (m) geluidzones (art. 74) 200 350 250 400 600
Aftrek conform artikel 110g Wet geluidhinder Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluid reducerende maatregelen aan de motorvoertuigen, is te verwachten, dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is middels artikel 110g de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidsproductie in de geluidbelasting door te voeren. Deze aftrek mag alleen worden toegepast bij het toetsen van de geluidbelasting aan de normstelling en niet bij het bepalen van het binnenniveau (artikel 3.4 Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012). De
Rm210891aaA0.irfe_01
9
hoogte van de aftrek is afhankelijk van de representatieve snelheid voor lichte motorvoertuigen. In tabel 3.2 is een overzicht opgenomen van de hoogte van de aftrek.
Tabel 3.2: Overzicht aftrek 110 g Wet geluidhinder (artikel 3.4 RMV2012). Representatieve snelheid < 70 km/h
Aftrek artikel 110g Wgh 5 dB 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 57 dB bedraagt 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh 56 dB bedraagt 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting
≥ 70 km/h ≥ 70 km/h ≥ 70 km/h
3.1.4
Aftrek stille banden In artikel 3.5 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is een aftrek opgenomen voor stille banden. Deze aftrek geldt alleen bij wegen met rijsnelheden van 70 km/h en hoger. Standaard is de aftrek 2 dB. In de volgende situaties is de aftrek 1 dB: - Zeer Open Asfalt Beton; - 2-laags ZOAB, met uitzondering van 2-laags ZOAB-fijn; - Uitgeborsteld beton; - Geoptimaliseerd uitgeborsteld beton; - Oppervlaktebewerking. Een overzicht van de stille bandenaftrek is opgenomen in tabel 3.3. Tabel 3.3: Overzicht stille banden aftrek. Representatieve snelheid < 70 km/h ≥ 70 km/h
≥ 70 km/h
3.1.5
Wegverharding Alle ZOAB, 2-laags ZOAB, uitgeborsteld beton, geoptimaliseerd uitgeborsteld beton, oppervlaktebewerking Alle andere verhardingen dan bovenstaand vermeld
Correctie artikel 3.5 (stille banden aftrek) 0 dB 1 dB
2 dB
Stedelijk en buitenstedelijk gebied Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijke gebieden worden gebieden buiten de bebouwde kom, alsmede de bovengenoemde uitgezonderde gebieden binnen de bebouwde kom aangemerkt.
Rm210891aaA0.irfe_01
3.1.6
10
Nieuwe situaties In al die gevallen waar in de aanleg van een geluidgevoelig object en/of een zoneplichtige weg door vaststelling of herziening van een bestemmingsplan wordt voorzien, is er sprake van 'nieuwe situaties'.
3.1.7
Maximaal toelaatbare geluidbelasting Normen met betrekking tot de geluidbelasting in 'nieuwbouw situaties' zijn in artikel 82 t/m 87 van de Wet geluidhinder vermeld. In eerste instantie wordt ervan uitgegaan dat een zogenaamde voorkeursgrenswaarde niet mag worden overschreden. Indien de voorkeursgrenswaarde wel maar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden, kan onder bepaalde voorwaarden bij Algemene Maatregel van Bestuur ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Wanneer de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden is onder zeer strikte regels nieuwbouw mogelijk. Het plan dient dan te voorzien in zogenaamde dove-gevels. In de Wet geluidhinder worden voor nog niet geprojecteerde woningen buitenstedelijke gebied de volgende eisen gesteld: - voorkeursgrenswaarde: 48 dB (art. 82 lid 1) - maximale ontheffingswaarde buitenstedelijk gebied 53 dB (art. 83 lid 1) Niet geprojecteerd betekent dat het vigerende bestemmingsplan geen woonbebouwing toestaat of dat de huidige locatie geen woonbebouwing heeft zodat het bestemmingsplan moet worden herzien. In het kader van de Wet geluidhinder is sprake van een nieuwe situatie.
3.2
Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn in afdeling 3.1 voorschriften opgenomen voor bescherming tegen geluid van buiten. Als bij industrie-, weg- en spoorweglawaai de betreffende voorkeursgrenswaarde wordt overschreden stellen gemeenten op basis van de Wet geluidhinder een zogenoemd hogere-waardenbesluit vast, waarin plaatselijk hogere geluidbelastingen worden toegestaan («hoogst toelaatbare geluidbelasting») die in het bestemmingsplan worden opgenomen. In dergelijke zones mag alleen worden gebouwd wanneer de door de aanvrager van een omgevingsvergunning te realiseren karakteristieke geluidwering hoger is dan de in artikel 3.2 gegeven minimum waarde van 20 dB. Voor bestaande bouw dient te worden uitgegaan van het rechtens verkregen niveau. Wanneer dergelijke zones niet zijn vastgesteld, zoals bij 30 km/h wegen dan dient overeenkomstig artikel 3.2 te worden voldaan aan de minimum eis van 20 dB.
Rm210891aaA0.irfe_01
4
11
BEREKENINGSRESULTATEN Uitgaande van voornoemde uitgangspunten zijn de te verwachten toekomstige optredende gevelbelastingen bepaald. Als waarneemhoogte is uitgegaan van ongeveer het midden van de gevel, een en ander afhankelijk van het aantal bouwlagen en de gebouwhoogte. De ligging van de waarneempunten is opgenomen in de in bijlage I opgenomen figuren. Navolgend is per weg aangegeven het waarneempunt, de waarneemhoogte, de berekende waarde, de gehanteerde aftrek artikel 110g, de toetsingswaarde, de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde. De bijbehorende rekenbladen zijn opgenomen in bijlage II. De toetsingswaarden zijn tegen een gekleurde achtergrond weergegeven. De betekenis hiervan is als volgt: Groen: de voorkeursgrenswaarde wordt niet overschreden in het kader van de Wet geluidhinder worden geen restricties opgelegd. Geel: de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, de maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden. Aan de hand van door de gemeente vastgestelde beleidsregels kan onder bepaalde voorwaarden ontheffing worden verleend voor een hogere toelaatbare geluidbelasting. Oranje: de maximale ontheffingswaarde wordt overschreden. Voor de betreffende gevel kan geen hogere toelaatbare grenswaarde worden vastgesteld. Woningbouw is niet toegestaan of het plan moet ter plaatse voorzien in een “dove” gevel.
4.1
Wegverkeerslawaai
4.1.1
N65/Helvoirtseweg Tabel 4.1: Berekeningsresultaten N65/ Helvoirtseweg (in dB). Waar- Waar- Berekende neem- neem- waarde punt hoogte 1 1.5 58 1 4.5 58 1 7.5 59 2 1.5 60 2 4.5 61 2 7.5 61 3 1.5 56 3 4.5 57 3 7.5 57 4 1.5 51 4 4.5 52 4 7.5 53
Aftrek artikel 110g Wgh 2 2 2 2 2 2 3 4 4 2 2 2
Toetsings- Bestemming VoorkeursMaximale waarde grenswaarde grenswaarde Wgh Wgh Wgh 56 wonen 48 53 56 wonen 48 53 57 wonen 48 53 58 wonen 48 53 59 wonen 48 53 59 wonen 48 53 53 wonen 48 53 53 wonen 48 53 53 wonen 48 53 49 wonen 48 53 50 wonen 48 53 51 wonen 48 53